UStG tikt NSG op de vingers vanwege dubbele pet van bestuurslid Reinier Balkema die in dienst is van gemeente Utrecht én optreedt als deskundige in rechtszaak over geluidsoverlast

Deel van Profiel op LinkedIn van Reinier Balkema

De site Utrechtse Stichting tegen Geluidsoverlast (UStG) heeft een interessante post die een open brief aan de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) bevat. De UStG beschuldigt de NSG van belangenverstrengeling omdat een bestuurslid ervan onlangs als deskundige namens de gemeente Utrecht optrad in een rechtszaak.

Wat is het geval? Reinier Balkema is zowel bestuurslid van de NSG als Geluidsspecialist bij de gemeente Utrecht. De UStG noemt Balkema’s naam niet, maar die is op internet snel te vinden. Zijn LinkedIn-profiel maakt duidelijk dat hij sinds mei 2013 zowel bestuurslid van de NSG is als sinds september 2005 ambtenaar van de gemeente Utrecht.

Het gaat om een rechtszaak die de UStG als volgt karakteriseert: ‘Deze beroepszaak ging over een door de gemeente Utrecht verleende vergunning voor 4 warmtepompen op het dak grenzend aan een binnenterrein aan de Mariaplaats. Omwonenden hadden hier bezwaar tegen gemaakt omdat zij daarvan geluidsoverlast vreesden en inmiddels ook hebben. Het beroep van de omwonenden is inmiddels door de rechter gegrond verklaard.’

De UStG vervolgt: ‘Als inwoners van Utrecht zijn wij van mening dat de dubbele pet die deze ambtenaar draagt ontoelaatbaar is. Het belang dat deze man in de rechtbank verdedigde was duidelijk in strijd met de doelstelling van de NSG‘. Het roept op dat Balkema zijn betsuursfunctie bij de NSG neerlegt vanwege de belangenverstrengeling. De NSG heeft volgens de UStG geantwoord dat Bakema aan dit verzoek geen gehoor zal geven.

De UStG is van mening dat het feit dat Balkema namens de gemeente Utrecht als deskundige optreedt in een rechtszaak zodat hij namens de NSG (potentieel) gehinderden van geluidsoverlast geen bescherming kan bieden ‘schadelijk voor de geloofwaardigheid van de NSG als “onafhankelijke, ongebonden organisatie” is‘.

De UStG heeft gelijk dat Balkema in een rechtszaak niet als deskundige namens de gemeente Utrecht had moeten optreden omdat dit in strijd is met de doelstelling van de NSG om op te komen voor de belangen van burgers die gehinderd worden door geluidsoverlast. De UStG is een kleine organisatie waarvan de NSG klaarblijkelijk meent dat die niet serieus genomen hoeft te worden. Dat is jammer omdat ze allebei hetzelfde nastreven. Namelijk het signaleren en tegengaan van geluidsoverlast.

De positie van Balkema in het bestuur van de NSG is naar mijn idee na zijn optreden in genoemde rechtszaak onhoudbaar geworden. Balkema trad daarin niet ongebonden en onafhankelijk op. Dat verdraagt zich slecht met zijn bestuursfunctie van de NSG.

Er zijn twee keuzes voor de NSG. Het zou bestuurlijk zuiver zijn als het verklaart dat in de rechtszaak over het binnenterrein bij de Mariaplaats in Utrecht een inschattingsfout is gemaakt omdat bestuursleden niet tegelijk de doelstelling van de NSG én een gemeente die (tegen)partij is omdat het een vergunning verleent kunnen dienen. Want de NSG heeft als doelstelling om op te komen voor burgers die bezwaar maken tegen het verlenen van de vergunning door een gemeente in het terugdringen van de geluidsoverlast. Of Balkema moet alsnog aftreden als bestuurslid omdat hij de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de NSG heeft geschaad.

NB: Zie mijn pleidooi voor een Ambassadeur voor de stilte in een commentaar van juni 2013.

Schermafbeelding van artikel ‘Dubbele petten bij NSG‘ op uitg.nl, 16 juni 2021.

Petitie ‘Stop het herstel van Vanishing Staircase in Utrecht’ heeft gelijk dat gemeente zich er niet mee moet bemoeien

Schermafbeelding van deel petitieStop het herstel van Vanishing Staircase in Utrecht’ op Petities.nl.

