George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘DDS

Na Charlottesville. Hoe succesvol is de misleiding door Michael van der Galien van DDS dat het geweld ‘van twee kanten komt?’

with 5 comments

Michael van der Galien is een hardliner die zonder nuancering op DDS de extreem-rechtse agenda verkondigt. In modieuze termen wordt dat tegenwoordig Alt-Right genoemd. Hij volgt nauwgezet de talking points van zijn Amerikaanse geestesgenoten van Breitbart of de Daily Stormer. Zo neemt hij in een reeks artikelen in de nasleep van het geweld in Charlottesville de mening over dat het geweld van twee kanten kwam. DDS is trouwens verdeelder dan het lijkt. Tim Engelbart nam in het commentaarNeonazi’s zijn enorm blij met Trumps non-veroordeling van nazigeweld: “Heel erg goed! Niet specifiek tegen ons!”’ afstand van Trump: ‘Extreem-rechts gedachtengoed is een beetje meer gemeengoed geworden, en dat is geen vooruitgang’.

Nuancering is niet aan Van der Galien besteed. Het gaat hem niet om het maken van onderscheid of het vinden van de waarheid, maar om misleiding. Zijn vergelijking van appels met peren gaat voorbij aan de hoofdzaak. Overigens ook aan de omstandigheid dat Senaat, Huis van Afgevaardigden en Witte Huis een rechtse meerderheid hebben. Hoe kan links nou links beschermen zoals hij beweert als rechts het voor het zeggen heeft? Zijn argumentatie oogt krakkemikkig, maar is blijkbaar doelmatig genoeg om zijn achterban te bedienen die deze denkbeelden voor zoete koek slikt. Dat vraagt om een reactie op zijn commentaarTrump zegt terecht dat het geweld van twee kanten kwam, maar linkse media worden he-le-maal gek.

Het kan best dat links af en toe over de schreef is gegaan. Dat moet dan per incident aangepakt worden. Maar daar gaat het op dit moment niet om. Georganiseerd geweld van extreem-rechts heeft in Charlottesville tot een dode vrouw geleid.

De reactie daarop staat nu ter discussie. President Trump krijgt ook uit zijn eigen partij van conservatieve senatoren zoals Orrin Hatch van Utah het verwijt dat hij te vergoelijkend is naar de Nazi’s en de witte suprematisten. Hij weigert hun optreden af te keuren. Dat maakt Trump volgens velen zelf tot een racist.

Het straatgeweld is echter niet de hoofdzaak van de kwestie Charlottesville. Wat nu onder een vergrootglas ligt is de houding van president Trump. Probeert hij door boven de partijen te staan het verdeelde land te verenigen of doet hij het omgekeerde en kiest hij partij? In de merkwaardige persconferentie in Trump Tower koos Trump er overduidelijk niet voor om het geweld van extreem-rechts in Charlottesville ondubbelzinnig te veroordelen.

Van een president of een regeringsleider wordt tegenwoordig een pastorale houding verwacht om de verschillen te overbruggen en perspectief op verbinding te bieden. Zelfs als dat niet overeenkomt met Trumps persoonlijke mening behoort hij als president toch zo’n houding aan te nemen. Dat wordt verwacht van een regeringsleider in crisismomenten. Trump kan het niet opbrengen. Trump faalt omdat hij dat blijkbaar niet kan of zelfs niet eens beseft dat die vaderlijke opstelling onlosmakelijk verbonden is aan het presidentschap.

Er is een verschil in politieke stellingname tussen linkse en rechtse radicalen. De term extremisten is voorbehouden aan degenen die geweld gebruiken en daarmee buiten de wet treden. De meeste activisten aan zowel linkse als rechtse kant zijn radicaal, maar niet extremistisch.

Het verschil tussen links en rechts is dat radicaal links zich sterk maakt voor gelijkheid tussen bevolkingsgroepen, religies en seksen en radicaal rechts die gelijkheid afwijst en zich sterk maakt voor witte hegemonie. Zo wijzen de Nazi’s, KKK en witte suprematisten de gelijkheid van Afro-Amerikanen, Joden, moslims, homoseksuelen en vrouwen af.

