George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Hillary Clinton

Toenemende kritiek op besluit Boris Johnson om rapport Grieve over inmenging van Kremlin op Britse politiek niet te publiceren

with 2 comments

Op 12 december 2019 zijn er verkiezingen voor het Britse Lagerhuis. De Conservatieve premier Boris Johnson hoopt een meerderheid achter zich te krijgen die hij nu mist. Inzet is de Brexit. Theoretisch kan die afgezwakt of zelfs gestopt wordt. Hoewel dat laatste onwaarschijnlijk is. De strijd is hard en asynchroon. Dat laatste houdt in dat partijen elkaar op hun vermeend zwakke punten aanvallen. Een zwak punt van Johnson is de uitstel van de publicatie van een rapport over de invloed van de Russische Federatie dat onder leiding van de onlangs uit de fractie gezette Conservatief Dominic Grieve al in maart 2019 is opgesteld en daarna door de Britse inlichtingendiensten is gescreend op gevoelige informatie. De procedure is afgelopen en het rapport was voor publicatie gereed, maar de regering Johnson weigerde voordat het parlement vanwege de campagne onlangs werd verdaagd het rapport te publiceren. Daar is van vele kanten kritiek op gekomen. Onder meer van de Onafhankelijke Dominic Grieve, maar ook van oud-presidentskandidaat Hillary Clinton en activist Bill Browder die wordt beschouwd als de felste en meest vasthoudende criticus van de Russische president Putin.

In februari 2019 verscheen het eindrapport van de commissie Damian Collins waarover ik toen in een commentaar schreef: ‘Vandaag is het eindrapportDisinformation and ‘fake news’: Final Report’ van de Digital, Culture, Media and Sport Commissie onder voorzitterschap van Damian Collins (Conservatieven) van het Britse Lagerhuis verschenen waaruit hierboven enkele afbeeldingen zijn te vinden. Paragraaf 273 is een oproep aan de regering May om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de Russische inmenging bij de algemene verkiezingen van 2017, het Brexit-referendum van 2016 en het Schotse referendum in 2014. De toelichting waarom dat gewenst is leest als een waslijst van onregelmatigheden en een relativering van de legitimiteit van de uitslag van deze verkiezingen, waaronder het Brexit-referendum.(..) Wat ook als les voor de toekomst onderzocht kan worden benoemt de commissie Collins pijnlijk en onomwonden: ‘buitenlandse beïnvloeding, desinformatie, financiering, manipulatie van kiezers en het delen van gegevens’.

Nu is er het rapport van de commissie Grieve dat vooralsnog niet wordt gepubliceerd. Wellicht over een half jaar. Het gevolg is dat de speculaties niet van de lucht zijn. De Russische Federatie zou zich via oligarchen ingekocht hebben in de Britse politiek. Een naam die genoemd wordt is de Russisch-Oekraïense Dmtryo Firtash die gelieerd zou zijn aan de georganiseerde Russische criminaliteit én het Kremlin en in Oostenrijk zijn uitlevering naar de VS aanvecht. Vooral de Conservatieve partij zou zich hebben laten opkopen door Russisch geld. Dat wordt als de hoofdreden genoemd dat Johnson de publicatie ervan blokkeert. Het inmiddels op sterven na dode UKIP zou via miljonair Arron Banks Russisch geld doorgesluisd hebben. UKIP was de partij van Farage voordat hij met Banks overstapte naar de Brexit Party. Dat geld zou zonder dat het gemeld was ook terecht zijn gekomen bij de Leave campagne voor het referendum in 2016. Dat roept vragen op over de legitimiteit van het Brexit-referendum. Blairs spindoctor Alistair Campbell beschuldigt Nigel Farage ervan Russisch geld te hebben aangenomen en een Russische ‘asset’ te zijn. Farage is dikke maatjes met president Trump die er eveneens van beschuldigd wordt een Russische ‘asset’ te zijn. Hij zou door het Kremlin al sinds de 1980’s ‘opgekweekt’ zijn. En dan is er nog de leider van Labour Jeremy Corbyn die niet enthousiast is over de NAVO of de EU en er eveneens van wordt beschuldigd een ‘asset’ van het Kremlin te zijn. Hij zou in 1986 geworven zijn door de agent Jan Dymic van de toenmalige Tsjechische geheime dienst StB.

De wetmatigheid is dat alle Leave partijen ervan worden beschuldigd boter op hun hoofd te hebben en onder invloed van het Kremlin te staan. Ze hebben gemeen dat ze afstand nemen van de EU terwijl ze weten dat dat niet in het economisch belang van hun land is. De Brexit leidt tot de verzwakking van de EU wat een hoofddoel is van de Russische buitenlandse politiek. Jeremy Corbyn heeft voortdurend zijn invloed aangewend om te verhinderen dat het voor meer dan 80% naar Remain leunende Labour een ondubbelzinnig Remain-standpunt zou innemen. Uiteraard zijn er nog andere overwegingen bij de Brexit die niet direct uit de hoge hoed van het Kremlin komen. Maar beïnvloeding en ondermijning werkt indirect door politici op hun zwakte (geld, prestige, invloed, politieke functie) aan te spreken en ze zo toch de gewenste kant van een Brexit op te sturen.

