Petitie ‘Kabinet, blijf weg uit theater, concertzaal, museum na heropening cultuursector’ beantwoordt minachting van politiek met minachting voor politiek

Deel van petitieKabinet, blijf weg uit theater, concertzaal, museum na heropening cultuursector’ op Petities.nl.

Dit is een petitie met een grimlach. Kwaadaardig en ironisch tegelijk. Het is een reactie op de minachting die minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) tentoonspreidde toen hij de Nederlanders adviseerde thuis een DVD’tje op te zetten omdat het kabinet de sportscholen, bordelen, dierentuinen en caféterrassen wel opende, maar de kunstsector niet. De Jonge begreep vermoedelijk niet hoe onnozel zijn opmerking was en hoe geringschattend dat klonk. Overigens voegde De Jonge zich hiermee in een reeks bewindslieden die kunst niet serieus neemt en als een luxeproduct of amusement ziet dat gemist kan worden.

Het is de vraag of De Jonge en zijn politieke collega’s bewust of onbewust voorbijgaan aan de functie van kunst. Het ontregelt, zet op scherp en is niet te vangen. Vooral dat laatste vinden politici vervelend. In hun regelzucht en streven naar controle begrijpen politici de functie van kunst niet echt omdat ze het niet kunnen sturen en voorspellen. Overigens sloeg De Jonge de afgelopen 1,5 jaar in de projecties over het verloop van de pandemie en de bestrijding ervan zo vaak de plank mis en verkocht hij zo vaak leugens die hem om onbegrijpelijke redenen niet zijn functie kostten dat de kunst die zich aan beteugeling onttrekt erbij in het niet viel.

Vanuit het perspectief van een sturende overheid was de dynamiek van de pandemie kwalijker dan de dynamiek van de kunsten. Dat laatste zou de politici tot enige relativering over de vermeende onvoorspelbaarheid van de kunst moeten brengen. Bij nader inzien is de kunstsector niet zo uniek als politici menen. Wat er in China, de Russische Federatie, de bankwereld of de multinationals gebeurt is niet minder onvoorspelbaar en stuurbaar dan wat er in de kunstsector gebeurt. Waarom dan toch die koudwatervrees voor de kunsten?

Tegelijk is het zo dat kabinetsleden graag de praal en schittering van de meer sexy aspecten van de kunsten op zich af willen laten stralen. Dan zijn ze niet te beroerd om in het middelpunt van de belangstelling te staan naast een ster uit de cinema, de beeldende kunst of design, de klassieke of populaire muziek. De oproep van de petitie snijdt daarom hout. ‘Leden van dit kabinet zijn daarom niet langer welkom in theaters, concertzalen, musea’ zegt de petitie.

Er zijn twee kanttekeningen bij te plaatsen. De petitie zou uitgebreid moeten worden tot leden van de regering, zodat ook de koning en indirect zijn echtgenote hier onder vallen. De koninklijke familie kwam afgelopen jaren herhaaldelijk negatief in het nieuws door hun omgang of verkoop van beeldende kunst waarvan het de vraag was of het er wel de eigenaar van was. Deze familie heeft zich hiermee laten kennen als hebzuchtig ten koste van de kunst en het algemeen belang. Hun houding tegenover kunst rechtvaardigt niet dat ze publiekelijk optreden als ambassadeurs ervoor.

Daarnaast is het de vraag of het principe van oog om oog, tand om tand werkt. Als dat de kloof tussen politiek en kunst nog meer verdiept, dan zijn zowel de kunstsector als de politiek daarmee niet geholpen. De symboliek van de petitie is weliswaar duidelijk doordat het de minachting van het kabinet voor de kunstsector beantwoordt met de minachting van de kunstsector voor de politiek, maar wijzer worden ze er niet van.

Een petitie die op zou roepen om de huidige politieke klasse verplicht bij te scholen over kunst zou een constructiever antwoord zijn. Leden van de Tweede Kamer hebben doorgaans overal een mening over, maar weten feitelijk niet altijd echt iets over het onderwerp waarover ze een mening verkondigen. Bij de kunst lijkt die kloof van onkunde bij politici nog groter dan bij andere onderwerpen. Ook van kabinetsleden kan aangenomen worden dat ze niet echt weten waarover ze praten als ze het over kunst hebben.

Overigens is een gemis van de petitie dat het spreekt over ‘de cultuursector’. Dat is fout. Kunst en cultuur staan haaks op elkaar en hebben tegengestelde functies. In de titel had moeten staan ‘de kunstsector’.

Cummings getuigt voor commissie Lagerhuis en maakt gehakt van de bestrijding van de pandemie door de regering Johnson én de Britse politiek

Vandaag getuigt de tot november 2020 belangrijkste adviseur van de Britse premier Boris Johnson voor de gezamenlijke onderzoekscommissie van de Health and Social Care Committee van het Lagerhuis. Dominic Cummings was ook de strateeg achter de Brexit.

Cummings viel zowel premier Johnson als de minister voor Volksgezondheid Matt Hancock aan. De laatste noemde hij een leugenaar. Cummings benadrukte steeds dat in het Britse openbaar bestuur vele briljante ambtenaren werkzaam zijn, maar dat het leiderschap faalt.