Dat streven naar gelijkheid is het uitgangspunt van Amerika. ‘All men are created equal’ is de belangrijkste uitspraak van de Amerikaanse revolutie zoals verwoord door president Thomas Jefferson. Het is van blijvend belang geweest en werd het kompas voor zijn opvolgers en in algemene zin het moderne Amerika.

Het is dus radicaal rechts dat nu door het gebruik van geweld afwijkt van de Amerikaanse traditie die in meer dan 200 jaar sinds de onafhankelijkheid is gegroeid. Extreem-rechts wil daar eenzijdig mee breken om een witte samenleving te vestigen. Het is radicaal links dat hierop reageert en zich verzet tegen die breuk.

Bezien in historische context kiest president Trump dus niet alleen niet ondubbelzinnig tegen het extreem-rechtse geweld van Klansmen, Nazi’s en witte suprematisten, maar breekt hij ook met de Amerikaanse traditie om op z’n minst in woord de traditie van Jefferson hoog te houden. Dat diskwalificeert hem als president omdat hij niet begrijpt waar het in de VS om te doen is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTrump zegt terecht dat het geweld van twee kanten kwam, maar linkse media worden he-le-maal gek’ van Michael van der Galien op DDS, 16 augustus 2017.

Foto 2: ‘Heavily armed alt-right militia at the ‘Unite the Right’ rally in Charlottesville, VA.

Hoe verteren rechts-populisten de overwinning van Macron?

with one comment

De verkiezingen in Frankrijk zijn een bittere pil voor populistische media als De Dagelijkse Standaard (DDS). Eerst werd de populististische kandidaat Marine Le Pen in de presidentsverkiezingen van mei 2017 met 32,2% verschil verslagen. Het kwalijkste was dat dat ook nog eens gebeurde door de pro-EU kandidaat Emmanuel Macron. Als klap op de vuurpijl lijkt in de parlementsverkiezingen -waarvan vandaag de tweede ronde plaatsvond- Macrons partij LREM af te stevenen op een meerderheid van meer dan 60%. Hoe dat als tegenstander te verteren? Hoe een redacteur van DDS dat probeert is tekenend. Hij suggereert dat door de lage opkomst het enthousiasme voor Macron tegenvalt. Maar het omgekeerde is waar. Door de lage opkomst kon Macron juist zijn overwinning boeken. Logica blijft lastig te combineren met emoties. Mijn reactie op DDS:

Het is niet de achterban van Macron die het af heeft laten weten, maar de achterban van de andere partijen. Met het enthousiasme voor Macron zit het dus wel goed. Maar niet met het enthousiasme voor de andere partijen.

Dat is deels verklaarbaar omdat er met alle andere partijen wel iets aan de hand is. Bij het Front National is het nichtje Marion Maréchal-Le Pen uit onvrede (tijdelijk) uit de partij gestapt. Schadelijk voor de steun in het zuiden. En het FN herstelt nog van de smadelijke nederlaag in de presidentsverkiezingen die groter dan verwacht was.

De socialistische partij en de rechtse Republikeinen moeten eveneens nog van de schrik bekomen dat ze weggevaagd zijn bij de presidentsverkiezingen. Daarbij zijn vele parlementsleden overgelopen naar de partij LREM van Macron. Zodat er gaten in de vertegenwoordiging zijn gevallen en kiezers ineens de vertrouwde namen bij de vertrouwde partijen misten. Die verwarring en die demotivatie binnen partijen heeft negatief gewerkt op de opkomst.

Als de exit-polls kloppen dan behaalt Macron met zijn partij LREM meer dan 60% van de zetels in het parlement. Dat is omgerekend naar de Tweede Kamer meer dan 90 zetels. Onvoorstelbaar. Een uitstekend resultaat. Nu zijn er in Nederland 4 partijen nodig om boven de 75 zetels te komen.

De Fransen zijn verkiezingsmoe. Twee rondes om de president te kiezen, twee rondes voor het parlement en in de herfst twee rondes voor de senaat. Het is veel in één jaar.

