George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Secularisme

Is secularisme een politieke filosofie die noodzakelijk leidt tot gematigde politiek?

leave a comment »

Andrew Copson is een Engelse humanist en voorzitter van Humanists International. Hij legt uit wat volgens hem secularisme is en begint zoals gewoonlijk bij dit soort toelichtingen met de uitleg dat secularisme niet gelijkstaat aan atheïsme of humanisme en niet anti-religieus is. Het secularisme is een politieke filosofie die levensovertuigingen en godsdiensten gelijkelijk waardeert en garandeert onder de bescherming van een nationale overheid, wetgeving en werking van de rechtsstaat. Hij meent dat het secularisme een pacificerende invloed heeft en als het niet zou bestaan Europa wellicht nog geteisterd zou worden door religieuze oorlogen.

Copson eindigt als het politiek actueel en prikkelend wordt. Begrijpelijk vanuit zijn positie, maar teleurstellend voor de verdieping van het debat. Is het gevolg van zijn betoog immers niet dat gematigde centrumpolitiek en secularisme op een lijn gezet kunnen worden tegenover politiek, religieus en levensbeschouwelijk radicalisme en identiteitspolitiek die de eigen groep apart zet? Zo bekeken kan het succesvolle secularisme als verwijzing en aanbeveling worden opgevat voor gematigde politiek die niet uitsluit, afzondert of opziet naar iets of iemand en naar alle kanten even kritisch en onbeschroomd kijkt. Zoals in het secularisme ingebakken is.

Advertenties

Onderzoek salafistische moskeescholen van Nieuwsuur en NRC. Politiek handelt onoprecht en dubbelzinnig in de aanpak

with 7 comments

Je moet oproepen tot geweld tegen andersdenkenden in Koran of Bijbel niet te letterlijk nemen, zo zegt Ulysse Ellian, de VVD fractievoorzitter in Almere in gesprek met Omroep Flevoland. Aanleiding is een onderzoek van Nieuwsuur en NRC over salafistische ‘scholen’ die buiten het reguliere onderwijs vallen. Het lijkt dat Ellian hiermee de strekking van zijn eigen woorden niet goed begrijpt. Dit tekent het misverstand over religieuze organisaties die niet op hun woord worden geloofd, maar pas verdacht worden als ze wel op hun woord worden geloofd. Dat is van een verregaande dubbelhartigheid van bestuurders. Wegkijken en goedpraten bij uitstek. Want wie is de scheidsrechter of religieuze organisaties op hun woord moeten worden geloofd?

De politici Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) pleitten in een uitzending van 10 september 2019 van Nieuwsuur voor verder onderzoek van dit informele salafistische onderwijs voordat er concreet opgetreden wordt. Er moet in kaart gebracht worden wat er aan de hand is op de salafistische naschoolse ‘scholen’ die hoofdzakelijk door Saoedi-Arabië gefinancierd worden. Dat is een voorzichtige aanpak.

Zoals uit de uitzending van Nieuwsuur blijkt gaat het om wederkerigheid, en om de weerbaarheid van de democratie. Dat wil zeggen dat wie vrijheid voor zichzelf opeist die vrijheid ook aan anderen moet gunnen. Dat doen genoemde salafistische scholen volgens de reportage niet. Zij eisen vrijheid op om de vrijheid van anderen te beperken. Daarmee plaatsen de salafisten zich buiten de orde. Uiteindelijk is een verbod hiervan de gepaste maatregel. Mogelijk via het strafrecht, mogelijk via de politiek-bestuurlijke weg. Er moet van geval tot geval bekeken worden welke predikers namens welke salafistische scholen aan de hand van welk lesmateriaal wat zeggen. Aan de hand van criteria kan vervolgens besloten worden door de rechter of de politiek (naargelang de gevolgde weg) welke salafistische scholen ontmanteld en verboden moeten worden.

Sluiting van salafistische scholen die over de schreef gaan gaat er niet in de laatste plaats om om andersoortige islamitische scholen te beschermen tegen deze radicalisering. De salafisten verzieken het klimaat binnen de Nederlandse islam, ook via sociale media. De Nederlandse staat garandeert de grondrechten via de politieke filosofie van het secularisme. Dat betekent dat iedereen in vrijheid een godsdienst of levensovertuiging kan kiezen. Of niets kiest. Reguliere islamscholen die zich aan de Nederlandse wet houden zijn het slachtoffer van de salafistische predikers. Het is onaanvaardbaar dat een specifieke groepering als salafisten deze consensus doorbreekt met verwijzingen naar geweld. Een weerbare democratie kan niet laten bestaan dat die van binnenuit ondermijnd wordt.

