Complotten tegen Atatürk en spionnen. Nepnieuws van ‘Het Leven’ (1932)

Staatsinrichting Turkije. In 1932 worden in Turkije complotten gesmeed tegen de hervormingsideeën van Mustafa Kemal Pasja (Kemal Atatürk) [1881 – 1938]. Foto: De tuin van de moskee is nog de enige plaats waar de aanhangers van het oude regime hun overtuiging kunnen uitspreken. Maar ook hier zijn spionnen aanwezig… (zie heer geheel links)‘. Collectie: Photo collectie Het Leven (1906-1941).

Het is een merkwaardig bijschrift uit 1932 dat met zichzelf op de loop gaat. Er wordt beweerd dat tegenstanders van Kemal Atatürk alleen nog in de tuin van de moskee (‘nog de enige plaats‘ ) hun overtuiging kunnen uitspreken. Niet thuis? Niet tijdens een wandeling? Niet op het platteland?

Het wordt er nog gekker op als het bijschrijft er zelfs op terugkomt dat de tuin van de moskee nog de enige plek is waar tegenstanders van Atatürk zich vrij kunnen uitspreken. Want het gevaar loert ook daar: ‘Maar ook hier zijn spionnen aanwezig… (zie heer geheel links)‘.

Is deze gentleman een spion die zichtbaar de gesprekken afluistert van tegenstanders van Atatürk om ze vervolgens te verlinken? Of is dit klare fantasie van degene die dit bijschrift schreef? Wensdenken dat stemming maakt.

Een andere foto uit deze serie loogenstraft direct dit bijschrijft als het zegt: ‘Een geheim gesprek op een plein ergens in Turkije. Op de voorgrond een waterpijp‘. Dus de tuin van de moskee is niet de enige plek voor een geheim gesprek of het smeden van complotten tegen het beleid van Atatürk:

Staatsinrichting Turkije. In 1932 worden in Turkije complotten gesmeed tegen de hervormingsideeën van Mustafa Kemal Pasja (Kemal Atatürk) – 1881 – 1938. Foto: Een geheim gesprek op een plein ergens in Turkije. Op de voorgrond een waterpijp‘. Collectie: Photo collectie Het Leven (1906-1941).

Ook een andere foto maakt duidelijk dat de fantasie van de maker van het bijschrift voor publicatie in het geïllustreerde tijdschrift ‘Het Leven‘ niet in dienst staat van de beschrijving van de Turkse werkelijkheid van 1932, maar het te doen is om sensatie. De vraag is suggestief of de man die op het plein voor een moskee naar een andere man kijkt een spion is. Waar is dat op gebaseerd?

Staatsinrichting Turkije. In 1932 worden in Turkije complotten gesmeed tegen de hervormingsideeën van Mustafa Kemal Pasja (Kemal Atatürk) [1881 – 1938]. Foto: Een van de aanhangers van Kemal Atatürk op een plein voor een moskee. Is hij een spion?‘ Collectie: Photo collectie Het Leven (1906-1941).

De foto’s kloppen, maar in combinatie met de bijschriften is het nepnieuws. Die zijn vooringenomen en losgezongen van wat we zien. De bijschriften spreken elkaar ook nog eens tegen. Ze voeren spoken op. Dit is nepnieuws uit 1932 dat blijkbaar stemming maakt tegen de hervormingen van de Turkse regering van Kemal Atatürk. Of dat uit politieke overtuiging is of uit sensatiezucht van toen is voer voor media-historici. Clickbait bestond ook al in 1932.

Advertentie

Het laatste taboe: het benoemen van de monotheïstische godsdiensten als complottheorie

Heidendom, in Azië: De Ghetti sekte in Singapore. Leden van deze sekte komen eens per jaar samen om zich ernstig te kastijden om te boeten voor hun zonden. Singapore, 1934. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

In reactie op filosoof en theoloog Gerko Tempelman die in een artikel in NRC complottheorieën relativeerde omdat ze bij de aangesprokenen slechts zouden aanzetten tot ‘reflectie’ schreef ik in een commentaar van september 2020:

'Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.'

Het is het raadsel van de moderne geschiedenis dat de monotheïstische godsdiensten niet als complottheorie worden gezien. Terwijl ze er alle kenmerken van vertonen.

Deze godsdiensten die ooit ontstonden in het Midden-Oosten doen een beroep op bovennatuurlijke krachten; ze maken feiten ondergeschikt aan speculaties; ze leggen geen verantwoording af noch geven uitleg over het eigen bestaan en de constructie die tot dat bestaan leidde; de constructie is niet dwingend en sluitend te verklaren, maar gebouwd op verbanden tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat, er zijn eenvoudigweg andere oorzaken voor aan te voeren.

Wat de zaak betreft zijn de monotheïstische godsdiensten complottheorieën. Dat ze zo niet worden gezien in het publieke debat houdt verband met twee aspecten: ze zijn ‘too big to fail‘ vanwege de dominante positie die ze in eeuwen hebben weten op te bouwen en deze positie wordt door politieke en maatschappelijke machten geschraagd. Tegenspraak wordt bij voorbaat het zwijgen opgelegd.

