Ironie van kinderkunstprogramma ‘Moonriders’ schept verwarring over begrippen ‘kunst’ en ‘museum’

Schermafbeelding van deel artikelKinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool, 26 november 2022.

Het artikelKinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool van 26 november 2022 is meer dan een aankondiging van het VPRO kinderkunstprogramma Moonriders. Het artikel gaat mee in allerlei claims van programmamaker en kunstenaar Aukje Dekker die waarschijnlijk goed bedoeld zijn, maar toch verkeerd uitpakken.

In een toelichting zegt Moonriders: ‘In dit tweede seizoen Moonriders breekt kunstenaar Aukje Dekker samen met kinderen en kunstenaars ’s nachts in bij musea om kunst te maken. Want waarom hangt daar nooit kunst van kinderen? Daar brengen de Moonriders verandering in, al hangen ze maar op de wc!

Schermafbeelding van deel artikel ‘Kinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool, 26 november 2022.

Dekker maakt het nog gecompliceerder als ze niet alleen vraagtekens zet bij wat onder kunst verstaan moet worden, maar ook bij wat de functie van een museum is. Moet een museum volgens Dekker ‘kunst’ van willekeurige kinderen op zaal of wc hangen? Zelfs als Dekker het uitdagend, emanciperend, democratisch en ironisch bedoeld, dan nog schept ze begripsverwarring.

De mentaliteit achter deze claim is waarschijnlijk dat grenzen geslecht moeten worden. Alles moet kunst genoemd kunnen worden. Alles is kunst, kunst is alles. Kunst is zo een onduidelijk en verwarrend begrip geworden omdat iedereen er wat anders onder kan verstaan. Kunst is een onbeschermde term en daarom vogelvrij.

De term ‘kunst’ is aan herdefinitie toe. Kunst ligt van verschillende kanten (publiek, media, politiek) onder druk en wordt zelfs een eigen naam onthouden. Vaak verdwijnt kunst achter het begrip ‘cultuur‘ dat het tegenovergestelde van kunst betekent. Kunst scherpt aan en cultuur verbindt.

Iedere amateur kan zich kunstenaar noemen en dat gebeurt dan ook veelvuldig. De macramé-handwerker, de fotograaf die plaatjes schiet, de smart phone-filmer, de zanger in een amateurkoor, de gelegenheidsdichter, de violist in een vriendenkwartet en het kind dat tekent als een COBRA-kunstenaar, ze kunnen zich kunstenaar noemen en probleemloos claimen dat ze kunst maken.

Als programmamaker Aukje Dekker en journalist Jan Pieter Ekker daar hun volle gewicht achter zetten, dan wint het idee van gedemocratiseerde, maar tandeloos gemaakte kunst aan geloofwaardigheid.

Kunst als hobby of vermaak of thema van een tv-programma of omweg voor het omploegen van investeringen heeft een andere functie dan de opvatting dat kunst op scherp stelt, het vanzelfsprekende bevraagt en mensen naast de werkelijkheid laat kijken en ze probeert te verrijken.

Conclusie is dat kunst die ertoe doet zich beweegt op het middenterrein waar de gevestigde orde kritisch of juist afstandelijk, maar scherpzinnig en onafhankelijk wordt gevolgd. Tussen het hobbyisme van amateurs en de belangen van politiek, bedrijfsleven en media die kunst in gijzeling hebben genomen en als middel gebruiken.

Programmamaker en kunstenaar Aukje Dekker is een voorbeeld van iemand die kunst gebruikt om ons anders naar haar en haar programma Moonriders te laten kijken. Professionele kunstenaars en kunstinstituten zouden in een gezamenlijke campagne over de grenzen van disciplines heen hun claim op het begrip kunst terug moeten veroveren en uit handen van hobbyisten, ondernemers, programmamakers, journalisten en politieke zwendelaars moeten redden.

Dat levert de duidelijkheid op wat de functie van kunst is of behoort te zijn zodat het debat erover scherper, meer omlijnd en inhoudelijker kan worden gevoerd.

Daarbij moet beseft worden dat belanghebbenden er belang bij hebben dat de begripsverwarring in stand blijft en de begrippen (kunst-cultuur en hobbyisme-kunst) door elkaar heen gebruikt worden. Vaagheid ontneemt kunst scherpte.

Herdefinitie en nieuwe afbakening van het begrip kunst vergt economische en politieke strijd waarvan het de vraag is of sectorinstituten en kunstenaars ertoe in staat zijn om zo’n campagne op te zetten, laat staan tot een goed einde te brengen. Want politiek houdt niet van kunst die vrijzinnig, autonoom, dwars en niet onderhorig is. Dat is de gijzeling die kunst gevangenzet.

