George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sociaal-economie

Zomaar een debatje op YouTube. Is de Nederlandse politiek rechts of links? Hoe kunnen tegengestelde meningen elkaar ontmoeten?

with 2 comments

Soms is het zinvol om op sociale media mensen op te zoeken waar men het op het eerste gezicht mee oneens is, maar met wie men bij nader inzien meer gemeenschappelijk heeft dan eerst leek. Dat is een kwestie van menselijkheid en aansluiting met de ander willen zoeken. Archipels zijn er genoeg, bruggen te weinig.

1. Het gaat om de reactie bij een YouTube-video van Modwain op zijn Hollands van 23 april: ‘Onze democratie is onder bedreiging van de toch enigszins linkse politieke elite. Want hoe durven mensen te stemmen op iets waar onze politieke elite het niet mee eens is, hadden ze het al niet door toen ze op de SP stemde en deze niet mee mocht regeren ondanks dat ze gewonnen hadden en de VVD verslagen hadden. Of toen de PVV toch de tweede partij werd, werd deze uiteraard ook op een zijspoor gezet. En nu dat Forum voor Democratie duidelijk gewonnen heeft in een aantal provinciën worden ook zij door de politieke elite buiten spel gezet. PVDA politici in Noord Holland sluiten samenwerking met FvD uit omdat ze het niet eens zijn met FvD.

2. Daar antwoordde ik op 24 april op: ‘De Nederlandse politieke elite is vooral rechts. Interessant in dit opzicht zijn de nieuwe denkbeelden van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff. Hij stelt voor om niet langer de banken en de multinationals, maar de middenklasse voorop te zetten in de politiek van zijn partij. Dit geeft aan dat dit tot nu toe niet het geval is bij de grootste partij. Evenmin bij het CDA dat eveneens een ondernemerspartij is.

De stammenstrijd in Forum voor Democratie tussen Henk Otten en Thierry Baudet geeft aan dat de PvdA gelijk heeft om afstand te nemen van de retoriek van Baudet. Forum is volgens Otten te ver doorgeschoten naar rechts. Met de studentikoze Baudet met zijn doemdenken en ondergangsfantasieën die weinig met de leefwereld van burgers te maken hebben. Burgers hebben daar in de praktijk helemaal niks aan. Geen betere voorzieningen, lagere belastingen of een hoger loon. Praatjes, mooie woorden. Dat gevaar ziet Otten.

Forum heeft gewonnen, maar ook verloren doordat het zich politiek geïsoleerd heeft. Baudet heeft hoog van de toren geblazen en scherpe eisen gesteld, maar 85% van de kiezers heeft op andere partijen gestemd. Dus het is logisch dat als Forum overvraagt die partijen niet met Forum willen samenwerken. Dat is de logica van politiek’.

3. Modwain op zijn Hollands zei vandaag 30 april:
Bedankt voor je antwoord, sorry dat ik nu pas reageer, maar ik heb wel een paar vraagjes.

Ik persoonlijk denk dat onze politieke elite vooral links is maar ik hoor graag hoe jij denktdat ze rechts zijn? En dat de VVD geen volkspartij is, tja dat is niet echt nieuws toch? Maar hoewel de VVD inderdaad meer voor de multinationals lijkt te gaan en duidelijk een globalistische partij lijkt te zijn, zie ik het rechtse niet zozeer.

De strijd in Forum zie ik als groeipijnen in een nieuwe partij, dit hebben we bij bijna alle nieuwe partijen gezien, zelfs toen de PVDA en CDA ontstaan zijn uit het samen gaan van andere partijhen. Maar ook hier ben ik nieuwsgierig hoe hij rechts is.

Baudet heeft geen eisen gesteld het zijn de andere partijen die eisen stellen aan FvD.

Nu weet ik dat het makkelijk is om vrijwel alles wat niet mainstream is rechts te noemen, maar ik ben wel nieuwsgierig wat iets rechts maakt, want het lijkt er erg op dat het als een standaar negatieve waardering geworden is die niet echt heel veel met de werkelijkheid te maken heeft.

Maar misschien heb ik daar geen gelijk is, ik ben wel nieuwsgierig waarom je denkt dat het merendeel rechts is.’

4. Mijn reactie van vandaag 30 april aan Modwain op zijn Hollands:
‘Dan lijkt het erop dat we eerst moeten uitmaken wat links of rechts is, om erna beredeneerd te kunnen bepalen waar de politieke partijen staan. Dus wat hun profiel is: links of rechts. Dat wordt een uitgebreide exercitie. Laten we ons daarom tot de hoofdlijn beperken.

Het gaat me om de sociaal-economische aspecten als inkomensverdeling, belastingheffing, de beloning en het belang van arbeid tegenover kapitaal, marktwerking, eigendom van de productiemiddelen en in bredere zin de verzorgingsstaat. Dan blijkt dat deze indicatoren erop wijzen dat die de afgelopen decennia in de richting van multinationals, banken en vermogenden zijn veranderd ten koste van de werkenden of gewone burgers. De details laat ik hier voor de overzichtelijkheid achterwege. Ik noem die ontwikkeling rechts.

