Combinatie van onverdraagzame religie en ultra-rechtse politiek vormt gevaar voor democratie

Religie is een prima dekmantel om het meest erge te beweren. Iedereen kan zich beroepen op religie. Als de grondwet religie toestaat, dan kunnen radicalen dat oprekken tot aan het randje. Of eroverheen. Ze voelen zich veilig om vrijuit te spreken omdat religie hun die vrijheid geeft. Ze opereren onder de schijn van religie die dekking geeft. Ze maken misbruik van zowel religie als de grondwet.

Deze radicalen grossieren in haatspeech en radicale uitspraken die niet alleen tegen de grondwet ingaan, maar ook tegen de uitgangspunten van de religie die ze zeggen te vertegenwoordigen. Ze getuigen over compassie, menselijkheid, tolerantie en barmhartigheid, maar betuigen het omgekeerde: uitsluiting, haat, onmenselijkheid en racisme.

De paradox is dat de grondwet deze radicale predikers de vrijheid geeft om een loopje te nemen met de grondwet. Wie deze weeffout moet herstellen is de vraag, de hoge vertegenwoordigers van de godsdienst of de staat. Probleem met godsdienst is dat die doorgaans gefragmenteerd, gedecentraliseerd en geradicaliseerd is.

We zien de schijnheiligheid in de islam, het jodendom, het hindoeïsme en het christendom. Je zou zeggen, dat alleen is al een voldoende reden om geradicaliseerde delen van godsdiensten onder curatele te stellen. Maar dat gebeurt niet.

De combinatie van rechts-radicale politiek en inhumane geradicaliseerde godsdienst is ijzersterk en onaantastbaar, want de religieuze component geeft immuniteit en de politieke component invloed.

Zolang het om radicale religieuze buitenstaanders gaat is het gevaar voor de rechtsstaat verwaarloosbaar. Maar in de VS dreigt het op dit moment te ontsporen omdat radicale evangelische predikers de publiciteit bespelen en reactionaire katholieke bestuurders zijn doorgedrongen tot de kern van de macht.

Het Hooggerechtshof bevat op dit moment 4,5 reactionaire katholieke rechters (Samuel Alito, Clarence Thomas, Brett Kavanaugh, Amy Coney Barrett en Neil Gorsuch die katholiek is opgevoed, maar er onduidelijk over is of hij dat nog steeds is). De conservatieve opperrechter John Roberts is eveneens katholiek. Hoe dan ook is het vanuit het oogpunt van representatie en geloofwaardigheid opvallend dat een stroming als het katholicisme dat zo’n 20% van de bevolking uitmaakt zo sterk vertegenwoordigd is in het Hooggerechtshof.

In Nederland kan de anti-grondwettelijke en tegen het rechts-radicalisme aanleunende conservatief-christelijke SGP door de combinatie van rechtse religie en rechtse politiek hetzelfde bereiken als haar evenknieën in de VS. Deze partij benut de eigen potentie echter niet door een 19de eeuwse bedaagdheid en marketing. Tekenend is dat FvD een vluchtheuvel voor de meest geradicaliseerde SGP’ers is om de meerwaarde van religie als dekmantel voor radicale politiek te benutten.

Tot nu toe zijn de toenaderingspogingen tussen SGP en FvD niet van de grond gekomen. Dat is geen garantie dat het in de nabije toekomst niet gebeurt. Bijvoorbeeld als de SGP een nieuwe politieke leider krijgt die meer gericht is op machtspolitiek dan op getuigenis. Dan kent Nederland een eigen variant van een rechts-conservatieve godsdienst en een extreem-rechtse politiek die zich onaantastbaar en veilig voelt om de grondwet af te breken. Hoe dat gaat leert de VS waar reactionaire gelovigen de macht proberen te grijpen en gematigde en progressieve bestuurders het nakijken hebben. Juist vanwege het gezag van religie waarachter radicalen zich verschuilen.

Christelijke retoriek van SGP’er Kees van der Staaij. Met het label ‘doorgedraaid autonomiedenken’ tracht hij politieke opponenten te vloeren, maar vloert uiteindelijk zichzelf

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Mijn reactie op de Facebook-pagina van het Reformatorisch Dagblad bij het artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ van 14 mei 2022:

Van der Staaij verwijt een meerderheid van de Nederlanders autonomiedenken. Hij noemt het zelfs ‘doorgedraaid autonomiedenken’. Hij vindt het blijkbaar niet voldoende om het oneens te zijn met pro-choice aanhangers, maar vindt het nodig om ze een trap na te geven door hun denken ‘doorgedraaid’ te noemen. Het is de vraag of die neerbuigendheid spoort met de waarheid van het evangelie dat hij aanhangt.

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Van der Staaij verklaart zich hiermee tot de spookrijder van de Nederlandse samenleving. Als vertegenwoordiger van een minderheid probeert hij een meerderheid zijn wil op te leggen tegen de logica, de politieke realiteit en de menselijke welwillendheid in.

Van der Staaij beseft niet hoe tegenstrijdig hij is als hij het autonomiedenken van zijn politieke opponenten kleineert en suggereert dat het evangelie van een orthodox-christelijke minderheid hem dat toestaat.

Van der Staaij draait het om. Hij is in de war. Hij hangt het autonomiedenken van een orthodox-christelijke minderheid aan dat door mensen is geconstrueerd en claimt zonder enige onderbouwing dat dat niet-menselijk is. Maar zijn verticalistisch niet-autonomiedenken is uiteindelijk horizontaal autonomiedenken.

