George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Nederlands-Indië

De Grauwe Eeuw kondigt lawaaidemonstratie tijdens dodenherdenking aan. De ideale excuustruus van de macht 

with 2 comments

‘Reacties zijn uitgeschakeld voor dit bericht’ staat bij een aangekondigd evenement op Facebook. Een echt debat stellen de opstellers blijkbaar niet op prijs. Het gaat om een lawaaidemonstratie tijdens de Nationale dodenherdenking op 4 mei om 20.00 uur.  De radicaal-linkse actiegroep ‘De Grauwe Eeuw’ verschuilt zich achter de actiegroep ‘Geen 4 mei voor mij’ volgens een bericht van de NOS. Daarom plaats ik mijn reactie hier:

Actiegroep De Grauwe Eeuw heeft het recht om op 4 mei lawaai te maken. Maar jammergenoeg maakt het een janboel van feiten en analyse die de actie moeten toelichten. Dat is jammer, want zo bereikt het het omgekeerde. Niet het creëren van steun, maar van weerstand. Het onderwerp is interessant genoeg voor een breed maatschappelijk debat.

Zo is het zo aantoonbaar onjuist dat de 22.000 slachtoffers die tijdens WOII vielen allen wit waren dat het pijn doet aan de ogen. Wie dat zegt geeft zelfs aan weinig van de recente Nederlandse politiek en maatschappij te begrijpen. En volgens het oorlogsrecht had het Japanse Keizerrijk dat vanaf 1942 het toenmalige Nederlands-Indië de verantwoordelijkheid voor de bevolking. Niet Nederland. De Grauwe Eeuw husselt van alles door elkaar, gooit het op een grote hoop en snijdt er vervolgens grove brokken geschiedenis van die aan elkaar hangen als los zand.

Ja, er zijn in Nederlands-Indië oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen gepleegd. Raymond Wesseling is een bekende naam in dit verband. En ja, zij verdienen het niet om herdacht te worden samen met ‘echte’ slachtoffers van het oorlogsgeweld. Maar zeg dat dan en niet iets anders. Want nee, dat gebeurde niet binnen de structuur van een dictatuur als die van het Nazisme zoals gesuggereerd wordt. Dat blokkeert het zicht op een duidelijk standpunt als startpunt van het debat.

Identiteitspolitiek die het onrecht van de geschiedenis uitsluitend verklaart vanuit huidskleur schiet overigens tekort omdat het andere aspecten buiten schot laat. Is het niet interessanter om het economische belang van De Bataafsche Petroleum Maatschappij erbij te betrekken of de geopolitiek van het toenmalige Nederland tijdens het interbellum?

Toegegeven, spreken over witte hegemonie is tegenwoordig populair bij zowel radicaal-links als radicaal-rechts. Om niet te zeggen modieus, denk aan Charlottesville.

Identiteitspolitiek is makkelijk en het naar voren brengen als verschijnsel vergt weinig kennis over geschiedenis, economie of maatschappij. Identiteitspolitiek is vakantie van de echte politiek. Praten over identiteitspolitiek is gemakzucht. Identiteitspolitiek is een afleiding van sociaal-economische aspecten als machtsdeling, eigendomsverhoudingen, belastingontwijking en inkomensongelijkheid. Praten over identiteitspolitiek valt de gevestigde orde niet aan, maar onderschrijft die juist. Via een omweg, die blijkbaar de activisten van De Grauwe Eeuw niet doorzien.

Door zich over identiteit een moralistisch oordeel toe te eigenen en dat tegelijk de anderen te ontzeggen menen radicalen vanaf beide flanken straffeloos het centrum onder vuur te kunnen nemen. Zelf leggen ze geen verantwoording af. Aan wie zouden ze dat moeten doen? Aan hun eigen geweten? Leden van De Grauwe Eeuw opereren anoniem als vrijschutters van de publieke opinie. Projectie van standpunten van anderen voor wie ze zeggen op te komen is hun focus. Het is dus ook nog eens oncontroleerbaar hoe gemeend en vrij van bijbedoelingen hun standpunten zijn.