Hoe nu verder? De Brexit gijzelt het VK al 3,5 jaar en heeft het land verzwakt en gedemoraliseerd. Het aanzien van de politiek is geslonken. Als uit het rapport Grieve zou blijken dat het referendum niet eens legitiem was en dat het resultaat door Russisch geld ‘gekocht’ is, dan wordt het er nog schrijnender op. Want de impasse en de chaos sinds 2016 zouden dan op een onrechtmatig referendum zijn gebaseerd. En totaal onnodig zijn geweest. Het belangrijkste argument van de Leave-partijen om door te gaan met de Brexit omdat het op een democratisch besluit zou zijn gebaseerd zou dan in de huidige campagne worden ondermijnd. Uit peilingen blijkt tamelijk consistent dat al sinds maart 2018 gemiddeld 5% meer Britten voor Remain dan Leave opteren. Maar Conservatieven en Labour zetten met een beroep op de legitimiteit van het referendum hun weg naar de uitgang van de EU voort. Daarbij passen geen transparantie en inzicht in de invloed van de Kremlin op de Britse politiek. Gezien de belangen die op het spel staan is het niet ondenkbaar dat delen uit het rapport Grieve nog voor de verkiezingen van 12 december worden gelekt. Zodat een onontkoombaar besluit over de Brexit in januari 2020 hopelijk nog tijdig van de juiste tegenargumenten kan worden voorzien.

Foto 1: Tweet van Guardian-onderzoeksjournaliste Carole Cadwalladr, 31 oktober 2019.

Foto 2: Tweet van Labour-Lagerhuislid Ben Bradshaw, 12 november 2019.

Foto 3: Tweet van Labour-Lagerhuislid David Lammy, 12 november 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van artikel ‘UK Inquiry was warned of Russian infiltration, leaked testimony shows’ met video van CNN, 11 november 2019.

Foto 5: Tweet van ChangeUK-Lagerhuislid Mike Gapes, 12 november 2019.

Leon de Winter is gevangene van radicale standpunten over Trump

with 5 comments

Het is een steeds groter genoegen om in De Telegraaf de columns over de Amerikaanse politiek van Leon de Winter te lezen. Reden daarvoor is dat hij een fervente verdediger van president Trump is die steeds verder in het nauw wordt gebracht in het Oekraïne-schandaal. Ofwel, de Quid pro quo voorwaarde waarin Trump op ontoelaatbare wijze (wapen)hulp aan Oekraïne verbond met binnenlandse politiek, te weten onderzoek door Oekraïne naar zijn binnenlandse Democratische mededinger Joe Biden en diens zoon Hunter. Volgens de grondwet een reden voor afzetting. Daarom moet De Winter steeds absurdere wendingen nemen om Trump te verdedigen. In zijn betoog moet hij noodgedwongen steeds grotere gaten laten vallen omdat hij om de feiten heen moet navigeren. Die steeds smallere en krom beredeneerde weg roept een boosaardig plezier op over het ongeluk van De Winter die zich met zijn columns over dit onderwerp in de hoek heeft gebokst en daar niet meer uit kan komen. Hij verdedigt een verloren zaak. Niet dat al vaststaat dat Trumps impeachment slaagt. Dat wordt door de machtsverhoudingen in de Senaat beslist. Wel op verstandelijk niveau waar De Winter zich ongeloofwaardig opstelt. Het is begrijpelijk dat De Telegraaf deze columns vanwege het amusementsgehalte handhaaft. Daarnaast biedt het inzicht in een sociologisch experiment van een opiniemaker die te ver geradicaliseerd is om nog betrouwbaar te zijn. Dan gaat een politieke column over in absurdisme en parodie.

In zijn columnTrump moet weg om doofpot ‘Russiagate’’ van 29 oktober 2019 grossiert De Winter in talking points die hij leent van de hardcore verdedigers van Trump. Ook zij laten de feiten uit hun meningen volgen. Wat overigens niet wil zeggen dat alle Republikeinen ‘gelovigen’ in Trump zijn. Gematigde Senatoren als Mitt Romney of Ben Sasse komen voorzichtig met kritiek op Trump vanwege zijn Quid pro quo in de Oekraïense affaire die door getuigenissen van talloze (voormalige) overheidsfunctionarissen in niet publieke hoorzittingen in het Huis onweerlegbaar en objectief zijn vastgesteld. De meeste Republikeinse wetgevers lijken niet tot de voorhoede van critici of de achterhoede van hardcore verdedigers als Mark Meadows, Jim Jordan of Devin Nunes te behoren. Het is de grote middengroep die afwacht, het niet met Trumps optreden eens is, maar bang is om bij tegenspraak door hem op Twitter afgestraft te worden. Overigens hebben al bovengemiddeld veel Republikeinen aangekondigd in 2020 op te stappen. Hun verwachting is blijkbaar dat de Democratische meerderheid in het Huis niet in gevaar komt en de Republikeinse meerderheid in de Senaat wel.

De Winter hanteert de tactiek van Trumps hardcore verdedigers. Hij gaat niet in op tegenwerpingen, maar stort los van het tegengeluid in vaste en snelle bewoordingen zijn pregefabriceerde meningen uit. Daarbij gaat hij voorbij aan feiten die in tegenspraak zijn met zijn mening en nuanceringen die zijn betoog verzwakken. Zo doet De Winter het voorkomen alsof er een harde tegenstelling Democraten-Republikeinen is die alles verklaart. Die tegenstelling is er uiteraard, maar die is minder scherp dan De Winter suggereert. Ontelbare Republikeinen hebben in de afgelopen jaren afstand van Trump genomen of kritiek op hem geuit. Zij gaan juist voorbij aan de binaire partijpolitiek die De Winter in navolging van Trump als allesoverheersend voorstelt.

