Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 2: partijpolitiek

In een commentaar van 20 februari 2018 over de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 schreef ik het volgende: ‘Nog een maand campagne. Nog een maand leuzen, versimpelingen, verdraaiingen en de vermarkting van politici. Ik weet werkelijk niet of ik ga stemmen en als ik ga stemmen welke partij het wordt.

Dat ik het niet weet komt niet door een tekort aan politiek besef of interesse, maar door een teveel eraan. Wat moet ik met partijpolitiek, en krampachtige en onopvallende politici die naar mijn gunst dingen? Tegelijkertijd wil ik niet meedoen aan de retoriek van de stemmingmakers die tegen ‘de politiek’ schoppen. Ik ben voor de politiek. Hoe kan ik een stem voor de politiek uitbrengen, terwijl ik geen vertrouwen heb in de partijpolitiek en de huidige generatie politici? Ik ben nijdig dat partijen me voor het blok zetten met hun onheuse voorstelling.’

Slechte voorbeelden uit het buitenland stralen negatief af op de Nederlandse situatie. De onwaarachtige en leugenachtige verklaringen van Republikeinse vertegenwoordigers in het Amerikaanse Huis versterken het beeld dat het in de partijpolitiek niet gaat om het landsbelang, maar om persoonlijk belang. Wat krom is wordt recht verklaard en eigen fouten worden aan de concurrentie toegerekend. In de kern is partijpolitiek kinderachtig gedoe van grote mensen die in hun speeltuin een steeds nauwere blik op de werkelijkheid ontwikkelen totdat ze zelfs over zichzelf niet meer weten hoe nauw en verkeerd hun blik is.

Ik ken geen alternatief.  De partijpolitiek is leidend en gezaghebbende partijen staan hun macht niet vrijwillig af. Ontwikkelingen met burgerfora of loterijen om burgers bij het bestuur te betrekken blijven kleinschalig en lijken eerder een cosmetische operatie, dan een welgemeend streven van de macht naar machtsdeling en het teruggeven van macht aan de burger. Uit onderzoek blijkt dat er met name bij jongeren een groot engagement is en ze wakker liggen van maatschappelijke thema’s, maar zich niet kunnen identificeren met de partijpolitiek.

Wat de gevestigde partijen doen is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals, de banken en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden. Maar het terugtreden van Lodewijk Asscher als partijleider van de PvdA schetst het dilemma. Door transparantie en oprechtheid leveren hij en zijn partij aan macht in. In elk geval voorlopig. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een doodlopende weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Zie hier voor commentaar ‘Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL’ van 2 december 2020.

Foto: Minister Wiebes in gesprek met scholieren. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen, 2019.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL

Waar moet ik op stemmen bij de Tweede Kamer verkiezingen van 17 maart 2021? D66 valt af vanwege de uitgesproken religieuze Sigrid Kaag die bij het vrijzinnige D66 inhoud inwisselt voor marketing. GroenLinks valt af vanwege de naïviteit van de partijtop over de kandidaatstelling van de aan de Moslimbroederschap verbonden Kauthar Bouchallikht die met veel onregelmatigheden en slechte informatievoorziening gepaard gaat. GroenLinks slaat net als D66 de richting van de godsdienst in. FVD is racistische clownerie en geen politieke partij. PVV steunt met bedenkelijke overtuigingen autoritaire leiders en heeft geen serieus programma. Religieuze partijen steun ik per definitie niet. Hun drammerig gezalf en beroep op een hogere macht is daarnaast een extra argument om er weg te lopen. VVD moet maar eens afgelost worden en alle fraudeurs en profiteurs definitief de laan uitsturen en mentaal uit de schaduw van het bedrijfsleven treden. PvdA moet eens maar eens bewijzen dat het de weggeven waarden van de sociaal-democratie goed weet te vertegenwoordigen. SP zit in zichzelf verstrikt en kan beter omgebouwd worden tot een zorgfiliaal. De andere partijen zijn te klein om een beslissende rol te spelen.

Als ik desgevraagd tegen mensen in mijn omgeving zeg dat ik niet ga stemmen, dan krijg ik kritiek. Maar moet die kritiek niet gericht worden op de huidige generatie politici die er een potje van maakt en niet weet te overtuigen? Het is toch te simpel om de thuisblijvende kiezer daar de schuld van te geven? De oorzaak ligt op het Binnenhof.

