Baudet stapt in de kuil die hij voor zichzelf gegraven heeft. Het verweesde partijkader aast op reïncarnatie van FVD

De kritiek op het fascistische gedachtengoed van de jongerenafdeling JFVD kan op twee manieren opgevat worden. Namelijk dat FVD de consequentie van de eigen overtuiging niet begrijpt. De uitwassen zijn geen uitzondering, maar regel binnen FVD waar voormalig-partijleider Thierry Baudet -die tot gisteren de touwtjes in handen had- een representant bij uitstek van is. Baudet is teruggetreden als partijvoorzitter en heeft geen formele macht meer binnen de partij. Men kan ook zeggen dat dit racistische, anti-semitische gedachtengoed door de rechts-conservatieve bestuurders niet gedragen wordt. Ze zijn door toedoen van de in ongenade gevallen partijorganisator Henk Otten geworven en maken het kader van de partij uit.

Het naar de marge dringen van Baudet en de top van de JFVD is de revanche van het ooit door het partijbestuur gestopte project om de lokale partijorganisatie op te bouwen en een zekere autonomie te geven. Het provinciale denken van het kleine gebaar én een reactionaire mening heeft genoegdoening gehaald op de internationale rechts-radicale beweging die in luchtkastelen, vergezichten en toekomstfantasieën denkt.

Het partijkader trok nooit de consequentie uit de boreale praatjes van partijleider Baudet die het gedachtengoed van FVD vormden. Het kader leverde op het gebrek aan realisme van Baudet het eigen realisme in. Tuk op een functie, een financiële bonus of aanzien in de politiek. Door het recente terugtreden van Baudet toont dit opportunisme nog krampachtiger dan het al was. Het  slaat nu indirect terug via het al te erge gedachtengoed van JFVD en haar vertegenwoordiger Freek Jansen.

De rot bij FVD zit niet in de jongerenafdeling, maar in de top. En die top bestond niet alleen uit Baudet, maar ook uit types als Beukering. Cliteur, Hiddema, Van der Linden, Nanninga, Roos, Rooken, Fentrop en Eppink. Ze kiezen nu eieren voor hun geld en zweren hun recente verleden als leden van een partij met bedenkelijke meningen af door die meningen achteraf te veroordelen. Maar dat werkt niet met terugwerkende kracht. Ze zijn allen besmet en zullen dat stigma nooit meer kwijtraken. Waar Baudet nog iets heeft van een -weliswaar idioot denkende- dwarsligger hangt rond het partijkader van FVD dat nu de de macht probeert te grijpen de tragiek van de middelmaat, de berekening en het eigenbelang.

Op 22 november schreef ik in een reactie op FB over een tweet van Nanninga waarin zij de denkbeelden van de JFVD aanviel en de in haar ogen te slappe reactie van de partijleiding daarop: ‘Mogelijk is de aanval van Nanninga op de JFVD een trage, zijdelingse coup die in enkele stappen het einde van Baudet aankondigt. De vraag wat de aantrekkingskracht is van FVD zonder Baudet en zijn sycofanten die zich niet meer van hem los kunnen maken ligt nu open en bloot ter beantwoording. Wat resteert er na de sanering van FVD?

Niemand die op dit moment het antwoord weet. Baudet is en blijft een tovenaarsleerling die het vak van politicus niet in de vingers kreeg en zich daar evenmin voor interesseerde. Maar die wel kiezers wist te werven door tegen de politiek te trappen. De politicus die ooit beweerde dat hij nooit politicus zou worden omdat hij daarvoor niet de kwaliteiten bezit, bevestigt opnieuw zichzelf goed te kennen door nu terug te treden. Hij is geen politicus. Hij liet voortdurend uitkomen van onderwerpen waarover hij zich uitsprak geen verstand te hebben. Dat is dodelijk voor een politicus die geen politicus wil zijn, maar toch ook weer wel. Maar zoals gezegd, dat trekt wel buitenstaanders aan die eveneens niets van de politiek moeten hebben. Dorknopers als Joost Eerdmans die nu hun kans op het partijleiderschap schoon zien zijn volstrekt ongeschikt om FVD een doorstart te geven.

