VPRO Gids: Blinde vlek over secretaresses

Schermafbeelding van deel aankondiging van de documentaire ‘Good Ol’ Freda’ in VPRO Gids 24; 2022 van 16 juni 2022.

Al jaren lees ik de VPRO Gids. Of liever gezegd, ik krijg de papieren gids in de bus. Ik lees de artikelen en artikeltjes zelden. Het is me uitsluitend om de uitzendschema’s te doen en het steunen van omroep VPRO. Het grootste deel van de VPRO Gids is naar mijn idee ruis en aantoonbare onzin waarvan de relevantie doorgaans betwistbaar is. Het zit tussen mediawetenschap die dieper graaft en oppervlakkig amusement in. Dat is een onmogelijke positie om lezers passend te informeren.

Neem een tekst op donderdag 16 juni 2022 van Hans van Wetering over de documentaire ‘Good Ol’ Freda‘ uit 2013 van Ryan White over Freda Kelly. Zij wordt voorgesteld als de secretaresse van The Beatles die krenterig zou zijn bedeeld door de vier popmiljonairs.

Over deze documentaire schrijft Van Wetering in het stukje met de titel ‘Krenterige Kevers‘: ‘Het is misschien de eerste documentaire ooit over een secretaresse. Het leven van een secretaresse spreekt nu eenmaal weinig tot de verbeelding‘. 

Hèh? 

De eerste bewering is ook voor een doorsnee nieuwsconsument onzin ondanks de slag om de arm die Van Wetering maakt met dat lekker makkelijke ‘misschien‘ en de tweede bewering is dubieus en laatdunkend. Waarom zou het leven van een secretaresse ‘nu eenmaal‘ weinig tot de verbeelding spreken? Van Wetering schept verwarring en doet aan desinformatie.

Van iemand die over televisie, media en film schrijft in een omroepblad mag enig verstand van zaken én een mening die is gestoeld op mensenkennis en een uitgekristalliseerd, evenwichtig wereldbeeld verwacht worden. Van Wetering lijkt zowel niet aan het een als het ander te voldoen.

Hoe zo’n laatdunkende houding over secretaresses bij de linksige VPRO past is de vraag. Niet alleen schrijft Van Wetering in opdracht, maar de eindredactie van de VPRO Gids, te weten Robert-Jan Breeman, Martin ten Broek en Jos Schöttelndreier legitimeert de stukjes door ze te plaatsen. Beseft de VPRO Gids de eigen vooringenomenheid niet? Of geldt voor het linksige liberalisme van de VPRO dat moralisme en arbeiderisme vermeden moeten worden en alles gezegd moet kunnen worden? Mist het in dat linksige wereldbeeld past.

Iedereen met kennis van zaken in de omroepwereld kent de documentaire over Traudl Junge, de secretaresse van Hitler. Op haar memoires werd de filmDer Untergang‘ (2004) gebaseerd. Met een ontketende Bruno Ganz als de Duitse dictator in zijn laatste dagen in de bunker onder de Reichstag.

Schermafbeelding van aankondiging ‘Hitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ voor VPRO Cinema op VPRO Gids, waarschijnlijk 2013.

Traudl Junge werkte mee aan de documentaireHitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ die in 2002 werd uitgebracht. Het was een initiatief van André Heller en regisseur was Othmar Schmiderer. Deze documentaire wordt notabene op de site van de VPRO Gids besproken. 

Er bestaat blijkbaar een Oostenrijks subgenre over secretaresses van Nazi-kopstukken die door hun blinde vlek in een dode hoek zijn beland, want in 2016 verscheen de documentaireEin Deutsches Leben‘ over Brunhilde Pomsel, de secretaresse van Joseph Goebbels. Wellicht is het een idee voor de VPRO om te proberen dat subgenre te duiden in een programmareeks die televisie- en filmtheorie, politiek, geschiedenis, psychologie, waarheidsvinding en uitlegkunde (‘hermeneutiek’) combineert.

Schermafbeelding van deel artikelGoebbels’ secretary claimed she ‘knew nothing of Nazi crimes‘ van juli 2016 op DW.