Van der Staaij zet zijn christelijke dogmatiek oneigenlijk in als hij een meerderheid van autonomiedenkers die meerderheid ontzegt door ze buiten de orde te willen plaatsen. Met zijn bizarre denken plaatst Van der Staaij zich echter zelf buiten de orde en buiten een betamelijke politiek-maatschappelijke discussie.

Van der Staaij is de goochelaar die bij gebrek aan argumenten van alles uit zijn hoge hoed tovert om het publiek zand in de ogen te strooien. Van der Staaij is onheus.

Christenen moeten beseffen dat er weinig overblijft van hun geloof als het gekaapt wordt door onbarmhartige, rechts-radicale hardliners

Schermafbeelding van deel artikelLieve, snoeiharde christelijke reageerders, wil je echt dat jouw ideeën werkelijkheid worden?‘ van Dick Schinkelshoek in het ND, 4 februari 2022.

Het is niet allesbepalend of iemand christelijk is. Het gaat erom hoe iemand in het leven staat en omgaat met anderen. Mensen hebben meerdere identiteiten. Hun geloof of levensovertuiging is er daar één van. Maar daar behoort het niet mee op te houden. Het is ongelukkig dat een allesbepalende identiteit alle andere identiteiten van een persoon bepaalt. Daarmee doet een individu zichzelf tekort en perkt het het menszijn onnodig in.

Dick Schinkelshoek is chef redactie geloof & kerk van het Nederlands Dagblad. Hij houdt in het opinie-artikelLieve, snoeiharde christelijke reageerders, wil je echt dat jouw ideeën werkelijkheid worden?‘ van 4 februari 2022 een pleidooi voor medemenselijkheid binnen het Nederlandse christendom. Hij laat een redelijk geluid horen.

Dat is moedig binnen de gepolariseerde protestante reformatorische kringen waar veel gelovigen zijn gepolitiseerd en onder de invloed van ofwel orthodoxie, ofwel conservatisme, ofwel rechts-radicalisme, ofwel rechts-extremisme zijn geraakt.

Ze doen wat Schinkelshoek signaleert, namelijk snoeihard zijn en niet naar andersdenkenden luisteren. Zelfs als die anderen uit eigen kring komen, maar een ‘mildere’ opstelling kiezen. In de VS verlaten deze ‘mildere’ of meer progressieve, voornamelijk jongere gelovigen de witte evangelische kerken die zich naar hun idee hebben overgeleverd aan het meedogenloze racistische denken van het Trumpisme. In Nederland bestaan contacten tussen de rechts-extremistisch partij FvD en conservatieve christenen in de theocratische SGP. (Overigens ben ik van mening dat onderzocht moet worden of deze beide partijen ontbonden kunnen worden).

Schinkelshoek voert een somberende vriend op die zegt: ‘Soms lijkt het dat na alle kerkverlating alleen nog gekkies in de kerk zijn achtergebleven‘. Schinkelshoek voegt toe dat hij ‘ernstig hoopt dat hij ongelijk heeft, dat de kerk ook vandaag meer te bieden heeft dan schreeuwende fundi’s en liefdeloze radicalo’s’, maar hij beseft dat hij ongelijk heeft. De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Gekkies hebben de overhand gekregen binnen de kerken. Die zijn gekaapt door schreeuwerds en liefdelozen.

Schinkelshoek komt tot zijn gedachten na het zien van het eerste seizoen van de serieThe Handmaid’s Tale‘ (2017- ….) dat is gebaseerd op het boek van de Canadese schrijfster Margaret Atwood. Het speelt zich af in de christelijke dictatuur Gilead die de Amerikaanse republiek heeft verdrongen. Bij gebrek aan geboorten worden dienstmaagden met een beroep op God door hoge functionarissen, ‘commandors’, verkracht met als opzet om kinderen te baren. Dat is het systeem.

Sterk aan de eerste twee seizoenen van ‘The Handmaid’s Tale‘ is het uitvergroten van christelijke hypocrisie die kan bestaan binnen een structuur waar godsdienst, politiek, schijnheiligheid en dictatuur samengaan. De latere seizoenen wisselen kritiek op dit christelijke (waarden)systeem in voor de individuele ontwikkeling van hoofdpersoon June en verliest daardoor aan zeggingskracht.

De christenen of pseudo-christenen van Gilead praten met zalvende woorden hun snoeiharde, onmenselijke gedrag goed. Tot en met moorden en verkrachtingen. De serie ‘The Handmaid’s Tale’ laat goed zien dat godsdienst die in verkeerde handen valt en wordt gekaapt door gepolitiseerde kerkleiders een sterk wapen is waar verzet tegen moeilijk is. Dat is het duale gebruik van godsdienst. Het kan goed én verkeerd ingezet worden. Als het laatste het geval is, dan komt er een ongekende kracht vrij die in eeuwen opgebouwd is.

Hoe bestrijdt men een vermeende hogere macht die onbereikbaar en anoniem is, beschermd wordt door traditie en voor verkeerde doeleinden wordt ingezet? Mijn reactie op de FB-pagina van het Nederlands Dagblad bij Schinkelshoeks artikel:

Still uit ‘The Handmaid’s Tale‘, 2017 (eerste seizoen). Credits: HULU/BARBARA NITKE.

Compassie is voor vele conservatieve christenen niet weggelegd. Het is nog kwalijker, ze zoeken aansluiting bij extreem-rechts. Dus bij een politieke stroming die een gedachtenwereld heeft die haaks staat op het evangelie van Jezus. Dat schuurt. 

