George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Secularisme

Christelijke IFTCC heeft een verwrongen beeld van het secularisme

leave a comment »

De IFTCC (International Federation for Therapeutic and Counselling Choice) is een christelijke organisatie die vol op het orgel gaat tegen het secularisme. Het pretendeert een thuis te zijn voor mensen die slachtoffer zijn van een vermeend agressieve seculiere cultuur. De IFTCC houdt zich het recht voor om te discrimineren. Het claimt dat het niet mogen discrimineren discriminatie is. Hoe kortzichtig kunnen christenen zijn? Om dat te bereiken misleidt het IFTCC en verspreidt het desinformatie. Hier met een zogenaamd redelijke Noorse dominee die in de kern onverdraagzaam is. Het is onjuist wat de IFTCC beweert over een ‘agressieve seculiere cultuur’ waarin iedereen verplicht zou zijn om homoseksualiteit of ‘transgender ideologie’ te omarmen. Want binnen het secularisme is iedereen vrij om wat dan ook af te wijzen om te omarmen. Keuzevrijheid is het kenmerk van het secularisme. Wat IFTCC vermoedelijk steekt is dat het in steeds minder landen conversie therapie aan mag bieden om zogenaamd homoseksuelen om te turnen tot hetero. Maar dat heeft niets met het secularisme te maken, maar alles met een ondeugdelijke therapie die homoseksualiteit als een ziekte probeert te framen. Terwijl eerder dit soort christelijk denken een ziekte is. Mijn commentaar bij de video:

What a bizarre framing to talk about the religion of secularism. Is that only in the spirit of the iftcc? Why that reduction and condescension? With this the iftcc violates itself.

Secularism is not a position for or against religion, or for or against beliefs. It is a neutral political philosophy in which all religion and beliefs are equal.

I understand that it is tempting for (some) Christians to name anything that is by definition non-Christian religious. But that is an inappropriate, insincere and essentially church-political claim to attract people who have nothing to do with religion (both in a positive and negative sense) to the domain of religion. That is childish of the iftcc.

You would hope that there would be some intellectual maturity within the iftcc. Not so. The framing betrays the expansion drive of the iftcc. Very disappointing.

Foto 1: Schermafbeelding van een deel van de homepage van iftcc.org.

Foto 2: Schermafbeelding van videoResponding to the Religion of Secularism’ met toelichting op het YouTube-kanaal van de IFTCC, 27 december 2019.

Written by George Knight

28 december 2019 at 21:37

Petitie vraagt om wetgeving voor een religieus neutrale rechtsstaat zonder religieuze symbolen (zoals hoofddoek) in openbare functies

with 6 comments

De petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ vindt dat de overheid zich neutraal moet presenteren. Dat geldt ook voor de kleding die neutraal moet zijn. In Nederland geldt een hoofddoekverbod voor ambtenaren in uniform zoals agenten en militairen. Ook griffiers en rechters mogen in Nederland in hun functie geen hoofddoek dragen. De petitie verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2017 over een Belgische en Franse zaak dat het werkgevers onder voorwaarden toestaat om het personeel te verbieden om een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen.

Genoemde petitie constateert dat de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah (partijloos) tijdens de uitoefening van haar functie een hoofddoek draagt. Aan de hand van foto’s valt aan te tonen dat ze met hoofddoek als wethouder functioneert. De petitie meent dat daardoor het beeld van neutraliteit van de overheid verdwijnt en de overheid gaat functioneren als ‘podium om geloofsovertuigingen uit te dragen’. Volgens petitionaris James Salam komt hiermee ‘De seculiere of neutrale staat in het geding’. De petitie wil dat deze tendens gestopt wordt en vraagt om speciale wetgeving waarvan het zegt dat die in Frankrijk en Portugal bestaat. Om deze redenen verzoekt de petitie om wetgeving ‘voor een religieus neutrale, democratische rechtstaat zonder religieuze symbolen in openbare organisatorische en openbare bestuurlijke functies’.