Er zijn twee voorwaarden om deze documentaires te kunnen maken. De secretaresses moeten een hoge leeftijd bereiken om door een jonge generatie filmmakers opgemerkt te worden. Welnu, Pomsel werd 106 en Junge 81 jaar oud. En ze moeten in zekere zin apolitiek zijn geweest om achteraf te kunnen uitweiden over eigen naïviteit, schuldgevoel en verantwoording om aan een moorddadig regime steun te hebben gegeven. Dat geeft spanning over wat de secretaresses wisten, wat ze deden en welke draai ze daar achteraf aan geven. Want het is onwaarschijnlijk dat ze van niks wisten en pas later tot het besef kwamen aan welke misdaden ze hadden meegewerkt.

Er zijn vele documentaires waarin secretaresses een belangrijke rol spelen omdat ze dicht op de macht zaten en daar achteraf direct of via hun getuigenis verslag van kunnen doen. Dat maakt dat deze secretaresses tot de verbeelding spreken. Denk bijvoorbeeld aan FDR’s secretaresse (en minnares?) Marguerite LeHand die in Ken Burns 7-delige documentaire serie The Roosevelts (2014) fungeert. Of de films over Leon Trotsky’s secretaresse Sylvia Ageloff wiens vriend Ramón Mercader deze opponent van Stalin in 1940 in Mexico vermoordde.

Zo zijn er vele secretaresses die op kantelpunten in de geschiedenis vooraan stonden bij politieke, culturele of maatschappelijke gebeurtenissen. En daar over kunnen vertellen. Ze waren zijdelings aanwezig bij belangrijke voorvallen of beraadslagingen waar geen andere getuigenis van is overgeleverd.

Niet over alle secretaresses zijn uiteraard documentaires gemaakt, maar de mogelijkheid voor film- en programmamakers is aanwezig om dat te doen. Mits de secretaresses willen meewerken en ze geen geheimhoudingsverklaring hebben ondertekend. Denk aan de secretaresse of secretaris van Donald Trump wat die zou kunnen vertellen.

De positie van secretaresses in de gangen van de macht (‘corridors of power‘) spreekt tot de verbeelding bij een hedendaags publiek. Deze secretaresses zijn de spreekwoordelijke ‘fly on the wall‘. Dat het aanspreekt heeft te maken met de authenticiteit van het putten uit de eerste bron, maar ook met de omgang met de macht van een secretaresse die halfweg in een ongebruikelijke positie vertoeft.

Avondshow van Arjen Lubach bekritiseert lintjesregen en monarchie

VPRO’s ‘De Avondshow met Arjen Lubach‘ is van maandag tot en met donderdag te zien op NPO1. Het lijkt te vaak te veel uitzendtijd voor de tekstschrijvers om constant een hoog niveau te handhaven. Zouteloosheid en gebrek aan scherpte is het gevaar.

Vooral de gesprekken aan het eind met cabaretiers, omroepcoryfeeën en VPRON’ers (Bekende Nederlanders voor een VPRO-publiek) zijn doorgaans nietszeggende invulling van de tijd. Waarom boekt het programma geen kunstenaars, wetenschappers en eigenzinnige individuen? Waarom moet dit gesprek in het frame van het cabaret of het lichte amusement gegoten worden?

Is het een voorwaarde van de netmanager om het populair en eenvoudig te houden zodat de gemiddelde NPO1-kijker het kan volgen? Mag als compromis tussen netmanager en de programmaleiding van de VPRO tijdens het hele programma de lat niet te hoog liggen om het brede publiek niet af te stoten? Het studiopubliek doet trouwens elke avond weer kritiekloos een poging om de applausmachine te verslaan, maar beseft onvoldoende dat het zo de nuance verslaat.

Te vaak ontbreekt de urgentie om naar het programma te kijken. Minder uitzenddagen zou raadzaam zijn zodat de kwaliteit op een hoger peil gebracht kan worden. Dat past blijkbaar niet in het format van NPO1. Er is geen tussenweg tussen marginale en brede programmering. Juist van die tussenweg zou gezien de niet onbegrensde middelen het team van Lubach kunnen profiteren. Er zouden daarom óf meer middelen moeten worden vrijgemaakt óf het tempo van de uitzendingen moet omlaag.