Donald Trump is schuldig aan het uitverkopen van de belangen van zijn land en zijn onderhorigheid aan de Russische president Vladimir Putin waardoor hij de nationale veiligheid van de VS in gevaar brengt en de invloed en het prestige ervan heeft aangetast. Naar verluidt is Trump al sinds de jaren 1980 ‘bezit’ van de Russen. De Winter verwijst naar het Steele Dossier. Het is onjuist dat alle constateringen eruit niet kloppen. Wel is door deskundigen op het gebied van inlichtingendiensten zoals John Schindler vanaf de publicatie geopperd dat de uitleg dat de Russen compromitterend materiaal van Trump met prostituees in een Moskouse hotelkamer hebben vermoedelijk Russische desinformatie is om Trumps werkelijke rol te verdonkeremanen. Die bestond uit het witwassen van illegaal geld van Russische criminelen en politici uit de kringen van het Kremlin via Westers vastgoed. Dat verklaart dat Trump keer op keer van faillissement werd gered door geld uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie. Dat is de structurele Quid pro quo die al tientallen jaren bestaat en ten grondslag ligt aan de Oekraïense Quid pro quo met president Zelenski en vice-president Biden.

De claim van De Winter dat het Mueller-rapport Trump heeft vrijgesproken van samenzwering en obstructie in ‘Russiagate’ is in strijd met de waarheid. Speciale aanklager Robert Mueller heeft in zijn rapport 11 gevallen van potentiële obstructie opgesomd. Door die obstructie en de tegenwerking in het onderzoek door Trump die overal rode lijnen aanbracht die Mueller niet mocht overtreden is de onderste steen over de samenwerking van Trump met het Kremlin niet boven gekomen. Door Trumps obstructie en de onjuiste, partijdige weergave van de resultaten van het Mueller-rapport door Justitieminister William Barr, waar De Winter op voortborduurt, is in de publiciteit succesvol het beeld gevestigd dat Trump niet heeft samengezworen met het Kremlin. Dat is onterecht. Zoals gezegd heeft Mueller die zich terughoudend opstelde Trump niet vrijgepleit van obstructie.

De Winter verwijst naar het boekThe plot against the president’ van journalist Lee Smith. Veelzeggend is dat De Winter de ondertitel niet noemt. Die luidt: ‘The True Story of How Congressman Devin Nunes Uncovered the Biggest Political Scandal in U.S. History’. Het boek van Lee Smith geeft de visie van Trumps hardcore verdediger Devin Nunes. Hij was tot januari 2019 de invloedrijke voorzitter van de House Permanent Select Committee on Intelligence. Om ethische redenen werd hij in april 2017 vanwege geheime coördinatie met het Witte Huis van het Rusland-onderzoek gehaald. Daarna voerde Nunes zijn parallelle onderzoek uit dat er vooral uit bestond om de officiële onderzoeken te dwarsbomen. Als de media geen aandacht besteden aan dit boek dat overigens pas op 29 oktober verschenen is, dan komt het niet door de journaliste Lee Smith, maar door de complottheorieën van Devin Nunes over de zogenaamde ‘deep state’ die als afleiding dienen voor de politieke én juridische onderzoeken (SDNY) naar het onrechtmatig en crimineel handelen van Donald Trump.

Waarom Leon de Winter in zijn columns zulke rechts-radicale standpunten deelt en Trump en zijn hardcore verdedigers in bescherming neemt is tamelijk onbegrijpelijk. Maar het is ook begrijpelijk als men beseft dat hij nu eenmaal ooit die weg van de complottheorieën ingeslagen is en zonder gezichtsverlies niet meer om kan keren. Hij heeft dus geen andere keuze dan die weg verder in te gaan. Zodat het er steeds absurder en vermakelijker op wordt. De Winter noemt ‘een onderzoek’ ‘een doofpot’, en ‘een doofpot’ ‘een onderzoek’. De Winter noemt ‘ondermijning van de democratie’ ‘democratie’, en ‘democratie’ ‘ondermijning van democratie’.

De Winter keert de waarden om. Er valt trouwens heel wat af te dingen op zijn politieke inzichten. Dat komt omdat hij Trumps talking points volgt en de mentale flexibiliteit mist om daarvan af te wijken. Zo meent hij dat vice-president Mike Pence en Justitieminister William Barr bij afzetting van Trump zullen blijven zitten. Maar ook zij zijn onderhand in het schootsveld gekomen. De dynamiek die ontstaat als Trump tot aftreden wordt gedwongen, ook als hij met een schikking (plea deal) aftreedt om zijn vastgoedbedrijf te redden, zal naar verwachting zo immens zijn dat ook medestanders als Barr of Pence meegetrokken worden in Trumps val. Dan komt er weer ruimte voor integere Republikeinen die de erfenis van Trumps sektebeweging mogen opruimen. Dan wordt ook Leon de Winter verlost van zijn radicalisme dat hem nu zo doof maakt voor feiten. 

