Het herschrijven van de kinderboeken van Roald Dahl is berekende censuur

Omslag van Matilda van Roald Dahl, uitgegeven door Puffin. Een Children’s Middle Grade Book voor kinderen van 8 tot 12 jaar.

Er waren afgelopen dagen afwijzende, soms felle reacties op de wijzigingen die uitgeverij Puffin in de kinderboeken van Roald Dahl heeft aangebracht met als doel om ze inclusiever te maken. Dus om ze toegankelijker en minder aanstootgevend voor een breed publiek te maken.

Puffin is onderdeel van de Engels-Amerikaanse multinational Penguin Random House. De boeken van de in 1990 overleden Noors-Welshe schrijver Dahl worden door Puffin onder meer uitgegeven in de reeks Puffin Modern Classics. Dat zijn titels als Matilda, Charlie and the Chocolate Factory en Charlie and the Great Glass Elevator.

Maar het omgekeerde gebeurde. De kritiek wees op verschillende aspecten van deze kwestie. Het schrappen van woorden zou censuur zijn én een commercieel belang van de uitgever om door de scherpe, in sommige kringen controversiële kantjes van Dahl af te vijlen meer boeken te verkopen.

Vooral zouden de aanpassingen in de kinderboeken van Dahl getuigen van een doorgeslagen woke-ness. Ofwel, oplettendheid op raciale vooroordelen en discriminatie. De vraag die deze kwestie oproept is waar positieve alertheid overgaat in overgevoeligheid en negatief afschaffen. Waar een constructieve emancipatie-beweging overgaat in culturele destructie.

Het is geen toeval dat dit vooral speelt in de VS en het VK waar in het gepolitiseerde publieke debat op scholen en universiteiten politici zich profileren met de eis voor een ‘veilige omgeving’ voor scholieren en studenten. Dat betreft zowel een verbod op seksuele voorlichting als het verbieden of wijzigen van de inhoud van boeken. Ofwel, kinderen en jong-volwassenen mogen niet geconfronteerd worden met uitspraken, beelden of gedachten waardoor ze uit hun comfortzone stappen en zich onveilig voelen.

Dit debat is gekaapt door rechtse politici die elkaar overtoepen in het bieden van een ‘veilige omgeving’. Dat komt in de praktijk neer op een verbod van alles wat kinderen en jong-volwassenen, maar vooral politici niet willen horen.

Deze rechtse beweging is een reactie op de emancipatie van minderheden die hun achterstand in de maatschappij aan de orde stellen. Maar van een terechte emancipatiebeweging is dat geleidelijk veranderd in een beweging waar de meest radicale elementen de macht hebben gegrepen en extreme eisen stellen. Zoals het cancelen of bedreigen van docenten of het uitsluiten van ‘onwelkome’ boeken en gedachten.

Dit publieke debat over een veilige omgeving in de VS en het VK is verworden tot een middel van zowel links-extremisten als rechts-extremisten om zich te profileren en de macht te grijpen in hun eigen domein. Het centrum of een gematigde opvatting wordt uitgevreten en kan tegen die twee bewegingen vanaf de flanken weinig tegen uitrichten. Want extreme denkbeelden zijn ondubbelzinniger en dringen in de media en op sociale media beter door. Dat zijn cultureel-politiek DDoS-aanvallen van twee kanten waar geen antwoord op mogelijk is. Nuances gaan in het politieke geweld ten onder.

Zoals gezegd, Puffin is niet toevallig onderdeel van een Engels-Amerikaanse multinational. Dat gaat om aandeelhouderswaarde. De dynamiek van het gepolitiseerde politieke debat over een veilige omgeving heeft indirect zijn weerslag op deze multinational.

Schermafbeelding van deel artikelRoald Dahl rewrites: edited language in books criticised as ‘absurd censorship’ in The Guardian, 20 februari 2023.

Uit een artikel in The Guardian van 20 februari 2023 blijkt dat Puffin al sinds 2020 in gesprek is met het collectief Inclusive Minds om de kinderliteratuur inclusiever en toegankelijker te maken. Wat dat voor wijzigingen in de literatuur inhoudt is onduidelijk. Maar hoe dan ook lijkt dat het veranderen van de brontekst in te houden. Hiermee wordt het taboe doorbroken dat literatuur heilig is. Om politieke of commerciële belangen kan daar aan gesleuteld worden.

Inclusive Minds zegt op de eigen site over zichzelf dat het ‘zich inzet om het aanzien van kinderboeken te veranderen‘. Dat is geen verkeerde zaak, maar wordt dat wel als het het aanpassen van de tekst van bestaande kinderliteratuur om niet direct begrijpelijke redenen omvat. Welke tere ziel moet hier tegen wat beschermd worden? De ziel van de kinderen, de politieke activisten of de aandeelhouders van Penguin Random House?

