Keti Koti kan geen nationale feestdag zijn

Deel van columnGeen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz in NRC, 30 juni 2022.

De column ‘Geen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz benoemt vanuit familieniveau de achterstelling in Nederland van de nabestaanden van Oost-Indische slaven ten opzichte van de nabestaanden van West-Indische slaven. Dat is een structurele weeffout.

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

Vele voormalige Surinamers en Antillianen hebben belangrijke functies in de overheid. Zoals de in Suriname geboren Rabin Baldewsingh. Ze lijden aan kortzichtigheid en maken de fout de stemming van hun moederland een-op-een naar Nederland te willen vertalen.

Schermafbeelding van deel interviewBelangrijke adviseur regering: maak van Keti Koti een nationale feestdag, met de koning erbij‘ met Rabin Baldewsingh in de Volkskrant, 30 juni 2022.

In een video van het Caribisch Netwerk zegt een medewerker van het Tropenmuseum dat het Nederlands kolonialisme een ‘wereldwijd verhaal’ is. Maar in de achtergrond van de medewerkers en de inrichting van tentoonstellingen van het Tropenmuseum is dat niet terug te vinden. Het blijft bij mooie woorden die niet worden waargemaakt. Caraïbische medewerkers en thema’s domineren het debat en de beeldvorming. Is het toeval dat de artistiek directeur van de NMVW, waar het Tropenmuseum onderdeel van is, afkomstig is uit Jamaica?

Caraïbische Nederlanders haken handig aan bij een beweging die veel politieke steun krijgt, hebben een tamelijk eenduidig profiel en claimen eenzijdig het antwoord op de schuldvraag over het kolonialisme te hebben en stellen dat hun voorouders de grootste slachtoffer van het kolonialisme waren. Dat laatste is historisch onjuist, maar dat dringt in het publieke debat niet door. In musea en universiteiten komt dat geluid niet goed tot uiting. De tegenstem ontbreekt.

De opwaardering van de West en afwaardering van de Oost in de aandacht voor kolonialisme en slavernij is een structureel probleem. Vraag is of dat typisch Nederlands is of ook in voormalige koloniale machten voorkomt die zowel in de Oost en de West koloniën hadden. In februari 2021 schreef ik het onderstaande bij een bespreking van de documentaire ‘Nieuw Licht – Het Rijksmuseum en de slavernij’:

1) Het is onbegrijpelijk dat terwijl expliciet in de documentaire gezegd wordt dat de slavernij in de Oost omvangrijker was dan die in de West, daar in de documentaire nauwelijks iets van terug te vinden is. Was het reisbudget onvoldoende, had de producent geen Indonesische of Nederlands-Indische contacten of was deze reductie een bewuste, politieke keuze? Dat heeft als gevolg dat nu alles in een zwart-wit perspectief geplaatst wordt. Dat is echter een te grove tegenstelling. Wat resteert is een eenzijdig Caraïbisch perspectief. Maar zo was de realiteit van toen niet, en zo is de realiteit van nu niet. De grijs- en bruintinten ontbreken en zijn weggemoffeld. Ook op een andere manier ontstaat vertekening. De tragiek van de historische slavernij is ook dat de zwarte mensen geen homogene groep vormden en naast slachtoffer ook dader konden zijn. Ook die nuancering ontbreekt in de documentaire.

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het voorstel om van Keti Koti eens in de vijf jaar een nationale feestdag met een vrije dag te maken moet afgewezen worden. Het is ongepast. Het verbindt niet, maar verdeelt. Zoals de column van Ellen Deckwitz illustreert. De herdenking van de slavernij kan niet exclusief aan een doelgroep verbonden worden die zich het onderwerp toe-eigent door de voorwaarden ervan te bepalen.

Vincent van Gogh in de ‘Bataviaschen Kunstkring’ (1938)

In 1938 was er in de Bataviaschen Kunstkring een tentoonstelling met werk van Vincent van Gogh. Er heerst overigens verwarring over de naam. Die wordt ook geschreven als Bataviase, Bataviasche of Batavische Kunstkring. Tussen 1934 en 1947 werd geen spellingshervorming in Nederland ingevoerd. Uiteraard kunnen namen achteraf aangepast worden aan de dan geldende spelling.