Radicalen wanen zich in hun zelfbeeld de helden die alles mogen zeggen en kunnen doen vanwege de omstandigheden die de uitzonderingstoestand zouden rechtvaardigen. Dat wil zeggen, voor henzelf, niet voor de vertegenwoordigers van de staat. Die moeten zich aan de regels van de rechtsstaat houden. Radicalen niet. Een open debat wordt vermeden omdat dat burgerlijk en achterhaald zou zijn. Zo werkt de bunkermentaliteit van radicalen die geen tegenspraak veelt.

Net als alt-right voorman Stephen Bannon willen radicalen als rechtgeaarde Leninisten de staat ontmantelen. Daar passen alle middelen bij. Uitleg om de eigen daden te rechtvaardigen is daarbij geen hoofdzaak, maar eerder een halfslachtige beeldvorming tussen werving, propaganda en de schijn van argumentatie in.

De framing door te spreken over witte hegemonie dient ongetwijfeld ter motivatie en opwaardering van de achterban zodat het eigen vuistje uiteindelijk tot een krachtige vuist wordt. Wat wil een politieke actiegroep nog meer dan aandacht en perspectief op de macht?

De weerbare democratie laat zich alles aanleunen en heeft een hoge tolerantiedrempel. De anonieme leden van De Grauwe Eeuw weten toch dat hun rechten gewaarborgd zijn en ze in de rechtsstaat zonder risico of gevaar voor eigen leven alles kunnen zeggen.

Zo dollen de radicalen verder in hun domein dat ook een speeltuin van nietszeggendheid is. Er staat niks op het spel. De gevestigde orde tolereert het en calculeert in dat het roepen vanaf de marge er nu eenmaal bij hoort. Vanuit het perspectief van de zittende macht is het zelfs beter dat het lawaai blijft klinken vanaf de marge. Dat lawaai versterkt automatisch het eigen tegengeluid.

Actiegroep De Grauwe Eeuw is de ideale excuustruus van de macht.

Foto: Schermafbeelding van FB-pagina van actiegroep  ‘Geen 4 mei voor mij’ met aankondiging van demonstratie tijdens de Nationale dodenherdenking op 4 mei 2018.

Advertenties

Arjen Ribbens in NRC: ‘Afstoten van kunst als Oranje-traditie’

with one comment

Arjen Ribbens prikt in een artikel in NRC door de schone schijn van het Koninklijk Huis. Leden ervan zouden zich interesseren voor kunst, zo zegt de Oranje-promotie, maar dat ligt volgens Ribbens anders: ‘Dit is een artikel over wat, met enige overdrijving, een Oranje-traditie kan worden genoemd: het voortvarend afstoten van kunst, zonder veel rekening te houden met kunsthistorische gevoeligheden. Gebeurde dat in het verleden op veilingen, en met goede doelen als bestemming voor de opbrengst, recentelijk is een grote hoeveelheid kunst uit de nalatenschap van prinses Juliana ondershands verkocht, zonder charitatief oogmerk. Naast de tijgers van Raden Saleh ook een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse tekeningen van de stad en de provincie Utrecht, aan een particuliere verzamelaar. Nederlandse musea die deze kunst graag in hun collectie hadden willen opnemen, zeggen niet te zijn benaderd door het hof.’ Vraag is of dit met de Ethische Code van de museumsector spoort. De Museumvereniging zou om een uitspraak gevraagd moeten worden.

En dat op de dag dat koning Willem-Alexander in het Koninklijk Paleis op de Dam met veel bombarie de koninklijke prijzen voor de vrije schilderkunst 2016 uitreikt. In de opgedrongen rol van kunstliefhebber. De mythe van een betrokken en maatschappelijk koninklijk huis tekent het verschil tussen schijn en wezen. De mythe bestaat uit pose en afstand en vindt aftrek dankzij propaganda en welwillende onderhorigheid bij opiniemakers. Het is moedig van Ribbens dat hij hier doorheen breekt. Zijn Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch heeft het nooit verder gebracht dan lakei, hermelijnvlooi, jaknikker en hielenlikker van Oranje.