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump moet weg om doofpot ‘Russiagate’’ Van Leon de Winter in De Telegraaf, 29 oktober 2019

Joe Biden is bij nader inzien niet de ideale uitdager van Trump

with 4 comments

Afgelopen maanden stond ik op het standpunt dat de voormalige vice-president Joe Biden de beste kansen had om president Donald Trump te verslaan en daarom de Democratische uitdager moest worden. Dat werd ondersteund door peilingen in staten waar de zware industrie was gevestigd, de zogenaamde Rust Belt. Wie deze staten wint, wint het presidentschap. Dat omvat delen van staten als Pennsylvania, West Virginia, Ohio, Indiana, Michigan, Illinois, Iowa en Wisconsin. Biden had hier een grote voorsprong op Trump. Dat geldt ook voor staten met een grote Afro-Amerikaanse gemeenschap, zoals South Carolina waar Biden goed scoort.

Ik ben om drie redenen van mening veranderd en vind dat Biden in 2020 niet Trumps uitdager moet worden. Dat heeft niet eens zozeer te maken met de keuze tussen gematigde en progressieve politiek, maar met de keuze voor de kandidaat met de beste kansen om Trump of zijn mogelijke vervanger te verslaan. Hoewel de ‘corporate Democrat’ Hillary Clinton met haar rechtse economische politiek door haar aanschurken tegen Goldman Sachs en het bedrijfsleven in 2016 het slechte voorbeeld gaf. Schrikbeeld is dat dit herhaald wordt.

1) Zoals Cenk Uygur en Ana Kasparian van TYT zeggen weet Joe Biden niet, slecht of niet agressief genoeg te vechten en probeert hij niet eens Trump af te troeven. Hij lijkt te denken te kunnen volstaan met zijn profiel als staatsman. Zijn leeftijd (77) werkt ook tegen hem; 2) Democratische mededingers onder wie Elizabeth Warren zijn Biden genaderd in de peilingen en verslaan Trump in de peilingen ook in staten als Wisconsin, ofschoon met een kleinere marge; 3) Biden is kwetsbaar geworden door het Oekraïne-schandaal waarmee Trump hem heeft beschadigd vanwege het niet goed te verdedigen nepotisme van zijn zoon Hunter Biden.

To impeach or not to impeach Donald Trump, that is the question. Justin Amash pleit als enige Republikein publiekelijk voor afzetting

with 9 comments

De conservatieve, libertarische Republikeinse afgevaardigde uit het Huis voor Michigan Justin Amash is de enige Republikeinse politicus die zich publiekelijk tegen president Trump en justitieminister William Barr keert en voor impeachment van de president pleit. In een met 750 bezoekers gehouden Town hall meeting in Grand Rapids legde hij gisteren uit dat volgens hem het tweede deel van het Mueller-rapport niet tot een andere conclusie kan leiden dan dat Trump uit zijn ambt gezet moet worden. Hij hekelt het oprekken van de grondwet en de rechtstaat door Trump en het Republikeinse leiderschap. Pikant is dat Amash ermee druk zet op het debat binnen de Democratische partij om in het Huis een afzettingsprocedure tegen Trump te starten.

Huisvoorzitter Nancy Pelosi is vooralsnog tegen een afzettingsprocedure omdat ze denkt dat dit Trump zal helpen in de slachtofferrol te kruipen. Het idee is dat hem dat zijn favoriete rol geeft om de Democraten aan te vallen. Pelosi hoopt dat de talloze lopende onderzoeken tegen Trump de geschikte middelen zijn om de steun en geloofwaardigheid van Trump af te breken. Er zijn ook radicale Democraten als commissievoorzitter Maxine Waters die erop blijven hameren dat een afzettingsprocedure tegen Trump gestart moet worden. Om aan het brede publiek duidelijk te maken dat diens crimineel gedrag niet door de beugel kan en ook omdat de grondwet dit van het congres eist. Maar de Republikeinse achterban blijft voor 90% Trump steunen, en hoe dan ook is deze slotsom dat de Republikeinse meerderheid in de Senaat de afzetting van Trump afwijst.

Hoogleraar politieke geschiedenis Allan Lichtman die aan de hand van 13 criteria een model heeft ontwikkeld om uitslagen te voorspellen zoals hij succesvol in 2016 deed is het oneens met Pelosi. Impeachment is volgens hem een voorwaarde om Trump bij de verkiezingen van 2020 te verslaan. In gesprek met CNN zegt hij: ‘Democraten hebben het fundamenteel mis over de politiek van impeachment en hun vooruitzichten op de overwinning in 2020. Een afzetting en een daaropvolgende rechtszaak zouden de president een cruciale vierde sleutel kosten – de schandaalsleutel – (..). De aanklacht en een proces zouden hem ook blootstellen aan het verliezen van een andere sleutel door een serieuze uitdaging voor zijn hernominatie aan te moedigen. Andere mogelijke negatieve sleutels zijn de opkomst van een charismatische Democratische uitdager, een belangrijke uitdaging van een derde partij, een ramp in het buitenlands beleid of een recessie in een verkiezingsjaar. Maar zonder impeachment zijn de democratische vooruitzichten grimmig.’ Tot nu toe is er een Republikeinse uitdager, de ex-gouverneur van Massachusetts Bill Weld die als openbare aanklager leiding gaf aan Robert Mueller. Net als Amash meent Weld dat Trump minachting voor het Amerikaanse volk toont.

Foto: Tweets van Justin Amash, 28 mei 2019. (deel van een Twitterfeed van 25 tweets waarin hij minister Barr frontaal aanvalt).