Advertentie

Waarom ons druk maken over Vlaamse identiteit? Die staat straks toch onder water

De rechtse NVA en het radicaal-rechtse Vlaams Belang hameren op het boetseren van een Vlaamse identiteit. In het onderwijs, in de media en in de samenleving, maar NVA wil vooralsnog niet samen optrekken met het Vlaams Belang. Het accent op Vlaamse identiteit houdt noodgedwongen in dat andere identiteiten in Vlaanderen in de verdrukking komen.

Met een West-Vlaamse tongval (denk ook de geweldige serie Chantal die doordesemd is met West-Vlaanderen en de eigenzinnige grenzeloosheid die bij kuststreken hoort) relativeert Pieter-Jan Catteeuw dat tamboereren van de rechtse politiek op Vlaamse identiteit.

Hij kijkt naar de toekomst en vraagt zich af wat van de Vlaamse historie en cultuur overblijft als de zeespiegel blijft stijgen. Dat is de enige spiegel waar we nu in moeten kijken. Het is zoals in vele landen ook in Vlaanderen vooral de rechtse politiek die de klimaatproblematiek ontkent. Met als gevolg dat maatregelen uitblijven om de stijgende temperaturen en stijgende zeespiegel aan te pakken. In 2050 zijn in Europa de gletsjers gesmolten.

Het laaggelegen Vlaanderen is kwetsbaar voor de stijgende zeespiegel. De paradox is dat de Vlaamse identiteit in de toekomst zal moeten emigreren naar hoger gelegen gebieden. Met meenemen van frietkot, koersfiets, brouwerij en alles wat volgens rechts nu Vlaanderen tot Vlaanderen maakt. Dan worden ook de rechtse Vlamingen migranten.

In de tussentijd is het potverteren en pierewaaien. Voor zolang het duurt. Met het accent op de Vlaamse identiteit die volgt uit terugkijken, terwijl de wijsheid vooruitkijken gebiedt. Het kortetermijndenken is het maximale wat de politiek aankan. Dat is jammergenoeg niet uniek voor Vlaanderen.

Nederlandse politiek? Ik ben er helemaal klaar mee!

Schermafbeelding van deel artikelDoorbraak in formatie: D66 wil over oude coalitie met VVD, CDA en CU onderhandelen‘ op Nu.nl, 30 september 2021.

Om me te voegen in hedendaags jargon: ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Natuurlijk niet echt, maar het klinkt stoer om dat te kunnen zeggen. COVID-19? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. De woningnood? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Stijgende gasprijzen? ‘Ik ben er helemaal klaar mee‘. Iemand zal nou nooit eens zeggen: ‘Mezelf? Ik ben er helemaal klaar mee‘. Masochisten en pathologische leugenaars uitgezonderd.

Net als vele Nederlanders ben ik oprecht klaar met de huidige generatie politici. Ze gedragen zich als kleuters die niet verder kunnen kijken dan het eind van hun eigen zandbak. Sommigen zeggen nu dat ze zich schamen, maar nog steeds handelen ze daar niet naar. Deze generatie politici zou uit de politiek verbannen moeten worden wegens wanprestatie. Ze hebben contractbreuk gepleegd. Maar zo’n rigoureuze ingreep is onhaalbaar en onwerkbaar.

Nu richt het zichtbare ongenoegen zich op D66 dat op het oog onbegrijpelijk heeft gehandeld. Eerst de CU blokkeren om die vervolgens te deblokkeren. Als dat nog op te vatten viel als een methode om de eigen positie in de onderhandelingen te versterken viel dat nog te billijken. Maar D66 heeft publicitair alleen maar schade geleden en is hier verzwakt uitgekomen.

Op de onzichtbare achtergrond is het niet minder onbegrijpelijk waarom CDA en VVD elkaar tot nu toe hebben weten vast te houden en PvdA en GroenLinks samen hebben weten te blokkeren. CDA-leider Hoekstra excelleerde in de publieke opinie maandenlang in nietszeggendheid terwijl zijn partij uit elkaar viel en aan invloed verloor. Het is het wonder van deze informatie waarom premier Rutte hierin tot aan het einde meeging en waarom zowel D66 als PvdA en GroenLinks die eenheid van CDA en VVD niet hebben weten te doorbreken.

Nu richt het ongenoegen zich op D66. Dat heeft ook wel wat uit te leggen. Is het de onervarenheid van partijleider Kaag en haar team dat bij tijd en wijle onhandig opereerde in een vreemde combinatie van overschreeuwen zonder een aansluitende nabehandeling of is het de tragiek van de tweede partij die te groot is voor een servet, maar te klein voor een tafellaken?

Strategisch was het voor D66 logischer geweest en beter uit te leggen aan de kiezers als het zich vanaf het begin had verbonden met PvdA en GroenLinks. Nu gaf D66 een dubbel signaal af. Enerzijds zat het als junior partner aan tafel met de VVD en schreef mee aan een concept regeerakkoord, anderzijds maakte het zich sterk voor deelname van de PvdA en GroenLinks aan een kabinet. Dat kon niet allebei.