Vaak wordt gezegd dat iemand niet naar de stembus gaat vanwege gebrek aan interesse in de politiek. Politici als Frits Bolkestein concludeerden ooit uit dat wegblijven dat de mensen dus tevreden zijn met de politiek. Maar ik vermoed dat voor steeds meer potentiële kiezers die zich tot de tanden toe geïnformeerd hebben het omgekeerde geldt. Ze gaan niet naar de stembus vanwege een teveel aan interesse in de politiek waarin ze geen vertrouwen weten te vinden. Het moge duidelijk zijn dat ik tot die groep behoor.

Ofschoon ik door veranderde omstandigheden in de komende drie maanden mijn mening kan wijzigen. Zeg nooit nooit en laat ruimte voor verandering. Wellicht kondigt zich nog een vrijzinnige, vrijdenkende partij aan die me politiek onderdak geeft. Op dit moment ben ik al jaren politiek dakloos. Ik hoor van steeds meer mensen in mijn omgeving dat ze dat ook zijn. Zodat we veel schommelingen en onverwachte uitslagen kunnen verwachten. Als er iets te melden is over de ‘veranderende omstandigheden’ die mijn stem beïnvloeden, dan doe ik er hier verslag van.

Foto: Uit commentaarWaarom ik niet op GroenLinks zal stemmen’ van Meindert Fennema op Joop, 19 november 2020.

Staphorst gaat massaal naar kerk tijdens coronacrisis. Iedereen is gelijk, maar religieuze organisaties zijn meer gelijk dan anderen

Volgens de aangescherpte maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Maar dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen en musea de uitzondering niet. Hoewel een gemeente ontheffingen kan verlenen.

Voor godsdiensten geldt een algemene uitzonderingssituatie. Dat ging dit weekend mis in Staphorst waar in een orthodox-protestantse kerk zich driemaal 600 gelovigen verzamelden. Daarop kwam vanuit politiek en samenleving veel kritiek. Want als iedereen in vrijheid wordt beknot, waarom de kerken dan niet? De eveneens protestante minister Carola Schouten (ChristenUnie) stelt dit voor als incident. Maar dat is een afleiding en daar gaat het in de kern niet om. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom maakt het kabinet daar geen gebruik van? Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties is bij nader inzien geen enkele rechtvaardiging te vinden.

Waarom geeft NRC Nida’s Nourdin el Ouali een softbal interview?

Religieuze partijpolitiek, het blijft wringen. Nida’s partijleider Nourdin el Ouali wordt geïnterviewd in NRC en zegt onder meer het volgende: ‘En ja, wij vinden de oplossingen voor al deze crises in de Koran. De wijze waarop we consumeren, het tegengaan van verspilling, het zorgen voor elkaar en je omgeving.’

De interviewers stellen El Ouali hierover geen vervolgvraag. Zoals ze alle kritische vragen achterwege lijken te laten. Het is nogal een uitspraak, namelijk dat de oplossing voor alle crisis in de Koran te vinden is. Meent El Ouali dit serieus of is het onderdeel van zijn politieke marketing? Men mag hopen dat laatste, want anders moet ernstig in overweging genomen worden dat hij een doorgedraaide relifanaat is.

El Ouali doet nog meer opmerkelijke uitspraken in dat interview, zoals: ‘Islamitische inspiratie is niet alleen voor moslims, het vindt weerklank in ieders geweten.’ Godallemachtig, dat is nog eens wat je annexatie van andersdenkenden noemt. Ik wil niet dat de islam of welke religie dan ook weerklank in mijn geweten vindt. Het is de fout die religieuze leiders of politici telkens maken en zo afkeurenswaardig maakt, namelijk ze willen andersdenkenden in ‘hun verhaal’ trekken. Ik gun ze hun religie van harte, maar met hun directe of in dit geval indirecte evangelisatie laten ze zichzelf kennen als onvolwassen en mateloos in hun annexatiedrift.

