Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

Niet D66, maar de christelijke partijen creëren een doodscultuur. Met hun dogmatiek over het leven na de dood

De animositeit tussen D66 en orthodoxe-christenen over medische-ethische kwesties als euthanasie en abortus is een wetmatigheid. Dat meningsverschil is begrijpelijk gezien de overtuiging van deze verschillende levensbeschouwingen. Maar soms willen partijleiders zich ten koste van de ander op een goedkope manier profileren. Dan gaat het fout. Dat blijkt uit een citaat in het RD van leider Gert-Jan Segers van de CU: ‘Als corona ons íets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat echte aandacht en goede zorg het verschil maken in een mensenleven. Ik vind het buitengewoon pijnlijk dat in een tijd waarin ouderen zich extra kwetsbaar voelen, D66 een voorstel indient waarvan we weten dat het bij veel ouderen leidt tot grotere onzekerheid en meer angst.’ Dit is stemmingmakerij met een suggestie die over de grens van het betamelijke gaat. In hetzelfde artikel zegt Diederik van Dijk die directeur is van de christelijke zorgvereniging NPV in Veenendaal: ‘Maandenlang hebben we met elkaar onze samenleving bijna stilgelegd om kwetsbaar en oud leven te beschermen. En dan nu ijskoud met een wetsvoorstel komen dat een doodscultuur creëert’.

Deze christenen hebben het bij het verkeerde eind als ze menen dat het D66 is dat een doodscultuur creëert. Dat is opmerkelijk omdat ze blijkbaar niet meer goed kunnen zien voor welke gedachtengoed ze zelf staan. Zij zijn het immers zelf die een doodscultuur creëren. Want hoe kun je anders de opvatting van deze orthodoxe-christenen begrijpen over het leven na de dood? Voor wie dat christelijke dogma wil geloven. Gewone mensen gaan dood, maar christenen claimen dat ze in een hemel terecht kunnen komen. Dat is de ultieme doodscultuur van levende doden die aan de dood ontsnappen. Ik reageerde hier in enkele tweets op.

Foto 1: Tweet in antwoord op Diederik van Dijk, 17 juli 2020.

Foto 2: Tweet in antwoord op D.W. van Oordt, 17 juli 2020

Baudet werpt zich op als supporter van radicale boeren. Hoe geloofwaardig is dat?

Het bericht bij deze video van het YouTube-kanaal Boerenbusiness geeft de volgende tekst: ‘De provincie Flevoland wil het provinciale stikstofbeleid niet intrekken. Honderden Flevolandse boeren wilden daarom niet vertrekken uit het provinciehuis. Zij werden gesteund door Thierry Baudet, de fractievoorzitter van Forum van Democratie.’ Hoe geloofwaardig is dat, die ‘mesalliance’ tussen radicale protesterende boeren en FVD? Baudet zal waarschijnlijk denken dat het feit dat de NSB in de jaren ’30 in Drenthe veel steun van kleine boeren kreeg voor herhaling vatbaar is en de boeren hem electoraal kunnen helpen. Daarmee probeert Baudet zich ‘het groene front’ in te wurmen dat wordt gedomineerd door CDA, VVD, CU en SGP. Mijn reactie bij deze video:

Geloven de boeren nou zelf dat de Leids-Amsterdamse Baudet werkelijk iets geeft om de boeren? Nee, daar zijn ze te realistisch voor. Baudet is geen Hendrik Koekoek die zich als landbouwer en politicus vanuit zijn hart liet inspireren door het boerenbelang. Dat Baudet als leider van een politieke partij als franje dient bij de bezetting van het Flevolandse provinciehuis geeft aan hoever zijn democratische gezindheid en politiek gewicht reiken. Het Randstedelijk opportunisme druipt ervan af. Maar de boeren zullen lachend in hun vuistje denken, zolang we die bekakte Baudet voor onze boerenkar kunnen spannen, maken we gebruik van hem. Krom is het wel, dat gekunsteld samengaan. Ook interessant, want wie denkt nou eigenlijk wie te gebruiken?

Duitse politiek leidt tot boycot van de boycot. Het geval Walid Raad en de BDS-beweging onderstreept het belang van een vrije kunst

Duitsland dat zo goed het verleden van het nazisme verwerkt zou hebben blijft worstelen met de erfenis ervan. Dat valt te bespeuren in een schuldgevoel tegenover de Russische Federatie dat als opvolger van de Sovjet-Unie een realistische houding van bedrijfsleven en politiek in de weg staat en tot toegevendheid leidt. Onder meer in de samenwerking van de Duitse politiek (vooral de sociaal-democratische SPD) met de Russische regering in de aanleg van het controversiële gaslijnproject Nord Stream II dat Europa afhankelijker maakt van Russisch gas en een einde aan het gebruik van fossiele brandstof naar de toekomst doorschuift.