Overigens is de verwijzing naar ‘het seculiere principe’ en ‘de seculiere staat’ die wordt gekoppeld aan ‘de neutrale staat’ verwarrend. Het is onduidelijk hoe de petitionaris dat bedoelt. Er is veel voor te zeggen om de symboliek van godsdiensten en levensovertuigingen bij vertegenwoordigers van de overheid te verbieden omdat het in strijd kan zijn met de neutrale overheid. Maar secularisme benadert het principe van de andere kant en gaat om rechten van burgers. Het omvat de vrijheid voor burgers om zich in vrijheid te laten inspireren door een godsdienst en levensovertuiging naar eigen keuze. In die keuze is de overheid geen deelnemer, maar een waarborg voor die keuze. Het secularisme legt de overheid al een neutrale positie op.

Net als wethouders maken ook burgemeesters en ministers deel uit van het openbaar bestuur. Het toont onevenwichtig dat agenten, militairen, griffiers en rechters niet en wethouders, burgemeesters en ministers in hun functie wel religieuze symbolen zoals een hoofddoek mogen dragen. Wat is de logica dat de Tilburgse agente in functie niet en de Tilburgse wethouder in functie wel een hoofddoek mag dragen? Laatstgenoemde treedt als bestuurder naar buiten en behoort op neutrale wijze het openbaar bestuur te representeren. Feit dat dit verschil bestaat is niet ingegeven door logica of rationaliteit. Het toeval is dat in het eerste geval (agenten, rechters etc.) een reglement is opgesteld, en in het tweede geval (wethouders, burgemeesters etc.) niet.

De minister van Binnenlandse Zaken zou het voortouw moeten nemen in deze kwestie van ongelijkheid en duidelijkheid moeten scheppen over deze gelijke monniken, ongelijke kappen wat het dragen van religieuze symbolen door vertegenwoordigers van het openbaar bestuur betreft. Een verbod is daarbij niet de leidende gedachte, maar wel bewustwording over het waarom van deze ongelijkheid. Het gaat om de stroomlijning en coördinatie van wetgeving/ reglementering. De te kiezen weg lijkt tweeledig: of de religieuze symbolen toelaten voor alle vertegenwoordigers van het openbaar bestuur of ze voor alle vertegenwoordigers verbieden.

De nu bestaande willekeur die bestaat uit een lappendeken van reglementair broddelwerk past niet bij een zorgvuldige overheid. Nu is er nog tijd om in relatieve rust dit aspect van de neutrale vertegenwoordiging van de overheid te onderzoeken. Voordat dit onderwerp mogelijk in de nabije toekomst belast wordt door de partijpolitiek en beeldbepalende vertegenwoordigers pro en contra dit aspect van een neutrale overheid.

Foto’s: Schermafbeelding van delen petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ van James Salam op petities.nl, 16 december 2019.

Als ik geen theïst, atheïst, agnost of apatheïst ben, dan ben ik een secularist die betrokken is bij én kritisch op religie en hun goden

with 3 comments

Van de term ‘apatheisme’ had ik nog nooit gehoord totdat ik het voorbij zag komen in de online versie van het opinie-artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad. De term is een samentrekking van ‘apathie’ en ‘theïsme’.  Het perspectief ervan is religieus, want het idee is dat de aanhangers ervan onverschillig of gevoelloos tegenover het bestaan van God staan. Kranendonk citeert enkele Amerikaanse christelijke auteurs die claimen dat er ook apatheïsten in christelijke kerken zijn. In mijn reactie bij het artikel op de FB-pagina van het Reformatorisch Dagblad antwoord ik de auteur en constateer ik dat de kenmerken die hij geeft van een apatheïst niet op mij van toepassing zijn. Ik sta namelijk helemaal niet onverschillig tegenover religie of God, maar ben er evenmin een aanhanger van. Ik val in geen van de vier categorieën die Kranendonk schetst en voeg daarom noodgedwongen een vijfde categorie toe:

Het is merkwaardig dat in de afsluitende alinea de auteur het apatheïsme een probleem noemt. Hiermee laat hij zich kennen als normatief en onverdraagzaam. Hij trapt in de val die hij zelf de atheïsten verwijt die volgens hem het geloof in God zouden minachten. Het is trouwens kort door de bocht om dit atheïsten te verwijten. Zij kunnen ook andere bezwaren hebben tegen religie en de macht van de religieuze instellingen. Hun kritiek betreft dan niet zozeer de ‘binnenkant’ van religie, maar de ‘buitenkant’ ervan. Dus niet de zingeving of insluiting in een religieus gedachtegoed, maar de machtsvorming en morele claims. Het is een feit dat dominante religieuze organisaties nog steeds een voorkeursbehandeling genieten en voorrechten hebben in onze samenleving. De auteur onderschat hoeveel weerstaand dat in de samenleving oproept.