In 2018 memoreerde ik in het commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’ wat Nida in haar beginselprogramma heeft staan: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Pardon? Meerwaarde voor u en mij?

Bij nader inzien is het NRC-interview tamelijk kritiekloos en flauw. Het laat El Ouali ongestoord orakelen, maar spreekt hem niet aan op de controversiële beginselen van de partij waarvan hij de leider is. Ik begrijp dat een journalist niet moet oordelen, maar om dan ook het nuanceren achterwege te laten is weer het andere uiterste. Hebben de interviewers het beginselprogramma van Nida eigenlijk wel gelezen?

NRC moet zelf ook oppassen met de annexatiedrift van Nida. In het commentaar uit 2018 verwees ik naar een ander idee uit het beginselprogramma van Nida dat overigens niet meer terug te vinden is op de site. Namelijk een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert. Via een omweg zijn het religieuze instellingen als kerken en moskeeën, maar ook Museum Boijmans van Beuningen, die volgens Nida het openbaar bestuur moeten adviseren. Dit onthult het denken in cirkels van Nida. Want Boijmans die voor huisvesting, collectie en subsidie afhankelijk is van de gemeente, moet die gemeente tegelijk adviseren. Hoe onafhankelijk kan dat zijn? Tegelijk wil Nida de rol van de media terugbrengen als het suggereert dat ze minder bepalend moeten zijn voor de politieke agenda en het debat. Enfin, met dit interview heeft dat niet geholpen. Beide interviewers hebben Nida’s Nourdin el Ouali gratis publiciteit gegeven in zijn politieke marketing zonder hem hard aan te willen of durven pakken. In de VS heet dat een softball interview.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelNida wil in Tweede Kamer: ‘In de Koran vinden wij de oplossing voor alle crises’‘ van Sheila Kamerman en Lamyae Aharouay in NRC, 5 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van paragraaf uit beginselprogramma ‘25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam. Kopie  in eigen commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’.

Kaag verwijst publiekelijk zo vaak naar haar religieuze overtuiging en God dat het de vraag oproept wat het profiel van D66 is

In een vraaggesprek met Tijs van den Brink uit 2018 zegt Sigrid Kaag: ‘Ik heb juist het gevoel: de mens wikt, maar God beschikt’. Zij doet andere uitspraken over haar Rooms-Katholieke overtuiging, onder meer als antwoord op de vraag waarom ze als minister de eed aflegde: ‘Als je keuze hebt om op zo’n moment te verklaren dat je hoopt dat je de hulp van God hebt, dat God over je mag waken, zodat je verstandige of wijze besluiten kunt nemen, dat je ook voor jezelf behoed mag worden – want daar komt het soms ook een beetje op neer – voor je eigen domheid. De weging om het wél te doen was belangrijker dan om het niet te doen.’

Gisteren plaatste Johan Fretz een column in Het Parool met de titel ‘Er was een tijd dat ik vaak op D66 stemde’ waar ik het mee eens ben. Ook ik stemde nog in de jaren 1990 op D66. In de kern is het een rechtse partij vanwege het sociaal-economisch beleid dat met sociaal-culturele thema’s gecamoufleerd wordt. Maar ik verschil met Fretz over de aanvechting om op de nieuwe partijleider Sigrid Kaag te stemmen. Die aanvechting heb ik niet. Met het mes op de keel zou ik nog op Rob Jetten kunnen stemmen, maar absoluut niet op Kaag.

Zij heeft niet alleen een religieuze overtuiging, wat uiteraard toegestaan is, maar gebruikt die in de publiciteit om zich te profileren. Zoals in het vraaggesprek met Van den Brink. Daar raakt ze me kwijt. Zij zou haar geloof ook voor zichzelf kunnen houden, zoals politici vaak privé en zakelijk scheiden, maar dat doet zij niet.

Kaag maakt haar religieuze overtuiging tot een aspect waarmee zich zich in de publiciteit profileert. Ook dat is uiteraard toegestaan, maar bij mij roept het wel de vraag op of het profiel van Sigrid Kaag nog wel past bij het profiel van D66. Als D66 al een min of meer omlijnd profiel heeft. Past het in de openbaarheid praten over de individuele religieuze overtuiging niet eerder bij CDA of SGP dan bij D66? Zo tekent zich in het D66 van Kaag een dubbele ontkenning aan van het eigen gedachtengoed: de partij is niet ondubbelzinnig vrijzinnig en niet centrumlinks met de ambitie van bestuurlijke vernieuwing, maar centrumrechts met het streven naar macht.

