Musea en kunstinitiatieven moeten afstand houden tot cancelcultuur. Emancipatiestreven eindigt vaak in intolerantie en nieuw vooroordeel

Ik moest bij lezing van een artikel in Het Parool over cancelcultuur in de kunsten met bovenstaand citaat van Raisa Blommestijn (docent en promovendus aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden) denken aan een observatie van Renate Rubinstein die Paul Scheffer in zijn NRC-column van 27 november 2020 noemt:

Rubinstein verwijst vanuit de vorige eeuw naar andere verschijnselen, maar het principe is hetzelfde. Wat zij constateert is afgelopen jaren gebeurd in de kunsten. Zoals zij het meer dan 30 jaar geleden voorzag. Men kan zich alleen maar afvragen waarom er in de publieke opinie geen Rubinstein 2.0 is opgestaan die met een scherpe analyse de promoters van de cancelcultuur alle hoeken van de kamer liet zien. Dat is het verschil met toen. Kritiek op de cancelcultuur was er wel, maar die bleef tamelijk onopgemerkt. Wellicht heeft dat te maken met de fragmentatie van de publieke opinie die in Rubinsteins tijd nog niet in die mate bestond. Nu kwamen actie en reactie uit de Angelsaksische wereld en waren de Nederlandse opinieleiders en kunstsector een tamelijk passieve partij. Tekenend was dat de Nederlands-Britse commentator Ian Buruma in de Nederlandse publieke opinie zich het felst uitsprak tegen de cancelcultuur. Mede omdat hij er persoonlijk het slachtoffer van was geworden.

Een groep die valt te omschrijven als links-radicaal en opkomt voor gelijkheid en streeft naar emancipatie is doorgeslagen en in haar tegendeel verkeerd. Tijdelijk kunnen best vanzelfsprekendheden worden opgeschort om achterstanden van minderheidsgroepen weg te werken, maar als dat een nieuwe structurele ongelijkheid introduceert dan schiet het zijn doel voorbij.

Ongelukkig is ook dat de kwetsbare, weerloze en kleine, maar oh zo sexy kunstsector het doelwit is. Waar heeft de kunst die onwelkome aandacht aan te wijten? Het tragische is dat vele Nederlandse kunstinstellingen zich niet goed weten te verhouden tot die doorgeslagen en niet meer te begrenzen emancipatie en in vele gevallen met open ogen in de fuik van de intolerantie lopen. Waarmee deze musea of kunstinitiatieven vooral zichzelf beschadigen en achter het verkeerde vaandel aanlopen. Als ze zich hiervan uiteindelijk bewust werden, dan moeten ze tot hun schrik constateren dat ze niet meer op hun schreden kunnen omkeren.

De les voor Nederlandse musea en kunstinitiatieven is dat een afkoelingsperiode moeten inlassen. De verstandige en goed bestuurde instellingen hebben dat ook gedaan. Ze moeten zich even stilhouden en pas op de plaats maken. Niks doen. Ze moeten zich niet op laten jagen door een radicale minderheid en de veiligheid inbouwen dat die niet het interne debat overnemen en gaan domineren.

Musea en kunstinstellingen moeten zich niet onder druk laten zetten door een vaak van buiten de Nederlandse grenzen opererende kosmopolitische links-radicale lobby. Hoe sympathiek en lovenswaardig hun uitgangspunten ook zijn. De actievoerders zijn vaak niet eens goed op de hoogte van de situatie in de Nederlandse kunstsector, of worden uitsluitend voorgelicht door selectieve ’tolken’ die de internationale agenda weer met hun Nederlandse agenda en eigenbelang combineren. De projecties en dwarsverbanden zijn eindeloos en werken verwarrend, ook wat de herkomst ervan betreft.