Met de legitimiteit van Macron zit het wel goed. Hij werd in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen bij een opkomt van 74,56% verkozen door 66,1% van de stemmen. Dat betekent dat van alle kiesgerechtigden zo’n 49,5% op hem heeft gestemd. Ter vergelijking, Donald Trump kreeg bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van november 2016 zo’n 27% van de kiesgerechtigde Amerikanen achter zich. Dat is liefst 22,5% minder voor Trump in vergelijking met Macron.

Foto: Deel van schermafbeelding van commentaar ‘Opkomst Frankrijk lager dan ooit: het enthousiasme van de media is ver te zoeken’ van Michael van der Galien voor DDS, 18 juni 2017.

DDS ontspoort met opinie-artikel over veiligheid Thierry Baudet

leave a comment »

Tim Engelbart is een productieve commentator voor DDS. Ook wel de Nederlandse Breitbart genoemd, de Amerikaanse alt-right nieuwssite. Engelbart haakt in op een aangekondigde demonstratie op 19 juni van de Utrechtse actiegroep ‘Utrecht voor Iedereen’ die voor de gelegenheid ‘Utrecht TEGEN Thierry Baudet’ genoemd is. In een commentaar besteedde ik er op 25 mei aandacht aan. Engelbart doet dat vandaag ook, maar begeeft zich op glad ijs door Baudets veiligheid centraal te stellen: ‘Nog even, en Baudet zal net zo beveiligd moeten worden als Geert Wilders. En dat gun je echt niemand, zelfs niet je grootste politieke tegenstander.’ Engelbart bewijst er Baudet geen dienst mee. Integendeel. In een reactie op DDS leg ik uit waarom Engelbart te ver gaat:

Pegida Nederland demonstreert. De Nederlandse Volks-Unie van Constant Kusters demonstreert. PVV-sympathisanten als Kimberley Hendriks demonstreren. In Nederland neemt bijna iedereen wel eens deel aan een demonstratie tegen iedereen. In Nederland is een demonstratie folklore, marketing, calvinistische gestrengheid en politiek tegelijk. Niemand die een demonstratie merkwaardig vindt en daar nog echt van opkijkt. Op Tim Engelbart na dan.

Waar Engelbart vandaan haalt dat de Utrechtse demonstratie tegen Baudet bedoeld is om de boel te verstoren is onduidelijk. Het wordt door de initiatiefnemers in hun uitingen op sociale media niet gezegd. Het valt dan ook in de categorie stemmingmakerij. De demonstratie is bedoeld als politiek protest tegen Forum voor Democratie en partijprominent Thierry Baudet. Niks bijzonders. Het past in de Nederlandse traditie van protest en anti-protest. Een grondrecht. Als ventiel voor maatschappelijk ongenoegen. Het is merkwaardig als een politiek commentator als Engelbart net doet alsof hij dat principe niet begrijpt.

Behalve wat gespeelde onschuld en naïviteit, het bewust verkeerd weergeven van de positie van de Utrechtse actiegroep en de gebruikelijke rechts-radicale stellingname is er weinig bijzonders aan dit 13 in een dozijn verhaal van Engelbart. Het is allemaal netjes en beschaafd, en vooral voorspelbaar en saai. Men kan vooraf uittekenen wat Engelbart met voorbijgaan aan de feiten zal gaan zeggen.

Op een aspect na dan. Want Engelbarts commentaar is toch bijzonder. Hij begeeft zich namelijk op een hellend vlak door het te hebben over de veiligheid van Baudet en diens beveiliging. Het is een stilzwijgende afspraak in politiek en journalistiek om dit aspect in de openbaarheid niet ter discussie te stellen. Waarom? Omdat het mensen op verkeerde gedachten kan brengen. Over beveiliging van politici praat men liever niet. En zeker niet op de manier waarop Engelbart het doet. Hij stookt het vuurtje op.

Met dit commentaar dat in de titel verwijst naar Wilders en beveiliging dreigt het risico dat Engelbart iets oproept dat hij zegt te willen bezweren. Hoe oprecht Engelbart hierover is valt niet goed vast te stellen. Hij begeeft zich met dit commentaar op glad ijs. Engelbart bewijst Baudet hiermee geen dienst. Integendeel, hij brengt Baudet ermee in gevaar. Dat zou hij niet moeten doen.