Schermafbeelding van About op site Inclusive Minds.

Schrijver Pim Lammers geeft na intimidatie en bedreigingen op sociale media opdracht van CPNB terug voor gedicht kinderboekenweek

Schermafbeelding van deel artikelDichter Kinderboekenweek Pim Lammers trekt zich terug na doodsbedreigingen‘ in het AD, 4 februari 2023.

Cancelcultuur bedreigt de open samenleving. En de tolerantie om iemand een andere mening te gunnen. Studenten, burgers en buitenlui eisen een ‘veilige omgeving’ waar ze niet met voor hen onwelgevallige meningen worden geconfronteerd. Dat is de nieuwe apartheid. De paradox is echter dat degene die vanwege een mening aangevallen wordt in een onveilige situatie belandt.

Kunstenaars, opinieleiders en journalisten worden vanwege hun mening aangevallen, belasterd, uitgesloten en met de dood bedreigd. Om een mening. Soms verliezen ze daarom hun baan, een opdracht of worden uit een organisatie gegooid. 

Het overkwam schrijver Pim Lammers. Hij was door het CPNB aangezocht om het gedicht van de Kinderboekenweek te schrijven. Volgens critici die zich heftig roerden op sociale media zou hij een foute mening hebben. Die afweek van de hunne. Ze gingen flink tekeer, Lammers hield het vanwege de bedreigingen voor gezien en gaf zijn opdracht aan het CPNB terug. Hij heeft wel aangifte gedaan.

Schermafbeelding van deel artikelOphef over keuze schrijver Kinderboekenweekgedicht: ‘Het is een viezerik‘ in Hart van Nederland, 3 februari 2023.

Sommige media gingen er de laatste dagen gretig in mee en wakkerden het vuurtje van de malcontenten aan. Zo had Hart van Nederland op 3 februari 2023 de tendentieuze kop ‘Ophef over keuze schrijver Kinderboekenweekgedicht: ‘Het is een viezerik‘.

Tegen zo’n campagne kan een individu zich lastig verdedigen. De kritiek leek te zijn gebaseerd op Lammers’ verhaal De Trainer dat hij in 2015 voor volwassenen had geschreven. Dat leverde hem bij de critici de kwalificatie pedo of pedofiel op. Het CPNB liet volgens Hart van Nederland weten dat het ‘zeer bewust‘ voor Lammers had gekozen.

Schermafbeelding van deel petitie die inmiddels verwijderd is door de petitionaris.

Hoe ver de volkswoede gaat maakte de petitie ‘Geef geen podium aan schrijver Pim Lammers‘ van Nicole Muijsson duidelijk. Het wordt ‘verwerpelijk‘ genoemd dat Lammers dit jaar het kinderboekenweekgedicht mag schrijven ‘vanwege de thema’s in zijn werk‘. Muijsson verzoekt om ‘Pim Lammers géén podium te geven!‘. Cancelcultuur dus.

In een volwassen maatschappij met volwassen, democratische burgers mag men kritiek hebben op het werk van kunstenaars. Maar ze vanwege een afwijkende mening buiten de samenleving plaatsen door een aanval op hun integriteit, persoon en zelfs leven is absurd. Het geeft aan welke kant op dit moment de morele pendule uitslaat: in de richting van herstel van christelijke ethiek. Die overigens selectief wordt toegepast.

Is wat Pim Lammers overkomt typerend voor Nederland anno 2023? Een land met veel korte lontjes, kleinburgerlijke meningen, geprikkeldheid en heibel. Ofschoon een minderheid zich roert lijkt het veel door het multiplier-effect van de sociale media.

Het zijn barre tijden voor kunstenaars die volgens sommigen niet meer mogen zijn wat ze zijn. Dat brengt de volkswoede van een luidruchtige minderheid teweeg. De verwijzing naar het begrip ‘pedofiel‘ is blijkbaar al voldoende om iemand uit te sluiten.

Waar zijn de tegenkrachten om dit gebrek aan nuance in te dammen? Heeft het CPNB afgelopen week Pim Lammers voldoende in bescherming genomen? Dat zijn de vragen die deze kwestie oproepen. In welk Nederland willen we leven? Dat van de schreeuwlelijken?

Kunstwerk van Jan Fabre is niet schuldig. Vlaamse kunstinstellingen verwijderen beeld na klachten over kunstenaar

Jan Fabre, ‘De man die de wolken meet‘. SMAK Gent.

Het beeld ‘De man die de wolken meet‘ van Jan Fabre is in maart 2021 van het dak van het Antwerpse kunstcentrum De Singel gehaald. Reden is dat er klachten zijn ingediend tegen Fabre vanwege grensoverschrijdend seksueel gedrag. Fabre is niet veroordeeld, maar komt volgens de laatste informatie in 2021 nog wel voor de strafrechter.