Ondanks die kritiek opereert presentator Arjen Lubach zienderogen met plezier en vergroot samen met zijn begeleidend team steeds meer het vakmanschap. Als het wel lukt en hij goede teksten en onderwerpen in de mond gelegd krijgt die perfect worden geserveerd, dan behoort De Avondshow tot het beste wat de Nederlandse omroep te bieden heeft.

Zo’n pareltje en voor Lubach en zijn team een terugkerend thema is het koningshuis. Mede gezien het profiel van een breed publiek van NPO1 zal het beseffen het niet te vaak te kunnen gebruiken. Maar het is een kernthema waarin het hart van Lubach en zijn team klopt.

Republikeinen zijn in opmars en de populariteit van het Nederlandse koningshuis neemt gestaag af. De nu beter dan sinds lange tijd goed georganiseerde Republikeinen hebben aan zelfvertrouwen gewonnen en demonstreren komende Koningsdag in Maastricht langs de route onder het motto ‘Willem de Laatste?‘, aldus een bericht van RTL Nieuws. Volgens voorzitter Floris Müller van Republiek zijn veel mensen klaar met het koningshuis. Uit een peiling van Ipsos in opdracht van de NOS bleek in 2021 nog maar 57 procent tevreden is met de Nederlandse monarchie.

Aanzwellende kritiek op het koningshuis geeft dit onderwerp rugwind en vindt nu daarom ook een steeds gewilliger oor bij een breed publiek. Juist dan kan De Avondshow zijn maatschappelijke nut bewijzen door te wijzen op aspecten die doorgaans op de publieke omroep een breed publiek niet in een kritische vorm bereiken. Dat is de winst van het compromis tussen verdieping en verbreding om in te spelen op een breed publiek.

Het is de hoogste tijd dat kritiek op het koningshuis op de publieke omroep klinkt omdat nog slechts een kleine meerderheid tevreden is met de Nederlandse monarchie. Dat is een kwestie van representatie van overtuiging. Weliswaar is de Oranjepropaganda nog de norm op media en in de publieke opinie. Het heeft nog steeds vele malen meer zendtijd en promotors die de monarchie verdedigen, dan de relativering van de waarde ervan.

Een kritische uitzending van De Avondshow maakt weinig verschil. Het tekent wel de geleidelijke wordende volwassenheid van de publieke omroep dat het ook kritiek op het koningshuis voor een breed publiek laat doorklinken. Eindelijk.

Meesterlijk is de afsluiting van het fragment over de Lintjesregen met een conclusie die dwingend, sluitend en onafwendbaar is: ‘Die hele lintjesregen is gewoon één grote PR-stunt voor het koningshuis. Het is heel goed om mensen in het zonnetje te zetten, maar daar hebben we die fucking koning toch niet voor nodig‘.

Plasterk voegt zich met Telegraaf-column in rechtse hetze tegen D66 en Sigrid Kaag

Schermafbeelding van deel artikelOud-PvdA-minister Ronald Plasterk wil dat Sigrid Kaag aftreedt: ‘Zo iemand kan je in een kabinetsteam niet hebben’ van Michael van der Galien op DDS, 3 juli 2021.

Oud-minister Ronald Plasterk heeft een Telegraaf-column en moet daar noodgedwongen rechtse praatjes bezigen. Of hoofdredacteur Paul Jansen hem dat oplegt of dat Plasterk daar door zelfcensuur of zelfverloochening toe komt is van ondergeschikt belang. Het resultaat is hetzelfde.

Plasterk plooit zich als een lichte vrouw die zich verkoopt. Het is triest om te zien. De sociaal-democraat schept verwarring en is populair bij PVV- en Forum-sympathisanten.

Het is veelzeggend dat een sociaal-democraat van overtuiging die binnen zijn partij niet relevant meer is zijn overtuiging verkoopt aan de meest biedende. Of in dit geval waarschijnlijk, de enig biedende. Maar Plasterk heeft het recht om de weg van de minste weerstand te volgen. Een weg die bij anderen veel weerstand oproept.

Met terugwerkende kracht worden zijn ministerschappen in Balkenende IV en Rutte II er niet geloofwaardiger op. Ook toen al zocht hij opvallend de publiciteit. Bijvoorbeeld door foto’s te maken van degenen die hem in zijn werkkamer als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezochten. Dat deelde hij weer breed in de publiciteit.