Er is geen aanwijzing voor dat de Utrechtse activisten tegen Baudet een gevaar voor diens leven vormen of het zelfs gemunt zouden hebben op diens leven. Maar anderen kunnen door Engelbarts commentaar geprikkeld worden om het karwei af te maken waar hij op wijst.

Engelbart vergaloppeert zich met dit commentaar omdat hij er Baudet mee in gevaar brengt. Hij moet beter nadenken over hoe hij met zijn activistische journalistiek de promotie van Forum voor Democratie en Baudet het beste dient. Niet door vijandbeelden op te tuigen en onder het mom van ‘geen rook zonder vuur’ stropoppen in brand te steken waarvan hij de gevolgen niet kan overzien. Engelbart speelt met vuur in zijn commentaar ten koste van de veiligheid van Thierry Baudet.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNog even, en Thierry Baudet moet net zo beveiligd worden als Geert Wilders’ van Tim Engelbart op DDS (De Dagelijkse Standaard), 27 mei 2017.

Pleidooi voor zakenkabinet door FvD gaat voorbij aan hervorming van de partijpolitiek

with 2 comments

De tweede man van het rechts-radicale Forum voor Democratie Theo Hiddema pleit voor een kenniskabinet of zakenkabinet. Dat zei hij gisteren 22 mei in een ochtendprogramma van de regionale Limburgese omroep L1. DDS besteedt er aandacht aan in een opinie-artikel. Mijn reactie op het idee van Hiddema is kritisch:

Op dit moment is de keuze voor een zakenkabinet een slecht idee. Want hoe dan ook moet zo’n kabinet beleid ontwikkelen. Dat is pure politiek. Anders gezegd, een zakenkabinet suggereert dat beleidskeuzes voortkomen uit een soort hogere logica die niets te maken hebben met prioriteiten die volgen uit opvattingen over de inrichting van de samenleving. Maar dat is niet zo. Het maken van die keuzes en prioritering is pure politiek.

Waarom met een zakenkabinet net doen alsof politiek geen politiek is? Dan is het eerlijker tegenover de kiezer om gewoon toe te geven dat politiek politiek is. Nog anders gezegd, de politiek is er juist voor ontwikkeld om de macht te verdelen. Als politieke partijen -waar Hiddema met zijn partij ook deel van uitmaakt- slecht presteren wat zo maar mogelijk is, dan moeten die partijen niet afgeschaft of aan de zijlijn gezet worden, maar hervormd worden.

Daar komt bij dat een zakenkabinet altijd een profiel heeft en niet zonder kan. Hoe men het ook draait of keert, de keuze voor het profiel is een politieke keuze. Als het met de benoemingen van bewindslieden kiest voor de voortzetting van de gevestigde orde, dan is dat een politieke keuze. Partijen zoals de PVV of SP die er blijk van geven de gevestigde orde omver te willen werpen zullen met hun miljoenen kiezers hier niet blij mee zijn. En omgekeerd, als er een zakenkabinet komt dat juist wel de gevestigde orde ter discussie stelt dan zullen middenpartijen als VVD, CDA en D66 en hun achterbannen er niet blij mee zijn.

Een zakenkabinet is een oud idee. Voormalig VVD-leider Hans Wiegel pleitte herhaaldelijk voor een nationaal kabinet. Overigens niet toen hij in 1977 met de VVD toetrad tot het eerste kabinet Van Agt-Wiegel dat door CDA’er Dries van Agt werd geleid. In bijzondere omstandigheden kan een zakenkabinet zin hebben. Zo had Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog nationale kabinetten met de kabinetten Gerbrandy I en II (1940-1945). Maar in gewone omstandigheden biedt een zakenkabinet geen voordeel. Een bijkomende vraag is overigens ook hoe in het parlement de oppositie ertegen gevoerd kan worden omdat het geen politieke steun in Eerste en Tweede Kamer heeft.

Het voorstel van Hiddema is een verre echo van twee ontwikkelingen die de partijpolitiek niet bestrijden door de hervorming ervan, maar door het te willen omcirkelen. In de jaren ’30 (vdve) keerden fascistische partijen zich tegen het heersende politieke bestel door te pleiten voor een corporatieve staat, waarbij alle maatschappelijke geledingen vertegenwoordigd zouden zijn. En binnen met name de christen-democratie bestonden er de laatste decennia tendenzen die pleitten voor de herwaardering van de gemeenschap binnen de communitaristische beweging. Met de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni als leidsman.