Directeur Philippe Van Cauteren van het Gentse SMAK die op het dak van zijn museum eveneens dat beeld van Fabre had staan legt voor Radio 1 (be) uit wat zijn opstelling is: ‘Wij vinden als museum dat als je een beeld weghaalt, een genuanceerde en kritische dialoog met alle betrokkenen eveneens weggehaald wordt. Ik vind dat we als museum en cultuursector ruimte moeten blijven maken voor debatten. Als we alle foute mannen uit musea zouden halen, zouden er toch wel heel wat lege en kale plekken te zien zijn.

Van Cauteren buigt deels voor politieke druk, maar niet zo volledig als De Singel. Kunstinstellingen worstelen met deze kwestie. Van Cauteren zegt het beeld ‘tijdelijk’ naar binnen te verhuizen en dus in quarantaine te plaatsen. Hij probeert tijd te winnen door een afkoelingsperiode in te lassen. Maar toch, ook Van Cauteren laat zich leiden door klachten over een niet door de strafrechter veroordeelde Fabre. Zonder rechtszaak laten twee Vlaamse kunstinstellingen deze beeldende kunstenaar en theatermaker vallen.

Men zou hopen dat kunstinstellingen bij uitstek de plek zijn waar het vrije woord verdedigd wordt en ruggengraat wordt getoond. Maar nee, het tegendeel is waar.

Een gerucht en een politieke lobby zijn blijkbaar voldoende om een kunstwerk niet alleen ter discussie te stellen, maar zelfs te laten verwijderen. De Singel en SMAK gaan mee in het informele geruchtencircuit van rechteloosheid, en eigenen zich een probleem toe waar ze beter afstand van zouden houden. SMAK doet dat verstandiger dan De Singel, maar onttrekt zich toch ook niet aan het frame van onwettigheid waar het willens en wetens instapt.

Beide kunstinstellingen begrijpen evenmin dat hun angst voor negatieve publiciteit vanwege het tonen van een kunstwerk van een vermeend besmette kunstenaar weer een ander soort negatieve publiciteit voor hen oplevert van zwabberend beleid en een slappe, rubberen ruggengraat. In de beeldvorming blijft hangen dat ze niet voor zichzelf, hun idealen en de beeldende kunst durven en kunnen opkomen.

Deze kunstinstellingen dekken zich bij voorbaat in. Ze worden vermoedelijk gevoed door de angst om maatschappelijk of politiek uit de pas te lopen met de tijdgeest en beschuldigd te worden van vrouwonvriendelijkheid en die hele samenklontering van slogans die kunstinstellingen beschuldigt van conservatisme en archaïsme.

Overigens zijn veel musea wel degelijk bastions van behoudzucht. Dat moet echter veranderd worden door ander personeels-, aankoop-, en tentoonstellingsbeleid, en niet door symboolpolitiek. Zoals het verwijderen van Fabres beeld als aflaat om uit de kritische greep van activisten te blijven.

In een interview in de Volkskrant van 9 september 2021 met twee vertrekkende museumdirecteuren geeft Ann Demeester naast Jacqueline Grandjean vermoedelijk onbedoeld fijnzinnig commentaar op de beslissing van De Singel en SMAK om het beeld van Fabre te verwijderen of te verplaatsen vanwege klachten over het gedrag van de maker. Demeester toont meer onderscheidingsvermogen en moed dan haar Vlaamse collega’s en corrigeert de staf van beide Vlaamse kunstinstellingen:

Een kunstwerk is bijvoorbeeld nooit schuldig. Als de maker een crimineel is, dan moeten we het kunstwerk niet noodzakelijkerwijs aan het publieke domein onttrekken. Tenzij het kunstwerk een soort propaganda of uitdrukking is van het criminele gedrag van de kunstenaar. Anders kun je geen Céline meer lezen, je censureert daar zo veel mee. Je kunt wel besluiten die kunstwerken een tijd in spreekwoordelijke quarantaine te zetten, net als wanneer een schilderij last heeft van mot en schimmel.’

Het verwijderde werk van Fabre is geen propaganda of uitdrukking van het gedrag van de kunstenaar. Het kunstwerk is op zichzelf niet aanstootgevend. Protesterende kunststudenten noemden het volgens de PZC in 2020 zelfs ‘poëtisch en mooi’, maar de connotaties die er door de verhalen rond Fabre bij komen kijken zouden ‘problematisch’ zijn. Tja, daar kan niemand zich tegen verdedigen. Het is het kunstwerk dat moet boeten voor het vermeend foute gedrag van de kunstenaar.