En er is de houding tegenover Israël en de joden. Nu is er de Aachener Kunstpreis 2018 van 10.000 euro die wordt gesponsord door de vrienden van het Ludwig Forum, de stad Aken en het Akense bedrijfsleven. In augustus 2018 werd bekendgemaakt dat de prijs ging naar de Libanees-Amerikaanse kunstenaar Walid Raad. Maar omdat achteraf bleek dat hij sympathisant is van de BDS-beweging (= Boycot, Desinvesteringen en Sancties) die oproept tot verzet tegen de staat Israël heeft het bestuur van de stad Aken zich er onlangs van gedistantieerd. Dat past in de Duitse overheidspolitiek waardoor de stad Aken zich gedwongen voelt om deze lijn te volgen omdat ‘In parlementaire beslissingen hebben de Bondsdag en de Landtag NRW de BDS-beweging als antisemitisch beschouwd omdat deze in wezen het bestaan van de staat Israël in twijfel trekt of ontkracht’. Maar de vrienden van het Ludwig Forum en het bedrijfsleven zetten de uitreiking door van de prijs op 13 oktober aan Walid Raad. Er zou geen goede grond zijn gevonden om de prijs te weigeren. Raad zou weliswaar kritiek hebben op de politiek van de staat Israël, maar het bestaansrecht ervan niet ter discussie stellen.

De huidige gevoeligheid van de Duitse politiek kan niet begrepen worden zonder de Holocaust en het Duitse schuldgevoel als gevolg van het nazisme (1933-1945) erbij te betrekken. Maar de reactie lijkt doorgeslagen te zijn en te ontaarden in een eenzijdige houding van de officiële Duitse politiek die de burgerrechten van de voorstanders van de BDS-beweging inperkt en de rechtsstaat te buiten gaat. Die politiek beoordeelt de BDS-beweging als anti-semitisch. Dat op haar beurt stelt die voorstanders van de BDS-beweging die het bestaan van de staat Israël erkennen, maar kritiek hebben op de achtereenvolgende rechtse regeringen van Bibi Netanyahu buiten de orde. Dat gaat velen te ver. Ook in Nederland zijn er onder meer bij de Christen-Unie en SGP geluiden die oproepen om die Duitse lijn te volgen. Er zijn daar echter breuken in de officiële lijn zoals een recente uitspraak van een rechter in Keulen verduidelijkt en die volgens een persbericht van het ELSC in strijd zou zijn met artikelen 10 (vrijheid van meningsuiting) en 11 (vrijheid van vereniging) van het EVRM.

Hoe dat debat tussen voor-en tegenstanders van de BDS-beweging of Israël voor de kunst uitpakt maakt de controverse over de uitreiking van de Aachener Kunstpreis 2018 aan Raad duidelijk. In dat gepolitiseerde debat worden kunstenaars weggedrukt. Lobbyisten zetten op scherp. Het geval Raad staat niet op zichzelf. Ook in de stad Dortmund werd vorige maand de Nelly-Sachs-preis niet uitgereikt aan BDS-sympathisante Kamila Shamsie. In juli 2019 werd de Amerikaanse rapper Talib Kweli vanwege zijn sympathie voor de BDS-beweging geschrapt uit het programma van het Open Source Festival in Düsseldorf. Dat alles vanwege de overheidspolitiek die culturele organisaties geen bewegingsruimte laat en dit van regeringswege afdwingt.

In het commentaarDiskussion um Walid Raads ‘BDS-Verbindung; Boykott ist ansteckend’ op Monopol neemt Elke Buhr het op voor kunstenaars die vermalen worden in dit debat. Zij meent ook dat Duitsland zich hiermee isoleert, niet alleen van Arabische landen maar ook van kunstenaars in de VS, het Verenigd Koninkrijk en andere landen die zich niet officieel van de BDS-beweging zullen distantiëren. Buhr eindigt haar commentaar als volgt: ‘Boycot is een zeer besmettelijk virus. In tegenstelling tot de muziekbusiness, is de kunstwereld in Duitsland tot nu toe gespaard gebleven voor BDS-boycot-oproepen. Biënnales en musea zijn plaatsen waar kunstenaars elkaar kunnen ontmoeten die anders gescheiden zijn door culturele en politieke muren – zoals Israëliërs en Palestijnen. Hoe harder de conflictlijnen, des te belangrijker is de alternatieve ruimte van cultuur die discussies mogelijk maakt. We moeten al het mogelijke doen om deze ruimte te behouden.’

NB: Tot en met 13 oktober 2019 is in het Stedelijk Museum de tentoonstellingWALID RAAD; LET’S BE HONEST, THE WEATHER HELPED’ te zien.