Mikpunt zijn naïeve bestuurders die zich laten intimideren. Dieptepunt was het debat in het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With met een bestuur dat zich onder druk liet zetten door een radicale minderheid en een nieuwe generatie die de kans rook om een voet tussen de deur te krijgen. Zo grijpen incidentele en structurele wetmatigheden in elkaar. Dat is van alle tijden. Zoals de ontsporingen van emancipatiebewegingen die in hun tegendeel verkeren en de roep om gelijkheid en tolerantie inwisselen voor een houding van ongelijkheid en intolerantie en dat ook zijn. De kunstsector is gewaarschuwd om alert en niet al te naïef te zijn. Meegaan met een bevrijdingsstrijd is in beginsel niet verkeerd, maar omdat je nooit weet waar het eindigt valt het toch af te raden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelCancelcultuur in de kunstwereld: hoe compromisloos kan kunst nog zijn?’ van

Foto 2: Schermafbeelding van deel columnWie bij zichzelf te rade gaat is nooit vrij van angst’ van Paul Scheffer in NRC, 27 november 2020.

Wahabisten en Mormonen vinden elkaar. Mohammad Al-Issa (Muslim World League) claimt tolerantie en verbinding te bieden

In 2018 verklaarde in Nederland volgens de cijfers van het CBS 53% van de bevolking zich niet te beschouwen als behorend tot een religieuze organisatie. Gemiddeld neemt over de laatste 9 jaar dat percentage met 1 procent per jaar toe. In dat tempo is in 2025 60% van de Nederlanders niet religieus. Meer dan de helft van de Nederlanders zegt zich dus niet als religieus of behorend tot een religieuze organisatie te beschouwen.

Dat gegeven is niet besteed aan religieuze organisaties die claimen tolerant en ruimdenkend te zijn door de verbinding met anderen te zoeken, maar die verbinding beperken tot andere religieuze organisaties. Hun handreiking bereikt de meerderheid van de Nederlanders niet. Dat is een kromme, merkwaardige situatie. Deze zelfverklaarde handreikers zijn in West-Europa de religieuze spookrijders van de verdraagzaamheid.

Deze bijziendheid lijkt een mentale kwestie van geestelijke leiders die niet goed weg weten met mensen die zich niet laten inspireren door het geloof. Deze leiders zeggen verbinding te willen zoeken met anderen, maar als puntje bij paaltje komt treden ze in het zoeken van verbinding met de ander niet buiten het model van de religieuze organisatie. Het wordt tot een potsierlijke kwestie van religieuze marketing en profilering als ze daarmee een meerderheid buiten beschouwing laten. Dit roept de vraag op hoe gemeend dat zoeken van verbinding over religieuze grenzen is en wat de bedoeling van dat inter-religieuze debat is. Het kan ook opgevat worden als het bundelen van de krachten van religieuze organisaties tegenover andersdenkenden die zich niet door religie laten inspireren. Vooral orthodox-conservatieve geestelijke leiders noemen dan vaak het secularisme als denksysteem en model dat bestreden moet worden omdat het anti-religieus zou zijn. Terwijl ze weten dat dat onjuist is omdat het secularisme neutraal staat tegenover religies en levensovertuigingen.

Aanleiding voor deze overweging is het opinieartikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van Dr. 

Beide religieuze organisaties zijn welgesteld en goed georganiseerd. Wat ze behalve publiciteit en marketing van elkaar willen is onduidelijk. Om kerkpolitieke redenen zijn ze tot elkaar veroordeeld omdat ze in de eigen zuil niet tot de kern van de macht worden toegelaten. Aan de marge zoeken ze daarom door verbinding met een andere marginale religieuze organisatie legitimatie. Zogezegd in een religieus hoefijzermodel.

