George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Machtsdeling

Pleidooi voor zakenkabinet door FvD gaat voorbij aan hervorming van de partijpolitiek

with 2 comments

De tweede man van het rechts-radicale Forum voor Democratie Theo Hiddema pleit voor een kenniskabinet of zakenkabinet. Dat zei hij gisteren 22 mei in een ochtendprogramma van de regionale Limburgese omroep L1. DDS besteedt er aandacht aan in een opinie-artikel. Mijn reactie op het idee van Hiddema is kritisch:

Op dit moment is de keuze voor een zakenkabinet een slecht idee. Want hoe dan ook moet zo’n kabinet beleid ontwikkelen. Dat is pure politiek. Anders gezegd, een zakenkabinet suggereert dat beleidskeuzes voortkomen uit een soort hogere logica die niets te maken hebben met prioriteiten die volgen uit opvattingen over de inrichting van de samenleving. Maar dat is niet zo. Het maken van die keuzes en prioritering is pure politiek.

Waarom met een zakenkabinet net doen alsof politiek geen politiek is? Dan is het eerlijker tegenover de kiezer om gewoon toe te geven dat politiek politiek is. Nog anders gezegd, de politiek is er juist voor ontwikkeld om de macht te verdelen. Als politieke partijen -waar Hiddema met zijn partij ook deel van uitmaakt- slecht presteren wat zo maar mogelijk is, dan moeten die partijen niet afgeschaft of aan de zijlijn gezet worden, maar hervormd worden.

Daar komt bij dat een zakenkabinet altijd een profiel heeft en niet zonder kan. Hoe men het ook draait of keert, de keuze voor het profiel is een politieke keuze. Als het met de benoemingen van bewindslieden kiest voor de voortzetting van de gevestigde orde, dan is dat een politieke keuze. Partijen zoals de PVV of SP die er blijk van geven de gevestigde orde omver te willen werpen zullen met hun miljoenen kiezers hier niet blij mee zijn. En omgekeerd, als er een zakenkabinet komt dat juist wel de gevestigde orde ter discussie stelt dan zullen middenpartijen als VVD, CDA en D66 en hun achterbannen er niet blij mee zijn.

Een zakenkabinet is een oud idee. Voormalig VVD-leider Hans Wiegel pleitte herhaaldelijk voor een nationaal kabinet. Overigens niet toen hij in 1977 met de VVD toetrad tot het eerste kabinet Van Agt-Wiegel dat door CDA’er Dries van Agt werd geleid. In bijzondere omstandigheden kan een zakenkabinet zin hebben. Zo had Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog nationale kabinetten met de kabinetten Gerbrandy I en II (1940-1945). Maar in gewone omstandigheden biedt een zakenkabinet geen voordeel. Een bijkomende vraag is overigens ook hoe in het parlement de oppositie ertegen gevoerd kan worden omdat het geen politieke steun in Eerste en Tweede Kamer heeft.

Het voorstel van Hiddema is een verre echo van twee ontwikkelingen die de partijpolitiek niet bestrijden door de hervorming ervan, maar door het te willen omcirkelen. In de jaren ’30 (vdve) keerden fascistische partijen zich tegen het heersende politieke bestel door te pleiten voor een corporatieve staat, waarbij alle maatschappelijke geledingen vertegenwoordigd zouden zijn. En binnen met name de christen-democratie bestonden er de laatste decennia tendenzen die pleitten voor de herwaardering van de gemeenschap binnen de communitaristische beweging. Met de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni als leidsman.

Het probleem met een zakenkabinet, een corporatieve staat of de de communitaristische beweging is dat ze zich -zonder dat toe te geven- buiten de normale politiek begeven en onttrekken aan de gewone democratische controle. Ze kunnen door belangengroepen achter de schermen vervolgens makkelijk oneigenlijk gebruikt worden voor iets dat niet met zoveel woorden wordt gezegd. Zo is de kritiek op de communitaristische beweging van Etzioni dat het onder het mom van gemeenschapsdenken allerlei neo-liberale maatregelen heeft mogelijk gemaakt. Omdat dit buiten het parlement op een soort politiek-filosofisch niveau binnen partijen speelt kan er nergens verantwoording voor gevraagd worden.