Foto: ‘Werk von Walid Raad: Der libanesische Künstler versperrte im Jahr 2016 die ehemalige Synagoge von Pulheim und schüttete sie mit Erde auf.’

Onderzoek salafistische moskeescholen van Nieuwsuur en NRC. Politiek handelt onoprecht en dubbelzinnig in de aanpak

Je moet oproepen tot geweld tegen andersdenkenden in Koran of Bijbel niet te letterlijk nemen, zo zegt Ulysse Ellian, de VVD fractievoorzitter in Almere in gesprek met Omroep Flevoland. Aanleiding is een onderzoek van Nieuwsuur en NRC over salafistische ‘scholen’ die buiten het reguliere onderwijs vallen. Het lijkt dat Ellian hiermee de strekking van zijn eigen woorden niet goed begrijpt. Dit tekent het misverstand over religieuze organisaties die niet op hun woord worden geloofd, maar pas verdacht worden als ze wel op hun woord worden geloofd. Dat is van een verregaande dubbelhartigheid van bestuurders. Wegkijken en goedpraten bij uitstek. Want wie is de scheidsrechter of religieuze organisaties op hun woord moeten worden geloofd?

De politici Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) pleitten in een uitzending van 10 september 2019 van Nieuwsuur voor verder onderzoek van dit informele salafistische onderwijs voordat er concreet opgetreden wordt. Er moet in kaart gebracht worden wat er aan de hand is op de salafistische naschoolse ‘scholen’ die hoofdzakelijk door Saoedi-Arabië gefinancierd worden. Dat is een voorzichtige aanpak.

Zoals uit de uitzending van Nieuwsuur blijkt gaat het om wederkerigheid, en om de weerbaarheid van de democratie. Dat wil zeggen dat wie vrijheid voor zichzelf opeist die vrijheid ook aan anderen moet gunnen. Dat doen genoemde salafistische scholen volgens de reportage niet. Zij eisen vrijheid op om de vrijheid van anderen te beperken. Daarmee plaatsen de salafisten zich buiten de orde. Uiteindelijk is een verbod hiervan de gepaste maatregel. Mogelijk via het strafrecht, mogelijk via de politiek-bestuurlijke weg. Er moet van geval tot geval bekeken worden welke predikers namens welke salafistische scholen aan de hand van welk lesmateriaal wat zeggen. Aan de hand van criteria kan vervolgens besloten worden door de rechter of de politiek (naargelang de gevolgde weg) welke salafistische scholen ontmanteld en verboden moeten worden.

Sluiting van salafistische scholen die over de schreef gaan gaat er niet in de laatste plaats om om andersoortige islamitische scholen te beschermen tegen deze radicalisering. De salafisten verzieken het klimaat binnen de Nederlandse islam, ook via sociale media. De Nederlandse staat garandeert de grondrechten via de politieke filosofie van het secularisme. Dat betekent dat iedereen in vrijheid een godsdienst of levensovertuiging kan kiezen. Of niets kiest. Reguliere islamscholen die zich aan de Nederlandse wet houden zijn het slachtoffer van de salafistische predikers. Het is onaanvaardbaar dat een specifieke groepering als salafisten deze consensus doorbreekt met verwijzingen naar geweld. Een weerbare democratie kan niet laten bestaan dat die van binnenuit ondermijnd wordt.

Interessant is dat de predikers de kinderen motiveren om te emigreren naar een islamitisch, wat zij noemen niet polytheïstisch land. Dit roept de vraag op waarom deze predikers niet zelf Nederland verlaten. Want wat hebben ze zelf te zoeken in het polytheïstische Nederland dat zij zo resoluut afwijzen? Het lijkt er sterk op dat de predikers de kinderen iets adviseren waar ze zelf geen gevolg aan geven. Dat is schijnheiligheid van deze salafistische predikers. Als ze volgens hun eigen advies zouden leven, dan moesten ze Nederland verlaten. Saoedisch geld houdt deze predikers vermoedelijk in Nederland zodat ze over de hoofden van de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd carrière kunnen maken.

Het onderliggende probleem is dat religie een vrijplaats kan zijn waar straffeloos meningen kunnen worden verkondigd die haaks staan op de grondwet. De predikers van de salafistische scholen richten zich tegen andersdenkenden, en de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Dat is ontoelaatbaar voor het openbaar bestuur dat bevolkingsgroepen met elkaar probeert te verbinden en de vrijheid bewaakt. Binnen religieuze organisaties is het toelaatbaar. Zolang ze niet oproepen tot geweld kunnen deze vertegenwoordigers in eigen kring zonder interne tegenspraak of correctie en met een beroep op eigen leerstellingen verkondigen wat ze willen. Ook intolerantie of in gevallen zonder verdere maatschappelijke gevolgen onzin of onredelijkheid.

