Plasterk voegt zich met Telegraaf-column in rechtse hetze tegen D66 en Sigrid Kaag

Schermafbeelding van deel artikelOud-PvdA-minister Ronald Plasterk wil dat Sigrid Kaag aftreedt: ‘Zo iemand kan je in een kabinetsteam niet hebben’ van Michael van der Galien op DDS, 3 juli 2021.

Oud-minister Ronald Plasterk heeft een Telegraaf-column en moet daar noodgedwongen rechtse praatjes bezigen. Of hoofdredacteur Paul Jansen hem dat oplegt of dat Plasterk daar door zelfcensuur of zelfverloochening toe komt is van ondergeschikt belang. Het resultaat is hetzelfde.

Plasterk plooit zich als een lichte vrouw die zich verkoopt. Het is triest om te zien. De sociaal-democraat schept verwarring en is populair bij PVV- en Forum-sympathisanten.

Het is veelzeggend dat een sociaal-democraat van overtuiging die binnen zijn partij niet relevant meer is zijn overtuiging verkoopt aan de meest biedende. Of in dit geval waarschijnlijk, de enig biedende. Maar Plasterk heeft het recht om de weg van de minste weerstand te volgen. Een weg die bij anderen veel weerstand oproept.

Met terugwerkende kracht worden zijn ministerschappen in Balkenende IV en Rutte II er niet geloofwaardiger op. Ook toen al zocht hij opvallend de publiciteit. Bijvoorbeeld door foto’s te maken van degenen die hem in zijn werkkamer als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezochten. Dat deelde hij weer breed in de publiciteit.

Zijn laatste column in De Telegraaf is een bescheiden hit op radicaal-rechtse sites, zoals DDS. Ik reageerde daar bij bovenstaand artikel: ‘Plasterk is een fossiel die zichzelf tot leven probeert te wekken. Hij zoekt de rechtse echokamer op om zichzelf te laten horen. Plasterk toont aan hoe iemand van overtuiging kan veranderen. Hij neemt de kleur van zijn omgeving aan en verliest in dat proces zichzelf. Ik kan me niet voorstellen dat verstandige Telegraaf-lezers die hang naar aandacht van Plasterk niet doorzien. Als hem een kabinetspost in Rutte IV zou worden aangeboden, dan verschiet hij in een nacht weer van kleur.

De column van Plasterk past in de continue oorlog die de Telegraaf tegen D66 en Sigrid Kaag voert. Is D66 immers niet de aartsvijand van de PVV? De Telegraaf probeert nog steeds het foute beeld te vormen dat de progressieve centrumpartij D66 met stevige rechtse sociaal-economische programmapunten een linkse partij is.

Plasterks column staat achter een betaalmuur, maar er valt te lezen dat het als volgt begint: ‘Het VPRO-programma Sigrid Kaag van Beiroet tot Binnenhof is een mooie boel geworden. Om te beginnen is het politiek kluitjesvoetbal. Het programma is gemaakt door de VPRO, die wordt geleid door een oud-campagneleider van D66. Er is in overleg met de publieke omroep (die onder leiding staat van een D66’er) een tijdstip gekozen soort voor de verkenningen om maximale electorale impact te hebben (…). De film is mede gefinancierd door het Nederlands Filmfonds (voorzitter was Thom de Graaf), en kreeg, zo meldt journaliste Kim van Keken, een extra subsidie van minister Van Engelshoven (D66).

Dit is stemmingmakerij door associatie van Plasterk. Het feit dat leden van D66 hierbij betrokken zijn wil nog niet zeggen dat ze verkeerd gehandeld hebben. Maar dat suggereert Plasterk wel. Thom de Graaf was overigens nooit voorzitter van het Nederlands Filmfonds, maar voorzitter van de Raad van Toezicht van die organisatie. In die functie is hij opgevolgd door het voormalige VVD-kamerlid Laetitia Griffith. In Nederland Polderland rouleren dit soort functies tussen leden van de grootste partijen. Dat is de PvdA al sinds 2017 niet meer.

DDS gaat in de overdrive als het onder verwijzing naar de VPRO-documentaire waarover kamervragen door de PVV waren gesteld suggereert dat minister ‘Kaag haar collega-minister Arie Slob (ChristenUnie) hier gewoon keihard over heeft laten liegen‘. Het valt trouwens op hoe Plasterk in zijn column delen van de kamervragen van PVV’er Martin Bosma overneemt. En DDS vervolgt: ‘Slob antwoordde daarop dat – zo werd hem dat verteld door de VPRO – er geen contact was geweest tussen de documentairemakers en D66, niet over de precieze inhoud van de docu, tenminste’.