Elke actie roept een reactie op. Dat is soms vermoeiend. Overigens ontkom ik er niet aan door dat op te merken. Neem de petitie van Mathijs Cremers die is geschreven naar aanleiding van het onbewust weghalen door een medewerker van de gemeente Utrecht van planten in een stenen trap tussen Centraal Museum en Singel. Het betreft het kunstwerk ‘Vanishing Staircase’ van Berthe Leemeijer.

De gemeente Utrecht heeft intussen toegezegd om de kosten van een nieuwe inrichting voor haar rekening te nemen. In een raadsbrief waaruit de DUIC citeert zegt wethouder Kees Diepeveen: ‘Samen met alle betrokken partijen stellen we zo snel mogelijk een plan op voor de nieuwe, groene inrichting van de trap. Ook kijken we samen met de betrokkenen naar een toevoeging bij het kunstwerk om nog explicieter te maken dat het hier gaat om een kunstwerk met een groen element’.

Het is de laatste toevoeging waartegen de petitie zich verzet als het zegt: ‘Ook vragen we de gemeente om af te zien van hekjes, bordjes en andere vormen van ‘regulering’. Voor je het weet is het bordje ‘Dit is kunst’ het kunstwerk’. Dat is hedendaags meta-denken dat scherts lijkt, maar een diepere waarheid bevat.

Schermafbeelding van deel foto van het kunstwerk ‘Vanishing Staircase’ van Berthe Leemeijer. Credits: Berthe Leemeijer.

Begin 2021 liep ik langs het kunstwerk en moest constateren dat de begroeiing armetierig was. Het zag er niet uit als beginnende wildernis, maar als aarzelend onkruid. Van overwoekering waardoor de trap zou moeten verdwijnen was nog lang geen sprake. Met mijn medewandelaar constateerde ik dat het niet opschoot en vreesden we of het wel ooit goed zou komen. Denk ook aan de warme zomers. Ik verbaasde me erover dat er in ruim twee jaar tijd sinds de realisatie in 2018 zo weinig was gegroeid en waarom niet gekozen was voor een vegetatie die de trap nu al wat meer had bedekt.

De petitionaris heeft gelijk dat er geen bordjes bij de trap gezet worden omdat dat afbreuk doet aan de terloopsheid van het kunstwerk dat alleen in die hoedanigheid zijn waarde kan hebben. De kunstenaar zegt hierover: ‘In de loop der jaren zal de trap steeds verder door de natuur worden overgenomen’. Die ‘loop der jaren’ kent geen limiet en is eindeloos. Een bordje dat zegt dat het een kunstwerk is dat niet als zodanig genoemd wil worden is een onmogelijkheid.

Maar het is een lastige afweging. Men kan zich er alleen maar over verbazen dat de organisatie die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de trap, te weten de initiatiefgroep vergroening Singel, en de groenvoorziening van de gemeente Utrecht die er niks had te zoeken geen contact met elkaar hebben gehad die dit misverstand heeft kunnen voorkomen.

Ik voel mee met de petitionaris die geen regulering wil. In de kern is het omgekeerd, de gemeente Utrecht heeft er niks mee te maken en moet zich er niet mee bemoeien. Want juist door dat wel te doen is het misgegaan. De gemeente moet de verleiding weerstaan om de gemaakte incidentele fout te willen herstellen door verdere bemoeienis die wordt gematerialiseerd in een structurele fout en het kunstwerk van karakter verandert. Berthe Leemeijer kan helpen om de overwoekering wat vaart te geven door voor vegetatie te kiezen die sneller groeit en de naam van het kunstwerk eer aandoet. Wellicht kan hovenier en kunstenaar Hans van Lunteren hierbij adviseren.

