George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Politiek

Het onverstand van Bill Maher

leave a comment »

Bill Maher is een cabaretier van het Amerikaanse soort. Cabaret of comedy is een genre voor liefhebbers, en ik ben er geen liefhebber van omdat het me veel aan domineesland doet denken. Maher is overigens opvallend anti-islam, dus dat past precies in dat plaatje van getuigen en prediken. Ik heb niet niets met het genre omdat het te absurd zou zijn, integendeel, maar juist realistisch is zonder realistisch te zijn. Pseudo-realistisch dus. Zo krijgen comedians een beetje politieke macht zonder dat ze verantwoording af hoeven te  leggen. Met grappen of het op effect spelen vullen ze hun argumentatie aan, of verbergen ze het ontbreken ervan. Als ze een rol in het publieke debat als hofnar zouden ambiëren, dan zou dat een duidelijke positie zijn. Dat heeft een maatschappelijke functie. Maar hun pretentie gaat verder. En dat maakt het misleidend en vrijblijvend.

Neem nou Bill Maher in een sketch over Trump voor zijn show Real Time van 29 april 2017. Mediaite doet er in een bericht verslag van onder de titel ‘Bill Maher: ‘Liberals Need to Stop Trying to Win Over Trump Voters With Facts’’. Progressieven hoeven volgens Maher niet te proberen om Trumps achterban te overtuigen met feiten omdat die feiten toch niet zouden aankomen. Trumps kiezers zouden alleen aanslaan op emotie en niets om feiten geven. Dit is om een aantal redenen een bedenkelijk standpunt. Het geeft de indruk dat Trumps kiezers zich niet laten leiden door feiten en door zo’n neerbuigende houding vergroot het de kloof met die groep, dat progressieven of de Democratische partij DNC daarom geen moeite hoeven te doen om de feiten -ingebed in een sterk politiek programma- overtuigend te formuleren en presenteren, en het gaat mee in de hedendaagse mode om de waarde van feiten te relativeren. Maher vraagt om een reactie:

Nonsense. Liberals need to start trying to win over Trump voters with other facts. Liberals must demonstrate that Trumps policy is bad for employment, competitiveness and well-being.

It is not about all against Trump, it is about all in favor of a prosperous, fair and open USA. And Trump can’t deliver such a policy. These are the facts which must be put forward. Trump can only be beaten by demonstrating his bad record.

Bill Maher misses the point. Liberals should distance themselves from big money in politics and assume the interests of all ordinary citizens. That can only be convincingly demonstrated by carefully summarizing the facts.

De les die Maher niet volgt omdat hij met zijn pseudo-confrontatie grappig wil zijn en op effect speelt is dat de achterban van populisten juist met feiten tegemoet getreden moeten worden. Want feiten kunnen aantonen dat hun belang door de populist van dienst niet gediend wordt. Wellicht valt dat kwartje bij Trumps achterban niet meteen, maar dat is geen reden de poging te staken. Politiek is het verdelen van macht door overtuiging. Als politici van centrumpartijen dat nalaten, dan geven ze het geloof in de politiek op en posteren zich als belangenbehartiger van de eigen doelgroep in het eigen domein. Opspelende emotie bij Trumps achterban is geen excuus om de pogingen te staken. Het is rampzalig omdat het politici niet langer verplicht om breed en ‘inclusief’ te denken. Het is gemakzuchtig omdat zo nergens meer een politiek programma tot stand komt dat zowel uitgaat van feiten alsook de pretentie heeft allen te bedienen en probeert in het verleden gemaakte fouten te herstellen en in te bedden. Maher is dwaas in de zin van ‘onverstandig’. Was hij maar gewoon ‘zot‘.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBill Maher: ‘Liberals Need to Stop Trying to Win Over Trump Voters With Facts’’ op Mediaite, 29 april 2017.

Written by George Knight

29 april 2017 at 15:13

‘Controversiële kunst’ met Tom Chung in Alaska: Everything

with 7 comments

Is het begrip ‘controversiële kunst’ niet een pleonasme omdat kunst per definitie controversieel is en scherpe kanten moet hebben om kunst te zijn? Dus: aanvechtbaar, omstreden. In de kern wel, maar zo wordt kunst doorgaans niet opgevat. Neem het schilderijEverything’ van Tom Chung. Het hangt in de Kimura galerie (‘An innovative exhibition of UAA Art Department Faculty work’) van de Universiteit van Alaska Anchorage (UAA). Werk van studenten dat aan de universiteit gemaakt is. Een artikel van KTVA Alaska kopt ‘Controversial painting at UAA gallery sparks ‘spirited discussions’’. Het schilderij heeft naar verluidt geleid tot ‘verhitte debatten’ over de vraag of het ‘geschikt is om opgehangen te worden op een openbare universiteit’.