Die ontwikkeling is via de actieve of stilzwijgende (internationale effecten) goedkeuring van de belangrijkste politieke partijen tot stand gekomen (VVD, CDA, PvdA, D66). Een politieke elite die die ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt of op z’n minst stilzwijgend heeft goedgekeurd moet dan per definitie rechts genoemd worden.

Er zijn ook sociaal-culturele aspecten die te maken hebben met aspecten als nationalisme, nationale identiteit, integratie en emancipatie. Ze domineren tegenwoordig het politieke debat. Daar zijn twee redenen voor: afleiding en profilering.

Afleiding: Het is begrijpelijk dat het in het belang van de bezittende klasse is dat er geen fundamenteel debat ontstaat over de sociaal-economische verhoudingen. Want dat is de afgelopen 30 jaar sterk gewijzigd ten koste van de min vermogenden. Daar is dus veel op aan te merken. Bijvoorbeeld over het feit dat bij toenemende welvaart de lonen achterblijven en de werknemers daarvan niet profiteren, maar de bedrijven wel. En dat de rijkste 10% steeds rijker wordt, en de andere werknemers niet profiteren van de toenemende welvaart. Het inkomen uit arbeid en uitkeringen blijft achter bij het inkomen uit kapitaal, en wordt ook zwaarder belast.

Profilering: Politieke partijen zoeken een manier om zich te onderscheiden van andere partijen. Dat geldt vooral voor nieuwkomers als de PVV of FvD die zich in de politieke markt moeten invechten. Zij zoeken dus via hun politieke marketing een uniek verkooppunt waarmee ze kunnen scoren. Dat gaat betrekkelijk makkelijk op sociaal-culturele onderwerpen omdat burgers daar op emotie aangesproken kunnen worden en de feiten daaraan ondergeschikt zijn. Omdat de economie en de eigendomsverhoudingen ongemoeid blijven worden deze partijen niets door de gevestigde orde in de weg gelegd door zich op deze manier te profileren. Want hun profilering past als afleiding in het straatje van de zittende macht.

Zo bedoel ik het in grote lijnen.

Forum voor Democratie is een rechtse partij op zowel de sociaal-economische als sociaal-culturele aspecten. Op die constatering kan men afdingen dat Baudet wel praat over de ondergang van de westerse beschaving en dus feitelijk niet de gevestigde orde verdedigt, maar die juist wil afbreken. Is dat dan zoveel anders dan de voorman van de Amerikaanse alt-right beweging Steve Bannon die in navolging van de communistische Lenin de staat wil vernietigen? De overeenkomst is trouwens dat Lenin in de koelakken en bankiers zijn vijanden verzon, terwijl Trump, Bannon en Baudet hun 21ste eeuwse vijanden verzinnen: de ‘elite’, de media, de joden (George Soros) of de deskundigen/wetenschappers.

In hoeverre Baudet zelf deze ondergangsfantasie doordacht heeft en waar hij vindt dat het moet eindigen of hij die alleen maar intuïtief ‘leent’ uit de timmerdoos van alt-right voor zijn politieke marketing en profilering is de vraag. Ik denk overigen het laatste. Baudet is een romanticus die houdt van grote gebaren en nog niet de uiterste gevolgen van zijn stellingname beseft. Daar ging naar mijn idee, naast de fraude en corruptie binnen FvD, het conflict met Henk Otten over.

Het gaat echter om de praktijk. Dan blijkt dat Baudet op de economische en culturele beleidsterreinen een behoudende koers vaart. Op economisch gebied wijkt hij nauwelijks af van de op dit aspect rechtse partijen VVD, CDA en D66, en op de culturele aspecten heeft hij zoals gezegd carte blanche omdat hij met zijn sociaal-culturele profilering de afleiding dient die de zittende macht prima uitkomt als een extra rookgordijn dat de macht aan het zicht onttrekt.’

Foto: Schermafbeelding van video ‘Onze democratie is in gevaar’ op het YouTube-kanaal van Modwain op zijn Hollands, 23 april 2019.

Advertenties

Hoe uitsluitend is de tegenstelling tussen identiteitspolitiek en sociaal-economische politiek? Vraag én antwoord aan Ian Buruma

with 2 comments

Reactie op het artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in de NRC van 8 november:

Mee eens dat in het centrum de meeste stemmen zijn te halen voor de Democraten. Dat wezen de tussentijdse verkiezingen uit, waar gematigde kandidaten het het beste deden. Velen zien daarin voor 2020 een goede uitgangspositie voor voormalig vice-president Joe Biden. Dat is niet het hele verhaal. Ian Buruma beperkt zich tot de tegenstelling radicaal-gematigd en gaat niet in op andere tegenstellingen die erop van invloed zijn.