Het werd er absurd op toen Cummings op een vraag van parlementariër Rebecca Long-Bailey die het accent legde op de economische schade die Johnson wilde vermijden, het links-radicale lid van Labour en medestander van de voormalige partijleider Jeremy Corbyn, antwoordde dat een politiek systeem dat de keuze geeft tussen Johnson en Corbyn failliet is. Terwijl er zoveel competente mensen zijn die niet doorstoten naar de top. Hij hield Long-Bailey voor dat de Britse partijpolitiek bij zichzelf te rade moet gaan om dit beter te doen.

Het werd er nog absurder op toen hij die gedachtengang doortrok en zichzelf erin betrok. Cummings vroeg zich af hoe het mogelijk was dat hij als een niet hooggekwalificeerde persoon een functie als de belangrijkste strategische adviseur van premier Johnson in had kunnen nemen. Dat wijst volgens hem op een politiek bestel dat niet optimaal opereert. Dat is een echo van de scherts van Groucho Marx die ooit zei dat hij weigerde lid te worden van een club die hem als lid wilde hebben.

In de ‘spin’ van Cummings’ getuigenis waren de reacties voorspelbaar. Leden van Labour vielen premier Johnson aan wegens zijn gebrek aan urgentie bij het bestrijden van de pandemie die leidde tot een vertraging van zes weken tussen januari en maart 2020 zodat er niet meer doelmatig kon worden opgetreden. De leden van de Conservatieve partij vielen Cummings aan en meenden dat hij zijn persoonlijke interpretatie van de feiten gaf en nog een appeltje te schillen had met premier Johnson omdat hij in november 2020 het veld had moeten ruimen.

Objectieve waarnemers zaten tussen deze twee posities in. Ze erkenden dat Cummings vanuit zijn eigen waarneming sprak en een eigen agenda heeft, maar vonden zijn getuigenis belangrijk en consistent genoeg voor een vervolgonderzoek naar het optreden van het kabinet inzake de bestrijding van de pandemie in het voorjaar van 2020 dat vele vragen open laat. Daarnaast werd geconstateerd dat achtereenvolgende regeringen al meer dan 10 jaar geleden waren gewaarschuwd voor een Sars-achtige pandemie waarvan het onvermijdelijk werd geacht dat die zich aan zou dienen, maar waar ze zich met plannen en scenario’s bestuurlijk en materieel niet op voorbereidden.

Het addertje dat Cummings onder het gras had gestopt had te maken met zijn bekentenis dat hij met zijn achtergrond nooit zo’n belangrijke functie in had moeten kunnen nemen. Het is de booby trap die Cummings in zijn getuigenis verstopt heeft.

Als de Conservatieven de onkunde van Cummings te uitdrukkelijk bevestigen, dan roepen ze twee vragen op. Namelijk over het feit dat premier Johnson ondanks waarschuwingen om het niet te doen Cummings tot zijn belangrijkste strategische adviseur benoemde. En hoe het dan zit met de succesvolle Leave-campagne in 2016 waarvan Cummings het genie was en die tot de Brexit leidde. Als de Conservatieven de geloofwaardigheid van Cummings te sterk aanvallen en hem afserveren als een incompetent buitenbeentje, dan vallen ze indirect ook de geloofwaardigheid van de Brexit aan en de argumenten die Cummings aandroeg en in het publieke debat gemeengoed werden.

PS: In het commentaar ‘Dominic Cummings valt Boris Johnson aan op aanpak pandemie. Was op 16 maart 2020 het idee van immuniteit achterhaald toen Mark Rutte zijn TV-toespraak hield? van 23 mei 2021 ging ik in op Cummings' kritiek over het bereiken van immuniteit. Dat werd in de week van 9 tot 16 maart 2020 met urgentie bespreken in regeringskringen. 

Door groepsdenken binnen de regering Johnson bestond het idee dat deze immuniteit de vraag van de zorg zou kunnen afvlakken. Als er weinig werd ingegrepen zou dat pieken in de gunstige zomerperiode van 2020 en als er meer werd ingegrepen zou dat pieken in de ongunstige winterperiode, de laatste maanden van 2020. Daarom ontstond het idee dat niet ingrijpen in de bestrijding het betere alternatief was. Want een Oost-Aziatische lockdown werd onmogelijk geacht voor het Britse publiek.  

Cummings steekt de hand in eigen boezem en meent dat dit een valse tegenstelling was. Op 16 maart 2020 hield de Nederlandse premier Mark Rutte een TV-toespraak waarin hij wees op immuniteit als middel om de pandemie te bestrijden. Hij was daar overigen niet helder in en kwam er later wat halfslachtig op terug. 

In het Verenigd Koninkrijk begon de regering vanaf donderdag 12 maart 2020 afstand te nemen van dat principe van immuniteit. In dit commentaar stelde ik de vraag waarom premier Rutte door zijn staf, het RIVM of zijn liaison met Westminster niet tijdig geïnformeerd was over de onbruikbaarheid van dat idee van immuniteit en waarom hij het op maandag 16 maart in zijn TV-toespraak noemde. 

Daarom verwachtte ik dat Cummings’ getuigenis in Nederland vragen zou oproepen over de stand van zaken binnen het Nederlandse kabinet op 16 maart 2020. Want de voorbereiding op een pandemie was in Nederland net als in het Verenigd Koninkrijk blijkbaar niet op orde. De informatie over immuniteit als middel om de pandemie te bestrijden die premier Rutte rond 16 maart 2020 van onder meer de wetenschappers van het RIVM, het OMT en het ministerie van Volksgezondheid kreeg was met de kennis van toen ook al onjuist. 