Net zoals Nederlandse moslims wordt gevraagd om afstand te nemen van het islamisme, zouden Nederlandse christenen gevraagd moeten worden om afstand te nemen van dat christelijk rechts-extremisme. Dat gebeurt niet. Er wordt echter wel een poging gedaan om een godsdienst te kapen en in radicaal politiek vaarwater te brengen. 

Komt die terughoudenheid van christelijke kerkleiders door een gebrek aan zelfreflectie, gebrek aan durf, onderlinge verdeeldheid, een verkeerde opvatting over wat christenheid is of door het verkeerd begrijpen van de eigen tijd? 

Nederlandse gelovigen hebben het moeilijk omdat ze met steeds minder zijn, hun macht afneemt en hun vanzelfsprekende voorrechten van voorheen geleidelijk verdwijnen. 

Het geloof is steeds meer vergelijkbaar met kunst: een culturele uiting. Dat besef kan christenen bevrijden van de ratrace om macht uit te oefenen. Ze kunnen terugkeren naar de kern van hun geloof: zingeving, troost en het zoeken van verbinding in eigen kring. Dat is de bevrijding die voor Nederlandse christenen een zegen in vermomming kan zijn. Verdieping in plaats van verbreding. 

Hoe onbelangrijker in maatschappelijke zin het christendom wordt, hoe belangrijker het in de kern kan zijn. Daar ligt de winst. Niet in het najagen van doelen die door demografische en culturele ontwikkelingen zijn afgesloten. Tel je zegeningen, christenen, en doe het goede wat binnen je bereik is. Laat je niet opjagen en uit elkaar spelen door rechte extremisten die alleen maar het geloof willen kapen voor eigen doeleinden. 

Het laatste taboe: het benoemen van de monotheïstische godsdiensten als complottheorie

Heidendom, in Azië: De Ghetti sekte in Singapore. Leden van deze sekte komen eens per jaar samen om zich ernstig te kastijden om te boeten voor hun zonden. Singapore, 1934. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

In reactie op filosoof en theoloog Gerko Tempelman die in een artikel in NRC complottheorieën relativeerde omdat ze bij de aangesprokenen slechts zouden aanzetten tot ‘reflectie’ schreef ik in een commentaar van september 2020:

'Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.'

Het is het raadsel van de moderne geschiedenis dat de monotheïstische godsdiensten niet als complottheorie worden gezien. Terwijl ze er alle kenmerken van vertonen.

Deze godsdiensten die ooit ontstonden in het Midden-Oosten doen een beroep op bovennatuurlijke krachten; ze maken feiten ondergeschikt aan speculaties; ze leggen geen verantwoording af noch geven uitleg over het eigen bestaan en de constructie die tot dat bestaan leidde; de constructie is niet dwingend en sluitend te verklaren, maar gebouwd op verbanden tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat, er zijn eenvoudigweg andere oorzaken voor aan te voeren.

Wat de zaak betreft zijn de monotheïstische godsdiensten complottheorieën. Dat ze zo niet worden gezien in het publieke debat houdt verband met twee aspecten: ze zijn ‘too big to fail‘ vanwege de dominante positie die ze in eeuwen hebben weten op te bouwen en deze positie wordt door politieke en maatschappelijke machten geschraagd. Tegenspraak wordt bij voorbaat het zwijgen opgelegd.

Zelfs welwillende theologen als Tempelman stellen niet de vraag of hun godsdienst een complottheorie is. Evenmin willen ze erkennen dat hun godsdienst een goedwillende menselijke constructie is. Dat debat wordt geblokkeerd en als een blikje verder de weg opgeschopt.

De monotheïstische godsdiensten hebben zich boven de orde van de rationele beschouwing weten te plaatsen. Zelfs religiecritici geven in hun onbewuste verdraagzaamheid deze godsdiensten het voordeel van de twijfel. Dat hebben ze in de landen waar ze opereren voor elkaar weten te krijgen door machtsvorming en door de slimme constructie die ingebakken is in deze godsdiensten. Namelijk dat ze rationeel niet te verklaren kunnen zijn. Dat is een win-win situatie omdat er zo nooit verantwoording over het eigen bestaan en constructie afgelegd hoeft te worden.

Deze godsdiensten hebben vanaf het begin van hun bestaan het op een akkoordje gegooid met de wereldse macht, zodat concurrerende godsdienststromingen werden bestreden, zijzelf het centrum van de macht konden bereiken en van daaruit hun positie verder konden uitbouwen en de wereldse macht die de godsdienst legitimeerde ritueel erdoor werd gesteund met sacrale bezweringen die de bevolkingen het stilzwijgen oplegden en alle kritiek en een onpartijdige evaluatie deden verstommen.

De ‘g‘ van de monotheïstische godsdiensten werd in eeuwen gevestigd. De beeldvorming werkte in het voordeel van deze gevestigde godsdiensten door concurrenten buiten de deur te houden en die in een ‘mindere’ categorie van het heidendom te plaatsen, zoals beide foto’s bij dit commentaar illusteren.