Antwoord aan Broos Schnetz: Utrechtse Culturele Zondagen zijn bij het oud vuil gezet omdat ze aan culturele inhoud hadden verloren

Antwoord aan Broos Schnetz die een open brief aan de raadsleden van de gemeente Utrechts stuurt om wat er van de Culturele Zondagen terecht is gekomen. Ik ben het deels eens, deels oneens met de briefschrijver. Ik heb mijn reactie ook geplaatst op de DUIC waar op 30 mei 2020 genoemde open brief werd gepubliceerd:

De poging om de verkeerde framing van de Culturele Zondagen (CZ) aan te pakken levert nieuwe verkeerde framing op. Want er is heel wat voor te zeggen dat Utrecht Marketing (UM) en CZ vreemde bedgenoten zijn die elkaar niet liggen. Dat marketing de cultuur zou wegdrukken viel te verwachten voor iedereen met ook maar oppervlakkige kennis van de kunst heeft. Kortom, de samenwerking van kunst en cultuur met marketing, stadspromotie en toerisme was vanaf het begin ten dode opgeschreven. Dat kon het Utrechtse gemeentebestuur weten.

Maar de auteur wijkt af van zijn koers en maakt het er onnodig verwarrend op als hij zijn pijlen richt op de grote culturele instellingen. De mislukking van de fusie kan echter niet eenzijdig op het bordje van de grote culturele instellingen geschoven worden. Het wordt er zelfs ronduit rancuneus op als hij zegt: ‘Cultuurgeld verdwijnt al voor het overgrote deel in de zakken van de grote culturele instellingen die toch vooral een cultuur faciliterende functie hebben.

Wie spreekt over geld dat verdwijnt in de zaken van culturele instellingen toont vijandschap tegenover kunst en cultuur en bedient zich van een jargon dat aanhaakt bij de haat tegen kunst. Of in elk geval kunst haar rechtmatige plek niet vanzelfsprekend gunt. Deze onnodige opmerking doet afbreuk aan het betoog dat zinnige en waardevolle elementen bevat.

De grote culturele instellingen hebben als ondernemingen hun eigen verantwoordelijkheid. Ze zijn verzelfstandigd en staan alleen nog in een subsidierelatie tot de gemeente. Ze bepalen hun eigen beleid.

Er heeft altijd spanning bestaan tussen het Centraal Museum (CM), de Stadsschouwburg en Tivoli Vredenburg en de rest van de culturele instellingen. Simpelweg omdat ze een andere positie innemen dan de kleinere culturele instellingen of de individuele kunstenaars.

De grotere culturele instellingen zijn verplicht om een steeds groter percentage van hun inkomsten uit de markt te halen. Daarmee komen ze verder af te staan van de gemeente. Het gemeentebestuur heeft niet altijd rechtlijnig geopereerd door de grote culturele instellingen ook nog deelgenoot te willen maken van gemeentebeleid dat tegen het eigenbelang van die grote instellingen inging. Het lijkt alsof ze door het gemeentebestuur en de betrokken beleidsambtenaren nog worden beschouwd als de instellingen die ze voor hun verzelfstandiging waren.

CZ is een voorbeeld van een project waar de grote culturele instellingen niet veel belang bij hebben. Dat valt deze instellingen niet te verwijten en zelfs uiteindelijk niet het gemeentebestuur dat altijd wil bundelen, koppelen en focussen. Overigens hebben de grote culturele instellingen waar mogelijk coöperatief meegewerkt. Het is eerder door de verzelfstandigingen die zich pas tijdens de looptijd van de CZ aankondigden dat er een gebrek aan eenstemmigheid naar boven kwam in de opzet van de CZ omdat die door de tijd achterhaald was.

Het gevolg was dat de afstand van de gevestigde kunstinstellingen met de CZ werd vergroot. Er ontstond een kader waar de grote culturele instellingen per definitie niet in pasten en de CZ verloor aan culturele inhoud. Met als gevolg dat de per definitie oppervlakkige marketing van UM het gat moest vullen. Dat is de samenloop van omstandigheden. Het is te simpel om dat verband niet te zien.

Voorstel voor een permanente invulling van Oud Amelisweerd. Met aandacht voor topografie en het zwaartepunt op provincie Utrecht

Voorgeschiedenis en bestuurlijke afspraken
In 2018 ging de Stichting Museum Oud Amelisweerd (MAO) in landhuis Oud Amelisweerd failliet en liet schulden na. Het was vanaf het begin niet levensvatbaar. Dat had te maken met de lastige plek van een historische buitenplaats in een Bunniks bos, de strikte voorwaarden voor het uitbaten van een museum in verband met klimatisering, antiek 18de eeuws Chinees behang en het landgoed dat een rem op het bezoek zette, de slechte bedrijfsvoering en matige organisatie van Stichting MOA en de onvoldoende aansprekende en te smalle thematiek die was gebaseerd op het werk van de inmiddels overleden kunstenaar Armando. Hij nam gaandeweg afstand van de museumorganisatie waarmee hij een dubbelzinnige verhouding onderhield.