Met de onzin over de COVID-19 pandemie en het omarmen van extreme complotdenkers als Willem Engel van wie zelfs gematigde systeemcritici vinden dat ze te ver gaan heeft Baudet in de herfst van 2020 definitief zijn geloofwaardigheid verloren. Dat hij er krankzinnige meningen op nahield was niet het breekpunt, maar wel dat dit zo scherp en ondubbelzinnig naar buiten kwam. Baudets gezicht was niet meer te redden. Baudet verdiende niet alleen een nul voor argumentatie, maar ook een nul voor het aanvoelen van het inspelen op de malcontenten of de buitenstaanders. Baudet had zijn magie verloren binnen zijn eigen partij. Hij betwijfelde de ernst van een pandemie vanwege de tamelijk succesvolle bestrijding in Europa en het onderzoek van de medische sector en ziekenhuizen in het vinden van de optimale behandeling. De opportunisten binnen FVD sprongen vervolgens op Baudet toen het duidelijk was dat Baudet ernstig verzwakt was.

Baudet speelde zijn vak en bleef daardoor altijd aan de buitenkant zonder tot de kern van de politiek door te dringen. De vraag die blijft hangen is drieledig: miste hij de ambitie om de politiek in de vingers te krijgen, miste hij de startkwalificatie om de politiek onder de knie te krijgen of had hij vanaf het begin door handige, maar selectieve navolging van Franse en Amerikaanse voorbeelden te extreme meningen om te fungeren in een partij met anderen, ook als dat nalopers en opportunisten waren?

Foto: ‘Op internet circulerende parodieën (memes) van bestaande beelden tonen Thierry Baudet. De lijsttrekker van Forum voor Democratie is onder meer afgebeeld met het alt-right-stripfiguurtje Pepe the frog. In Den Bosch droeg Baudet een stoffen kikker op zijn schouder.’ In: NRC, 16 maart 2017.

Geen gelijke monniken, gelijke mondkapjes. Godsdiensten worden door de rijksoverheid uitgezonderd van de mondkapjesplicht

In publieke binnenruimten geldt vanaf 1 december 2020 de mondkapjesplicht. Bij een vaste zitplaats in binnenruimten is dat niet nodig. De rijksoverheid zegt in een persbericht van 19 november 2020: ‘In gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van godsdienst, zoals kerken, moskeeën, tempels en synagogen, is een mondkapje niet verplicht.’

Dus geen gelijke monniken, gelijke mondkappen. De uitzondering voor religieuze organisaties is niet logisch en te grof. Men kan beredeneren dat gelovigen zich in een religieus gebouw op een vaste zitplaats bevinden, maar de Grieks-orthodoxe godsdienst toont het tegendeel aan. Daar staat men tijdens de dienst. Tijdens diensten van vele geloven wordt continu bewogen. Er wordt geschuifeld, geknield, opgestaan en gezongen. Daarnaast moeten gelovigen zich naar en van hun plek begeven binnen het gebouw. Vaak manoeuvrerend tussen nauwe kerkbanken.

De uitzondering toont niet alleen aan dat godsdiensten in Nederland voorrechten genieten, maar ook dat de overheid dit actief ondersteunt. De rijksoverheid heeft het bij de afkondiging van de maatregel over gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van een godsdienst en laat hiermee de gebouwen voor het praktiseren van een levensovertuiging buiten beschouwing.

Dit is een niet te billijken ongelijkheid in het voordeel van godsdiensten. De gelovigen worden bevoordeeld boven de sympathisanten van levensbeschouwelijke organisaties die in de formulering van de vrijheid van godsdienst gelijke rechten hebben als godsdiensten. Maar in de praktijk blijkbaar niet. Het beroep op de wettelijke positie van godsdiensten worden doorkruist door de bevooroordeling van godsdiensten die niet voor levensovertuigingen geldt. Dit maakt het wettelijk beroep van godsdiensten op de vrijheid van godsdienst tot een aanfluiting.