Het waarschijnlijk apocriefe, maar aan Voltaire toegeschreven aforisme dat gaat over de vrijheid van meningsuiting zou ook van toepassing moeten zijn op de vrijheid van expressie van kunstenaars: ‘Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen‘.

Maar De Singel en SMAK verdedigen de kunstenaar niet, maar zichzelf. Ze hebben het verkeerde voorbeeld gegeven en door hun ingreep de kunst en zichzelf schade berokkend. Ze tonen weinig moed en leveren de kunst lafhartig over aan politieke activisten voordat de rechter gesproken heeft. Ze vergeten ook onderscheid te maken tussen kunstwerk en kunstenaar. Want zelfs als Fabre in zijn seksueel gedrag zo fout is als sommigen zeggen, dan rechtvaardigt dat nog steeds niet de verwijdering van een kunstwerk van hem.

Kritiek op kunstwerk ‘Americana’ van Eric Bui dat politiegeweld zou aanmoedigen leidt tot verwijdering en roep tot inperking van kunst

Begin december 2020 werd het kunstwerk ‘Americana’ van Eric Bui verwijderd van de tijdelijke tentoonstelling ‘Holding the Moment’ op de luchthaven van het Californische San Jose. Aanleiding waren klachten van het publiek dat het geweld tegen de politie zou aanmoedigen. Het was een gezamenlijk project van stad en luchthaven. Het zou op 5 december in deze tentoonstelling worden afgewisseld met werk van andere kunstenaars.

Bui ontkent dat hij geweld tegen de politie wil aanmoedigen, maar zegt tegelijk dat iedereen een eigen interpretatie over zijn werk kan geven. Hij beweert dat zijn werk een reactie is op het buitensporig politiegeweld dat de VS treft. Zoals in mei 2020 tot uiting kwam in de moord op George Floyd door een politieagent.

Eric Bui’s reactie op de kritiek uit onder meer politiekringen is autonoom: ‘Het belangrijkste voor mij is om niet te reageren op de zorgen van mensen door ze weg te poetsen, maar eerder te luisteren naar waarom mijn kunstwerken en het onderwerp in het algemeen zo’n sterke reactie van hen oproepen’.

Deze controverse maakt duidelijk dat kunst er toe kan doen en geen franje of amusement hoeft te zijn. Kunst scherpt aan, kunst stelt ter discussie. Tegelijk lijkt het ook of (een deel van) het publiek weinig kan hebben en niet goed weet hoe het met kritische kunst die inhaakt op een actueel thema om dient te gaan.

Of het stadsbestuur van San Jose verstandig heeft gehandeld door dit kunstwerk van de tentoonstelling te verwijderen na kritiek van luchthavenmedewerkers, leden van een politievakbond en leden van het publiek en mee te gaan in de interpretatie dat ‘Americana’ geweld tegen de politie aanmoedigt valt te bezien.

Opvallend in de mediaberichten die deze kwestie berichten is de invalshoek die gekozen wordt. Die kan toch niet anders dan als onevenwichtig worden beoordeeld. De grote aandacht voor de kritiek uit politiekringen op het werk benadrukt de maatschappelijke macht die de politie in de VS inneemt. Een weerwoord uit de kunstsector, een universiteit of museum dat de vrijheid van expressie en de autonomie van kunst benadrukt ontbreekt. Hoewel Eric Bui zijn zaak goed bepleit laten de media hem geïsoleerd staan in zijn verdediging. Dat is veelzeggend en roept daarenboven de vraag op of Amerikaanse media zich onder druk laten zetten door de wetshandhavingsinstanties.

De klap op de vuurpijl van deze controverse is de rancuneuze en weinig succesvolle petitie op Change.org die dateert van na de verwijdering van het werk en als boter na de vis onder meer eist dat het proces voor het kiezen van kunst wordt gecontroleerd en aangepast om ervoor te zorgen dat ‘geen enkele toekomstige artistieke vertoning geweld of discriminatie bevordert of iemand in gevaar brengt’. Dat is een verregaande en onmogelijke eis. De petitionaris roept niet op tot een open debat met de kunstenaar of degenen die de tentoonstelling hebben ingericht, maar wil het debat erover eenzijdig verbieden en de verantwoordelijken bij stad en Culturele Zaken straffen.

De mentaliteit die uit deze petitie spreekt is angstaanjagend en plaatst kunst en allen die kunst een warm hart toedragen buiten de orde en ontneemt kunst de vrijheid van meningsuiting of expressie. Te weten het in de VS bijna onaantastbare Eerste Amendement van de Grondwet. Dat is een on-Amerikaanse wijze van denken die in bepaalde segmenten van de Amerikaanse samenleving steeds meer ingang vindt vanwege de rugwind van Trumps presidentschap. Deze kwestie is van belang als teken van de intolerantie en de poging tot knechting van de kunst.