Dat verschil tussen schijn en wezen is bij de partijpolitiek niet aan de orde, hoe onvolmaakt, ongeïnspireerd, corrupt en ondoelmatig de huidige politieke partijen ook zijn. Partijpolitiek is wat het is, ondanks de nadelen ervan. Als Hiddema had gepleit voor een fundamentele hervorming van de partijpolitiek of het politieke bestel had ik hem gesteund. Bijvoorbeeld door een grotere rol voor de burger door machtsdeling of invoering van E-democracy en een afwaardering van de politieke partijen. Maar hij laat te veel onduidelijkheid wat hij met zijn pleidooi voor een zakenkabinet echt beoogt.

Dus ja, graag hervorming van het politieke bestel en de partijpolitiek. Maar nee, niet door omcirkeling of het passeren van de politiek. Een zakenkabinet of nationaal kabinet is mogelijk, maar dan uitsluitend in bijzondere omstandigheden. Dat is op dit moment niet aan de orde.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFVD wil dat het anders gaat: Hiddema pleit voor een “kenniskabinet” van Michael van der Galien voor DDS, 23 mei 2017.

Advertenties

Is het verschil tussen links en rechts in de politiek verdwenen? De Gruyter en De Ridder geven hun duiding

with one comment

Wat is het nieuwe constructief en het nieuwe destructief? Rechts of links, geen van de twee of iets ertussenin? In een prikkelende NRC-column zei Caroline de Gruyter afgelopen week met verwijzing naar de Franse politicus ‘en marche’ Emmanuel Macron: ‘Het verschil tussen links en rechts is verdwenen. Nu ontstaat een nieuw politiek onderscheid: constructief versus destructief. Constructieve – decente – politici onderscheiden zich door onbesproken gedrag en het vermogen om een positieve toekomstvisie te ontwikkelen. Ze proberen burgers daarvoor warm te krijgen, zelfs al suggereren peilingen dat die visie impopulair is. Deze politici komen met realistische analyses en plannen. Ze spelen op de bal, niet op de man. Negativistische politici werken andersom: ze maken mensen bang en beloven hen dan gouden bergen – die natuurlijk niet bestaan.’

Het betoog van De Gruyter die vanuit Wenen verslag nauwgezet verslag doet van de gevoelstemperatuur in de EU zal vooral degenen aanspreken die vrezen dat de EU onder binnen- en buitenlandse druk fragmenteert. Alle hens aan dek om de instituties overeind te houden en de vijanden af te troeven die van buiten tegen de EU schoppen. Het lijken er op dit moment al zeker drie te zijn: Putin, Trump en May die om partijpolitieke redenen vlucht in haar idee van een harde Brexit. Om dat te weerstaan en de EU weerbaar te maken moeten de constructieve krachten samenwerken, zo is het idee. JOVD-voorzitter Rutger de Ridder reflecteert hierop.

Maar is hiermee ook het verschil tussen links en rechts verdwenen? Zeg, sociaal-economische principes van inkomensverdeling, belastingdruk, machtsdeling en eigendomsverhoudingen. Kapitaal en arbeid. Wat heeft een have-not aan een EU die voor de poorten van de hel voor aanstormende trolls en retorische praatjes uit Washington en Moskou wordt weggesleept? Niets. Onmiskenbaar bedrijven Trump, Wilders en Krol feitenvrije politiek. Waarbij ze uitgaan van respectievelijk een vlucht vooruit, een vlucht opzij en een vlucht achteruit.

Rutger de Ridder heeft gelijk dat feiten centraal behoren te staan in het politieke debat. Het is echter ook een ontwijkend verhaal dat politiek verpakt in een pseudo a-politieke boodschap. Zeker, constructieve politiek is nodig om negativistische politici als Trump, Wilders of Krol de pas af te snijden. Maar om dit tegenspel inhoud te geven is meer nodig. Verwijzing naar constructieve politiek geeft immers nog geen politieke richting aan. Een analyse van politiek wordt pas geloofwaardig als principes erbij betrokken worden die te maken hebben met de sociaal-economische positie van burgers en bedrijven. Dan helpt het niet om de verschillen tussen links en rechts af te waarderen in een zogenaamd a-politiek verhaal dat in essentie klinkklare politiek is. De Gruyter en De Ridder vluchten voor de dood van links/rechts-politiek om hem ’s avonds in Isfahan te treffen.