Kunstenaar Glenn Priester vertelt in De Vleeshal te Middelburg

leave a comment »

De in het Zeeuws-Vlaamse Hoofdplaat wonende kunstenaar Glenn Priester vertelt in de Middelburgse Vleeshal zijn levensverhaal. Na 18’20’’. Over gestuurd worden en niet gestuurd willen worden. Met een gezonde wrok tegen overheid en mensen met witte jassen. Het publiek hoort het overdonderd aan. Het verhaal kent opvallende wendingen en overeenkomsten met de huidige instroom van migranten. Priester is van alle markten thuis. Ook als spion en iemand die zich onderdeel voelt van de wereldgeschiedenis. Hij schuwt de levensvragen niet. Zijn werk is onderdeel van de Winterexpositie 2015-2016 van de Zeeuwse Kunstkring.

gp

Foto: Still van Glenn Priester voor zijn werk tijdens de de Winterexpositie 2015-2016 van de Zeeuwse Kunstkring (tot en met 3 januari 2016).

Belevingsbus tegen de achtergrond van ‘de oorlog in Azië’. Zinvol?

leave a comment »

Een belevingsbus op een Amstelveense basisschool als wapen tegen discriminatie en uitsluiting. Zo wordt de leerlingen een sociale code aangeleerd. ‘Tegen de achtergrond van de oorlog in Azië en ook een beetje in Europa‘, aldus projectleider Edu Dumasy van Wereld Express. Dat klinkt niet al te concreet en zelfs onnodig verhullend. Het is een initiatief van het Indisch Herinneringscentrum in Bronbeek dat met de 12 meter lange trailer door het land toert. Achtergrond is de Indische geschiedenis die niet zozeer dient om het recente verleden inzichtelijk te maken, maar te vertellen dat discriminatie niet mag. Geschiedenis als lifestyle.

Zo’n benadering die aan de oppervlakte blijft toont overeenkomsten met mindfulness. Symptoombestrijding. Paulien Derwort schreef er in de NRC van 31 mei een tegen de mode ingaand artikel over onder de titel ‘Ga toch weg met je mindfulness’: ‘Maar wie alleen leeft in het hier en nu, trekt geen lessen uit het verleden en bekommert zich niet om de toekomst. Als we onze eigen issues al niet onder ogen durven zien, hoe kunnen we dan de grote problemen in onze maatschappij als geheel adresseren? Onze korte termijnvisie en focus op de buitenkant weerhoudt ons van een kritische blik naar binnen. We plakken liever pleisters. Zo creëren we een kudde struisvogels: allemaal staan we met ons hoofd ingegraven helemaal mindful te zijn.’ De beleving in het onderwijs van Nederland, weer eens wat anders dan begripsvorming en kennis van achtergronden.

Achter de macht en de kracht van de democratie

with 6 comments

1. Toetreders. Zowel de achterban van PVV als nieuwe Nederlanders zijn ondervertegenwoordigd in het publieke debat. Hun stem klinkt onvoldoende. Toetreders wordt deelname aan het publieke debat bemoeilijkt. Het opmerkelijke is overigens dat deze toetreders eerder tegen elkaar dan tegen de echte macht ageren.

Pas door deze toetreders een stem te geven kunnen we de islam en de anti-islam inpassen. Dit onderscheid tussen oude en nieuwe macht loopt anders dan de aloude tegenstelling links-rechts die doorgaans aangehouden wordt. Da’s deels een schijntegenstelling.

2. Islam. Nederland verzwakt in de verkeerde reactie op iets van buiten. Dat had niet gehoeven. Des te vreemder omdat Nederland als het ooit omvangrijkste islamitische land ter wereld een wetenschappelijke traditie heeft in de kennis van de islam. Snouck Hurgronje en daarna. Vraag is waarom de kennis niet benut is in 1970, 1980, 1990, 2000 of 2010? Nog steeds een blinde vlek in onze recente politieke geschiedenis.