Foto 1: Informatie over ‘Americana’ van Eric Bui door de City of San Jose voor de tentoonstelling ‘Holding the Moment’ op San Jose Airport.  Het werk zou tentoongesteld worden van 1 november tot 5 december 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel petitieSan José: Government Should Not Encourage Violence Against Our Police’ van Jonathan Fleming op Change.org, vermoedelijk gepost op 8 of 9 december 2020.

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

Duitse politiek leidt tot boycot van de boycot. Het geval Walid Raad en de BDS-beweging onderstreept het belang van een vrije kunst

Duitsland dat zo goed het verleden van het nazisme verwerkt zou hebben blijft worstelen met de erfenis ervan. Dat valt te bespeuren in een schuldgevoel tegenover de Russische Federatie dat als opvolger van de Sovjet-Unie een realistische houding van bedrijfsleven en politiek in de weg staat en tot toegevendheid leidt. Onder meer in de samenwerking van de Duitse politiek (vooral de sociaal-democratische SPD) met de Russische regering in de aanleg van het controversiële gaslijnproject Nord Stream II dat Europa afhankelijker maakt van Russisch gas en een einde aan het gebruik van fossiele brandstof naar de toekomst doorschuift.

En er is de houding tegenover Israël en de joden. Nu is er de Aachener Kunstpreis 2018 van 10.000 euro die wordt gesponsord door de vrienden van het Ludwig Forum, de stad Aken en het Akense bedrijfsleven. In augustus 2018 werd bekendgemaakt dat de prijs ging naar de Libanees-Amerikaanse kunstenaar Walid Raad. Maar omdat achteraf bleek dat hij sympathisant is van de BDS-beweging (= Boycot, Desinvesteringen en Sancties) die oproept tot verzet tegen de staat Israël heeft het bestuur van de stad Aken zich er onlangs van gedistantieerd. Dat past in de Duitse overheidspolitiek waardoor de stad Aken zich gedwongen voelt om deze lijn te volgen omdat ‘In parlementaire beslissingen hebben de Bondsdag en de Landtag NRW de BDS-beweging als antisemitisch beschouwd omdat deze in wezen het bestaan van de staat Israël in twijfel trekt of ontkracht’. Maar de vrienden van het Ludwig Forum en het bedrijfsleven zetten de uitreiking door van de prijs op 13 oktober aan Walid Raad. Er zou geen goede grond zijn gevonden om de prijs te weigeren. Raad zou weliswaar kritiek hebben op de politiek van de staat Israël, maar het bestaansrecht ervan niet ter discussie stellen.

De huidige gevoeligheid van de Duitse politiek kan niet begrepen worden zonder de Holocaust en het Duitse schuldgevoel als gevolg van het nazisme (1933-1945) erbij te betrekken. Maar de reactie lijkt doorgeslagen te zijn en te ontaarden in een eenzijdige houding van de officiële Duitse politiek die de burgerrechten van de voorstanders van de BDS-beweging inperkt en de rechtsstaat te buiten gaat. Die politiek beoordeelt de BDS-beweging als anti-semitisch. Dat op haar beurt stelt die voorstanders van de BDS-beweging die het bestaan van de staat Israël erkennen, maar kritiek hebben op de achtereenvolgende rechtse regeringen van Bibi Netanyahu buiten de orde. Dat gaat velen te ver. Ook in Nederland zijn er onder meer bij de Christen-Unie en SGP geluiden die oproepen om die Duitse lijn te volgen. Er zijn daar echter breuken in de officiële lijn zoals een recente uitspraak van een rechter in Keulen verduidelijkt en die volgens een persbericht van het ELSC in strijd zou zijn met artikelen 10 (vrijheid van meningsuiting) en 11 (vrijheid van vereniging) van het EVRM.

Hoe dat debat tussen voor-en tegenstanders van de BDS-beweging of Israël voor de kunst uitpakt maakt de controverse over de uitreiking van de Aachener Kunstpreis 2018 aan Raad duidelijk. In dat gepolitiseerde debat worden kunstenaars weggedrukt. Lobbyisten zetten op scherp. Het geval Raad staat niet op zichzelf. Ook in de stad Dortmund werd vorige maand de Nelly-Sachs-preis niet uitgereikt aan BDS-sympathisante Kamila Shamsie. In juli 2019 werd de Amerikaanse rapper Talib Kweli vanwege zijn sympathie voor de BDS-beweging geschrapt uit het programma van het Open Source Festival in Düsseldorf. Dat alles vanwege de overheidspolitiek die culturele organisaties geen bewegingsruimte laat en dit van regeringswege afdwingt.