Politieke partijen kunnen nu eenmaal niet voorbijgaan aan zichzelf. En staan zo per definitie haaks op het algemeen belang

with one comment

fd

In de reacties op de troonrede die op Prinsjesdag door de koning werd uitgesproken klonk vooral kritiek van de oppositie. Het kabinet zou sprookjes vertellen (Wilders/PVV), een WC-Eend verhaal vertellen (Roemer/SP) of er een verkiezingstoespraak van maken (Krol/50Plus). De reacties van deze partijen waren al beschreven in persberichten voordat ze wisten wat er in de troonrede stond. Dus de vraag of het kabinet of deze oppositiepartijen het meest in een parallelle wereld leven is niet makkelijk te beantwoorden.

Hier wreekt zich opnieuw het tekort van de partijpolitiek. Vertegenwoordigers van politieke partijen zeggen het algemeen belang te dienen en pretenderen namens burgers te spreken, maar kunnen niet anders dan dat te wringen in het model van hun eigen politieke partij en idee van partijpolitiek. Zo verwordt een 19de eeuwse verworvenheid in de 21 ste eeuw tot hoofddoel van eigen voortbestaan. Alsof het bestaan van een politieke partij een doel op zichzelf is. Dat laatste loopt per definitie niet altijd gelijk op met het algemeen belang.

Vernieuwingen die passen bij de 21ste eeuw en aansluiten bij digitalisering, machtsdeling, opleidingsniveau van burgers en technische innovaties zoals liquid democracy worden door deze politieke partijen niet gezocht. Zelfs geblokkeerd, want je hoort ze er nooit over. Dat tekent het failliet van de partijpolitiek waarvan het de vraag is of de vertegenwoordigers ervan dat vol cynisme beseffen of uit blikvernauwing niet eens bespeuren. Ik vermoed het laatste. Burgers verliezen hun interesse voor deze partijpolitieke opvatting van de politiek.

Bovenstaand commentaar in het Friesch Dagblad zegt verbaasd te zijn over passages in de troonrede. Het zegt: ‘Veel burgers voelen onvrede met de rechtsstaat en de democratische processen. Die zorgen uiten zich in onder meer de sterke sympathie voor de partij van Wilders, in de systematische aanvallen op de instituties van de rechtsstaat door Wilders en anderen, en in een groeiende onverschilligheid voor alles wat met politiek en bestuur te maken heeft.’ Op mijn beurt ben ik verbaasd over deze passage in dit hoofdredactioneel. Wat probeert het Friesch Dagblad met de verwijzing naar ‘de sympathie voor de partij van Wilders’ nou te zeggen over de stand van de rechtsstaat en de democratische processen in Nederland? Nu lijkt het er sterk op dat de schrijver van het commentaar iets aanstipt, maar daar tegelijk halfslachtig afstand van neemt. In elk geval niet zuiver redeneert. Want het kan dat de sympathie voor de partij van Wilders wordt gevoed door een breed gevoel van ongenoegen bij een deel van de bevolking. Maar wat te maken zou hebben met de stand van de democratie en de rechtsstaat die los van dat ongenoegen bestaan maakt dit commentaar niet duidelijk.

Uit internationale vergelijkingen tussen landen over democratie, corruptie, welzijn, geluk, persvrijheid, burgerrechten of rechtsstaat blijkt dat Nederland hoog scoort. Het zit altijd in de kopgroep van landen die het vergeleken met andere landen uitmuntend doen. Uit een vergelijkend onderzoek uit 2015 van het World Justice Project tussen 102 landen over de rechtsstaat staat Nederland op plek 5, na 4 Noord-Europese landen.

Alles is relatief, niets is perfect. Maar ontkennen of relativeren dat Nederland een welvarend en aantrekkelijk land is met goede infrastructuur, goede voorzieningen en een sterke rechtsstaat grenst aan een gebrek aan realiteitszin, miskenning van de eigen situatie en zelfvernietiging. Het zou gewenst zijn als partijen als de SP, PVV en 50Plus eens goed naar zichzelf keken en de samenleving niet opzadelden met hun eigen chagrijn en partijpolitiek opportunisme. Media als het Friesch Dagblad die de macht moeten controleren zouden nog beter moeten weten. Gewenst zou zijn als politieke partijen vanuit de positieve kenmerken van Nederland aan een betere samenleving zouden werken. Zonder te ontaarden in zwartgalligheid. En vooral: met voorbijgaan aan zichzelf. Ze voegen met hun stemmingmakerij niets constructiefs toe dan de eigen overbodigheid.