Vergelijkingen met andere landen in de opvang van moslims pakken niet altijd gunstig uit, maar zijn vaak onrechtvaardig. Moslims die naar de VS gingen zijn vaak christen en hoogopgeleid. Ze komen uit moslimlanden, maar zijn als bedreigde elite het eerst vertrokken. Naar Nederland zijn plattelanders, laagopgeleiden en cultureel conservatieven gekomen. De stap naar de grote stad van een geïndustrialiseerde samenleving vanuit een plattelandsomgeving was een reuzenstap.

De islam wordt door critici een woestijncultuur met wrede aspecten genoemd. Maar Arabische staten kennen al vanaf een pre-islam tijdperk de verfijning van de stad. Door de opkomst van de fundamentalistische islam komt die traditie onder druk te staan. De intellectuele, seculiere Arabische stadselite zal zich onderhand meer thuisvoelen in het Westen dan in de eigen omgeving die in hoog tempo islamiseert.

3. Publiek debat. In Nederland moet iedereen mee kunnen praten. Niet alleen de middengroepen en de gebruikelijke belangengroepen. Het huidige debat laat slechts marginale ruimte voor tegenstemmen. Zo’n getrapt en gesloten debat is ongewenst voor de democratie, verre van ethisch en bevestigt de status quo.

De macht verdedigt zich hardnekkig en mag dat. Maar goed is om te beseffen dat de toegang tot het debat voor sommigen helemaal niet vanzelfsprekend is. Dat het taboe over de islam voor ons wordt beslist.

Ik pleit voor een open maatschappelijke debat zonder onnodige beperkingen. Dat gaat over de islam of de anti-islam, maar ook over het christendom, de verdeling arm-rijk, de positie van vrouwen, natuur en milieu. Noem maar op, alles wat ons bezighoudt, of bezig zou moeten houden.

4. Oneigenlijke beperkingen. Een open debat over de islam zonder taboes is nodig. Laat maar botsen. Een debat zonder grenzen van moralisme en kiesheid. Juist dat moralisme drukt de openheid weg. Ofwel, er ontstaat in het debat over de islam een ongenoemde kern die inhoudelijk niet beantwoord kan worden.

Moralisme, beschaving en fatsoen zijn van die termen die in stelling worden gebracht als wordt gezegd in principe ben ik voor openheid, maar …. . Dan volgen de uitzonderingen die een beroep zijn op ongeschreven sociale regels. Nou valt het te billijken dat vanwege cohesie en continuïteit niet alle omgangscodes overboord worden gezet. Daar pleit ik niet voor.

Maar ik ben wel tegen het oneigenlijke beroep op moralisme, beschaving of fatsoen als instrument om het publieke debat in te perken. Als de koningin in een kersttoespraak pleit voor fatsoen en beschaving, dan moeten we beseffen dat het haar idee van fatsoen en beschaving is. Beredeneerd vanuit haar macht die een positie verdedigt. Laten we daarom goed beseffen dat het vanuit dat specifieke perspectief wordt gezegd. Dan komen we al een stap verder in ons begrip van het mechanisme van de macht.

Laten we dus beseffen dat sommige beperkingen van het publieke debat oneigenlijk zijn en niet zozeer voortkomen uit werkelijke bekommernis met fatsoen en beschaving, maar gewoon uit keiharde politieke en sociale machtsposities.

5. Nederland klassemaatschappij. Voor wie de signalen kan lezen is Nederland een klassemaatschappij. Achter de schermen worden in een fijn spel mensen zodanig bespeeld dat ze tegen hun eigen positie in redeneren. Burgers wordt angst voor openheid aangepraat. Da’s een slechte zaak voor de democratie.

6. Rechtsstaat. Een en ander is terug te brengen tot de rol van de rechtsstaat, de levendigheid van het debat en de weerbaarheid van de democratie. De grens ligt daar waar de grondrechten opzij worden gezet en de rechtsstaat als overkoepeling niet wordt erkend. Daar ligt een juridische grens die bewaakt moet worden.