Zelfs welwillende theologen als Tempelman stellen niet de vraag of hun godsdienst een complottheorie is. Evenmin willen ze erkennen dat hun godsdienst een goedwillende menselijke constructie is. Dat debat wordt geblokkeerd en als een blikje verder de weg opgeschopt.

De monotheïstische godsdiensten hebben zich boven de orde van de rationele beschouwing weten te plaatsen. Zelfs religiecritici geven in hun onbewuste verdraagzaamheid deze godsdiensten het voordeel van de twijfel. Dat hebben ze in de landen waar ze opereren voor elkaar weten te krijgen door machtsvorming en door de slimme constructie die ingebakken is in deze godsdiensten. Namelijk dat ze rationeel niet te verklaren kunnen zijn. Dat is een win-win situatie omdat er zo nooit verantwoording over het eigen bestaan en constructie afgelegd hoeft te worden.

Deze godsdiensten hebben vanaf het begin van hun bestaan het op een akkoordje gegooid met de wereldse macht, zodat concurrerende godsdienststromingen werden bestreden, zijzelf het centrum van de macht konden bereiken en van daaruit hun positie verder konden uitbouwen en de wereldse macht die de godsdienst legitimeerde ritueel erdoor werd gesteund met sacrale bezweringen die de bevolkingen het stilzwijgen oplegden en alle kritiek en een onpartijdige evaluatie deden verstommen.

De ‘g‘ van de monotheïstische godsdiensten werd in eeuwen gevestigd. De beeldvorming werkte in het voordeel van deze gevestigde godsdiensten door concurrenten buiten de deur te houden en die in een ‘mindere’ categorie van het heidendom te plaatsen, zoals beide foto’s bij dit commentaar illusteren.

In het Westen is het boven de orde verheven zijn van de monotheïstische godsdiensten sinds het eind van de 20ste eeuw aan het veranderen. Hun politieke machtspositie is verzwakt doordat christelijke partijen aan macht hebben ingeboet; hun morele macht is afgenomen door schandalen en politieke machinaties die naar buiten zijn gekomen; demografische ontwikkelingen zoals individualisering en afgenomen vertrouwen in gemeenschapsdenken, en beter onderwijs hebben geleid tot een verminderd vertrouwen in autoriteit en een groter vertrouwen in het eigen oordeel wat de ontkerkelijking heeft aangejaagd; religie als traditioneel dominante vorm van zingeving concurrentie heeft gekregen van andere maatschappelijke uitingen als sport, media en kunst die in dezelfde behoefte voorzien als de monotheïstische godsdiensten.

Het raadsel is dat ondanks de verzwakking in het Westen van de monotheïstische godsdiensten ze nog steeds boven de orde staan en niet op hun kenmerken worden beoordeeld. Het is nog steeds een taboe om ze een complottheorie te noemen. Zelfs een debat dat de vraag centraal stelt of deze godsdiensten een complottheorie zijn is nu nog een taboe. Dat speelt in de context van een breed maatschappelijk debat dat steeds kritischer wordt op het bestaan van complottheorieën. Dat straalt indirect af op de monotheïstische godsdiensten.

Het is de vraag hoe lang het niet stellen van deze vraag gehandhaafd kan blijven. Want aan alle kanten ligt de geloofwaardigheid van deze godsdiensten als maatschappelijke factor onder druk. Ze boeten in aan externe macht en innerlijke zeggingskracht. Ze zullen op termijn culturele organisaties worden die een niche vormen, maar in de samenleving niet meer de rol van betekenis spelen die ze ooit hadden. Daardoor valt hun maatschappelijke en politieke bescherming weg en opent zich de weg om in alle openheid de historische en filosofische vraag te stellen: zijn de monotheïstische godsdiensten geconstrueerd als complottheorie?

Waarom plaatst Politico een advertentie over Sigrid Kaag die zegt dat zij officieel een van de rijkste vrouwen in de VS is?

Schermafbeelding van een deel van de voorpagina van Politico.com op 11 oktober 2021.

Politico is een serieuze, gerespecteerde en goede journalistieke nieuwssite. Maar het wordt ontsierd door advertenties die soms alleen maar storend en onnozel zijn, maar soms ook faliekant ingaan tegen de inhoud van de artikelen. Dat doet afbreuk aan dit nieuwsmedium.

Op de Amerikaanse versie van Politico staat op 11 oktober 2021 voor een Nederlands publiek bovenstaande Nederlandstalige advertentie ‘Sponsored by Life Exact‘ die zegt dat Sigrid Kaag nu ‘officieel een van de rijkste vrouwen in de VS is‘. Dat is om twee redenen opmerkelijk, want zij woont niet in de VS, maar in Nederland en op lijstjes van de rijkste vrouwen van financieel-economische media als Forbes ontbreekt Kaag. De claim suggereert dat Kaag in de orde van grootte van 10 miljard dollar aan vermogen bezit. Onafhankelijke bronnen ondersteunen deze claim niet.

Wat doet het met een nieuwsmedium als het zich in redactionele kolommen door onderzoek, analyse en verslaggeving richt tegen nepnieuws, terwijl advertenties naast de artikelen nepnieuws bevatten?