In het commentaarDiskussion um Walid Raads ‘BDS-Verbindung; Boykott ist ansteckend’ op Monopol neemt Elke Buhr het op voor kunstenaars die vermalen worden in dit debat. Zij meent ook dat Duitsland zich hiermee isoleert, niet alleen van Arabische landen maar ook van kunstenaars in de VS, het Verenigd Koninkrijk en andere landen die zich niet officieel van de BDS-beweging zullen distantiëren. Buhr eindigt haar commentaar als volgt: ‘Boycot is een zeer besmettelijk virus. In tegenstelling tot de muziekbusiness, is de kunstwereld in Duitsland tot nu toe gespaard gebleven voor BDS-boycot-oproepen. Biënnales en musea zijn plaatsen waar kunstenaars elkaar kunnen ontmoeten die anders gescheiden zijn door culturele en politieke muren – zoals Israëliërs en Palestijnen. Hoe harder de conflictlijnen, des te belangrijker is de alternatieve ruimte van cultuur die discussies mogelijk maakt. We moeten al het mogelijke doen om deze ruimte te behouden.’

NB: Tot en met 13 oktober 2019 is in het Stedelijk Museum de tentoonstellingWALID RAAD; LET’S BE HONEST, THE WEATHER HELPED’ te zien.

Foto: ‘Werk von Walid Raad: Der libanesische Künstler versperrte im Jahr 2016 die ehemalige Synagoge von Pulheim und schüttete sie mit Erde auf.’

Misverstanden over de invloed van media bij homogeweld: ‘Ellie aan de verkeerde kant’ en Johan Derksen

Naar aanleiding van de aflevering van 29 juli 2019 van ‘Ellie aan de verkeerde kant’ (AVROTROS) van Ellie Lust is een debat op Twitter ontstaan. ‘Uitgescholden, bespuugd of zelfs zwaar mishandeld worden vanwege je geaardheid. Het is van alle tijden en ook anno 2019 worden LHTBI-ers in Nederland ermee geconfronteerd’ zegt de toelichting. Hierboven enkele reacties. Het is een debat tussen doven.

Kop-van-jut is programmamaker en voetbal-analist Johan Derksen. Lust spreekt hem aan op uitspraken van hem en zijn panelgenoten in het programma Veronica Inside (VI) van John de Mols Talpa. De mannen van VI zouden zich bezondigen aan homofobe grappen. Derksen meent dat homo’s van zich af moeten bijten en niet te zielig moeten doen. Hij karakteriseert de homoscene als ‘huilerig’ en vindt dat het in de slachtofferrol kruipt. Hij stelt expliciet dat dat zijn mening is. Derksen veroordeelt het geweld tegen homo’s.

Hoe kan een debat tussen mensen die homogeweld veroordelen zo ontsporen? Er is om te beginnen het misverstand over de invloed van de media dat door critici van Derksen als groot wordt ingeschat. De paradox is dat ze door hem aan te vallen zijn stem gewicht geven dat het niet heeft. Advocaat Sidney Smeets maakt het bont. Hij legt een direct verband tussen de homofobe grappen van mediapersoonlijkheden als Johan Derksen en het uitschelden op straat van homo’s. Smeets meent dat het eerste uit het laatste volgt omdat Derksen mede verantwoordelijk is voor de normalisering van geweld tegen homo’s door de grappen erover. Maar dat is een bewering uit het ongerede. Smeets heeft daarnaar geen onderzoek gedaan, is geen mediadeskundige en verwijst evenmin naar onderzoeken hierover. Het is onduidelijk vanuit welke expertise Smeets meent Derksen te kunnen veroordelen. Zo smoort de kritiek op Derksen in een welles-nietes discussie.

Het geschil valt te herleiden tot identiteitspolitiek. Wikipedia omschrijft dat zo: ‘Identiteitspolitiek is het bedrijven van politiek vanuit de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht’. Terwijl Derksen redeneert vanuit het standpunt van het individu die voor zichzelf opkomt, redeneren zijn critici vanuit het standpunt van de groep die aan het emanciperen is en in dat proces de eigen groepsidentiteit wil versterken. Maar identiteitspolitiek heeft een nadeel, namelijk dat leden van de groep zich afzonderen in hun -overigens gerechtvaardigde- strijd. Risico is dat hierdoor positieve krachten die feitelijk hetzelfde nastreven op twee sporen rijden, verdeeld raken en energie besteden aan onderling gekissebis. In de VS openbaart zich die kloof in de Democratische partij die zo verzwakt wordt.