Net als nu de Groenen en de FDP in Duitsland had D66 het moeten omdraaien door eerst een progressief akkoord met de PvdA en GroenLinks te formuleren om pas daarna met de VVD en het CDA aan tafel te gaan zitten. Dat had in elk geval iedereen begrepen omdat het eenduidig was. Als D66 niet zover had willen gaan, dan had het zich niet zo ferm moeten identificeren met beide linkse partijen. Het beeld dat nu blijft hangen is wispelturige halfslachtigheid van D66. Met als gevolg dat niemand tevreden is en iedereen D66 deels ten onrechte een gebrek aan standvastigheid verwijt.

In een reactie bij een artikel op nu.nl verwoordde ik mijn reactie zo:

Er hangt voortzetting van het huidige kabinet in de lucht. Dat roept dat de vraag op naar het opereren van de partijleiding van D66. Want de blokkade door de rechtse partijen CDA en VVD van de linkse partijen PvdA/GroenLinks is niet doorbroken en de CU zit weer aan tafel.

Als Rutte IV een voortzetting wordt van Rutte III, dan zijn de onderhandelingen terug bij af.

Had D66 slechte kaarten of heeft het de kaarten die het had slecht uitgespeeld? Als dat laatste het geval is, waar het op lijkt, dan is er introspectie in de partijleiding van D66 nodig.

Misschien had de partij enkele maanden geleden uit de onderhandelingen moeten stappen. Zodat het zich in een sterke positie gemanoeuvreerd had om teruggevraagd te worden.

Nu laat D66 zich intimideren door een VVD-informateur en het instabiele CDA dat doet alsof het nog machtig is zonder daar goed op te kunnen antwoorden.

De vlucht vooruit is nog het enige dat D66’s geloofwaardigheid kan redden. Dus een claim op het premierschap.

Nederlandse politiek wordt onoplosbaar beeldraadsel

[Image from LOOK – Job 46-2744 titled Shadow story], 1947

Eén beeld zegt meer dan duizend woorden‘ is een spreuk. De Nederlandse politiek valt zo langzamerhand niet meer in woorden te vangen. Na een dag moet het nieuws van de vorige dag herschreven worden. Schimmen en silhouetten lijken uit het niets te komen en verdwijnen in het niets. Wat ze uitbeelden valt niet na te gaan.

Zie de oogst van de laatste 24 uur. Twee op totaal afwijkende manier van elkaar aftredende ministers (Kaag en Bijleveld), een motie van afkeuring tegen het kabinet over de wijze waarop het kabinet de evacuatie in Afghanistan heeft uitgevoerd en de Kamer daarover heeft geïnformeerd die door coalitiepartij CU wordt gesteund, terwijl de ministers van CU in het kabinet blijven zitten. En iedereen die elkaar vervolgens de maat neemt en het eigen gelijk claimt. Het is kinderachtig en ronduit beschamend.

Er valt geen logica in te ontdekken. Het lijkt alsof de huidige generatie politici geen politiek geheugen heeft. Hun gedrag oogt willekeurig. Vraag is of ze hun eigen gedrag eigenlijk nog begrijpen. Regels worden niet alleen niet meer gevolgd, maar overtreden, het lijkt ook alsof ze dat niet eens meer beseffen.

Politiek is altijd al een schaduwspel. We zien een beeld of krijgen een beeld voorgeschoteld en kunnen nooit afdoende doorgronden wat er wordt afgebeeld. Het origineel is buiten beeld. Maar vanuit het beeld kunnen we min of meer het origineel afleiden. Dat wordt echter onmogelijk als het beeld zich grillig, wisselvallig en ongeregeld gedraagt. We kunnen er met woorden niet meer op reageren. Om in moedeloosheid te berusten.

In het spiegelpaleis van de politiek miskennen velen hun eigen rol

AfficheHinab mit dem Geschmeiß! Wählt Kommunisten!‘(Weg met het tuig! Kies Communisten!) van de KPD, 1924.

I. Dat het enerzijds-anderzijds denken als pose en begrip een gat in de markt is valt af te lezen aan een rechtse site die de eigen overtuiging als redelijk en neutraal probeert te presenteren. Bij nader inzien is het een alledaagse radicaal-rechtse site die niet redelijk en neutraal is en via een gematigde overtuiging verschillen wil overbruggen. Opzet is het presenteren van meningen die haaks staan op democratie en rechtsstaat.

Waarschijnlijk vinden deze rechts-radicalen het niet chique om open en bloot voor de eigen overtuiging uit te komen en moet de lezer misleid worden door een gematigde verpakking. Ook kan het een manier zijn om gematigde kiezers onder valse voorwendsels in het eigen kamp te trekken.

Het is een oude truc uit communistische hoek. De communisten zetten ooit mantelorganisaties op die een zogenaamde onafhankelijke organisatiestructuur hadden, maar in werkelijkheid een verlengstuk van de communistische partij waren. Alleen waren degenen die lid van zo’n mantelorganisatie daarvan niet op de hoogte.