Interessant is dat de predikers de kinderen motiveren om te emigreren naar een islamitisch, wat zij noemen niet polytheïstisch land. Dit roept de vraag op waarom deze predikers niet zelf Nederland verlaten. Want wat hebben ze zelf te zoeken in het polytheïstische Nederland dat zij zo resoluut afwijzen? Het lijkt er sterk op dat de predikers de kinderen iets adviseren waar ze zelf geen gevolg aan geven. Dat is schijnheiligheid van deze salafistische predikers. Als ze volgens hun eigen advies zouden leven, dan moesten ze Nederland verlaten. Saoedisch geld houdt deze predikers vermoedelijk in Nederland zodat ze over de hoofden van de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd carrière kunnen maken.

Het onderliggende probleem is dat religie een vrijplaats kan zijn waar straffeloos meningen kunnen worden verkondigd die haaks staan op de grondwet. De predikers van de salafistische scholen richten zich tegen andersdenkenden, en de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Dat is ontoelaatbaar voor het openbaar bestuur dat bevolkingsgroepen met elkaar probeert te verbinden en de vrijheid bewaakt. Binnen religieuze organisaties is het toelaatbaar. Zolang ze niet oproepen tot geweld kunnen deze vertegenwoordigers in eigen kring zonder interne tegenspraak of correctie en met een beroep op eigen leerstellingen verkondigen wat ze willen. Ook intolerantie of in gevallen zonder verdere maatschappelijke gevolgen onzin of onredelijkheid.

Wie deze salafistische predikers echt aan wil pakken moet de politieke voorkeurspositie van religieuze organisaties ter discussie durven stellen. Daar schort het tot nu toe aan. Want dat vraagt van bestuurders rechtlijnigheid, intellectuele durf, het doen van heel veel huiswerk, politieke bewegingsruimte en het ingaan tegen het eigenbelang van de eigen doelgroep. Bedenk dat de christelijke SGP voor de toekomst een theocratische staat propageert die principieel weinig verschilt van wat salafistische predikers propageren. Verschil is wel dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ gouvernementeel en rechtsstatelijk opstelt en de salafistische predikers niet. Als de eigen kring van de salafisten wordt aangepakt, dan raakt dat direct aan de eigen kring van christelijke organisaties. Daarom zijn tot nu toe de salafisten niet aangepakt door de politiek of het OM dat van de minster een aanwijzing krijgt om in dit dossier te handelen.

Het is de hoogste tijd voor een fundamenteel debat over de positie van religieuze organisaties binnen onze samenleving. Het lijkt er sterk op dat ze te veel politieke voorrechten genieten in een samenleving waar de meerderheid van de bevolking zich niet langer laat inspireren door godsdienst. Hopelijk biedt het onderzoek van Nieuwsuur en NRC voldoende aanknopingspunten om de afwachtende houding van de politiek die neerkomt op ‘we willen wel, maar we kunnen niet’ te doorbreken.

Het is trouwens ontluisterend voor het optreden van overheid en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU en een opsteker voor goede onderzoeksjournalistiek dat media dit boven water tillen. Hebben VVD en D66 zich in slaap laten sussen? Heeft de overheid niet doorgepakt omdat het gegijzeld wordt door de druk van de christelijke partijen die vrezen dat bij krachtig overheidsoptreden ook christelijke organisaties geraakt worden in hun autonomie? De politiek en het openbaar bestuur kunnen het goedmaken door afstand te doen van hun slaapzuchtige afwachtendheid, kortzichtigheid en deelbelangen. Laten de onderwijsinspectie, het OM en het parlement aan het werk gaan.

Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet

with one comment

Sommige rechtse christenen hebben een verknipt beeld van linkse politiek en het secularisme of geven daar op z’n minst in de publiciteit een verknipt beeld van. Dat secularisme reduceren ze tot goddeloosheid of de cultuur van de dood en gebruiken ze vervolgens als excuus om radicaal-rechtse politici te omarmen of op z’n minst welwillend te bejegenen. Een goed voorbeeld van die mentaliteit geeft bovenstaand citaat uit een opinieartikel van Johan van den Brink. Hij is secretaris van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP.