De crux waarop Plasterks column leunt is dat minister Kaag haar collega-minster Slob informatie heeft onthouden waardoor hij de kamervragen van de PVV verkeerd heeft beantwoord. Dat laatste is juist en valt de VPRO te verwijten die Slob verkeerd heeft geïnformeerd zodat hij op zijn beurt de kamer verkeerd informeerde. Daar staat Kaag buiten. Dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden die Plasterk op een hoop gooit. En stel dat Kaag Slob die op een ander ministerie werkt hierover wel had geïnformeerd, dan was de reactie van De Telegraaf voorspelbaar geweest. Namelijk dat Kaag Slob heimelijk probeerde te beïnvloeden. Het is immers nooit goed wat de Telegraaf over D66 meldt.

Dat er foute kantjes zitten aan de productie van de VPRO-documentaire over Kaag is duidelijk. De makers zijn door D66 en Buitenlandse Zaken onder druk gezet om de film aan te passen. Dat is ontoelaatbaar en hoort niet in een werkende democratie thuis.

Er moet wetgeving komen om de verderfelijke invloed van voorlichters en communicatie-experts bij ministeries en gemeenten op de journalistiek en de kunst terug te dringen. Hun macht is veel te groot geworden. Ze perken de persvrijheid en de vrijheid van expressie in.

Omdat nog niet alle feiten bekend zijn, dient deze kwestie tot op de bodem uitgezocht te worden en openbaar gemaakt te worden. De losse flodders voor de boeg van De Telegraaf en Roland Plasterk hebben geen enkele betekenis om deze kwestie zorgvuldig in kaart te brengen en het achterliggende probleem van politieke druk op media en kunst structureel op te lossen.

Petitie ‘Muslim Lives Matter’ vraagt om tweede, gecorrigeerde versie

De petitieMuslim Lives Matter’ is uiteraard een bewerking van ‘Black Lives Matter’ die wereldwijd steun heeft opgeleverd voor de zwarte bevolking. Of deze petitie hetzelfde doet voor de moslims bevolking valt te betwijfelen. Dat komt omdat er vreemde beweringen in de petitie staan en omdat het voorbijgaat aan de politieke werkelijkheid.

Het is prima als leden van een bevolkingsgroep een petitie plaatsen waarin ze hun recht opeisen. Maar als dat op de verkeerde manier gebeurt, dan werkt het averechts.

Het sentiment dat de islam wordt gekoppeld aan terrorisme volgt direct uit allerlei aanslagen door moslims in Europese landen die zeggen te handelen uit naam van de islam. Daarin zijn de volgelingen van deze godsdienst uniek. Er is geen enkele godsdienst of levensovertuiging die de achterban vraagt om op deze grote schaal aanslagen te plegen tegen andersdenkenden of tegen andere moslims. Het zijn islamitische predikers die deze aanslagen legitimeren  Die koppeling is geen racisme, maar de realiteit van 2020 die door radicale moslims wordt opgeroepen.

Petitionaris Dina Achahabar vergeet dat moslims in Nederland onder het secularisme meer vrijheid hebben dan  moslims in vele landen, waaronder die in de zogenaamde islamlanden. Daar bestaat felle concurrentie tussen stromingen binnen de islam met als gevolg dat een groot deel van de moslims actief wordt tegengewerkt of zelfs vervolgd. Dat georganiseerde onrecht bestaat in Nederland niet waar moslims voor de wet gelijkwaardig zijn aan aanhangers van andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Daarom is het een pertinente onjuistheid om de positie van de moslims in Nederland te vergelijken met die van de Joden van de Holocaust. Het valt niet in te zien hoe de positie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, toen er sprake was van bewuste uitroeiing door de nazi’s,  vergelijkbaar is met de positie van de Nederlandse moslims in 2020. Deze vergelijking draagt de kern in zich van de ontkenning van de Holocaust.

De petitionaris heeft gelijk dat de Oeigoeren door de Chinese overheid worden vervolgd. Dat is niet hetzelfde als de Holocaust, maar begint de kenmerken ervan te vertonen. Maar de tragiek van de vervolging van de Oeigoeren is dat alle islamitische landen, inclusief Turkije niet protesteren bij de Chinese leiders tegen die vervolging. Het zijn juist de westerse landen die dat wel, hoewel mondjesmaat, doen terwijl de islamitische landen de ‘ongelijke’ behandeling van de Oeigoeren als een voldongen feit accepteren. Dit geeft de morele zwakte van de internationale moslimgemeenschap aan. Verspelen de moslims hiermee niet hun eigen recht van spreken?