Waarom doet de rijksoverheid zich dit aan door godsdiensten zo manifest vrij te stellen van de mondkapjesplicht? Begrijpt de overheid niet dat dit vanwege de rechtsongelijkheid een reactie bij de Nederlandse bevolking oproept als een religieuze minderheid wordt voorgetrokken? Is dit een provocatie van het kabinet die dient om de voorrechten voor godsdiensten uit te vergroten en te ridiculiseren met de opzet om ze af te schaffen? Dat kan voor iemand met een rechtsstatelijk hart de enige aannemelijke verklaring zijn. Maar het valt te vrezen dat dit niet zo is.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMondkapje verplicht vanaf 1 december; Nieuwsbericht | 19-11-2020 | 14:50’ van de Rijksoverheid.

Beoordeling van een lopende zaak: Trump vs. Biden

De vijanden van de VS beleven toptijden. De chaos neemt toe dankzij de Republikeinse wetmakers die Trumps claims over fraude steunen. Terwijl ze achter de schermen toegeven dat Trump van Joe Biden verloren heeft. Ook nog eens met duidelijke cijfers. Daarnaast is er de COVID-19 pandemie die in hevigheid toeneemt en waar de regering-Trump niet veel aan doet.

De Republikeinse partij laat zich nog steeds gijzelen door Trumps idiotie en narcisme. Hij improviseert de wil om de verkiezingen te stelen. Want er is nog altijd het gevaar van een staatsgreep door Trump die vermoedelijk niet zal slagen, maar veel chaos, leed en verdeeldheid zal veroorzaken. Democratische staten zullen zich ertegen verzetten. Trump heeft met zijn doldrieste beweringen over verkiezingsfraude geen poot om op te staan. Maar door zijn grip op de Republikeinse partij en de overheidsdiensten heeft hij sterke troeven in handen.

Door een redelijk ruime overwinning van Biden lijkt het echter te laat voor het scenario dat dreigde. Namelijk dat in de staten waar Biden heeft gewonnen vanwege vermeende fraude en chaos door Republikeinse staatswetgevers de uitslag wordt teruggedraaid ten gunste van Trump. Dat betreft de staten Pennsylvania, Michigan, Wisconsin, Georgia en Arizona. Het opmerkelijke is dat dat wettelijk mogelijk is. Het zijn niet de (Democratische) gouverneurs die daarover beslissen, hoewel ze op hun beurt hun eigen kiesmannen kunnen benoemen. Dan is de constitutionele chaos compleet. Als het Kremlin zich al mengde in de cyclus van 2020, dan moet waarschijnlijk hun grootste inmenging nog komen door dit scenario in de lucht te houden.

Waar zijn de Republikeinse senatoren die Trump de wacht aanzeggen en hem oproepen om zijn verlies toe te geven en de macht over te dragen? Zoals dat bij Watergate gebeurde toen Republikeinse senatoren tegen president Richard Nixon zeiden dat ze hem niet meer steunden. Nixon stapte toen op.

Trump ondermijnt bewust de nationale veiligheid van zijn land. De minister van Defenisie is ontslagen. De chefs van CIA en FBI zouden binnenkort hetzelfde lot kunnen treffen. Inlichtingendiensten maken zich zorgen dat Trump straks staatsgeheimen gaat verkopen aan de meest biedende. In Moskou, Peking of het Midden-Oosten. Trumps bedrijf verkeert in financiële nood.

Een ander aspect zijn de Nederlandse commentatoren die menen dat de Democraten slecht gepresenteerd hebben. Datzelfde zeiden ze bij de tussentijdse verkiezingen in 2018 die uiteindelijk een groot succes voor de Democraten waren met een dikke winst in het Huis. Hun mening ging voor de feiten uit. Dat lijkt nu opnieuw aan de orde te zijn.

De Democraten hebben met een winst van 306 kiesmannen, waaronder winst in staten als Arizona en Georgia die ze in tientallen niet hadden gewonnen, goed gepresteerd.

Dat is des te meer een goede prestatie omdat het Amerikaanse kiessysteem de Republikeinen en de landelijke gebieden bevoordeelt. Dat wordt ingeschat als een vertekening van zo’n 3% in het voordeel van de Republikeinen. Vergeet niet dat de Democratische staten Washington DC en Puerto Rico geen senatoren mogen afvaardigen. Vergeet niet dat de Republikeinen in staten die ze bestuurlijk onder controle hebben langlopende en succesvolle programma’s van kiezersonderdrukking zijn opgetuigd. Bijvoorbeeld in Georgia waar in 2018 de Democratische kandidaat Stacey Abrams het gouverneurschap zou zijn ontstolen door Republikeinse machinaties.