Gemeente Utrecht is eigenaar van het landhuis en heeft het onder beheer van het Centraal Museum en met medewerking van gemeentelijke diensten (Utrechtse Vastgoed Organisatie) en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed met inzet van vele specialisten voorbeeldig gerestaureerd. De kosten voor Utrecht bedroegen € 1,66 miljoen wat de raad voldoende vond en het college in juni 2012 via de ingetrokken, maar door het college overgenomen motie 56 (Armando zonder overheidsgeld) tot de afspraak dwong dat er geen euro in de exploitatie gestoken zou worden. Dat hield ook in geen huurderving of culturele subsidies. Het Utrechtse college hield zich niet aan de afspraak toen wethouder Kees Diepeveen in december 2016 aan de gewraakte Stichting MOA een subsidie van 75.000 euro gaf. Die toekenning was tegen de afspraken in ondanks het feit dat de voorwaarden door de raad oneigenlijk waren opgerekt door later over ‘structurele subsidie’ te spreken.

In november 2016 vroeg de Utrechtse raad in motie 188 het college om ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling van het landhuis Oud Amelisweerd’. Dat leidde tot een onderzoek en vergelijking van scenario’s. Opnieuw was het kostenaspect hierbij leidend. In die zin dat de gemeente Utrecht de financiële ruimte om het landhuis open te stellen en te beheren wilde maximaliseren op € 100.000 per jaar. Dit werd in juni 2017 vastgelegd in de aangenomen motie 111.

Huidige situatie
In november 2018 publiceerde de Utrechtse Vastgoed Organisatie het ‘SELECTIEDOCUMENT TIJDELIJKE EXPLOITATIE LANDHUIS OUD AMELISWEERD (BUNNIK)’. Dat begint zo: ‘De gemeente Utrecht zoekt een tijdelijke huurder voor de periode 1 maart 2019 tot 1 maart 2020 voor het Landhuis Oud Amelisweerd. (…). Uiteindelijk wil de gemeente vanaf 1 maart 2020 een nieuwe permanente invulling geven aan het landhuis.’ Het was op initiatief van Museum Huis Doorn dat gesteund door de partners van de Stichting Samenwerkende Kasteelmusea Utrecht (SSKU)  in juni 2019 een ‘popup museum’ inrichtte waarover werd gezegd dat het een tijdelijk karakter had. Objecten uit de depots van de vier verschillende kastelen worden er tentoongesteld. Een bericht van de DUIC van 26 april 2019 zegt: ‘Het Huis Doorn huurt het museum één jaar, met ruimte voor verlenging als de tentoonstellingen succesvol blijken’. Dat laatste lijkt niet volledig in lijn met het Selectiedocument dat vanaf 1 maart 2020 zegde een ‘nieuwe permanente invulling te geven aan het landhuis’.

Nieuwe permanente invulling
De ‘permanente invulling’ van landhuis Oud Amelisweerd heeft dus nogal wat voeten in de aarde. Een externe dynamiek is nodig om de patstelling te doorbreken die al sinds 2012 bestaat toen de Utrechtse raad besloot dat er geen euro in de exploitatie gestoken mocht worden. Die dynamiek kondigde zich afgelopen week aan met de berichtgeving in een uitzending van onderzoeksprogramma Zembla (BNNVARA) over de omstreden verkoop van de Atlas Munnicks van Cleeff door het Koninklijk Huis aan de Utrechtse ondernemer John Fentener van Vlissingen. Kunsthistoricus Rudi Ekkart verklaarde in de uitzending dat het het meest logisch zou zijn geweest als de 1600 topografische tekeningen en prenten van de stad Utrecht en omgeving uit de 17de en 18de eeuw in Het Utrechts Archief (HUA) zouden zijn terechtgekomen. Aan de Utrechtse Hamburgerstraat heeft HUA een tentoonstellingsruimte. In een debat beweerde premier Rutte dat de Atlas eerst aan Utrechtse culturele instellingen was aangeboden, maar zij lieten desgevraagd aan Zembla weten nooit benaderd te zijn. Over deze kwestie hebben D66 en Groenlinks, evenals SP afgelopen week kamervragen gesteld aan Rutte.