Het probleem met een zakenkabinet, een corporatieve staat of de de communitaristische beweging is dat ze zich -zonder dat toe te geven- buiten de normale politiek begeven en onttrekken aan de gewone democratische controle. Ze kunnen door belangengroepen achter de schermen vervolgens makkelijk oneigenlijk gebruikt worden voor iets dat niet met zoveel woorden wordt gezegd. Zo is de kritiek op de communitaristische beweging van Etzioni dat het onder het mom van gemeenschapsdenken allerlei neo-liberale maatregelen heeft mogelijk gemaakt. Omdat dit buiten het parlement op een soort politiek-filosofisch niveau binnen partijen speelt kan er nergens verantwoording voor gevraagd worden.

Dat verschil tussen schijn en wezen is bij de partijpolitiek niet aan de orde, hoe onvolmaakt, ongeïnspireerd, corrupt en ondoelmatig de huidige politieke partijen ook zijn. Partijpolitiek is wat het is, ondanks de nadelen ervan. Als Hiddema had gepleit voor een fundamentele hervorming van de partijpolitiek of het politieke bestel had ik hem gesteund. Bijvoorbeeld door een grotere rol voor de burger door machtsdeling of invoering van E-democracy en een afwaardering van de politieke partijen. Maar hij laat te veel onduidelijkheid wat hij met zijn pleidooi voor een zakenkabinet echt beoogt.

Dus ja, graag hervorming van het politieke bestel en de partijpolitiek. Maar nee, niet door omcirkeling of het passeren van de politiek. Een zakenkabinet of nationaal kabinet is mogelijk, maar dan uitsluitend in bijzondere omstandigheden. Dat is op dit moment niet aan de orde.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFVD wil dat het anders gaat: Hiddema pleit voor een “kenniskabinet” van Michael van der Galien voor DDS, 23 mei 2017.

Waarom steunt PVV geen beleid dat vernederlandsing van moslims en migranten bevordert?

with 12 comments

DDS gaat door met de promotie van FvD-kopstuk Thierry Baudet. Met zijn partij is hij sinds kort met 2 zetels in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, maar op DDS lijkt het alsof FvD het in Den Haag voor het zeggen heeft. In een artikel beredeneert 

Dit ligt minder duidelijk dan Madureira suggereert. Er werken immers twee ontwikkelingen tegen elkaar in. Namelijk de islamisering van Nederland en de vernederlandsing van islamitische migranten of tweede of derde generatie allochtonen. Het is dus nog maar de vraag hoe de demografie over 20 jaar uitpakt. Hoe dan ook lijkt de stijging van het percentage moslims af te vlakken en nu te stabiliseren rond de 5%.

Volgens opgave van moslims zelf bedraagt in Nederland het aantal moslims 5% van de bevolking. Dat zijn er ongeveer 850.000. Maar het aantal belijdende of praktiserende moslims ligt stukken lager en werd in een Gronings onderzoek (Instituut voor Integratie en Sociale Weerbaarheid van de Rijksuniversiteit van Groningen) in 2008 ingeschat als 200.000. Hoewel het erop lijkt dat dat het moskeebezoek de afgelopen jaren is toegenomen. Maar tot welk aantal?

Er bestaan hoe dan ook onverklaarbare ongelijkheden in de statistieken. Zo wordt de islam ondanks de onderlinge verschillen en de stromingen die elkaar op leven en dood bestrijden als een groep beschouwd, terwijl er wel onderscheid wordt gemaakt tussen katholieke, gereformeerde of hervormde christenen. Dat geeft een vertekend beeld dat de islam groter maakt dan het werkelijk is. Ook worden moslims die niet praktiserend zijn grotendeels meegeteld als praktiserend, terwijl niet praktiserende christenen als ‘ongelovig’ worden gecategoriseerd.

