Was het opperwezen in de war of toonde het tekenen van dementie toen het de basis legde voor vele godsdiensten en denominaties?

J. Warner Wallace is naast aartsbisschop William Goh van Singapore een prediker die ik op sociale media graag antwoord geef. Wallace is detective en christelijke apologeet. Dat laatste betekent dat hij zijn christelijk geloof verdedigt door argumenten ertegen te ontmantelen. In pseudo-forensisch onderzoek. Dat gaat er niet altijd fijnzinnig en zorgvuldig aan toe. Hoewel hij goed de schijn van het tegendeel weet op te houden. Dat is zijn verdienste. Warner Wallace schiet zoals al die Amerikaanse predikers graag uit de heup. Men kan dat grof en brutaal noemen. Hij doodt daarbij mogelijk zijn opponent, maar in die handeling ook zijn geloofwaardigheid.

Hieronder mijn antwoord bij de op zich zeer belangwekkende vraag waarom er zoveel stromingen binnen godsdiensten bestaan (en in het verlengde daarvan, waarom er zoveel godsdiensten naast elkaar bestaan).

Warner Wallace suggereert antwoord te geven, maar geeft dat niet. Het gaat hem om de schijn dat hij deze bewering ter verdediging van zijn geloof afdoende heeft beantwoord. Niets is minder waar en kan ook niet waar zijn omdat de cirkelredeneringen van types als Warner Wallace daar per definitie niet in kunnen voorzien:

J. Warner Wallace maakt twee denkfouten in zijn betoog.

1) Er zijn in de moderne geschiedenis duizenden godsdiensten en godsdienstromingen aan te wijzen die zich allen beroepen op een geloofsleer en een verwijzing naar een God. Dat wordt onhoudbaar als blijkt dat deze religieuze organisaties tegengestelde claims doen over het bestaan en ontstaan van een opperwezen. Welnu, die tegengestelde claims bestaan, zodat de dogmatiek van godsdiensten ernstig moet worden gerelativeerd. Want de waarheid die als hoogste waarheid wordt voorgesteld blijkt uiteindelijk een waarheid te zijn die door mensen is gecreëerd.

Een en ander ondermijnt in de kern de claim van godsdiensten dat ze niet door mensen zijn gecreëerd. Dat zijn ze wel naar nu blijkt uit al die tegengestelde claims, beweringen en dogma’s die alleen door mensen kunnen zijn gemaakt. Want als een opperwezen ze had gemaakt, dan hadden die verschillen niet kunnen ontstaan. Of was het opperwezen in de war of vertoonde het tekenen van dementie toen het duizenden godsdiensten creeerde?

2) De vergelijking tussen religie en atheïsme is ongelukkig. En eerlijk gezegd ook wel wat brutaal en ongepast omdat Warner Wallace de beleefdheid niet kan weerstaan om atheisme zijdelings in te lijven als een namaak-geloof. Dat toont geen enkel respect voor andersdenkenden.

Uit het feit dat er vele soorten atheisme zijn leidt Warner Wallace het argument af dat er daardoor ook vele soorten christendom kunnen bestaan. Al die andere godsdiensten met hun specifieke opperwezen neemt hij niet eens in beschouwing. Maar de vergelijking klopt niet omdat atheisme geen geloof is met een centrale dogmatiek. Dat geldt voor de stromingen van het christendom wel.

Warner Wallace maakt ongemerkt en ongewild een koe van een fout omdat zijn betoog ook omgekeerd kan worden. Want als de vergelijking tussen de verschillen binnen het atheisme worden geëxtrapoleerd naar de verschillen binnen het christendom, dan moet daarmee ook het uitgangspunt van het atheisme gewaardeerd worden. Dat zegt dat er geen God bestaat die niet door mensen is gemaakt. Via een omweg weeft Warner Wallace dus het uitgangspunt in zijn betoog dat God door mensen is gemaakt. Het lijkt erop dat Warner Wallace zijn eigen betoog niet doorgrondt.