Dat is tot nu toe in de Nederlandse publieke opinie en politiek niet duidelijk uitgesproken. Ik opperde de mogelijkheid dat de hoorzitting met Cummings dat debat in Nederland over immuniteit kan doen herleven. 

Dominic Cummings valt Boris Johnson aan op aanpak pandemie. Was op 16 maart 2020 het idee van immuniteit achterhaald toen Mark Rutte zijn TV-toespraak hield?

Deel uit TV-toespraak van minister-president Mark Rutte op 16 maart 2020. Op site Rijksoverheid.

Het bovenstaande citaat is een nu wat weggemoffelde episode uit de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Mark Rutte sprak op 16 maart 2020 vanuit het Torentje het land toe in een TV-toespraak. Het werd vergeleken met premier Den Uyl die in 1973 het land via de televisie toesprak over de oliecrisis. Omdat er een olieboycot ingesteld was tegen Nederland volgden de autoloze zondagen. Dat geeft de ernst aan van zo’n toespraak. In uitzonderlijke gevallen houdt een premier zo’n toespraak op de publieke omroep om het land te informeren en voor te bereiden op overheidsmaatregelen.

Premier Rutte had het in maart 2020 over immuniteit. In het Engels wordt het ‘herd immunity’ genoemd. Het idee was toen dat als de kudde, een groot deel van de bevolking immuun was voor het virus de bevolking beschermd was. Later werd dit idee van het opbouwen van groepsimmuniteit verlaten omdat het te ongericht was en tot vele duizenden extra doden zou leiden. Het bleek in de praktijk niet maatschappelijk haalbaar en werkbaar te zijn.

Het noemen van dat streven naar immuniteit door premier Rutte tekende in het begin van de pandemie dat de volle ernst ervan nog niet duidelijk was en experts en bestuurders nog niet goed wisten wat de beste bestrijding was. Door vallen en opstaan zochten ze hun weg. De immuniteit bleek een doodlopende weg die daarna snel verlaten werd. Over grenzen heen keken landen naar elkaar om proefondervindelijk de beste bestrijding te vinden. In maart 2020 was er nog geen zicht op een vaccin dat pas aan het eind van dat jaar uit de testfase kwam en in productie kon worden genomen.

Deze fase van de bestrijding van COVID-19 is inmiddels een verstopte archeologische laag die 14 maanden later ondergeslipt is door nieuwe ontwikkelingen. We herinneren het ons nog half zonder er nog aandacht aan te besteden. Maar in het Verenigd Koninkrijk is het een explosief politiek middel.

Dat zit zo. Dominic Cummings was de belangrijkste strategische adviseur van premier Boris Johnson. Hij is briljant en controversieel. Hij was essentieel in de campagne voor het Brexit-referendum toen in 2016 tegen alle verwachtingen in het Verenigd Koninkrijk met een kleine meerderheid voor uittreding uit de EU koos. De Brexit. De slogan ‘Take Back Control’ die aan Cummings wordt toegeschreven speelde hierbij een grote rol. Maar hij was geen teamspeler en had voortdurend conflicten met andere functionarissen. In november 2020 stapte Cummings na druk van Johnson op als adviseur. De verwachting was dat zijn wraak later koud zou worden opgediend.

Die wraak kwam vanaf 17 mei 2021 in de vorm van een twitterstorm. Inmiddels heeft Dominic Cummings 42 tweets geplaatst over de aanpak van de pandemie door de regering Johnson. Hij noemt in tweet 17 die aanpak deels een ramp, deels niet bestaand. Hij claimt dat als competente mensen de leiding hadden gehad in de bestrijding, het misschien mogelijk was geweest om de eerste lockdown te vermijden en er “zeker” geen noodzaak zou zijn geweest voor lockdowns twee en drie. Politico vat het samen in een artikel.

De toon is gezet. Cummings zoekt de aanval. In de tweets 40-42 van 22 mei 2021 noemt hij het streven naar immuniteit in maart 2020 dat toen als kern van de bestrijding werd gezien. Dat is de eerste helft van maart toen premier Rutte (iets later) zijn toespraak hield waarin hij het over immuniteit had. Cummings valt premier Johnson trouwens niet zozeer aan over het foute plan om te streven naar immuniteit, maar over het feit dat hij achteraf niet wilde toegeven dat het een fout plan was of zelfs deel van de strategie was geweest om de pandemie te bestrijden.

Tweets van Dominic Cummings, 22 mei 2021

Dit geeft inzicht in de hectiek van maart 2020 toen verkeerd werd ingezet op de bestrijding door het streven naar immuniteit. Opvallend is dat Cummings zegt dat in de week van maandag 9 maart 2020 premier Johnson door deskundigen duidelijk werd gemaakt dat dit immuniteitsplan tot rampen zou leiden, terwijl in de week daarna premier Rutte op maandag 16 maart 2020 zijn TV-toespraak hield.

Dat roept de vraag op of premier Rutte en zijn liaison met het toenmalige EU-lid Verenigd Koninkrijk én de RIVM de signalen uit Downing Street of van de Britse evenknie van het RIVM niet tijdig hadden opgepakt. Het is interessant om die week van 9 tot 16 maart 2020 te reconstrueren en te beredeneren waarom Mark Rutte een toen al in het Verenigd Koninkrijk achterhaalde strategie, althans volgens Dominic Cummings, aan het Nederlandse volk als succesvol of kansrijk presenteerde.