Op dit moment heeft Biden 5,31 miljoen meer stemmen behaald dan Trump. Dat kan nog oplopen tot tegen de 6 miljoen. Een verschil van 3,5%. In 2016 was het verschil met Hillary Clinton ‘slechts’ 2,1% in het nadeel van Trump. Dat ondanks de stelselmatige kiezersonderdrukking door de Republikeinen. Als het onrechtvaardige kiessysteem dat de Republikeinse stem hoger waardeert dan de Democratische stem niet bestond, dan had Biden zonder twijfel meer kiesmannen behaald dan nu.

De steun voor Trump was aanzienlijk, maar hij heeft slechts 5% boven zijn trouwe achterban van 42-43% gescoord. Die relativering ontbreekt. Trumps score wordt nu voorgesteld als een geweldig resultaat met blijvende gevolgen voor de toekomst. Wie weet, maar het omgekeerde is nog meer waar. Namelijk Biden heeft ondanks tegenwind van een zittende president met veel macht, een oneerlijk kiessysteem dat hem benadeelt en bestuurlijke tegenwerking op staatsniveau met zo’n 51% een meerderheid van de Amerikanen achter zich gekregen.

Biden begon op een systematige achterstand in de uphill battle met Trump en heeft gewonnen. Niet met een landslide zoals verwacht, maar wie in de analyse daarvan niet de vertekeningen in het kiessysteem betrekt doet de werkelijke situatie tekort. Bidens winst was kleiner dan gehoopt, maar is groter dan nu door commentatoren in Nederlandse media wordt voorgesteld.

Aandacht voor Amerikaanse verkiezingen: Nederlandse publieke omroep lijdt aan de paradox van de geprojecteerde verwachting

Het is de paradox van de buitenlandverslaggeving op televisie over een land met een taal die de Nederlanders redelijk machtig zijn. Door internet en kabeltelevisie met talloze buitenlandse zenders openbaart zich een tweedeling. Goed geïnformeerde en taalvaardige nieuwsconsumenten richten zich direct op de primaire bronnen en zijn in specifieke kwesties beter en meer up-to-date geïnformeerd dan de Nederlandse televisiejournalisten die het Nederlandse publiek moeten informeren. Als deze nieuwsconsumenten daarnaast ook nog voldoende inzicht hebben in de geschiedenis en de politieke realiteit van zo’n land, dan kunnen ze zelf tot een afgewogen oordeel komen. Dat is de hink-stap-sprong die de publieke omroep parten speelt.

Net als de dagbladjournalistiek zou de Nederlandse publiek omroep zich moeten concentreren op het geven van achtergrondinformatie (getuigenissen in het veld, interviews met hoofdrolspelers, analyses met historische diepte à la Ian Buruma). Maar het niveau van de vaste gasten is bedroevend. Zoals Clingendael-medewerker Willem Post die in november 2016 notabene in een opinieartikel in NRC onder de geruststellende titel ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’ debiteerde dat Trump wel ingetoomd zou worden door de instituties. Het was ook toen al aantoonbare onzin. Of die buiksprekende, eendimensionale Raymond Mens die in talkshows zijn boek mag promoten en vanwege de ‘evenwichtigheid’ mag opdraven als supporter van Trump. Zo maakt de Nederlandse televisie van zilver geen goud, maar blik. Dat is geen kennersblik.

Tegelijk ontkomt de televisiejournalistiek er niet aan om verslag te doen van kwesties die zich in real time afspelen. Het dient volgens de opdracht die het heeft het Nederlandse publiek te informeren. We zullen het vanavond weer zien. Niemand die zich diepgaand interesseert voor de Amerikaanse verkiezingen heeft wat te winnen door te kijken naar de Nederlandse televisie. Dat is slaapwandelen in dubbel opzicht. We kunnen beter slapen in bed, dan voor de slaapverwekkende Nederlandse televisie die voor een onmogelijke taak staat.