Een en ander geeft aan dat het betoog van Mohammad Al-Issa over inter-religieuze verbinding flinterdun en niet gemeend is en voornamelijk door (kerk)politieke redenen wordt ingegeven. De wisseltruc van beide organisaties is dat ze door verbinding met de ander te zoeken hun profiel proberen te verbreden en te verzachten. Ze proberen dat harde profiel zelfs in het volle zicht te verbergen. Niet alleen laten ze degenen die zich niet laten inspireren door religie buiten beschouwing, ook houden ze afstand tot degenen die een gematigde vorm van christendom of islam praktiseren. Het is de vraag of religieuze organisaties die tolerantie en verbinding prediken, maar in de praktijk onverdraagzaamheid en uitsluiting opleggen, norm of afwijking zijn. Kenmerk van religieuze organisaties is dat ze eigen gelovigen insluiten en andersdenkenden uitsluiten. Als ze beweren vanuit hun eigen verdraagzaamheid verbinding met de ander te zoeken moeten we alert zijn.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van artikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van

Intolerantie van radicaal-links en veroordeling via sociale media. Waarom reageert de #MeToo-beweging zo fel op Ian Buruma?

De Nederlands-Amerikaanse publicist Ian Buruma voelde zich gedwongen om vanwege negatieve publiciteit op sociale media ontslag te nemen als hoofdredacteur van de New York Review of Books. Dit vanwege de plaatsing van een essay van de Canadese muzikant, schrijver en voormalige radiopresentator Jian Ghomeshi in een themanummer over #MeToo-daders die niet door de justitie maar door sociale media zijn veroordeeld. In 2016 werd hij vrijgesproken van aanranding in een rechtszaak. In een artikel in VN noemt Ian Buruma het ‘intimidatie in de sociale media en door de universiteitspers.’ Hij geeft overigens toe dat het aankaarten van een gevoelig thema als #MeToo ‘door iemand die is beschuldigd van vrouwenmishandeling niet de ideale vorm om dat thema mee aan te kaarten’ is. Een interview met Buruma in Slate riep bij HuffPost’s Lydia Polgreen in een tweet nog meer woede op dan het artikel van Ghomeshi, zo liet ze weten. De ironie is dat Buruma nu ook zonder tussenkomst van justitie door sociale media wordt veroordeeld en zijn functie verliest.

Hier is overduidelijk een cultuurstrijd aan de gang tussen radicaal-links en humanistisch-progressief waarvan Buruma een vertegenwoordiger is. Opinieleiders en nieuwsmedia kiezen partij en spreken zich uit. Brendan O’Neill van Spiked ziet Buruma als slachtoffer van wat hij het seksuele McCartyisme van de #MeToo-beweging noemt. In de #MeToo-beweging  ziet O’Neill onderhand meer wraak, censuur en hysterie, dan gerechtigheid.

De kwestie #MeToo-Buruma komt op een politiek gevoelig moment met de beschuldiging van Dr. Christine Blasey Ford van een poging tot verkrachting begin jaren ’80 door kandidaat-opperrechter Brett Kavanaugh. De Republikeinen in de Senaat willen hem zo snel mogelijk en zonder FBI-onderzoek van Fords aantijgingen in het Supreme Court benoemen. Een benoeming voor het leven die de politiek en cultuur van de VS voor decennia in conservatieve richting kan doen kantelen terwijl het land zelf progressiever wordt. Onder meer de herroeping van het belangrijke arrest Roe vs Wade (1973) over abortus lijkt in gevaar. Er wordt sterk vermoed dat Kavanaugh het ongrondwettelijk verklaren van een federaal verbod op abortus wil helpen herroepen.

De kwestie Buruma is uiteindelijk een vraag over doel en middelen. Waarom richten radicaal-linkse actievoerders van de #MeToo-beweging zich op dit moment zo fel tegen Buruma, terwijl de toekomst van de VS met de tussentijdse verkiezingen van november en de dreigende benoeming van Kavanaugh op het spel staat? Er valt weinig berekening en politiek realisme in te ontdekken, maar wel veel onbesuisdheid en emotie.

Opnieuw de lange tenen van de islam (3). Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

Vandaag kreeg ik onderstaand bericht per email van WordPress waarin het aangeeft dat op last van de Pakistaanse overheid een blogpost in Pakistan wordt geblokkeerd wegens blasfemie en het kwetsen van de gevoelens van moslims ‘rond Pakistan’.  Het gaat om het commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012 met bovenstaande cartoon. De actie van de Pakistaanse overheidsdienst Pakistan Telecommunication Authority (PTA) bevestigt het vermoeden dat er binnen de islam weinig gevoel voor humor en tolerantie voor satire bestaat. Zie hier voor een verslag van eerdere meldingen van de PTA en de blokkade in Pakistan van delen van dit blog.