Wie deze salafistische predikers echt aan wil pakken moet de politieke voorkeurspositie van religieuze organisaties ter discussie durven stellen. Daar schort het tot nu toe aan. Want dat vraagt van bestuurders rechtlijnigheid, intellectuele durf, het doen van heel veel huiswerk, politieke bewegingsruimte en het ingaan tegen het eigenbelang van de eigen doelgroep. Bedenk dat de christelijke SGP voor de toekomst een theocratische staat propageert die principieel weinig verschilt van wat salafistische predikers propageren. Verschil is wel dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ gouvernementeel en rechtsstatelijk opstelt en de salafistische predikers niet. Als de eigen kring van de salafisten wordt aangepakt, dan raakt dat direct aan de eigen kring van christelijke organisaties. Daarom zijn tot nu toe de salafisten niet aangepakt door de politiek of het OM dat van de minster een aanwijzing krijgt om in dit dossier te handelen.

Het is de hoogste tijd voor een fundamenteel debat over de positie van religieuze organisaties binnen onze samenleving. Het lijkt er sterk op dat ze te veel politieke voorrechten genieten in een samenleving waar de meerderheid van de bevolking zich niet langer laat inspireren door godsdienst. Hopelijk biedt het onderzoek van Nieuwsuur en NRC voldoende aanknopingspunten om de afwachtende houding van de politiek die neerkomt op ‘we willen wel, maar we kunnen niet’ te doorbreken.

Het is trouwens ontluisterend voor het optreden van overheid en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU en een opsteker voor goede onderzoeksjournalistiek dat media dit boven water tillen. Hebben VVD en D66 zich in slaap laten sussen? Heeft de overheid niet doorgepakt omdat het gegijzeld wordt door de druk van de christelijke partijen die vrezen dat bij krachtig overheidsoptreden ook christelijke organisaties geraakt worden in hun autonomie? De politiek en het openbaar bestuur kunnen het goedmaken door afstand te doen van hun slaapzuchtige afwachtendheid, kortzichtigheid en deelbelangen. Laten de onderwijsinspectie, het OM en het parlement aan het werk gaan.

Onderhandelingen in Zuid-Holland in impasse. Beoogde partner CU/SGP neemt afstand van FvD. Onduidelijkheid over het vervolg

De onderhandelingen in Zuid-Holland zijn stukgelopen, aldus een bericht van de NOS. De fractie van CU/SGP heeft besloten om niet in een coalitie te stappen waar ook FvD aan deelneemt. Hoe de onderhandelingen verder lopen en welke partijen eraan deelnemen is op dit moment nog niet duidelijk. FvD dat met 17,43% de grootste partij met 11 van de 55 zetels werd probeerde een coalitie te smeden met de VVD. Daar voegde zich later het CDA bij. Toen trad FvD naar buiten met de mededeling dat er een motorblok van drie partijen voor een coalitie was. Dat was een vlucht naar voren en een politiek onhandige actie van FvD die voor de andere partij neerkwam op ’tekenen bij het kruisje’. Uiteindelijk is het vinden van een vierde partij die nodig was voor een meerderheid een te hoge horde gebleken. Hoewel FvD voldeed aan de eis van CU/SGP om opnieuw te beginnen met de onderhandelingen konden die toch niet afgerond worden. De combinatie van FvD, VVD en CDA met de PVV die een meerderheid van 29 zetels had werd door het CDA geblokkeerd, zoals statenlid Meindert Stolk me op 3 april in een tweet liet weten. Of VVD en FvD met PVV in zee wilden is de vraag.

De rechtse pers draait het opereren van FvD om en presenteert het niet als onhandigheid of onervarenheid van FvD, maar als uitsluiting door het partijkartel. Zoals DDS doet in het artikelHet partijkartel wint in Zuid-Holland: FVD uit formatie getrapt na interventie landelijke ChristenUnie-top’ van 5 juni 2019. ‘Partijkartel’ is een term van partijleider Baudet die hij gebruikt om zich af te zetten tegen de andere politieke partijen. Het gebruik van deze term geeft aan hoe Baudet op twee gedachten hinkt. Hij wil afstand en toenadering tegelijk.