Anders gezegd, via een omweg roept de religieuze profilering van Kaag de vraag op of het huidige D66 nog wel de partij van de vrijzinnige Boris van der Ham en Boris Dittrich is. Op de site van D66 bestaat de pagina ‘vrijzinnigheid’ niet meer of de verwijzingen naar ‘vrijzinnig’. Die verwijzingen lijken afgezwakt of weggewerkt te zijn. Ik vraag me af hoeveel ruimte vrijzinnigen bij het D66 van Kaag, die zich in het openbaar beroept op God, nog kunnen vinden. Ik stem uit principe niet op religieuze of pseudo-religieuze partijen. Dreigt die zelfprofilering van Kaag met haar religieuze overtuiging niet de olifant in de kamer van D66 te worden?

Mijn kritiek is niet dat Kaag gelovig is. Ik ontzeg niemand een religieuze overtuiging. Dat zou onverdraagzaam zijn en tegen de grondrechten ingaan. Wat ik me afvraag is hoe Kaags religieuze overtuiging waarmee ze bewust naar buiten treedt zich verhoudt tot het gedachtengoed van D66. Ik vraag me af of dit besproken is met de spindoctors van D66 die de campagne begeleiden. Zoals campagneleider Frans van Drimmelen. Dit gaat over het vasthouden aan het eigen gedachtengoed, en de geloofwaardigheid en koersvastheid van een politieke partij. Het kan zijn dat de vrijzinnigheid van D66 in de praktijk allang afgeschaft is zoals ook de bestuurlijke vernieuwing in de praktijk afgeschaft is. Dan is Kaags nominatie en haar behoefte om publiekelijk naar haar religieuze overtuiging te verwijzen een bevestiging van de normalisering van D66 waarin oude eigenheden of onregelmatigheden zijn weggewerkt. Of de verwijzingen naar vrijzinnigheid preventief zijn weggewerkt als rode loper voor een opkomst van Kaag is vergezocht, maar roept dit allemaal wel op.

Een partijleider behoort overtuigend aan te sluiten bij de kernwaarden van een partij en daar geen vragen over te laten ontstaan. Ik ben van mening dat door de profilering van Kaag vragen opgeroepen worden over de kernwaarden van D66. Wat Kaag afgelopen jaren deed door te verwijzen naar haar religieuze overtuiging hebben andere leiders van D66 nooit publiekelijk gedaan. Dit is voor mij nieuw in D66. Ik kende het wel binnen de SGP en zelfs daar werd door iemand als Bas van der Vlies het onderscheid gemaakt tussen een individuele overtuiging en de werking van religie als politiek middel. Bij Kaag blijft dat in het midden hangen.

Keer het eens om. Wat voor reuring zou het geven als een christelijke partij als CDA, SGP of CU of een partij die zich inspireert op de islam een partijleider zou hebben die in het openbaar telkens verwees naar het eigen atheïsme of agnosticisme? Van Van Mierlo, Terlouw, Dittrich, Engwirda, Borst, De Graaf, Brinkhorst of Pechtold heb ik nooit gehoord dat ze zich publiekelijk beriepen op hun religieuze overtuiging (als ze die al hadden).

Dat Kaag dit wel doet doet me afvragen of ze wel volgens de partijlijn handelt of daar van afwijkt en zoja, wat dat dan zegt over het leiderschap en het teamspel van Kaag en de vraag wat voor partij D66 eigenlijk (nog) is.

Foto: Schermafbeelding van deel interview van Tijs van den Brink met Sigrid Kaag, 21 oktober 2018 op lazarus.nl.