Is er dan helemaal niks verkeerd aan de homofobe en transfobe grappen van Derksen en zijn voetbalmaatjes? Dat is een kwestie van smaak. Over een voorloper van VI die door RTL uitgezonden werd schreef ik in 2018: ‘Slechte humor is immers ook humor’. Het is het platte amusement van een commerciële omroep die draait om winst en kijkcijfers. De verontwaardiging over Derksens uitspraken is een valkuil omdat het een sociaal probleem van homogeweld verkeerd framet. Derksen is geen (mede)oorzaak van homogeweld zoals Smeets suggereert, maar een BN’er die er lol aan beleeft om dat verschijnsel te exploiteren. Meer is het niet.

Foto: Schermafbeelding van tweets met de hashtag ‘#ellieaandeverkeerdekant’, 29-30 juli 2019.

AfD-sympathisant brengt bestuur van tentoonstelling tot conclusie dat politieke neutraliteit onmogelijk blijkt. De zaak Axel Krause

De zaak Axel Krause, ofwel Der Fall Axel Krause houdt de Duitse kunstwereld bezig. En dan vooral in de nieuwe deelstaten van de voormalige DDR en in het bijzonder in Leipzig. Het gaat om de vrijheid in en van de kunst. Moet de kunst- of museumsector een moraalvrije zone zijn of niet? Of liever gezegd, kan het dat zijn in deze tijden van identiteitspolitiek en polarisatie en de reactie daarop waarbij demagogie niet gespaard wordt?

Axel Krause (1958) is een schilder uit Leipzig die met de Neue Leipziger Schule met onder andere Neo Rauch geassocieerd wordt. Krause sympathiseert met de rechts-radicale AfD en dat wordt hem door velen in de kunstwereld niet in dank afgenomen. De in zijn ogen massa immigratie in 2012 onder kanselier Merkel acht hij een grote fout en de reactie daarop van de AfD als een correctie. Voor de politiek heeft hij weinig goede woorden over. Zijn galerie Kleindienst in Leipzig heeft de samenwerking met Krause na 14 jaar opgezegd.

Afgelopen week heeft de zaak Krause ook de jaarlijkse Leipziger Jahresausstellung getroffen. Op de site staat onderstaande verklaring te lezen. Erin valt de worsteling te lezen om de juiste houding te vinden. Op 31 mei wordt verkondigd dat het bestuur besloten heeft om Krause uit te sluiten omdat ‘De publieke verklaringen van Axel Krause in tegenspraak zijn met de ethische principes van onze vereniging’. Het bestuur zegt ‘de kunst niet meer van de kunstenaar te kunnen scheiden’ en daarom per 1 juni 2019 af te treden omdat ‘politieke neutraliteit in deze tijd onmogelijk blijkt’. Op 1 juni wordt er een verstrekkende mededeling aan toegevoegd, namelijk dat de tentoonstelling wordt geannuleerd. Als reden wordt gegeven dat de sfeer gepolitiseerd en behoorlijk verhit is en er in die situatie geen tentoonstelling gegarandeerd kan worden zoals in de afgelopen 25 jaar. De zaak wordt doorgeschoven naar een nieuw bestuur dat beslist over een nieuwe procedure. Men kan zich een voorstelling maken van verhitte debatten met schreeuwende discussianten die allen het gelijk aan hun zijde claimden. Het bestuur voelt zich ongelukkig omdat het daartussen niet kan en wil kiezen.

In een commentaar toont cultuurjournalist Jörg Schieke van omroep MDR weinig begrip voor de afgelasting. Hij meent dat het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung in de val trapt die de AfD heeft gezet en eraan meehelpt om de openheid in te perken: ‘Irgendwer sagt AfD, und schon wird im Lager der Kunstwächter eingeteilt und zensiert, zurechtgewiesen und ausgeschlossen. Mit einem zudringlichen, beängstigenden Eifer werden  ideologische Knöllchen verteilt, und der Kampf wird damit genau in jenen Käfig getragen, den die AfD ja gerade dafür eingerichtet hat’. Waarom mag het publiek niet zelf oordelen over de twee schilderijen van Axel Krause die getoond werden, aldus Schieke? Wordt het te stom geacht? Vooral in de voormalig DDR zijn de wonden nog vers, het is nog geen 30 jaar geleden dat de muur viel en burgers rechteloos waren. Ze moesten hun onschuld bewijzen tegenover de zittende macht. Schieke meent dat het bestuur onder druk is gezet en bakzeil heeft gehaald. Het cynisme druipt van het commentaar af als hij meent dat degene die aan de deur afgewezen wordt de winnaar is omdat iedereen uitsluitend over hem praat. Over Axel Krause dus.

Foto 1: Schermafbeelding van persverklaring van het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung over de afgelasting van de tentoonstelling 2019, 1 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarAbsage in Raten: Wenn Kunst und Politik durcheinander gehen’ van Jörg Schieke voor MDR KULTUR, 3 juni 2019. Met links naar artikelen over de zaak Axel Krause en de vrijheid van de kunst.