Wim Kranendonk minacht de apatheïsten. Die geringschatting komt voor zijn rekening. Het is een gevolg van zijn kerkpolitieke opstelling. Waar de apatheïsten hun schouders ophalen over religieuze organisaties met hun dogmatiek van een opperwezen, zo maakt een christen als Wim Kranendonk zich druk dat er mensen zijn die in geestelijk opzicht afstand nemen van de dogmatiek van het christendom. Hij begrijpt het niet. Apatheïsten gunnen gelovigen hun geloof en inspiratie, Kranendonk lijkt apatheïsten geen redelijke positie te gunnen.

Ik betwijfel of de auteur het verschijnsel van het apatheisme doorgrondt. Hij kijkt niet met een open blik, maar met een blik die de religie verdedigt en in bescherming neemt. Laat ik dat uitleggen aan de hand van mijn eigen positie. Ik neem geen van de drie posities in die Kranendonk in het artikel schetst, te weten de categorie van de theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een opperwezen is), atheïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er geen opperwezen is) of agnosten (mensen die twijfelen tussen de overtuiging of er wel of niet een opperwezen is). Maar ben ik dan een apatheïst of is er nog een vijfde restcategorie?

Laat ik het checken aan de hand van de kenmerken en stellingen die Kranendonk van de apatheïsme geeft.
1) De groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Check: Dat klopt niet. Ik ben indirect geïnteresseerd in de vraag naar het bestaan van God omdat ik geïnteresseerd ben in andere mensen die menen dat er een God bestaat. Mij interesseert het als fenomeen hoe mensen in een zich ontkerkelijkende omgeving zich laten inspireren. Om Harry Kuitert te parafraseren: ‘Hoe kan het dat mensen de bewering geloven dat het spreken dat van beneden komt van boven komt? Waarom geloven mensen dat een menselijke constructie geen menselijke constructie is en weven ze die verdichting in het ontstaan van hun geloof? De interesse in die vraag die raakt aan de verhaalleer, de dramatiek, de mythologie en het stelsel van rituelen bindt me aan de gelovigen. Niet de vraag of er wel of niet een God of vele Goden met hun aparte godsdienst bestaan. Dat laatste kunnen gelovigen beter zelf binnen hun gesloten wereldbeeld beantwoorden.
2) De apatheïst negeert het geloof. Check: Dat klopt niet. Ik respecteer het geloof en de gelovigen en wil me er iets van aantrekken omdat de gelovigen mijn medemensen zijn.
3) Het apatheïsme is typerend voor onze huidige tijd. Check: Dat klopt. Het past in de politieke filosofie van het secularisme waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate gewaardeerd, gegarandeerd en door de wet beschermd worden.

Conclusie is dat ik volgens de kenmerken die Kranendonk geeft en die hij baseert op het nieuwe boek van de christelijke geloofsverdediger Kyle Beshears zowel geen theïst, atheïst, agnost als apatheïst ben. Het probleem van Kranendonks opstelling en van de christelijke auteurs Beshaers en Thomas Kidd waarop hij zich baseert is dat hij claimt een objectief beeld van de keuze van mensen voor een godsdienst of levensovertuiging te geven, maar intussen alles door een christelijke bril ziet en definieert. En dat laatste ook nog eens vanuit het perspectief van prediking en zieltjes winnen. Hierdoor scherpt Kranendonk onnodig aan en mist hij de nuance. Hij trapt in de valkuil van vele christenen, namelijk dat andersdenkenden ondanks alle afstand toch moeten worden beschouwd als een verlengde van hun godsdienst. Of dat nou in positieve of negatieve zin is. De achterliggende gedachte is dat ze afgedwaalde gelovigen zijn die op het rechte pad moeten worden gebracht.