Foto: Cartoon van  Adam Zyglis in Commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012.

Kritische gedachten bij de petitie ‘Stop homoreclame Suit Supply’. Maatschappelijke betrokkenheid als marketing. Hoe serieus is dat?

In deze petitie komen vier overtuigingen en/of ontwikkelingen samen. 1) Identiteitspolitiek is leidend en homoseksualiteit is lijdend. De sociale identiteit van homoseksuelen wordt ontkend en als ondergeschikt gezien aan de identiteit van heteroseksuelen die indirect als enige norm wordt voorgesteld; 2) Het idee dat reclame die erop gericht is om de bekendheid van het van oorsprong Nederlandse kledingmerk Suitsupply (‘de zaak voor trendy herenpakken’) te vergroten en producten te verkopen tot doel zou hebben om oprecht een maatschappelijke boodschap over te brengen; 3) Het idee dat reclame dient te voldoen aan goede smaak en aan maatschappelijk geaccepteerde normen, en niet in mag gaan tegen maatschappelijke opvattingen; 4) Afnemende tolerantie jegens minderheden en de woede en grimmigheid om daar openlijk uiting aan te geven.

Inmiddels zijn er volgens een bericht in de Volkskrant meer dan 30 ruiten van abri-posters met afbeeldingen van zoenende mannen ingegooid en zijn tientallen posters van deze ‘New Spring Summer 2018’ campagne van Suitsupply besmeurd of vernietigd. De petitie en de agressie tegen de posters geeft een aanwijzing voor de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Of het gebrek eraan. Het is trouwens de vraag of zoenende of elkaar aanrakende mannen automatisch homoseksueel zijn. Die opvatting van identiteit is te eenduidig.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieStop homoreclame Suit Supply’ van ‘Shuraya Chotekhan’ op petities.nl. 7 maart 2018. De petitie is door de petitionaris vervangen door een licht gewijzigde versie met een andere, neutralere titel: ‘Stop campagne Suit Supply’ en de naam van petitionaris ‘Shuraya Chotekhan’ is afgekort tot S.C. 

Foto 2: Beeld uit de New Spring Summer 2018’ campagne van Suitsupply, via tweet van 21 februari 2018.

Godsdienst in de praktijk: Sikhs in Pakistan. Kwestie van framing

Het is de vraag wat deze video aantoont. Een Sikh in Pakistan wordt lastiggevallen door een moslim. Want in Pakistan zou iedereen islamitisch behoren te zijn. Of niet? Wie is in deze video aan het woord en wat wil het zeggen? Is het de intolerante moslim die het laatste woord krijgt of zijn het zijn tolerante broeders die menen dat de Sikh zijn identiteit moet kunnen belijden in Pakistan? Wat de opzet van dit gespeelde doemscenario ook is, hoe dan ook thematiseert de video de onverdraagzaamheid en het streven naar gelijkschakeling van een bepaald soort mensen die zich eenzijdig door religie laat inspireren. Los van de vraag of de zogenaamde verborgen camera hier in zijn tegendeel verkeert. Met als gevolg dat christenen uit het islamitische Midden-Oosten worden verdreven, moslims in het hindoeïstische India worden bedreigd en niet-moslims (Sikhs, Christenen of Amiddaya) door soennitische moslims in Pakistan worden onderdrukt. Godsdienst is in theorie een schone zaak, maar kan in de praktijk te makkelijk ontsporen in bekrompenheid en eenzijdigheid.