De grotere zichtbaarheid van moslims in het straatbeeld betekent niet per definitie dat het aantal of het percentage moslims de afgelopen jaren is toegenomen. Daar moet men geen voorbarige conclusie uit trekken.

Een radicaal-rechtse partij als de PVV richtte zich tot nu toe op het beperken van de instroom van migranten uit islamitische landen. Wat overigens niet per se moslims hoeven te zijn. Bekend is het feit dat christenen vanwege hun veiligheid het Midden-Oosten verlaten en emigreren naar westerse landen. Overigens groeide het aantal niet-moslimmigranten met ongeveer 25 procent in de afgelopen tien jaar en het aantal moslimmigranten met ongeveer 15 procent.

Als de PVV doelmatig zou omgaan met de de-islamisering van Nederland dan zou het er verstandig aan doen om breder te denken. Dit kan door zich niet alleen te richten op het dichtdraaien van de kraan zodat de toestroom stopt. De PVV en andere radicaal-rechtse partijen zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of radicaal-rechtse partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met concrete maatregelen de islamisering terug te dringen.

Hoe zou dat terugdringen kunnen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe zouden de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd kunnen worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en een mediacampagne die beter dan nu gebeurt voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van het seculiere model dat met een garantie van de overheid alle religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Het begrip ‘culturele moslims’ is in dit verband een sleutelbegrip. Dat zegt dat vele moslims niet praktiserend moslim zijn, maar vanwege de nestgeur toch geen afscheid nemen van de islam. Ze vervuilen de statistieken. Dat effect wordt nog versterkt door het conservatieve karakter van de Nederlandse islam en de ontbrekende steun van overheid en politiek om moslims die uit willen treden actief te steunen.

Radicaal-rechtse partijen als de PVV kunnen aan geloofwaardigheid buiten de eigen harde kern van sympathisanten winnen en zo hun politieke macht vergroten als ze met andere partijen op moslims en migranten gerichte programma’s op het gebied van taalverwerving, kunst en cultuur, geschiedenis, politieke filosofie en geloofsafval steunen.

Dweilen met de kraan open is in het migratie- en integratiedebat maar het halve verhaal. Maar wel het halve verhaal dat radicaal-rechtse partijen nu al jaren als een mantra herhalen zonder nog goed te beseffen wat het werkelijk betekent. Vernederlandsing van moslims of migranten is het andere helft van het verhaal dat radicaal-rechtse -maar ook andere- partijen nooit noemen. Een bijkomend effect van die vernederlandsing is dat bekeerlingen doorgaans gedrevener zijn om hun nieuwe identiteit uit te dragen. Het talent van dat soort ambassadeurs voor de open, seculiere zaak zou de Nederlandse politiek veel beter moeten benutten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet legt pijnlijk bloot: ‘Uiteindelijk komen die hoofddoekjes bij de politie er toch wel!’’ op DDS, 19 mei 2017.

Forum voor Democratie steunt pro-Erdogan motie van DENK

with 7 comments

De gevestigde politiek valt heen over een motie van Denk om de banden met Erdogan aan te halen. Dat tegen de achtergrond van een voorlopige conclusie van de OVSE die onregelmatigheden en manipulatie constateert bij het Turkse referendum. De enige partij die de motie van DENK steunde was de andere nieuwkomer Forum voor Democratie. Het argument dat fractievoorzitter Baudet ervoor geeft is opvallend en in tegenspraak met het beleid van deze partij om de EU op te breken en te streven naar de natiestaat. Hij zegt: ‘We zijn ervoor om normaal om te gaan met alle landen in de wereld. Nederland is een heel klein land, we zijn afhankelijk van handelsstromen … dat soort zaken. In de internationale politiek moet je niet op zoek zijn naar vrienden, maar gewoon naar belangen’. Nederland is een heel klein land dat afhankelijk is van anderen en het dus nooit in z’n eentje kan rooien. Goed dat Baudet het zelf zegt, hoewel het de vraag is of hij echt begrijpt wat hij echt zegt.

Saillant is dat het rechts-nationalistische DDS dat doorgaans verslag doet van elke uitlating van Baudet hier geen aandacht aan besteedde. Aan denkfouten wil niemand de vingers branden. Er zijn grenzen aan de gekte.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.