Zijn laatste column in De Telegraaf is een bescheiden hit op radicaal-rechtse sites, zoals DDS. Ik reageerde daar bij bovenstaand artikel: ‘Plasterk is een fossiel die zichzelf tot leven probeert te wekken. Hij zoekt de rechtse echokamer op om zichzelf te laten horen. Plasterk toont aan hoe iemand van overtuiging kan veranderen. Hij neemt de kleur van zijn omgeving aan en verliest in dat proces zichzelf. Ik kan me niet voorstellen dat verstandige Telegraaf-lezers die hang naar aandacht van Plasterk niet doorzien. Als hem een kabinetspost in Rutte IV zou worden aangeboden, dan verschiet hij in een nacht weer van kleur.

De column van Plasterk past in de continue oorlog die de Telegraaf tegen D66 en Sigrid Kaag voert. Is D66 immers niet de aartsvijand van de PVV? De Telegraaf probeert nog steeds het foute beeld te vormen dat de progressieve centrumpartij D66 met stevige rechtse sociaal-economische programmapunten een linkse partij is.

Plasterks column staat achter een betaalmuur, maar er valt te lezen dat het als volgt begint: ‘Het VPRO-programma Sigrid Kaag van Beiroet tot Binnenhof is een mooie boel geworden. Om te beginnen is het politiek kluitjesvoetbal. Het programma is gemaakt door de VPRO, die wordt geleid door een oud-campagneleider van D66. Er is in overleg met de publieke omroep (die onder leiding staat van een D66’er) een tijdstip gekozen soort voor de verkenningen om maximale electorale impact te hebben (…). De film is mede gefinancierd door het Nederlands Filmfonds (voorzitter was Thom de Graaf), en kreeg, zo meldt journaliste Kim van Keken, een extra subsidie van minister Van Engelshoven (D66).

Dit is stemmingmakerij door associatie van Plasterk. Het feit dat leden van D66 hierbij betrokken zijn wil nog niet zeggen dat ze verkeerd gehandeld hebben. Maar dat suggereert Plasterk wel. Thom de Graaf was overigens nooit voorzitter van het Nederlands Filmfonds, maar voorzitter van de Raad van Toezicht van die organisatie. In die functie is hij opgevolgd door het voormalige VVD-kamerlid Laetitia Griffith. In Nederland Polderland rouleren dit soort functies tussen leden van de grootste partijen. Dat is de PvdA al sinds 2017 niet meer.

DDS gaat in de overdrive als het onder verwijzing naar de VPRO-documentaire waarover kamervragen door de PVV waren gesteld suggereert dat minister ‘Kaag haar collega-minister Arie Slob (ChristenUnie) hier gewoon keihard over heeft laten liegen‘. Het valt trouwens op hoe Plasterk in zijn column delen van de kamervragen van PVV’er Martin Bosma overneemt. En DDS vervolgt: ‘Slob antwoordde daarop dat – zo werd hem dat verteld door de VPRO – er geen contact was geweest tussen de documentairemakers en D66, niet over de precieze inhoud van de docu, tenminste’.

De crux waarop Plasterks column leunt is dat minister Kaag haar collega-minster Slob informatie heeft onthouden waardoor hij de kamervragen van de PVV verkeerd heeft beantwoord. Dat laatste is juist en valt de VPRO te verwijten die Slob verkeerd heeft geïnformeerd zodat hij op zijn beurt de kamer verkeerd informeerde. Daar staat Kaag buiten. Dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden die Plasterk op een hoop gooit. En stel dat Kaag Slob die op een ander ministerie werkt hierover wel had geïnformeerd, dan was de reactie van De Telegraaf voorspelbaar geweest. Namelijk dat Kaag Slob heimelijk probeerde te beïnvloeden. Het is immers nooit goed wat de Telegraaf over D66 meldt.

Dat er foute kantjes zitten aan de productie van de VPRO-documentaire over Kaag is duidelijk. De makers zijn door D66 en Buitenlandse Zaken onder druk gezet om de film aan te passen. Dat is ontoelaatbaar en hoort niet in een werkende democratie thuis.

Er moet wetgeving komen om de verderfelijke invloed van voorlichters en communicatie-experts bij ministeries en gemeenten op de journalistiek en de kunst terug te dringen. Hun macht is veel te groot geworden. Ze perken de persvrijheid en de vrijheid van expressie in.