Zo kondigt zich een mogelijkheid aan om met als kern de Atlas Munnicks van Cleeff een nieuwe invulling voor landhuis Oud Amelisweerd te vinden. Historisch sluit de Atlas goed aan bij het 18de eeuwse Chinese behang en de historisch buitenplaats. Omdat de Atlas in particulier bezit is dient nog wel overeenstemming bereikt te worden over bruiklenen of toekomstige verkoop aan HUA. Premier Rutte heeft wat goed te maken in dit dossier en kan zijn goede wil tonen door de familie Fentener van Vlissingen een ruimhartige fiscale tegemoetkoming over toekomstige erfbelasting aan te bieden als het de Atlas verkoopt aan het HUA zodat deze collectie voor Nederland bewaard blijft. HUA is het archief van de stad en de provincie Utrecht zodat ook de provincie in beeld komt als partner die betrokken wordt bij de exploitatie van landhuis Oud Amelisweerd.

Uitwerking
De rest is uitwerking. Zo zijn er geklimatiseerde vitrines met een beperkt lichtniveau nodig om de tekeningen en prenten te tonen. Ze kunnen vanwege de kwetsbaarheid voor licht vermoedelijk niet langer dan 6 weken achtereen getoond worden. HUA is een archief dat geen museum is en ook niet de kennis en denkwijze van een museum in huis heeft, maar een digitale voorsprong heeft genomen in presentaties die het een zekere reputatie heeft opgeleverd. Juist dat is in het lastig te klimatiseren landhuis Oud Amelisweerd prima inzetbaar en kan een mooie aanvulling geven aan de tekeningen en prenten. Voor de museale component kan samenwerking met het Centraal Museum gezocht worden, de voormalige beheerder van Oud Amelisweerd.

Hedendaagse kunst van Utrechtse (provincie) kunstenaars kan samen getoond worden met een selectie uit de Atlas Munnicks van Cleeff. Beide illustraties van Utrechtse kunstenaars bij dit commentaar geven aan wat kan. Een mogelijkheid is om de topografie van Utrecht als uitgangspunt te nemen. Zodat inwoners van de provincie Utrecht hun stad, dorp of buurtschap belicht kunnen zien. Ook via een website die als verlengde van de tentoonstelling fungeert. Een en ander kan gethematiseerd en uitgewerkt worden in een museumbeleid dat bijzondere aandacht besteedt aan topografie en landkaarten. Ook in historisch en mentaal opzicht. Dit benadrukt halverwege kunst en realiteit de feitelijkheid van kunst. Dat kan goed aansluiten bij een educatief programma voor scholen omdat topografie zich hier bijzonder voor leent. Zoals gezegd, met digitale hulpmiddelen. De tentoonstellingsruimte van HUA in de Hamburgerstraat kan aanvullend gebruikt worden door objecten te tonen die vanwege de klimatisering niet in Oud Amelisweerd getoond kunnen worden. Samenwerking met de collectie en de conservator Stadsgeschiedenis van het aan dezelfde Lange Nieuwstraat gelegen Centraal Museum kan voor verdere verdieping en maatschappelijke en politieke borging zorgen.

Foto 1: Isabel Ferrand, wereldkaart World Lace samengesteld uit 1300 porseleinen tegeltjes, 2013.

Foto 2: Harmen Brethouwer, Hurricane (in de serie: Delft Waves Suite), 2004. Inkjetprint op forex.

College Utrecht maakt raad medeplichtig in beantwoording vragen over gevolgen financiële situatie Museum Oud Amelisweerd

Het is een semantische kwestie om 100.000 euro jaarlijkse financiële steun aan de exploitant van Museum Oud Amelisweerd waar geen tegenprestatie tegenover staat geen subsidie te noemen. In werkelijkheid is het immers wel subsidie. Door deze subsidie van 100.000 euro waartoe in de Voorjaarsnota van 2017 besloten werd overtraden raad en college van de gemeente Utrecht de eigen randvoorwaarden die ze in 2012 gesteld hadden. Bovenstaande motie 2012-56 droeg het college op ‘geen subsidie te verlenen om eventuele exploitatietekorten aan te vullen’. In dit geval wordt een bestuurlijk besluit om politieke redenen omzeild.