Het wordt er nog merkwaardiger op als het niet een extern mediabedrijf is dat deze advertentieruimte verkoopt, maar het advertentiebedrijf van Politico zelf. Hoewel het mogelijk is dat dit per land en taalgebied aan lokale mediabedrijven wordt uitbesteed en daar de regels minder strikt gehandhaafd worden.

In de ADVERTISING PURCHASE AGREEMENT noemt het advertentiebedrijf van Politico bij 7. Advertising Material voorwaarden waar advertenties aan moeten voldoen. Het is echter de vraag of Politico bij de advertentie over Sigrid Kaag zich aan de eigen voorschriften houdt. Het zegt immers: ‘Advertisements of an advocacy or political nature that are attacks of a personal nature will not be accepted‘. De advertentie over Kaag valt wel degelijk op te vatten als een persoonlijke aanval op haar en haar partij.

Schermafbeelding van deel 7. Advertising Material in de ADVERTISING PURCHASE AGREEMENT van Politico, 11 oktober 2021

Dat heeft als gevolg dat Politico verschillende signalen uitzendt die haaks op elkaar staan. Hoewel de lezer wel wat gewend is op online nieuwsmedia en weet hoe het tussen het nepnieuws door moet manoeuvreren, leidt dat toch tot verwarring en desinformatie. Men kan zeggen dat door plaatsing van dit soort controversiële advertenties de commerciële afdeling van Politico de journalistieke inhoud van Politico ondermijnt of die in elk geval onvoldoende in bescherming weet te nemen.

Politico heeft waarschijnlijk door taal- en communicatieproblemen onvoldoende zicht op de aard van de advertenties die lokale mediabedrijven in kleinere taalgebieden plaatsen. Mogelijk kan het mediabedrijf van Politico bij het lokale mediabedrijf afdwingen dat de advertenties niet van extreme aard zijn. Zoals reclame voor pornoboeren, wapenhandelaren of handelaren in politiek of religieus extremisme. Dat blokkeert echter nog steeds niet bedenkelijke advertenties voor cryptomunten of advertenties die als een persoonlijke aanval op een lokale politicus opgevat kunnen worden.

Het evenwicht tussen de journalistieke en commerciële inhoud van Politico is verstoord en aan evaluatie toe. Het is geen duurzaam beleid van een nieuwsbedrijf als de commerciële afdeling advertenties plaatst die haaks staan op de redactionele inhoud. Dat is korte termijn denken dat de journalistieke geloofwaardigheid van het nieuwsmedium sluipenderwijs uitholt.

Journalistiek moet onjuiste beweringen van opinieleiders geen ruimte geven en beter dan nu uitleggen waarom het dat niet doet

Meermalen heb ik me hier kritisch uitgelaten over de gevestigde media. Dan bedoel ik niet dat ze de stem van de gevestigde orde zijn en voor druk, geld en invloed tot een instrument worden gemaakt dat de beeldvorming  manipuleert. Dat is iets van alle tijden en zo oud als er media bestaan. Zogenaamde objectiviteit bestaat niet. Mijn kritiek is anders.

Het gaat me om het antwoord in werkwijze en gedragsregel op recente ontwikkelingen die niet goed verwerkt worden. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Het wordt echter valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Is het onderhand geen tijd voor ander beleid bij media? Zo kunnen media een kwaliteitsslag maken door vals van echt nieuws te onderscheiden en nepnieuws als hoor of wederhoor niet langer te verspreiden. Beter dan nu dienen de media te beseffen dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds of het verslag doen van elke oprisping van elke politicus of complotdenker niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Op dit blog hanteer ik de vuistregel dat ik alleen ongewijzigd beweringen doorgeef die op feiten zijn gebaseerd. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn, maar ze mogen in mijn ogen niet in strijd met de waarheid zijn. Een mening moet tegengesproken kunnen worden en onderdeel van het publieke debat zijn. Met beweringen die in strijd met de feiten zijn hanteer ik een andere vuistregel. Die plaats ik alleen als ik ze duidelijk kan weerleggen, anders geef ik ze niet weer.

Media hanteren deze regel niet. Elke oprisping van politicus Thierry Baudet of Geert Wilders of al die complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen kan geplaatst worden. Niet altijd gebeurt dat omdat het niet altijd nieuwswaardig is, maar er is evenmin een regel bij media dat ze beweringen die in strijd met de feiten zijn per definitie geen ruimte geven. Ze  verschuilen zich dan soms achter het excuus dat de feiten niet vaststaan en ze om onpartijdig verslag te kunnen doen feiten die in strijd zijn met de waarheid wel moeten doorgeven. Met als gevolg dat de gevestigde media zich willens en wetens tot de belangrijkste handlangers van het verspreiden van desinformatie hebben gemaakt. Dat daar goede objectieve stukken binnen genuanceerde redacties of gepeperde commentaren van talkshow hosts tegenover staan weegt daar niet tegen op. Het kwaad is dan al geschied.