Foto: Schermafbeelding van commentaar in het Friesch Dagblad, 21 september 2016.

Vraag over de juiste opinie is vraag naar de eigen kijk op de wereld

with one comment

ms

Wat is de juiste opinie? Dat is geen makkelijk te beantwoorden vraag. Het hangt er vanzelfsprekend vanaf wat de vragensteller beoogt. En wat zijn of haar achtergrond is. Gaat men voor verandering of dat alles bij het oude blijft? En als men voor verandering gaat, voor wat voor soort verandering gaat men dan? Revolutie of hervorming? En wat voor hervorming dan? Die van de kleine of de grote stappen vooruit? Maar wordt dat streven naar hervorming dan niet ingehaald door de tijd? Een fiets heeft snelheid nodig om niet om te vallen. Zo is het met hervorming ook. Hervorming als excuus om echt iets te veranderen is gedoemd om te vallen.

De ondertitel van dit blog ‘debat tussen links en rechts’ geeft aan welk antwoord te verwachten valt. Laat ik het indirect beantwoorden door erop te wijzen met wie of wat ik me verbonden voel. Niemand zal het ontgaan zijn dat ik een supporter ben van Bernie Sanders. Ik ben nog steeds van mening dat hij verreweg de beste president voor de VS zou zijn. Waarom? Sanders doet twee dingen tegelijk en is in die combinatie uniek. Hij blijft binnen de consensus van de gevestigde orde (de Democratische partij, waar hij trouwens geen lid van is), maar streeft ook naar hervormingen. Zowel van het politieke bestel dat het grote geld de politiek laat bepalen als van beleidsmaatregelen die de omstandigheden van de gewone mensen proberen te verbeteren. Zoals het verhogen van het minimumloon. Daarbij heeft Sanders een kwaliteit die bijna geen enkele politicus heeft en die hem nog unieker maakt: hij cijfert zichzelf weg. Precies het ontbreken daarvan maakt hedendaagse politici gehaat omdat ze het onderscheid tussen hun overtuiging en hun persoonlijk belang niet weten te maken.

Bij die positie horen nieuwsbronnen die verslag doen en hun opinie geven. Er zijn de hardliners die niet willen hervormen, maar willen omverwerpen. Daartoe zoeken ze steun bij de vijanden van hun vijand bij wie ze zich mentaal thuisvoelen. Wikileaks’ Julian Assange en Donald Trump spreken lovend over de Russische Federatie en handelen in een dystopisch wereldbeeld. Ze streven geen utopie na, maar blijven hangen in het diapositief daarvan. Dan zijn er de goedpraters die de gevestigde macht willen handhaven zonder stevig te willen hervormen. Dat zijn de gevestigde media zoals de New York Times, Washington Post, CNN, NRC en Trouw. In hun pluriformiteit laten ze kritiek toe, maar het wereldbeeld dat ze uitstralen is alles bij het oude laten.

Bij allebei voel ik me niet thuis. Revolutie zonder te weten waar het heengaat lijkt me onverstandig. Zeker niet als de woordvoerders populistische types als Nigel Farage, Boris Johnson, Geert Wilders of Donald Trump zijn die goed zijn in kritiek, maar die niet de indruk geven te weten waarmee ze precies bezig zijn en zich goed voorbereid te hebben op de toekomst. Maar het gezegde ‘men moet veranderen om alles bij het oude te laten blijven’ diskwalificeert de gevestigde media en politiek die weliswaar inzien hoewel maatschappelijke woede en ongenoegen zich tegen het establishment keert, maar die niet beseffen dat ze door het verdedigen van de status quo zelf een actieve rol spelen. Ze zijn even onverantwoord en gemakzuchtig bezig als de hardliners.

De oplossing is dus een beweging tussen hervorming en revolutie in. Een activistische beweging die binnen het bestaande systeem probeert optimale veranderingen te bewerkstelligen in de richting van machtsdeling en terugdringen van de macht van megaondernemingen, inkomensgelijkheid en aandacht voor de natuur.

Bij de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 zal ik volgens bovenstaande overwegingen mijn stem bepalen. De hardliners en de verdedigers van de status quo vallen dus af. Vooralsnog zie ik in GroenLinks de enige partij die binnen mijn overwegingen past. Zonder dat ik nou echt dol op die partij ben en er veel liefde voor voel. Want al sinds de fusie huizen er anti-democratische elementen binnen die partij zoals René Danen  of Mohamed Rabbae. En net als het links-liberale D66 lijkt GroenLinks te soft voor echte machtspolitiek en liever in de eigen bubbel te willen leven. Maar veel soeps is het niet in de Nederlandse politiek en politici die respect afdwingen zijn zeldzaam. De vraag over de juiste opinie is een vraag naar de eigen kijk op de wereld.