Voor- en nadelen van het Kennedy-model voor de Democratische partij: Beto en Buttigieg

leave a comment »

In een artikel voor Politico gaat Peter Canellos in op de strijd om de nominatie bij de Democraten. Het leest als analyse, maar ook als aanbeveling van een bepaald type kandidaat. Vele presidentskandidaten lopen zich warm om het in 2020 op te nemen tegen president Trump die waarschijnlijk de Republikeinse kandidaat wordt. Onvoorziene omstandigheden daargelaten. Canellos zoomt in op de kandidaten Beto O’Rourke en Pete Buttigieg die er volgens hem alles aan doen om te suggereren dat in hen de geest van de Kennedy-dynastie herleeft. Ze zijn respectievelijk 46 en 37 jaar oud en betrekkelijke nieuwkomers. Dat kun je van de andere mededingers Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Joe Biden, Amy Klobuchar of Kamala Harris niet zeggen.

JFK was in 1960 niet de meest linkse kandidaat en evenmin degene met de beste geloofsbrieven, maar hij wist wel het beste de hoop en dromen van het electoraat samen te vatten. Dat positivisme lijkt in 2020 het beste wapen tegen president Trump die verdeelt, fragmenteert, chaotisch opereert en geen hoop op een betere toekomst, maar ondergangsfantasieën biedt. Trumps droom is gitzwart en negatief. Het beslissende feit was dat JFK een jonge nieuwkomer was (toen 43), charisma en stijl had en zicht op een andere toekomst bood.

Volgens Canellos is het volgen van dit Kennedy-model de enige manier voor de Democraten om het Witte Huis te veroveren en hebben presidenten als Bill Clinton en Barack Obama zich daar ook aan gehouden: ‘Verre van een anachronisme te zijn, is de evangelische stijl van leiderschap van JFK nog steeds het krachtigste wapen van de Democraten. Die stijl is niet alleen een bewezen route naar het Witte Huis, maar is al meer dan een halve eeuw letterlijk de enige weg voor een Democraat om het Witte Huis te winnen.’ Dat is de reden dat ‘Beto’ en Buttigieg hun Kennedyheid benadrukken. Hun achtergrond maakt dat geloofwaardig zoals de auteur uitlegt. Overigens is dat model ook een gevangenschap waar Democratische kandidaten niet omheen kunnen.

Canellos wijst nog op een wetmatigheid die in Nederland ook voor GroenLinks geldt: ‘(..) kiezers houden van democratische waarden en ambities, maar zijn doodsbang voor democratische wetgeving. Kennedy’s vaagheid ten aanzien van beleid was net zo belangrijk voor zijn succes als zijn precisie in het formuleren van de uitdagingen van de jaren ’60.’ In Nederland lijkt dat op dit moment door de opstand van onderop tegen het klimaatakkoord aan de orde te zijn. Dat moet de strategen van GroenLinks te denken geven. Hun waarden en ambities vinden optimale steun zolang die niet omgezet worden in wetgeving. Om dit in de beeldvorming te benadrukken moet Jesse Klaver zich tegelijk machtig en onmachtig tonen. Dat is onmogelijk. Het risico is dat hij een achterhaalde belofte wordt die door zijn opponenten kan worden afgedaan als een snotneus.

In de Democratische partij zijn vaandeldragers van de linkse vleugel als de afgevaardigden Alexandria Ocasio-Cortez en Ilhan Omar opgekomen na de tussentijdse verkiezingen van 2018 waar trouwens de gematigde, Democratische kandidaten het meeste succes boekten. In de partij is de spanning tussen de gematigde en linkse vleugel toegenomen. Huisvoorzitter Nancy Pelosi probeert daar vaardig mee om te gaan door de progressieven wat ruimte te geven, maar de partij te laten blijven focussen op het hoofddoel: het behoud van de meerderheid en die zelfs te veroveren in de Senaat, en het verslaan van Trump met een programma dat aanvaardbaar is voor kiezers in het centrum. Het is de vraag of Pelosi steun of last heeft van interventies van politici als oud-president Obama die meent te moeten waarschuwen tegen de starheid van de linkse vleugel.

De les van de in 2016 falende kandidate Hillary Clinton was dat ze zo op het eerste oog drie nadelen had: 1) geen nieuwkomer, maar onderdeel van het politieke establishment waar de kiezers op uitgekeken waren; 2) sociaal-economisch een centrumkandidaat die sterk leunde tegen het establishment van Wall Street wat ze met een progressieve identiteitspolitiek (vrouw!) vergeefs en potsierlijk probeerde te neutraliseren; 3) geen ontspannen stijl, geen charisma en geen persoon die door de kiezers in het midden iets gegund werd.