Zo steun ik het recht van elke moslim in Nederland om zich te laten inspireren door de islam en te genieten van de vrijheid van godsdienst die Nederland kent. Maar als deze moslim vindt dat zijn religie zich niet kan schikken in de Nederlandse rechtsstaat, dan eindigt mijn steun. Gevraagd kan dan worden aan de vertegenwoordigers van betreffende verschijningsvorm van de islam om uitleg te geven en toe te lichten hoe het zich in relatie tot de Nederlandse rechtsstaat ziet. Als vervolgens na onderzoek door een neutraal juridisch college blijkt dat deze islam zich niet ondergeschikt wil opstellen aan de rechtsstaat, dan acht ik het gewenst om een procedure te beginnen om deze verschijningsvorm van de islam buiten de orde te plaatsen.

Hetzelfde geldt voor de andere toetreder Wilders. Het gaat niet om het afkeuren van zijn standpunten. Dat volgt al uit het onderschrijven van de gangbare interpretie van de rechtsstaat. Als blijkt dat Wilders daarmee in strijd komt, dan houdt mijn steun voor het recht van Wilders om politiek te acteren automatisch op.

7. Openheid utopie? Wellicht is een zuiver publiek debat zoals ik het zie onmogelijk. Maar ik streef er wel naar om het breder te maken en minder vanuit het verleden te sturen en meer naar de toekomst te richten. Wat ik voorstel is het streven om de beperkingen die nu aan het debat gesteld worden opzij te zetten. Dat gebeurt niet op stel en sprong omdat mensen hun geschiedenis en belangen met zich meedragen. De afbraak van de beperkingen is een geleidelijk proces dat jaren vergt. Maar het moet wel ooit in gang gezet worden.

Hoe bewijst de vrijheid van meningsuiting zich beter dan iemand als Wilders of de islamist met wie men politiek tegengestelde meningen heeft een gelijkwaardige plek in het debat te gunnen? Juist hun dat gunnen tekent een ruimdenkende opvatting van hoe de democratie functioneert. En een grenzeloos vertrouwen in de kracht ervan. Op dit moment neem ik geluiden waar die oproepen Wilders of de islamist buiten de orde te plaatsen. Dan wordt het middel erger dan de kwaal. Deze verkeerde aanpak verzwakt de democratie.

8. Macht. Kwetsen mag, wordt individueel ervaren en het verschil zit ‘m in de reactie. Zo keur ik standpunten af van christelijke partijen die onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden prediken. Hun moralisme om zich beter dan een ongelovige te achten en me daar mee te confronteren verbaast me. Het heeft iets kinderlijks. Maar ik gun christenen hun onverdraagzaamheid. Maar wordt vervolgens alles in stelling gebracht om het CDA, SGP of CU buiten de orde te plaatsen? Of het nu een juridische, sociale of politieke orde is? Nee.

In mijn ogen ligt dat niet aan de standpunten, maar aan de sterke positie die de christen-democratie inneemt. Het is een sterk verankerde, gevestigde macht die zich vanuit het centrum van de macht te weer stelt tegen aanvallen op haar positie. Zolang Wilders’ uitingen met alle juridische zorgvuldigheid worden bekeken kan-ie niet vooraf buiten de orde worden geplaatst. Waartoe nu wordt opgeroepen door welwillenden die het goed bedoelen. Zonder dat ze het zelf begrijpen zijn ze de marionetten van de echte macht.

De onzichtbaarheid van de macht schaadt onze democratie. Dan wordt het middel erger dan de kwaal. Wie weet wordt het straks tegen een andere groepering ingezet. Of tegen onszelf. De sluiproute van de verontwaardiging over Wilders of een imam is de verkeerde weg. De verontwaardiging moet gericht worden op de macht achter de schermen.

Foto: Cartoon Democracy van julianloa

Wat doet Nederland aan het zelfbeschikkingsrecht van Papua Barat?

with 8 comments

Update 13 oktober 2012: Harry van Bommel (SP) zegt op zijn weblog: ‘Gisteren boden de Organisasi Papua Merdeka en de Nationaal Papoea Vereniging ’95 West Nieuw Guinea hierom een petitie aan. Daarin vragen de aanbieders om erkenning van het recht op zelfbeschikking voor de bevolking van Papua.’