In het Verenigd Koninkrijk wordt uitgezien naar het verschijnen komende woensdag 26 mei van Dominic Cummings voor de gezamenlijke onderzoekscommissie van de Health and Social Care Committee van het Lagerhuis. Centraal staat de besluitvorming over de bestrijding van COVID-19 in de eerste maanden van de pandemie. Cummings heeft zijn aanval op premier Johnson en Volksgezondheidsminister Matt Hancock in de twitterstorm voorbereid.

Ook voor Nederland kan het van belang zijn wat Cummings zegt. Als hij overtuigend kan maken dat in de tweede week van maart 2020 dat idee van immuniteit al achterhaald was, dan roept dat de vraag op waarom premier Rutte daarvan niet op de hoogte was en hij op 16 maart 2020 dat idee van immuniteit aan het Nederlandse volk presenteerde. Dat gaat dus niet zoals bij premier Johnson om de beschuldiging van het achteraf goedpraten of wegmoffelen van beleid, maar om informatievoorziening over de pandemie die met de kennis van 16 maart 2020 niet actueel en nauwkeurig was.

Debilisering NPO van Songfestival gaat gelijk op met schoffering van kunstsector door kabinet

Afgelopen weken besteedden de Nederlandse media veel aandacht aan het Eurovisie Songfestival waarvan vanavond 22 mei 2021 de finale in Rotterdam wordt gehouden. Ook de geschreven pers deed daar volop aan mee. Tekenend was dat NRC op 8 mei een special van 14 pagina’s maakte over het Songfestival en er daarna bijna dagelijks ruim aandacht aan besteedde. Ok, het is een interessant fenomeen, maar verdient het echt zoveel aandacht?

Oud-presentator Hans van Willigenburg heeft het in een stuk voor TPO over de debilisering van de publieke omroep NPO die de organisator is van het Songfestival. De titel van zijn artikel (achter betaalmuur) leest als een analyse van de psychische gesteldheid van de media en van de huidige stand van zaken van Nederland: ‘Debilisering NPO bereikt hoogtepunt tijdens de week van het Eurovisie Songfestival; Talkshowtafels worden uitstalkasten van prietpratende BN-ers en afzichtelijke zelfpromotie.’

Wat is hier aan de hand en wat verklaart de aandacht voor het Songfestival door de Nederlandse media die gerust buitenissig genoemd kan worden? Dat betreft zowel populaire als serieuze media.

Deskundigen met verstand van muziek geven toe dat muzikaal het Songfestival weinig voorstelt. Er wordt vals gezongen door zangers die niet zoals in de studio digitaal gecorrigeerd kunnen worden zodat het nog wat lijkt, een live orkest ontbreekt en in een poging om op te vallen wordt het streven naar goede muziek vaak vervangen door het streven naar extravagantie. Het Songfestival is de viering van de middelmaat. Het is voorspelbaar, ongevaarlijk, makkelijk en inwisselbaar. Dat verklaart wellicht de omarming ervan.

In een ingezonden brief in NRC vroeg een briefschrijver naar aanleiding van die vele aandacht voor het Songfestival of dat nog wel in proportie is. Hij vond van niet en zette dat af tegen het ontbreken van aandacht in de Nederlandse media voor de Koningin Elisabethwedstrijd in België waar dit jaar pianisten strijden om de eer. De finale is komende week van 24 tot 29 mei. De Vlaamse radiozender Klara besteedt er dagelijks van 20.00 tot 22.00 uur aandacht aan. Bij de laatste 12 halve finalisten was ook de Nederlander Aidan Mikdad. Een prima resultaat. Maar zelfs voor de chauvinistische Nederlandse media was dat onvoldoende om er aandacht aan te besteden.

Feit is dat Nederlandse media vele malen meer aandacht hebben voor het Songfestival dan voor het kwalitatief hoogstaande Koningin Elisabethwedstrijd waar een Nederlander hoge ogen gooide zonder dat het in Nederland wordt opgemerkt. Ook niet door de kwaliteitsmedia.

Ik beweer niet dat het Eurovisie Songfestival geen aandacht verdient. Het voldoet aan een behoefte en het is begrijpelijk dat mensen en media snakken naar verbindende evenementen. Dat verklaart wellicht mede de buitenissige aandacht na een periode van stilstand. Ik stel wel vragen bij de evenredigheid van de aandacht die in mijn ogen abnormaal is.

Het is vooral de NPO die financieel en programmatisch zwaar heeft ingezet op het Songfestival en het als zelfpromotie is gaan gebruiken om het eigen merk te promoten. Dit gaat niet meer over het Songfestival, dit gaat over de NPO die zichzelf op de borst klopt. Het Songfestival wordt door de publieke omroep tot aan de laatste druppel uitgeperst. Het lijkt er sterk op dat de andere media zich door deze opgeklopte gekte hebben laten meeslepen.

Het gaat verder dan de aandacht voor de competitie zelf en waaiert uit naar eindeloze achtergrondverhalen, talkshows over het Songfestival en Rotterdam dat deze week vanuit Hilversums perspectief als het centrum van de wereld wordt beschouwd.

Dat schrijnt omdat de publieke omroep die steeds commerciëler wordt dit tegen beter weten in ontkent. Het bewijs is de aandacht voor het Songfestival die niet verklaard kan worden door het belang van het Songfestival.