‘Beto’ staat bekend als een gematigde kandidaat die zich probeert te onttrekken aan de radicalisering van beide grote partijen. Wat trouwens niet wil zeggen dat hij zich tot kandidaat van het bedrijfsleven laat maken zoals Hillary Clinton. Buttigieg stelt zich eerder progressief op en volgt als openlijke homoseksueel deels de linkse identiteitspolitiek. Volgens het model dat Canellos schetst lijkt ‘Beto’ voor 2020 dan ook beter in het patroon te passen van een kandidaat die met stijl, charisma en het levendig houden van het dromen over een betere toekomst en een redelijk vaag, maar net concreet genoeg politiek programma de strijd tegen Trump kan winnen. Ofschoon Canellos die conclusie niet trekt. De linkse vleugel moet uiteraard niets hebben van de charismatische mannetjesmakerij van ‘Beto’ die ten koste gaat van partijprogramma en -organisatie. De paradox is dat juist iemand als Alexandria Ocasio-Cortez haar charisma en stijl inzet om haar linkse politiek te realiseren. Het valt niet in te zien waarom een gematigde kandidaat dat niet evengoed zou kunnen doen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWhy Beto and Buttigieg Pretend to Be Kennedys; Decades after JFK and RFK were killed, the family’s political style remains the Democratic Party’s only winning path to the White House’ van Peter Canellos op Politico, 7 april 2019.

Eindrapport van commissie Collins uit Lagerhuis beveelt onderzoek naar Russische inmenging in Britse verkiezingen aan

with 5 comments

In 2016 werd de wereld opgeschrikt door twee gebeurtenissen: in juni in het Verenigd Koninkrijk de uitslag van het Brexit-referendum waarbij 51,9% stemde voor uittreding uit de EU en in november de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president. De wereld is hier twee jaar later nog steeds niet van bekomen.

De uitslagen riepen niet alleen de vraag op hoe het had kunnen gebeuren, maar ook of het wel echt gebeurd is. Ging het bij nader inzien wel om geldige uitslagen die op een legitieme manier tot stand waren gekomen?

Die vragen werden wel opgeworpen, maar werden doelmatig gepareerd door de winnaars die de vragenstellers afschilderden als slechte verliezers. Waarbij het de vraag was met assistentie van wie deze verdedigingsmuur werd opgebouwd om kritische vragen over de legitimiteit te neutraliseren. Want het is consistent en logisch om te veronderstellen dat als er buitenlandse inmenging bij het Brexit-referendum en de verkiezing van president Trump bestond die eveneens zou bestaan om het onderzoek hiernaar te blokkeren of ruimschoots van desinformatie te voorzien. Omgekeerd beredeneerd bevestigt een continue desinformatie-campagne na 2016 over de legitimiteit van beide uitslagen dat er iets fundamenteels schort aan die legitimiteit.

Twijfel over de resultaten bestond vanaf het begin toen steeds meer berichten over Russische inmenging in de serieuze journalistiek opdoken, maar ook toen op 6 januari 2017 vlak voor het aantreden van Trump de Amerikaanse inlichtingendiensten het rapportAssessing Russian Activities and Intentions in Recent US Elections’ uitbrachten. Met als kern: ‘We assess Russian President Vladimir Putin ordered an influence campaign in 2016 aimed at the US presidential election. Russia’s goals were to undermine public faith in the US democratic process, denigrate Secretary Clinton, and harm her electability and potential presidency. We further assess Putin and the Russian Government developed a clear preference for President-elect Trump.’

De aandacht ging hierbij uit naar president Trump die geen moeite spaarde om de Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 te bagatelliseren en onderzoeken hiernaar tegen te werken. Toen na het ontslag door Trump van toenmalig FBI-directeur James Comey de toenmalige minister van Justitie Jeff Sessions de benoeming van een speciale aanklager naar de Russische inmenging door verantwoordelijk onderminister Rod Rosenstein niet blokkeerde was Trump ziedend. Speciale aanklager Robert Mueller ging in mei 2017 aan het werk en heeft talloze medewerkers van de Trump campagne aangeklaagd, van wie velen schuld hebben bekend. Ook Russen zijn aangeklaagd. Wanneer zijn eindrapport verschijnt is nog onduidelijk.

Inmiddels heeft het Huis van Afgevaardigden dat sinds januari 2019 een Democratische meerderheid heeft aangekondigd om het Rusland-onderzoek in breedte en diepte uit te breiden, naar onder meer de financiële achtergronden (witwassen via verkoop van vastgoed) van de Trump organisatie. Huis-commissies gaan de rode lijn over die Mueller niet over wilde of kon gaan. Het idee bij velen is dat voor de korte termijn de obstructie van het onderzoek door Trump en zijn medestanders relatief het makkelijkst te bewijzen is, maar ook dat de malversaties die de hechte verweving van Trump met de Russische maffia gedurende tientallen jaren aantonen Trump, zijn familie en zijn organisatie door ontmanteling voorgoed onschadelijk zal maken.

Zelfs als dat Maffia-achtig opereren van Trump aangetoond en door beide partijen geaccepteerd wordt en eindigt met afzetting (impeachment), dan wil dat nog steeds niet zeggen dat Trump zijn presidentschap op onregelmatige manier verworven heeft. Het is opvallend dat tot nu toe de Amerikaanse politiek terughoudend is geweest in het ter discussie stellen van de legitimiteit van Trumps presidentschap. Op progressieve Democraten als Maxine Walters na die over Trump zeiincapable of being a legitimate president’. Dat heeft te maken met de positie van een Amerikaanse president die volgens de grondwet een functie heeft die boven alle partijen verheven is. Maar als Trump de grondwet met voeten blijft treden zoals hij nu doet door op valse gronden de noodtoestand uit te roepen voor de bouw van een muur aan de grens met Mexico, dan beschadigt hij niet alleen de functie van het presidentschap, maar ook zijn eigen positie als president. Daarbij komt dat hij door samenwerking met het Kremlin de nationale veiligheid van de VS steeds meer op het spel zet.