Schermafbeelding van deel notitieInventaris van het archief van PIERRE ALEXANDRE REGNAULT en VIRGINIE (SNEL-)REGNAULT‘ van Lidy Visser voor de RKD, 2003/2011.

Hoe dit soort tentoonstellingen met ‘moderne werken‘ onder coördinatie van Jeanne de Loos in deze kunstkring in Batavia tot stand kwam vertelt een artikel uit 1976 van Annie Versprille:

Schermafbeelding van deel artikelJeanne Maria Cornelia de Loos-Haaxman; ‘s-Gravenhage 3 november 1881 – Rotterdam 1 mei 1976‘, 1976 van Annie Versprille in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1976.

Men kan zich met de strenge eisen die tegenwoordig in musea aan klimatisering worden gesteld alleen maar verbazen over het feit dat verzamelaar P.A. Regnault deze iconische werken tijdelijk uitleende aan de Bataviaschen Kunstkring. In een tropisch klimaat met hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid. En een niet eenvoudig transport.

Maar deze episode van Vincent van Gogh in Batavia geeft ook een verfrissend commentaar op het krampachtig omgaan van afdelingen Collectie in musea die objecten voor de eeuwigheid willen fixeren. De afweging tussen behoud en presentatie is tijdgebonden. Zo blijkt uit deze foto’s.

Maarten van der Bent, Bataviasche kunstkring, 2012. Via Wikipedia.

Zwitserse missionarissen Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler en Vischer in Nederlands Borneo (1933-35)

Carl Mattheus Vischer,V.l. Geschw. Schweizer, Trostel Kühnle, Röder, Weiler‘, 1933-35. Collectie: Basel Mission, International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Het is rond 1934 in Borneo ofwel Kalimantan. Het zuidelijke deel dat deel van Nederlands-Indië is. Waarschijnlijk is de boot aangemeerd in havenstad Banjarmasin.

Het Duitse bijschrift van de foto leest vertaald als een gedicht: ‘Van links verwanten Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler‘. Het klinkt Duits, maar is Zwitsers. Het betreft missionarissen met echtgenote van de Basel Mission.

Ze worden vastgelegd door de fameuze Zwitserse ziekenhuisdirecteur Carl Mattheus Vischer die ook aan de Basel Mission verbonden was. Hij zou op 20 december 1943 door de Japanners worden geëxecuteerd wegens ‘vermeende deelname aan een anti-Japans complot’. Vischer lijkt nog altijd te worden gewaardeerd door de bevolking, met zelfs een Wikipedia-pagina in het Indonesisch. Of wat daar aan herinnering nog van resteert.

Maar nu poseren de Zwitserse missionarissen met hun echtgenoten en een jonger kind nog even in de haven. Gekleed met passende outfit. Vol verwachting en goede bedoelingen. Komen ze aan na een lange reis? Om goed werk te gaan verrichten. De tropen wachten.

Ik heb een hekel aan reizen en aan ontdekkingsreizigers‘, zo luidt de eerste, vertaalde zin van een boek van etnograaf en antropoloog Claude Lévi-Strauss. Het is een reisboek en antropologisch werk met accent op Brazilië. De titel verraadt de afloop: ‘Tristes tropiques‘ ofwel ‘Het trieste der tropen‘.

Enkele zinnen uit de uitgebreide bespreking van dit boek op Wikipedia schetsen de triestheid: ‘Dit nederzettingspatroon met rangschikking van de hutten rond het mannenhuis is doorslaggevend en onmisbaar voor de ordening van het sociale stamleven. De Salesiaanse missionarissen bouwden deze structuur dan ook direct af door, om hen te bekeren, ze in evenwijdig aan elkaar opgestelde rijen behuizingen te laten wonen. Door het wegvallen van deze voor hen onmisbare structuur raakten de inheemsen al spoedig hun gevoel voor traditie kwijt.