Kranendonk mist de positie van iemand die geïnteresseerd is in religie en religieuze organisaties en onder de motorkap ervan wil kijken voorbij het cosmetische beeld dat religieuze organisaties zelf naar buiten brengen. Dat gaat om de functie van fictie in brede zin, inclusief noties van fantasie, inbeelding, zelfbedrog, waan en mythologisering. Kranendonk mist de bekommernis van mensen die niet in het religieuze domein willen worden getrokken en de claim op unieke moraliteit van gelovigen buitensporig en onterecht vinden, maar in beginsel anderen die positie royaal gunnen. Kranendonk mist de ontwikkeling van een Nederland waarin de meerderheid van de bevolking zich niet laat inspireren door religie of het christelijk-culturele gedachtegoed.

Neem ik dan de vijfde positie in? Die van de voorstander van het secularisme die in alle (aanhangers van) religies en levensovertuigingen in gelijke mate geïnteresseerd is en ze een identieke positie gunt en slechts één overwegende tegenwerping heeft tegen de opstelling van religieuze opinieleiders, namelijk dat ze andersdenkenden ondanks alles als een verlengde of een fantoomledemaat van hun godsdienst willen zien.

Foto: Schermafbeelding van het artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 7 december 2019.

Wahabisten en Mormonen vinden elkaar. Mohammad Al-Issa (Muslim World League) claimt tolerantie en verbinding te bieden

leave a comment »

In 2018 verklaarde in Nederland volgens de cijfers van het CBS 53% van de bevolking zich niet te beschouwen als behorend tot een religieuze organisatie. Gemiddeld neemt over de laatste 9 jaar dat percentage met 1 procent per jaar toe. In dat tempo is in 2025 60% van de Nederlanders niet religieus. Meer dan de helft van de Nederlanders zegt zich dus niet als religieus of behorend tot een religieuze organisatie te beschouwen.

Dat gegeven is niet besteed aan religieuze organisaties die claimen tolerant en ruimdenkend te zijn door de verbinding met anderen te zoeken, maar die verbinding beperken tot andere religieuze organisaties. Hun handreiking bereikt de meerderheid van de Nederlanders niet. Dat is een kromme, merkwaardige situatie. Deze zelfverklaarde handreikers zijn in West-Europa de religieuze spookrijders van de verdraagzaamheid.

Deze bijziendheid lijkt een mentale kwestie van geestelijke leiders die niet goed weg weten met mensen die zich niet laten inspireren door het geloof. Deze leiders zeggen verbinding te willen zoeken met anderen, maar als puntje bij paaltje komt treden ze in het zoeken van verbinding met de ander niet buiten het model van de religieuze organisatie. Het wordt tot een potsierlijke kwestie van religieuze marketing en profilering als ze daarmee een meerderheid buiten beschouwing laten. Dit roept de vraag op hoe gemeend dat zoeken van verbinding over religieuze grenzen is en wat de bedoeling van dat inter-religieuze debat is. Het kan ook opgevat worden als het bundelen van de krachten van religieuze organisaties tegenover andersdenkenden die zich niet door religie laten inspireren. Vooral orthodox-conservatieve geestelijke leiders noemen dan vaak het secularisme als denksysteem en model dat bestreden moet worden omdat het anti-religieus zou zijn. Terwijl ze weten dat dat onjuist is omdat het secularisme neutraal staat tegenover religies en levensovertuigingen.

Aanleiding voor deze overweging is het opinieartikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van Dr. 

Beide religieuze organisaties zijn welgesteld en goed georganiseerd. Wat ze behalve publiciteit en marketing van elkaar willen is onduidelijk. Om kerkpolitieke redenen zijn ze tot elkaar veroordeeld omdat ze in de eigen zuil niet tot de kern van de macht worden toegelaten. Aan de marge zoeken ze daarom door verbinding met een andere marginale religieuze organisatie legitimatie. Zogezegd in een religieus hoefijzermodel.