Hans Galesloot maakt korte metten met de schijnheiligheid en de leugens van de NPO in een ingezonden brief in NRC waarmee hij reageert op NPO-directeur Frans Klein die ontkent dat de NPO wordt gedreven door geld. Galesloot: ‘De NPO is een hybride omroep, die jaarlijks op het hoofdveld NPO1 150 tot 200 miljoen euro moet verdienen als onderdeel van de omroepfinanciering. (..) De wens om het bereik in de doelgroep 20-49 te vergroten heeft dus alles te maken met de financiering van de NPO. Het is hypocriet van Klein om dat feit te ontkennen. Hij moet wel degelijk een groot gedeelte van zijn zendtijd verkopen om de financiering van de NPO veilig te stellen.’ Het is niet onwillekeurig dat de NPO het Songfestival aangrijpt om de doelgroep 20-49 jaar ‘erbij te trekken’.

Het is geen toeval dat in de weken dat het kabinet de kunstsector achter aan liet sluiten bij het openen van de samenleving, door afzwakking van maatregelen om de pandemie te bestrijden, de publieke omroep buitenissige aandacht besteedt aan het Songfestival en de Koningin Elisabethwedstrijd zo goed als negeert. Zoals Van Willigenburg constateert heeft uit zelfpromotie en eigenbelang de debilisering de Nederlandse publieke omroep in bezit genomen. Om dat te verhullen liegen de NPO-bobo’s over de ware aard ervan en wisselen ze journalistiek en kunst in voor amusement dat kijkers die geld opbrengen bindt. Maar het is erger dan dat, de debilisering wordt door media en politiek de samenleving opgelegd.

Het is de eenzijdigheid om iedereen in dezelfde mal te willen stoppen die steekt. Bij de publieke omroep die commercieel handelt én de politiek. Het economisch denken is zo dominant geworden dat de inhoud eronder lijdt en er geen keuze is om uit te wijken naar kunst. Nieuwsconsumenten moeten uit diverse bronnen hun aanbod zelf bij elkaar hosselen.

 

Is de middelmatigheid van Hugo de Jonge nodig?

Minister De Jonge grapt over gebaar voor hamsteren tijdens persconferentie, april 2020.

Het is een cliché. maar alles is relatief. Neem nou de politiek. Hugo de Jonge is als minister van Volksgezondheid een voorbeeld van een middelmatig politicus. Zijn opereren in de COVID-19 is niet overtuigend. Zijn taalgebruik is omslachtig, niet precies en zit vol met slechte gewoonten. Een originele en autonome geest is daar niet achter te vinden.

Als Hugo de Jonge wordt doorgesneden, dan toont zich een leegte die wordt verhuld door gele Post-it notities met kreten die op zoek zijn naar betekenis die ze nooit zullen vinden.

Vorige week dinsdag kwam daar op een persconferentie over de pandemie De Jonge’s uitspraak bij dat Nederland wel ‘een dag zonder’ theaters en musea kan. De kunstsector vatte dat terecht op als een dolksteek in de rug. Ofwel, een aanval met woorden die minachting voor de kunst verraadt. In zijn middelmatigheid had deze minister vermoedelijk niet in de gaten welke betekenis zijn woorden hadden en hoeveel schade hij ermee aanrichtte. Vooral aan zijn eigen aanzien. Zijn rivalen zullen gesmuld hebben van zoveel onhandigheid.

Toch kan het nog slechter dan zo’n minister die als een stoethaspel onhandig over zijn eigen woorden struikelt en geen controle heeft over zijn beleidsterrein. Want zoals gezegd, alles is relatief. We hoeven maar naar rechts te kijken om types als voormalig president Donald Trump of het zelfbenoemde genie Thierry Baudet te zien die angstwekkender zijn dan een middelmatige minister. Zij zijn tegendraads, uitsluitend op zichzelf gericht en de rede voorbij. Ze laten zich kennen als vijanden van de democratie. Continu maken ze fouten zonder dat toe te geven. Want de fout ligt bij de ander, zo vertellen ze.

De subversie van Trump of Baudet is geen reden om de middelmatigheid van De Jonge niet publiekelijk te benoemen. Of de middelmatigheid van minister Ingrid van Engelshoven (D66) die zegt voor de kunsten op te komen zonder voor de kunst op te komen. Aftreden was haar redding geweest om geloofwaardig te zijn, maar dat lef miste zo. Zoals ze op al haar beleidsterreinen lef mist. De reeks middelmatige ministers in het demissionaire kabinet Rutte III is groot. Voor de volledigheid hun namen: Ollongren, Blok, Bijleveld, Van Nieuwenhuizen, Dekker en Grapperhaus.

Interessant is de vraag waarom er zoveel middelmatige ministers zijn. Hoe komt dat? Waren ze hun hele leven al middelmatig of zijn ze dat pas geworden door de gietvorm van de partijpolitiek waardoor ze misvormd zijn? Of doet het er niet toe? Moet de conclusie zijn dat een zeker volume aan middelmatigheid het noodzakelijke smeermiddel van het politieke bedrijf is? Als je de middelmaat weghaalt, dan verliest de constructie het verband.

Middelmaat kan daardoor opgevat worden als een noodzakelijke voorwaarde voor politiek. Het is het cement én het stootkussen dat zelfbenoemde genieën die met zichzelf op de loop gaan op afstand houdt. Wetenswaardig is om te beredeneren wat de optimale mix is van middelmatigheid die nodig is om net zoveel cement te bieden dat de constructie houdt, terwijl niet te veel wordt ingeboet aan kwaliteit. Een advies aan de informateur voor een volgend kabinet is om het met ietsjes minder middelmatigheid te doen. Want Hugo de Jonge is nogal verregaand middelmatig. Hij overdrijft het.