Het is de vraag of Baudet er rauwig om is dat FvD geen zitting in het provinciebestuur neemt. Hij heeft er sinds 20 maart niets aan gedaan om zijn toon te matigen en toenadering te zoeken tot andere partijen. De lokale bestuurders van FvD, zoals fractieleider in Zuid-Holland Rob Roos probeerden zich schappelijker en vriendelijker op te stellen. Maar ze konden niet op tegen het feit én de beeldvorming dat Baudet radicaliseert en niet alleen afstand bleef nemen van andere politici en politieke partijen die hij neerbuigend bejegent, maar ook standpunten over onder meer vrijheden en grondrechten inneemt waarvan hij weet dat andere partijen zich er niet mee kunnen verenigen. Op de PVV na dan, die door het CDA werd afgewezen, maar van wie het de vraag is of FvD met deze ultra-rechtse concurrent wilde samenwerken. Mijn reactie bij het artikel op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel artikelHet partijkartel wint in Zuid-Holland: FVD uit formatie getrapt na interventie landelijke ChristenUnie-top’ van Tim Engelbart voor DDS, 5 juni 2019 en eigen reactie bij dat artikel.

Misverstanden en onduidelijkheden over euroscepsis in EU

Volgens Politico dat zich zegt te baseren op het Europees Parlement hebben in Nederland eurosceptische partijen 33% steun behaald in de Europese Verkiezingen. In 2014 was het 38% volgens deze bron, zodat hoe dan ook deze eurosceptische partijen in Nederland 5% aanhang zouden hebben verloren. Ik pijnig me het hoofd hoe het Europees Parlement tot dit percentage komt en welke partijen het als eurosceptisch beoordeelt. Voor 2014 tellen de volgende partijen op tot 38,3%: CU-SGP (7,6%), PvdD (4,2%) 50PLUS (3,7%), PVV (13,2%) en SP (9,6%). Dezelfde partijen plus het nieuwe FvD tellen voor 2019 op tot 32,9%. Afgerond dus 33%.

Hoe komt het Europees Parlement tot deze cijfers? 50PLUS valt niet aan te merken als eurosceptisch, zoals uit een artikel in De Volkskrant van 16 mei 2019 blijkt indien lijsttrekker Toine Manders de stelling onderschrijft ‘een warm pleitbezorger van de Europese samenwerking’ te zijn en een artikel op DDS dat uitschreeuwt ‘50Plus kiest vol voor Europa: “Stem vóór Europa, koester 75 jaar vrede, welvaart en samenwerking!’’.

Wat ‘eurosceptisch’ is niet op voorhand duidelijk. Want terwijl de CU kiest voor samenwerking in de EU, maar niet voor een superstaat, de PvdD eveneens voor Europese samenwerking is ‘waar het nuttig is‘, en de SP kiest voor ‘een Europese samenwerking waarin de belangen van mensen, dieren en ons milieu weer voorop staan’ wil de PVV de EU verlaten eveneens vermoedelijk FvD. De SGP neemt een tussenpositie in waarin het accent ligt op grondige hervorming en afbraak van de symboliek en niet op het breken van en met de EU.

De grafiek hierboven is zowel verkeerd samengesteld als betekenisloos omdat een duidelijke definitie over euroscepticisme ontbreekt. 50PLUS is geen eurosceptische partij zodat het percentage van eurosceptische partijen in Nederland al daalt tot 29%. Daarnaast is er een tweedeling aan te brengen in de euroscepsis van partijen die de EU willen hervormen (CU, SP, PvdD, SGP) en partijen die de EU willen verlaten (PVV, FvD). Met als complicatie dat FvD-lijsttrekker Derk Jan Eppink zoals een artikel in NRC verduidelijkt eigenlijk niet uit de EU wil stappen. Jean-Marie Dedecker voor wiens partij Eppink in het Europarlement zat zegt: ‘Uit de EU stappen? Daar ben ik niet voor en Derk Jan ook niet. Hij is kritisch over Europa, maar wel voor één Europa’. Als euroscepsis wordt opgevat als ‘een ondubbelzinnige, kritische houding ten opzicht van Europese integratie en de EU als vorm’, dan daalt het percentage daarvan in Nederland tot 3,5%. Dat is het percentage van de PVV.

Kijkt men naar het aantal zetels van de eurosceptische partijen, dus zowel hervormers CU, SP, PvdD, SGP als de harde (PVV) en zachte (FvD) verlaters uit de EU, dan is het percentage 23%. FvD, CU-SGP en PvdD halen samen 6 van de 26 zetels. De meest eurosceptische partij van Nederland de PVV heeft geen zetel behaald.

Wat is de waarheid over statistieken? Ze zouden niet liegen, maar misbruikt worden en zelden de waarheid vertellen. Maar dat is te simpel, ze liegen wel degelijk en zijn bedoeld om te verhullen. In de zin van ‘in te zwachtelen’ en ‘verstoppen’. Of ermee nou wordt gelogen of de waarheid verborgen, bovenstaande statistiek/ grafiek van het Europees Parlement doet aan misleiding. Het raadsel is wat het belang ervan kan zijn om het percentage eurosceptische partijen in Nederland flink hoger voor te stellen dan het in werkelijkheid is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn graphics: How Europe voted’ op Politico, 27 mei 2019.