De tegenprestatie van het Kremlin voor de hulp die Trump de Russen geeft kan niet anders dan hulp bij zijn verkiezing zijn. Quid pro quo, ofwel ‘voor wat, hoort wat’. Afgelopen jaren is hierover overvloedig bericht en is de rol van de Russische Trol-fabriek Internet Research Agency in Sint Petersburg en de sociale media overvloedig belicht. Het Wikipedia lemmaRussian interference in the 2016 United States elections’ geeft de details en bijna 500 voetnoten met verwijzing naar publicaties. Maar dan nog is het niet glashard aan te tonen dat Trump dankzij de inmenging van het Kremlin president is geworden. Het is zeer aannemelijk omdat de marges klein waren met slechts 77.000 stemmen verschil die in drie swing states (Pennsylvania, Wisconsin en Michigan) Trump over de drempel hielpen. Opmerkelijk is dat de Groene kandidaat Jill Stein die in december 2015 met Putin (en Mike Flynn) aan tafel zat in Moskou in twee van deze drie staten meer stemmen behaalde dan het verschil tussen beide belangrijkste kandidaten Clinton en Trump bedroeg.

Aandacht voor de legitimiteit van het Brexit-referendum is zowel in media als in politiek kleiner geweest dan de aandacht voor de legitimiteit van Trumps verkiezing tot president. Dat kan verklaard worden door de kortzichtigheid en chaos waarin de Britse politiek is beland waardoor het nog uitsluitend aandacht heeft voor zichzelf als partij, en het Brexit-proces. In de journalistiek hebben The Guardian en openDemocracy wel volop kritische aandacht besteed aan alle onregelmatigheden rond de Leave-campagne in het Brexit-referendum, en dan in het bijzonder de rol van miljonair en UKIP-sponsor Arron Banks. Lees hier de onderzoeken daarnaar van openDemocracy. Het vermoeden bestaat dat tegen de wet in Banks buitenlands (Russisch) geld heeft doorgesluisd en dat de Leave-campagne door oneigenlijke constructies meer besteed heeft dan wettelijk was toegestaan. Dat roept de vraag op hoe legitiem het Brexit-referendum is en de bijkomende vraag of dat geen tweede referendum rechtvaardigt die de onregelmatigheden uit 2016 kan overstemmen. Het ging om een kleine meerderheid van 1,270 miljoen stemmen op een totaal van 33,55 miljoen uitgebrachte stemmen.

Vandaag is het eindrapportDisinformation and ‘fake news’: Final Report’ van de Digital, Culture, Media and Sport Commissie onder voorzitterschap van Damian Collins (Conservatieven) van het Britse Lagerhuis verschenen waaruit hierboven enkele afbeeldingen zijn te vinden. Paragraaf 273 is een oproep aan de regering May om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de Russische inmenging bij de algemene verkiezingen van 2017, het Brexit-referendum van 2016 en het Schotse referendum in 2014. De toelichting waarom dat gewenst is leest als een waslijst van onregelmatigheden en een relativering van de legitimiteit van de uitslag van deze verkiezingen, waaronder het Brexit-referendum. Het leest ook als een verwijt aan de regering May waarom het niet net als in de VS onafhankelijke onderzoeken heeft ingesteld naar de Russische inmenging bij verkiezingen. Het lijkt erop dat het Verenigd Koninkrijk een fikse achterstand heeft opgelopen bij de VS dat door benoeming van speciale aanklager Robert Mueller al sinds mei 2017 diepgaand onderzoek verricht. Wat ook als les voor de toekomst onderzocht kan worden benoemt de commissie Collins pijnlijk en onomwonden: ‘buitenlandse beïnvloeding, desinformatie, financiering, manipulatie van kiezers en het delen van gegevens’.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen uit het eindrapportDisinformation and ‘fake news’: Final Report’ van de Digital, Culture, Media and Sport Commissie van het Britse Lagerhuis, publiekspublicatie 18 februari 2019.

Hoe uitsluitend is de tegenstelling tussen identiteitspolitiek en sociaal-economische politiek? Vraag én antwoord aan Ian Buruma

with 2 comments

Reactie op het artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in de NRC van 8 november:

Mee eens dat in het centrum de meeste stemmen zijn te halen voor de Democraten. Dat wezen de tussentijdse verkiezingen uit, waar gematigde kandidaten het het beste deden. Velen zien daarin voor 2020 een goede uitgangspositie voor voormalig vice-president Joe Biden. Dat is niet het hele verhaal. Ian Buruma beperkt zich tot de tegenstelling radicaal-gematigd en gaat niet in op andere tegenstellingen die erop van invloed zijn.

Het verwijt dat Democratische congresleiders als Nancy Pelosi en Chuck Schumer treft is dat ze ‘corporate’ zijn. Hillary Clinton die met haar januskop van linksig lullen en rechts vullen bij velen haar geloofwaardigheid verspeelde is daar het treffende voorbeeld van. Deze Democraten zitten in het ergste geval in de zak van het bedrijfsleven of schurken daar op z’n minst tegen aan. In dit verband is het veelzeggend dat de grootste Democratische sponsor Tom Speyer die zich kan meten met Republikeinse sponsors als Sheldon Adelson en de Koch broers zich niet alleen ziet als ‘kingmaker’, maar ook zelf ambities heeft om presidentskandidaat te worden in 2020. Hetzelfde schijnt te gelden voor Mike Bloomberg. Dit tekent de gebreken van het politieke bestel van de VS, namelijk de allesbepalende macht van het grote geld en miljardairs die de politiek opkopen. De financiering gaat via zogenaamde ‘Super PACs’ die nauwelijks aan voorwaarden zijn gebonden en sinds 2010 door enkele gerechtelijke uitspraken almachtig zijn en het politieke systeem in bezit hebben genomen.