Bibliotheken gaan door lobby op 20 mei open. Musea en theaters niet. Hoe hebben ze hun zaak bepleit?

Bibliotheken zijn net als musea en theaters zogenaamde ‘doorstroomlocaties’. In het geleidelijk opheffen van de maatregelen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie was aanvankelijk het plan om de doorstroomlocaties vanwege tegenvallende cijfers nog gesloten te houden.

De Tweede Kamer was het daar voor wat de bibliotheken betreft niet mee eens ‘omdat de maatschappelijke functie te groot is’, met als gevolg dat op 20 mei de bibliotheken weer open mogen mits de cijfers dat toelaten. Daar lijkt het op dit moment op. Uit deze stellingname valt af te leiden dat de leden van de Tweede Kamer de maatschappelijk functie van musea en theaters minder groot achten en ze volgens hen een minder urgente maatschappelijke functie dan bibliotheken hebben.

Directeur Dirk Nijdam van Forum Groningen zegt over de opening van de bibliotheken het volgende: ‘Dat is een hele goede ontwikkeling. Ik had er een beetje op gehoopt en er was ook een lobby in gang gezet, landelijk, om de bibliotheken zo snel mogelijk open te doen. Het kan ook gewoon heel goed, gereguleerd, dus ja hartstikke mooi’. Hoe het gaat met cursussen en een expositie in het gebouw is volgens Nijdam nog even afwachten. Hij verwacht dat dit op korte termijn ook weer mogelijk is.

Nijdams woorden houden in dat door een goede lobby van de bibliotheeksector bij de Tweede Kamer de bibliotheken nu open mogen gaan als de cijfers dat toestaan. Dat roept de vraag op of een lobby van de museum- en theatersector zich afgelopen weken ook bij de Tweede Keer gemeld heeft om opening te bepleiten. En als die lobby er was, dan heeft die gezien het uitblijven van resultaat blijkbaar minder succesvol geopereerd dan de bibliotheeksector. Waarom dat verschil? Zegt dat iets over het professioneel opereren van museum- en theatersector?

Wat verklaart de apathie van de kunstsector? Gedachte bij foto [Man working in museum display], 1931

Harris & Ewing, [Man working in museum display], 1931. Collectie: Library of Congress.

Bij de opheffing van de restricties als gevolg van de bestrijding van de COVID-19 pandemie mag de kunstsector achter aansluiten. Minister Hugo de Jonge gaf de kunst een trap na door te concluderen dat we een DVD-tje op kunnen zetten vanwege dichte theaters. De reactie daarop van kunstbobo’s was fel, maar ik miste de beste reactie om deze neerbuigende houding van de CDA-minister te weerleggen. Namelijk waarom zouden kerken open moeten zijn als gelovigen thuis de bijbel kunnen lezen? Kerken waren vanaf het begin uitgezonderd van de strenge maatregelen. Godsdienst wordt door het kabinet als essentieel gezien en kunst niet. De kunstsector staat wel te kijk in de etalage.

De schoffering van de kunstsector door de politiek heeft me afgelopen week beziggehouden. Niet in de zin van geamuseerd, maar van zorgen gebaard. Boosheid en onbegrip strijden om voorrang.

Een en ander roept vragen op. Aan museummensen en kunstenaars. Waar zijn het Mondriaanfonds en de Museumvereniging nu de kunstsector onder druk ligt en we ze nodig hebben? Ze geven niet thuis. Ze lijken mentaal en financieel te afhankelijk geworden van de rijksoverheid zodat als ze moeten spreken ze zwijgen. Of alleen wat plichtmatig en kosmetisch sputteren voor de bühne. Doorpakken en zich ferm uitspreken door het ondubbelzinnig op te nemen voor de kunstsector zit er niet in. Straks ligt niet alleen de kunstsector op zijn gat, maar hebben deze twee instellingen die dicht tegen de overheid aanleunen elke geloofwaardigheid verloren. Dan zijn de kunsten nog verder van huis. Dan is de missie van de politiek geslaagd om de kunst nog verder in te perken.

Tweet van Museumvereniging met eigen antwoord, 15 mei 2021.

Ik vermoed trouwens dat de Museumvereniging door het plotselinge overlijden van directeur Mirjam Moll op 16 maart 2021 onthoofd is. Ook het bestuur (Irene Asscher-Vonk, Erik van Ginkel e.a) laat zich echter publiekelijk niet horen. Of gaat de moeder van Lodewijk Asscher nu via haar zoon in gesprek mat PvdA-informateur Mariëtte Hamer?

Zelfreflectie van de kunstsector en de ondersteunende instellingen is nodig. Ze schitteren door afwezigheid in het publieke debat. Dat is bizar. Met als gevolg dat bordelen, horeca, sportscholen en de evenementenbranche in het kabinet door goede lobby naar voren zijn gedrongen en de kunstsector door apathie achter aan kan sluiten. Het is onverteerbaar dat een sector zich zo gewillig naar de slachtbank laat leiden.

De kunstsector moet in actie komen. Met harde acties die er niet om liegen. De politiek heeft de kunstsector zo geschoffeerd dat stilzitten overgave en het tekenen van het eigen doodsvonnis is. Is het dan toch waar dat culturele instellingen slecht bestuurd worden, hopeloos verdeeld zijn en vooral het kunstinstellingenbeleid van de overheid schragen? Nederland kent geen solide kunstbeleid omdat er gewoonweg geen steun voor kunst is. Het lijkt er sterk op. Alleen acties vanuit de kunstsector kunnen dat beeld rechtzetten. Nu.