Een en ander geeft aan dat het betoog van Mohammad Al-Issa over inter-religieuze verbinding flinterdun en niet gemeend is en voornamelijk door (kerk)politieke redenen wordt ingegeven. De wisseltruc van beide organisaties is dat ze door verbinding met de ander te zoeken hun profiel proberen te verbreden en te verzachten. Ze proberen dat harde profiel zelfs in het volle zicht te verbergen. Niet alleen laten ze degenen die zich niet laten inspireren door religie buiten beschouwing, ook houden ze afstand tot degenen die een gematigde vorm van christendom of islam praktiseren. Het is de vraag of religieuze organisaties die tolerantie en verbinding prediken, maar in de praktijk onverdraagzaamheid en uitsluiting opleggen, norm of afwijking zijn. Kenmerk van religieuze organisaties is dat ze eigen gelovigen insluiten en andersdenkenden uitsluiten. Als ze beweren vanuit hun eigen verdraagzaamheid verbinding met de ander te zoeken moeten we alert zijn.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van artikelGuest opinion: Muslims and Latter-day Saints can be leaders in building tolerance’ van

Rooms-katholieke aartsbisschop William Goh spreekt zich opnieuw fel tegen het secularisme uit. Hij maakt zijn eigen kerk te schande

leave a comment »

De rooms-katholieke aartsbisschop van Singapore William Goh zet zijn kruistocht tegen het secularisme voort. Hij valt in herhaling zoals dit commentaar van september 2019 met een soortgelijke preek aantoont. Toen vroeg ik me af: ‘Wat voor onzin is er in hemelsnaam in hem gevaren? Ligt hij uit kerkpolitieke redenen onder vuur van conservatieven? Zijn woorden zijn niet alleen in strijd met de aard van het secularisme en de tolerantie jegens andersdenkenden, maar ook met opvattingen over diversiteit en multiculturalisme die Goh eerder naar buiten bracht. (..) secularisme is dé manier om eenheid te promoten, wat Goh in de video ontkent. Dat is het secularisme waarin alle religies en levensovertuigingen gelijkwaardig zijn en onder de garantie van de nationale staat vreedzaam samen kunnen leven’. Het is veelzeggend dat Goh tot dezelfde kerk behoort als paus Franciscus die openheid en toenadering tot andersdenkenden predikt. Goh steekt zijn standaardpreek af tegen het secularisme. Hij begrijpt niet wat het inhoudt en is neerbuigend tegen de voorstanders ervan. Die per definitie niet anti-religieus of goddeloos zijn wat Goh niet begrijpt. Goh is een religieuze complotdenker die in intellectueel en moreel opzicht een schande voor de kerk van Rome is. Of juist een voorbeeld ervan?

In een artikel op openDemocracy legt de Turkse hoogleraar politicologie (sociologie van religie, secularisme en burgerschap) Haldun Gülalp in ‘In defense of secularism; Polarization based on a politics of religious identity seems to be the most dangerous for democracies’ uit wat secularisme is en welke functie het heeft. Het kan opgevat worden als een antwoord op de religieuze identiteitspolitiek van aartsbisschop William Goh die religie als politiek middel inzet dat tot radicalisering leidt. Hiermee besmet hij onbewust zijn eigen religie:

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘In defense of secularism; Polarization based on a politics of religious identity seems to be the most dangerous for democracies’ van Haldun Gülalp op openDemocracy, 19 november 2019.

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) vermengt religie met politiek. Hij wil ‘islamjongeren’ meer islam geven

leave a comment »


Het Parool plaatst vandaag een interview van de verdienstelijke journalist Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. Zwart schuwt controversiële uitspraken niet. Zo zei hij op een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden dat de overheid met het secularisme ‘zijn eigen godsdienst propageert’. Ook toen deed Soetenhorst er in Het Parool nauwgezet verslag van. In een commentaar van 1 oktober had ik kritiek op Zwart en op de Universiteit Utrecht dat iemand die deze uitspraken doet in dienst neemt er niet publiekelijk ter verantwoording voor roept: ‘Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit’. De scherts is dat genie aan domheid grenst. Zwart lijkt er door zijn uitspraken het voorbeeld van.

In welke werkelijkheid van welke eeuw leeft deze cross-culturele hoogleraar Tom Zwart? Hij stoft het controversiële beleid van de ‘compenserende neutraliteit‘ van de oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen af dat later door zijn opvolger Eberhard van der Laan resoluut bij het oud vuil werd gezet. Waarom is dit beleid dat Zwart verkondigt en neerkomt op de vermenging van politiek en religie ongewenst, ongelukkig en achterhaald? 1) Het kost de belastingbetaler geld dat in een religieuze organisatie gestoken wordt. 2) Het speelt de orthodoxe islam het meest in de kaart, en de liberale islam minder. 3) Het is in strijd met de scheiding van kerk en staat. 4) Het sluit jongeren met een Marokkaanse of Turkse etnische achtergrond eenduidig op in een religieuze omgeving wat hun emancipatie en integratie buiten eigen kring bemoeilijkt. 5) Het is in strijd met de ontwikkeling van Nederland waar jongeren afstand nemen van religie en zich er steeds minder door laten inspireren. CBS: ‘Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar’.