Op het bord staat te lezen ‘Man did not weave the web of life. He is merely a strand in it’ ofwel ‘De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is er maar een draad in.’ Dan is er nog een afbeelding van Hillary Clinton en de kop van Donald Trump die de naakte figuur (acteur Chris Evans) in de linkerhand houdt. Bloed druppelt op Clintons broek. Evans’  geslachtsdelen zijn geblurd, zodat over sex, openbare zeden of naaktheid geen debat hoeft te ontstaan.

Volgens de verslaggeving van KTVA Alaska steunt de leiding van de UAA het tentoonstellen van het schilderij. Universiteiten ‘zijn een plek voor een gratis uitwisseling van ideeën, gediversifieerde gedachten en meningen, en ideaal, een plaats om te praten over onze verschillen en overeenkomsten’ aldus rector Tom Case van de UAA in een schriftelijke verklaring. Interessant is dat ‘ Assistant Professor of Painting’ Chung zelf heeft getwijfeld of hij vanwege de politieke boodschap het schilderij zou ophangen, aldus een bericht van KTUU. Want hij wilde zijn studenten zijn politieke mening niet opdringen. Zijn ontsteltenis over Trumps verkiezing was de reden om het werk te maken, zo zegt Chung. Het is opmerkelijk dat kunst die vragen oproept al snel controversieel wordt genoemd. Dat geeft te denken over de ‘framing’ van kunst die doorgaans is getemd.

Foto: Tom Chung, ‘Everything’, 2017.

Evaluatie bevestigt opnieuw mislukking van F35-programma. Agendeert GroenLinks deze kritiek in informatiebesprekingen?

leave a comment »

Aan de hand van het laatste jaarrapport van de inmiddels gepensioneerde Michael Gilmore, als Director of Operational Test and Evaluation zet Dan Grazier voor War is Boring in een overzicht de kwaliteiten van de JSF (F-35) op een rijtje. Hij concludeert dat het F-35-programma een nationale ramp is die nodig grondig moet worden geëvalueerd. Vragen moeten niet aan generaals of bestuurders gesteld worden omdat ze er belang bij hebben dat het programma wordt voortgezet. Ze hebben geen prikkel om de harde waarheid over de mislukking te openbaren (‘no incentive to tell the hard truth because they have a vested financial interest in making sure the program survives — regardless of capability’). Het debat over de F-35 moet breder en opener.

De politiek moet op zoek naar tegengeluid zodat het hele verhaal wordt verteld. In Nederland kan GroenLinks ervoor zorgen dat niet de pro-JSF lobby van VVD en CDA -vertegenwoordigd door communicatieadviesbureau Hill & Knowlton- alleen bepaalt hoe het defensiebudget wordt besteed. In september 2013 kwam toenmalig leider Bram van Ojik van GroenLinks met een petitie die ‘nee‘ tegen de JSF zei. Als de partij dat nog steeds vindt -en durft!- kan het dit standpunt in de besprekingen met informateur Edith Schippers agenderen.

Het is absurd dat in tijden waarin de Russische krijgsmacht als bedreigend wordt ervaren zo onverantwoord wordt omgesprongen met het defensiebudget. De JSF is te weinig waar voor te veel geld. En nog steeds een met veel onduidelijkheden omgeven eindproduct. Hoewel uitgaven aan de Amerikaanse wapenindustrie het Witte Huis tevreden zal stellen. Maar dat aspect gaat voorbij aan de beste verdediging van Nederland en West-Europa tegen Russische agressie. In november 2015 zei toenmalig presidentskandidaat Donald Trump in een verwarrend interview dat hij twijfels over de F-35 had. In 2013 maakte minister Hennis van Defensie bekend dat Nederland 37 JSF-toestellen aanschaft voor 14,6 miljard euro. Ondanks een meerderheid in de Tweede Kamer die in 2012 in een motie een streep door de JSF zette. CDA-minister en JSF-voorstander Hans Hillen manipuleerde in dat jaar de Algemene Rekenkamer met het door hem ‘bestelde’ rapport ‘Uitstapkosten Joint Strike Fighter’. In 2019 volgt een eindrapport met conclusies. De omgekeerde wereld van de wapenindustrie.

Kunst biedt de echtheid die de politieke campagne mist

with one comment

Laatst hoorde en zag ik Sandberg-directeur Jurgen Bey in Utrecht een kleine kunstpresentatie openen. Hij was tot tranen geroerd over het werk van Klaske Oenema. Zijn betoog was indrukwekkend. Niet omdat het zo vlot en welsprekend was, maar juist vanwege het tegendeel. Woorden zoekend kwam hij tot de kern. Dat proces in real time maakte het begrijpelijk voor alle aanwezigen. Ze zwegen in verbazing omdat zich voor hun ogen iets onvervalst afspeelde. Wat ze ontwend zijn. Een uiting die uitgebeend was tot op het bot. In de tijden van marketing van bedrijven, politici en overheidsdiensten is dat een zeldzaamheid. Allen drukken ze burgers in de rol van de klant die een product mag afnemen. In passiviteit. Bey deed het anders, hij stofte het idee af dat we met z’n allen de samenleving vormen. Hij benadrukte de rol van de kunst die heusheid en zuiverheid biedt.