Het is de paradox van geprojecteerde verwachting. Landen en conflicten waar nieuwsconsumenten moeizaam informatie uit open bronnen over krijgen laat de Nederlandse televisie grotendeels liggen. Denk aan Nagorno-Karabach, Binnen-Mongolië, Kashmir of Burkina Faso. Aan landen en conflicten waar nieuwsconsumenten via internet en kabeltelevisie al overvloedig over geïnformeerd worden besteedt de Nederlandse televisie ook overvloedig aandacht. Dat is het patroon: het herhaalt wat we al weten en veronachtzaamt wat we niet weten.

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen kunnen we toch al uittekenen? Biden wint makkelijk van Trump en de Democraten winnen de meerderheid in de Senaat en vergroten die in het Huis met circa 10 zetels. (Gesteld dat de verkiezingen regelmatig verlopen en de stem van de kiezers de uitslag bepaalt).

Foto: Schermafbeelding van het programmaNOS Amerika Kiest‘ van de Nederlandse publieke omroep NOS, 3 november 2020.

Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

Weerstand tegen bestrijding van COVID-19 heeft diepere oorzaak. Overheid doet er verstandig aan om die aan te pakken

In Nederland gelden vanaf vanavond strengere maatregelen in verband met de bestrijding van de COVID-19 pandemie. De meerderheid van de bevolking is het daar mee eens en een kleine minderheid vroeg de laatste tijd zelfs om strengere maatregelen. Het is een kleine minderheid van 15% die op sociale media en bij protestacties op straat de aandacht naar zich toetrekt. Het land lijkt zich zo te laten kennen in chagrijn. Of ze aangestuurd worden door beroepsagitatoren die weer aangestuurd worden door partijen die de Nederlandse overheid willen verzwakken is de vraag. De maatregelen zijn voor niemand prettig. Welke achtergrond men ook heeft. Wat niet wil zeggen dat het leed gelijk verdeeld is. Dat is het niet. Degenen die het financieel slecht hebben worden het zwaarst getroffen. De reacties op COVID-19 en de maatregelen om de pandemie te bestrijden moeten dan ook niet opgevat worden als waterscheiding. De breuklijn ligt dieper in de sociale en financiële achterstelling. Als de Nederlandse overheid verstandig is om deze 15% mee te krijgen, dan richt het zich niet zozeer op voorlichting over COVID-19, maar op de bestrijding van armoede en sociale achterstelling in combinatie met de neutralisering van de beroepsagitatoren die hun deuntjes op sociale media repeteren.

Raymond Mens mag in talkshow Op1 van publieke omroep als Koning Eenoog paraderen om boek over Trump te promoten

Iemand gaf me de tip om naar de uitzending van Op1 van 5 oktober te kijken. Van de Publieke Omroep. Ik kijk nooit naar dit soort Nederlandse talkshows. Nu weet ik precies weer waarom niet na het bekijken van het fragment met Raymond Mens en Laila Frank. Het informeert niet, amuseert niet en focust niet. Het heeft geen scherpte of humor en schiet alle kanten op. Het is van een ontluisterend laag niveau, hoewel Frank een paar zinnige opmerkingen maakt. Dit soort talkshows is de beste reclame om lid van de bibliotheek te worden (lees de stijlvaste en goed geschreven, interessante, amusante en sprookjesachtige boeken van Lida Winciewicz).

Vooral Mens laat zich kennen als een naïeve onbenul. Waarom hij als Amerika-kenner wordt opgevoerd is een raadsel. Uit zijn cv blijkt niet dat hij Amerikanistiek heeft gestudeerd. Het is een raadsel waarom iemand met zo’n eenzijdige blik wordt uitgenodigd als gast. Is dat uitsluitend omdat hij zijn nieuwe boek over Trump mag promoten? Hij krijgt geen enkele kritische vraag van de presentatoren. Ze horen het aan als zombies.