De Reuver is neerbuigend over het secularisme en de moderniteit

De oud-predikant en oud-bijzonder hoogleraar geschiedenis van de gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond Arie de Reuver schrijft in zijn columnOok crisistijd is genadetijd’ van 4 april 2020 in het Reformatorisch Dagblad geen profeet te zijn om vervolgens tot de volgende uitspraak te komen: ‘Voor het gros van de hedendaagse bevolking is het leven voorbij zodra het hart het begeeft’. De Reuver geeft zijn interpretatie van de gevolgen van het secularisme en de moderniteit: ‘De geestesblik reikt niet verder dan de einder. Omdat er met het instrument van intellect en observatie geen land daarachter te bekennen valt, is het er ook simpelweg niet. Want zekerheid kun je in alle nuchterheid alleen maar hebben over dingen die te constateren en te vatten zijn. De rest is fictie en illusie. Zo luidt de slotsom van de moderniteit.’

De Reuver gooit een hoop overhoop en overtuigt naar mijn idee niet. Laat ik het anders zeggen, ik toon vanwege de sociale cohesie, de tolerantie voor anderen en de vrijheid van godsdienst respect voor zijn christelijk-gereformeerde gedachtengoed. Ofschoon ik het daar op maatschappelijke en ontologische gronden niet mee eens ben. Maar Nederland is een pluriform land met duizenden godsdiensten, levensovertuigingen, nihilistische of sceptische stromingen waar het onvruchtbaar is om elkaar de maat te nemen en te krenken.

Voor de duidelijkheid, de meerderheid van Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door religie. Ik respecteer dat De Reuver in deze column in een orthodox-christelijk medium voor eigen parochie preekt en daardoor wellicht selectief en kort door de bocht opereert en in eigen groepstaal vervalt. Het is hem gegund.

Maar ik vind het ongelukkig dat het gedachtengoed dat De Reuver aanhangt hem brengt tot neerbuigendheid jegens andersdenkenden en de moderniteit. Zijn suggestie is dat het secularisme leidt tot geestesarmoede en een platte levensvisie. Blijkbaar is het belijden van zijn christendom in eigen kring niet voldoende en acht hij het nodig om zich af te zetten tegen andersdenkenden. Waarom doet hij dat? Of uit deze opstelling blijkt dat het geloof van De Reuver niet overtuigend is en hij externe mikpunten nodig heeft om het legitimiteit en reliëf te geven waarmee hij zich in eigen kring kan waarmaken is de vraag die hij zelf het beste kan beantwoorden.

Het is niet dat De Reuver verweten hoeft te worden dat hij bewust een verkeerde interpretatie geeft van het secularisme. Het is zijn goed recht om iets niet te begrijpen of om kerkpolitieke redenen net te doen alsof hij iets niet begrijpt. Hierin staat hij als orthodoxe christen niet alleen. Het secularisme is een politieke filosofie waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen als gelijkwaardig worden beschouwd en door de nationale rechtsstaat gegarandeerd zijn. Het secularisme is niet pro- of anti-religieus, maar neutraal jegens alle religies en levensovertuigingen. Het laatste jaar blijkt dat duidelijk in het publieke debat in India waar de moslims een beroep doen op het secularisme omdat ze door de nationalistisch-hindoeïstische regering van premier Moti in het nauw worden gebracht. Hij dreigt hun hun grondrechten te ontnemen. Het secularisme biedt bescherming voor niet-dominante godsdiensten die geen staatsgodsdienst zijn of van de staat een voorkeursbehandeling krijgen. Wat De Reuver verweten kan worden is dat hij onnodig het secularisme en de aanhangers ervan tracht te kleineren. Hiermee geeft hij geen positief beeld van de stroming van het christendom die hij aanhangt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnOok crisistijd is genadetijd’ van Dr. A. de Reuver in het Reformatorische Dagblad, 4 april 2020.

Houdt Erdogan zijn ramkoers vol tegenover de VS? Sancties zouden ondoelmatig zijn omdat Allah aan de kant van Turkije staat. Echt?

Het gaat niet goed met de Turkse economie. De Turkse lira is in een dag 11% in waarde gedaald, volgens een bericht van Bloomberg. Investeerders zijn in paniek. De vrees bestaat dat Erdogan het hard speelt en niet zal inbinden voor Amerikaanse eisen. Aanleiding zijn spanningen met de VS vanwege de Amerikaanse predikant Andrew Brunson  die volgens Washington op valse beschuldigingen twee jaar geleden gevangen is genomen omdat hij een aandeel zou hebben in de vermeende coup van Gülen. Er bestaan meer spanningen met Turkije, onder meer vanwege de Turkse toenadering tot de Russische Federatie en de mogelijke plaatsing van Russische S-400 raketten. Turkije is lid van de Navo. Afgelopen woensdag stelde de VS sancties in.