Het verwijt dat Democratische congresleiders als Nancy Pelosi en Chuck Schumer treft is dat ze ‘corporate’ zijn. Hillary Clinton die met haar januskop van linksig lullen en rechts vullen bij velen haar geloofwaardigheid verspeelde is daar het treffende voorbeeld van. Deze Democraten zitten in het ergste geval in de zak van het bedrijfsleven of schurken daar op z’n minst tegen aan. In dit verband is het veelzeggend dat de grootste Democratische sponsor Tom Speyer die zich kan meten met Republikeinse sponsors als Sheldon Adelson en de Koch broers zich niet alleen ziet als ‘kingmaker’, maar ook zelf ambities heeft om presidentskandidaat te worden in 2020. Hetzelfde schijnt te gelden voor Mike Bloomberg. Dit tekent de gebreken van het politieke bestel van de VS, namelijk de allesbepalende macht van het grote geld en miljardairs die de politiek opkopen. De financiering gaat via zogenaamde ‘Super PACs’ die nauwelijks aan voorwaarden zijn gebonden en sinds 2010 door enkele gerechtelijke uitspraken almachtig zijn en het politieke systeem in bezit hebben genomen.

Buruma neemt niet in overweging dat identiteitspolitiek van radicaal-links ook een antwoord is op de macht van het grote geld binnen de Democratische partij. Ofwel, identiteitspolitiek is meer dan identiteitspolitiek. De allesbepalende rol van sponsors als Steyer en Bloomberg trekt de partij naar rechts omdat deze miljardairs met hun economische belangen de status quo verdedigen. Identiteitspolitiek valt daarom op te vatten als een reactie uit machteloosheid én een afleiding. Want wie beseft geen invloed te hebben op sociaal-economische factoren als inkomensverschillen en machts- en eigendomsverhoudingen omdat dat voorbehouden is aan het bedrijfsleven en rijke sponsors die op een hoger politiek niveau opereren kiest uit chagrijn en opstandigheid eieren voor z’n geld in de wel toegestane en haalbare invloed op de sociaal-culturele identiteitspolitiek. Als het niet voor zichzelf is als witte man, dan voor anderen met wie men zich identificeert. De macht gebruikt die identiteitspolitiek als afleiding en uitlaatklep om het debat over sociaal-economische aspecten te blokkeren.

De aan de Democratische partij gelieerde ‘onafhankelijke’ Senator Bernie Sanders die door de ‘corporate’ Democraten niet echt wordt vertrouwd, laat staan in het hart wordt gesloten, probeert de sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten te integreren. Vanwege de focus en achtergrond van zijn supporters kan hij niet om de identiteitspolitiek heen en is dat trouwens ook een prima middel om kiezers mentaal aan hem te binden. Maar de hoofdzaak voor Sanders is de verandering van sociaal-economische aspecten. In de zin dat de VS egalitairder wordt in de aloude traditie van de Europese sociaal-democratie. Veelzeggend is dat de ‘Britse’ broer van Bernie, Larry Sanders in 2001 de Labour partij verliet omdat die volgens hem onder Tony Blair te ver naar rechts ging. Lees: te dicht tegen het bedrijfsleven aanschurkte. Dat is ook de overtuiging van Sanders en progressieve Democraten als Senator Elizabeth Warren of Keith Ellison.

De identiteitspolitiek van radicaal-linkse kandidaten als Alexandria Ocasio-Cortez die zich in de hemisfeer van Sanders bevinden kan opgevat worden als meer dan identiteitspolitiek alleen. Hoewel ze dat zelf niet in het openbaar toegeven. Het is ook de beschermende laag om harde sociaal-economisch aspecten door de maag te krijgen en in het organisme te laten belanden. Identiteitspolitiek hoeft geen doel op zichzelf te zijn en staat in sommige gevallen wel, maar in andere gevallen geenszins haaks op gematigde politiek. Daarom kan op termijn identiteitspolitiek die deels ontstaat uit machteloosheid en deels uit berekening, samengaan met een gematigd sociaal-economisch programma dat probeert in te breken in een dichtgetimmerd politiek bestel waarin de ‘gewone burgers’ op de belangrijkste sociaal-economische aspecten zijn buitengesloten.

Identiteitspolitiek is voor links-radicalen binnen de Democratische partij nu het enige beschikbare middel om via een omweg de partij te bevrijden uit de greep van centrum-rechtse, ‘corporate’ Democraten die vanuit een oogpunt van camouflage en afleiding zich eveneens -weliswaar halfslachtig en onoprecht- omhullen met de mantel van de identiteitspolitiek. Het is aan het toekomstige leiderschap van de Democratische partij om het middel (identiteitspolitiek) te scheiden van het doel (sociaal-economische gelijkheid). Hoewel emancipatie van minderheden op zichzelf een doel is dat gezien de lastige politieke situatie echter beter op een indirecte en minder polariserende wijze bereikt kan worden door vol in te zetten op de verbetering van de economische positie (zorg, arbeidsmarkt, belastingsysteem, onderwijs, huisvesting) van alle burgers. Links én rechts.

Identiteitspolitiek gaat niet uitsluitend om emancipatie van individuen, maar betreft als hoogste doel ook de emancipatie van de samenleving. Dat laatste is zwaarwegender. Het zal binnen afzienbare tijd niet lukken om dat te realiseren omdat nooit iemand vrijwillig macht opgeeft. Sociaal-culturele identiteitspolitiek van individuen zal daarom voorlopig nog blijven bestaan als afleiding voor machtigen en als uitlaatklep voor onmachtigen. Datzelfde geldt ook voor radicaal-rechts. Laten we hoe dan ook beseffen dat identiteitspolitiek niet altijd is wat het lijkt en best kan dienen om het redelijke midden te bereiken. Dat nu voor burgers via eigen actie onbereikbaar is door een gecorrumpeerd politiek systeem. Als het bereiken ervan niet via de kortste en in beginsel de meeste eigenlijke weg kan, loopt het via de omweg van de identiteitspolitiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in NRC, 8 november 2018.