Wiegel gaat in formatie Zuid-Holland uit van FvD en VVD. Maar wie helpt deze combinatie aan een meerderheid?

Update 12 juni 2019: Hans Wiegel stapt op als informateur in Zuid-Holland nadat het CDA gisterenavond is afgehaakt. Hij acht volgens een brief aan de Commissaris en de leden van de Staten zijn opdracht zinloos. Wiegel was door partijleider Baudet van FvD aangezocht als informateur en startte zijn werkzaamheden op 1 april. Het vervolg is onduidelijk, maar mogelijk kan de tweede partij nu het initiatief nemen: de VVD. 

In Zuid-Holland is VVD’er Hans Wiegel de informateur die door de grootste partij FvD is gevraagd om een college te smeden. In een brief van 1 april liet Wiegel weten een college na te streven waarin de twee grootste partijen vertegenwoordigd zijn: FvD en de VVD. Bij een totaal van 55 zetels heeft een college 28 zetels nodig voor een meerderheid. FvD (11) en VVD (10) hebben 21 zetels. Waar halen ze de resterende 7 zetels vandaan?

Het programmatisch dicht tegen FvD aanleunende PVV heeft 4 zetels. Gesteld dat de linkse partijen (GL, PvdA, SP, PvdD, CU, DENK) en de middenpartij D66 niet in een college met FvD én PVV gaan zitten, resteren 50+ (2) en SGP (2). Zo ontstaat een rechts college van FvD, VVD, PVV, SGP en 50+. Zoals uit bovenstaande tweet blijkt antwoordt CDA-Statenlid Meindert Stolk ontkennend op mijn vraag of het CDA zitting neemt in een college met FvD, VVD en PVV. Hij zegt dat het CDA niet aan die coalitie zal meewerken. Dat laat alleen de weg open voor een vijfpartijen-coalitie van FvD, VVD, PVV, SGP en 50+. Maar dat lijkt een verre van stabiele combinatie.

Uiteraard zijn er ook combinaties mogelijk zonder PVV. Want het is niet gezegd dat de onderhandelaar van de FvD zich sterk zal maken voor de PVV als dat de kansen van FvD verkleint. Informateur Wiegel verwijst in zijn brief niet toevallig naar ‘partijen, die zo’n 4 of 5 Statenleden hebben‘. Dat zijn naast de PVV: CDA (4), GL (5), PvdA (4), D66 (5). Met twee van deze partijen ontstaat ook een meerderheid in de Provinciale Staten ZH.

Het wordt spannend welke twee partijen in een college met FvD en VVD willen stappen. Gezien de animositeit met FvD lijken GL en D66 zo goed als uitgesloten en het meest onwaarschijnlijk. Dat laat het CDA en PvdA over. Ik heb CDA Zuid-Holland de combinatie FvD, VVD, CDA, PvdA niet voorgelegd, dus wie weet. De inschatting van de partijleiding van het CDA en de PvdA zal zijn hoe hun achterban daarop reageert. Zeker voor de opkrabbelende PvdA zal een college met drie rechtse partijen een hele opgave zijn om te verkopen.

Wat dan? VVD, D66, GL, CDA en PvdA komen ook aan 28 zetels. Met 6 gedeputeerden, 2 voor de VVD en 1 voor de anderen. Ook een vijfpartijen-coalitie. Wordt het deze uitkomst en hoelang moeten we erop wachten?

Foto: Tweet van Meindert Stolk (lid Provinciale Staten ZH voor het CDA) als antwoord op mijn tweet, 3 april 2019.

Coalitie overweegt om reclame op publieke omroep te schrappen. Adverteerders begrijpen het niet en beweren de kwaliteit te dienen

Volgens een bericht in De Telegraaf van 16 februari onderzoeken de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU het ‘compleet schrappen’ van de Ster-reclame. Een reclamevrije publieke omroep levert een gat op van zo’n 150 tot 180 miljoen euro. Het budget van de NPO is 740 miljoen euro. De reclameinkomsten lopen al jaren terug. De coalitie zoekt naar een structurele oplossing. Die zou eruit kunnen bestaan door het derde televisienet NPO 3 of radiozenders te schrappen. Hoe dan ook staat het denken over de publieke omroep niet stil. Dat kan goed, maar ook verkeerd uitpakken als bijvoorbeeld wordt gekozen voor de samenwerking van commerciële of maatschappelijke partijen met de omroepen. Amusementsprogramma’s lijken op termijn onherroepelijk te verhuizen naar de commerciële omroepen. Hoe levensvatbaar een publieke omroep is die zich terugtrekt op de kerntaken informatie, kunst en cultuur en nationale evenementen is de vraag die niet makkelijk is te beantwoorden. Des te meer omdat de coalitiepartijen elk verschillende eindpunten in gedachten hebben.