In de beantwoording van schriftelijke vragen van VVD’er André van Schie over ‘de financiële situatie Museum Oud Amelisweerd’ stelt het college in vraag 1 (zie hierboven): ‘Op basis van deze verkenning heeft uw raad bij de VJN van 2017 besloten tot een jaarlijkse subsidie aan MOA van €100.000,- per jaar.’ Hiermee maakt het college aan de raad duidelijk dat het medeplichtig is aan het overtreden van motie 2012-56 en het besluit om geen cent subsidie aan het MOA te verlenen om het exploitatietekort aan te vullen. Het college probeert een bodem onder die onterechte subsidieverlening te leggen door in de beantwoording mee te gaan met een onrealistische prognose uit november 2017 over 2018 door de bestuur van het MOA. De logica is dat er geen sprake is van een exploitatietekort en subsidieverlening een ander doel dient. Maar raad en college weten dat dat op z’n best wensdenken en op z’n slechts bedrog is omdat het MOA geen enkel jaar heeft afgesloten met een positief saldo en elke euro subsidie werd gebruikt voor het terugbrengen van het exploitatietekort.

Dat later zoveel college als raad gingen schuiven omdat ze zich geen raad wisten met de acute financiële problemen en het dreigende faillissement van de Stichting Museum Oud Amelisweerd is nog tot daar aan toe, maar dat nu achteraf het college in het antwoord van vraag 10 (zie onder) suggereert dat sinds 2012 volgens geest en letter van motie 2012-56 is gehandeld is een beschamende en bedenkelijke opmerking die een zichzelf respecterende raad niet zou mogen laten passeren. Zelfs als die raad boter op het hoofd heeft, gebrek aan ruggengraat in deze kwestie heeft getoond en zich door een falende cultuurwethouder en het MOA de afgelopen jaren in de luren heeft laten leggen en zich het hellend vlak richting normloosheid op heeft laten trekken. Een raad met een greintje zelfrespect zou niet moeten toestaan dat het college in de beantwoording van vragen fouten goedpraat, toedekt en daarbij de raad als dekmantel en excuus gebruikt.

De vraag die dit oproept is wie in het openbaar bestuur van de gemeente Utrecht nog het gezag heeft om een oplossing te geven voor de problemen van de bestemming van landhuis Oud Amelisweerd als raad en college hun standvastigheid hebben verloren. De gemeente Utrecht is eigenaar. De optie die zich aankondigt is een constructie waarbij het landhuis Oud Amelisweerd op afstand wordt gezet van de gemeentepolitiek, een zelfstandige status krijgt en zo zonder de beladen voorgeschiedenis van bestuurlijke halfslachtigheden en veronachtzaming van bestuurlijke afspraken onbelemmerd op zoek kan gaan naar een huurder of exploitant.

Foto 1: Schermafbeelding van ‘Motie 2012/M056: Armando zonder overheidsgeld’, gemeente Utrecht.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van vraag 1 en vraag 10 met van de Beantwoording SV 2018 nr 100 over Gevolgen financiële situatie Museum Oud Amelisweerd.docx, gemeente Utrecht.

Bomen in de stad, de hitte, droogte en klimaatverandering, het goede geweten van de stadbewoner en de blik naar de toekomst

De langdurige hitte heeft tot schade aan de natuur geleid. Vraag is of in steden niet meer bomen geplant moeten worden en of dat niet de soorten moeten zijn die beter tegen de hitte kunnen dan de nu aangeplante soorten. Want bomen hebben in de zomer een dempend effect op oplopende temperaturen. Een gevolg kan zijn dat de Nederlandse steden in dat opzicht in de toekomst een Zuid-Europees uiterlijk krijgen. Want de verwachting is dat door de klimaatverandering hete zomers en droogte steeds vaker zullen voorkomen.