Nogmaals de affaire-Soros bij NOS Nieuws. Is er nu alles over gezegd of toch nog niet?

with 5 comments

NBDeze verklaring staat vandaag 31 oktober 2018 op de voorpagina van NOS.nl, maar heeft als datum 23 oktober met een ‘AANGEPAST 09:07’ als toevoeging. Zo wordt de datum niet expliciet genoemd. Wat is het? Deze onduidelijkheid is ongelukkig, onhandig en onzorgvuldig. Bij de van oorsprong gedrukte media zoals The Guardian, The New York Times of The Washington Post wordt elke minieme aanvulling of correctie bij het betrokken artikel nauwgezet genoteerd, zodat de ontstaans- en correctiegeschiedenis transparant is voor de lezer. Hier is dat onduidelijk en blijft ongewis wat de datum van de verklaring is. Waarom de NOS dat nalaat en niet nadrukkelijk de datum 31 oktober 2018 gebruikt roept opnieuw vragen op over de journalistieke zorgvuldigheid volgens welke redactie, eindredactie en hoofdredactie van NOS Nieuws handelen.

Iedereen maakt fouten, maar sommige zijn erger dan andere fouten. Bepaalde fouten zijn onverschoonbaar en zouden ‘einde oefening’ moeten zijn. Het gaat om een controversieel artikel van NOS Nieuws dat veel stof heeft doen opwaaien en op 23 oktober werd ingetrokken zoals deze verklaring verduidelijkt. Het verwoordde een antisemitische gezindheid. Erin werd over de Joodse Hongaars-Amerikaanse weldoener en sponsor van progressieve projecten George Soros in de kop het volgende gezegd: ‘invloedrijke bemoeial met tentakels ver in de wereldpolitiek’ en in de tekst de omschrijving: ‘De jood Soros steunt organisaties die regeringen openlijk bekritiseren’. Dat werd snel ingetrokken en vervangen door een versie met andere bewoordingen over Soros die bijna even onzorgvuldig waren: ‘zelfbenoemd ‘staatsman zonder staat’. Dit lijkt hoe dan ook onzin omdat een staatsman boven de partijen dient te staan zoals afgelopen week bij het overlijden van oud-premier Wim Kok nog werd gememoreerd. In een artikel stipte NRC nog meer onnauwkeurigheden en onzorgvuldigheden aan zoals het feit dat Soros tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in de VS, maar in Hongarije verbleef.

Nu is het een week later. Maar de kwestie-Soros bij het NOS Nieuws blijft knagen. Is nu de kous af met het intrekken van de verschillende versies van het artikel en is alles erover gezegd? Ik denk het niet. Het is mogelijk dat vanuit een idee van hypercorrectie de betreffende bureauredacteur te hard probeerde om het standpunt van de tegenstanders van Soros weer te geven. Die uit de hoek van extreem-rechts, alt-right en de Trumpianen komen. Dat roept de vraag op of een journalist een lege huls is die min of meer mechanisch aan de hand van procedures met feiten een artikel vult of dat een journalist verantwoordelijkheid heeft in het  bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en vaart op een kompas met een innerlijk besef van goed en kwaad.

De toelichting van hoofdredacteur Marcel Gelauff die probeert te verklaren waarom het zo fout heeft kunnen lopen noemt abstracte termen als ‘interne werkwijze’ en ‘journalistieke scherpte en alertheid’. Dat is niet het hele verhaal. Het gaat erom dat zowel bureauredacteur als eindredacteur tekort hebben geschoten vanwege ‘mentaliteit’, gebrek aan ‘politiek en historisch besef’, ‘ontbrekend geweten’ en onbegrip voor de feiten en de waarheid die in het artikel uitmondde in een journalistiek vergrijp (laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen). Het lijkt erop dat een solide tweede lezing, factcheck of controle op berichten ontbreekt.

Het gaat om twee aspecten. De harde component betreft de systeemfout van een onvolledige structuur met onvoldoende toezicht. De zachte component gaat om de mentaliteit van medewerkers die leidde tot het opschrijven en klakkeloos overnemen van extreem-rechtse ‘talking points’ zonder relativering en context. Dit geeft te denken over de stabiliteit, koersvastheid en intellectuele verdieping van de redactie van NOS Nieuws.

Het enige voordeel van deze affaire is dat voor een groot publiek de argumenten zijn versterkt tegen de illusie dat media links zijn. Dat zijn ze niet omdat gevestigde media zoals de NOS per definitie aanleunen tegen de gevestigde orde en de bestaande machtsverdeling onderschrijven en niet fundamenteel ter discussie stellen. Als daar dan ook ‘per abuis’ de ‘talking points’ van alt-right aan toegevoegd worden, dan kan er geen twijfel over bestaan dat in de kern de gevestigde media de status quo helpen handhaven waar techgiganten, multinationals en financiële instellingen het voor het zeggen hebben, en niet de burger of zelfs de politiek.