Wie gisteren de discussie over minister Slob en zijn opmerkingen over de homoseksuele identiteit op christelijke scholen heeft gevolgd, zal gezien hebben dat hij hierop van veel kanten kritiek heeft gekregen. Iedereen veel over hem heen en hij moest zijn woorden inslikken. Zo werkt het publieke debat. De christelijke zuil in het bijzonder onderwijs werd stevig de maat genomen en de argumenten van christenen werden onderuit gehaald. Het is dus onjuist dat alleen moslims in een zwart daglicht worden geplaatst. De vergelijking moet eerder zijn dat het de radicale elementen binnen alle godsdiensten zijn die continu kritiek krijgen.

Het is positief dat de petitionaris verwijst naar de bescherming van de rechtsstaat omdat dit betekent dat hiermee de rechtsstaat wordt omarmd. Dat is emancipatie en integratie. Maar het is ongelukkig als moslims die de Nederlandse rechtsstaat verwerpen, zoals salafisten niet genoemd worden. Want zij zijn het die de goedwillende moslims van deze petitie onder druk zetten. Daarom is het interessanter wat deze petitie niet zegt of niet kan zeggen, dan wat het wel zegt. Want wat de petitie zegt is, in alle eerlijkheid voorspelbaar en fantasieloos en volgt de retoriek van het platgetreden pad.

Een en ander vraagt om een tweede versie van deze petitie waarin onjuistheden, slordigheden en het verkeerde gebruik van het begrip ‘racisme’ worden gecorrigeerd en de olifant in de kamer wordt benoemd: de strijd binnen de Nederlandse en internationale islamgemeenschap tussen moslims onderling. Maar daar is moed voor nodig omdat fysieke bedreigingen in die strijd niet geschuwd worden. Deze petitie verdient het om herschreven te worden.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieMuslim Lives Matter: ook in beschrijvingen’ van Dina Achahabar  op petities.nl. November 2020.

Slobs uitspraak over homoseksualiteit op scholen thematiseert het debat over de bekostiging van het bijzonder onderwijs

Scholen mogen ouders vragen een verklaring te ondertekenen waarin ze een homoseksuele levenswijze afkeuren. Dat zei de minister van basis- en voortgezet onderwijs Arie Slob maandag in de Tweede Kamer. Hij reageerde daarmee op kritische vragen van Kamerleden over de identiteitsverklaringen die op sommige reformatorische scholen worden gehanteerd.‘ Aldus een verslag in Trouw.

Het is vreemd dat een kabinetsminister zulke uitspraken doet over homoseksualiteit. Gelijke monniken, gelijke krantenkoppen. Het gevolg van zijn woorden is dat scholen van het kabinet toestemming krijgen om uit te sluiten. Stel dat het om christenen gaat en scholen ouders mogen vragen een verklaring te ondertekenen waarin ze een christelijke levenswijze afkeuren. Wat zou daar de reactie van de Nederlandse christenen op zijn?

Bijzondere scholen die door de overheid worden bekostigd mogen dit soort uitsluitende eisen stellen. De uitspraken van minister Slob geven echter aan dat dit geen duurzame situatie is. Scholen hebben de vrijheid om in eigen kring andersdenkenden uit te sluiten, maar het is niet passend dat dit door financiële ondersteuning van de overheid gebeurt en wordt gelegitimeerd.

Zo kunnen Slobs woorden aan waarde winnen. Namelijk dat er in de Tweede Kamer een fundamenteel debat op gang komt over het automatisme om het bijzonder onderwijs door de overheid te laten bekostigen en de bijkomende voorwaarden die daar mee samen behoren te gaan.

De politici van de vrijzinnige partijen doen er, als ze van de schrik van Slobs woorden bekomen zijn, verstandig aan om dit debat over de bekostiging van het bijzonder onderwijs in de Tweede Kamer hoog op de agenda te zetten. Het is een al meer dan 100 jaar oud compromis dat zichzelf overleefd heeft en niet meer houdbaar is. Het is niet de taak van de overheid om scholen die de ongelijkheid prediken te subsidiëren.

In zijn politieke onhandigheid heeft minister Slob dit aspect gethematiseerd dat de christelijke koepels niet bespreekbaar willen maken. Minister Slob die bekend staat als een zwakke minister is niet voor het eerst de weg kwijt. Hij probeerde met zijn uitspraken over homoseksualiteit op scholen zijn achterban te bedienen, maar bereikt het omgekeerde als vrijzinnige partijen als GroenLinks, D66, VVD, PvdA en SP een debat opstarten over de voorwaarden van de bekostiging van het bijzonder onderwijs door de overheid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSlob: Homoseksualiteit afkeuren mag, zolang scholen zorgen voor een veilig leerklimaat’ in Trouw, 9 november 2020.