Carl Mattheus Vischer (?),Stelzenlaufender Hausbube i. Pudjun. Uralter Brauch, nicht v. Europa übernommen. Analogie zauber z. Befördern des Wachstums der Reispflanzen, so hoch sollen sie werden.” (=Steltlopende huisjongen i. Pujun. Oude gewoonte, niet van Europa overgenomen. Analogie spreuk ter bevordering van de groei van de rijstplanten, zo hoog horen ze te zijn’. Collectie: Basel Mission International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Triest. Goede bedoelingen kunnen veel schade berokkenen. Het hoeft niet, maar het kan. Het is een gemengd beeld. Dat we het weten. Ach, daarom nog maar even voor de laatste keer een Zwitsers gedicht in tropisch Kalimantan: ‘Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler‘.

Gedachten bij een foto van Hotel des Galeries in Batavia (1932-1934)

Hotel des Saleries (wohl 1920/1930) (vielleicht in den Niederlanden)’. Collectie: Deutsche Fotothek.

Links op het reclamebord staat te lezen ‘Sterkt u met biocitin‘. De naam van het complex staat verticaal op de rechtertoren: ‘Hotel des Galeries’. Het is begrijpelijk dat de Deutsche Fotothek vermoedt dat het hier om een locatie in Nederland gaat, maar toch in verwarring wordt gebracht. Men vraagt: ‘Eine topografische Bestimmung des Aufnahmeortes war bisher nicht möglich. Wissen Sie mehr? Bitte Email an: fotothek@slub-dresden.de‘.

Welnu, het is vrij simpel voor wie de architectuur weet te plaatsen. Het gaat om het Harmonieplein in de toenmalige hoofdstad Batavia in Nederlands-Indië. De site Lost Jakarta zegt over deze luchtfoto het volgende (‘vertaald’): ‘Rechts vooraan Hotel des Galeries waar we ligstoelen op het terras op de eerste verdieping zien. Dit gebouw bestaat nog steeds gedeeltelijk, maar is helaas onherkenbaar veranderd’. In 2015 had de buitenkant van het hernoemde Hotel Melati een oranje kleurtje gekregen. Zie hier voor meer informatie over Hotel des Galeries.

Aerial view of Harmonieplein in 1935 (Batavia of ‘Lost Jakarta‘).

De site ‘Indischhistorisch.nl‘ zegt over dit hotel:’Hotel des Galeries (voorheen Wisse en Ernstbevond zich op de hoek Molenvliet/Noordwijk en was in 1930 ontworpen door het in Nederlands-Indië bekende architectenbureau A. Hulswit, Fermont & Ed. Cuypers‘. Met Eduard Cuypers als sterarchitect die met zijn architectuur in de vergetelheid zou zijn geraakt, zo beweert de monografieLandmarks from a Bygone Era‘ van Obbe H. Norbruis. De uitvoerend architect was A. Dikstaal die het hotel bouwt in een modernistische stijl. In 1932 werd het toenmalige Hotel Wisse gesloopt en vervangen door het Hotel des Galeries dat al in 1934 door de economische crisis failliet gaat.

Het zijn mijlpalen van de voorbije, goeie ouwe tijd, van tempo doeloe. Nu foto’s en herinneringen.

Gedachten bij de ‘Gerald and Rella Warner Dutch East Indies Negative Collection’ (1938)

De Amerikaanse consul in Taiwan Gerald Warner en zijn vrouw Rella hielden van 11 juni 1938 tot 27 juli 1938 vakantie in toenmalig Nederlands-Indië. Er zijn 275 fotonegatieven van deze reis bewaard gebleven waarvan 257 in Nederlands-Indië waren gemaakt. De collectie is door de familie Warner geschonken aan de Lafayette Digital Repository van Lafayette College in Easton, Pennsylvania. Het is onderdeel van een grotere East Asia Image Collection met foto’s en memorabilia van de Warners.

De beschrijving bij deze Dutch East Indies Negatives zegt: ‘De volgende thema’s komen het meest naar voren: arbeidsomstandigheden en uitrusting in havens en havens, toeristische attracties (oa Borobudur, Balinees drama en tempelarchitectuur), agrarische taferelen, dorpsleven en lokale markten. De bijschriften bij deze afbeeldingen zijn ontleend aan handgeschreven commentaren in de fotoalbums van de Warners‘.