De mensenrechten in de Indonesische provincie Papua Barat (West-Papoea) staan onder druk en de VN bij monde van secretaris-generaal Ban Ki-moon laat het afweten. Op een persconferentie in het Nieuw-Zeelandse Auckland zei Ban deze week dat ze besproken kunnen worden in het Dekolonisatie Comité van de VN. Dat wordt als wegkijken gezien. Volgens getuigen terroriseert de Indonesische staat de lokale bevolking.

Nederland heeft een bijzondere verantwoordelijkheid omdat Papoea waarvan Papua Barat een onderdeel is als Nieuw-Guinea tot 1962 een Nederlandse kolonie was. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns maakte zich sterk voor behoud en schermde met de toezegging van de Amerikanen. Maar deze wilden in Azië naast Vietnam geen tweede gewapend conflict. De VS besliste uiteindelijk tegen de zelfbeschikking van de bevolking onder Nederlands toezicht. Overigens was het vasthouden door Nederland aan Nieuw-Guinea een onlogische deviant case volgens politicoloog Arend Lijphart.

In 1962 bezegelde het verdrag van New York de overdracht. Zo was het Papoea-conflict geboren. In 1969 manipuleerde de Indonesische overheid met medeweten van de internationale gemeenschap de Act of Free Choice, de Penentuan Pendapat Rakyat, PEPERA. De toegezegde volksraadpleging van 800.000 bewoners werd onder leiding van general Sarwo Edhi Wibowo veranderd in een selectie van 1025 etnische Melanesiërs die mochten ‘beslissen’. Omdat ze gekocht, gechanteerd of bedreigd werden stemden ze unaniem voor aansluiting bij Indonesië.

De Amerikanen wisten dat Indonesië fraude had gepleegd, maar aanvaardden het als voldongen feit. Zonder kwalificatie nam de VN er in november 1969 genoegen mee in resolutie 2504. Toenmalig Boliviaans VN-ambassadeur Fernando Ortiz-Sanz zei dat de wereld een morele verantwoordelijkheid had voor de Papoea-bevolking. Maar nooit is die verantwoordelijkheid genomen. De beschaafde wereld werd de zogenaamde onbeschaafde Papoea’s onthouden, mede door onverholen racisme. Niet in het minst door Indonesië.

Sinds die tijd is er een guerillastrijd gaande tussen het Indonesische leger en verzetsbewegingen. Deze worden door Indonesië het Organisasi Papua Merdeka (OPM), Organisatie voor een vrij Papoea, genoemd hoewel deze al sinds 1970 opgerold is. Toen in Nederlands-Indië in 1945 de strijdkreet Merdeka (vrijheid) klonk was dat de Nederlanders onwelkom. Dezelfde kreet klinkt 65 jaar later nog steeds in Papua Barat. Nederland heeft een kans om iets van de schande van de overdracht recht te zetten.

Foto: Gearresteerde Kogoyas, 8 september 2011, AFP.

Orzel

with 2 comments

Update 30 juli 2015: Zie bij commentaar voor filmische Artist Impression anno nu van de Orzel. Bij de expositie over de bouw van onderzeeboten bij de Koninklijke Mij De Schelde te Vlissingen van 1904-1940. 

Diegenen die dachten dat het bijschrift van een foto het hele verhaal vertelt kennen de geschiedenis van de Orzel niet. Sinds kort is het Historisch Archief van het ANP ontsloten en zocht ik wat ik niet vond. Of vond ik wat ik niet zocht?

Waarom fascineert de foto me? Zijn het de spiegelingen in het donkere water of is het de halflandelijkheid? De zelfkant waarover Simon Vestdijk dichtte: De walm van stoomtram en van bleekerij; Of van de ovens waar men schelpen brandt; Is meer dan thijmgeur aanstichter van droomen. Op fabrieksterrein noch foto rijdt een lorrie. Maar het tafereel zet dromen in beweging.