Ik woon in de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan het centrum grenst. Gisteren liep een buurtbewoner met een emmer water naar een naastgelegen openbaar plantsoentje. Desgevraagd bleek hij koers te zetten naar drie bomen, waarvan één er goed, één gemiddeld en één er slecht aan toe was. Mede als gevolg van de aanhoudende droogte. Ook het zonlicht was van invloed op de boomgroei waarbij de boom in de schaduw van een gebouw het slechtst presteerde. Wij buurtbewoners volgden zijn voorbeeld en laafden met emmers water de dorst van de gemiddelde en slechte boom. Onder het besef dat het een emmer op een gloeiende plaat was.

Het is een kwestie van een goed geweten. Vergelijkbaar met het redden van dat zielige zeehondje, terwijl de natuur wereldwijd in de knel zit en de bioindustrie is verworden tot fabrieken waar dieren op grote schaal ruw worden behandeld. Bij een gezakt grondwaterniveau heeft water geven aan bomen nauwelijks zin. Genoemde buurtbewoner vertelde dat hij de gemeente Utrecht over de drie bomen had geïnformeerd. Hem was te verstaan gegeven dat niet alle bomen gered konden worden. Dat is de werkelijkheid. Waar het om gaat is een passend antwoord op de in gang gezette klimaatverandering. Van den Berk Boomkwekerijen speelt er op in.

Tekort voor het Utrechtse Museum DOMunder. Bestuurlijke versterking gevraagd

2014 DOMunder, fotograaf Oliver Schuh (bijgesneden2)

In Utrecht is er Initiatief Domplein dat initiatieven op en rond het Domplein ontwikkelt. Het laatste initiatief is het op 2 juni 2014 geopende ondergrondse historische museum dat opgravingen toont. Met een Engelstalige naam heet het Museum DOMunder. De slogan is: ‘Beleef ondergronds de verhalen van 2000 jaar Domplein, Utrecht en Nederland.’ Voorzitter en initiatiefnemer is de voormalige wethouder (1994-2001) Ruimtelijke Ordening voor GroenLinks Annemiek Rijckenbergh. Nu gevestigd als ‘zelfstandig adviseur’ bij ‘Rijckenberg advies stedelijke ontwikkeling D&D’. Op haar LinkedIn-profiel wordt het Initiatief Domplein niet genoemd.

Afgelopen week kwam naar buiten dat Museum DOMunder kampt met financiële problemen. Volgens een bericht in DUIC zou het gaan om een tekort van 1,2 miljoen euro op de investering en 400.000 euro op de exploitatie. In 2015 waren er 42.000 bezoekers, een ticket voor volwassenen kost 11 euro. De bouwkosten zouden hoger zijn uitgevallen dan gepland vanwege archeologische opgravingen. Maar er klinkt kritiek dat de post ‘onvoorzien’ bewust te laag is ingeschat onder het historisch belangrijke en complexe Domplein om het project te kunnen realiseren. Het gaat weliswaar om een particulier initiatief, maar door de persoonlijke en zakelijke vermenging met de gemeente is het op te vatten als een gemengd privaat-publiek initiatief.

Een persbericht zegt: ‘Het bestuur van Initiatief Domplein heeft het plan om op het moment dat er een definitieve oplossing in zicht is, een interim-bestuur aan te stellen tot het einde van dit jaar. Het huidige bestuur blijft verantwoordelijk voor de goedkeuring van de jaarrekeningen over de afgelopen jaren. Eind van dit jaar zal er een nieuw bestuur worden geformeerd.’ Dit kondigt intenties en geen feiten aan. Onduidelijk is of dit inhoudt dat alleen het bestuur van Museum DOMunder aan het eind van het jaar aftreedt of ook het bestuur van Initiatief Domplein dat immers uit dezelfde personen bestaat. Als dat laatste niet het geval is, dan is het aangekondigde aftreden niet meer dan een bliksemafleider. Van de andere kant dienen deze initiatieven zich wel bestuurlijk goed te verantwoorden in het gesprek met betrokken partijen, zoals de gemeente Utrecht.