Theater en religie putten uit dezelfde bron. Reformatorische kringen negeren dat door religie geen schijnwereld te noemen

Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) gaf vandaag antwoord op kamervragen van Peter Kwint (SP). Het ging over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk. Niet vanwege de inhoud, maar vanwege de vorm. Het gaat om leraar Nederlands en SGP’er Arjan van Essen die ontslagen is door het Driestar College in Gouda omdat hij met zijn toneelstuk ‘Kop of Munt’ de schouwburg ingaat. Het ging op 3 november in première. Minister Slob (Christen-Unie) licht toe, maar vergoelijkt de schorsing ook. In een reactie op de affaire Van Essen voert het CIP dominee Meeuse op die meent dat ‘theater niet past bij de reformatorische identiteit’. Maar hij gaat verder dan dat door het theater ervan te beschuldigingen een ongeschikte kunstuiting te zijn en dat het de werkelijkheid tot een spel wil maken. Dat is grof. Hij meent zelfs dat achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat. Dat kan Meeuse allemaal wel vinden, maar hij lijkt voorbij te gaan aan de oorsprong van religie en de gemeenschappelijke kenmerken die het heeft met theater. Mijn reactie op de FB-pagina van het CIP bij bovenstaande posting.

Het merkwaardige aan de opvatting van dominee Meeuse is dat hij negeert dat drama en religie uit dezelfde bron zijn ontstaan en kinderen van dezelfde ouders zijn. Namelijk rituelen en dramatisering. Dat werkt nog steeds door in godsdienst. Wie aanwezig is bij een kerkdienst in een reformatorische kerk ervaart dit met eigen ogen. Vertegenwoordigers van de kerkorganisatie kruipen in de huid van het opperwezen en ‘doen alsof’. Dat is het kernmerk van acteren. Ze bootsen op een zich repeterende wijze een handeling na. Eeuwenlang. Geestelijken treden als het ware buiten de werkelijkheid en streven ernaar om via een verhaal verbinding met iets hogers, iets verticaals aan te brengen. Naargelang het soort religie en het soort theater is dat een combinatie van schoonheid, inzicht, lering, vermaak, instructie of wat dan ook. De bezoekers worden niet als individu, maar als publiek aangesproken zodat ze zich met elkaar kunnen verbinden.

Dominees of voorgangers zijn de vertellers of bemiddelaars die het publiek bij de hand nemen. Een kerkgebouw is identiek aan een theater met een proscenium en de vierde wand die doorbroken wordt. Die gemeenschappelijke bron van godsdienst en theater valt te herkennen in de kerkdienst die in grote lijnen dezelfde opbouw en kenmerken heeft als een traditioneel toneelstuk. De toneeltekst in het theater is het heilige boek in religie. Het kan dat de reformatorische identiteit zich om welke reden dan ook verwijderd heeft van de eigen religieuze en rituele traditie en er nu afstand van neemt door zich te concentreren op het woord en het beeld daaraan ondergeschikt te maken. Maar dat rechtvaardigt niet om het theater afzonderlijk in een kwaad daglicht te stellen.

Dominee Meeuse zeg in een interview met het Nederlands Dagblad dat volgens hem achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat met ‘vaak “een bedrieglijke boodschap die mensen aftrekt van het wezenlijke geluk dat Gods Woord ons voorhoudt.”’ Het is vanuit zijn religieuze overtuiging begrijpelijk dat Meeuwse dat zo ziet, maar tegelijk is het onwaarachtig omdat de wereld van een kerkgenootschap bij uitstek opgevat kan worden als een schijnwereld.

Theater en religie horen heel goed bij elkaar omdat ze twee van hetzelfde zijn en allebei uitgaan van schijnwerelden. Anders gezegd, door fictionaliseren en dramatiseren bouwen zowel theater als religie door afspraken met het publiek een in zichzelf gesloten logica op die buiten de vier wanden van de sacrale plek (kerk, toneelpodium) niet in die vorm bestaat. Alleen in kerk of schouwburg bestaan zulke schijnwerelden.

Het is vreemd dat reformatorische organisaties in Nederland zeggen moeite te hebben met theater als kunstvorm, terwijl kerken bij uitstek de plek zijn waar dat theater gestalte krijgt en wordt vertegenwoordigd door geestelijken die namens de kerk opereren. Zelfs als het uitsluitend zou blijven bij het kale voorlezen uit de bijbel gaat dat nog gepaard met vaste gebruiken, afspraken, toonzetting en compositie. En laat dat nou juist het uitgangspunt van theater zijn. Er worden afspraken met de gemeente gemaakt die identiek zijn aan de afspraken die het theater met een theaterpubliek maakt. Het feit dat de dominees dat alles zelf niet zo zien of benoemen en zelfs ontkennen wil nog niet zeggen dat het niet zo is. Integendeel, hun ontkenning is juist verklaarbaar vanuit hun geloof.