De titel luidt ‘Christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’. Maar een titel die beter past bij het uitgangspunt van Van den Brink die zichzelf profileert als rechtse christen zou zijn ‘Rechtse christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’. Dat verbinden is trouwens een ongelukkig gekozen en vaag begrip. Het is wat anders als de moderniteit naar het christendom wordt gebracht of het christendom naar de moderniteit. Dat eerste kan op een oppervlakkige wijze en hoeft de kern van het christendom niet te raken.

De tegenstelling die Van den Brink benoemt is om meerdere redenen misleidend en ondeugdelijk. Talloze linkse politici van het type Jan Pronk of Lilianne Ploumen zijn gelovig en staan haaks op dat beeld van goddeloosheid. Predikant en theoloog Willem Banning was een van de oprichters van de PvdA. Joop den Uyl groeide op in een gereformeerd milieu, nam afstand tot het geloof, maar bleef in zijn handelen een calvinist.

Rechts kan niet het alleenrecht op het christendom claimen. Het is onhebbelijk en weinig christelijk van rechtse christenen om linkse christenen of linkse niet-christenen goddeloosheid te verwijten. Van den Brink doet evenmin moeite om het secularisme uit te leggen. Het secularisme is geen anti-religieuze filosofie die de goddeloosheid, de cultuur van de dood of het atheïsme promoot, maar een politieke filosofie die strikt neutraal staat tegenover alle levensovertuigingen en godsdiensten. Het secularisme staat identiek tegenover zowel christendom, humanisme als nihilisme en bevordert noch marginaliseert het een of het ander.

Complicatie van het soort tamelijk gesloten of hermetische teksten van Van den Brink is de dubbelhartigheid ervan die beredeneerd vanuit polemische redenen dient om vanuit het jargon en de bescherming van de eigen kring andersdenkenden hard en straffeloos aan te vallen, maar vervolgens daar niet echt op aangesproken wil worden. Uiteindelijk verschanst Van den Brink zich in zijn eigen jargon en logica, en lijkt hij moeilijk bereid tot een open debat. Van den Brink wil zijn boodschap verzenden. Zijn overtuiging is zijn wetenschap.

Met de opkomst van ‘een zelf-geproclameerde politieke messias op rechts’ verwijst Van den Brink naar een discussie in het RD. Dat begon met een verslag van een symposium in Gouda over christelijk onderwijs. De leider van Forum van Democratie Thierry Baudet nam daar aan deel. Bart Jan Spruyt zei over Baudet: ‘Ik was, zoals ooit Johannes de Doper, in jouw ogen de wegbereider. En jij een soort van messias’ en ‘Ben jij Thierry, degene die komen zou, of verwachten wij een ander?” Ben jij, na mensen als Bolkestein of Fortuyn, de man bij wie het conservatieve gedachtegoed in goede handen is en die er politiek resultaat mee gaat boeken, of niet?’ In rechts christelijke kring wordt niet eenduidig gedacht over de messiaanse rol die Baudet zichzelf toemeet.

In een opinieartikel ging Daniël de Klerk frontaal in tegen de suggestie dat christenen of christelijk onderwijs iets te winnen hebben bij Baudet: ‘Onder christenen lijkt zich een patroon af te tekenen waarin Baudet wordt gezien als voorvechter van christelijke normen en waarden. Ik denk dat dit niet het geval is, maar dat er sprake is van een verzoeking.’ En: ‘De vruchten van Baudet, zijn woorden en houding, lijken niet de vruchten te zijn van een hart dat oprecht de Heere Jezus zoekt. Het lijkt er veelmeer op dat het Baudet welgevallig is om christenen van meer conservatieve denominaties ertoe te verleiden om op hem te stemmen, zonder dat hij oprecht geïnteresseerd is in de Schepper. Als wij niet opletten, zal hij velen van ons christenen verleiden.