Omdat nog niet alle feiten bekend zijn, dient deze kwestie tot op de bodem uitgezocht te worden en openbaar gemaakt te worden. De losse flodders voor de boeg van De Telegraaf en Roland Plasterk hebben geen enkele betekenis om deze kwestie zorgvuldig in kaart te brengen en het achterliggende probleem van politieke druk op media en kunst structureel op te lossen.

Boerenprotest moet kritiek niet richten op politiek of RIVM, maar op agro-industrie, Rabobank en het groene front van het CDA

Mijn reactie bij de videoThierry Baudet spreekt op boerenprotest in provinciehuis van Flevoland’ op het YouTube-kanaal Boerenbusiness:

De uitstoot en neerslag van stikstof per hectare is in Nederland ongeveer tweemaal zo hoog dan in Duitsland. Daarnaast is Duitsland een groter land met meer natuur en naar verhouding een kleinere agro-industrie. Kortom, de afstand en schaal zijn er anders. Het Duitse beleid is van toepassing op Duitsland omdat het op de Duitse situatie is gebaseerd. De Nederlandse situatie is anders en onvergelijkbaar met de Duitse.

Het is absoluut zo dat de landbouwsector goed bezig is en met investeringen die schadelijke stoffen afvangen al heel wat heeft bereikt. Dat verdient zeker lof. Maar het is ook zo dat de politiek, en dan vooral op initiatief van toenmalig staatssecretaris Henk Bleker, hoognodige maatregelen niet genomen heeft. Door dat uitblijven van structurele maatregelen is de landbouwsector het afgelopen decennium in een schijnwerkelijkheid terechtgekomen doordat de politiek het een valse, veel te positieve voorstelling van zaken heeft gegeven. Nu moet dat onder de dreiging van de rechter alsnog rechtgetrokken worden.

U behoort te weten dat de Nederlandse landbouwsector grotendeels produceert voor de buitenlandse markt. Na de VS is het kleine Nederland de tweede landbouwexporteur ter wereld. Die landbouwexport vertegenwoordigde in 2018 een bedrag van € 90,3 miljard. Dat is een groot belang waarbij de agro-industrie, die veel omvangrijker is dan de producerende boeren, veel te verliezen heeft. Vandaar ook dat de huidige protesten van de geradicaliseerde boeren in de achtergrond door de agro-industrie worden ondersteund. Want via de protesterende boeren die de kolen uit het vuur halen probeert de agro-industrie het eigen commercieel belang te verdedigen.

Begrijpelijk, maar ook een weerlegging van de claim dat het stikstofbeleid dat de Raad van State de samenleving afdwingt als het zegt dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet toepasbaar is uitsluitend bedoeld zou zijn om boeren dwars te zitten. Dat is niet zo. De landbouwsector zorgt op afstand voor de meeste uitstoot van stikstof. Dat is een feit. En omdat het PAS in strijd is met Europese natuurwetgeving legt de Raad van State de politiek op om een beleidswijziging door te voeren.

Zoals gezegd, een beleid dat al tien jaar geleden ingezet had moeten worden. Het PAS was een doodlopende weg die ook door velen als zodanig werd gezien. Dat het nu bij vele boeren voor bitterheid en wrok zorgt is begrijpelijk, maar deels ook kortzichtig. Want men kan niet onbeperkt het volume blijven vergroten in het kleine Nederland in de hoop dat men niet tegen grenzen aanloopt. Wat in mei 2019 met de uitspraak van de Raad van State is gebeurd, maar zich als jaren had aangekondigd dat dat ooit zou gebeuren omdat de rek eruit was.

De vraag is waarom heeft de Nederlandse agro-industrie daar niet beter op geanticipeerd door meer in te krimpen, te verduurzamen of te outsourcen. Het is tijd dat de Nederlandse boeren hun pijlen niet gaan richten op de Raad van State of de landelijke politiek die de aan hen opgelegde richtlijnen uitvoert, maar op de agro-industrie, de Rabobank en het groene front van het CDA die de boeren een doodlopende weg hebben opgeleid.

Foto: ‘Protesterende boeren halen bakzeil bij provinciehuis Noord-Brabant’. © Bart Meesters. In: BN De Stem, 26 oktober 2019. 