Er is veel aandacht voor Bali. Je zou bijna oneerbiedig zeggen, een verplicht nummer. Dat is wellicht dezelfde aantrekkingskracht die Charlie Chaplin in 1932 ondervond. Hij werd verliefd op Bali en maakte samen met zijn broer Sydney filmopnamen waarin de serene levensstijl van de inwoners en de dansrituelen centraal stonden. Vele kunstenaars deelden in die jaren die fascinatie. De Warners kozen in 1938 voor hetzelfde invalshoek. Chaplins fascinatie voor Bali en die brede bekoring wordt behandeld in enkele documentaires: Trip to Bali (2003) en Chaplin à Bali (2017).

Bovenstaande foto van de kade in Soerabaja gaat vergezeld van een opmerkelijke beschrijving. Het is meer dan 80 jaar later ongemakkelijk om die te lezen, maar voor de documentatie is het essentieel omdat het goed het perspectief weergeeft waarmee de foto’s werden gemaakt. Het geeft een tweeledig beeld: Soerabaja als een geciviliseerde witte wereld waarin de Warners zich boerenkinkels voelen , maar waar men toch thuiskomt in ‘onze eigen soort beschaving’.

Beschrijving bij foto [in0028] Wharf. Soerabaja, juli 1938. Gerald and Rella Warner Dutch East Indies Negative Collection.

Gedachte bij foto’s ‘Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957’

Wesselmann, Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957. Gepubliceerd in de Los Angeles Examiner. Collectie: University of Southern California.

De beschrijving van deze twee foto’s in de collectie van de University of Southern California is te interessant om niet volledig weer te geven: ‘Dutch refugees arrive in Los Angeles, 6 February 1957. General view of part of 80 refugees arrival in Los Angeles; Jacoba Dekrieger; Janna Dekrieger; Albertus Dekrieger.; Caption slip reads: “Photographer: Wesselmann. Date: 1957-02-06. Reporter: Decker. Assignment: Dutch refugees arrive in LA. 1: One of the Dutch families that arrived in L.A. this a.m. via Sante Fe’s El Capitan: L to R: The DeKrieger family, Sebus (mother), Janna, Albertus and Jacoba and Hendrick, husband and father. 2: General view of part of the 80 persons who arrived on the same train“. 

Wesselmann, Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957. Gepubliceerd in de Los Angeles Examiner. Collectie: University of Southern California.

Of de familie De Krieger degene is die in een genealogische pagina wordt beschreven is onduidelijk. Het betreft Jan Hendrik Willem de Krieger die in 1912 in Vlaardingen en zijn echtgenote Jacoba Sebus die in 1918 in Dordrecht werd geboren. Volgens het stadsarchief Rotterdam werd hij in 1927 op het opleidingsschip Nederlanden geplaatst, zodat het kan dat hij in de Nederlandse marine werd ingelijfd. Ze trouwden in 1937 in Dordrecht. Maar ze hebben niet 1, maar 3 kinderen. Dat Jacoba Sebus overleed in het Californische Pasadena in 2006 past in het plaatje. De beschrijving is wat verbasterd.

Wat kunnen in 1957 Nederlandse vluchtelingen zijn die via de trein uit Santa Fe, New Mexico in California terechtkomen? De Nederlandse regering had in die jaren een politiek om repatrianten uit voormalig Nederlands-Indië naar derde landen te laten emigreren. In een tweede golf vertrokken tijdens de jaren 1950-1957 ambtenaren, ordehandhavers en defensiepersoneel naar Nederland.

De man die Jan Hendrik Willem de Krieger kan zijn heeft een label van de CWS op zijn jas. Dat is de kerkelijk humanitaire Church World Service die vluchtelingen hielp. De Nederlandse overheid had in die jaren een samenwerking met de CWS met betrekking tot de uitvoering van de Pastore-Walter Act die in 1958 werd aangenomen. In de jaren daaraan voorafgaand pleitte de Democratische vertegenwoordiger Francis E. Walter voor verruiming van de emigratienormen uit Azië. In 1952 werd de McCarran-Walter Act aangenomen die dat tegen de zin in van president Truman mogelijk maakte.