Klem tussen de gesel van de markt, de macht van Amerikaans techbedrijven als Facebook en Twitter, de angst om de boot te missen en de beschuldiging van partijdigheid heeft de journalistiek geen afdoend antwoord op de vraag of het nieuws dat in strijd is met de feiten ongewijzigd door moet geven. Was het in 2016 toen desfinformatiecampagnes in opkomst waren nog begrijpelijk dat hoofdredacties er geen passend beleid over hadden ontwikkeld omdat ze erdoor overvallen werden, nu is het nalatig dat ze nog steeds geen passend beleid hebben dat nepnieuws blokkeert en de nieuwsconsument uitlegt hoe dat beleid precies werkt en is geformuleerd.

Aanleiding is een commentaar van 13 maart 2021 van redacteur Chris Quinn in The Plain Dealer, de belangrijkste krant van Cleveland, Ohio. De titel geeft aan wat de inzet is: ‘When candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention?’. Het gaat om de Republikeinse kandidaat-Senator Josh Mandel die meningen verkondigt die niet alleen in strijd met de feiten zijn, maar ook de volksgezondheid in gevaar brengen. Exact wat types als Baudet of Willem Engel doen. De sleutelpassage uit Quinns commentaar is de volgende:

Is dat niet exact de inschatting die de media moeten maken, maar te weinig maken? Namelijk dat buitensporige en gevaarlijke beweringen nog geen nieuws zijn dat gepubliceerd dient te worden. Zoals Quinn ook zegt zijn types als Mandel wanhopig op zoek naar aandacht en geeft zijn krant graag ruimte aan debat. Daar zijn echter grenzen aan: ‘Maar we publiceren niet bewust belachelijke en idiote beweringen. Mandel wilde niet zozeer een debat voeren met onze columnist, maar ons platform gebruiken om aandacht te krijgen met aantoonbaar valse beweringen over het virus.’ Het beroep op die enerzijds-anderzijds functie van media is de valkuil waar de complotdenkers slim gebruik van maken en media niet echt een goed antwoord op hebben. Quinn geeft dat antwoord wel.

Foto’s: Schermafbeelding van delen uit artikelWhen candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention? van Chris Quinn voor The Plain Dealer (online: Cleveland.com), 13 maart 2021.

Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Gerko Tempelman meent dat complottheorieën niet leiden tot actie, maar waarom vergeet hij de godsdiensten die dat wel doen?

Gerko Tempelman is filosoof en theoloog en manifesteert zich ook in de media. Zo heeft hij een YouTube-kanaal waarop hij in video’s zijn commentaren zet. In 2018 besteedde ik in een commentaar aandacht aan zijn commentaar ‘waarom religie maar niet wil verdwijnen’. Tegenover het ‘God is dood’ van Tempelman zette ik het ‘God is mensenwerk’ van Harry Kuitert. Bij de video wisselden we onze zienswijzen uit. Tempelman laat zich kennen als een rekkelijke en flexibele geest die toch niet treedt buiten het domein van de religie. Ofwel, Tempelman brengt de moderniteit naar de religie, maar zet niet de stap om de religie naar de moderniteit te brengen. Zijn worsteling of zielenstrijd op het grensvlak van traditie en moderniteit is illustratief en geeft aan hoe er in de meer vrijzinnige richtingen van het Nederlands protestantisme gedacht wordt.

Aanleiding is Tempelmans artikelHoe geloof in God en geloof in een complot elkaar raken’ in de NRC van 16 september 2020 dat ook in de Leven-bijlage van 19 september 2020 verscheen. Hierin is dezelfde worsteling tussen traditie en moderniteit te herkennen. Tempelman gaat verder dan zijn meer orthodoxe geloofsgenoten, maar niet zover als belangrijke progressieve theologen als Harry Kuitert, Hans Küng of Eugen Drewermann.

In zijn goed geschreven en interessant artikel heeft Tempelman het over complottheorieën. Zijn stelling onderbouwt hij aan de hand van het boek Not Born Yesterday: The Science of Who We Trust and What We Believe van de Franse cognitieve wetenschapper Hugo Mercier. Uitgangspunt ervan is dat ‘vrijwel alle pogingen tot massale overreding – hetzij door religieuze leiders, politici of adverteerders – jammerlijk mislukken’. Tempelman trekt die lijn door naar complottheorieën die nu zo in de aandacht zijn en velen als een bedreiging van zowel de democratie als het begrip ‘waarheid’ zien. Tempelman relativeert dat en meent dat complotdenkers slechts ‘reflectief’ in complottheorieën geloven. Daarmee bedoelt hij dat ze niet in actie komen. Deze complotdenkers moeten volgens Tempelman niet serieus worden genomen.

Het bezwaar is dat deze invalshoek voorbijgaat aan de ondermijning van dat begrip ‘waarheid’. Want ook als complotdenkers geen praktisch gevolg aan hun denken geven, dan nog zijn ze met hun in de praktijk onschuldige bespiegelingen op sociale media van invloed op het publieke debat. Dat gaat niet ongemoeid voorbij en is wel degelijk zorgwekkend. De ondermijning van het begrip ‘waarheid’ heeft als gevolg dat door velen feiten niet meer aanvaard worden en universele waarden én instellingen (democratie, rechtsstaat) ernstig gerelativeerd worden. Dat zorgt voor fragmentatie en verzwakking van de samenleving. Als men de politieke bedoelingen van actoren die complottheorieën bewust de wereld inbrengen in beschouwing neemt, dan ziet men dat het daarbij niet zozeer gaat om mensen in actie te brengen, maar om verdeeldheid te zaaien.

Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.

Religieuze propaganda werkt eraan mee om het idee te verhullen dat godsdienst een complottheorie is. Neem onderstaande kop in een artikel naar aanleiding van een onderzoek uit augustus 2020 van onderzoeksbureau Kieskompas dat zegt dat 20% van de achterban van de SGP in complottheorieën gelooft. Jan Schippers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP antwoordt ‘verbaasd’ op de uitkomsten: ‘Complotdenken combineer ik met een seculiere levensinstelling, zonder vertrouwen dat het wereldbestuur in Gods handen ligt. Mensen die niet meer in God geloven, kunnen van alles geloven en tot allerlei theorieën de toevlucht nemen.’ Tja, hier past een bijbelcitaat: ‘Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op?’. Niet 20%, maar 100% van de achterban van de SGP gelooft in complottheorieën. Namelijk die van het christendom. Die waarheid dringt niet door tot de gelovigen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHoe geloof in God en geloof in een complot elkaar raken’ van Gerko Tempelman in NRC, 16 september 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel’20 procent SGP-achterban gelooft in complottheorieën’’ op CIP, 17 augustus 2020.

Berichtgeving in Nederlandse media over Trump is nog steeds niet op orde. Misleidende informatie wordt nog steeds doorgeplaatst

Afgelopen maandag 25 mei 2020 besteedde ik in een commentaar aandacht aan een artikel in het AD over beweringen van Trump en de Republikeinse partij over het stemmen per post die zonder context werden geplaatst. Ik kwalificeerde het artikel als ‘eenzijdig en te kort door de bocht’. Het artikel in het AD was een betrekkelijk toevallig voorbeeld. Bij de reacties verwees ik ook naar een kort bericht in NRC over dezelfde kwestie zonder enige duiding en uitleg voor de lezer. Zo zijn er meer berichten in de Nederlandse media over de Amerikaanse politiek van het kaliber ‘doorgeefluik’, ‘aanstippen’ en ‘weglopen’. Gelegenheidsstukjes.

Juist bij president Trump die misleiding en desinformatie op sociale media inzet als politiek wapen faalt de aanpak van dat aanstippen. Het zet de lezer op het verkeerde been. AD, NRC en andere Nederlandse media dienen met het plaatsen van dit soort (korte) berichten Trumps agenda die niet zozeer als doel heeft om te overtuigen, maar om de waarheid te vertroebelen door de verspreiding van valse informatie. Het gaat Trump en zijn medestanders er niet om om te informeren, maar om verwarring te zaaien. Om ‘het water modderig te maken’. Het lijkt of bij de Nederlandse media onvoldoende het besef is doorgedrongen dat die uitspraken van Trump eerst moeten worden ontmaskerd voordat ze geplaatst kunnen worden. Dat is het verschil tussen een nieuwsmedium dat zich deelgenoot maakt aan de politieke marketing en journalistiek zorgvuldig handelt.

Uiteraard zijn de Nederlandse media voor president Trump en de Amerikaanse politiek totaal niet van belang. Evenmin is Trump voor de Nederlandse media van belang. Maar Trump heeft in Nederland wel navolgers die in rechts-radicale hoek zijn te vinden. Die zullen vermoedelijk de gevestigde Nederlandse media overslaan en zich rechtstreeks richten op de pro-Trump gezinde Amerikaanse bronnen. De Nederlandse rechts-radicalen die daar minder thuis zijn zullen niet de gevestigde Nederlandse media als AD, NRC of NOS volgen, maar de rechts-radicale nieuwsmedia als DDS of TPO die Trumps talking points enthousiast en doelbewust doorgeven.

Het gaat er dus niet zozeer om hoe president Trump in een hoofdredactioneel wordt benaderd. Dat pakt in de Nederlandse pers overwegend negatief voor hem uit. Op vooral de rechtse media media na. Het gaat om de totale beeldvorming. De vraag is in welke mate Trumps beweringen die doorgaans leugens zijn, zijn terug te vinden. De misleiding is in zijn boodschap ingebakken. Dat brengt de nieuwsconsument in verwarring. Het is juist in de korte ‘hit and run’ berichten waar Trump en de Republikeinse partij hun punten kunnen scoren.