Foto: Schermafbeelding van artikelArtikel George Soros ingetrokken’ van Hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff op NOS.nl, 23 oktober 2018.

Oudenampsen bespreekt boeken over neoliberalisme en geeft stof tot nadenken hoe de politiek macht over de economie kan krijgen

leave a comment »

Een interessante boekbespreking van socioloog Merijn Oudenampsen in NRC over het neoliberalisme en de invloed ervan op de samenleving. Overigens ontbreekt in de webversie zijn naam en is de titel ‘De maakbare markt’ van de papieren versie gewijzigd in ‘Waar komt toch dat hardnekkige geloof in de vrije markt vandaan?’. In april 2018 had ik per e-mail een uitwisseling van gedachten met Ombudsman NRC Sjoerd de Jong en wees ik hem erop dat de papieren versie niet meer op te roepen viel en vervangen was door de webversie, zoadat de archieffunctie van de krant verloren ging. Tot mijn genoegen zie ik dat dat gewijzigd is en dat online de optie ‘Oude digitale editie’ toegevoegd is waarmee men de papieren editie kan oproepen.

Oudenampsen bespreekt vier boeken over het neoliberalisme en kiest daarbij zijn woorden behoedzaam en zorgvuldig. Hij constateert dat het neoliberalisme diverser is dan vaak gedacht wordt, en meer is dan ‘het Amerikaans wildwestkapitalisme’. Tussen de regels door klinkt zijn politieke stellingname als hij constateert: ‘Het neveneffect van de depolitisering van economische vraagstukken is een sterke politisering van het culturele domein. Het paradoxale gevolg van de ontkoppeling van cultuur en economie is dat een cultureel nationalisme is opgekomen, dat zich eveneens keert tegen de internationale instituties van de markt.’ In de praktijk betekent dat kort door de bocht dat de sociaal-economie weggehaald is bij de politiek en vervangen is door sociaal-cultuur. Politieke partijen hebben geen zeggenschap meer over de eigendomsverhoudingen, inkomensverschillen en belastingheffing, en moeten zich tevreden stellen met debatten over identiteit, nationalisme of sociale cohesie van een volk. Deze ontkoppeling van cultuur en economie verklaart in welke fase van het politieke debat we verzeild zijn geraakt. Zijn slotnoot dat Trump en Brexit ertoe kunnen leiden dat de politiek opnieuw opgetuigd wordt klinkt merkwaardig omdat Trump en de Britse Tories niet tornen aan de depolitisering van de economie of de economisering van de politiek en zich bovenal cultureel uiten.

De vraag die dat weer oproept en waar Oudenampsen binnen het kader van zijn boekbespreking niet aan toekomt is of er een masterplan ten grondslag ligt aan die ontkoppeling van economie en cultuur. Het staat buiten kijf dat sinds het tijdperk Reagan-Thatcher de besluiten over de economie de politiek ontnomen zijn, maar het is onduidelijk of die ook bewust zijn vervangen door debatten over cultuur. Want de politiek moet ergens over gaan, en als dat niet de economie is dan blijft cultuur als surrogaat over om de leegte op te vangen en de politiek een idee van urgentie te geven. Een en ander verklaart trouwens ook waarom de sociaal-democratie geen missie meer kan hebben nadat de arbeiders cultureel geëmancipeerd waren.

Oudenampsen wijst op Oostenrijkse denkers als Ludwig von Mises en Friedrich Hayek: ‘Naar het evenbeeld van het verdwenen Oostenrijks-Hongaarse Rijk ontwierpen zij een visie van een federale organisatievorm, waar natiestaten de controle zouden houden over culturele aangelegenheden, maar de vrije markt en vrije kapitaalstromen door een federale instantie gewaarborgd zouden worden.’ Die federale instantie is in de praktijk het internationale bedrijfsleven van multinationals en financiële instellingen geworden. Door deregulering en privatisering ontstonden ‘enorme bedrijven, die zoveel marktmacht hadden dat ze de concurrentie grotendeels konden negeren of uitschakelen.’ Door hun marktmacht konden ze niet alleen de concurrentie uitschakelen, maar ook de politiek opkopen. In combinatie met de afgenomen macht van vakbonden en overheid vertaalt zich dat in stabiliserende lonen die niet stijgen bij een florerende economie omdat de ‘enorme bedrijven’ dat eenzijdig blokkeren. De ideeëngeschiedenis die Oudenampsen aan de hand van deze boekbespreking schetst en voor een breed publiek bereikbaar maakt biedt stof tot nader nadenken.

Foto: Schermafbeelding van de ‘oude digitale editie’ (achter betaalmuur) van het artikelDe maakbare markt’ van Merijn Oudenampsen in NRC Boeken, 14 september 2018.

Forum voor Democratie brult als een muis over George Soros en premier Rutte. Journalistiek DDS vervangt feiten door meningen

leave a comment »

Mijn reactie bij het artikel ‘Forum voor Democratie: ‘Rutte is grootjongen van het kapitaal, en dient de belangen van George Soros!’’ van Tim Engelbart op DDS, 14 september 2018:

Minister-president Mark Rutte zou volgens de auteur onder vuur liggen vanwege de Hongaarse kwestie? Laten we even kijken waar dat onder vuur liggen over gaat en wat het voorstelt.