Saillant is wat Wikipedia zegt over dat Amerikaanse toelatingsbeleid: ‘Men hoopte echter dat slechts 10% van deze Nederlandse vluchtelingen daadwerkelijk raciaal gemengde Indo’s zou zijn en de Amerikaanse ambassade in Den Haag was gefrustreerd over het feit dat Canada, dat strenger was in etnisch profileren, de volbloed Nederlanders kreeg en de VS de Nederlanders die “allemaal nogal zwaar donker” waren. Aan dit tafereel op het station in Los Angeles in 1957 valt dat niet af te lezen.

Gedachte bij foto ‘Dutch Airplane disaster. Dec. 1934’

Dutch Airplane disaster. Dec. 1934‘. Collectie: Library of Congress.

Op donderdag 20 december 1934 stortte de Uiver neer in West-Irak, bij toen Rutbah Wells genoemd, nu Ar-Rutbah, in een vlucht van Amsterdam naar Batavia. Op een extra kerstpostvlucht. Deze Douglas DC-2 was een toestel in dienst van de KLM. De trots van Nederland.

Luchtvaartsite ‘aviation-safety.net‘ geeft de details over de ramp. Oorzaak was waarschijnlijk, de ‘zeer ongunstige weersomstandigheden’ en de minder gunstige vliegeigenschappen bij snel afwisselende luchtstromingen (‘remous’) of turbulentie in combinatie met de vermoeidheid van de vlieger. De oorzaak is echter nooit definitief vastgesteld.

De zeven inzittenden kwamen om het leven, inclusief de vier bemanningsleden. De man in pilotenkostuum die zich in onderstaande foto voor de Uiver posteert behoort dus niet tot de bemanning. Hij is in zekere zin een ramptoerist. Hij staat achter de rechtervleugel bij de staart, terwijl op de bovenste foto’s een blik vanaf de kop naar de rechtervleugel wordt gegeven.

accident date: 20-12-1934 type: Douglas DC-2-115A registration: PH-AJU. Credits: © Robert Perry

Een vliegtuigramp over land kent een zekere wetmatigheid: storing, neerstorten, brokstukken en opruiming. De reactie erop kent ook vaste gebruiken: schrik, ongeloof, berusting en onderzoek naar de oorzaak. Of het nou de MH17 of de Uiver is.

Uit een andere foto die van de linkervoorkant is genomen blijkt nog wat anders. Namelijk dat de Uiver weinig om het lijf had en niet veel meer was dan wat latten en huid. Onvergelijkbaar met hedendaagse vliegtuigen. Dat maakt de prestatie en het respect voor de luchtmachtpioniers die hun leven waagden in deze gammele kisten er eerder groter dan kleiner op. Soms ging het echter mis.

Kritiek op presentatie over Nieuw-Guinea in Bronbeek. Foto’s liegen vooral als ze wetenschappelijke onderbouwing missen

Het gezegde luidt ‘Eén beeld zegt meer dan duizend woorden‘. Maar we weten dat beelden kunnen liegen. Ze kunnen gemanipuleerd en uit hun omgeving getild worden en in een andere samenhang geplaatst worden zodat ze een andere dan de oorspronkelijke betekenis krijgen. Het is simpel om door een eenzijdige selectie uit een beeldbank van foto’s en films een vertekend beeld van het verleden te geven en dat te presenteren als objectief. Niemand controleert het. Zo kan de Nederlandse overheid in voormalig Nederlandse-Indië als bruut, dictatoriaal en hardvochtig of juist humaan, rechtvaardig en opvoedkundig voorgesteld worden. Het stemt allebei niet overeen met de werkelijkheid. Zo’n hedendaags perspectief zegt daardoor meer over de blik van de curator of tentoonstellingsmaker uit 2019 dan over de situatie in Nieuw-Guinea of op Java in 1919.

Eenzijdigheid van een tentoonstelling die wordt voorgesteld als realistisch en met een meervoudig perspectief is bedrieglijk. Voormalig gids en Indië- en Nieuw-Guinea-veteraan Bo Keller heeft kritiek op het ‘cynisme’ van een kleine presentatie in Museum Bronbeek. We zijn gewaarschuwd, geloof niet op voorhand beelden van curators die om politieke redenen worden gepresenteerd en duizend wetenschappelijke woorden missen. Deze makkelijke beelden zonder context doen uitsluitend een uitspraak over het perspectief van de curator.