Mustafa Akyol vraagt zich af of islam verenigbaar met vrijheid is

De Turkse schrijver Mustafa Akyol is een begenadigd verteller. Ook in het Engels. Hij leeft momenteel in de VS en is een vertegenwoordiger van een liberale versie van de islam. Dat omvat vrijheid van meningsuiting en de vrije keuze om een religie of levensovertuiging te kiezen. Dus ook om in vrijheid de islam de rug toe te keren en het ontbreken van dwang van samenleving of overheid om dat te blokkeren. Denkers als Akyol hebben het moeilijk in de islamwereld waar de scherpslijpers steeds meer terrein winnen. In Turkije, maar ook in Maleisië waar Akyol vorige maand werd gearresteerd omdat hij een interpretatie van de islam gaf die niet goedgekeurd zou zijn door de Maleisische autoriteit voor religieuze zaken, volgens een verslag van The Economist. Na bemiddeling van de Turkse oud-president Gül kwam hij vrij. Denkers als Akyol zijn het sprankje hoop aan de horizon dat het ooit goedkomt met de islam. Een mager zonnetje in een duistere islamwereld vol intolerantie.

Cenk Uygur en Reza Aslan over religie, ideologie, fundamentalisme, neo atheïsme en media

Een debat tussen Reza Aslan en Cenk Uygur waarbij vele onderwerpen aan bod komen. Aslan was afgelopen week in het nieuws omdat CNN zijn documentaireserie annuleerde vanwege een kritische tweet over Trump.

Is de islam van alle religies de slechtste? Daar lijkt het niet op. Beeldvorming in de media cultiveert echter wel dit beeld. Religies zijn door mensen gemaakt en worden door geen enkele gelovige naar de letter gevolgd, daar zijn Aslan en Uygur het over eens. Religies verschillen volgens Aslan niet van andere systemen zoals nationalisme, socialisme etc. Uygur is het op dit aspect oneens met Aslan. Waarom zou een gelovige uit vrije wil een religie volgen uit een heilig boek dat voor de helft bestaat uit uitspraken die het navolgen niet waard zijn? In zijn antwoord benadrukt Aslan het sociale aspect van religie. Uygur met zijn eigen ‘tekenssyteem’ zou door niemand begrepen worden. Opvallend is dat Aslan religie een ideologie noemt. Zoals Wilders de islam.

Mijn kritiek op Aslan is dat hij ook daar relativeert waar hij zou kunnen onderscheiden: Mijn reactie bij de video: ‘But the relativism and semiotics of Reza Aslan is exhausting. He also seeks abstraction where he could find concreteness and detailing. For instance in calling all the ideologies equal.’ Ik ben het wel weer eens met Aslan als hij zegt dat een christen die zich ‘christen’ noemen of een moslim ‘moslim’ dat is. Religies proberen altijd afstand te nemen van eigen radicalen, maar ze zijn onlosmakelijk met betreffende religie verbonden.

Zie elders mijn commentaar over de reden van de kritiek op de islam van populisten. En ‘neo atheisten’ als Sam Harris. Dat is deels een afleiding om sociaal-economische aspecten (machtsdeling, het grote geld in de politiek, inkomensongelijkheid, belastingontwijking, sociale rechtvaardigheid) niet centraal te zetten en aan te pakken. Dat is de relevante politieke verwijzing die onder dit belangwekkende en onderhoudende gesprek van Aslan en Uygur ligt. Islamkritiek is uiteindelijk een excuus om echte machtsverhoudingen te helpen verhullen.

Tim Farron stapt op als leider Liberaal Democraten. Zijn christelijke overtuiging over homoseksualiteit was in strijd met de partijlijn

Tim Farron van de Britse Liberaal-Democratische partij en MP voor Westmoreland & Lonsdale is opgestapt als partijleider. Er zijn drie redenen. De partij deed het met een winst van 4 zetels slechter dan gehoopt. Het wist de anti-Brexit stem onvoldoende te mobiliseren. Farron was een kleurloze en weinig inspirerende leider. En de christelijke overtuiging zat hem in de weg. Farron begint zijn afscheidstoespraak met de claim dat hij tot in zijn vingertoppen liberaal is, maar juist aan die gezindheid bestaat twijfel. Door deze toespraak bevestigt hij dat eerder dan dat hij het ontzenuwt. Want hoe liberaal was Farron die lange tijd vragen ontweek over zijn opvatting over homoseksualiteit? Progressieve opvattingen zitten bij Farron niet van harte ingebakken. Dat is electoraal schadelijk voor een partij die het grotendeels moet hebben van progressieve standpunten.