Als bewijs voor de bewering dat premier Rutte onder vuur ligt voert Engelbart de opstelling van Forum voor Democratie aan. Een partij die slechts twee zetels heeft in de 150 zetels tellende Tweede Kamer. Dat is nogal mager en weinig vuur. De muis brult en steekt een minilucifer aan.

Als men de Hongaars-Amerikaanse George Soros als een sponsor van politiek kan zien, dan is hij dat in commissie met vele andere sponsors. Daarom valt het niet in te zien waarom Forum voor Democratie zich uitsluitend op Soros richt. Dat doet ook iemand als Robert Mercer die zich bij herhaling mengt in de Europese politiek en onder meer de Leave-campagne in de Brexit financieel ondersteunde. Verschil is overigens dat de steun van Soros volgens de wet gaat en Mercer illegaal werkt. Onder meer via zijn aandeel in de inmiddels ontbonden datafirma Cambridge Analytica.

Wat de maatregelen van Forum voor Democratie tegen het grootkapitaal zijn en hoe deze politieke partij de macht aan de werknemers op de werkvloer wil geven maakt deze partij trouwens niet duidelijk. Het zou interessant zijn als de partij dit uit zou werken en het voor de werknemers opnam. Het zou gewenst zijn als deze partij uit de negatieve modus kwam en zich niet positioneerde met afbreken, maar met opbouwen. Forum voor Democratie geeft echter geen begin van een integraal beleid voor het terugdringen van de inkomensverschillen, de belastingontwijking, de macht van multinationals en financiële instellingen, en het wijzigen van de eigendomsverhoudingen.

De EU is een waardengemeenschap waarin culturele en politieke verschillen mogelijk zijn. Finland is geen Malta, en Ierland is geen Roemenië. Respect voor universele waarden en de rechtsstaat zijn voorwaarden voor lidmaatschap van de EU. Daar heeft Hongarije zich in 2004 aan gecommitteerd. Dus daar kan het halverwege de rit niet eenzijdig afstand van nemen. Dan had het land niet toe moeten treden.

Daar gaat het debat nu over. Over onder meer de aantasting van de persvrijheid en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht door de regering Orban. De opstelling van premier Orban is ook schijnheilig. Hongarije heeft jaarlijks netto zo’n 2 tot 4 miljard euro steun van de EU ontvangen om het eigen land te moderniseren. Dat heeft Orban als regeringsleider graag geaccepteerd, maar waarom heeft hij dat gedaan als hij tegen de EU is? Het is mede geld van de Nederlandse belastingbetaler dat Orban heeft geaccepteerd.

Het lijkt Orban dus niet om principes, maar om macht en geld te gaan. Hij weet dat wie lid wordt van de EU aan soevereiniteit moet inleveren. Want sommig beleid is nou eenmaal vanwege de aard van de zaak grensoverschrijdend en niet nationaal uit te voeren. Zoals milieu, grensbewaking van de buitengrens, voedselkwaliteit en de infrastructuur tussen landen.

Het is begrijpelijk dat premier Rutte de uitgangspunten van de EU ondersteunt. Het Europees Parlement, inclusief de meerderheid van zijn christen-democratische ‘familie’ heeft premier Orban trouwens laten vallen vanwege zijn onverzoenlijke opstelling. Dus het is niet alleen de liberale Rutte die Orban in de steek heeft gelaten. Wat gebeurd is valt enkel en alleen Orban te verwijten die onhandig en dom heeft geopereerd. Orban heeft zijn hand overspeeld.

Dat de teksten van premier Rutte niet in goede aarde vallen bij het Forum voor Democratie is geen verrassing. Deze partij wil terug naar de 19de eeuwse natiestaat en uit de EU treden. Een meerderheid van 72% van de Nederlanders vindt trouwens dat het lidmaatschap van de EU goed voor Nederland is. Logisch, want de open economie die Nederland is moet het hebben van internationale handel. Forum voor Democratie pleit indirect dus voor een teruggang in welzijn van de Nederlanders. Een electoraal lastige boodschap van deze partij.

De oproep van Forum van Democratie is zoals gezegd die van de muis die brult. De muis meet zich een zelfbeeld van een leeuw of olifant toe en vergeet dat het een muis is. Dat is begrijpelijk omdat elke beginnende politicus en politieke partij klein begint, nog een positie van sterkte op moet bouwen en nog geen evenwichtig zelfbeeld heeft ontwikkeld. Dat vraagt enkele jaren.

Maar dat Forum voor Democratie zich stelt aan de kant van premier Orban die de rechtsstaat geweld aandoet en zich eenzijdig keert tegen de filantropische miljardair (= alt-rechtse codetaal voor joods) George Soros geeft te denken over het strategisch vernuft en het moreel juiste handelen van de partijleiding van Forum voor Democratie. Dat vernuft is klein en de moraal lijkt nog geringer. Een en ander lijkt te volgen uit electorale redenen. Dat maakt Forum voor Democratie onderscheidend in de chicken race met de PVV, maar stuurt deze partij tegelijkertijd een doodlopend pad van ongeloofwaardigheid op. Ook electoraal. Het is wat met al die brullende muizen in de politiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelForum voor Democratie: ‘Rutte is grootjongen van het kapitaal, en dient de belangen van George Soros!’’ van Tim Engelbart voor DDS, 14 september 2018.