In het Westen is het boven de orde verheven zijn van de monotheïstische godsdiensten sinds het eind van de 20ste eeuw aan het veranderen. Hun politieke machtspositie is verzwakt doordat christelijke partijen aan macht hebben ingeboet; hun morele macht is afgenomen door schandalen en politieke machinaties die naar buiten zijn gekomen; demografische ontwikkelingen zoals individualisering en afgenomen vertrouwen in gemeenschapsdenken, en beter onderwijs hebben geleid tot een verminderd vertrouwen in autoriteit en een groter vertrouwen in het eigen oordeel wat de ontkerkelijking heeft aangejaagd; religie als traditioneel dominante vorm van zingeving concurrentie heeft gekregen van andere maatschappelijke uitingen als sport, media en kunst die in dezelfde behoefte voorzien als de monotheïstische godsdiensten.

Het raadsel is dat ondanks de verzwakking in het Westen van de monotheïstische godsdiensten ze nog steeds boven de orde staan en niet op hun kenmerken worden beoordeeld. Het is nog steeds een taboe om ze een complottheorie te noemen. Zelfs een debat dat de vraag centraal stelt of deze godsdiensten een complottheorie zijn is nu nog een taboe. Dat speelt in de context van een breed maatschappelijk debat dat steeds kritischer wordt op het bestaan van complottheorieën. Dat straalt indirect af op de monotheïstische godsdiensten.

Het is de vraag hoe lang het niet stellen van deze vraag gehandhaafd kan blijven. Want aan alle kanten ligt de geloofwaardigheid van deze godsdiensten als maatschappelijke factor onder druk. Ze boeten in aan externe macht en innerlijke zeggingskracht. Ze zullen op termijn culturele organisaties worden die een niche vormen, maar in de samenleving niet meer de rol van betekenis spelen die ze ooit hadden. Daardoor valt hun maatschappelijke en politieke bescherming weg en opent zich de weg om in alle openheid de historische en filosofische vraag te stellen: zijn de monotheïstische godsdiensten geconstrueerd als complottheorie?

Zeeland heeft juridische middelen om Antwerpse haven plat te leggen. Durft het dat?

Schermafbeelding van deel redactioneel Liever gestrekt been dan grimlach‘ in PZC, 3 september 2021.

In een commentaar van 25 juni 2021 schreef ik dat de kankerwerkende stof PFAS de ontpoldering van de Hedwigepolder op losse schroeven zette. Het zorgt in elk geval voor beweging en onzekerheid in dit dossier dat gesloten leek. Grensoverschrijdende milieuverontreiniging vanuit de Antwerpse haven en het zo goed als ontbrekende optreden van Vlaamse overheden lijkt alles weer in beweging te zetten.

Vooral PZC-journalist Theo Giele zit goed in dit dossier. Hij schreef in een artikel op 22 juni 2021: ‘De hoge concentraties PFAS in de Westerschelde kunnen de discussie over de ontpoldering van de Hedwigepolder opnieuw doen ontvlammen. Moet je verontreinigd Scheldewater de polder in laten stromen?’

Dit gaat verder dan de Hedwigepolder. Giele constateert dat de PFAS-problematiek of de grensoverschrijdende vervuiling vanuit België breder is dan de problematiek van de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vele gemeenten aan de Westerschelde maken zich grote zorgen over de gezondheid van hun inwoners door vervuiling met het kankerverwekkende PFAS.

Hoe de Vlaamse regering en de provincie Antwerpen jarenlang hebben weggekeken maakt de jarenlange illegale lozing van vervuilende stoffen in de Schelde door het Amerikaanse 3M in het Antwerpse Zwijndrecht duidelijk. ‘De provincie Antwerpen bleek vorig jaar zonder gedegen onderzoek naar milieueffecten en zonder Nederlandse autoriteiten op de hoogte te stellen een eeuwigdurende omgevingsvergunning aan het chemiebedrijf 3M te hebben verleend‘, zo concludeert Giele in de inleiding van zijn interview in de PZC van 4 september 2021 met de Vlaamse juriste  Isabelle Larmuseau. Deze voorzitter van Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht (VVOR) meent dat Nederland met een beroep op artikel 159 van de Belgische Grondwet de hele Antwerpse haven plat kan leggen:

Schermafbeelding van deel artikel3M is geen uitzondering: ‘Nederland kan heel de Antwerpse haven plat laten leggen’ in de PZC van 4 september 2021

Dit juridische middel om de Antwerpse haven plat te leggen geeft Nederland een wapen in handen om druk te zetten op Vlaanderen. Dat kan aan kracht winnen als de provincie Zeeland die het meest geraakt wordt door het nalatige milieubeleid van de Vlaamse overheden en dus een duidelijk belang heeft op haar beurt de Nederlandse regering onder druk zet.

De nieuw aangetreden minister van Infrastructuur en Waterstaat Barbara Visser heeft in haar vorige functie als staatssecretaris van Defensie veel kwaad bloed gezet in Zeeland met haar leugens en geheim overleg over de Marinierskazerne in Vlissingen die uiteindelijk voorbijgingen aan de belangen van de provincie. Zij heeft dus nog wat goed te maken tegenover Zeeland.

De tragiek van een kleine provincie als Zeeland is dat het doorgaans geen middelen heeft om af te dwingen dat het een gesprekspartner is die door anderen serieus wordt genomen. Zowel de Vlaamse overheden die jarenlang het Zeeuwse provinciebestuur en de Zeeuwse gemeenten hebben genegeerd door ze niet te informeren over grensoverschrijdende vervuiling in de Westerschelde als de Nederlandse regering hebben zich als punt bij paaltje komt niets gelegen laten liggen aan Zeeuwse belangen. Zoals de ontpoldering van de Hedwigepolder waar de meerderheid van de inwoners en de Zeeuwse overheden tegen was. Andere belangen wegen politiek en economisch zwaarder.