Het is begrijpelijk dat dominees de eigen oorsprong van hun religie ontkennen of in het midden laten omdat dat een specifiek doel dient. Dat is opnieuw een treffende gelijkenis met theater. Het kenmerk van het standaard Hollywood-film of het klassieke toneelstuk is de identificatie van de toeschouwer. Dat wordt bereikt door de ‘montage’ en de dramatisering zoveel mogelijk aan het oog te onttrekken en te verbergen in het lopende verhaal. Het idee daarachter is dat de constructie de vereenzelviging in de weg staat en de betovering verbreekt. Uiteraard zijn er sinds de modernisering van het theater door onder meer Bertolt Brecht ook andere visies op en verschijningsvormen van theater, maar wie de nu gangbare vormen in ogenschouw neemt in schouwburg, bioscoop en op televisie beseft dat het traditionele, verhalende theater waarin de constructie wordt verhuld nog steeds leidend is.

Zoals de constructie van de Hollywood-film ed. tijdens de voorstelling ontkend wordt, zo wordt door geestelijken de constructie van religie ontkend. ‘God’ is een gedramatiseerd, fictief personage die weinig specifieke kenmerken heeft meegekregen van de makers, zodat er volop ruimte resteert voor verbeelding om dat per gemeenschap en per tijdperk in te vullen. Dat is een verstandige, doelmatige en profetische dramatisering door de constructeurs van religie.

Zo wordt met dramatische middelen een optimale identificatie van gelovigen met hun religieuze organisatie bereikt. Vroeger dachten gelovigen zelfs dat God geen fictief personage was, maar de constructeur van de religie waarin God het hoofdpersonage was. Iemand als dominee Meeuwse gelooft dat zelfs nu nog als hij over ‘Gods Woord’ praat als iets dat uit zichzelf buiten de godsdienst is ontstaan en waarvan die godsdienst is afgeleid. Maar dat is een ingewikkelde en onbewijsbare uitleg die niet het meest voor de hand ligt. Een maker kan niet tegelijkertijd op twee abstractieniveau’s optreden als maker en personage. Ook in een ‘reflectief’ stuk als Luigi Pirandello’s ‘Zes personages op zoek naar een auteur’ is de zogenaamde auteur in het stuk uitsluitend een personage. Zo geldt dat ook voor ‘God’.

De tegenstelling tussen theater en godsdienst wordt vanuit sommige religieuze organisaties gecreëerd om de constructie van godsdienst te ontkennen en de afstand tot het theater waarmee religie als constructie zoveel gemeen heeft te vergroten. Als gelovigen dat zelf wensen, dan moeten ze dat vanuit hun religieuze logica en marketing zeker doen, maar het zou oprechter zijn als ze ófwel zouden erkennen dat theater en religie uit dezelfde bron putten en dezelfde soort schijnwerelden zijn ófwel ze dat allebei niet zijn, omdat ze uitsluitend in zichzelf bestaan als gesloten werelden.

Foto 1: Schermafbeelding van posting ‘Waarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’ op FB-pagina van CIP, 25 september 2018.  

Foto 2: Schermafbeelding van deel kamervragenAntwoord op vragen van het lid Kwint over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk’, 12 november 2018.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWaarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’, op CIP, 25 september 2018.

Foto 4: Schermafbeelding van prospectus van ‘Schijn bedriegt’ van dominee C.J. Meeuse door boekhandel Den Hertog.

Overpeinzingen bij een petitie. Toekomst van de publieke omroep ligt noch bij huidige NPO-top, noch bij de omroeporganisaties

Maarten van Dijk is petitionaris van de petitie ‘Tijd voor een nieuwe NPO, begin bij de top’ die zich richt tegen de top van de NPO. Niet ten onrechte. Onlangs bleek dat die top wil bezuinigen op de meest informatieve, meest waardevolle en kwalitatief meest hoogstaande programma’s als Andere Tijden of Tegenlicht. Dat is dom, lui en fantasieloos denken van die NPO-top. Maar het alternatief dat de petitie geeft, namelijk het inzetten op de afzonderlijke publieke omroeporganisaties schiet eveneens ernstig tekort. Ja, er moet een bezem door de NPO, maar nee, de publieke omroeporganisaties zijn niet de oplossing, maar het probleem. Mijn reactie op de FB-posting van Petities.nl bij deze petitie:

Wereldvreemde petitie die redeneert vanuit het belang van de afzonderlijke omroeporganisaties binnen het publieke bestel. Maar dat belang dient noch het publieke omroepbestel als geheel noch het belang van de kijker.