Daar komt nog iets bij dat ermee te maken heeft of Baudet wel een conservatief is of eerder een populist die zich vermomt als conservatief. Het lijkt er niet op dat Baudet de messias van het conservatisme, laat staan van het christendom is. Zoals Trump dat evenmin is die de felste tegenstanders vindt onder conservatieven die vinden dat hij de kernwaarden van het conservatisme heeft versjacherd. Baudets populisme gebruikt het conservatisme als marketing. In Nederland worden religie of religieuze cultuur steeds minder relevant. De dominante waarden komen steeds losser te staan van religie of godsbeeld. Ariejan Korteweg vat dat denken waarin rechtse christenen en populistische politici samen optrekken samen in een ‘verslaggeverscolumn’ in de Volkskrant: ‘Ineens zie ik iets ontstaan: bij gebrek aan christenen moet nu de cultuurchristen de strijd aangaan met het cultuurmarxisme. Je hoeft niet in God te geloven om hem aan je zijde te vinden.’

Zo ontstaat door de samenwerking van rechtse christenen met populisten een christendom dat in de kern haaks staat op christelijke waarden. Vele traditioneel conservatieve christenen zien dat als een val waar christelijke kerkleiders niet in moeten trappen. De situatie in de VS is een waarschuwing voor Nederlandse christenen wat de effecten van die samenwerking zijn. Auteur Peter Wehner is daarover duidelijk in een artikel in The Atlantic. Hij weerspreekt de analyse Johan van den Brink die meent dat rechtse christenen over onder ander familiewaarden in een existentiële strijd met links (‘wicked liberals’) betrokken zijn. Wehner: ‘Er is een hoge prijs voor onze politiek voor het vieren van de Trump-stijl, maar wat voor mij persoonlijk het meest pijnlijk is als een persoon van het christelijk geloof, zijn de kosten voor de christelijke getuige. Nonchalant overboord gooien van de ethiek van Jezus ten gunste van een politieke leider die de ethiek van Thrasymachus en Nietzsche omarmt – macht maakt goed, de sterken moeten over de zwakken heersen, gerechtigheid heeft geen intrinsieke waarde, morele waarden zijn sociaal geconstrueerd en subjectief – is verontrustend genoeg.’

Rechtse christenen zijn niet eensgezind of eenduidig in hun omarming van Baudet. Zelfs Van den Brink of Bart Jan Spruyt houden slagen om de arm, maar laten in hun achterhoofd geconditioneerd de strijd tegen de vermeende goddeloosheid en cultuur van de dood van links zwaar tellen. Daniël de Klerk is wel eenduidig en wijst de pogingen van Baudet af om in het gevlei te komen bij rechtse christenen. Op de achtergrond tekent zich het morele failliet af van witte, Amerikaanse evangelicals die de politiek én het anti-christelijke gedrag van Trump omarmd hebben met als gevolg dat jongere generaties zich definitief van het christendom afkeren. Dat versnelt de ontkerstening. Dat is de waarschuwing. Rechtse christenen hebben zich laten zich verleiden door populisten met als gevolg dat hun geloof om politieke redenen op de morele vuilnishoop is beland.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘Christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’ van  Johan van den Brink in het RD, 2 juli 2019.

Foto 2: Tweet van 5 juli 2019 in antwoord op Ariejan Korteweg.

Rechtse christenen haken aan bij FvD in de hoop op een stukje macht. Ze laten zich misleiden en wegleiden van hun christendom

with one comment

Hoe naïef of berekenend kan men zijn? De SGP beweegt in de richting van Forum voor Democratie, heeft binnen die partij sleutelpositie veroverd en hoopt mee te liften op de rechts-populistische golf die de westerse wereld overspoelt. Een monsterverbond tussen het wereldse rechts-populisme en conservatief-religieuze stromingen zoals dat in de VS en de Russische Federatie is gevormd maakt religieuze organisaties in andere landen gretig. Ze hopen via het rechts-populisme ook aan macht te winnen. Maar het is een riskante strategie omdat ze erdoor hun geloofwaardigheid en fysieke bestaan kunnen verliezen. Een opinie-artikel van KN Redactie in het Katholiek Nieuwsblad toont dat onnozelheid, opportunisme en principeloosheid geen grenzen kennen. KN Opinie is dom, maar vooral kortzichtig. Dat is geen novum. De geschiedenis herhaalt zich. Mijn reactie bij het opinie-artikel ‘Katholieken rondom Baudet: ‘Thierry kan het debat flink opschudden’’:

Er zijn conservatieve katholieken en progressieve katholieken. De anonieme schrijver van dit opinie-artikel (KN Redactie) is duidelijk een conservatieve katholiek. Hoewel dat de lading met Thierry Baudet niet eens dekt, want deze politicus is het conservatisme voorbij en leunt tegen het fascisme. Deze opinie roept akelige herinneringen op aan de 1930’s toen de katholieke zuil in Nederland werd geassocieerd met het fascisme. Het is opvallend dat de huidige katholieken van Nederland die opinie straffeloos laten passeren. Waarom komen ze niet in opstand tegen de verrechtsing van hun geloof? KN Redactie laat zich meeslepen in de aversie tegen de verworvenheden van de Franse Revolutie en lijkt onvoldoende te beseffen dat de vijand van zijn vijand geen vriend is die perspectief biedt. Maar een politicus is die als het erop aankomt religie bij het grofvuil zet.