In de promotie van de kleine uitgeverij ‘Sparkle Auteurs’ wordt op vele plekken gezegd dat Mens ‘begin 2016 voorspelde dat Donald Trump de presidentsverkiezingen weleens zou kunnen winnen’. Dat is een vrijblijvende voorspelling die als verworvenheid wordt opgevoerd. Het is logisch dat Trump weleens zou kunnen winnen. Met de CIA, de FBI en het Kremlin aan zijn kant. Dat gold toen ook voor de frontrunners Hillary Clinton, Bernie Sanders en Ted Cruz die in het voorjaar en de vroege zomer van 2016 allen ‘weleens zouden kunnen winnen‘.

Alle (niet-Nederlandse) onafhankelijke waarnemers zijn het erover eens dat in 3,5 jaar Trump de VS heeft ingeboet aan internationaal aanzien, invloed en coherentie. Het land is er slechter aan toe dan in januari 2017.

Dat betreft nog niet eens de verkeerde aanpak van de COVID-19 pandemie door president Trump met nu meer dan 210.000 doden van wie velen onnodig zijn gestorven. Mens wimpelt dat weg, maar de 6500 Nederlandse doden ten gevolge van COVID-19 zijn percentueel ongeveer de helft minder dan in de VS.

Aan VVD’er Mens zijn feiten niet besteed. Hij handelt in partijdige meningen. Ik kan niet begrijpen waarom de Nederlandse publieke omroep zulke minkukels opvoert als deskundige. Of ik begrijp het wel, maar zou het eigenlijk niet willen begrijpen. Dat is trouwens sowieso een probleem met nieuws over de VS omdat de beter geïnformeerde kijker via internet direct de Amerikaanse media kan volgen. Wat is dan nog de noodzaak voor Nederlandse media om er (proportioneel veel) aandacht aan te besteden? Types als Mens blijven zo over om als éénoog koning in het land der blinden de slecht geïnformeerde kijkers te informeren en met medewerking van slecht geïnformeerde presentatoren knollen voor citroenen te verkopen. In Nederland moeten toch beter geïnformeerde, breder kijkende en intelligente America watchers te vinden zijn met een voorkeur voor Trump?

Groningse politiek worstelt nog steeds met Groningen Airport Eelde

Er komen steeds meer petities met de woorden ‘red’, ’steun’, ‘behoud’ of ’stop sluiting’ in de kop. Redenen die aangevoerd worden zijn vaak tweeledig. Er wordt verwezen naar de financiële schade van de coronacrisis en per kwestie komt daar nog een specifieke reden bij. De commissarissen beroepen zich in het geval van Vliegveld Eelde op ‘het economische en maatschappelijke belang in zowel regionaal als nationaal opzicht’.

Zowel het een als het ander en de relatie ertussen valt lastig te checken. De claims zijn niet altijd rechtmatig.

Vliegveld Eelde (ook: Groningen Airport) was al een bodemloze put zonder duidelijk bestaansrecht en zicht op een gezonde exploitatie voordat de economische gevolgen van het coronavirus toesloegen. Hetzelfde geldt voor (de plannen voor) vliegvelden in Enschede, Lelystad of Zuid-Limburg. Een rapport uit 2004 van Rand Europe concludeerde uit analyse van de aspecten bedrijfsresultaat, werkgelegenheid en milieueffecten, en reistijdwaardering en grondlasten dat Eelde, samen met Enschede en Lelystad ‘op basis van de beschouwde aspecten waarschijnlijk een negatieve toegevoegde waarde hebben’. Hoe dan ook is de uitgangspositie slecht.

Provincies of gemeenten laten zich vaak chanteren om te blijven investeren in regionale ‘voorbeeld’-projecten en blijven vervolgens met de gebakken peren zitten. Om erger te voorkomen, zo zeggen ze grootmoedig, saneren ze ten koste van de belastingbetaler het verlies. Maar de politiek is per definitie geen ondernemer.

Dat doet sterk denken aan wat er met professionele voetbalclubs gebeurt. Vanuit een idee van regionale trots wordt het lokale bestuur onder druk gezet om geld te storten in een project dat niet rendabel is en weinig maatschappelijke waarde heeft. En ook geen basistaak voor de overheid is. Zoals gezegd, de overheid is geen ondernemer. De gelijkenis is dat in bepaalde kringen die het best de publiciteit bespelen wordt gesuggereerd dat luchtvaart en professioneel voetbal ’sexy’ zijn en daarom ten koste van alles gered moeten worden.