Politieke partijen schofferen kunstsector. Daar kan eenheid uit ontstaan door oprichting van een Partij voor de Kunsten

Racial purity is America’s security
Creator(s): Ku Klux Klan (1915- ), sponsor/advertiser
Date Created/Published: Denham Springs, La. : Ku Klux Klan, [between 1965 and 1980]

Er zijn historische voorbeelden dat eenheid ontstaat door een tegenstander die als gezamenlijk wordt beschouwd. Wat tot dan toe verdeeld was beseft ineens dan dat het met elkaar samen iets kan zijn. Het besef breekt dan door dat de onderlinge verschillen overbrugbaar zijn.

Denk aan het ontstaan van de Duitse eenheid in de vroege 19de eeuw die door pogingen van keizer Napoleon om staten als Beieren, Saksen en Württemberg te verenigen (onder Frans gezag) en de constructie van modelstaat Westfalen dichterbij kwam. In reactie. Of denk aan de pogingen van de Nederlanders om de eilanden in de Oost-Indische archipel te verenigen waar Indonesië in 1948 op voort kon borduren. Zonder die Nederlandse voorgeschiedenis was het in die vorm nooit gelukt.

Politieke eenheid ontstaat soms ondanks zichzelf en dankzij een gezamenlijke buitenstaander die gezien wordt als gemeenschappelijke vijand. Het is een klassieke wijze van opereren van politici om binnenlandse eenheid te smeden door het oproepen van het beeld van een buitenlandse vijand. Waar iedereen zich vervolgens tegen keert. Maar hier gaat het om iets anders, namelijk het ontstaan van eenheid of het besef van eenheid dat tot dan toe niet bestond.

De racistisch poster van de Amerikaanse Ku Klux Klan dateert uit de tijd dat deze beweging actief door de Amerikaanse regering werd tegengewerkt. Door tegenpropaganda en undercover acties die tamelijk succesvol waren. Daarnaast sprak de boodschap over raciale zuiverheid weliswaar een harde kern van racisten aan, maar keerden de meer gematigde burgers zich ervan af omdat het voor hen te ver ging.

Overigens is het wachten op het moment dat de pro-Trump beweging die zich tegen de Amerikaanse democratie keert eveneens te ver gaat en de steun van de kiezers in het midden verliest. Ogenschijnlijk is dat proces al in gang gezet voor wie de populariteitscijfers van president Biden van boven de 60% ziet. Hoewel Trump nog even populair blijft. Voor de Amerikaanse overheid is het lastiger om net als bij de KKK door anti-terrorisme infiltratie en tegenpropaganda deze beweging op de knieën te krijgen omdat het om een politieke partij gaat.

De gedachtensprong is welk onderwerp in de Nederlandse politiek zich leent voor het ontstaan van eenheid. De vervolgvraag is waarom de eenheid niet al is ontstaan rond bepaalde netelige onderwerpen. Zoals de Toeslagenaffaire. Die kwestie voldoet waarschijnlijk niet aan de voorwaarde voor het ontstaan van eenheid, omdat niet de hele politiek eraan deelnam.

Wel zo’n onderwerp dat het in zich heeft om een scala van gelijkgestemden en niet-gelijkgestemden te motiveren is de aversie, animositeit, vijandschap of in het beste geval het links laten liggen van de kunstsector door de gehele politieke klasse. Geen enkele politieke partij of politicus neemt het tot nu toe ondubbelzinnig op voor de kunst. Dat is opvallend.

Bordelen, caféterrassen, sportscholen, dierentuinen en winkels gaan in de derde golf van de COVID-19 pandemie open met vaak grote drukte van wachtende rijen tot gevolg, maar musea, schouwburgen en muziekpodia die in Nederland uiterst professioneel geleid worden en goed voorbereid zijn moeten nog even dicht blijven vanwege de pandemie. Dat is een regelrechte schande en een schoffering van de kunstsector. Een openbare oorvijg die aangeeft hoe in Nederland de politiek de kunsten waardeert.

Het lijkt bijna onvermijdelijk dat daar eenheid door ontstaat omdat het besef doorbreekt dat de kunst op het Binnenhof laag in de rangorde staat . Die eenheid zou zich kunnen manifesteren in de oprichting van een Partij voor de Kunsten.

Kunst heeft in Nederlandse politiek geen prioriteit. In het land der liegende politici is éénoog premier

Grete Stern: “Das Ewige Auge“, um 1950. Fotomontage, Silbergelatinepapier.

Het gebrek aan prioriteit dat het kabinet geeft aan de kunstsector is verbazingwekkend. De ons omringende landen hechten wel belang aan de kunst. Nederland niet. Waarom niet?

Het valt niet te begrijpen waarom het demissionaire kabinet Rutte III vindt dat musea en theaters achteraan de rij aan mogen sluiten bij het weer openen van de samenleving als gevolg van de COVID-19 pandemie. Het Parool bericht over de verwachte kabinetsbesluiten.


Dierentuinen, pretparken, sportscholen en verdere verruiming van de openingstijden van de al eerder geopende terrassen komen naar verwachting voor de openstelling van musea en theaters in de tweede helft van mei. Waarom is dat? Eerder waren de slijterijen en kerken open en de bibliotheken en musea dicht.