Farron is een slechte verliezer als hij zegt dat het wantrouwen tegen hem zou zijn ingegeven door wat hij gelooft en wat zijn geloof is. Hij weet dat dit onjuist is, want de kritiek op Farron zat ‘m niet in zijn christelijk geloof, maar in zijn opvattingen die niet spoorden met de partijlijn. Of beter gezegd: in het feit dat Farron de partijstandpunten niet boven zijn christelijke overtuiging wist te stellen. Farron wordt er zelfs rancuneus en onheus op als hij vervolgens zegt dat ‘we onszelf voor de gek houden als we denken dat we in een tolerante, liberale samenleving leven’. Een niet al te subtiele verwijzing naar zijn eigen partij. Farron houdt zichzelf voor de gek als hij beweert een volbloed liberaal te zijn. Dat was hij niet. Hij kon zijn christelijke overtuiging niet verenigen met het partijstandpunt over homoseksualiteit en geeft daar vervolgens de partij waarbij hij ooit aansluiting zocht de schuld van. Het toont aan hoe ongeschikt hij was als leider van de Liberaal-Democraten.

Petitie ‘Erken geloof en religie als een mentale stoornis’ is onnodig

Het bestaan van een god is nooit aangetoond en het geloven erin en aanbidden ervan kan tot gestoord gedrag leiden dat veel slachtoffers kost. Dat zijn goed verdedigbare standpunten. Maar is hiermee religie ook een mentale stoornis zoals de petitionaris J.G stelt die oproept tot behandeling van de stoornis bij gelovigen? Nee, dat gaat te ver. Nederland kent vrijheid van godsdienst. Dat betekent dat iedereen zonder dwang een religie, levensovertuiging of nihilisme moet kunnen kiezen. Die vrije keuze wordt door de overheid gegarandeerd of zou idealiter moeten worden. Over de inhoud van die keuze hoeft geen verantwoording afgelegd te worden.

Gestoord gedrag blijft niet beperkt tot de harde kern onder gelovigen die diep in hun hart andersdenkenden beschouwt als afvallige gelovigen die met lichte dwang en overtuiging of zelfs zulke impliciete claims op ‘het rechte pad’ moeten worden gebracht. Dit is gestoord gedrag van gelovigen die niet kunnen aanvaarden dat de vrijheid van godsdienst het afzien van godsdienst inhoudt. Verbieden van godsdienst of het willen behandelen van alle gelovigen aan een stoornis die het geloof zou zijn getuigt echter van dezelfde intolerantie.

De petitionaris hecht te veel waarde aan de inhoud van religie en verbindt er te veel conclusies aan. In een seculiere samenleving zoals Nederland zijn religies en levensovertuigingen ondergeschikt aan de nationale rechtsstaat. Het doet er niet toe hoe krom gelovigen denken of hoe slecht onderbouwd de argumenten voor de oorsprong van een specifieke religie zijn. Er zijn juridische uitspraken die aan religie een zeker mate van begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie vragen om religie maatschappelijk te aanvaarden. Tegelijkertijd is de drempel hoog om in de juridische praktijk een religie als religie te weigeren. Een gelovige die een geloof praktiseert hoeft niet consistent te zijn. Een geloof is een systeem dat niet per definitie uitblinkt door redelijkheid, realisme, samenhang en logica. De nationale rechtsstaat moet met actief beleid de gevolgen inperken van de werking van religies die schade aanbrengen aan anderen of aan de eigen gelovigen die het inspireert. Maar verbieden van of pro-actief optreden tegen religies past niet binnen onze rechtsstaat.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieErken geloof en religie als een mentale stoornis’.