Dat de top van de NPO de verkeerde programmatische keuzes maakt is duidelijk. Die huidige top is te veel verknoopt met commercie en het eigen omroepverleden en kan geen nieuwe ideeën meer bedenken die antwoorden op de vragen van nu en straks geven. De publieke omroepen doen dat echter evenmin. De publieke omroepen zijn de enige organisaties die de laat 20ste eeuwse verzuiling hebben overleefd.

Kortom, de oplossing ligt niet bij de huidige top van de NPO en evenmin bij de publieke omroepen. Die ligt bij een NPO nieuwe stijl die de commercie en megalomane plannen afzweert en zich richt op het enige wat van belang is: het maken van programma’s die uitdagen, aanscherpen en beklijven.

De publieke omroepen dienen omgebouwd te worden tot productiehuizen, als ze hun programma’s al niet inkopen bij producenten en zo feitelijk hun eigen overbodige managementslaag zijn geworden. De omroepen staan de kwaliteitsslag die de publieke omroep dient te maken in de weg. De publieke omroepen zijn nu al de lege huls met een identiteitsstrik eromheen om de lege verpakking ervan te verhullen.

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Tijd voor een nieuwe NPO, begin bij de top’ op Petities.nl.

NPO-directeur Klein komt met ongeloofwaardige ‘vernieuwingen’, na kritiek op hem te korten op journalistieke programma’s

Update 7 mei 2021: De directie van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) gaat verder met haar marketingsdenken. Veelzeggend is dat het kijkcijfers belangrijker acht dan de kwaliteit van programma’s. Het belang van marketing heeft de journalistiek verdrongen. Journalistiek en onderzoeksjournalistiek worden wegbezuinigd. De infantiliteit van nieuwe programma’s (Showcolade) lijkt gelijk op te gaan met de infantiliteit van de huidige leiding van de NPO. De publieke omroep wil behagen, maar behaagt uiteindelijk niemand door te kiezen voor oppervlakkigheid. Daarnaast voert het een achterhoedegevecht uit een vorige oorlog. De verdenking die zich opdringt is dat de eigen positie van de directie van de NPO vooropstaat en de kijkers en programmamakers daar ondergeschikt aan zijn gemaakt. Wie stopt deze baasjes? 

Frans Klein is tv-directeur van de publieke omroep en geeft NRC’s Wilfred Takken een interview. Er is veel kritiek gekomen op voorstellen van de leiding van de publieke omroep om op journalistieke programma’s te bezuinigen. Klein legt uit te willen vernieuwen. Omdat journalistieke programma’s een steeds kleiner publiek bereiken zouden ze een andere vorm moeten krijgen. Hij verwijst naar online journalistiek als alternatief. Maar juist dat roept weer veel kritiek op van de traditionele media die dat als branchevervalsing zien. In Duitsland is de publieke omroep al op dit voornemen teruggekomen na overleg met de krantenuitgevers. Het feit dat Klein dit nog als optie ziet tekent zijn gebrekkige politieke antenne. Mijn reactie bij de Facebook-posting van NRC:

De argumentatie van Frans Klein dat de kijker van Tegenlicht al ‘zeer goed bediend wordt door de publieke omroep’ zodat er gekort kan worden op Tegenlicht is onjuist. Tegenlicht en ook Andere Tijden zijn unieke programma’s die niet vervangen kunnen worden door andere programma’s.

Daarnaast maakt Klein nog een andere denkfout. Jongeren, maar ook ouderen kijken niet meer vanzelfsprekend lineair naar televisie. Uiteraard weet Klein dat. Waarom hij dan toch tot de gedachtensprong komt dat hij televisie voor jongeren wil maken is de vraag. Het lijkt onzinnig om krampachtig televisie voor jongeren te willen maken. Daar trappen jongeren niet in. Het gaat erom goede programma’s te maken die zowel ouderen als jongeren kunnen bedienen.

Het Nederlandse omroepbestel is gefragmenteerd en lijkt in die versplintering te weinig soortelijk gewicht te hebben. De noodzaak tot hervorming wordt versneld door extra bezuinigingen. Frans Klein is het symbool van een ouderwets zuilensysteem met levensbeschouwelijke omroepen dat zichzelf heeft overleefd. Hij is geen deel van de oplossing, maar van het probleem.

Klein helpt kwalitatief journalistieke programma’s om zeep, beschermt de omroepen, doet aan wensdenken en beseft onvoldoende dat de traditie van broadcasting niet meer gerevitaliseerd kan worden in de vorm die hij ons voorspiegelt. Dat tijdperk ligt achter ons. Ook in Hilversum. De winst van zijn interventie is dat hij zich ermee zo onmogelijk maakt in potsierlijkheid en wereldvreemdheid dat hij er onbewust een punt voor de tegenpartij mee maakt.