President Erdogan bespeelt zijn basis door te beweren dat sancties niet doelmatig zijn omdat Allah aan de kant van Turkije staat. Tegelijk is trouwens een Turkse regeringsdelegatie naar Washington afgereisd om te onderhandelen  Het beroep op een hogere macht is het voorrecht van religieus geïnspireerde politici. Maar godsdienst geeft eerder een afleiding dan een oplossing van problemen. Ook Amerikaans evangelische christenen die willen dat hun predikant Brunson uit de Turkse gevangenis bevrijd wordt zullen claimen dat God aan hun kant staat. Dat is de botsing tussen Goden. God kan voor vele karretjes gespannen worden om bevolkingen te mobiliseren of manipuleren. Stalin merkte ooit op over paus Pius XII hoeveel divisies hij had. Zo kan nu gevraagd worden hoeveel steunfondsen die Allah heeft om de Turkse economie te ondersteunen.

Opnieuw de lange tenen van de islam (3). Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

Vandaag kreeg ik onderstaand bericht per email van WordPress waarin het aangeeft dat op last van de Pakistaanse overheid een blogpost in Pakistan wordt geblokkeerd wegens blasfemie en het kwetsen van de gevoelens van moslims ‘rond Pakistan’.  Het gaat om het commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012 met bovenstaande cartoon. De actie van de Pakistaanse overheidsdienst Pakistan Telecommunication Authority (PTA) bevestigt het vermoeden dat er binnen de islam weinig gevoel voor humor en tolerantie voor satire bestaat. Zie hier voor een verslag van eerdere meldingen van de PTA en de blokkade in Pakistan van delen van dit blog.

Foto: Cartoon van  Adam Zyglis in Commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012.

Het zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand

Update 9 december 2020: GroenLinks krijgt kritiek omdat het Kauthar Bouchallikht op nummer 9 van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer heeft gezet. Zij was tot 1 december 2020 via een jongerenvereniging gelieerd aan de Moslimbroederschap. De leiding van GroenLinks lijkt niet tot in detail te hebben begrepen waar Bouchallikht voor staat en wil achteraf niet toegeven dat de screening onvoldoende is geweest en ze niet bij het karakter van de partij past. Die vrijheid heeft GroenLinks, maar het is de vraag of het deze publicitair zeurende kwestie goed behandelt. De vergelijking met een alliantie voor de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen in 2018 van SP, PvdA en GroenLinks met de islamitisch geïnspireerde partij NIDA is treffend. Vanwege de overeenkomst tussen de kwestie Kauthar Bouchallikht en de kwestie NIDA herplaats ik onderstaand commentaar.

Het ontbreekt de linkse partijen aan een goede antenne. De fout die ze maken is dat ze niet inzien dat deze islam-fundamentalisten in vorm modernistisch zijn, maar niet in inhoud. Met de aan de Moslimbroederschap gelieerde Tariq Ramadan maakten de gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit dezelfde fout. De linkse partijen laten zich door schone schijn van conservatief-religieuze opvattingen verleiden die in tegenspraak met hun uitgangspunten zijn. Vaak komt daar nog antisemitisme bij. In onderstaand commentaar concludeer ik: ‘De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis.’ 

In een opinie-artikel voor NRC geeft de Rotterdamse hoogleraar Sociologie Willem Schinkel commentaar op het opbreken van het zogenaamde Links Verbond in Rotterdam. Dat was een samenwerking tussen de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP en de islamitsch geïnspireerde partij NIDA die een maand geleden werd gesloten en deze week uit elkaar viel. Aanleiding voor die breuk was was een tweet van vier jaar geleden van NIDA waar het geen afstand van wilde nemen: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidmeningsuiting’. Schinkel hangt aan deze tweet zijn hele betoog op. Door deze bijziendheid die zich ook vertaalt in een dualisme dat de politiek in een links-rechts frame vangt, mist hij de essentie voor de breuk. Dat zijn de principes van NIDA.