Hoe dat onnozel ontspoort toont bovenstaand bericht van de NOS van 27 mei 2020 aan. Dat gaat over de misleidende tweets van Trump en de reactie van Twitter daarop. Het dilemma van Twitter is dat het heeft verklaard zich politiek neutraal op te stellen. De Russische inmenging in de campagne van 2016 ligt Twitter en de andere techbedrijven nog steeds zwaar op de maag. Daar hadden ze toen geen antwoord op en het scenario dreigt zich in 2020 te herhalen. Ze moeten dus iets doen omdat niet modereren niet langer als neutraal kan worden beschouwd. Trump zet dat door zijn misleidende beweringen op scherp. De kritiek is niet dat Trump politieke uitspraken doet in zijn tweets, maar het electorale proces ondermijnt door zonder enige onderbouwing te praten over fraude en corruptie ervan. Maar Trump is te machtig om zijn tweets te verwijderen zoals wel gebeurt met tweets van de Braziliaanse president Bolsonaro. Als compromis heeft Twitter aan twee misleidende tweets nu een waarschuwing toegevoegd: ‘Get the facts about mail-in ballots’.

Trump reageert daar woedend op. Hij heeft uiteraard de opzet om zijn basis te bedienen en de waarheid te vertroebelen. NOS geeft Trumps reactie zonder uitleg weer als het zegt dat Twitter volgens Trump de vrijheid van meningsuiting ondermijnt. De NOS laat deze claim onweersproken in dit bericht dat notabene de bedoeling heeft om duiding en achtergrondinformatie te geven. Trumps claim is om vele redenen onjuist. De toevoeging van Twitter bij de twee tweets van Trump ondermijnt de vrijheid van meningsuiting niet. Zijn tweets worden niet verwijderd en een particulier bedrijf als Twitter kan volgens de eigen richtlijnen in het eigen domein ingrijpen zonder dat het daarmee een grondrecht overtreedt. De vrijheid van meningsuiting gaat over het grondrecht van de burger in relatie tot de nationale staat. Daarnaast intervenieert Twitter meer als het Trumps misleidende tweets laat staan, dan dat het ze verwijdert. Dus hoewel het lijkt dat de NOS kritisch is op Trumps handelen, volgt het in de marges van het eigen bericht toch Trumps agenda door de eigen kritische duiding vergezeld te laten gaan van misleidende informatie uit het Trumps wedstrijdplan.

Het is de vraag hoe goed de lezer van NRC of AD over de Amerikaanse politiek geïnformeerd is. Het valt te bezien of ‘de lezer’ de conclusie kan trekken over zo’n berichtje dat weer een onderdeel is van een kluwen van berichten, tegenberichten, feiten en misleidingen. Soms lijken redacteuren van Nederlandse media zelf niet eens meer meer te weten welke conclusie ze moeten trekken (a en b). Hoe kun je dan van Nederlandse nieuwsconsumenten verwachten dat ze door de bomen het bos nog zien? Trumps misleidende informatie sluipt ondanks alle goede bedoelingen én ondanks een kritische houding toch nog steeds de kolommen van Nederlandse media binnen. Hier ontbreekt het besef dat Trump en de Republikeinen alle middelen inzetten om via kiezersonderdrukking de verkiezingen van november 2020 te stelen. Nieuwsconsumenten die zich voornamelijk op Nederlandse media baseren kunnen niet de juiste conclusie trekken omdat die media dat zelf in hun berichtgeving over Trump nog steeds niet hebben gedaan. Ondanks hun bewering van het tegendeel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwitter plaatst voor het eerst disclaimer bij tweets president Trump’ van de NOS, 27 mei 2020.

Zwendel van AD. Gaat buitenlandredactie nou bewust of onbewust de fout in met de berichtgeving over het stemmen per post in VS?

De buitenlandredactie van het AD plaatste op 25 mei 2020 het berichtRepublikeinen beginnen rechtszaak om stemmen per post in Californië te verbieden’ online. Het is geplaatst om 04:21 uur en heeft als laatste update: 06:49 uur. Het is dus ’s nachts gemaakt. Of dat het povere niveau ervan verklaart is de vraag die na lezing blijft hangen. Want het artikel is eenzijdig en te kort door de bocht. Het voldoet in de verste verte niet aan een zorgvuldige journalistieke aanpak. Analytisch mist het ronduit elke diepte. Met dit soort berichten dat het niveau van broddelwerk niet ontstijgt verliezen de zogenaamde MSM (Mainstream Media) elk krediet én draagvlak om zich te onderscheiden van de verspreiders van nepnieuws en desinformatie, en de aanhangers van complottheorieën. De buitenlandredactie van het  AD maakt zich met dit bericht zelf tot een verspreider van desinformatie. Men kan zich alleen maar afvragen welke chef van de buitenlandredactie dit bericht heeft laten passeren en waarom het in tweede instantie in de dagredactie niet grondig is aangepast.

Achtergrond is dat volgens de peilingen de Democraten voor zowel het Witte Huis als de Senaat meer dan in andere verkiezingsjaren op een grote winst afkoersen in november 2020. Landelijk ligt Biden Trump stabiel zo’n 6 tot 11% voor. De reden daarvan is de ongekende economische teruggang met miljoenen werklozen, de zorgen van de bevolking over gezondheidsonderwerpen en de slechte aanpak van de coronacrisis door president Trump. Zo is de situatie nu. Er zijn twee scenario’s waarin de Republikeinen ondanks hun mindere steun toch de winst naar zich toe kunnen trekken: door kiezersonderdrukking en het creëren van chaos waarbij de coronacrisis als excuus dient. Kiezersonderdrukking door de Republikeinen is overigens geen nieuw middel uit hun trukendoos, het wordt op een grootschalige manier al sinds de jaren 1990 toegepast.