Zo begrijpen linkse maatschappijcritici die niet alleen het regeringsbeleid afkraken inzake de bestrijding van de pandemie, de armoedebestrijding of de inkomensongelijkheid, maar verdergaan door de democratie ter discussie te stellen, onvoldoende dat ze zich hiermee onbewust tot lid verklaren van een mantelorganisatie. In dit geval niet de communistische, maar de ultra-rechtse partij die de oorlog heeft verklaard aan de democratie die het omver wil werpen om te vervangen door een autoritaire staat. Zeg maar, het Weimar-scenario.

Het is het cynisme van goedwillende linkse maatschappijcritici die zichzelf beschouwen als redelijk en evenwichtig, maar het omgekeerde bereiken van wat ze beogen. Want ze steunen indirect een partij waarbij de linkse ‘onderwerpen’ in slechte handen zijn.

II. Hiermee is niet gezegd dat links geen kritiek kan hebben op het regeringsbeleid. Integendeel. Het is juist de taak van links om de status quo en het beleid ter discussie te stellen met de intentie om het te willen veranderen. Want er valt nog zoveel te verbeteren. Leidraad daarbij zijn ideeën over grondrechten, gelijkheid en solidariteit die nog immer universele waarde hebben.

Het gaat pas mis als linkse critici hun kritiek niet onlosmakelijk combineren met een pleidooi voor een weerbare democratie, maar zich door de ultra-rechtse retoriek mee laten voeren in een cynische houding jegens de democratie of het standpunt dat er verschillende waarheden naast elkaar bestaan. Zodat niets meer door allen getoetst en gedragen kan worden.

Vermoedelijk is dat het verschil tussen radicaal-links en gematigd-links. De eersten stoppen niet bij de kritiek op het beleid, maar willen een systeemverandering. De laatsten, ouderwets gezegd, de revisionisten, stoppen wel bij de kritiek op het beleid en steunen onbetwistbaar de democratie.

III. Zo ontstaat het beeld van het hoefijzer. Daar gaan radicaal-links en radicaal-rechts in elkaar over. Zoals bij een magneet is het de vraag wie nou wie aantrekt. Hoofdzaak voor beide soorten radicalen is een systeemverandering die op een niet gelijklopende manier samengaat met sociaal-culturele aspecten over identiteit en nationaliteit. Want waar het rechts voornamelijk is te doen om de culturele onderwerpen als afleiding te gebruiken, meent links het serieus als emancipatiedoel. De wijziging van het ‘gewone’ beleid wordt bij bede groepen radicalen echter ondergeschikt.

IV. Dat is via een omweg precies waar het de zittende macht van gematigd-rechts om te doen is, namelijk het afzwakken van sociaal-economisch beleid over belastingontwijking, eigendomsverhouding en armoedebestrijding. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven dat ook de status quo wil handhaven. Toegespitst op de Nederlandse politiek maakt dat vanuit het perspectief van gematigd-rechts (VVD en CDA) duidelijk waarom het aan gematigd-links (PvdA en GL) geen grote rol in een volgend kabinet wil toebedelen.

Op het niveau van de praktische politiek steunen radicaal-links én radicaal-rechts op hun ongelijksoortige manier de afwaardering van de sociaal-economische onderwerpen waarmee ze gematigd-rechts in de kaart spelen omdat dit nou precies het hoofddoel van gematigd-rechts is. Namelijk het handhaven van de status quo, inclusief eigendomsverhoudingen. Gematigd-links is daarop de uitzondering, mits het zich niet teveel af laat leiden door de sociaal-culturele onderwerpen over identiteit, integratie en nationaliteit.

V. Dus? Iedereen moet beseffen dat hij of zij voor het karretje van een ander kan worden gespannen zonder dat door te hebben. Of op een politiek-filosofisch niveau zelfs zonder door te kunnen hebben.

Beleidskritiek van links werkt averechts als het niet direct verbonden is aan de verklaring om democratie en rechtsstaat te ondersteunen. Ook radicaal-rechts laat zich in de luren leggen door de zittende macht van gematigd-rechts als het zegt te opteren voor de omverwerping van de democratie, maar in werkelijkheid de meeste energie steekt in culturele onderwerpen die niet meer dan een nevenattractie zijn van een politiek waarvan het doel het zaaien van verwarring is en het onzichtbaar maken van verschillen. Een spiegelpaleis waarin velen niet alleen de weg kwijt zijn, maar evenmin beseffen wat hun eigen positie is.

Aandacht voor topsport is buitensporig. Het verbindt niet, maar verdeelt

Bukayo Saka, 19, was targeted with racist abuse after Sunday’s Euro 2020 loss. (Reuters/Carl Recine)

De claim dat topsport verbindt is een misverstand. Degenen die dat zeggen en verbinding naar voren brengen als kenmerk van topsport weten dat het onzin is, maar om commerciële en politieke redenen houden ze uit eigenbelang de claim in de lucht.