Hoeveel haat jegens de kunst kan een kabinet tonen en hoeveel haat jegens de kunst willen weldenkende burgers aanvaarden? Is de bodem onder een redelijke benadering van de kunstsector in het kabinetsbeleid al niet lang geleden weggevallen? Denk aan de botte bijl van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) die geen verbeelding aan de macht wilde, maar zelf last kreeg van zijn verbeelding toen hij loog bij president Poetin op bezoek te zijn geweest in diens buitenhuis. Liegen is de enige kunst die leden van de kabinetten Rutte zichzelf toestaan.

Collage, zonder titel of nadere gegevens.

Bij VVD, CDA en CU bestaat nu eenmaal weinig liefde voor kunst. Die partijen maken zich eerder sterk voor ondernemingen of kerken. Dat is begrijpelijk, dat zit in hun DNA. Maar waar blijft het zogenaamde kunstvriendelijke D66-smaldeel in het kabinet dat pretendeert het op te nemen voor de kunst? Ze zwijgen. De kunsten hebben op dit moment geen steun in het kabinet. De liefde ervoor ontbreekt daar ten enenmale.

Het is veelzeggend dat geen enkele Nederlandse politieke partij het ondubbelzinnig opneemt voor de kunstsector. Samen met restaurants en reisbranche zijn dat immers de door de pandemie zwaarst getroffen sectoren. Het kabinet Rutte III drukt vooral geestelijke armoede uit. Het interesseert zich als het erop aankomt geen lor voor de kunst. Het houdt van de overzichtelijkheid van de culturele woestijn.

Het gebrek aan liefde voor de kunst komt bovenop het stelselmatig liegen van premier Mark Rutte. Als hij zegt dat zijn liefde voor de kunst diep zit, dan weten we bij voorbaat dat hij liegt.

Het geluk voor de coalitie van VVD-CDA-D66-CU is dat de linkse en rechtse oppositie even ongeloofwaardig en richtingloos opereren en geen idee hebben hoe en met wie het de eigen prioriteiten kan realiseren. Het navelstaren en het continu met elkaar bezig zijn van de politieke partijen gaat ten koste van de samenleving. Niet in de laatste plaats van de kunstsector. In het land der liegende politici is éénoog premier.

Sonja van den Ende vindt Nederland een politiestaat. Feiten volgen uit haar pro-Poetin activisme

Vandaag stuitte ik op deze video. Het kanaal noch de geïnterviewde Sonja van den Ende kende ik. Zij presenteert zich als een Nederlandse journaliste. De media waarvoor ze zegt te werken zijn niet erg bekend en waaruit haar professionalisme bestaat is onduidelijk. Wel blijkt ze voor de Tehran Times artikelen te schrijven. Wikipedia noemt dat een nieuwsmedium met ‘nauwe banden met het [Iraanse] ministerie van Buitenlandse Zaken’.

Uit haar uitingen op Facebook en Twitter blijkt een duidelijke pro-Poetin en pro-Loekasjenko houding en een anti-EU en anti-Nederlandse houding. Van den Ende lijkt een niche gevonden te hebben in het politieke activisme dat haar profijt biedt. De opoffering om te kunnen functioneren is dat ze de feiten ondergeschikt maakt aan haar mening. Of liever gezegd, de mening waarvan ze denkt dat anderen vinden dat die ze moet verkondigen om bij de alternatieve media aan de bak te komen. Het is ook een carrière en een manier om geld te verdienen.

Mijn reactie bij de videoHybrid War Against Russia, Chaos in Europe, Nord Stream II’ van 16 april 2021 op het YouTube-kanaal van Regis Tremblay die net als Van den Ende een pro-Poetin en anti-EU houding aanneemt:

Sonja van den Ende doesn’t have the facts straight. She lets the facts follow from her opinion. What she does has nothing to do with journalism. She embarrasses journalism.

Dutch PM Mark Rutte survived a motion of no confidence against him in parliament (Tweede Kamer/ Lower House) because the coalition parties VVD-CDA-D66-CU supported him. They are the majority. So what Van den Ende says is not only contrary to the facts, but also to an elementary understanding of politics. It would not be possible for a Dutch prime minister to sit if a vote of no confidence has been passed against him in parliament. Rutte did receive a less severe vote of censure, which was passed by a majority. Whether Van den Ende confuses this or consciously sows untruth is unclear.

Her assessment that the Netherlands is a police state and that critics of the COVID-19 measures end up in jail is also contrary to the facts. Calling the Netherlands a police state is unworldly because almost all countries are then called a police state. The Netherlands scores high in international comparisons between countries in the field of the rule of law. The World Justice Project Rule of Law Index® 2020 places the Netherlands in 5th place, Germany in 6th place and the Russian Federation in 94th place (out of 128 countries). Those are the real facts.

The measures regarding COVID-19 play in the field of public health and have nothing to do with restrictions on freedom. Dutch parliament has passed a law that allows these temporary measures. As befits a workable democracy.

Sonja van den Ende is not a ‘reporter’ and certainly not an ‘independent reporter’ as her interviewer puts it. What she is remains to be seen. Someone who so demonstrably juggles with the facts does not deserve to be associated with journalism in any way. 

Van den Ende seems mainly a political activist from the pro-Putin school who, out of the idea of ​​weakening the EU and strengthening the Russian Federation, simply follows the talking points of the Kremlin. Without really realizing how trivial she is with her curious English.