Foto: Maspes en Sacchi sur place, 1950-1960.

Aanslag in Nice. Cultureel debat over islam, nationale identiteit en immigratie wordt een handje geholpen. Wat schieten we ermee op?

leave a comment »

De identiteit van de chauffeur van de vrachtwagen die op 14 juli zeker 84 doden op de promenade van Nice veroorzaakte zou de 31-jarige Frans-Tunisische Mohamed Lahouaiej Bouhlel zijn, aldus een bericht van Nice Matin. Dat zou blijken uit de ID die in de auto gevonden is. Naar verluidt is er ook een tweede ID gevonden, zodat de gegevens die nu naar buiten druppelen met een slag om de arm moeten worden genomen.

De daad is weerzinwekkend. Enkele jaren geleden stond ik op 14 juli tussen het publiek op de promenade in Nice naar het vuurwerk te kijken dat vanuit boten in de Baie des Anges werd afgeschoten. Begeleid door keiharde symfonische muziek die het feeërieke van het vuurwerk wat overstemde. Superkitsch die soms met de Côte d’Azur samengaat. De aanslag maakt het er nog meer schetterend, schriller  en schreeuweriger op.

De aanslag in Nice heeft als neveneffect dat politici zich ferm opstellen. Omdat ze menen dat te moeten doen. Stel je voor dat ze verwijtbaar gedrag vertonen. Ze stellen veiligheid voorop. In een schijnzekerheid daarvan. Het culturele debat over nationale identiteit, islam en immigratie naar Europa neemt het over. Voor- en tegenstanders kapen het publieke debat. Ze zeggen hun zegje en scoren de punten van hun politieke agenda. In een draaimolen van verontwaardiging. Gevolg is dat het sociaal-economische debat over machtsdeling, inkomensongelijkheid, eigendom en de relatie tussen arbeid en kapitaal nog weer verder naar de achtergrond verdwijnt. Waarschijnlijk exact het tegenovergestelde van wat de dader(s) beogen. Zo verliest iedereen.

Hoe kan de burger bewogen worden tot nieuw engagement? Een schot voor de boeg

leave a comment »

17975v

Een overzichtsartikel van Hubert Smeets in NRC over de journalist van de (vorige) eeuw H.J. Hofland die gisteren in Amsterdam op 88-jarige leeftijd overleed bevat de volgende passage: ‘Hofland was de hardnekkige en speelse pleitbezorger van die ontvoogding van de Nederlander, die zich ontworstelde aan de zuilen en vervolgens zijn eigen weg zocht. Tot de millenniumwisseling leek de maatschappij daar baat bij te hebben. Toen kwam de keerzijde en Hofland ontwikkelde zich tot de criticus van de vrije burger die zich „zwijgende meerderheid” noemde. De „gedekoloniseerde burger” was volgen hem een „staatverlater” geworden, maakte „kabaal” en genoot van de lusten maar wentelde de lasten van zich af.

Hoe waar is deze observatie. Ontzuiling en ontvoogding van de burger zijn in hun tegendeel verkeerd. Fragmentatie en gebrek aan innerlijke samenhang bedreigen onze samenleving. Het is niet van belang om met de vinger naar oorzaken en schuldigen te wijzen. Mede omdat zo’n analyse nodeloos verdeelt. Gedane zaken nemen geen keer. Het gaat om de toekomst. Hoe kan de werking van en de sfeer in de samenleving weer verbeterd worden? Hoe kunnen burgers, activisten, politiek, het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wie daar nog meer bij betrokken is beter samenwerken? Wat is daar voor nodig? Een schot voor de boeg.

1) Het gaat om de mentaliteit om te erkennen dat geen enkele groepering per definitie goed of fout is. Iedereen heeft goede en slechte standpunten. Scherp aangezet: anti-migranten activisten kunnen zinvolle argumenten hebben. Die moeten serieus bekeken worden. Ofwel, elke groepering heeft sterke en zwakke punten, hoewel uiteraard de verschijningsvorm, kwaliteit en verdeling per groepering ervan verschilt. Het is zaak om over grenzen te kijken om de voor de samenleving meest sterke punten eruit te filteren. Dat is onze gezamenlijke rijkdom die we moeten koesteren als bouwstenen voor het publieke debat. En uiteindelijk voor een beter functionerende maatschappij met meer rechtvaardigheid en meer tevreden burgers.