Reclame op radio en televisie is voor velen een bron van irritatie door de infantiliteit, de clichés, misleidende claims en het rolbevestigende karakter ervan. Daarbij komt de herhaling die het nog eens extra ergerlijk kan maken. Reclame gaat om marketing van producten of bedrijven. De BVA bond van adverteerders denkt daar in een reactie op het bericht in De Telegraaf anders over: ‘Onnodig en desastreus voor de kwaliteit van radio- en televisieprogramma’s bij de NPO’, zegt de BVA. Deze framing is lachwekkend. Het is opvallend dat de BVA suggereert dat reclame de kwaliteit van de radio- en televisieprogramma’s van de publieke omroep op een hoger peil brengt. Het schat de inkomsten uit reclame met 200 miljoen euro trouwens te hoog in. Die zijn zoals gezegd 150 tot 180 miljoen euro. De BVA meent dat de reclame-inkomsten er indirect aan meehelpen om kwaliteit te bieden. Dat is niet alleen een onbeholpen manier van redeneren, het is ook onjuist als het gat dat ontstaat door het schrappen van de reclame door alternatieve financiering wordt opgevuld. Of door het schrappen in de uitgaven, zoals een streep door NPO 3, of door het aanboren van andere inkomstenbronnen.

De BVA ziet een ander nadeel die te maken heeft met het bereiken van mogelijke bereikbare doelgroepen: ‘Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt. Wanneer deze doelgroepen geen reclameboodschappen meer ontvangen, blijven zij verstoken van belangrijke (overheid)informatie over internetfraude, wijzigingen in ziektekostenverzekeringen of toeslagen en belastingen.’ Voor voorlichting door de overheid kan echter een uitzondering worden gemaakt in kleine advertentieblokken rond de belangrijkste journaals, zoals dat ook bij de Vlaamse VRT gebeurt. Als de publieke omroep de functie heeft om doelgroepen van overheidsvoorlichting te voorzien, dan gebeurt dat zelfs overzichtelijker en zonder ruis als commerciële reclame wordt geschrapt.

De BVA redeneert vanuit het belang, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van de eigen sector en niet vanuit het belang van de publieke omroep. De BVA zegt als doel te hebben: ‘het bevorderen en bewaken van vrijheid van verantwoorde commerciële communicatie’. Wat het daarmee bedoelt is onduidelijk. Suggereert de BVA dat het met marketing de vrijheid bevordert van reclame? Hoe dan ook is dat een bedrijfsdoel dat niet in lijn is met het algemeen belang van de publieke omroep. Dat alleen al verklaart de onverenigbaarheid van de publieke omroep met de reclame door adverteerders. Het is dan ook voor de hand liggend dat de reclame door adverteerders op de publieke omroep compleet wordt geschrapt. Het is een wonder waarom de reclame daar ooit is binnengedrongen. De BVA mag tevreden zijn dat het decennialang toegestaan werd om winst te maken op de publieke omroep waar het ter zake dienend niks te zoeken had. De coalitie heeft de kans om een historische weeffout te herstellen door het schrappen van de reclame op de publieke radio en televisie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘BVA vindt reclamevrije NPO ‘onbegrijpelijk’’ op Marketing Tribune, 18 februari 2019.

Pseudo-conservatisme van Trump, May en Rutte krijgt kritiek. Ze dienen hun partij en land niet, maar voeren het richting tegenspoed

Het jaar 2016 kende twee politieke verrassingen waarvan de werking nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Dat waren uiteraard in juni de uitslag van het Britse Brexit-referendum over de uittreding uit de EU en de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in november. Er zijn overeenkomsten tussen deze twee gebeurtenissen. De marges waren uiterst smal. De rechtmatigheid van de Leave-campagne voor de Brexit en de Trump-campagne worden 2,5 jaar later door een reeks onregelmatigheden nog steeds betwist. Het inzicht wint steeds meer terrein dat Trump uitsluitend door de illegale Russische inmenging heeft kunnen winnen. De speciale aanklager Robert Mueller en onderzoeken van congrescommissies brengen dat in kaart. In het VK was miljonair en sponsor van UKIP Arron Banks niet zo vermogend was dat hij de 8,4 miljoen pond die hij in de Leave-campagne stopte zelf verschafte. Waar dat geld dan wel vandaan kwam is nog steeds onduidelijk. Banks wil het niet zeggen. De parlementscommissie Collins vermoedt uit de Russische Federatie.