Wat Tom Zwart bezielt en waarom hij oude, weerlegde theorieën uit de kast haalt en bizarre uitspraken blijft doen is een wonder. Dat zijn werkgever, te weten de Universiteit Utrecht dat laat gebeuren en hem niet op het matje roept -want in dit interview profileert Zwart zich opnieuw met zijn functie aan deze universiteit zoals de kop verduidelijkt- is het grootste wonder. Het is al erg genoeg, maar verteerbaar dat Zwart als privé-persoon deze uitspraken doet, maar het is onverkwikkelijk dat hij met (stilzwijgende) toestemming van de Universiteit Utrecht en onder de dekking van de wetenschap zulke controversiële uitspraken kan blijven verkondigen.

Foto: Schermafbeelding van delen uit het interviewHoogleraar cross-cultureel recht: ‘Meer islam is nodig, niet minder’’ van Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht in Het Parool, 17 oktober 2019.

Journalisten van christelijke media wringen zich onnodig, ontstemd en tekortgedaan in bochten om het eigen bestaansrecht te claimen

leave a comment »

Het is vanwege de pluriformiteit goed dat er christelijke media zijn. Zoals het op dezelfde manier goed is dat er media zijn die zich door andere religies of levensovertuigingen laten inspireren. Waarom zou er trouwens in het veelvormige Nederland geen ruimte zijn voor christelijke media? Dat ter discussie stellen getuigt niet van ambitie en zelfvertrouwen. Dat is precies wat Anton de Wit in het opinie-artikelEr is ruimte voor christelijke media‘ in het Katholiek Nieuwsblad doet. Behalve hij stelt praktisch niemand het bestaansrecht van christelijke media ter discussie. De Wit doet net alsof hij in de bres moet springen voor bedreigde, christelijke media.

Het artikel van De Wit bewijst het omgekeerde van wat het claimt, namelijk het bedrijven van journalistiek die uitgaat van de feiten, als het de Nederlands Dagblad-journaliste Rinke Verkerk citeert die zegt: ‘dat juist de christelijke media vandaag de dag de feitelijkheid hooghouden, waar seculiere collega’s de waarheid voegen naar hun eigen overtuigingen.’ Dat is een uitspraak die niet hard te maken valt en niet van zorgvuldigheid en oprechtheid getuigt. De Wit buigt de waarheid bij en breekt daarmee zijn eigen geloofwaardigheid af.

Wat bedoelt De Wit trouwens precies met ‘seculiere collega’s’? Als hij dat plaatst tegenover ‘christelijke media’ dan creëert hij een valse tegenstelling. Niet alleen kunnen christenen werkzaam zijn voor niet-christelijke media, en omgekeerd, maar ook bestaat er geen tegenstelling tussen christelijke religies en het secularisme omdat het christendom samen met diverse religies en levensovertuigingen een plek vindt onder de paraplu van het secularisme. Het secularisme staat niet vijandig tegenover de christelijke religie.

De Wit maakt het nog bonter als hij opnieuw naar Rinke Verkerk verwijst en weer door selectief kijken een valse tegenstelling creëert: ‘Als voorbeeld noemde zij de discussie over ‘gender’, waarbij het wetenschappelijke gegeven dat er twee geslachten bestaan, glashard wordt ontkend om maar geen individuele gevoelens te kwetsen.’ Zonder concreet te maken wie dat precies ontkent probeert De Wit aan de hand van het activisme van een kleine minderheid tot een algemene uitspraak te komen.

De Wit generaliseert met zijn suggestie is dat alle niet-christelijke media ontkennen dat er twee geslachten bestaan. Dat is aantoonbaar onjuist voor wie de debatten op rechts-populistische en conservatief-liberale nieuwsmedia volgt. De identiteitspolitiek waar Verkerk en De Wit naar verwijzen houdt zich voornamelijk op in de links-radicale marge en die vergroten ze onterecht uit naar alle niet-christelijke media. Dat is een stropopredenering waarbij het standpunt van de andersoortige media bewust verkeerd wordt voorgesteld en vervolgens niet het werkelijke standpunt van die media wordt bestreden, maar een karikatuur ervan. Op hun beurt maken De Wit en Verkerk zich tot een karikatuur van een journalist.

Maar nog is het in het wilde weg schieten van De Wit niet ten einde als hij weer aanhaakt bij de opinie van Verkerk: ‘Zo zie ik een interessante ontknoping ontstaan. De journalistiek die het geloof van christelijke journalisten eerst afdeed als gevoel, en God opzij schoof voor feiten, schuift nu zelf feiten opzij voor geloof en maakt van gevoel een God.’ Dat is een vergaande conclusie van Verkerk die De Wit instemmend citeert over de hele Nederlandse pers inclusief NRC, de Volkskrant, Nieuwsuur, RTL Nieuws en NOS Journaal. De journalisten van deze media zouden de feiten opzij schuiven voor een geloof en een God die Verkerk en De Wit niet verder definiëren. Gelooft De Wit nou werkelijk zijn eigen opinie die het karakter van een persiflage op goede journalistiek aanneemt door anderen van slechte journalistiek te beschuldigen?

Wat Verkerk en De Wit beogen is bombastisch. Ze creëren een harde tegenstelling tussen christelijke en andersoortige media die in werkelijkheid niet duidelijk en vastomlijnd is. Want goede christelijke en andersoortige media gaan beide uit van de feiten en kwalitatief minder christelijke en andersoortige media gaan beide uit van een opinie of overtuiging met voorbijgaan aan de feiten. De Wit lijkt niet te beseffen dat hij met zijn opinie met niet bewijsbare en slecht onderbouwde aannames over het gebrek aan feitelijkheid van andersoortige media zichzelf in het domein van de media begeeft die hij zegt te bestrijden omdat ze hun gevoel vooropzetten. De Wit laat zich sturen door zijn gevoel minder waard te zijn dan andersoortige media.

Daarnaast proberen Verkerk en De Wit ook de strekking van hun christelijke geloof te verbreden door het te exporteren naar, en mentaal op te leggen aan andersoortige media. Want ze beweren dat journalisten van wat ze seculiere media noemen ‘van gevoel een God’ maken. Verkerk en De Wit claimen hiermee dat ‘seculiere journalisten’ zich onbewust laten inspireren door God. Waarbij ze vermoedelijk de God van het Nederlandse christendom die ze zo goed kennen als referentie hebben. Dat insluiten van niet-christenen tegen hun wil in de God van het Nederlandse christendom is echter een lastige missie. Het kan vooral opgevat worden als een achterhoedegevecht van een afkalvende christelijke bevolkingsgroep die grip verliest op de eigen omgeving, aan invloed verliest en krampachtig andersdenkenden het eigen gedachtengoed probeert op te leggen.

Verkerk en De Wit hebben alle recht om voor hun eigen achterban en de christelijke media op te komen. Dat recht wordt hun door niemand ontzegd. Dat doen ze echter niet door zelfvertrouwen uit te stralen, maar door valse tegenstellingen en verdachtmakingen te creëren. Dat heeft in eigen kring wellicht nut omdat het construeren van een gemeenschappelijke vijand (= seculiere journalistiek) voor even de eigen gelederen versterkt, maar voor de lange termijn beschadigt het de geloofwaardigheid van de christelijke journalistiek. Laten ze gewoon goede journalistiek bedrijven en zich niet bedienen van projecties, hersenschimmen en fictie. Als ze journalistieke kwaliteit in zich hebben dan dienen ze daarmee hun media beter dan met leugens en uitvergrotingen. Het is onnodig dat ze zich afzetten tegen de in hun ogen seculiere media die ze blijkbaar in zulke hoge mate als bedreigend spookbeeld ervaren dat ze er niet meer objectief over kunnen spreken.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelEr is ruimte voor christelijke media’ van Anton de Wit in het Katholiek Nieuwsblad, 3 oktober 2019.