Zondag met Lubach over de boeren en stikstof

De Nederlandse landbouwsector is van grote kwaliteit en doet het goed. De landbouwsector heeft al heel wat (dure) maatregelen genomen om in de bedrijfsvoering minder verontreinigende stoffen uit te stoten of die op te vangen. Deze inspanningen vragen op z’n minst om een warme sanering, dus betaling en compensatie voor de gemaakte investeringen van de boerenbedrijven door de overheid.

Maar de uitstoot van stikstof is in Nederland per hectare groot. Omdat in het kleine Nederland natuur- en landbouwgebieden dicht bij elkaar liggen, zorgt dat voor problemen. De marges zijn klein. Dat valt niemand te verwijten, dat is gewoonweg de situatie in Nederland.

Maatregelen worden niet genomen om de boeren te pesten. Dat is geen begrijpelijke verklaring omdat eerder het omgekeerde het geval is. In het verleden werden de boeren door de lobby van CDA en VVD juist gespaard. Met als gevolg dat er te laat een beleid is ontwikkeld dat de omvang van de landbouwsector, en dan met name de veeteelt, terugbrengt. De oude wijsheid ‘Om hetzelfde te blijven moet men veranderen’ is van toepassing op dit dossier. Die verandering had al lang geleden ingezet moeten worden. Dat is juist door de bescherming van vooral de veeteelt niet gebeurd. De boeren zijn niet gepest, maar gepamperd.

De boosheid van boeren is begrijpelijk, maar ook onbegrijpelijk. Alle sectoren moeten inleveren. Ook de woning- en wegenbouw. Feit is nu eenmaal dat de stikstofuitstoot van de landbouwsector de categorie is die voor de meeste uitstoot en neerslag van stikstof zorgt.

De politiek aan het Binnenhof is bang voor zichzelf. De politiek moet een ruggengraat kweken. Probleem is dat een minister van Landbouw niks te vertellen heeft en in de publiciteit maar wat kwebbelt en er in de Haagse politiek bijna niemand is die kiezers niet naar de mond wil praten. Het failliet van het stikstofbeleid is afgelopen jaren veranderd in het failliet van de politiek. De hoogste tijd om door te bijten voordat elke week weer een ander belangengroep op het Malieveld demonstreert en eist niet aangepakt te worden.

Irritant gebrek aan vooruitgang bij aanpak nepnieuws. Facebook ondersteunt verspreiding van gemanipuleerde video Nancy Pelosi

Een vice-president van Facebook Monica Bickert ontkent in een gesprek met CNNs Anderson Cooper dat haar organisatie draait om nieuws en ‘in the news business’ is. Aanleiding is een gemanipuleerde video van Huisvoorzitter Nancy Pelosi waarin het lijkt alsof ze dronken of verzwakt is. Bickert kan niet goed uitleggen waarom Facebook de video niet verwijdert. Haar kanttekening dat er een waarschuwing bijgeplaatst wordt is onwaarachtig omdat Facebook pas tot actie overging nadat de Washington Post op de manipulatie gewezen had. Facebook ondersteunt zo de strategie van de Republikeinen voor 2020: gemanipuleerde berichten om de opponenten te verzwakken. Facebook blijft in gebreke en treedt nog steeds onvoldoende op tegen nepnieuws.

Waarom is de aanpak van nepnieuws zo moeizaam? Is het probleem van nepnieuws te groot om doelmatig aan te pakken of is de aanpak van de techbedrijven als Facebook te halfslachtig en onvoldoende? Of is het allebei waar? We kennen onderhand talloze analyses van deskundigen over de kwalijke rol van desinformatie en nepnieuws, zoals van Clingendael-deskundige Danny Pronk die voor de VPRO het probleem uiteenzet. Maar toch. We horen dit al zeker sinds 2016, maar de aanpak lijkt nog steeds onvoldoende. Van een probleem dat allang niet meer nieuw is, maar door velen nog op het niveau van bewustwording wordt gepresenteerd. Men zou toch in redelijkheid mogen verwachten dat tegen de strategie van de Republikeinse partij, de Russische Federatie of andere actoren nou eindelijk eens een doelmatige tegenstrategie wordt ontwikkeld en uitgevoerd.