Nu heeft Zeeland dat machtsmiddel wel. Het kan de Antwerpse haven platleggen. Dat is nieuw. De Zeeuwse bestuurders moeten nog leren om dat middel zelfbewust in te zetten en zich niet opnieuw door de machtspolitiek van Den Haag én Antwerpen laten paaien met loze beloften. Zeeland moet er met gestrekt been ingaan zoals het redactioneel van 3 september 2021 van de PZC zegt (zie bovenaan).

Het Zeeuwse provinciebestuur heeft Vlaanderen een ultimatum gesteld, zoals blijkt uit de reacties van Zeeuwse bestuurders die eindelijk wakker zijn geworden. De coalitie in de Staten en de Zeeuwse Milieufederatie hebben zich hierbij aangesloten. Dit gaat in de eerst plaats over de volksgezondheid van de Zeeuwen, maar ook over de emancipatie, bestuurlijke kordaatheid en zelfverzekerdheid van Zeeuwse bestuurders. Durven ze het deze keer hard te spelen door de schroom van zich af te werpen en alle juridische middelen in te zetten die ze hebben?

Kankerverwekkend PFAS in Westerschelde zet ontpoldering Hedwigepolder op losse schroeven

Schermafbeelding van deel artikelKankerverwekkend PFAS in de Westerschelde: moet je de Hedwigepolder met verontreinigd water laten volstromen?‘van Theo Giele in de PZC, 22 juni 2021.

Update 17 mei 2022: Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft vandaag in een door SP en D66 ingediende motie besloten dat de Hedwigepolder voorlopig niet onder water wordt gezet in verband met de mogelijke vervuiling met PFAS van de Westerschelde ’nadat de resultaten van de lopende onderzoeken naar Pfas bekend zijn en vaststaat dat geen negatieve effecten optreden voor de natuurontwikkeling en een gezonde leefomgeving’.

Als geboren Zeeuws-Vlaming ben ik altijd een fervent tegenstander geweest tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder. Die polder onder de rook van het Antwerpse havengebied. Het werd verkocht als natuurcompensatie, maar was feitelijk het verraad van milieuverenigingen die vanwege het economisch belang van de Antwerpse haven met programma’s, compensatie en geld werden gekocht. Chris De Stoop beschreef het verraad van de milieubeweging in zijn boekDit is mijn hof‘.

Zo ontstond een kongsi van Antwerpse havenbaronnen met Nederlandse milieuverenigingen die de Nederlandse en Zeeuwse politiek overrulden en zich keerden tegen de boeren en Zeeuwen.

Ik heb er sinds 2011 talloze commentaren aan besteed. Een ervan leidde tot kamervragen over de veiligheid van de binnen- en zeevaart op de Westerschelde waarover ik contact had met toenmalig PvdA-kamerlid Lutz Jacobi, de huidige directeur van de Waddenvereniging. Ik herhaal mijn conclusie van dit commentaar uit 2016 omdat die de kern van mijn bezwaar tegen de ontpoldering geeft:

De problemen zijn terug te brengen tot het economisch belang van de Antwerpse haven waar alles voor moet wijken. Inclusief de veiligheid ondanks de sussende woorden van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie dat wel een loodsplicht noemt, maar geen snelheidsbeperking voor zeevaartschepen. Door afspraken van de Scheldeverdragen van 2005 is de Westerschelde verdiept tot 13.10 meter. Met als gevolg dat grotere, diepere en snellere zeevaartschepen naar Antwerpen kunnen varen. Met alle veiligheidsproblemen van dien die de binnenvaartschippers in hun reacties aankaarten. De verdieping van de Westerschelde heeft voor Zeeland ongunstige neveneffecten gehad, zoals het verlies aan natuur dat het volgens afspraken van de Natura 2000 richtlijn moet realiseren op eigen gebied en de veiligheid van de scheepvaart waarvoor zoals blijkt door snelheidsbeperkingen geen afspraken gemaakt kunnen worden omdat dat blijkbaar niet in Belgisch belang is.
Terwijl de Vlaamse regering er de economische lusten van draagt moet Zeeland de lasten dragen door de Hedwigepolder als natuurcompensatie af te stoten als landbouwgrond. Wat Zeeuwen met de herinnering aan de ramp van 1953 door de ziel snijdt. Het is zover kunnen komen door het systeemmatig zwakke bestuur van de provincie Zeeland en het relatief kleine belang van deze provincie in Den Haag. Toen de Zeeuwse Jan Peter Balkenende in 2002 premier werd was het kwaad al geschied. Hij kon met de Zeeuwse CDA’er Ad Koppejan dit dossier politiek en juridisch niet meer redden, maar alleen rekken. Dat geeft aan wie het op de Westerschelde voor het zeggen heeft: België. De Vlaamse kolonisatie van de Westerschelde is de afgelopen decennia door Nederland geen halt toegeroepen, maar eerder toegenomen. De politiek laat het gebeuren. Zoals ontpoldering van de Hedwigepolder tegen Zeeuwse wensen in en marginalisering van de binnenvaart op de Schelde leren.

Theo Giele heeft recent in de PZC een reeks artikelen geplaatst over de vervuiling door kankerverwekkend PFAS in de Zeeuwse waterwegen, zoals het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Westerschelde. Bovenstaand artikel leidt hij als volgt in: ‘De hoge concentraties PFAS in de Westerschelde kunnen de discussie over de ontpoldering van de Hedwigepolder opnieuw doen ontvlammen. Moet je verontreinigd Scheldewater de polder in laten stromen?’

Kortom, de hoge concentratie PFAS is een nieuw argument tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vervuiling in algemene zin was altijd al een argument tegen ontpoldering, maar vervuiling met PFAS geeft er een nieuwe dimensie aan. Het schrijnende is dat de industrie van de Antwerpse haven altijd al verantwoordelijk was voor de vervuiling, maar er niet verantwoordelijk voor werd gehouden. Want de Westerschelde ligt stroomafwaarts van Antwerpen.

Hoe dan ook wordt de vervuiling met PFAS door tegenstanders van de ontpoldering zoals de SGP aangegrepen om dit dossier opnieuw te openen. Theo Giele zegt in een artikel van 24 juni 2021 dat de SGP op die dag kamervragen heeft gesteld aan minister Cora van Nieuwenhuizen: ‘Kamerlid Chris Stoffer vroeg of de hele ontpolderingsoperatie niet in strijd is met de Wet Bodembescherming. Er zal immers vervuild Scheldewater de polders instromen’. Het CDA-statenlid Frank Peter Kuijpers liet al eerder van zich horen en twitterde op 22 juni 2021:

Tweet van Frank Kuijpers, 22 juni 2021.

Giele constateert terecht dat de PFAS-problematiek breder is dan de problematiek van de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vele gemeenten aan de Westerschelde maken zich grote zorgen over de gezondheid van hun inwoners door vervuiling met het kankerverwekkende PFAS.

Het is de logica van de zogenaamde natuurcompensatie waarvan de hypocrisie nu volop aan de oppervlakte komt. De achterliggende oorzaak voor de ontpoldering van de Hedwigepolder was nooit het compenseren van natuur, maar het dienen van het belang van de Antwerpse haven (via verdieping van de Westerschelde) zonder dat dit verband rechtstreeks gelegd mocht worden. Nu de vervuiling door die haven de natuurcompensatie in gevaar brengt blijkt duidelijk hoe rechtstreeks dit verband werkelijk was. Letterlijk en figuurlijk een vies zaakje dat stinkt.

Er is de afgelopen 10 jaar in dit dossier krom en onzuiver geredeneerd. De oppositie tegen de ontpoldering werd met een machtsspel onder leiding van de Vlaamse overheid en de Antwerpse haven onschadelijk gemaakt. De PFAS-problematiek opent het dossier opnieuw van een ontpoldering die nooit goed voelde en de hypocrisie en de niet valide argumenten ervan opnieuw onder de aandacht van politiek en publiek brengt.

Hoekstra roept vragen op over zijn functioneren door PvdA en GroenLinks gelijk te stellen met PVV en FvD

Schermafbeelding van deel artikelKabinetsformatie nog steeds muurvast: het lukt partijleiders niet om over eigen schaduw heen te springen‘ in de Volkskrant, 21 juni 2021. Verslag Avinash Bhikhie en Natalie Righton.

Laat mijn positie duidelijk zijn, de PvdA vind ik een partij die het sociaal-democratische gedachtengoed in de uitverkoop heeft gedaan en GroenLinks heeft naar mijn idee door Kauthar Bouchallikht te selecteren als kamerlid de verkeerde afslag genomen. Ze is niet geloofwaardig in het weerleggen van de aantijging dat ze sympathieën voor de radicale islam heeft. Dat verwijt blijft daarom boven GroenLinks hangen en beschadigt het beeld van een partij die ondubbelzinnig democratisch is.

Afkeer van deze twee linkse partijen heb ik echter niet. Ze hebben bestaansrecht, maar vullen dat naar mijn idee op dit moment verkeerd in. Ze verkwanselen in mijn ogen hun eigen potentie. Dat vertaalt zich in hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Ondanks dat ben ik toch van mening dat deze twee partijen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de Nederlandse politiek. Op voorwaarde dat ze beter dan nu in vorm zijn én meer krachtige en overtuigende leiders naar voren schuiven. Vooral de PvdA heeft een langere traditie dan GroenLinks.

In mijn ogen heeft FvD geen bestaansrecht in de Nederlandse politiek. Het is een anti-democratische partij met uitgangspunten die niet binnen de democratische rechtsstaat passen. In een commentaar van 16 maart 2021 schreef ik op de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer het volgende:

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.
Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

De opinie van CDA-leider Wopke Hoekstra die de Volkskrant noteert is dat hij evenveel afkeer heeft om samen te werken met GroenLinks en PvdA als met PVV of FvD. Deze uitspraak roept sterke twijfels op over het politieke inzicht van Hoekstra. Het is tevens een echo van zijn botte opmerkingen over Zuid-Europa in maart 2020 als minister van Financiën. In een reactie noemde de Portugese premier Costa Hoekstra’s opmerkingen ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’.

Hoekstra’s opmerkingen over de PvdA en GroenLinks zijn eveneens ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’. Heeft Hoekstra met de belediging van beide linkse partijen een politiek doel, zoals het ontmoedigen om nog aan de formatie deel te nemen? Eerder het omgekeerde lijkt het geval.

Hoekstra laat zich door zijn uitspraak kennen als een botte en sociaal onhandige persoon. Hij strijkt PvdA en GroenLinks én formateur Mariëtte Hamer ermee tegen de haren in zodat beide partijen zich naar verwachting met z’n tweeën nog standvastiger zullen opstellen om samen de formatiebesprekingen te voeren.

DEN HAAG – Wopke Hoekstra staat de pers te woord na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Juni 2021. Credits: ANP Robin Utrecht.

De kille Hoekstra bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt en is dus ook een ondoelmatig politicus. Als persoon die de sfeer goed moet houden in de lastige en vermoeiende formatie en als politicus die resultaten moet boeken valt Hoekstra door de mand.

Hoekstra laat zich kennen als een rechtse politicus die hoegenaamd het verschil niet kent tussen de zes partijen (VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU) die deel uitmaken van de formatiebesprekingen doordat ze zijn uitgenodigd door informateur Hamer én PVV en FvD. Of hij doet alsof hij het verschil niet kent. Dat is kinderachtig van hem.

Blijft de achterban van het CDA zwijgen over de uitspraak van Hoekstra? Hoe valt het bij de leden in de regio die decennialang goed hebben samengewerkt met de PvdA dat deze partij wordt gelijkgesteld aan de ultrarechtse FvD die de democratie wil afschaffen? Door het vertrek van kamerlid Pieter Omtzigt en de fluistercampagne van de CDA-top tegen hem en de verrechtsing van de partij onder leiding van Hoekstra is het CDA toch al tot op het bot verdeeld. Wat bezielt Hoekstra om daar onnodig een nieuw strijdpunt aan toe te voegen?

Het lijkt er sterk op dat Wopke Hoekstra als leider van een instabiele partij lijdt aan zelfoverschatting. Wellicht denkt hij dat de aanval de beste verdediging is omdat hij door de PvdA en GroenLinks aan te vallen afleidt van de beeldvorming over een verzwakt CDA. Wie weet. Tegelijk roept Hoekstra met zijn uitspraak die door beide linkse partijen als belediging opgevat wordt, en feitelijk onnodig is omdat het geen doel dient, vragen op over zijn beoordelingsvermogen, politieke vakmanschap, leiderscapaciteiten en karaktereigenschappen als persoon die niet weet hoe hij zich sociaal moet gedragen.

Antwoord aan Jan-Willem Wits: Teleurstellende resultaten van het CDA en de CU zijn deels te verklaren door de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking

Hieronder mijn reactie op Facebook bij een artikel in het Katholiek Nieuwsblad met communicatieadviseur Jan-Willem Wits die in 2020 CDA-er Pieter Omtzigt adviseerde. Hij gaat in op de vraag waarom de christelijke partijen het op 17 maart 2021 zo slecht hebben gedaan.

Wits wijst op aspecten zoals de rol van CDA-leider Hoekstra en de verrechtsing van deze partij en snijdt pas in het slot een structurele oorzaak aan. Namelijk het afkalven van de achterban van de christelijke partijen. De conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat verbreding ten koste gaat van de eigen overtuiging en verdieping ten koste van de aantrekkingskracht voor velen. De christelijke partijen zitten demografisch klem.

De drie christelijke partijen hebben met een score van in totaal 15,1% slechter gepresteerd en verloren zo’n 2,8%. Dat is een achteruitgang van hun aanhang van ongeveer 15% sinds 2017. Die afname is in lijn met de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking hoewel het die niet volledig verklaart. In vier jaar tijd is de ontkerkelijking naar schatting met 7% toegenomen. Er zijn nog geen cijfers voor 2021 bekend, maar een doorberekening zegt dat nu 57% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door het geloof. Als moslims en Joden daar nog bijgeteld worden, dan blijkt dat nu zo’n 65% van de Nederlandsers geen christelijke overtuiging heeft.

CDA voerde een onzekere en zwalkende campagne en verloor, de CU had als belangrijkste wapenfeit zich erop te laten voorstaan om tegen het liberalisme van VVD en D66 te zijn, heeft zich vermoedelijk zo een volgend kabinet uitgeredeneerd en bleef gelijk. Evenals de SGP dat stabiel scoort op 3 zetels. De christelijke partijen kwamen zo uit op 23 zetels. Gelijk aan wat D66 in haar eentje haalt.

Niet-christelijke partijen hoeven zich dus getalsmatig niet langer te laten gijzelen door de christelijke partijen. Demografisch werkt de tijd tegen de christelijke partijen. Ook na hun achteruitgang hadden sinds 2012 de christelijke partijen meer in de melk te brokkelen dan de getalsverhoudingen deden vermoeden. Twee christelijke partijen in Rutte III hadden bovenmatig veel invloed. Toch is de christelijke politiek met ongeveer 15% van de zetels en stemmen minder in staat om hard op de rem van de maatschappelijke ontwikkeling te staan.

De beide liberale partijen VVD en D66 hebben hun bekomst van het moralisme en de remmende invloed van de christelijke politiek, maar durfden daar tot nu toe niet goed een breekpunt van te maken. Naar verwachting gaat D66 dat nu wel doen. Die achterhoedegevechten van de christelijke politiek zijn pas voorbij als de niet-religieuze partijen beseffen dat de christelijke partijen hun macht hebben verloren en niet nodig zijn. Ze mogen aanschuiven of anders in eigen kring preken.

Het slot geeft aan wat de randvoorwaarden zijn voor religieuze politiek. Dat is een slinkend perspectief, want elk jaar neemt het percentage toe met 1 tot 2 procent van de Nederlanders die verklaren zich niet te laten inspireren door het geloof. Dat heeft als gevolg dat de religieuze partijen niet verjongen en steeds meer leunen op oudere kiezers en in een mentaliteit en sfeer van vroeger blijven hangen. Ook DENK heeft niet gewonnen en de religieuze partijen Jezus Leeft en NIDA hebben de kiesdrempel niet gehaald.

Maar het is niet onmogelijk voor religieuze partijen om niet-religieuze kiezers te trekken. Premier Lubbers was daar tamelijk succesvol in. In Duitsland was kanselier Merkel dat. Omtzigt had het in zich om dat effect bij het CDA te bewerkstelligen. Maar dan moet de partij zich minder religieus opstellen dan Wits beweert. Dat is de schaduwzijde voor de christelijke hardliners. De aandacht voor medisch-ethische onderwerpen bij de CU heeft dan wellicht de achterban goed gedaan, maar tevens de partij geïsoleerd in Rutte III. CDA is groter en heeft de pretentie van volkspartij, zodat de niche politiek van de CU hoe dan ook moeilijk toepasbaar is op het CDA. Daarom deel ik Wits observatie niet.

Overigens ben ik van mening dat de SGP ontbonden moet worden vanwege het beginsel om een alternatief rechtssysteem op te tuigen dat Gods woord boven de nationale rechtsstaat stelt. Dat past niet in een democratie, zoals een partij die de sharia promoot daar evenmin een plek in zou moeten hebben. Het verbaast me dat in de kringen van de christelijke politiek geen levendig debat bestaat over de in de kern anti-democratische SGP. Want deze partij besmet het beeld dat van christelijke politiek bestaat. Dat is via een omweg schadelijk voor CDA en CU.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTeleurstelling bij de christelijke partijen: wat ging er mis in de campagnes van het CDA en de ChristenUnie?’ in het Katholiek Nieuwsblad, 19 maart 2021.

Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier

Verschil in politieke voorkeur is ondergeschikt. Het gaat erom welke partijen gaan voor alleenheerschappij. Ontbind daarom FvD en SGP

NOS Stories heeft een interessant verslag over uitsluiting van jongeren vanwege hun politieke voorkeur. Vriendschappen worden verbroken omdat vrienden op een bepaalde partij stemmen. In dit geval FvD. Bij ouderen zal dit niet zoveel anders gaan.

Het is een lastig onderwerp. Dat blijkt omdat alles door elkaar wordt gehusseld. Alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen en waar dus op gekozen kan worden zijn democratische partijen die de democratische rechtsstaat ondersteunen. Anders zouden ze ontbonden of verboden zijn.

Een democratie moet weerbaar zijn en partijen die de democratie aanvallen niet laten bestaan, laat staan faciliteren met zendtijd, spreektijd en financiële ondersteuning. Dat is het afzagen van de tak waarop we zitten.

Partijen kunnen veranderen of hun ware aard verhullen. Dat laatste is nog niet zo makkelijk om aan te tonen. En waar leg je de grens? Het zou goed zijn als over de weerbaarheid van de democratie een publiek debat zou ontstaan. Ook in het onderwijs.

Het debat zou dan niet zozeer moeten gaan over ‘foute’ politieke beweringen zoals het feit dat er geen probleem is met het klimaat, dat COVID-19 niet meer dan een griepje is of dat bevolkingsgroepen achtergesteld moeten worden, maar over de ondubbelzinnige steun van de partijen voor de werking van de democratie

Dat betreft dan niet maatregelen die discrimineren en waar de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op wijst. Die zijn zeker ongewenst, maar spelen op een ander vlak. Ze kunnen op het niveau van de rechtspraak bediscussieerd worden. Liefst met een educatieve toelichting van het ministerie van Justitie erbij.

Er zijn democratische partijen die betwisten of er doelpunten worden gemaakt en er zijn anti-democratische partijen die de doelpalen tot buiten het veld willen verplaatsen. Democratische partijen zijn opponenten waarmee men het oneens kan zijn en waartegen men kan strijden. Anti-democratische partijen willen de wedstrijd stilleggen en eenzijdig de uitslag bepalen zonder dat de wedstrijd gespeeld wordt en andere partijen zich daar nog tegen kunnen uitspreken.

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.

Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

FvD en SGP willen andere politieke partijen waarmee ze nu het politieke spectrum vormen ondergeschikt maken aan hun eigen op te tuigen nieuwe orde. Daarmee verliezen de andere partijen hun functie en moeten ze ondergeschikt zijn aan ‘staatspartij’ FvD of SGP.

Kiezers mogen van mening verschillen over hun politieke keuze. Laat ze maar met elkaar discussiëren over belangrijke en onbelangrijke thema’s. Maar dat verdoezelt niet het feit dat er op dit moment twee partijen zijn die als doel hebben om op termijn dat debat eenzijdig naar zich toe te trekken. Hoe theoretisch en ver weg die stap ook is. Dat is ongewenst en in strijd met politiek realisme dat de democratie weerbaar, levensvatbaar en ‘open’ wil houden.

Het laten bestaan van SGP en FvD is een aangekondigde zelfmoord van de democratie. Daarom moeten ze ontbonden worden. Want als het idee van politiek het verdelen van de macht is, dan passen daarin geen partijen die dat uitgangspunt niet delen.

Dat alles zou in dit soort programma’s die zijn bedoeld om te informeren beter uitgelegd moeten worden. Het opereren van anti-democratische partijen is geen sociaal, maar een politiek-juridisch onderwerp. Het verslag reduceert zoiets essentieels als de werking van de democratie tot intermenselijke verhoudingen. Door te focussen op sociale verhoudingen wordt het essentiële verschil niet belicht en zelfs verdoezeld.