Waarom aartsbisschop William Goh mijn favoriete kerkredenaar is

Mijn favoriete religieuze prediker is aartsbisschop van Singapore William Goh. In deze video zet hij zijn kruistocht voort tegen het secularisme. Dit keer is het onderwerp de relatie tussen politiek en religie. In Gohs frame worden religie en politiek tegenover het secularisme gezet. Hilarisch is de volgende passage waarin hij alles in harmonie brengt: ‘Both religion and politics are concerned with the promotion of harmony, justice, dignity of the human person, the freedom of conscience, and the well being of every human person. And for this reason, politics and religion, they are partners in the development, not just of the country, but of the people. (..) In fact, religion adds the dimension to what a secular country would not be able to achieve.

Niemand kan zo goed als Goh de geschiedenis vol religieuze oorlogen verdraaien. Niemand kan zo goed als Goh wensdenken en naïviteit voor realisme plaatsen. Niemand kan zo goed als Goh een verkeerde voorstelling van het secularisme geven, dat ook onderdak biedt aan religie. Niemand kan zo goed als Goh een onnozele mening verkondigen. Niemand kan zo goed, onder het verkondigen van zalvende woorden, de ogen sluiten voor de wereld om hem heen. Goh is religie zoals het in de kern is, maar zich zelden vertoont omdat de ware bedoelingen worden verhuld. Dat doet Goh niet. Daarom is William Goh mijn favoriete religieuze prediker.

Column Roderick Veelo: ‘Populisten verkwanselen kun kansen’

Met de commentaren van RTL-journalist Roderick Veelo ben ik het doorgaans oneens. Vaak neemt hij een populistisch standpunt in. Bijvoorbeeld over kunstsubsidies en identiteitspolitiek of over moralisme en racisme. Kortom, Veelo identificeert zich aan de hand van de heersende opinies in de meeste gevallen met de rechterkant van het politieke spectrum om dat vervolgens in bescherming te nemen. Dat is uiteraard zijn goede recht. Maar ik moest wel even in mijn ogen wrijven of ik het goed las toen ik vandaag zijn commentaarPopulisten verkwanselen hun kansen’ met bovenstaande conclusie las.

Het is op zich niks nieuws wat Veelo zegt, namelijk dat politiek een vak is dat vakmanschap vereist. Politiek is het verdelen van de macht door iets voor elkaar te brengen. Het laten klinken van een tegenstem alleen is het halve verhaal zonder afronding en daarom per definitie geen politiek. Commentatoren als NRC-medewerker Tom-Jan Meeus zeggen dit al jaren. Dus dat politiek een vak is dat in de praktijk geleerd moet worden.

Wat Veelo tot zijn column brengt waarin hij rechts-populisten als Donald Trump, Boris Johnson en Thierry Baudet afvalt beantwoordt hij zelf. Dat is de obstructie van president Trump in het eerste verkiezingsdebat met de Democratische uitdager Joe Biden. Het is een teken aan de wand van Trumps onkunde. Veelo meent dat Trump geen plan van aanpak had in dat debat en dat overigens evenmin in zijn beleid heeft. Dat is in overeenstemming met vragen van journalisten over Trumps programma voor een tweede termijn indien hij herkozen wordt. Daar heeft Trump geen antwoord op. Omdat hij geen programma heeft. Trump kan anderen hinderen door tegen de gevestigde orde te schoppen en op enkele speerpunten zijn doelen te verwezenlijken (benoeming conservatieve rechters, invoering belastingwet waarvan zijn vermogende sponsors profiteren), maar een politiek programma voor een heel land en samenleving heeft hij niet. Dat geldt ook voor rechts-populisten als Johnson en Baudet die zich manifesteren als politici die het vak niet onder de knie hebben en waarschijnlijk nooit onder de knie zullen krijgen. Baudet zei in 2016 dat hij ongeschikt was als politicus.