Saatchi Gallery bedekt twee kunstwerken na klachten van moslims

Identiteitspolitiek en kunst, het bestaat en is nooit ver weg. Zoals identiteitspolitiek in de samenleving bestaat en groepen de kans biedt om zich op een tamelijk simpele wijze te profileren door sociaal protest. Het is een zee om te drinken. Deze keer zijn het moslims die zich onrecht aangedaan voelen door de presentatie van twee schilderijen van kunstenaar SKU in de Londense Saatchi Gallery. Hoeveel moslims hebben geprotesteerd is onduidelijk. Beide schilderijen zouden in de visie van deze bezoekers godslasterlijk zijn. The Guardian geeft de details in een artikel. De twee schilderijen op de tentoonstelling Rainbow Scenes in de Saatchi Gallery zijn nu op initiatief van SKU met een doek toegedekt. Alsof het om kunst gaat die het daglicht niet mag zien, maar er tegelijk een debat kan ontstaan over de grenzen aan de vrijheid van expressie. De presentatie is overigens afgelopen zondag geëindigd, zodat het ook de vraag is wie op welke manier eigenlijk de publiciteit bespeelt.

Het is mogelijk dat het protest terugslaat op de protesterende moslims die dit weliswaar welgemeend bedoelen vanuit hun religieuze perspectief, maar zich toch van een onbuigzame kant laten zien door zich deze presentatie in een half-besloten kunstgalerie die ze links kunnen laten liggen toe te willen eigenen.

Foto 1: Toelichting van de Saatchi Gallery bij de tentoonstelling ‘Rainbow Scenes by SKU’ met een afbeelding van een van de twee gewraakte schilderijen.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelSaatchi Gallery covers up SKU artworks after complaints by Muslims’ in The Sunday Times, 5 mei 2019 (betaalmuur).

Zie hier de werken van SKU volgens opgave van de Saatchi Gallery voor de tentoonstelling ‘Rainbow Scenes’.

Haifa Museum of Art toont ‘McJesus’ van Jari Leinonen tegen de wens van de kunstenaar. Straatprotesten van Israëlische christenen

Hoe kan het dat het kunstwerk ‘McJesus’ (2015) van de Finse kunstenaar Jani Leinonen op de tentoonstelling ‘Shop It!’ in het Haifa Museum of Art tot rumoer leidt, terwijl het in vele landen op vele tentoonstellingen zonder rumoer is gepresenteerd? De Christelijk-Arabische gemeenschap van Israël ging woedend de straat op om de verwijdering ervan van de tentoonstelling in dit kunstmuseum te eisen. Genoemde tentoonstelling gaat over de kenmerken van het consumentisme en de nieuwe identiteit die dat met zich meebrengt.

Het verhaal wordt er nog merkwaardiger op doordat Jani Leinonen in september 2018 verklaarde niet meer mee te willen aan deze tentoonstelling omdat hij vond dat Israël kunst gebruikt als vorm van propaganda die het in zijn ogen bedenkelijke beleid tegenover de Palestijnen moet witwassen of rechtvaardigen. Hij steunt de zogenaamde BDS-beweging, die via onder meer sancties en boycot de Israëlische politiek ten aanzien van de Palestijnen wil beïnvloeden. Het lijkt erop dat ‘McJesus’ regulier naar Haifa is verscheept, maar vervolgens niet is teruggestuurd. Waarbij Leinonen wellicht dacht dat het ergens in stock was beland. Hoe dan ook is het hoogst opmerkelijk dat een museum een werk in een expositie presenteert tegen de uitdrukkelijke wens van de kunstenaar in. Volgens een bericht van Euronews kwam Leinonen pas door de protesten erachter dat zijn werk toch in Haifa getoond werd. Ook op z’n herhaald verzoek om het werk uit de tentoonstelling te verwijderen heeft het Haifa Museum of Art vooralsnog niet gereageerd. Het is overigens ook merkwaardig dat Leinonen door zijn galerie of agent niet op de hoogte was gebracht van de actuele stand van zaken.

Het museum zit klem tussen demonstranten die de verwijdering van het werk op religieuze gronden eisen omdat ze dat als een belediging van hun godsdienst opvatten en een kunstenaar die eveneens verwijdering eist omdat hij het museum zijn toestemming ontzegde na zijn toetreding tot de BDS-beweging. Het museum wil blijkbaar niet zwichten voor de druk van de Christelijke-Arabische demonstranten die tegen de vrijheid van expressie ingaan, maar gaat hiermee op zijn beurt tegen de vrijheid van expressie van de kunstenaar in.

Foto: Jari Leinonen, McJesus, 2015. In de serie: McDonald’s. Copyright: Lari Leinonen.