Misbruik van identiteitspolitiek voor politieke profilering is een probleem. Belgische indianen op het strand van Zeebrugge

leave a comment »

Dit gaat over identiteitspolitiek, die uit de VS geïmporteerde mode die Mickey Mouse of Coca Cola naar de kroon steekt. Het debat over identiteitspolitiek verdringt het sociaal-economische debat over eigendom, inkomensverschillen, belastingontduiking en machtsstructuren. Het debat over identiteitspolitiek is een afleiding die radicaal-links en radicaal-rechts in de mond wordt gelegd en die de macht goed uitkomt om alles bij het oude te laten en bestaande machtsstructuren te handhaven. Identiteitspolitiek biedt politici en opinie-makers op beide flanken van het politieke spectrum volop kansen om te verdelen, te onderscheiden, mensen van elkaar te scheiden en zo de gemeenschappelijke strijd tegen sociaal-economisch onrecht door te snijden en te belemmeren. Het debat over identiteitspolitiek houdt fundamentele veranderingen op afstand.

Yasmine Daelman is studente Arabisch en Islam en houdt zich bezig met mensenrechten. Zij constateert in een opinie-artikel voor VRT Nieuws onrecht op het strand van Zeebrugge tijdens het zomerfestival WeCanDance. Zoals Vlamingen zeggen, het gaat om ‘sukkelaars’. Daar maakt ze zich druk om. Daarbij schuwt ze grote woorden als kolonialisme, culturele toe-eigening of witte suprematie niet. Die containerbegrippen die alles en niets betekenen en als zetstuk voor het eigenlijke onderwerp worden gezet. Daelman: ‘Culturele toe-eigening is het gebruik van elementen uit culturen van sociaal-etnische minderheden door leden van de dominante cultuur. Het onderscheidt zich van culturele uitwisseling door de onderliggende machtsstructuren die aanwezig zijn, daar culturele toe-eigening een bijproduct is van kolonialisme en etnische onderdrukking.

Het lijkt er sterk op dat Daelman niet voldoende begrijpt dat ze zichzelf tot zetstuk maakt die het tegendeel bereikt van wat ze beoogt. Zij focust op de machtsstructuur van de identiteitspolitiek en verliest zo de grote lijn van de echte sociaal-economische machtsstructuur uit het zicht. Daelman zwelgt in een radicaal-links begrippenapparaat weg in grote woorden en verliest zo uit het oog voor welk karretje ze zich laat spannen.

Je kunt haar betoog trouwens ook omkeren. Dit soort rollenspel op het strand van Zeebrugge is blijkbaar onderdeel van de cultuur van een groep witte, Belgische mensen waartoe Daelman niet behoort. Zeg maar de traditie van Bobbejaansland, country-and-western, Bonanza, pretparken Western City en Bison Ranch in de Waalse Ardennen. Volgens de logica van Daelman heeft iemand van een andere cultuur daar niet over te oordelen en al zeker niet met gebruikmaking van dezelfde argumenten waarmee ze anderen veroordeelt.

Het is van tweeën een. Of cultuur is niet het exclusieve domein van één specifiek volk, etniciteit, religie of doelgroep, maar kan gedeeld wordt door allen. Of cultuur is wel het exclusieve domein van één specifiek volk, etniciteit, religie of doelgroep, zodat niemand over culturele grenzen heen uitspraken over die andere cultuur kan doen. De reactie van Daelman vermengt een en ander. Ermee bereikt ze het omgekeerde van wat ze boogt. Volgens de laatste mode uit de VS die de eerdere mode van Marlboro Man en The Virginian verdringt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMisbruik van andermans cultuur voor commercieel winstbejag is een probleem’ van Yasmine Daelman op VRT NWS, 14 augustus 2018.

Framing op TPO over sociaal-democratie en God. Sociaal-culturele onderwerpen dienen als afleiding voor vragen over macht en bezit

leave a comment »

Het moet niet veel gekker worden, een student die zich op sociale media (TPO) presenteert met een ‘essay’. Een literair genre dat door Michel de Montaigne in 1580 is gemunt en hoge eisen stelt aan originaliteit, stijl en intellectuele diepte. De inzet is brutaal. De sociaal-democratie wordt voor het beklaagdenbankje van God gesleept. Ziet u het zich voor u? Maar uiteindelijk gaat het betoog uit als een nachtkaars. Door de stapeling die eruitziet als een omgevallen boekenkast zonder structuur. Het is bij nader inzien rechttoe-rechtaan rechts-conservatisme dat past binnen de politieke richting van TPO, maar zich vermomt als neutrale waarnemer. Simpele haat tegen ‘links’ wordt via een omweg verpakt. De sociaal-democratie verdient kritiek, maar wel eerlijke en directe kritiek. Niet de propagandapraat die Max van Duijn ervan maakt. Mijn reactie:

Een onevenwichtig betoog dat van alles met alles verbindt en daardoor scherpte mist. Het zij de auteur vergeven omdat hij zijn studie nog moet afronden, maar de lezer schiet niks op met zo’n stapeling van aannames en ongelijksoortige argumenten. Waarom TPO dit onvoldragen stuk plaatst verdient nadere uitleg.

‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’ is de zin die Harry Kuiterts denken perfect en snedig samenvat. Het is geen uitgemaakte zaak dat de moderne mens ontkent dat God bestaat. Daarbinnen zijn weer allerlei varianten mogelijk die het debat levend houden. Als God wordt gezien als creatie en uitdrukking van mensen hoeft God helemaal niet dood verklaard te worden. God wordt dichtbij gehaald en vermenselijkt, maar ontdaan van traditionele waarden.

Daarnaast is het nogal een slag in de lucht om te stellen dat het gemis van een culturele constructie -wat God is- leegte op zou leveren. Dat was wellicht ooit zo in de overgang van een diepchristelijke naar een meer pluriforme samenleving, maar in een pluriforme en open samenleving als de Nederlandse zijn de alternatieven voor de constructie God volop aanwezig: kunst, ietsisme, techniek, wetenschap, gezin, gemeenschap. Het leven hoeft niet vanuit godsdienst beredeneerd te worden om zinvol te zijn. Integendeel, te veel godsdienst kan het leven zinloos maken.

Er is iets anders aan de hand. De mens heeft zich geëmancipeerd en heeft God als allesoverheersende kracht niet meer nodig. God is herverkaveld over vele sectoren. En is door die fragmentatie minder krachtig geworden. Zelfs religieuze organisaties koppelen God als een vormende kracht los van een allesomvattend leven, zien het niet meer als verklaring voor alles en reduceren het tot doelstelling in hun statuten. Natuur wordt op afstand gehouden door de techniek, wetenschap verklaart de verschijnselen, kunst en cultuur geven zin, en media en amusement bieden afleiding en verstrooiing. Kortom, ‘God’ is gefragementeerd en de leegte is opgevuld.

Waarom de zogenaamde dood van God speciaal de sociaal-democratie zou beschadigen is niet duidelijk. Het is overigens zo dat binnen de sociaal-democratie altijd een sterke religieuze stroming heeft bestaan: het christensocialisme. In Nederland vertegenwoordigd door Willem Banning. Als er door de sociaal-democratische politiek fouten zijn gemaakt op het gebied van immigratie, het publieke ethos van overheid en publieke sector en de financëele crisis dan zijn die in commissie met de christen-democraten en de liberalen gemaakt.

De aap komt uit de mouw als de auteur verwijst naar het thuisgevoel (oikofobie). Dat is een vage politieke constructie van de Britse conservatief Roger Scruton die enkele jaren geleden door Thierry Baudet in Nederland werd nagevolgd. Het is een even vaag containerbegrip als ‘cultureel marxisme’ waarin allerlei aannames en veronderstellingen gedeponeerd kunnen worden zonder dat het ook maar iets verklaart. Behalve de onmacht van de betoger die niet scherp kan worden en er omheen kletst.

Het is aantoonbare onzin om het specifiek de sociaal-democratie aan te rekenen dat ze met linkse partijen een afkeer van het thuis zouden hebben. Het omgekeerde is waar. De sociaal-democratie is altijd een stroming geweest die zich zowel nationaal als internationaal manifesteerde. Daar zat spanning tussen. Maar zoals internationale conflicten uitwezen moest de internationale solidariteit altijd wijken voor de keuze van de sociaal-democraten voor hun politieke en nationale basis. Liberalen via het internationale bedrijfsleven en christen-democraten via hun katholieke netwerk kozen even makkelijk of zelfs makkelijker dan de sociaal-democraten voor internationalisering. Lang voordat de term globalisme in de mode kwam. Wat de sociaal-democraten in elk geval niet verweten kan worden is dat ze het voortouw namen bij de globalisering en de uitverkoop van nationale belangen.

Het beste antwoord op dit warrig betoog van Max van Duijn is de nieuwe positionering van Jesse Klaver en GroenLinks. Klaver zegt te kiezen voor de ouderwetse sociaal-economische waarden als macht, inspraak en verdeling van de welvaart. Het zijn deze waarden die de laatste jaren zijn weggedrukt door het sociaal-culturele debat over natie, thuisgevoel en nationale identiteit. Dat laatste wordt voor malcontenten als uitlaatklep ingebouwd en is voor de bezittende klasse en het internationale bedrijfsleven een afleidingsmiddel om dat sociaal-economisch debat niet te hoeven voeren en niets in te hoeven leveren van eigen macht en bezit.

Iedereen in een sociale achterstandpositie die zich door dit soort stukken van Max van Duijn over sociaal-culturele onderwerpen aangesproken voelt, zou moeten beseffen dat de echte betekenis ervan afleiding is en de verdediging van de gevestigde orde. Niet God, de sociaal-democratie of het thuisgevoel is dood, maar het nationaal-conservatisme dat daaraan alles ophangt is dodelijk voorspelbaar, saai en ontwijkend.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe politiek in crisis: God is dood’ van Max van Duijn op TPO, 21 november 2017.