Namelijk voor degenen die de omroepen willen omvormen en afslanken tot productiehuizen en een nationale omroep willen optuigen. Klein bewijst met zijn manier van denken het Nederlandse publiek een grote dienst. Zijn schot in eigen voet biedt volop kansen voor de toekomst met een levensvatbaar omroepbestel zonder de omroepen zoals we die nu (nog) kennen. Dan is het definitief geen 1925 meer in Hilversum.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘NPO-directeur: ‘Kijker Tegenlicht komt voldoende aan zijn trekken’’ in NRC, 29 juni 2018.

Maak religie in de kritiek erop niet groter dan het is

pri

Voor alle duidelijkheid: we hoeven kerken het leven niet zuur te maken. (..) Maar bij niet-gelovigen ontstaat lichte ergernis als de bezieling waarmee zij dagelijks werken aan een vreedzame samenleving niet op waarde wordt geschat, alleen omdat die niet opborrelt uit expliciet religieuze bron.’ Aldus Leonie Breebaart in haar column voor Trouw die in de titel aangeeft waar het om gaat: ‘Religie heeft niet het monopolie op zingeving.’

Breebaart verwijst naar Arie Slob en Gert-Jan Segers van de ChristenUnie die vorige week in een opinieartikel  in Trouw ervoor pleitten om religie niet uit het publieke domein te verbannen. Ze menen dat liberale partijen lijden aan religiestress. Een in christelijke kringen populaire term die enkele jaren geleden werd gemunt door theoloog en algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap Tom Mikkers in ‘Religiestress; Hoe je te bevrijden van deze eigentijdse kwelgeest’. Mikkers gebruikt het begrip ‘religiestress’ om door associatie religiekritiek in een ongunstig daglicht te zetten. En zo religieuze organisaties in bescherming te nemen.

In 2012 duidde ik de initiatiefnemers van de religiestressmeter die religiestress menen te kunnen meten: ‘Door de initiatiefnemers wordt een tegenstelling gesuggereerd die niet uit het secularisme voortkomt. Hier waart de geest rond van een behoudende religie die het verlies van voorrechten presenteert als aantasting van rechten. Waarom projecteren ze oude vijandbeelden? Ze zijn zelfs zo schrander om hun bedoelingen te maskeren door anderen te vragen de stap naar de moderniteit te zetten. Maar hoe kunnen theologen met wetenschappelijke pretentie in hemelsnaam menen dat volgens het secularisme religie terug in de kast moet?

Wat Slob en Segers beweren komt voort uit de vrees dat het terugdringen van voorrechten van christelijke organisaties doorschiet in de afbraak ervan. Da’s hun politieke marketing die dient om zich te profileren als beschermers van het christelijk gedachtengoed. Een onterechte angst, want liberale partijen als D66 streven naar een gelijk speelveld voor alle religies en levensovertuigingen en hebben nooit uitgesproken om religies uit het publieke domein te bannen. Om het secularisme te realiseren waarbij de overheid alle religies en levensovertuigingen gelijkwaardig waardeert en garandeert moeten de voorrechten van bestaande religies afgebroken worden. Slob en Segers weten dat als geen ander, maar doen net alsof ze dat niet begrijpen.

Leonie Breebaart praat over niet-gelovigen. De term verbindt iedereen ongelukkig aan religie. Maatschappelijk achterhaald omdat een meerderheid van de bevolking zich niet (meer) laat inspireren door religie. Ze geeft religie te veel eer door het te zien als richtinggevend. Da’s het allang niet meer. Slob en Segers doen aan belangenbehartiging voor de eigen achterban. Ze willen de afbraak van hun voorrechten vertragen. Da’s hun goed recht. Dat verdient geen ergernis, maar begrip. Andersdenkenden die dit achterhoedegevecht van Slob en Segers op waarde schatten hoeven zich er niks van aan te trekken omdat het nog nauwelijks relevant is.

Foto: Boeddhistische priester, Japana, 1915: Buddhist Priest: “When the Buddha priest of Japan seats himself among his congregation to preach, he wears the simplest of robes, a white or sober-hued cassock, but when he opens the sutra or recites the litany, his vestments are of brocade that would serve worthily to drape a throne. Buddhist priests live on contributions of their parishioners and on the income of their lands, now greatly reduced.

Arie Obama of Kees Romney?

Amerikanen die zich geregistreerd hebben mogen komende dinsdag naar de stembus. Er zijn vele kandidaten, maar slechts twee maken kans: Barack Obama en Mitt Romney. Alle andere partijen zijn stelselmatig buiten de presidentsdebatten gehouden door de Democratische en Republikeinse partij. Zodat nu twee smaken grijs resten. Het systeem levert. Het bedrijfsleven steunt beide kandidaten zodat het een loterij zonder nieten is.