2) Samenwerking zonder onderhorigheid of afhankelijkheid is nodig om de regering tot veranderingen te bewegen die vanaf de basis gevoed worden. Daarvoor zijn top en basis even hard nodig. Politieke partijen moeten zich openen en hun claim op de hegemonie in het openbaar bestuur laten vallen. Ze zijn niet langer de dominante politieke macht, maar gelijkwaardig aan de burgerbeweging. Burgers van hun kant moeten serieus aan de slag gaan, zich organiseren in belangengroepen en blijven kloppen op de deur van de macht.

3) Haalbaarheid, verstandhouding, compromisbereidheid en ‘samen de schouders eronder’ zijn de nieuwe uitgangspunten voor de maatschappij. Het voldoet niet langer voor zowel individuele burgers, activisten als politieke partijen om enkel kritiek te hebben. Ze kunnen pas serieus genomen worden als ze welgemeend meedenken over oplossingen en die integreren in hun programma en daar vervolgens mentaal naar handelen.

Zoals H.J.A. Hofland aanduidt is de ‘gedekoloniseerde burger’ als ‘staatverlater’ geen rebel, maar een asociale kracht die er behagen in schept om af te breken zonder op te willen bouwen. Mogelijk was het aanvankelijk niet de opzet van de burger om zo te handelen, maar eindigt het in veel gevallen in richtingloze kritiek. Vaak geholpen door opinieleiders en politieke partijen die hun essentie ontlenen aan afbraak. Zo gijzelen ze elkaar in een race naar de bodem waar argumenten en feiten niet meer leven. Met teruggrijpen naar het tijdperk vóór het jaar 2000 dient de bewustwording over wat een samenleving is in media, politieke partijen en bij de burger vergroot te worden. Aan ons de opdracht om de uitgangspunten voor dat debat te helpen formuleren.

Foto: ‘Antwerp refugees fleeing to Holland’, 1914. Collectie: Library of Congress.

VVD Doesburg zegt er te zijn voor iedereen die liberale idealen deelt. Maar deelt de VVD die idealen eigenlijk zelf nog wel?

leave a comment »

Wat is politiek? Geen makkelijk te beantwoorden vraag volgens Doesburg TV. Maatschappijcritici die vinden dat we in een postpolitieke samenleving leven zullen er helemaal geen raad mee weten. De verslaggever praat met Martin Korporaal en Simon de Bruin van de plaatselijke VVD die het initiatief namen voor een politiek café eenmaal per kwartaal. Het gaat er volgens beide VVD’ers niet om om het VVD-gedachtegoed naar buiten te brengen. De VVD wil van alle burgers horen wat ze vinden. Luisteren naar de burgers, zo vatten deze VVD’ers hun manier van politiek bedrijven samen. Dat is eerder de essentie van politieke partijen dan van politiek. De partijpolitiek creëert het idee van een ter zake doend platform waar burgers over samenleving, tegenstellingen en machtsdeling kunnen spreken, terwijl dat platform zich buiten het bereik van de gewone burgers bevindt.

De afdeling VVD Doesburg zegt in een bericht een partij voor iedereen te zijn ‘die onze liberale idealen deelt’. Dat is een tegenstrijdige beperking. Maar het gaat verder: ‘De VVD moet een verzamelplaats worden voor alle liberaal denkenden in Nederland. Lid of niet-lid. Dat is de basis van de nieuwe plannen voor de toekomst van de VVD.’ Het is niet mis hoe dat gaat gebeuren: ‘Er komen flitscongressen, internetcommunities en de nadruk komt nog meer te liggen op sociale media. Iedere liberaal denkende is van harte welkom om mee te praten en mee te doen.’ Dat klinkt erg bijdetijds en het punt is onderhand wel duidelijk gemaakt: ‘Liberaal denkenden‘ mogen praten en VVD Doesburg luistert. Probleem is echter dat de VVD de liberale idealen alleen nog maar in economisch opzicht deelt. De kans bestaat dat velen liberale idealen delen die VVD’ers allang niet meer delen.