Dat straalt ongunstig uit naar de lokale politiek die zich laat overbluffen of in het geval van individuele bestuurders vanwege lijfsbehoud bang gemaakt wordt door de dreiging met geweld. En daarom instemt met iets waar het om politieke redenen tegen is. Is dat bij de voetbalclub de dreiging van de baksteen door de ruit, bij het regionale vliegveld gaat dat om sociale uitsluiting door een economische elite (of maffia). Daarnaast wil niemand er verantwoordelijk voor worden gesteld om de stekker uit een kansloos project te trekken.

Zo ontstaat een nieuw genre van zielige gevallen die zich beroepen op de schade van COVID-19. Die reden wordt er aan de haren bijgesleept en is er bij nader inzien helemaal niet op van toepassing. Dat vertroebelt de bereidheid van overheden om kansrijke en maatschappelijk belangrijke projecten die economisch in zwaar weer zijn gekomen te redden. De vliegvelden Eelde en Lelystad verstieren door hun gedrag de boel. Ze hebben een negatieve toegevoegde waarde, niet in het minst voor de lokale politiek die er zich geen raad mee weet.

Tilburgse burgemeester krijgt kritiek. Hij liet feest van voetbalfans toe terwijl hij wist dat coronaregels overtreden zouden worden

Burgemeester Theo Weterings (VVD) van Tilburg is ook voorzitter van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Hij gaf een vergunning af om voetbalfans van de lokale voetbalclub Willem II op een plein naar een wedstrijd van hun club tegen Rangers FC. Waarvoor de Tilburgse supporters juichen is een raadsel, want hun club verloor met 0-4. Het was voorspeld dat er gedanst en gezongen zou worden en de 1,5-meter afstand niet bewaard zou worden. De coronaregels werden dus niet alleen grof overtreden, maar voorspeld was dat dat zou gebeuren. Toch gaf Weterings de vergunning af. Het argument dat hij achteraf hanteert is dat het een bewuste keuze was. Hiermee schetst hij een beeld dat hij de boel onder controle had, terwijl uit de gebeurtenissen blijkt dat het tegendeel het geval was. Het is een terugkerende wetmatigheid. Het openbaar bestuur is bang voor de harde kern van professionele voetbalclubs en durft daar niet tegen op te treden.

De conclusie over burgemeester Weterings is duidelijk, hij heeft de verkeerde inschatting gemaakt. Weterings zegt volgens een bericht van Omroep Brabant dat het nog te vroeg is om ‘nu al’ conclusies te trekken.

Jan Roos weet niet waarover hij praat. Met column over Trump verliest hij het laatste restje geloofwaardigheid dat hij nog bezat

Mijn reactie bij de columnTrump wint met historische zege straks groots van verwarde bejaarde Biden’ van Jan Roos op DDS. De column wekt medelijden op met een opinieleider die blijkbaar gedwongen wordt om zijn kletspraatjes te verkopen, maar geen idee heeft waarover hij praat en door niemand serieus genomen wordt:

Jan Roos is een clown. Hij noemt nieuws nepnieuws en noemt nepnieuws nieuws. Jan Roos keert het om. Jan Roos veegt feiten van tafel en boetseert met de overgebleven kruimels zijn fantasieverhaal. Jan Roos is het gezicht van 2020. Dat is het gezicht van iemand die aandacht wil en zijn meningen verkoopt zonder dat hij zelf gelooft wat hij zegt.

Het is te veel eer om Roos’ meningen te weerleggen omdat ze zulke aantoonbare onzin bevatten. Want het gaat hem duidelijk niet om het weergeven van de waarheid, maar om het vertroebelen ervan. Maar goed, ook Jennifer Griffin van Fox News heeft het bericht van Jeffrey Goldberg van The Atlantic over Trumps uitspraken dat gesneuvelde militairen ‘losers’ en ‘suckers’ zijn bevestigd. Vele critici en mensen die Trump al lang kennen hebben bevestigd dat dit past in het patroon van Trumps denken.