Een andere overeenkomst die nog steeds na-ebt is het bederf van de twee conservatieve partijen die in 2016 de slag wonnen, maar hun ziel lijken te hebben verloren. Ze zijn de richting van het populistisch-nationalisme ingeslagen en hebben traditionele conservatieve waarden (fiscale discipline, respect voor grondwet, vrijheden) overboord gezet. De felste kritiek op de Amerikaanse Republican Party (ook GOP genoemd: Grand Old Party) en de Britse Conservative Party (ook Tories genoemd) komt opvallend genoeg niet van tegenstanders zoals de Democraten in de VS of de sociaal-democraten (Labour) in het VK. Maar van conservatieven die zich als de echte conservatieven profileren, zoals in de VS Max Boot, Bill Kristol, Joe Scarborough of George Will. Ze vrezen dat president Trump de GOP de vernieling in helpt en de partij blijvend vervreemdt van een hele, nieuwe generatie. In het VK zegt de centrum-rechtse Matthew d’Ancona over de Tories in een artikel in The Guardian: ‘Ik ben niet bekeerd. Mijn waarden zijn niet veranderd. Maar de conservatieve partij verandert in iets dat ik vreemd en afstotend vind. Zoals een galjoen als vlaggenschip, onder de waterlijn doorboord, vaart het koppig weg; het sleept de natie mee naar een storm van ongekende tegenspoed, gevaar en pijn.’

Een partij die zijn ziel verliest, krijgt die niet zomaar terug. Deze twee conservatieve partijen zijn bezig het vertrouwen van de kiezers te verspelen. Het partijbelang gaat voor het landsbelang, en bij president Trump is het nog kwalijker: zijn eigenbelang gaat voor het partijbelang. Met trucjes als procedures, manipulatie van (sociale) media, overtreding van verkiezingsregels en illegale samenwerking met buitenlandse machten, kiezersonderdrukking of -ontmoediging kunnen partijen hun houdbaarheidsdatum oneigenlijk oprekken, maar uiteindelijk is ook daar de rek uit. Beide partijen hebben het immense geluk dat de oppositie in hun landen er totaal niets van bakt. Hoewel in de VS sinds Nancy Pelosi voorzitter van het Huis is en Trump met de domme sluiting van de overheid de Democraten op een hoop heeft gejaagd dat mogelijk verandert. In het VK spreekt de radicaal-linkse Jeremy Corbyn de meerderheid aan kiezers of de linkse Tories totaal niet aan.

In zijn columnBrexit, shutdown: het Angelsaksische model is kapot. Zie je dit niet, Dijkhoff?’ van 19 januari 2019 in NRC neemt Tom-Jan Meeus het optreden van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff en de VVD de maat. De VVD is nog zo’n conservatieve partij die de richting van het populistisch-nationalisme is ingeslagen. Meeus verwijt Dijkhoff ‘Angelsaksische spektakelleegte’. De VVD opent electorale campagnes doorgaans vroeg en richt zich op het neutraliseren van de concurrentie op rechts (PVV, FvD) met voorbijgaan aan en schoffering van de partners in het kabinet Rutte III (CDA, D66, CU). In dit geval over het klimaatakkoord waar Dijkhoff op terug leek te komen. De huidige VVD symboliseert de tactiek van de korte klap die leidt tot een strategie van zelfvernietiging. Het is de houding die vorm boven inhoud plaatst. Meeus: ‘Het standpunt is ondergeschikt aan het verlangen om met drama aandacht te genereren. Meeliften met de ophef, de nieuwsgekte, de twitterhysterie. Spektakelleegte.’ en ‘Maar het punt is: uitgerekend dezer dagen blijkt dat die methode failliet is. In zowel het VK als de VS vernietigt het spektakelverlangen van politici de belangen van hun landen.’

De paradox is dat conservatieve partijen als de GOP, Tories en de VVD (die zich presenteert als liberaal, maar voor die etikettering steeds minder weinig bijval krijgt) het tegendeel doen van wat ze pretenderen. Overigens zijn er ook verschillen tussen de partijen die er vooral mee te maken heeft dat de VS voorloopt in ontwikkeling en de partijen in de beide andere landen nog in een vroegere fase zitten. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze zich niet sterk maken voor de traditionele waarden van hun land of politieke stroming, maar die vanwege partijbelang overboord gooien. Een ontwikkeling die al in gang gezet is in de jaren 1980. Dat is niet zozeer het failliet van het conservatisme dat in de authentieke vorm binnen de democratische rechtsstaat bestaansrecht heeft, maar van pseudo-conservatieve partijpolitiek die geen afstand meer wil doen van de macht en met voorbijgaan aan het respecteren van de democratie daar krampachtig aan vasthoudt. Les voor de VVD is dat het maar beter niet op het spektakel van een dood paard op een doodlopende weg kan gokken.

Foto: ‘VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer op 18 december 2018’ Credits: Foto Bart Maat/ANP.