De buitenlandredactie van het AD praat op eenzijdige en naïeve wijze de talking points van de Republikeinen en Trump na. Want het zijn niet de Democraten of de Californische gouverneur Newsom die de integriteit van de verkiezingen bedreigen, het zijn de Republikeinen die dat doen. Stemmen per post neutraliseert namelijk de kiezersonderdrukking waarvan Republikeinen een krachtig verkiezingsinstrument hebben gemaakt. De mogelijkheden om extra voorwaarden te stellen aan minderheidsgroepen die minder vaak op Republikeinen stemmen worden hiermee teruggedrongen. Trumps argument dat stemmen per post fraudegevoelig zou zijn is nooit aangetoond. Het is een van de duizenden leugens van Trump. De buitenlandredactie van het AD trapt bewust of onbewust in Trumps leugen. In het eerste geval stelt het zich partijdig en in het tweede geval onprofessioneel op. Vraag is wat kwalijker is. Het napraten van Trumps selectieve feiten zonder enige toelichting en zonder de weergave van het standpunt van de Democraten hierover kan niet de bedoeling zijn van een nieuwsmedium dat op een grondige, serieuze en evenwichtige wijze haar lezers wil informeren.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikelRepublikeinen beginnen rechtszaak om stemmen per post in Californië te verbieden’ van de buitenlandredactie van het AD, 25 mei 2020.

Anti-lockdown demonstranten zijn tegen. Een oplossing voor de bestrijding van het coronavirus bieden ze niet

Het is onaardig om te zeggen, maar de demonstranten tegen de lockdown-maatregelen naar aanleiding van het coronavirus laten zich kennen als het afvalputje van de samenleving. Vandaag waren er in verschillende steden demonstraties, onder meer grootschalig in Den Haag, en kleinschaliger in Amsterdam en Utrecht. In Den Haag werden tientallen demonstranten gearresteerd. Het is onduidelijk wat ze willen. Behalve het tonen van ongenoegen over kwestie die niets met de oorzaak van het coronavirus te maken hebben. Zoals de 5G-technologie, vaccinaties of de NOS. Dat lijkt samen te gaan met een bundeling van ongenoegen en het idee achtergesteld te zijn. Opvallend is de samenstelling van het publiek dat demonstreert: wit en nationalistisch.

Bij de coronacrisis hangen volksgezondheid, economie en politiek nauw samen. De economie kan niet opstarten zonder dat de problemen van de volksgezondheid zijn aangepakt of verregaand ingeperkt. De politiek die niet eerst de problemen van volksgezondheid en economie oplost, maakt zichzelf overbodig. Want de meerderheid van de bevolking in allerlei landen beseft dat het niet achter volksmenners als president Trump of premier Boris Johnson aan moet lopen omdat zij niet het belang van hun burgers voorop zetten. In de VS en het VK zijn tot nu toe de meeste geregistreerde doden te tellen als gevolg van het coronavirus.

Op Transitieweb.nl reageerde ik vandaag op een artikel met de titel ‘Wereldwijd groeiend protest tegen de lockdown’ van Fred Teunissen. Opvallend is dat hij nattigheid voelt over zijn missie. Zijn sympathisanten doet hij een methode aan de hand om zijn bericht te delen op sociale media: ‘Dan is er kans op dat Big Brother tussenbeide komt en je waarschuwt voor ‘nepnieuws’. Plaats je de link toch, dan kunnen anderen die hem aanklikken ook zo’n waarschuwing krijgen. Dit is een vervelende vorm van intimidatie en censuur.’ Het is de wetmatigheid van de verspreiders van desinformatie dat ze het blokkeren van nepnieuws ‘censuur’ noemen en het verspreiden ervan ‘vrijheid’. Het wantrouwen, het misnoegen en het idee van achterstelling zijn immens.

Mijn reactie op Transitieweb ging over de bewering van Teunissen dat het middel van de lockdown honderd maal erger is dan de kwaal coronavirus. Ik ben het daar mee oneens en vroeg hem het volgende:

’In Nederland zijn er tot nu toe zo’n 5.000 geregistreerde doden als gevolg van het coronavirus. In de VS is het aantal geregistreerde doden als gevolg van het coronavirus opgelopen tot 70.000. En het einde is nog niet in zicht.

U zegt dat het middel van de lockdown honderd maal erger is dan de kwaal. U suggereert hiermee dat de lockdown in Nederland voor (een equivalent van) meer dan 500.000 en in de VS voor meer dan 7 miljoen doden zorgt.

Het is onduidelijk op welke omstandigheden u de conclusie baseert dat de lockdown honderd maal erger is dan het coronavirus. Kunt u dit toelichten?

Ter aanvulling: In de VS keert de rechtse gastheer van Fox News Sean Hannity zich inmiddels tegen de demonstranten die met wapens en paramilitaire kleding betogen tegen de lockdown. Hij zegt: ‘Kracht tonen is gevaarlijk. Dat brengt onze politie in gevaar. En trouwens, je bericht zal nooit worden gehoord, wie je ook bent. Niemand mag proberen ambtenaren te intimideren met een blijk van geweld.’’