De Grauwe Eeuw kondigt lawaaidemonstratie tijdens dodenherdenking aan. De ideale excuustruus van de macht 

‘Reacties zijn uitgeschakeld voor dit bericht’ staat bij een aangekondigd evenement op Facebook. Een echt debat stellen de opstellers blijkbaar niet op prijs. Het gaat om een lawaaidemonstratie tijdens de Nationale dodenherdenking op 4 mei om 20.00 uur.  De radicaal-linkse actiegroep ‘De Grauwe Eeuw’ verschuilt zich achter de actiegroep ‘Geen 4 mei voor mij’ volgens een bericht van de NOS. Daarom plaats ik mijn reactie hier:

Actiegroep De Grauwe Eeuw heeft het recht om op 4 mei lawaai te maken. Maar jammergenoeg maakt het een janboel van feiten en analyse die de actie moeten toelichten. Dat is jammer, want zo bereikt het het omgekeerde. Niet het creëren van steun, maar van weerstand. Het onderwerp is interessant genoeg voor een breed maatschappelijk debat.

Zo is het zo aantoonbaar onjuist dat de 22.000 slachtoffers die tijdens WOII vielen allen wit waren dat het pijn doet aan de ogen. Wie dat zegt geeft zelfs aan weinig van de recente Nederlandse politiek en maatschappij te begrijpen. En volgens het oorlogsrecht had het Japanse Keizerrijk dat vanaf 1942 het toenmalige Nederlands-Indië de verantwoordelijkheid voor de bevolking. Niet Nederland. De Grauwe Eeuw husselt van alles door elkaar, gooit het op een grote hoop en snijdt er vervolgens grove brokken geschiedenis van die aan elkaar hangen als los zand.

Ja, er zijn in Nederlands-Indië oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen gepleegd. Raymond Wesseling is een bekende naam in dit verband. En ja, zij verdienen het niet om herdacht te worden samen met ‘echte’ slachtoffers van het oorlogsgeweld. Maar zeg dat dan en niet iets anders. Want nee, dat gebeurde niet binnen de structuur van een dictatuur als die van het Nazisme zoals gesuggereerd wordt. Dat blokkeert het zicht op een duidelijk standpunt als startpunt van het debat.

Identiteitspolitiek die het onrecht van de geschiedenis uitsluitend verklaart vanuit huidskleur schiet overigens tekort omdat het andere aspecten buiten schot laat. Is het niet interessanter om het economische belang van De Bataafsche Petroleum Maatschappij erbij te betrekken of de geopolitiek van het toenmalige Nederland tijdens het interbellum?

Toegegeven, spreken over witte hegemonie is tegenwoordig populair bij zowel radicaal-links als radicaal-rechts. Om niet te zeggen modieus, denk aan Charlottesville.

Identiteitspolitiek is makkelijk en het naar voren brengen als verschijnsel vergt weinig kennis over geschiedenis, economie of maatschappij. Identiteitspolitiek is vakantie van de echte politiek. Praten over identiteitspolitiek is gemakzucht. Identiteitspolitiek is een afleiding van sociaal-economische aspecten als machtsdeling, eigendomsverhoudingen, belastingontwijking en inkomensongelijkheid. Praten over identiteitspolitiek valt de gevestigde orde niet aan, maar onderschrijft die juist. Via een omweg, die blijkbaar de activisten van De Grauwe Eeuw niet doorzien.

Door zich over identiteit een moralistisch oordeel toe te eigenen en dat tegelijk de anderen te ontzeggen menen radicalen vanaf beide flanken straffeloos het centrum onder vuur te kunnen nemen. Zelf leggen ze geen verantwoording af. Aan wie zouden ze dat moeten doen? Aan hun eigen geweten? Leden van De Grauwe Eeuw opereren anoniem als vrijschutters van de publieke opinie. Projectie van standpunten van anderen voor wie ze zeggen op te komen is hun focus. Het is dus ook nog eens oncontroleerbaar hoe gemeend en vrij van bijbedoelingen hun standpunten zijn.