Het tekort is bescheiden voor de gemeente Utrecht die goed bij kas zit. Het heeft meevallers van tientallen miljoenen euro, aldus een bericht van RTV Utrecht. Wethouder Kees Geldof (VVD) heeft gezegd op de hoogte te zijn van de tekorten en ‘in gesprek te zijn om te kijken naar een oplossing’. Geldof gaat in gesprek met het interim-bestuur waarvan het dus de vraag is of Rijckenberg, Guus Verduijn en Frans van den Hoek er nog deel van uitmaken. Utrecht kampt ook met een tekort bij muziekpaleis TivoliVredenburg zoals bleek uit het rapport Gehrels. Utrecht dat zich zo graag profileert als toeristisch alternatief voor Amsterdam dient op de koop toe te nemen dat Museum DOMunder en TivoliVredenburg tekorten opgelopen hebben die gewoon bijgepast moeten worden. Wel verdient het aanbeveling om de bestuurlijke kwaliteit van dit soort organisaties te versterken. En het toezicht erop. Ze kennen te makkelijk overschrijdingen die vervolgens verborgen worden gehouden.

Foto: Toegang tot Museum DOMunder op het Domplein, Utrecht.

Nederlanders laten zich door Turkije censureren. En ontkennen censuur.

Zelfcensuur is erger dan censuur. Want het is censuur die verinnerlijkt is en niet opgelegd wordt. Op 11 april besteedde Anton de Goede van VPRO-radio aandacht aan twee gevallen van zelfcensuur. Die niet toevallig allebei met Turkije te maken hebben. Want de Turkse overheid bemoeit zich graag met kunst en heeft een lange arm die tot in Nederland reikt. Vervolgens sprong GeenStijl er gretig op in onder het mom van moslimcensuur. Maar GeenStijl richt de pijlen de verkeerde kant op. Was dat maar aan de orde, het is erger.

In het Rijksmuseum heeft directeur Wim Pijbes een spotprent uit 1683 na onrust in de Turkse media en consultatie met de Turkse ambassade van een bordje met een verklarende tekst voorzien. Het zegt dat het museum een volledig beeld van de geschiedenis geeft, maar ‘Dit betekent echter niet dat het Rijksmuseum de betekenis van de prent onderschrijft‘. De prent is te zien op de tentoonstelling Ottomania over 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije. Het verbeeldt de Ottomaanse sultan ziek in bed na de nederlaag van de veldslag voor Wenen in 1683. Aan zijn voeteneind wordt een koran als toiletpapier gebruikt.

In Utrecht zijn samenstellers van een tentoonstelling over Turkse strips en cartoons ‘Turkatoon‘ in de hal van het stadhuis door de gemeente gevraagd om geen ruige strips en cartoons te tonen. Aldus samensteller van De Inktpot Albo Helm die in een gesprek met Anton de Goede verklaart ‘licht gecensureerd’ te zijn. Mede omdat de hal een openbare ruimte is zegt Helm te hebben ingebonden. Een dag later spreken Helm en een woordvoerder van wethouder Lintmeijer desgevraagd door het ND de eerdere uitspraken van Helm tegen.

In 2011 kreeg het satirische Harikiri een boete van 150.000 Lira (=63.000 euro) omdat drie tekeningen ongepast zouden zijn en werd de verkoop aan minderjarigen verboden. De hoogte van de boete maakte verdere verschijning onmogelijk. Deze tekeningen zijn nu niet te zien op de Utrechtse tentoonstelling. Ze hadden duidelijk kunnen maken welke cartoons de Turkse overheid beboet en met economische middelen uit de publieke ruimte verwijdert. Waarom er niet gekozen is voor de voor de hand liggende oplossing om de blootplaatjes in een apart kabinetje te tonen om kinderogen niet te beschadigen of van een extra gordijn te voorzien is waarschijnlijk te wijten aan de onhandigheid en onervarenheid van de samenstellers.

Al met al resteert er geen mooi beeld van de Nederlandse culturele elite. De zelfverzekerdheid, ambitie en moed ontbreken om zich autonoom op te stellen. Los van politieke druk door de Turkse media en overheid of Nederlandse overheden. En of we in het Rijksmuseum voortaan bijschriften kunnen verwachten die aangeven of de directie de betekenis van een object wel of niet onderschrijft blijft de vraag. Het zou consequent zijn.

Foto 1: Spotprent uit 1683 over het Beleg van Wenen die in betekenis niet wordt onderschreven door het Rijksmuseum

Foto 2: Omslag van het Turkse satirische tijdschrift Harakiri dat in 2011 werd beboet en daarna niet meer kon verschijnen