De foto is een still. Op de pluim uit de fabrieksschoorsteen na wordt de suggestie van beweging onderdrukt. Nou nee, eerder ingeslikt. Wolken met straaltjes zon. Rimpelend water, links de wal met een somber industrieel gebouw en rechts op de achtergrond bomen met huizen en een aanlegplaats. Nauwelijks zichtbaar zijn drie arbeiders die over het water kijken. In de richting van de fotograaf die waarschijnlijk in een bootje staat. In het decor een onderzeeër. Het onderwerp. Op de zijkant van de toren staat Orzel. Op het gebouw: Anno Machinefabriek 1919.

Het begint te dagen. We zien een Nederlandse militaire scheepswerf tussen beide wereldoorlogen. Gezien de architectuur en de kleding van de arbeiders kan dat niet anders. Is de onderzeeër net afgebouwd en wordt-ie voor duikproeven getest? De luiken zijn dicht en de periscoop uitgetrokken.

Ik zocht op mijn geboorteplaats Terneuzen en vond deze foto. De Zeeuwse havenplaats aan de Westerschelde. Herkende ik nog iets van vroeger? Kon ik een gebouw, een contour, een persoon thuisbrengen? Nee, ik herkende niks. Terwijl het bijschrift toch zegt: Op een scheepswerf in Terneuzen worden momenteel duikproeven gehouden voor de onderzeeer Orzel. De onderzeeboot wordt gebouwd in opdracht van Polen. Datum 24 augustus 1938. Maar Terneuzen heeft bij mijn weten nooit een marinewerf gehad. Hoe zit het nou?

Als jongetje las ik ooit een boek met prachtige foto’s over de reis van de K18 en de zwaartekrachtmetingen van professor Felix Vening Meinesz. Na de verfilming van zijn tocht met de K XVIII in 1935 groeide Vening Meinesz uit tot een soort vleesgeworden held uit een jongensboek, zegt de TU Delft. Dat klopt, ik vond het schitterend, hoewel ik pas jaren later het boek van mijn vader las. Was mijn fascinatie voor de onderzeeër terug te voeren op de foto’s uit het boek van Vening Meinesz?

Tussen de oorlogen bouwden de Nederlanders goede onderzeeërs. Ze voeren er mee naar Nederlands-Indië. Geen wonder dat de Polen zich tot het neutrale Nederland wendden in de laatste vooroorlogse jaren. Het verbaast me gezien de macht van de Duitse handel over de Nederlandse economie van die jaren dat deze onderzeeërs aan Polen mochten worden verkocht.

De Orzel (Adelaar) was gebaseerd op de O19-klasse lees ik en werd door het Poolse volk bijeengespaard. Aanloopkosten werden betaald met gerst voor brouwerijen. Het werd samen met de Sep besteld dat bij de RDM in Rotterdam werd gebouwd. De Orzel werd op 15 januari 1938 bij De Schelde in Vlissingen te water gelaten en werd bekend toen het in september 1939 uit de haven van het Estse Tallin ontsnapte naar Engeland. Churchill beschreef dat als episch. In het voorjaar van 1940 kwam de Orzel van haar zevende patrouillle niet terug.

Hoe meer informatie ik krijg, hoe minder ik de foto begrijp. Ik zie en hoor geschiedenis, maar het past niet bij een plek die ik ken. Of is er iets mis met mijn herinnering? Maar wacht eens, de Orzel was toch in Vlissingen gebouwd? Niet in Terneuzen waar de scheepswerven aan het ondiepe kanaal van Gent naar Terneuzen onlogisch zijn voor duikproeven. Het bijschrift moet fout zijn.

 

Dat klinkt als een geruststelling. Niet mijn geheugen, maar het ANP-archief zit ernaast. Klopt dat? Werkgroep Industrieel Erfgoed Zeeland zegt: De machinefabriek van De Schelde is gebouwd in drie traversen, die in de jaren 1913, 1916 en 1919 werden opgeleverd. Dit jaartal werd op iedere traverse vermeld, de linker en rechtertraverse met de aanduiding “machinefabriek”. Het klopt. Het opschrift Anno Machinefabriek 1919 staat op een gebouw in Vlissingen. De Orzel had in Terneuzen niets te zoeken. Mijn herinnering blijft intact. Ik zocht wat ik niet vond, maar vond wat ik niet zocht.