De logica van rechts-populisten is dat ze zich afzetten tegen de politiek dat ze het establishment, het kartel of de deep state noemen. Hoe deze populisten politiek willen bedrijven zonder deel uit te maken van de politiek is het raadsel. Dwarsliggen of kapotmaken is niet zo lastig en kan men in zijn eentje of met een hecht groepje vertrouwelingen, maar een land of samenleving opbouwen en stroomlijnen vraagt om samenwerking, overleg en vakmanschap. Dat vraagt meer dan afbreken en bekritiseren en minder eigendunk van leiders die onterecht claimen namens ‘het volk’ te spreken. Deze rechts-populisten zijn briljante stoorzenders en criticasters, maar belabberde constructeurs die iets bereiken door op te bouwen. Zoals Veelo opmerkt is de tragiek dat de achterban van de rechts-populisten de hoop voor situatieverbetering heeft gevestigd op deze leiders die daar echter niet aan kunnen voldoen omdat ze het vak om dat te realiseren totaal niet beheersen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPopulisten verkwanselen hun kansen’ van Roderick Veelo voor RTL4, 1 oktober 2020.

Bosch Parade hekelt de beperkte blik op Brabantse cultuur van het Brabantse provinciebestuur

De video ‘Beperkte blik op Brabantse cultuur’ is op 9 mei 2020 geplaatst op het YouTube-kanaal van Bosch Parade. Deze kunstmanifestatie ‘de varende parade in de geest van Jheronimus Bosch’ staat gepland voor 21-23 juni 2020. De tekst zegt: ‘De beperkte visie van de nieuwe coalitie gaat meer kosten dan de bezuinigingen die eruit worden gehaald. Wij zien dat kunst en cultuur positieve bijdragen levert aan de samenleving, het onderwijs en aan de Brabantse economie. Dat kan niet in vrije tijd worden ontwikkeld. Daarvoor is een sector nodig met professionals die verbinding leggen met andere sectoren. Een provincie zonder cultuur is een lege huls. Geen inhoud, geen verdieping, geen verbondenheid. Dat is vrij spel voor polarisatie. Wij willen niet leven in een wereld die geregeerd wordt vanaf een eiland waar politiek oogkleppen op heeft.

Tja, wij willen niet leven in een wereld die geregeerd wordt vanaf een eiland waar politiek oogkleppen op heeft. Mooi, maar wat is daarvan het gevolg als onmiskenbaar blijkt dat de politiek in het provinciehuis in Den Bosch oogkleppen op heeft en kunst en cultuur niet meer ziet staan? Gaat de wij dan emigreren of stopt die met leven? Ik begrijp het onbegrip over de politiek. Is dit de juiste wijze om daar iets aan te veranderen? Toegegeven, te voorzichtig zijn is laf en slap. Maar niet voorzichtig genoeg valt evenmin aan te bevelen.

Gedoe bij DENK, FvD, 50PLUS of CDA houdt herwaardering van politiek als vak in

Update 29 juni 2020: Bijna twee maanden gelden schreef ik in onderstaand commentaar dat het logisch zou zijn als Henk Krol en Henk Otten hun krachten zouden bundelen in een nieuwe partij. Vandaag maakten ze bekend samen verder te gaan als Partij voor de Toekomst. Met Krol als lijsttrekker en Otten als voorzitter. Jammer is dat ze mijn voorstel voor een naam van de nieuwe partij niet overnemen. Klinkt ‘Verenigde Henk Partij’ niet prikkelender en uitdagender dan het saaie en nietszeggende Partij voor de Toekomst?

Het gedoe bij 50PLUS leert dat politiek een vak is. Dat wordt wel eens vergeten. De verwikkelingen bij partijen als DENK, FvD, 50PLUS, maar ook het CDA (Brabant!) leren dat politiek niet vanzelf gaat. Er is regie, logica, vakmanschap en inzicht voor nodig. Dat ontbreekt bij deze partijen die ten onder gaan aan gesteggel en grote ego’s. In hun kortzichtigheid rollebollen ze over straat. Dit houdt een herwaardering van de politiek als vak in.

Waarom bundelen partijverlaters Henk Otten (ex-FvD) en Henk Krol (ex-50PLUS) niet hun krachten? Ze hebben programmatisch veel gemeen met hun traditioneel-conservatieve opvattingen en ook organisatorisch zitten ze in hetzelfde schuitje met een verbrokkelde partij. En met mentaal de klap van een ongelukkige scheiding. Gun Krol het accent op ouderen en pensioenen en Otten op economie en veiligheid. Otten heeft aangegeven geen fractieleider te willen worden, dus dat kan Krol worden. Ofschoon Otten zei voor die rol een vrouw te zoeken. Otten kan optreden als de organisator achter de schermen en als fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Een naam ligt al voor de hand: ‘Verenigde Henk Partij’. De VHP kan in het politieke spectrum het gat rechts van de VVD en links van radicaal-rechts afdekken. Gezien het rumoerige verleden van vooral Krol verdient het zeer de aanbeveling om een psycholoog in de partij-organisatie op te nemen die gespecialiseerd is in narcisme.

Professionele lobbyisten willen maatschappelijke groeperingen helpen toegang te krijgen tot politiek. Is dat wel een goed idee?

Is de oprichting van Kompass goed of slecht nieuws? Wijst het op een gewenste of ongewenste ontwikkeling van het politieke proces? De opzet ervan is dat het lobbyisten verenigt die zich gratis voor maatschappelijke groeperingen inzetten om die toegang te geven tot het politieke proces. Dat klinkt als een nobel streven, maar metterdaad bevestigt en vergroot het het belang van professionele lobbyisten. Hoe goedbedoeld ook. Vanaf 1 november 2019 werkt Kompass samen met de BVPA, de beroepsvereniging van lobbyisten, ofwel Public Affairs. Een persbericht van 15 oktober 2019 van Kompass geeft onbewust de beperkte en navelstaarderige blik van deze lobbyisten op het politieke proces aan als het Paul Burm, de voorzitter van de BVPA citeert: ‘De beroepsvereniging onderschrijft het streven naar een eerlijk lobbyspeelveld’. Dat klinkt beredeneerd vanuit de eigen beroepsgroep en kan wijzen op overschatting ervan. Elke beroepsvereniging zal de eigen norm graag exporteren naar het speelveld van allen. Maar de vraag is of de samenleving wel zit te wachten op politieke besluitvorming die via professionele lobbyisten loopt. Hoe verhouden de intenties van Kompass zich tot de burgerbeweging of de actiegroep van onderop of onafhankelijke kennisinstituten die advies en training geven?

Foto 1: Schermafbeelding van homepage Kompass.

Foto 2: Schermafbeelding van deel persbericht Kompass van 15 oktober 2019.

Nederlanders voelen zich gelukkig. Waar komt dan dat beeld van ongeluk, zelfs rampspoed vandaan dat over Nederland komt?

Feit dat we niet ontspannen zijn is een beeld dat we van onszelf hebben. We zouden ons laten opjagen. Dat is slecht verklaarbaar. Economisch gaat het de grote meerderheid van Nederlanders beter dan ooit. Het land is goed georganiseerd en publieksonderzoeken wijzen uit dat we onszelf gelukkig voelen. Nederland staat in lijstjes over rechtsstaat, stand van de democratie en transparantie bij de toplanden. Vaak met Scandinavische landen en Canada of Nieuw-Zeeland. ‘De ervaren mate van geluk en tevredenheid met het leven van de totale Nederlandse bevolking is de afgelopen twee decennia nauwelijks veranderd’, zegt een toelichting bij een onderzoek van het CBS. Ruim 8 van de 10 Nederlanders acht zich gelukkig. We hebben niks te klagen. Toch?

Het is mogelijk dat dit beeld niet klopt. Nederlanders zouden wel ontspannen, en tevreden en gelukkig met hun situatie zijn. Alleen wordt dat dan verkeerd ‘vertaald’. Is dat het geval? Dit gaat overigens verder dan de wijsheid, ‘met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’. Ook met ons gaat het objectief gezien goed. Nederland is uiteraard niet ideaal. En groepen die niet mee kunnen komen of achterblijven bestaan overal.

Zit die befaamde Nederlandse karaktertrek ons in de weg? Namelijk dat we iets te klagen moeten hebben. Bij voorkeur over het weer omdat dat een neutraal onderwerp is. Het klimaat is dan altijd te koud, te warm, te nat, te droog of te saai. Maar vaak gaat het ook over de maatschappij. Nederlanders zouden zich terugtrekken in hun eigen sociale, culturele en educatieve leefgebied. Tussen gelijkgezinden. In een nieuwe verzuiling. Dat archipel-effect wordt versterkt door het onderwijssysteem, en de woning-, arbeids- en huwelijksmarkt. Het geklaag wordt dan gestuurd en aangejaagd door het bestaan van de subcategorieën. De ander zou te dom, te ordinair, te lijdzaam, te afhankelijk, te elitair, te egoïstisch, te religieus, te vrijzinnig of te hoogmoedig zijn.

Waarom ontstaat dat beeld van ongeluk, zelfs rampspoed dat over Nederland komt? Want 9 van de 10 Nederlanders zegt zich gelukkig te voelen. Ik ben voorzichtig om de oorzaak van dat beeld over ons geluk bij dat voor de hand liggende medium te leggen dat de werkelijkheid door nepnieuws, leugens en  manipulatie uitvergroot en vertekent, namelijk de sociale media. Ik doe het toch. Daar komt iets bij. We moeten beseffen dat er in elke samenleving actoren zijn die er belang bij hebben om de samenleving als negatief af te schilderen. Vaak van een jongere generatie die komt kijken en vadermoord meent te moeten plegen om er te komen. Ze werken aan hun carrière en ambiëren om zelf tot de macht door te dringen. Opvallend traditioneel zijn ze daarin: dat gebeurt door het verspreiden van negativisme en de claim het zelf beter te zullen doen.

Dat zijn de belagers van ons het geluk. Ze willen hun eigen bekommernissen in onze kop enten. Neem de radicaal-rechtse Sid Lukkassen die vaardig aan de hand van negatieve kwalificaties argumenten stapelt, niet voor tegenspraak vatbaar is en telkens tot hetzelfde betoog komt dat eruit bestaat dat aspect a, b, c of d niet klopt. Het is een formaat dat telkens tot hetzelfde leidt. Ik zeg stapelen omdat het geen valide betoog is. Zijn selectie van feiten en motieven volgt uit zijn mening. Het artikelDe NPO als scheidslijn van de nieuwe status quo’ op TPO claimt dat VVD, PVV en SP zich niet vertegenwoordigd voelen door de publieke omroep. Ik ben geen sympathisant van deze partijen en voel me evenmin door de publieke omroep vertegenwoordigd. Dus?

Moeten we ons vanuit een wereld van vergezichten en fantasieën met verregaande conclusies uitspreken over de pseudo waarheid van het vermeende cultuurmarxisme of het bestaan van een eenvormig cultuurlandschap? Of bedwingen we onszelf en beperken we ons tot zakelijke kritiek zonder te raken aan het geluksgevoel van 9 op de 10 Nederlanders? Als men carrière wil maken over de rug van het geluk van de Nederlanders is de voor de hand liggende route uitgetekend. Maar dat wil niet zeggen dat opinieleiders die dringend moeten volgen.

Foto 1: Hans Wilschut, Carsten Höller, GELUK, 1996-97. Collectie: Centraal Museum.

Foto 2: C. Geluk, 1930. Collectie: Centraal Bureau voor Genealogie.

Waarom kijk ik niet naar politieke debatten die me vervelen?

Op 23 mei 2019 mogen de Nederlanders stemmen voor de Europese Verkiezingen. In de aanloop ervan zenden omroepen debatten uit tussen de lijsttrekkers van de verschillende partijen. Ik heb er geen oordeel over, want ik kijk er niet naar. Hoe goed de kundige politici ook zijn voorbereid en hoe scherp ze uit de hoek komen, het boeit me niet. Ik verveel me. Ik zie in zo’n debat een vertaling van de werkelijkheid die kunstmatig op me overkomt. Dat zegt iets over mij. Ik ben geen scepticus of nihilist die politici het liefst bij het vuil wil zetten, maar juist een liefhebber van politiek. Toch haak ik af als Nederlandse politici hun mond opendoen.

Hoe is mijn onmin ontstaan met de huidige generatie politici die uit een bevoorrechte klasse gemobiliseerd wordt, geen doorsnede van de bevolking is en zich laat sturen door fractiediscipline, spindoctors, politieke assistenten, voorlichters en in dat proces zichzelf verloren is? De generatie politici die de menselijke echtheid, betrouwbaarheid of geloofwaardigheid ingewisseld heeft voor geld of een carrière. Met Derk Jan Eppink als tragisch voorbeeld die in 10 jaar zich heeft gebonden aan drie partijen vanwege de carrièremogelijkheden (LDD, VVD, FvD) en zich als een voetballer laat wegkopen door de meest biedende. Dat is de politiek van de inwisselbare mening die niet voorkomt uit een diepere overtuiging, maar uit eigenbelang en baatzucht.

Ben ik verwend door het historisch geheugen vol grote voorbeelden met de grote verhalen (Churchill, Ghandi, Roosevelt, De Gaulle, Eisenhower, Monnet, Spaak, Drees, Reagan, Palme, Meir, Mandela) waartegen de huidige lijsttrekkers povertjes afsteken? Ik weet niet wat het is, maar ik kan de door deze politici ingestudeerde soundbites en emotionele uitbarstingen niet meer aanzien. VVD’ster Annemarie Jorritsma zei ooit over Frankrijk: ‘Het is een leuk land, maar het is jammer dat er Fransen wonen’. Zo is het voor mij ook met de politiek. In Nederland, maar ook in de VS of het VK. Het is een leuk vak, maar het is jammer dat er politici zijn.

Foto: Still uit het Verkiezingsdebat tussen de Lijsttrekkers voor de Europese Verkiezingen van Nieuwsuur op 13 mei 2019.

GroenLinks laveert kleinmoedig weg na de beschuldiging van antisemitisme vanwege een resolutie over de BDS-beweging

Soms stem ik bij verkiezingen op GroenLinks. Uitsluitend vanwege het klimaatdebat. Dat ben ik op 20 maart ook weer van plan bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Maar het is om twee redenen telkens weer een overwinning op mezelf om me ertoe te dwingen GroenLinks te steunen. In de kern bevat de partij veel anti-democratische, links-radicale elementen en tendenzen waar ik liever afstand van zou willen houden. En de marketing van partijleider Jesse Klaver is wel erg flinterdun en opgeklopt om geloofwaardig te zijn. Maar de spoeling in de Nederlandse politiek is erg dun. Het is bij het bepalen van een stem voor politieke partijen de keuze tussen slecht en nog slechter. Dan maar voor slecht gekozen. GroenLinks dus. Van harte gaat het niet.

Neem bovenstaande verklaring van oud-fractievoorzitter Bram van Ojik over de zogenaamde BDS-beweging. Daar stijgt een weeë geur uit op. Hier is over die beweging meer te lezen in een artikel van Nathan Thrall. De verklaring is tot stand gekomen na druk van rechtse organisaties, zoals Christenen voor Israel dat vandaag een demonstratie hield voor het hoofdkantoor van GroenLinks in Utrecht. Aanleiding was de steun voor een resolutie door GroenLinks over de BDS-beweging op het partijcongres van 16 februari. Zoals een demonstratie een recht is, is de steun van een politieke partij voor de BDS-beweging (die in feite gaat om het opkomen voor de rechten van Palestijnen) ook een recht. Uiteraard denkt het rechtse Christenen voor Israel hierover anders dan het linkse GroenLinks. Maar dat is begrijpelijk vanwege de andere uitgangspunten en politieke filosofie van de betrokkenen. Politieke standpunten verschillen nu eenmaal, want anders zijn het geen standpunten.

De verklaring is beneden de maat en ermee verloochent de partij zichzelf. Wat te denken van de zin: ‘We verzetten ons tegen het verbieden en strafbaarstellen van standpunten, los van de vraag of we het met die standpunten al of niet eens zijn’. Dat is onhandig en onnodig. GroenLinks is een deelnemer aan het politieke debat, geen ondersteuner ervan. GroenLinks is een politieke partij met standpunten, geen organisatie die de rechtsstaat bewaakt. In de media riep de verklaring dan ook terecht de reactie op dat GroenLinks door de bocht was gegaan. En wat te denken van de zin: ‘De motie is niet bedoeld als steun aan de doelen van BDS’? Hè? Maar de GroenLinks Europarlementariër Judith Sargentini schrijft in een tweet van 16 februari dat de BDS-beweging ‘een geoorloofd middel is om de Palestijnen in hun strijd voor rechtvaardigheid te helpen’. Dus GroenLinks steunt volgens GroenLinks tegelijk wel en niet de Palestijnen in hun strijd voor rechtvaardigheid.

GroenLinks heeft zwakke knieën. De beschuldiging van antisemitisme uit rechtse hoek lijkt een open zenuw te raken. Heeft de partij iets te verbergen? Wie ervan overtuigd is geen antisemiet te zijn en er niet naar handelt, hoeft daar in een verklaring toch niet op te reageren? Of dat komt door de links-radicalen in de partij die wel degelijk anti-democratische of antisemitische denkbeelden hebben is de vraag. Mogelijk is GroenLinks bang voor wat Labour overkomt dat door een debat over antisemitisme wordt verscheurd waar de partijleiding halfslachtig op reageert. De reactie op de beschuldiging van antisemitisme legt GroenLinks’ zwakte bloot.

Het reageert niet met een uitleg die zegt dat het vanwege het beleid over buitenlandse politiek een politiek standpunt inneemt dat daarmee in overeenstemming is, maar laat zich verleiden tot een nietszeggende verklaring die de resolutie over de BDS-beweging op het partijcongres afzweert. Het is de framing van rechts om kritiek op Israel te reduceren tot antisemitisme. Maar het is nogal wat als links er stilzwijgend in meegaat. De partij kan beter de antidemocraten in de eigen partij er nou eens definitief uitgooien, dan dat het zwicht voor de rare beschuldiging van antisemitisme en de suggestie dat de resolutie controversieel zou zijn. En ik had het al zo moeilijk om mezelf te dwingen GroenLinks te stemmen. Daar komt dit nog eens bovenop.

Foto 1: Schermafbeelding van verklaringBDS (Boycott, Divestment, Sanctions)’ van GroenLinks, 8 maart 2019

Foto 2: Tweet van Judith Sargentini, 16 februari 2019.

Nelle Boer denkt na over kunst binnen en buiten de kunstwereld

Beeldend kunstenaar Nelle Boer heeft een prikkelende visie op de kunstwereld die hij via sociale media verspreidt. Boer zet met zijn maatschappijkritiek aan tot nadenken. Hij meent dat de overheid die de kaders van de kunstwereld met een getrapt model van financiering via de kunstinstellingen bepaalt ook de inhoud van de kunst bepaalt. Dat is een terechte observatie. Wie bepaalt betaalt, ook in de beeldende kunst.

Tegenover de kunstenaars die opereren binnen de kunstwereld zet hij de kunstenaars die opereren buiten de kunstwereld. Hij zegt tot de laatste categorie te behoren. Het valt te betwijfelen of die afbakening zo scherp is als hij het stelt. Feitelijk trekt Boer zelf ook al die conclusie in zijn afsluitende opmerking als hij zegt dat hij een weerwoord wil bieden en zich daarom wel binnen de kunstwereld moet begeven om gehoord te worden.

Want elk verstandig systeem heeft een niche waar de tegenkrachten zich manifesteren. Een overloop. Een gereguleerd ventiel. Kunstenaars buiten de kunstwereld houden zo het systeem in stand dat ze bekritiseren omdat ze maatschappijkritiek opvangen. Daarom doen ze ook dienst binnen de kunstwereld als een individu zonder stemrecht. De waarde van Boers beschouwing is dat hij het stelsel van de kunstwereld ter discussie stelt. Dat is niet zo onpartijdig en vanzelfsprekend als de machthebbers in politiek en kunstwereld beweren.

Het is een constructie die ingericht is om politieke doelen te dienen en tegen de macht aanleunt. De uitruil is volle vrijheid binnen kaders waarbuiten niet gekleurd mag worden. Kunst mag met mate schuren, maar niet de bestaande orde kapotscheuren. Kunst schept illusies en speelt zich niet af op het domein van de politiek of de filosofie. Die afbakening lijkt meer te morrelen aan Boers overdenking dan de afbakening die hij maakt tussen kunstenaars binnen en buiten de kunstwereld. Hoe dan ook zeer het nadenken waard. Wordt vervolgd.