Ik heb afgelopen weken moeten denken aan die gebeurtenis in de Utrechtse Schoutenstraat. Met een zoekende spreker die een publiek vindt. Overtuiging die niet oproept door slaafsheid te eisen, maar verwerping ervan tot kern van betoog maakt. De campagne voor de komende verkiezingen is het tegendeel. Dat eist van de kiezer slaafsheid en saamhorigheid op. Wat uiteindelijk het omgekeerde is omdat het een proces is dat oproept anderen uit te sluiten. De campagne is in zichzelf verstrikt geraakt zonder nog iets met burgers of de buitenwereld van doen te hebben. Het gaat niet alleen niet buiten de grenzen van Nederland zonder Putin, Trump of andere wereldleiders, maar evenmin buiten de grenzen van de partijpolitiek. Het lijkt of de  campagne met 10 hoofdpersonen en 200 figuranten zich in een loods op een industrieterrein afspeelt zonder enige invloed op Nederland. Wat kijkcijfers oplevert. De campagne heeft geen diepere betekenis.

Deze partijpolitiek weet niets wezenlijks toe te voegen. Daarvoor moeten we uitwijken naar de kunst. Die niet toevallig door diezelfde politiek in het verdomhoekje is geplaatst. Kunst biedt de echtheid die de politiek mist.

Gabriël van den Brink hekelt secularisatie en prijst protestantisme. In NRC dat staat voor Verlichting en liberalisme. Logisch?

leave a comment »

br

NRC gaf op 1 februari Gabriël van den Brink een volle pagina in de papieren krant voor zijn opinie-artikelExperts, toon eens wat meer zelfkritiek’. Het gaat over de relatie tussen wetenschap en maatschappij, en de waarheidsvinding in de wetenschap die door externe en interne bedreigingen onder druk staat. Bovenstaande alinea’s wijzen op een externe bedreiging en komen uit een iets anders vormgegeven digitale versie van 27 januari. Van den Brink wordt in de papieren versie ‘hoogleraar wijsbegeerte bij Centrum Ethos aan de Vrije Universiteit in Amsterdam‘ genoemd, maar zijn naam is niet terug te vinden in de lijst medewerkers. Volgens een toelichting van Centrum Ethos ‘onderzoekt [Gabriël van den Brink] de kloof tussen burger en politiek. Dat doet hij op basis van empirische maar ook filosofische methodes’. Waaruit bestaan die filosofische methodes?

De tweede alinea is merkwaardig omdat het meer overhoop haalt dan verklaart. De essentie ervan blijft onuitgesproken. Deels door ruimtegebrek, maar de vraag is of er ook een reden is dat Van den Brink dit liever ongenoemd laat. Met ‘de mentaliteit van het protestantisme in Noordwest-Europa’ refereert hij aan de rationaliteit van het Calvinisme zoals de baanbrekende socioloog Max Weber dat ruim een eeuw geleden benoemde. Van den Brink maakt reuzenstappen als hij twee zinnen later concludeert dat ‘het cultiveren van waarden als verantwoordelijkheid en redelijkheid sinds de secularisatie niet langer voor zich spreekt’. Dat is een verstrekkende conclusie die de secularisatie een dolk in de rug steekt. Zoals gezegd doet Van den Brink aan ‘hit and run’ en loopt zonder uitleg snel verder. Er komt nog een aap uit de mouw met de observatie dat ‘het ontstaan van een multiculturele samenleving een deugd als eerlijkheid nog meer onder druk zette’.

Van den Brinks artikel gaat over de waarheid en integriteit in de wetenschap, maar als in een Droste-effect toont hij in zijn bewijsvoering het omgekeerde aan van wat hij betoogt. Want hoe integer en waardevrij is hij in zijn betoog, en welke gedachtengoed sleept hij impliciet met zich mee? Waar is de conclusie op gebaseerd dat waarden als verantwoordelijkheid en redelijkheid sinds de secularisatie niet langer voor zichzelf spreken? Dit is een normatieve uitspraak die Van den Brink niet onderbouwt. Hij stelt de secularisatie – die het proces van ontkerkelijking en verwereldlijking omvat- via de toetssteen waarheidsvinding onder verdenking en maakt die ondergeschikt aan de mentaliteit van het calvinisme. Hij trekt dit door naar het multiculturalisme dat hij negatief beoordeelt vanwege de teloorgang van het protestantisme en de opgang van de secularisatie.