De Londense Metropolitan Police meldt vandaag volgens een bericht op Politico dat het ‘onderzoek deed naar de golven van online raciaal misbruik waarmee de zwarte spelers van het Engelse voetbalteam werden geconfronteerd nadat de ploeg door Italië was verslagen in de Euro 2020-finale’. Bukayo Saka, Marcus Rashford en Jadon Sancho, die allemaal zwart zijn, namen deel aan de strafschoppenserie die nodig was nadat de stand na 120 minuten wedstrijd gelijk was. Sindsdien zijn ze het slachtoffer van racistische scheldpartijen op hun sociale media-pagina’s.

Tweet van Londense politie, 12 juni 2021.

De claim over die verbinding maakt topsport belangrijker dan het feitelijk is en trekt geld aan. Omroepen die hun zendtijd rijkelijk vullen met uitzendingen van topsport werken er bewust aan mee om het misverstand in de lucht te houden. Ze geven zich over aan de gemakzucht. Zodat het misverstand in de beeldvorming nog sterker benadrukt wordt. Want omroepen hebben zich grotendeels afhankelijk gemaakt van de aanbieders van topsport. Ze larderen dat met ellenlange praatprogramma’s over sport die relatief makkelijk te maken zijn en niet veel kosten.

Zo tekent zich een bizarre samenklontering af van sportbobo’s, sportbemiddelaars, sportbonden, investeerders in topsport, politici die de nationale kaart trekken als er een sportprestatie geleverd wordt door de ‘eigen’ sporters, mediabedrijven die sport aanbieden, omroepen die topsport uitzenden en het publiek dat topsport in grote porties voorgeschoteld krijgt en geconditioneerd is om niet verder te vragen.

De politiek vindt de buitensporige aandacht voor topsport best omdat het de perfecte afleiding is van echte problemen die niet of slechts mondjesmaat aangepakt worden. Zoals de klimaatproblematiek, de pandemie, goed bestuur of evenwichtige eigendomsverhoudingen.

Van de aandacht voor topsport wordt gezegd dat het iets is ‘waarmee je het volk tevreden houdt’. Maar de waarheid is dat de Romeinse schrijver Juvenalis die de term brood en spelen (‘panem et circenses‘) bedacht het niet serieus, maar spottend bedoelde. Onze Taal zegt in een trefwoord hierover: ‘De keizers zorgden voor deze gratis spelen en dit gratis brood om het volk rustig te houden. Juvenalis gebruikte de term brood en spelen sarcastisch. Hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was.

Het is merkwaardig dat de term brood en spelen ontdaan is van de spottende betekenis en tegenwoordig ver is afgedwaald van wat het ooit betekende. Het wordt als verdienste voorgesteld, maar dient om te verhullen. Dat is het gevolg van misleiding (‘sport verbindt’) en afleiding (‘het volk kijkt niet verder dan de neus lang is’).

Moeten we ons druk maken over de in ogen van sommigen onevenredige aandacht voor topsport in de media? Je kunt toch zeggen dat het volk uiteindelijk krijgt wat het verdient? Maar dat is te simpel bekeken omdat er geen echte keuze meer is. De rest is wegbezuinigd. Liefhebbers van sport die buiten de topsport valt, kunst, film of natuur worden in de media stiefmoederlijk bedeeld. Ze worden in de steek gelaten. Daar gaat het mis.

Het begin van een oplossing om te komen tot een evenredige aandacht voor topsport die niet zo buitensporig is als nu is het besef dat topsport niet verbindt, maar verdeelt. Wellicht kan men nog beweren dat aandacht voor topsport mensen in de eigen kring beter insluit, maar de keerzijde daarvan is dat het de verdeeldheid tussen groepen mensen vergroot. Topsport raakt aan de open zenuwen van een samenleving zoals de racistische uitingen van het Engelse voorbeeld illustreren.

Welke sport- of mediabobo wil daarmee geassocieerd worden in deze tijden waar de termen diversiteit en inclusie bekende begrippen zijn? Laten we ze ter verantwoording roepen door de claim dat sport verbindt door te prikken. Het sprookje heeft lang genoeg geduurd.

Video die we van Café Weltschmerz niet mogen zien. Ab Gietelink verliest coronadebat van Maarten Keulemans

Villamedia meldt in het artikelCafé Weltschmerz wist video coronadebat wetenschapsjournalist Maarten Keulemans‘ het volgende medianieuws: ‘Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans (Volkskrant) heeft zijn ergernis laten blijken over een door discussieplatform Café Weltschmerz verwijderde video van een gesprek tussen hemzelf en publicist en coronascepticus Ab Gietelink. Volgens Café Weltschmerz was het debat inhoudelijk niet goed genoeg.