In zijn nieuwe boekRage’ tekent Bob Woodward op dat president Trump op 7 februari 2020 tegen hem in een (getaped) gesprek zei dat COVID-19 vijfmaal dodelijker is dan een gewone griep. Waar laat dat complotdenkers als Willem Engel of andere voormannen van deze tegenbeweging die op sociale media carrière maken door onwaarheden over COVID-19 te verkondigen? Onder meer met de claim dat een gewone griep dodelijker is dan COVID-19. Als Trump meent dat COVID-19 vijfmaal dodelijker is dan de griep, hoe brengen deze complotdenkers dan hun mening over Trump en COVID-19 in harmonie?

Sinds eind januari 2020 wordt Trumps beleid inzake de bestrijding van COVID-19 dagelijks aangevallen. Door onder meer Democraten, ex-Republikeinen en medische experts in zijn regering die door Trump op een zijspoor zijn gezet omdat ze de waarheid vertellen die Trump alleen tegen Bob Woodward bevestigt maar publiekelijk ontkent. Ofwel, Trump spreekt zichzelf tegen. Het is onzin van Roos dat Trump niet kan worden aangevallen op zijn beleid. Trump wordt continu aangevallen op zijn beleid. Roos heeft zitten slapen, begrijpt niets van de Amerikaanse politiek of liegt bewust.

Het is niet ondenkbaar dat Trump de verkiezingen van 3 november wint. Maar het wordt onwaarschijnlijk geacht dat hij de meeste stemmen krijgt. Ook in 2016 kreeg Hillary Clinton ongeveer 2,1% of 2,9 miljoen stemmen meer dan Trump. Roos’ bewering dat in 2016 uit de peilingen zou blijken dat Clinton met 97% zekerheid zou winnen is onjuist. Het is onduidelijk op welke data hij zich baseert. De meest gezaghebbende verkiezingstatisticus van de VS Nate Silver voorspelde op 8 november 2016 dat Clinton 71,4% en Trump 28,6% kans had om te winnen. Nu is die inschatting ongeveer hetzelfde, hoewel Trump het iets slechter doet met 25% tegen 75% kans voor Biden om te winnen.

Het probleem met het Amerikaanse electorale systeem waarbij niet de meeste stemmen gelden, maar via een getrapt systeem per staat kiesmannen worden gekozen, is dat het een vertekening van 3% in het voordeel van de Republikeinen heeft. Dat komt onder meer door de bovengemiddelde weging van het platteland waar overwegend Republikeinen wonen. Daarbij komt nog het actieve programma van kiezersonderdrukking en -ontmoediging van de Republikeinen, de desinformatiecampagne van de Russen op sociale media en specifiek voor 2020 het bewust afbreken door de regering-Trump van de Posterijen die het stemmen per post moeten faciliteren.

De inschatting is dat Joe Biden om gelijk te eindigen met Trump om deze redenen een vertekening van flink meer dan 3% moet wegwerken. Dat tekent gelijk het probleem van de opiniepeilers om deze aspecten in hun modellen te vangen. In 2016 was er nog de complicatie van de ‘derde’ kandidaten Jill Stein (Greens) en Gary Johnson (Libertarians) die voornamelijk stemmen bij de Democraten weghaalden. Zo haalde Stein in een staat als Michigan meer stemmen dan het verschil tussen de winnende Trump en Clinton was. Zonder Steins deelname had Clinton zeer waarschijnlijk deze staat en nog twee andere swing states gewonnen waar in totaal het verschil in stemmen ongeveer 70.000 was.

Het is begrijpelijk dat Jan Roos in de aandacht wil staan. Hij heeft nog wat goed te maken. Zijn eigen politieke carrière werd een grote mislukking. Het is echter niet te verwachten dat lezers zijn mening als een serieuze analyse beschouwen en anders lezen dan amusement. Roos is een symbool van zijn tijd. Hij kletst uit zijn nek en probeert zijn gebrek aan kennis over en inzicht in de Amerikaanse politiek om te keren door zichzelf te overschreeuwen. Jan Roos is het gezicht van 2020. Van de lachende clown die van binnen huilt. Om zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump wint met historische zege straks groots van verwarde bejaarde Biden’ van Jan Roos op DDS, 4 september 2020.