De conservatieven van het Katholiek Nieuwsblad die zulke radicale opinies hebben zouden voor de bestaanszekerheid van hun religieuze organisaties beter kunnen vertrouwen op de vrijzinnige partijen die zweren bij de rechtsstaat en het secularisme dat het bestaan van de Rooms-Katholieke kerk in Nederland garandeert. Baudet is een onbetrouwbare en wispelturige partner die niet loyaal is naar partners die denken partners van hem te zijn omdat ze ook rechts denken. KN Redactie zal met zijn conservatief wereldbeeld thuiskomen van een koude kermis.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelKatholieken rondom Baudet: ‘Thierry kan het debat flink opschudden’’ van KN Redactie in Katholiek Nieuwsblad, 14 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelDe katholieke zuil en het fascisme tijdens het Interbellum’ van Nelleke Huisman, 2014. In: Skript Historisch Tijdschrift, jaargang 2.3, 27-39.

Met Modi’s verkiezingswinst is ultra-rechts hindoenationalisme in opkomst en het Indiase secularisme en pluralisme op de terugtocht

leave a comment »

Een artikel in FP gaat in op de verkiezingsoverwinning van de hindoenationalistische partij BJP en de Indiase premier Narendra Modi. In alle redelijkheid had Modi vanwege negatieve economische indicatoren niet moeten winnen, maar deed dat wel. Modi heeft succesvol de nationale kaart getrokken met een sterke campagne. De oppositie presteerde slecht en was verdeeld. Nu zet Modi officieel het Indiase secularisme bij het vuilnis. FP: ‘In tegenstelling tot de westerse variant heeft het Indiase secularisme nooit een strikte scheiding tussen staat en religie vereist. In plaats daarvan is het gebaseerd op het beginsel van gelijk respect voor alle religies. De BJP weerspiegelt echter een heel ander begrip van de relatie tussen religie en de staat. Onder Modi’s voogdijschap is partij een parochiale visie van het hindoeïsme gaan omarmen. In deze visie worden moslims slechts beschouwd als quasi-burgers (..)’. Dus alle burgers zijn gelijk voor de BJP mits ze hindoeïstisch zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelModi’s election win is a victory for far right Hindu nationalism – India’s secular democracy is under threat’ van Dibyesh Anand in The Independent, 23 mei 2019.

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Australische politici verkondigen dat ze geloven in de hel. Hiermee introduceren ze onjuist christelijke retoriek in de politieke ruimte

leave a comment »

Het is bizar dat in Australië politieke leiders zich tijdens een campagne in het openbaar uitspreken over de vraag of homoseksuelen naar de hel gaan. Dat deed de conservatieve premier Scott Morrison met tegenzin en oppositieleider Bill Shorten van de Labor Party uit politieke berekening. Shorten is katholiek opgegroeid en bekeerd tot de Anglicaanse kerk. Opmerkelijk is dat Australische politici ‘geloven’ in de hel en menen daar publieke uitspraken over te moeten doen. Shorten zei dat hij het onbegrijpelijk vindt dat hier over gesproken moet worden. Daarin heeft hij gelijk, maar anders dan hij het bedoelt. Hij vindt het vanzelfsprekend dat homoseksuelen niet naar de hel gaan en wil dat verkondigen, maar introduceert daarmee christelijke dogmatiek in een publiek debat dat daar niet thuishoort. Dit is een onderwerp uitsluitend voor in de kerk. Wat moeten de Australiërs die het idee van de hel onzinnig en geoormerkt voor een bepaalde godsdienst vinden en opteren voor de seculiere staat met dit christelijke gehakketak tussen Morrison en Shorten? Morrison werd tegen zijn zin door Shorten tot een uitspraak gedwongen en baalde ervan. Daar heeft Morrison groot gelijk in.