De claim van Café Weltschmerz is onjuist. Keulemans slaat Gietelink in het gesprek knockout. Hij beschuldigt hem in het gesprek van populisme en Gietelink heeft daar geen antwoord op.

Uit het artikel van Villamedia blijkt dat nadat Café Weltschmerz de video van het gesprek tussen Gietelink en Keulemans offline heeft gehaald er een kopie circuleert die Yarno Ritzen ervan heeft gemaakt. Keulemans bedankt Ritzen daarvoor in een tweet. Deze video is hier te zien. Het maakt het mogelijk voor kijkers om zelf te controleren of de bewering van Café Weltschmerz klopt of uitsluitend dient om Ab Gietelink en de eigen agenda te beschermen.

Gietelink is een prominente presentator op Café Weltschmerz die sinds begin 2020 COVID-19 als aandachtsterrein heeft gekozen en daarmee een nieuwe alternatieve loopbaan probeert op te bouwen. Hij is van oorsprong theatermaker zonder medische expertise.

Gietelink trekt in eigen kring met een schare van vaste medestanders voortdurend de wetenschap, de politiek en de media in twijfel. Ook dat verwijt Keulemans hem en daar heeft Gietelink geen weerwoord op. Keulemans verwijt Gietelink dat hij voortdurend beschuldigingen over ‘de media’ ventileert zonder concreet te worden, zodat media zich niet verdedigen kunnen tegen deze ongerijmde aantijgingen.

Feit dat Café Weltschmerz deze video verwijdert geeft aan dat het zelf precies doet wat het ‘de media’ verwijt. Namelijk, selectief en eenzijdig te werk gaan. Feitelijk zijn ‘de media’ pluriformer en geven meer ruimte aan ‘tegengeluid’ dan Café Weltschmerz dat vrijwel uitsluitend vanuit een gesloten wereldbeeld voor eigen parochie preekt. Media hanteren een professionele code en zijn daardoor verplicht zich aan een aantal gedragsregels te houden, terwijl Café Weltschmerz dat niet doet.

Ab Gietelink is de prediker die ontmaskerd wordt als inhoudsloos en demagogisch. Keulemans prikt dat keihard door.

Het is duidelijk waarom Café Weltschmerz dit gesprek heeft verwijderd. Gietelink heeft geen argumenten en dat wordt hem door Keulemans verteld. Café Weltschmerz kan de video niet online laten staan omdat daardoor de bodem onder de eigen agenda wordt weggeslagen. Met terugwerkende kracht blijkt er namelijk uit dat wat Gietelink in tientallen video’s over de medische, publicitaire, politieke en andere aspecten van COVID-19 heeft beweerd niet onderbouwd is en geen basis in de werkelijkheid, maar in zijn eigen fantasie vindt. Dat dient de harde kern van kijkers van Café Weltschmerz onthouden te worden omdat het schadelijk is voor de geloofwaardigheid van Gietelink en Café Weltschmerz.

Verkiezingsdebatten zijn saai en voorspelbaar, en blijven braaf binnen de perken van de gevestigde orde

Verkiezingsdebatten op televisie of interviews met lijsttrekkers in taxi’s, kappersstoelen of studio’s, ik kijk er niet naar. Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom anderen er wel naar kijken. Wat valt er te halen of te ontdekken? Het ontgaat me volledig. Het is alleen leuk voor partijtijgers die bevestiging van en identificatie met hun kandidaat zoeken.

Verkiezingsdebatten gaan om herkenning en niet om miskenning. Het maken van onderscheid is weliswaar een functie van de journalistiek, maar als dat resulteert in het beschrijven van en toetsen van het bekende aan het bekende, dan verwordt het tot een lege en plichtmatige exercitie

Hetzelfde geldt de krantenkolommen waarin journalist, redactie of krant partijen vanuit hun perspectief doorlichten op blauwe of bruine ogen, kunst of geen kunst, man, vrouw of anders zijn. Het is saai en voorspelbaar en blijft braaf binnen de perken. Binnen de mentale ruimte van de gevestigde orde waar het draait om marketing, haalbaarheid, gespeelde menselijkheid en verkiesbaarheid.

Pseudo-kritiek van media die nooit doorbijten maakt het onnozel en vals. Het ligt zwaar op de maag en is niet voedzaam. Media houden met een show vol rituelen en harde afspraken het beeld van een Potemkin-façade in stand onder het mom het af te breken. Ze wijzen trots naar zichzelf en weerleggen kritiek door te verwijzen naar hun wapenfeit hoe kritisch ze durfden zijn tegen meneer A, mevrouw B of partij C. Tegelijk zijn ze close en onderhorig om hun toegang in stand te houden.

Media laten de politieke klasse als beroepsgroep geheel bewust buiten beeld. De Consumentengids van het vrije woord test de techniek, de levensduur, de prijs, de beschrijving in de gebruiksaanwijzing, maar vraagt zich niet af hoe zinvol het product voor Nederland is en wat we er eigenlijk voor kopen.