Foto’s: Beelden van de demonstratie tegen de lockdown-maatregelen op het Plein in Den Haag op 5 mei 2020. Credits: ANP Niels Wenstedt.

In tijden van coronacrisis is de combinatie van het verminderen van parlementaire controle en misleiding verwarrend en gevaarlijk

Alsof de coronacrisis niet erg genoeg is, zijn er twee bijverschijnselen die het handelen van de politiek onoverzichtelijk maken. Ze hangen samen. Er is de misleiding en het verminderen van de politieke controle.

Nationale parlementen zijn vanwege de maatregelen om fysiek contact te vermijden met reces gestuurd of opereren op een laag pitje. Dat komt op een gevoelig moment terwijl parlementaire controle nodiger is dan ooit. Namelijk op het moment dat maatregelen in verband met de bewegingsvrijheid van individuen en bedrijven worden genomen en tientallen miljarden aan steun wordt verdeeld terwijl lobbyisten aan de deur van de overheid kloppen. Hoe dat kan ontsporen geeft de mening van hoogleraar Rob de Wijk weer die in een interview op NPO Radio 1 pleitte voor terughoudenheid in het ter discussie van het kabinetsbeleid. Eerder lijkt tijdens de crisis het omgekeerde waar. In een FB-post van 30 maart 2020 reageerde ik er verontwaardigd op: ‘Wat een onzinnig standpunt van Rob de Wijk. Juist in crisistijd moet het parlement de regeringsleider kritisch bevragen, controleren en ter verantwoording roepen. De politiek gaat tijdens een crisis niet met vakantie. Wat als het kabinet politieke spelletjes speelt of faalt in de aanpak van de crisis, mag dat volgens De Wijk dan niet worden besproken in het parlement? Waar haalt Rob de Wijk in hemelsnaam de onzin vandaan?

Jammergenoeg staat de mening van De Wijk niet alleen. Wel is het zo dat in het parlement gezien de ernst van de coronacrisis een wapenstilstand tussen partijen heerst, maar daar zijn grenzen aan. Mede omdat de belangen op het gebied van volksgezondheid, economie en burgerrechten groot zijn. De Wijk voedt door zijn oproep de complottheorie dat de bestrijding van de coronacrisis een middel is om andere doelen te bereiken. Zoals het vergroten van de staatsmacht door het inperken van de grondrechten en het onwettig doorsluizen van overheidsgeld naar bedrijven die onder een hoedje met de zittende politiek spelen. Of liever gezegd, die de politiek in hun zak hebben en de overheden een door henzelf geschreven cheque laten ondertekenen.

De misleiding komt tot uiting in het artikelDe COVID-19-misleiding’ van 7 april 2020 in de Suriname Herald. Het is het kenmerk van complotdenkers om feitelijke informatie van anderen misleiding te noemen, en de eigen misleiding te claimen als feitelijke informatie. Het is een bizarre omkering van waarden en verwarrend voor de nieuwsconsumenten die niet alle feiten op een rijtje hebben. Auteur Karel Donk meent dat ‘de wereld naar massahysterie wordt opgezweept aan de hand van misleidende cijfers betreffende het SARS-CoV-2-coronavirus’. Hij citeert instemmend meningen die zeggen ‘dat COVID-19 niet veel erger is dan de normale griep’. Dat is aantoonbaar onjuist en misleidend. Zo leert een schatting over 2018-19 van de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC dat het aantal doden als gevolg van de normale griep 79.000 bedraagt. De schatting over COVID-19 van een zich nog ontwikkelende pandemie is daar een veelvoud van met 100.000 tot 240.000 doden. Wat complotdenkers vergeten is dat juist door de strenge maatregelen het dodental wordt beperkt.

De combinatie van De Wijks opstelling die pleit voor het op een lager pitje zetten van het parlementaire debat en Donks berichtgeving die de publieke opinie voorziet van misleidende informatie is risicovol omdat ze op elkaar inwerken en elkaar versterken. Donk kan in de mening van De Wijk complotdenken herkennen dat hij vervolgens kan gebruiken om zijn eigen complotdenken te relativeren en te legitimeren. Donk versterkt zijn legitimiteit nog verder door terecht te verwijzen naar het autoritaire handelen van de Surinaamse regering Bouterse: ‘Ook lokaal merken we dat de Surinaamse roverheid met steeds draconischere en fascistischere maatregelen komt die thuishoren in een politiestaat, waaronder, zoals mevrouw Nita Ramcharan heeft aangegeven, de bijzonder gevaarlijke maatregelen betreffende “fake news”.’ Zo is de cirkel rond en probeert Donk zijn betoog af te dekken. Hij beroept zich op de maatregelen van de Surinaamse overheid inzake ‘fake news’ en suggereert zo door een moralistische positie in te nemen, dat hem dat niet verweten kan worden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe COVID-19-misleiding’ van Karel Donk in Suriname Herald, 7 april 2020.