Schinkels artikel roept de vraag op of hij wel doorziet wat NIDA’s principes zijn en de partij beoogt. Schinkel lijkt zich te laten sturen door de actualiteit en partijpolitiek gehakketak. Hij kijkt niet naar de echte oorzaak voor de breuk. NIDA zegt in het beginselprogramma 25 CONCRETE IDEEËN: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Volgens NIDA is geloofsbeleving geen particuliere zaak, maar moet die in de publieke ruimte, openbaar bestuur en de publieke voorzieningen doorgevoerd worden.

NIDA rekt de scheiding van kerk en staat op. Is dat gewenst? Valt dat te verenigen met de opvatting van de nationale rechtsstaat? Daar gaat het echte verschil in opvatting tussen de drie linkse partijen en NIDA om. Schinkel creëert valse tegenstellingen. Het is niet voldoende om in een soort gemakzuchtig pamflettisme en verwijzing naar racisme en ‘witte politici’ die het bij de linkse partijen voor het zeggen hebben triomfantelijk te concluderen dat de vijand van mijn vijand een vriend is. Het gaat erom wat de principes van NIDA zijn en of die passen bij vrijzinnige partijen als SP, PvdA en GroenLinks die hun waarden als uitgangspunt hebben.

Ja, Wierd Duk is een rechtse onruststoker. Ja, Joost Eerdmans is een rechtse scherpslijper. Ja, Thierry Baudet is een rechts-extremistische opportunist met racistische neigingen in zijn partij. Ja, Geert Wilders is een islamhater. Ja, het debat in Rotterdam wordt fel gevoerd en de links-rechts tegenstelling wordt er aangedikt. Maar wat zegt dat dan nog over NIDA? Het terecht afkeuren van rechts is niet voldoende om het links-conservatieve of conservatief-religieuze NIDA blindelings te omarmen of het voor deze partij op te nemen.

Ik begrijp hoe iemand die zegt seculier, vrijdenkend of atheïstisch te zijn zich niet kan verenigen met de principes van NIDA. Deze partij wil terug naar de verzuiling van eind 19de eeuw. Ik ben het met dit principe van religie die zich uitgesproken manifesteert in publieke ruimte en openbaar bestuur fundamenteel oneens. Het valt niet in te zien hoe een partij die zich als vrijzinnig beschouwt en ondubbelzinnig de rechtsstaat onderschrijft -inclusief scheiding van kerk en staat- een partij als NIDA met zulke standpunten kan steunen.

En wat moeten kunstliefhebbers denken van een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert? Het is een krankjorum idee, een moskee die samen met een museum als Boijmans het openbaar bestuur adviseert en daar via een aparte raad onderwerpen voor agendeert. Dit is opnieuw een tactiek van NIDA om via de zijdeur de scheiding van kerk en staat op te rekken. NIDA depolitiseert de politiek door het te vermengen met het middenveld. Dat is de weg naar het corporatisme waarbij allerlei onverkozen groepen in een vaag verband een beslissende rol in de besluitvorming krijgen.

Ik vraag me werkelijk af of de landelijke en Rotterdamse leiders van SP, GroenLinks en PvdA de principes van NIDA wel goed tot zich hadden laten doordringen toen hun Rotterdamse afdelingen met NIDA een Links Verbond sloten. Hoewel Lilian Marijnissen (SP) vanaf het begin sceptisch was en zei het zelf niet gedaan te hebben. Maar wat de landelijke leiders van PvdA en GroenLinks bezielde toen ze dachten dat hun eigen gedachtengoed verenigbaar was met dat van NIDA blijft een raadsel. Ook na het verbreken van het verbond.

De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis. NIDA verdient het om op de principes die het voorstaat beoordeeld te worden. Niet op goede bedoelingen of slachtofferschap. Of een al te eenvoudige links-rechts tegenstelling die de positie van NIDA moet verklaren, maar die eerder vertroebelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRacisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op’ van Willem Schinkel in NRC, 14 maart 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van paragrafen uit beginselprogramma25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam.