George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Hillary Clinton

Voor- en nadelen van het Kennedy-model voor de Democratische partij: Beto en Buttigieg

leave a comment »

In een artikel voor Politico gaat Peter Canellos in op de strijd om de nominatie bij de Democraten. Het leest als analyse, maar ook als aanbeveling van een bepaald type kandidaat. Vele presidentskandidaten lopen zich warm om het in 2020 op te nemen tegen president Trump die waarschijnlijk de Republikeinse kandidaat wordt. Onvoorziene omstandigheden daargelaten. Canellos zoomt in op de kandidaten Beto O’Rourke en Pete Buttigieg die er volgens hem alles aan doen om te suggereren dat in hen de geest van de Kennedy-dynastie herleeft. Ze zijn respectievelijk 46 en 37 jaar oud en betrekkelijke nieuwkomers. Dat kun je van de andere mededingers Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Joe Biden, Amy Klobuchar of Kamala Harris niet zeggen.

JFK was in 1960 niet de meest linkse kandidaat en evenmin degene met de beste geloofsbrieven, maar hij wist wel het beste de hoop en dromen van het electoraat samen te vatten. Dat positivisme lijkt in 2020 het beste wapen tegen president Trump die verdeelt, fragmenteert, chaotisch opereert en geen hoop op een betere toekomst, maar ondergangsfantasieën biedt. Trumps droom is gitzwart en negatief. Het beslissende feit was dat JFK een jonge nieuwkomer was (toen 43), charisma en stijl had en zicht op een andere toekomst bood.

Volgens Canellos is het volgen van dit Kennedy-model de enige manier voor de Democraten om het Witte Huis te veroveren en hebben presidenten als Bill Clinton en Barack Obama zich daar ook aan gehouden: ‘Verre van een anachronisme te zijn, is de evangelische stijl van leiderschap van JFK nog steeds het krachtigste wapen van de Democraten. Die stijl is niet alleen een bewezen route naar het Witte Huis, maar is al meer dan een halve eeuw letterlijk de enige weg voor een Democraat om het Witte Huis te winnen.’ Dat is de reden dat ‘Beto’ en Buttigieg hun Kennedyheid benadrukken. Hun achtergrond maakt dat geloofwaardig zoals de auteur uitlegt. Overigens is dat model ook een gevangenschap waar Democratische kandidaten niet omheen kunnen.

Canellos wijst nog op een wetmatigheid die in Nederland ook voor GroenLinks geldt: ‘(..) kiezers houden van democratische waarden en ambities, maar zijn doodsbang voor democratische wetgeving. Kennedy’s vaagheid ten aanzien van beleid was net zo belangrijk voor zijn succes als zijn precisie in het formuleren van de uitdagingen van de jaren ’60.’ In Nederland lijkt dat op dit moment door de opstand van onderop tegen het klimaatakkoord aan de orde te zijn. Dat moet de strategen van GroenLinks te denken geven. Hun waarden en ambities vinden optimale steun zolang die niet omgezet worden in wetgeving. Om dit in de beeldvorming te benadrukken moet Jesse Klaver zich tegelijk machtig en onmachtig tonen. Dat is onmogelijk. Het risico is dat hij een achterhaalde belofte wordt die door zijn opponenten kan worden afgedaan als een snotneus.

In de Democratische partij zijn vaandeldragers van de linkse vleugel als de afgevaardigden Alexandria Ocasio-Cortez en Ilhan Omar opgekomen na de tussentijdse verkiezingen van 2018 waar trouwens de gematigde, Democratische kandidaten het meeste succes boekten. In de partij is de spanning tussen de gematigde en linkse vleugel toegenomen. Huisvoorzitter Nancy Pelosi probeert daar vaardig mee om te gaan door de progressieven wat ruimte te geven, maar de partij te laten blijven focussen op het hoofddoel: het behoud van de meerderheid en die zelfs te veroveren in de Senaat, en het verslaan van Trump met een programma dat aanvaardbaar is voor kiezers in het centrum. Het is de vraag of Pelosi steun of last heeft van interventies van politici als oud-president Obama die meent te moeten waarschuwen tegen de starheid van de linkse vleugel.

De les van de in 2016 falende kandidate Hillary Clinton was dat ze zo op het eerste oog drie nadelen had: 1) geen nieuwkomer, maar onderdeel van het politieke establishment waar de kiezers op uitgekeken waren; 2) sociaal-economisch een centrumkandidaat die sterk leunde tegen het establishment van Wall Street wat ze met een progressieve identiteitspolitiek (vrouw!) vergeefs en potsierlijk probeerde te neutraliseren; 3) geen ontspannen stijl, geen charisma en geen persoon die door de kiezers in het midden iets gegund werd.

‘Beto’ staat bekend als een gematigde kandidaat die zich probeert te onttrekken aan de radicalisering van beide grote partijen. Wat trouwens niet wil zeggen dat hij zich tot kandidaat van het bedrijfsleven laat maken zoals Hillary Clinton. Buttigieg stelt zich eerder progressief op en volgt als openlijke homoseksueel deels de linkse identiteitspolitiek. Volgens het model dat Canellos schetst lijkt ‘Beto’ voor 2020 dan ook beter in het patroon te passen van een kandidaat die met stijl, charisma en het levendig houden van het dromen over een betere toekomst en een redelijk vaag, maar net concreet genoeg politiek programma de strijd tegen Trump kan winnen. Ofschoon Canellos die conclusie niet trekt. De linkse vleugel moet uiteraard niets hebben van de charismatische mannetjesmakerij van ‘Beto’ die ten koste gaat van partijprogramma en -organisatie. De paradox is dat juist iemand als Alexandria Ocasio-Cortez haar charisma en stijl inzet om haar linkse politiek te realiseren. Het valt niet in te zien waarom een gematigde kandidaat dat niet evengoed zou kunnen doen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWhy Beto and Buttigieg Pretend to Be Kennedys; Decades after JFK and RFK were killed, the family’s political style remains the Democratic Party’s only winning path to the White House’ van Peter Canellos op Politico, 7 april 2019.

Advertenties

Eindrapport van commissie Collins uit Lagerhuis beveelt onderzoek naar Russische inmenging in Britse verkiezingen aan

with 4 comments

In 2016 werd de wereld opgeschrikt door twee gebeurtenissen: in juni in het Verenigd Koninkrijk de uitslag van het Brexit-referendum waarbij 51,9% stemde voor uittreding uit de EU en in november de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president. De wereld is hier twee jaar later nog steeds niet van bekomen.

De uitslagen riepen niet alleen de vraag op hoe het had kunnen gebeuren, maar ook of het wel echt gebeurd is. Ging het bij nader inzien wel om geldige uitslagen die op een legitieme manier tot stand waren gekomen?

Die vragen werden wel opgeworpen, maar werden doelmatig gepareerd door de winnaars die de vragenstellers afschilderden als slechte verliezers. Waarbij het de vraag was met assistentie van wie deze verdedigingsmuur werd opgebouwd om kritische vragen over de legitimiteit te neutraliseren. Want het is consistent en logisch om te veronderstellen dat als er buitenlandse inmenging bij het Brexit-referendum en de verkiezing van president Trump bestond die eveneens zou bestaan om het onderzoek hiernaar te blokkeren of ruimschoots van desinformatie te voorzien. Omgekeerd beredeneerd bevestigt een continue desinformatie-campagne na 2016 over de legitimiteit van beide uitslagen dat er iets fundamenteels schort aan die legitimiteit.

Twijfel over de resultaten bestond vanaf het begin toen steeds meer berichten over Russische inmenging in de serieuze journalistiek opdoken, maar ook toen op 6 januari 2017 vlak voor het aantreden van Trump de Amerikaanse inlichtingendiensten het rapportAssessing Russian Activities and Intentions in Recent US Elections’ uitbrachten. Met als kern: ‘We assess Russian President Vladimir Putin ordered an influence campaign in 2016 aimed at the US presidential election. Russia’s goals were to undermine public faith in the US democratic process, denigrate Secretary Clinton, and harm her electability and potential presidency. We further assess Putin and the Russian Government developed a clear preference for President-elect Trump.’

De aandacht ging hierbij uit naar president Trump die geen moeite spaarde om de Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 te bagatelliseren en onderzoeken hiernaar tegen te werken. Toen na het ontslag door Trump van toenmalig FBI-directeur James Comey de toenmalige minister van Justitie Jeff Sessions de benoeming van een speciale aanklager naar de Russische inmenging door verantwoordelijk onderminister Rod Rosenstein niet blokkeerde was Trump ziedend. Speciale aanklager Robert Mueller ging in mei 2017 aan het werk en heeft talloze medewerkers van de Trump campagne aangeklaagd, van wie velen schuld hebben bekend. Ook Russen zijn aangeklaagd. Wanneer zijn eindrapport verschijnt is nog onduidelijk.

Inmiddels heeft het Huis van Afgevaardigden dat sinds januari 2019 een Democratische meerderheid heeft aangekondigd om het Rusland-onderzoek in breedte en diepte uit te breiden, naar onder meer de financiële achtergronden (witwassen via verkoop van vastgoed) van de Trump organisatie. Huis-commissies gaan de rode lijn over die Mueller niet over wilde of kon gaan. Het idee bij velen is dat voor de korte termijn de obstructie van het onderzoek door Trump en zijn medestanders relatief het makkelijkst te bewijzen is, maar ook dat de malversaties die de hechte verweving van Trump met de Russische maffia gedurende tientallen jaren aantonen Trump, zijn familie en zijn organisatie door ontmanteling voorgoed onschadelijk zal maken.

Zelfs als dat Maffia-achtig opereren van Trump aangetoond en door beide partijen geaccepteerd wordt en eindigt met afzetting (impeachment), dan wil dat nog steeds niet zeggen dat Trump zijn presidentschap op onregelmatige manier verworven heeft. Het is opvallend dat tot nu toe de Amerikaanse politiek terughoudend is geweest in het ter discussie stellen van de legitimiteit van Trumps presidentschap. Op progressieve Democraten als Maxine Walters na die over Trump zeiincapable of being a legitimate president’. Dat heeft te maken met de positie van een Amerikaanse president die volgens de grondwet een functie heeft die boven alle partijen verheven is. Maar als Trump de grondwet met voeten blijft treden zoals hij nu doet door op valse gronden de noodtoestand uit te roepen voor de bouw van een muur aan de grens met Mexico, dan beschadigt hij niet alleen de functie van het presidentschap, maar ook zijn eigen positie als president. Daarbij komt dat hij door samenwerking met het Kremlin de nationale veiligheid van de VS steeds meer op het spel zet.

De tegenprestatie van het Kremlin voor de hulp die Trump de Russen geeft kan niet anders dan hulp bij zijn verkiezing zijn. Quid pro quo, ofwel ‘voor wat, hoort wat’. Afgelopen jaren is hierover overvloedig bericht en is de rol van de Russische Trol-fabriek Internet Research Agency in Sint Petersburg en de sociale media overvloedig belicht. Het Wikipedia lemmaRussian interference in the 2016 United States elections’ geeft de details en bijna 500 voetnoten met verwijzing naar publicaties. Maar dan nog is het niet glashard aan te tonen dat Trump dankzij de inmenging van het Kremlin president is geworden. Het is zeer aannemelijk omdat de marges klein waren met slechts 77.000 stemmen verschil die in drie swing states (Pennsylvania, Wisconsin en Michigan) Trump over de drempel hielpen. Opmerkelijk is dat de Groene kandidaat Jill Stein die in december 2015 met Putin (en Mike Flynn) aan tafel zat in Moskou in twee van deze drie staten meer stemmen behaalde dan het verschil tussen beide belangrijkste kandidaten Clinton en Trump bedroeg.

Aandacht voor de legitimiteit van het Brexit-referendum is zowel in media als in politiek kleiner geweest dan de aandacht voor de legitimiteit van Trumps verkiezing tot president. Dat kan verklaard worden door de kortzichtigheid en chaos waarin de Britse politiek is beland waardoor het nog uitsluitend aandacht heeft voor zichzelf als partij, en het Brexit-proces. In de journalistiek hebben The Guardian en openDemocracy wel volop kritische aandacht besteed aan alle onregelmatigheden rond de Leave-campagne in het Brexit-referendum, en dan in het bijzonder de rol van miljonair en UKIP-sponsor Arron Banks. Lees hier de onderzoeken daarnaar van openDemocracy. Het vermoeden bestaat dat tegen de wet in Banks buitenlands (Russisch) geld heeft doorgesluisd en dat de Leave-campagne door oneigenlijke constructies meer besteed heeft dan wettelijk was toegestaan. Dat roept de vraag op hoe legitiem het Brexit-referendum is en de bijkomende vraag of dat geen tweede referendum rechtvaardigt die de onregelmatigheden uit 2016 kan overstemmen. Het ging om een kleine meerderheid van 1,270 miljoen stemmen op een totaal van 33,55 miljoen uitgebrachte stemmen.

Vandaag is het eindrapportDisinformation and ‘fake news’: Final Report’ van de Digital, Culture, Media and Sport Commissie onder voorzitterschap van Damian Collins (Conservatieven) van het Britse Lagerhuis verschenen waaruit hierboven enkele afbeeldingen zijn te vinden. Paragraaf 273 is een oproep aan de regering May om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de Russische inmenging bij de algemene verkiezingen van 2017, het Brexit-referendum van 2016 en het Schotse referendum in 2014. De toelichting waarom dat gewenst is leest als een waslijst van onregelmatigheden en een relativering van de legitimiteit van de uitslag van deze verkiezingen, waaronder het Brexit-referendum. Het leest ook als een verwijt aan de regering May waarom het niet net als in de VS onafhankelijke onderzoeken heeft ingesteld naar de Russische inmenging bij verkiezingen. Het lijkt erop dat het Verenigd Koninkrijk een fikse achterstand heeft opgelopen bij de VS dat door benoeming van speciale aanklager Robert Mueller al sinds mei 2017 diepgaand onderzoek verricht. Wat ook als les voor de toekomst onderzocht kan worden benoemt de commissie Collins pijnlijk en onomwonden: ‘buitenlandse beïnvloeding, desinformatie, financiering, manipulatie van kiezers en het delen van gegevens’.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen uit het eindrapportDisinformation and ‘fake news’: Final Report’ van de Digital, Culture, Media and Sport Commissie van het Britse Lagerhuis, publiekspublicatie 18 februari 2019.

Hoe uitsluitend is de tegenstelling tussen identiteitspolitiek en sociaal-economische politiek? Vraag én antwoord aan Ian Buruma

with 2 comments

Reactie op het artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in de NRC van 8 november:

Mee eens dat in het centrum de meeste stemmen zijn te halen voor de Democraten. Dat wezen de tussentijdse verkiezingen uit, waar gematigde kandidaten het het beste deden. Velen zien daarin voor 2020 een goede uitgangspositie voor voormalig vice-president Joe Biden. Dat is niet het hele verhaal. Ian Buruma beperkt zich tot de tegenstelling radicaal-gematigd en gaat niet in op andere tegenstellingen die erop van invloed zijn.

Het verwijt dat Democratische congresleiders als Nancy Pelosi en Chuck Schumer treft is dat ze ‘corporate’ zijn. Hillary Clinton die met haar januskop van linksig lullen en rechts vullen bij velen haar geloofwaardigheid verspeelde is daar het treffende voorbeeld van. Deze Democraten zitten in het ergste geval in de zak van het bedrijfsleven of schurken daar op z’n minst tegen aan. In dit verband is het veelzeggend dat de grootste Democratische sponsor Tom Speyer die zich kan meten met Republikeinse sponsors als Sheldon Adelson en de Koch broers zich niet alleen ziet als ‘kingmaker’, maar ook zelf ambities heeft om presidentskandidaat te worden in 2020. Hetzelfde schijnt te gelden voor Mike Bloomberg. Dit tekent de gebreken van het politieke bestel van de VS, namelijk de allesbepalende macht van het grote geld en miljardairs die de politiek opkopen. De financiering gaat via zogenaamde ‘Super PACs’ die nauwelijks aan voorwaarden zijn gebonden en sinds 2010 door enkele gerechtelijke uitspraken almachtig zijn en het politieke systeem in bezit hebben genomen.

Buruma neemt niet in overweging dat identiteitspolitiek van radicaal-links ook een antwoord is op de macht van het grote geld binnen de Democratische partij. Ofwel, identiteitspolitiek is meer dan identiteitspolitiek. De allesbepalende rol van sponsors als Steyer en Bloomberg trekt de partij naar rechts omdat deze miljardairs met hun economische belangen de status quo verdedigen. Identiteitspolitiek valt daarom op te vatten als een reactie uit machteloosheid én een afleiding. Want wie beseft geen invloed te hebben op sociaal-economische factoren als inkomensverschillen en machts- en eigendomsverhoudingen omdat dat voorbehouden is aan het bedrijfsleven en rijke sponsors die op een hoger politiek niveau opereren kiest uit chagrijn en opstandigheid eieren voor z’n geld in de wel toegestane en haalbare invloed op de sociaal-culturele identiteitspolitiek. Als het niet voor zichzelf is als witte man, dan voor anderen met wie men zich identificeert. De macht gebruikt die identiteitspolitiek als afleiding en uitlaatklep om het debat over sociaal-economische aspecten te blokkeren.

De aan de Democratische partij gelieerde ‘onafhankelijke’ Senator Bernie Sanders die door de ‘corporate’ Democraten niet echt wordt vertrouwd, laat staan in het hart wordt gesloten, probeert de sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten te integreren. Vanwege de focus en achtergrond van zijn supporters kan hij niet om de identiteitspolitiek heen en is dat trouwens ook een prima middel om kiezers mentaal aan hem te binden. Maar de hoofdzaak voor Sanders is de verandering van sociaal-economische aspecten. In de zin dat de VS egalitairder wordt in de aloude traditie van de Europese sociaal-democratie. Veelzeggend is dat de ‘Britse’ broer van Bernie, Larry Sanders in 2001 de Labour partij verliet omdat die volgens hem onder Tony Blair te ver naar rechts ging. Lees: te dicht tegen het bedrijfsleven aanschurkte. Dat is ook de overtuiging van Sanders en progressieve Democraten als Senator Elizabeth Warren of Keith Ellison.

De identiteitspolitiek van radicaal-linkse kandidaten als Alexandria Ocasio-Cortez die zich in de hemisfeer van Sanders bevinden kan opgevat worden als meer dan identiteitspolitiek alleen. Hoewel ze dat zelf niet in het openbaar toegeven. Het is ook de beschermende laag om harde sociaal-economisch aspecten door de maag te krijgen en in het organisme te laten belanden. Identiteitspolitiek hoeft geen doel op zichzelf te zijn en staat in sommige gevallen wel, maar in andere gevallen geenszins haaks op gematigde politiek. Daarom kan op termijn identiteitspolitiek die deels ontstaat uit machteloosheid en deels uit berekening, samengaan met een gematigd sociaal-economisch programma dat probeert in te breken in een dichtgetimmerd politiek bestel waarin de ‘gewone burgers’ op de belangrijkste sociaal-economische aspecten zijn buitengesloten.

Identiteitspolitiek is voor links-radicalen binnen de Democratische partij nu het enige beschikbare middel om via een omweg de partij te bevrijden uit de greep van centrum-rechtse, ‘corporate’ Democraten die vanuit een oogpunt van camouflage en afleiding zich eveneens -weliswaar halfslachtig en onoprecht- omhullen met de mantel van de identiteitspolitiek. Het is aan het toekomstige leiderschap van de Democratische partij om het middel (identiteitspolitiek) te scheiden van het doel (sociaal-economische gelijkheid). Hoewel emancipatie van minderheden op zichzelf een doel is dat gezien de lastige politieke situatie echter beter op een indirecte en minder polariserende wijze bereikt kan worden door vol in te zetten op de verbetering van de economische positie (zorg, arbeidsmarkt, belastingsysteem, onderwijs, huisvesting) van alle burgers. Links én rechts.

Identiteitspolitiek gaat niet uitsluitend om emancipatie van individuen, maar betreft als hoogste doel ook de emancipatie van de samenleving. Dat laatste is zwaarwegender. Het zal binnen afzienbare tijd niet lukken om dat te realiseren omdat nooit iemand vrijwillig macht opgeeft. Sociaal-culturele identiteitspolitiek van individuen zal daarom voorlopig nog blijven bestaan als afleiding voor machtigen en als uitlaatklep voor onmachtigen. Datzelfde geldt ook voor radicaal-rechts. Laten we hoe dan ook beseffen dat identiteitspolitiek niet altijd is wat het lijkt en best kan dienen om het redelijke midden te bereiken. Dat nu voor burgers via eigen actie onbereikbaar is door een gecorrumpeerd politiek systeem. Als het bereiken ervan niet via de kortste en in beginsel de meeste eigenlijke weg kan, loopt het via de omweg van de identiteitspolitiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in NRC, 8 november 2018.

Leon de Winter vertaalt zijn afwijzing als Jood door extreem-rechts en witte suprematisten door de ‘linkse’ media de schuld te geven

with 3 comments

Het is de vraag of Leon de Winter werkelijk zo dom is als het lijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Ik kom er niet uit, maar wat slaat De Winter de plank weer mis in zijn Telegraaf-column van 30 oktober 2018. Dat overkomt hem wekelijks. Waarom hij niets waardevols toevoegt aan het publieke debat is het raadsel van De Winter. Het is niet alleen dat hij de feiten uit zijn mening laat volgen, het is dat hij nog geen begin van een betoog kan opzetten dat in de verste verte lijkt op een degelijke bewijsvoering. Het stijlmiddel van De Winter is inductie, hij laat het algemene uit het specifieke volgen. Daartoe schudt hij enkele voorbeelden uit zijn hoge hoed en komt zo tot een generalisatie. Dat is vrij schieten en altijd prijs. Tussen duizenden voorbeelden weet hij feilloos de enkele uitzondering te vinden die hij tot regel verheft. Dat is lui denken van De Winter die klaarblijkelijk de ambitie heeft opgegeven om de wereld te verklaren zoals hij is. De Winter verklaart de wereld zoals De Winter is. Dat heeft niets met de echte realiteit te maken en alles met de realiteit van De Winter.

Hoe valt anders bovenstaand citaat uit genoemde column te verklaren die als titel heeft: ‘Trump vooral gehaat door media’. In de VS steunen de gevestigde media, inclusief de zogenaamde linkse CNN en MSNBC, de status quo en beschermen ze hun winstgevendheid, zoals Cenk Uygur van TYT overtuigend aantoont. Dat geldt ook voor de zogenaamde linkse New York Times en The Washington Post die pilaren onder de status quo zijn. Die media zijn verweven met de Republikeinse partij en niet met de Democratische partij zoals De Winter meent. Dan gaat het dus niet eens om Fox News, The Wall Street Journal of Sinclair Broadcast Group en al die andere rechtse media die de openlijke spreekbuis van Trump zijn. Waar De Winter de aantoonbaar onjuiste claim vandaan haalt dat ‘journalisten niet omgaan met Trumpstemmers’ of dat er in ‘de media niets te merken valt van mensen die Trumps presidentschap goedkeuren’ is duidelijk. Namelijk uit zijn eigen verbeelding.

De Winter verwijst naar de moord op 11 Joden in een synagoge in Pittsburgh op 27 oktober door Robert Bowers. Volgens zijn bekende recept verwijst hij naar enkele niet-representatieve meningen van ‘linkse’ journalisten, maar laat hij de hoofdzaak ongenoemd. Dat is dat Bowers extreem-rechts is en op de extreem-rechtse website Gab zijn meningen opdeed die passen in het kraampje van neo-Nazi’s, alt-right en white suprematisten. Dat De Winter de extreem-rechtse, antisemitische achtergrond van Bowers niet noemt is logisch omdat het hem niet uitkomt. Dat levert voor hem als rechtse Jood namelijk een complicatie op omdat hij de tegenstelling niet kan overbruggen dat hij degenen door wie hij als Jood om zijn Jood-zijn afgewezen wordt stilzwijgend steunt. Dat is de tragiek van rechtse Joden die afgewezen worden door extreem-rechts, maar er zich op een bizarre manier toch mee identificeren. Dat is een tragische projectie en levert columns op waarin de olifant in de kamer wordt doodgezwegen en de muis buiten er als dader aan de haren bijgesleept wordt. Om uit dat spagaat te geraken of om een bekentenis vanwege zelfinzicht te ontlopen wacht De Winter als enig antwoord de afleiding. Hij geeft ‘links’ overal de schuld van en hoeft daarom niet meer bij zichzelf te rade te gaan waarom hij in hemelsnaam rechtse extremisten die Joden niet accepteren uit de wind houdt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump vooral gehaat door media’ van Leon de Winter in De Telegraaf, 30 oktober 2018.

Jamieson stelt in ‘Cyberwar’ dat Trump zonder hulp van Kremlin de verkiezingen niet had gewonnen. Analyse van Mayer in New Yorker

with 4 comments

Jane Mayer gaat in een uitgebreid artikel in The New Yorker in op de vraag of president Trump zonder hulp van de Russen de presidentsverkiezingen in 2016 had gewonnen en haar antwoord is ontkennend. Trump heeft uitsluitend door manipulatie van de Russen kunnen winnen. Mayer baseert zich op het boekCyberwar: How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President—What We Don’t, Can’t, and Do Know’ van hoogleraar communicatie Kathleen Hall Jamieson dat op 18 oktober 2018 verschijnt bij Oxford University Press, twee weken voor de tussentijdse Congres-verkiezingen. Mayer beeldt Jamieson af als een neutrale en onpartijdige wetenschapper die zich uitsluitend baseert op feiten en nauwgezet forensisch onderzoek heeft gedaan.

Pikant is de rol van voormalig FBI-directeur James Comey die vlak voor de verkiezingen met beschuldigingen over Hillary Clinton naar buiten kwam. Dit was zonder precedent omdat de FBI zich hiermee actief in de verkiezingen mengde en omdat minister van Justitie Loretta Lynch door Comey werd gepasseerd. Volgens analisten heeft Comey’s interventie Trump de overwinning opgeleverd in swingstates Michigan, Pennsylvania, Wisconsin en Florida waardoor hij met een kleine marge van 80.000 stemmen het Electoral College won, ondanks de bijna 3 miljoen stemmen meer stemmen voor Clinton. De ironie is dat Comey die een grote bijdrage geleverd zou hebben aan Trumps overwinning in 2017 door hem ontslagen werd. Waarom Comey zo opvallend buiten zijn boekje handelde in oktober 2016 beschrijft Mayer. Comey zou zich gebaseerd hebben op valse informatie van de Russen die door de inlichtingendiensten tijdig als vals was ontmaskerd, maar ondanks dat gehandeld hebben vanwege de optiek in de verkiezingsstrijd van deze Russische desinformatie.

Mayer laat wetenschappers en opinie-leiders aan het woord die betwijfelen of de Russen de verkiezingen doorslaggevend ten gunste van Trump hebben beïnvloed. Niemand betwijfelt overigens dat de Russen zich gemengd hebben in de verkiezingsstrijd ten gunste van Trump. Jamieson lijkt dit als enige nauwgezet bestudeerd te hebben, terwijl anderen eerder een houding hebben van ‘we zullen het nooit kunnen weten’. Mayer wijst ook op data van onder meer Facebook die nog niet zijn vrijgegeven en Jamiesons theorie verder zouden kunnen onderbouwen. Uiteraard roept dit de vraag op hoe legitiem Trumps presidentschap is als hij tegen de grondwet in door een buitenlandse macht aan het presidentschap is geholpen. Die vraag komt met de publicatie van Jamiesons boek ‘Cyberwar’ vermoedelijk weer centraal in het publieke debat te staan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHow Russia Helped Swing the Election for Trump’ van Jane Mayer in The New Yorker (

Foto 2: Schermafbeelding van omslag van boekCyberwar; How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President – What We Don’t, Can’t, and Do Know’ van Kathleen Hall Jamieson. Verschijnt op 18 oktober 2018 (verwachting) bij Oxford University Press.

Foto 3: Schermafbeelding van passage uit artikelHow Russia Helped Swing the Election for Trump’ van Jane Mayer in The New Yorker (

Bas Blokker meent dat kloof tussen Democraten en Republikeinen in alle gevallen komt door het Democratische electoraat. Serieus?

with 3 comments

Aldus Bas Blokker in het artikelAchterban gaat zijn eigen weg; Democraten in de VS’ in de NRC van 18 augustus 2018. Als deel van een hoogst teleurstellende en oppervlakkige reeks artikelen over de crisis van links en het antwoord daarop. Wat Blokker bezielt om deze aantoonbaar onjuiste observatie te maken is een raadsel. En een nog groter raadsel is waarom de eindredactie en factcheck-redactie dit hebben laten passeren.

Het is juist dat de Democratische partij linkser wordt. Het kan ook nauwelijks anders in reactie op de mislukte centrum presidentskandidaat Hillary Clinton die in 2016 tegen het bedrijfsleven en Wall Street aanleunde. Die verlinksing wordt van onderop gevoed. Opvallend meer vrouwen dan voorheen melden zich op dit moment aan als kandidaat. Maar de observatie dat ‘de kloof (..) in alle gevallen toe te schrijven [is] aan een snelle verlinksing van het Democratische electoraat’ is eenzijdig. Het mist de verTrumping van de Republikeinse partij (GOP). Traditionele conservatieven en gematigden zijn gemarginaliseerd of hebben de partij verlaten.

Die observatie mist de macht van Trump die de GOP door belastingwetten voor rijken, een immigratiepolitiek zonder compassie, samenwerking met evangelische groepen en benoemingen van behoudende rechters op allerlei niveau’s tot een radicaal-rechtse cultbeweging heeft omgevormd. Sinds januari 2017 is de GOP enorm naar rechts opgeschoven. Wie meent dat de verwijde kloof tussen beide partijen ‘in alle gevallen’ aan het Democratische electoraat is toe te schrijven begrijpt niets van het Trumpisme, de gijzeling door Trump van de GOP en diens vertrouwen op zijn achterban van 35% waardoor hij geen concessies meent te hoeven doen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelAchterban gaat zijn eigen weg; Democraten in de VS’ van Bas Blokker in NRC, 18 augustus 2018.

Written by George Knight

22 augustus 2018 at 00:16

Geruchten nemen toe dat Julian Assange door Ecuador uit Londense ambassade wordt gezet. Hoe is het zover gekomen?

with 4 comments

Update 11 april 2019: Julian Assange is door de politie gearresteerd in de Ecuadoraanse ambassade in Londen nadat Ecuador het asiel voor de oprichter van Wikileaks had beëindigd. Hij is naar een politiebureau in het centrum van Londen gebracht en wordt zo spoedig mogelijk voorgeleid aan de rechtbank van Westminster. 

De geruchten worden sterker dat de Australiër Julian Assange op korte termijn de Ecuadoraanse ambassade in Londen wordt uitgezet. Hij is vanwege zijn vrees om naar de VS uitgezet te worden (om daar in het geheim door een grand jury wegens spionage berecht te worden) in 2012 heengevlucht en heeft er asiel gekregen. Als hij op straat wordt gezet valt te verwachten dat hij rechtstreeks in een Amerikaanse gevangenis verdwijnt.

Wat is er sinds 2012 veranderd? Het lijkt erop dat Assange is geradicaliseerd. Wie hem hartstochtelijk verdedigen zijn daar een aanwijzing voor: complotdenker Alex Jones van Infowars, Sean Hannity van Fox News, UKIP-voorman en Brexiteer Nigel Farage en de Russische propagandazender RT. Dat is niet een gezelschap dat zweert bij democratie en rechtsstaat, maar juist het standpunt ondersteunt dat ‘media de vijand van de staat’ zijn. Dat roept de vraag op of Assange zelf wel een journalist is zoals hij claimt.

Over Assange bestaat sinds midden 2013 de controverse of hij een agent van Russische inlichtingendiensten is. Op zijn minst bestaat de verdenking dat hij er nauw mee heeft samengewerkt in de presidentscampagne van 2016 die Trump het presidentschap bracht. Roger Stone zou de tussenpersoon tussen het Kremlin en Trumps campagneteam zijn geweest. Nieuw is ook dat Lenin Moreno de nieuwe Ecuadoraanse president is die Assange niet langer in bescherming lijkt te nemen zoals zijn voorganger Rafael Correa. Assange hield zich niet aan de afspraak om zich te onthouden van politieke uitspraken en bleef in de ambassade via sociale media zijn gastheer in verlegenheid brengen. En het belang van Ecuador schaden. Enkele maanden terug werd Assange afgekoppeld van internet door Ecuador.

Noam Chomsky gelooft in een gesprek met BBC’s Newsnight van mei 2017 niet dat aanklachten tegen Assange wegens een Zweedse verkrachtingszaak hout snijden. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in. In vele commentaren is in de jaren 2012-2014 op dit blog een lans gebroken voor Assange, zoals hier. Mijn opstelling resulteerde in 2012 zelfs in kamervragen. Maar toen moest de Trump campagne en de Russische beïnvloeding via sociale media nog komen. Daarom is het perspectief van die Zweedse zaak niet actueel.

De vraag is hoe Assange beoordeeld moet worden. Is hij nou eigenlijk een journalist, een politiek activist of een ingelijfde medewerker van een ‘buitenlandse’ inlichtingendienst? En wat betekent dat dan voor zijn juridische positie in de ambassade? John Schindler wees er in 2013 in een analyse op dat WikiLeaks via Israel Shamir waarschijnlijk geïnfiltreerd was door de Russische inlichtendienst. Dat verklaarde de opstelling van Wikileaks in de campagne van 2016 die volledig in lijn was met de opstelling van het Kremlin. De ‘progressieve’ Assange kwalificeerde tijdens de campagne de Democratische Hillary Clinton als kwalijker dan de Republikeinse Donald Trump. Daarmee probeerde Assange progressieve Democratische, pro-Bernie Sanders kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Achteraf kan dat alleen maar begrepen worden in de georkestreerde campagne om verschillende doelgroepen in de richting van Trump te laten bewegen.

Dus? Verdient Assange juridische bescherming of heeft hij door vanaf 2013/2014 samen te spannen met het Kremlin zijn rechten verspeeld? Hoe dan ook is hij afgelopen 5 jaar door zijn activistische opstelling en handelswijze terechtgekomen in het kruisvuur tussen Kremlin en Witte Huis. Als hij in een kerker in Virginia verdwijnt, dan kan op zijn minst worden gezegd dat hij door zijn pro-Kremlin opstelling de Amerikanen alle munitie heeft gegeven om hem in handen te krijgen. Assange verdient het om berecht te worden voor zijn daden, maar een eerlijk proces zit er vermoedelijk niet in. Wie hoog spel speelt en verliest, heeft blijkbaar dat recht verspeeld. Dat is de harde praktijk van de strijd tussen landen. Wie niet oppast wordt daarin vermalen.