Buruma neemt niet in overweging dat identiteitspolitiek van radicaal-links ook een antwoord is op de macht van het grote geld binnen de Democratische partij. Ofwel, identiteitspolitiek is meer dan identiteitspolitiek. De allesbepalende rol van sponsors als Steyer en Bloomberg trekt de partij naar rechts omdat deze miljardairs met hun economische belangen de status quo verdedigen. Identiteitspolitiek valt daarom op te vatten als een reactie uit machteloosheid én een afleiding. Want wie beseft geen invloed te hebben op sociaal-economische factoren als inkomensverschillen en machts- en eigendomsverhoudingen omdat dat voorbehouden is aan het bedrijfsleven en rijke sponsors die op een hoger politiek niveau opereren kiest uit chagrijn en opstandigheid eieren voor z’n geld in de wel toegestane en haalbare invloed op de sociaal-culturele identiteitspolitiek. Als het niet voor zichzelf is als witte man, dan voor anderen met wie men zich identificeert. De macht gebruikt die identiteitspolitiek als afleiding en uitlaatklep om het debat over sociaal-economische aspecten te blokkeren.

De aan de Democratische partij gelieerde ‘onafhankelijke’ Senator Bernie Sanders die door de ‘corporate’ Democraten niet echt wordt vertrouwd, laat staan in het hart wordt gesloten, probeert de sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten te integreren. Vanwege de focus en achtergrond van zijn supporters kan hij niet om de identiteitspolitiek heen en is dat trouwens ook een prima middel om kiezers mentaal aan hem te binden. Maar de hoofdzaak voor Sanders is de verandering van sociaal-economische aspecten. In de zin dat de VS egalitairder wordt in de aloude traditie van de Europese sociaal-democratie. Veelzeggend is dat de ‘Britse’ broer van Bernie, Larry Sanders in 2001 de Labour partij verliet omdat die volgens hem onder Tony Blair te ver naar rechts ging. Lees: te dicht tegen het bedrijfsleven aanschurkte. Dat is ook de overtuiging van Sanders en progressieve Democraten als Senator Elizabeth Warren of Keith Ellison.

De identiteitspolitiek van radicaal-linkse kandidaten als Alexandria Ocasio-Cortez die zich in de hemisfeer van Sanders bevinden kan opgevat worden als meer dan identiteitspolitiek alleen. Hoewel ze dat zelf niet in het openbaar toegeven. Het is ook de beschermende laag om harde sociaal-economisch aspecten door de maag te krijgen en in het organisme te laten belanden. Identiteitspolitiek hoeft geen doel op zichzelf te zijn en staat in sommige gevallen wel, maar in andere gevallen geenszins haaks op gematigde politiek. Daarom kan op termijn identiteitspolitiek die deels ontstaat uit machteloosheid en deels uit berekening, samengaan met een gematigd sociaal-economisch programma dat probeert in te breken in een dichtgetimmerd politiek bestel waarin de ‘gewone burgers’ op de belangrijkste sociaal-economische aspecten zijn buitengesloten.

Identiteitspolitiek is voor links-radicalen binnen de Democratische partij nu het enige beschikbare middel om via een omweg de partij te bevrijden uit de greep van centrum-rechtse, ‘corporate’ Democraten die vanuit een oogpunt van camouflage en afleiding zich eveneens -weliswaar halfslachtig en onoprecht- omhullen met de mantel van de identiteitspolitiek. Het is aan het toekomstige leiderschap van de Democratische partij om het middel (identiteitspolitiek) te scheiden van het doel (sociaal-economische gelijkheid). Hoewel emancipatie van minderheden op zichzelf een doel is dat gezien de lastige politieke situatie echter beter op een indirecte en minder polariserende wijze bereikt kan worden door vol in te zetten op de verbetering van de economische positie (zorg, arbeidsmarkt, belastingsysteem, onderwijs, huisvesting) van alle burgers. Links én rechts.

Identiteitspolitiek gaat niet uitsluitend om emancipatie van individuen, maar betreft als hoogste doel ook de emancipatie van de samenleving. Dat laatste is zwaarwegender. Het zal binnen afzienbare tijd niet lukken om dat te realiseren omdat nooit iemand vrijwillig macht opgeeft. Sociaal-culturele identiteitspolitiek van individuen zal daarom voorlopig nog blijven bestaan als afleiding voor machtigen en als uitlaatklep voor onmachtigen. Datzelfde geldt ook voor radicaal-rechts. Laten we hoe dan ook beseffen dat identiteitspolitiek niet altijd is wat het lijkt en best kan dienen om het redelijke midden te bereiken. Dat nu voor burgers via eigen actie onbereikbaar is door een gecorrumpeerd politiek systeem. Als het bereiken ervan niet via de kortste en in beginsel de meeste eigenlijke weg kan, loopt het via de omweg van de identiteitspolitiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in NRC, 8 november 2018.