Verkiezingsdebatten en interviews met lijsttrekkers zijn bedrog van de nieuwsconsument door de media. In een gesloten een-tweetje. Politici zijn acteurs die een rol spelen en op hun persoonlijkheid worden bevraagd. Het is illusie die als werkelijkheid wordt gepresenteerd. Als fictie of tijdverdrijf heeft het nog enigszins een functie, maar als informatievoorziening heeft het de inhoud van een lege huls. Verkiezingsdebatten zijn het reservaat dat speciaal is bestemd voor de bescherming van politici.

Graag ben ik het eens met columnist Aylin Bilic die haar column van 4 maart 2021 in NRC zo besluit:

Foto 1: PubliciteitsfotoDe zes lijsttrekkers bij het RTL-verkiezingsdebat’ van het verkiezingsdebat van RTL op 28 februari 2021. Credits: ANP.

Foto 2: Still uit videoDe Hofkar – Afl. 5: Thierry Baudet’ voor Omroep PowNed.

Foto 3: Schermafbeelding van deel columnVerkiezingsdebat is geen potje armpje drukken’ van Aylin Bilic in NRC, 4 maart 2021.

Europa beseft ondanks alle onheilspellende signalen onvoldoende hoe gevaarlijk het Trumpisme is. Het wordt verward met conservatisme

De conservatieve voormalig Republikeinse strateeg Rick Wilson die een van de oprichters van The Lincoln Project is gaat in gesprek met DW News. Hij wijst op het gevaar van het Trumpisme in de VS en elders en wijst op de noodzaak om deze anti-democratische stroming te bestrijden. Velen verwarren ultra-rechtse stromingen als alt-right, nieuw rechts, extreem-rechts of rechts-populisme met conservatisme. Er zijn overeenkomsten tussen het een en ander, maar de verschillen zijn groter. Voor de duidelijkheid moet toegevoegd worden dat het conservatisme niet eenduidig is. Er zit variatie in. Maar als het buiten de bandbreedte komt houdt het op conservatisme te zijn.

Ook journalisten van Nederlandse media maken dat onderscheid tussen het rechts-populisme en conservatisme onvoldoende. Waarbij de vraag is of ze het niet begrijpen of het met een specifieke bedoeling bewust verkeerd voorstellen. Dat is een gemiste kans om de urgentie van het gevaar van het Trumpisme te beseffen. Signaleren van ontwikkelingen is toch een hoofdtaak van de journalistiek. Iemand als Thierry Baudet wordt soms een conservatief genoemd, wat hij in de verste verte niet is of ooit is geweest. Hij heeft reactionaire denkbeelden over kunst, wetenschap, journalistiek, architectuur, samenleving, democratie en politiek die ver af staan van het conservatisme.

Ook een socioloog en politicoloog als Merijn Oudenampsen die zich meermalen over dit onderwerp uitliet heeft een gereduceerd en verwrongen beeld van wat conservatisme is. Hij lijkt de gelijkschakeling of vermenging van Trumpiaans alt-right met conservatisme te gebruiken om dat laatste in een kwaad daglicht te stellen. Hij komt daar nog mee weg ook. Ik vind hem partijdig en niet objectief en schreef in een commentaar over Tim Carney van september 2019: ‘Linkse opinieleiders als Merijn Oudenampsen dichten het conservatisme zelfs een revolutionaire dimensie toe zodat ze het naadloos kunnen verbinden met de denkwereld van Thierry Baudet of Donald Trump. Dat is bedenkelijke en kwaadaardige retoriek. Dat is ongelukkige, linksige intellectuele acrobatiek die vanwege de eigen politieke agenda het onverenigbare probeert te verenigen. Dat zou niet erg zijn als het de verwarring niet vergroot over wat conservatisme is.’

De constatering is dat het Nederlandse publieke debat over politiek rechts waarbij Trumpisme en conservatisme niet worden onderscheiden van laag niveau is. Met als gevolg dat het debat erover niet van de grond komt. Omdat er in Nederland geen gezaghebbende conservatieve intellectuelen en een conservatieve politieke partij bestaan en progressieven begrijpelijkerwijze maar al te graag het conservatieve gedachtengoed aanvallen, kan de misleiding over wat conservatieve politiek is in de Nederlandse publieke opinie zonder verheldering verder woekeren.

Trump, Baudet, Farage, Orbán, Kaczyński, Jansa of dat soort politici zijn geen conservatieven omdat ze het conservatieve gedachtengoed niet onderschrijven of te ver oprekken. Ze hullen zich af en toe met de mantel van het conservatisme om aan te sluiten bij een gelauwerde traditie waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt. Dat is nep.

Conservatieven als Rick Wilson behoorden in de campagne van 2020 tot de felste en best georganiseerde tegenstanders van Trump. Zonder hen had Biden waarschijnlijk niet gewonnen. Juist omdat ze beter dan progressieven wisten hoe ze Trump emotioneel, maar ook programmatisch konden raken en het gevaar van deze anti-democratische en autoritaire stroming voor een levensvatbare en weerbare democratie doorzien.

Vanuit centrum-links perspectief hebben conservatieven onder meer verwerpelijke denkbeelden over medisch-ethische kwesties, belastingdruk en eigendom. Maar dat kan binnen de normale politieke kaders bestreden worden. De bestrijding van het Trumpisme is lastig omdat de aanhangers ervan tot een sekte behoren. Trumpisme is een godsdienst waar mensen zo worden opgejut met racistische en christelijke denkbeelden dat ze tegen hun eigenbelang in handelen.  Omdat religie niet om argumenten en verstand, maar om emotie en geloof draait is de normale politieke verstandhouding niet meer mogelijk. Dat is het verschil tussen Trumpisme en conservatisme.

Was het opperwezen in de war of toonde het tekenen van dementie toen het de basis legde voor vele godsdiensten en denominaties?

J. Warner Wallace is naast aartsbisschop William Goh van Singapore een prediker die ik op sociale media graag antwoord geef. Wallace is detective en christelijke apologeet. Dat laatste betekent dat hij zijn christelijk geloof verdedigt door argumenten ertegen te ontmantelen. In pseudo-forensisch onderzoek. Dat gaat er niet altijd fijnzinnig en zorgvuldig aan toe. Hoewel hij goed de schijn van het tegendeel weet op te houden. Dat is zijn verdienste. Warner Wallace schiet zoals al die Amerikaanse predikers graag uit de heup. Men kan dat grof en brutaal noemen. Hij doodt daarbij mogelijk zijn opponent, maar in die handeling ook zijn geloofwaardigheid.

Hieronder mijn antwoord bij de op zich zeer belangwekkende vraag waarom er zoveel stromingen binnen godsdiensten bestaan (en in het verlengde daarvan, waarom er zoveel godsdiensten naast elkaar bestaan).

Warner Wallace suggereert antwoord te geven, maar geeft dat niet. Het gaat hem om de schijn dat hij deze bewering ter verdediging van zijn geloof afdoende heeft beantwoord. Niets is minder waar en kan ook niet waar zijn omdat de cirkelredeneringen van types als Warner Wallace daar per definitie niet in kunnen voorzien:

J. Warner Wallace maakt twee denkfouten in zijn betoog.

1) Er zijn in de moderne geschiedenis duizenden godsdiensten en godsdienstromingen aan te wijzen die zich allen beroepen op een geloofsleer en een verwijzing naar een God. Dat wordt onhoudbaar als blijkt dat deze religieuze organisaties tegengestelde claims doen over het bestaan en ontstaan van een opperwezen. Welnu, die tegengestelde claims bestaan, zodat de dogmatiek van godsdiensten ernstig moet worden gerelativeerd. Want de waarheid die als hoogste waarheid wordt voorgesteld blijkt uiteindelijk een waarheid te zijn die door mensen is gecreëerd.

Een en ander ondermijnt in de kern de claim van godsdiensten dat ze niet door mensen zijn gecreëerd. Dat zijn ze wel naar nu blijkt uit al die tegengestelde claims, beweringen en dogma’s die alleen door mensen kunnen zijn gemaakt. Want als een opperwezen ze had gemaakt, dan hadden die verschillen niet kunnen ontstaan. Of was het opperwezen in de war of vertoonde het tekenen van dementie toen het duizenden godsdiensten creeerde?

2) De vergelijking tussen religie en atheïsme is ongelukkig. En eerlijk gezegd ook wel wat brutaal en ongepast omdat Warner Wallace de beleefdheid niet kan weerstaan om atheisme zijdelings in te lijven als een namaak-geloof. Dat toont geen enkel respect voor andersdenkenden.

Uit het feit dat er vele soorten atheisme zijn leidt Warner Wallace het argument af dat er daardoor ook vele soorten christendom kunnen bestaan. Al die andere godsdiensten met hun specifieke opperwezen neemt hij niet eens in beschouwing. Maar de vergelijking klopt niet omdat atheisme geen geloof is met een centrale dogmatiek. Dat geldt voor de stromingen van het christendom wel.

Warner Wallace maakt ongemerkt en ongewild een koe van een fout omdat zijn betoog ook omgekeerd kan worden. Want als de vergelijking tussen de verschillen binnen het atheisme worden geëxtrapoleerd naar de verschillen binnen het christendom, dan moet daarmee ook het uitgangspunt van het atheisme gewaardeerd worden. Dat zegt dat er geen God bestaat die niet door mensen is gemaakt. Via een omweg weeft Warner Wallace dus het uitgangspunt in zijn betoog dat God door mensen is gemaakt. Het lijkt erop dat Warner Wallace zijn eigen betoog niet doorgrondt.