Radicalen wanen zich in hun zelfbeeld de helden die alles mogen zeggen en kunnen doen vanwege de omstandigheden die de uitzonderingstoestand zouden rechtvaardigen. Dat wil zeggen, voor henzelf, niet voor de vertegenwoordigers van de staat. Die moeten zich aan de regels van de rechtsstaat houden. Radicalen niet. Een open debat wordt vermeden omdat dat burgerlijk en achterhaald zou zijn. Zo werkt de bunkermentaliteit van radicalen die geen tegenspraak veelt.

Net als alt-right voorman Stephen Bannon willen radicalen als rechtgeaarde Leninisten de staat ontmantelen. Daar passen alle middelen bij. Uitleg om de eigen daden te rechtvaardigen is daarbij geen hoofdzaak, maar eerder een halfslachtige beeldvorming tussen werving, propaganda en de schijn van argumentatie in.

De framing door te spreken over witte hegemonie dient ongetwijfeld ter motivatie en opwaardering van de achterban zodat het eigen vuistje uiteindelijk tot een krachtige vuist wordt. Wat wil een politieke actiegroep nog meer dan aandacht en perspectief op de macht?

De weerbare democratie laat zich alles aanleunen en heeft een hoge tolerantiedrempel. De anonieme leden van De Grauwe Eeuw weten toch dat hun rechten gewaarborgd zijn en ze in de rechtsstaat zonder risico of gevaar voor eigen leven alles kunnen zeggen.

Zo dollen de radicalen verder in hun domein dat ook een speeltuin van nietszeggendheid is. Er staat niks op het spel. De gevestigde orde tolereert het en calculeert in dat het roepen vanaf de marge er nu eenmaal bij hoort. Vanuit het perspectief van de zittende macht is het zelfs beter dat het lawaai blijft klinken vanaf de marge. Dat lawaai versterkt automatisch het eigen tegengeluid.

Actiegroep De Grauwe Eeuw is de ideale excuustruus van de macht.

Foto: Schermafbeelding van FB-pagina van actiegroep  ‘Geen 4 mei voor mij’ met aankondiging van demonstratie tijdens de Nationale dodenherdenking op 4 mei 2018.

Arjen Ribbens in NRC: ‘Afstoten van kunst als Oranje-traditie’

Arjen Ribbens prikt in een artikel in NRC door de schone schijn van het Koninklijk Huis. Leden ervan zouden zich interesseren voor kunst, zo zegt de Oranje-promotie, maar dat ligt volgens Ribbens anders: ‘Dit is een artikel over wat, met enige overdrijving, een Oranje-traditie kan worden genoemd: het voortvarend afstoten van kunst, zonder veel rekening te houden met kunsthistorische gevoeligheden. Gebeurde dat in het verleden op veilingen, en met goede doelen als bestemming voor de opbrengst, recentelijk is een grote hoeveelheid kunst uit de nalatenschap van prinses Juliana ondershands verkocht, zonder charitatief oogmerk. Naast de tijgers van Raden Saleh ook een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse tekeningen van de stad en de provincie Utrecht, aan een particuliere verzamelaar. Nederlandse musea die deze kunst graag in hun collectie hadden willen opnemen, zeggen niet te zijn benaderd door het hof.’ Vraag is of dit met de Ethische Code van de museumsector spoort. De Museumvereniging zou om een uitspraak gevraagd moeten worden.

En dat op de dag dat koning Willem-Alexander in het Koninklijk Paleis op de Dam met veel bombarie de koninklijke prijzen voor de vrije schilderkunst 2016 uitreikt. In de opgedrongen rol van kunstliefhebber. De mythe van een betrokken en maatschappelijk koninklijk huis tekent het verschil tussen schijn en wezen. De mythe bestaat uit pose en afstand en vindt aftrek dankzij propaganda en welwillende onderhorigheid bij opiniemakers. Het is moedig van Ribbens dat hij hier doorheen breekt. Zijn Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch heeft het nooit verder gebracht dan lakei, hermelijnvlooi, jaknikker en hielenlikker van Oranje.