Gabriël van den Brink bezondigt zich in dit artikel aan gemakzuchtige journalistiek die haaks staat op de wetenschappelijkheid waar hij voor pleit. Wat hij zegt hoeft niet onwaar te zijn, maar hij lijkt vooral het verkeerde medium van het krantenartikel gekozen te hebben. Hij bedoelt het waarschijnlijk genuanceerder dan uit de aannames blijkt die erg kort door de bocht zijn en raadselachtig klinken. Die keuze valt Van den Brink echter wel te verwijten evenals de Redactie Opinie van NRC die het artikel geschikt achtte voor plaatsing. Het is ruimdenkend van een krant die Lux et Libertas als motto heeft dat het een artikel plaatst dat tegen de mentaliteit van de Verlichting -waar de secularisering een onlosmakelijk aspect van is- en het liberalisme ingaat. Van den Brink verklaart dat lachend in z’n vuistje waarschijnlijk omdat de NRC door de secularisatie aan verantwoordelijkheid en redelijkheid heeft verloren. Zo is het betoog rond van een wetenschappelijk onderzoeker die in de heimelijkheid het protestantisme vooropzet. Zonder dat we dit echt mogen weten.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelExperts, toon eens wat meer zelfkritiek’ van Gabriël van den Brink in NRC, 27 januari 2017. (Geplaatste in papieren versie van NRC op 1 februari 2017).

Referendum als excuus en stootkussen om de politiek terzijde te schuiven

with 2 comments

bi

 

Business Insider Nederland biedt wekelijks een debat tussen aankomend politicus Thierry Baudet (FvD) en kamerlid Stientje van Veldhoven (D66) over een specifiek onderwerp. Deze week het referendum.
Dat vraagt om commentaar:

Het debat over wel of geen referendum is een schijndebat. Waarom Stientje van Veldhoven zich in een debat laat lokken met Baudet is ook de vraag. Ze zou beter moeten weten.

De sinds zomer 2015 nieuwe voorstanders van het referendum lieten zich immers eerder leiden door de politieke en commerciële (Geen Stijl) kansen die het op 1 juli 2015 ingevoerde Wet Raadgevend Referendum bood dan door hun democratische gezindheid. Dat laatste wordt gebruikt als voorwendsel voor het eerste. Dus daarom is het krom om een debat aan te gaan met iemand van wie de democratische gezindheid in zijn politieke functioneren niet vooropstaat, maar die wel anderen op dit aspect de maat meent te kunnen nemen.

Het antwoord op de vraag die een meerderheid van de Nederlandse bevolking bezighoudt is hoe de politiek dichter bij de burger gebracht kan worden. Dus hoe de machtsdeling met de burger vergroot en de macht van de politieke partijen verminderd kan worden. Of dat via vormen van directe of representatieve democratie gerealiseerd kan worden is secundair.

De vraag over het referendum wordt zo in praktische zin een afleiding voor echte veranderingen van het politieke bestel. Die verder gaan dan lippendienst. De populistische splinterpartijen gebruiken de roep om het referendum om zich ermee te profileren en in te vechten in de gevestigde politieke orde waar ze tot toe willen treden door aan te schoppen tegen die gevestigde politiek. Ook een generatieconflict en een gebruikelijke carrièrestap voor aspirant politici. Sommige behoudende traditionele politieke partijen gebruiken het referendum als excuus en stootkussen om geen fundamentele maatschappelijke veranderingen door te voeren. Progressieve politieke partijen willen die veranderingen wel, maar laten zich afleiden door een eindeloos debat over de vormgeving ervan.

Wat te doen? De oplossing zit ‘m niet in het referendum, maar in de druk op de gevestigde politiek om de macht met de burger te delen. Geen enkele organisatie levert ooit zonder tegenprestatie een deel van de macht in. Met het Nederlandse veelpartijenstelstel is de representatie rvan de burgers redelijk verzekerd. Het echte debat gaat over sociaal-economische onderwerpen, zoals inkomensgelijkheid, belastingdruk en belastingontwijking, huisvesting, onderwijs, werk en gezondheid, klimaat en gezondheid.

Een partij als D66 moet niet bang zijn om kritiek te hebben op het referendum. Niet om het af te schaffen, maar door het belang ervan niet te overschatten. Maar wat D66 vooral niet moet doen is zich door een andere partij tot een schijndebat laten verleiden waarin beide kanten weten dat het een schijnvertoning is. Maar wat ze om uiteenlopende redenen de kiezer niet kunnen bekennen omdat ze eigen, specifieke electorale redenen hebben om het debat over het referendum in de lucht te houden. Als luchtkasteel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStientje van Veldhoven: ‘Thierry Baudet gebruikt referenda om de politiek terzijde te schuiven’ op Business Insider Nederland, 31 januari 2017.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.