Dat alles klinkt afstandelijk, daarom is het tijd voor een gedachtenexperiment. Stel dat in de Nederlandse parlementsverkiezingen slechts twee partijen een kans maken: de ChristenUnie en de SGP. De andere partijen krijgen geen zendtijd op de landelijke tv, worden door de kranten genegeerd en mogen niet deelnemen aan de televisiedebatten. Wekenlang zijn de hoofden van Arie Slob en Kees van der Staaij in beeld. Ze venten breed uit hoe verschillend ze wel zijn. Maar de liberalen, socialisten, groenen en vrijzinnigen zien weinig verschil.

Amerikaanse burgers kiezen komende dinsdag tussen Arie Slob en Kees van der Staaij. Arie maakt volgens berekeningen 85% kans om te winnen. Als de peilingen kloppen. Kees speculeert op de vestiging van de theocratie zonder dat te zeggen. Feitelijk is een stem voor Arie een stem voor Kees, en omgekeerd. Want ze staan op hoofdlijnen voor hetzelfde. Zou u stemmen als de keuze was tussen Arie Slob en Kees van der Staaij?

Foto: Jimmy Margulies, The Arms Race. Credits: The Record, 2012.

Allemensen, dragen foto’s politieke partijen het verlies in zich?

De kandidaten van de PVV, ChristenUnie en GroenLinks stelden zich voor. Zo maar een dwarsdoorsnede uit de 21 partijen die aan de verkiezingen van 12 september deelnamen. De presentaties roepen vele associaties op. Zo lijkt PVV’er Wilders omringd door robuuste beveiligers in grijze pakken. Kan dat wel goed uitpakken? Enfin, oordeel zelf. Bij de politieke rouwverwerking van partijen die niet weten te scoren. Zat het gebrek aan succes al in de foto’s ingebakken?

ESM kan in huidige vorm niet aangenomen worden vanwege ontbrekende controle

Het permanente Europese noodfonds ESM dat voor de actuele crisis met Nederlands geld wordt opgetuigd tot (voorlopig) 700 miljard euro kent steeds meer tegenstanders. Nederland moet 40 miljard euro betalen. Eind februari sprak de Algemene Rekenkamer zich er al tegen uit in een brief aan de Tweede Kamer vanwege de gebrekkige publieke externe controle. Bij monde van fractievoorzitter Arie Slob uit de ChristenUnie gelijksoortige kritiek. Evenals de SGP. PVV, SP, de Partij voor de Dieren en Lijst Brinkman zijn ook tegen.

De doelstelling van het ESM is ‘het verlenen van financiële ondersteuning aan leden (de eurolanden) die onder zware financiële druk dreigen te komen of die al in een financiële probleemsituatie verkeren en dat deze hulp noodzakelijk is om de financiële stabiliteit van het gehele eurogebied te beschermen’. Vandaag en morgen debatteert de Tweede kamer erover. Een meerderheid van VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA wil voor 1 juli een besluit nemen. Landen hoeven het verdrag formeel echter pas uiterlijk 1 maart 2013 te ratificeren.

Geert Wilders ageert consequent tegen steun aan Brussel, zoals hij het noemt. Vanwege de steun aan het ESM begint-ie een kort geding tegen de staat met de opzet een besluit over de verkiezingen heen te tillen. Een tamelijk unieke actie. Juist nu gezaghebbende economen zoals de Duitse Hans-Werner Sinn speculeren over een failissement van Griekenland en de herinvoering van de drachme. Nadert het omslagpunt om afscheid te nemen van de euro? Maar Wilders’ kritiek is anders dan die van de ChristenUnie en SGP en overigens ook dan de flinterdunne steun van de PvdA die tegen het uit handen geven van toezicht en budgetrecht zijn.

Haast van voorstanders is ongelukkig. Mede omdat er tot 1 maart 2013 tijd is voor meer duidelijkheid over de voorwaarden van het ESM. Ontbrekende steun van Nederland stort geen eurozone in crisis. Binnenlandse politieke overwegingen rechtvaardigen geen haast ten koste van zorgvuldigheid. Niets rechtvaardigt de ondermijning van de rol van het parlement. Daarom hoeven minister De Jager en de voorstanders zich niet te overhaasten. Ze overschatten hun eigen rol. Zoals King Billy in een reactie Gregor Gysi van ‘die Linke’ citeert: ‘Es ist ein Vorrecht von Politikern, stolz auf Dinge zu sein, wo das Ergebnis aus eigene Leistung bei Null liegt.’

Foto: E. Spreeckmeester, Whatever the weather, we only reach welfare together. Finalist Marshall Plan Affiche wedstrijd, 1950