Niet dus. Vanwaar dit gebrek aan vooruitgang en een doelmatige aanpak? Laat de duiding voortaan daar op focussen, namelijk op concrete tegenmaatregelen om de westerse democratie te beschermen. Herhaling van zetten is aardig, maar bewustwording bij opinieleiders en publiek is intussen voldoende aanwezig. Analisten moeten ook een volgende stap zetten om overheden en techbedrijven tot doelmatig handelen te dwingen.

In een artikel voor Politico dat een opsomming van stagnatie en gemiste kansen geeft, citeert Mark Scott de aftredende Europarlementariër van D66 Marietje Schaake over digitale veiligheid: ‘Wetgevers hebben de bal laten vallen, we staan pas aan het begin van het begrijpen van de uitdagingen voor liberale democratieën.’ Waarom zijn drie kostbare jaren verloren gegaan door inertie? Waar blijft het Deltaplan om dit aan te pakken?

Cenk Uygur van TYT gaat een stap verder en wijst in onderstaande video (na 12’ 50’’) op de obsessie van de journalistiek op neutraliteit die de meer belangrijke norm van objectiviteit beschadigt. Het ‘enerzijds – anderzijds’, ofwel hoor en wederhoor van de klassieke journalistieke code schiet tekort indien het tegenover een portie waarheid een even grote portie onwaarheid en leugens zet. De spanning tussen ‘eerbied voor de waarheid’ en ‘het recht op faire commentaar en kritiek’ staan in de gevallen van nepnieuws en desinformatie op gespannen voet met elkaar. Ook nog eens in een hooghartige houding van ‘dit zijn de normen van de journalistiek’ en ‘zo doen we het al jaren’. De vraag is of dit niet ontaardt in naïviteit en nog houdbaar is als de mate van desinformatie de (sociale) media overspoelt. Want het kan niet de opzet van journalistiek die gaat voor de feiten en de waarheid om onwaarheid te verspreiden. Zo beredeneerd is de reactie van Facebooks Monica Bickert zelfs in dubbel opzicht tekortschietend en onjuist. Zij ontkent zowel dat Facebook een journalistieke organisatie is die inzet op objectiviteit en het nastreven van de waarheid aan de hand van de feiten als dat Facebook een organisatie is die onvooringenomen hoeft te zijn. Anything goes in haar optiek.

Jesse Klaver en GL krijgen het verwijt inhoudsloos te zijn. Ook van Lubach

Het politieke seizoen is geopend en de aanval op de oppervlakkigheid van GL-leider Jesse Klaver is ingezet. Niet alleen door de rechtse, natuurlijke vijanden, maar ook door de natuurlijke bontgenoten uit links-liberale hoek. Zoals de VPRO of de NRC. Aanleiding is de ‘documentaire’ ‘Jesse’ van Joey Boink die volgens critici elke inhoud en verdieping mist. Met terugwerkende kracht slaat de gehekelde persoonsverheerlijking van Klaver in ‘Jesse’ terug op de campagne van GL. En het weglopen tijdens de formatie van de onderhandelingstafel door Klaver over een Afrika-deal voor migranten. Het lijkt nu waarschijnlijk dat dat uit onmacht en door een gebrek aan inhoud gebeurde. GL wordt zo in de beeldvorming de partij van marketing und gar nichts. GL bevestigt dat beeld door sinds de verkiezingen van 15 maart niet met beleid in het nieuws te komen. Wat denkende doeners als Mariko Peters of Femke Halsema ooit deden. Wetenschappelijk bureau De Helling lijkt geïsoleerd.

De marketing van GL waarachter niet inhoudelijks te ontdekken is zou niet rampzalig zijn als de twee andere linkse partijen PvdA en SP in vorm waren. Maar dat zijn ze niet. De PvdA worstelt na de verkiezingsnederlaag nog steeds met de eigen leegte en in de SP verstikt centralisme het functioneren. Ideeën die met overtuiging en continuïteit worden gepresenteerd zijn op dit moment bij PvdA, SP en GL niet te vinden. Bas Heijne zegt het in zijn NRC-column aldus: ‘Waar houden Klaver en Boink ons voor, zien ze ons als zo dom en oppervlakkig?’ Die vraag kan ook aan de PvdA en SP gesteld worden. Waar houden deze partijen ons voor? Links liep weg van de onderhandelingstafel (GL) of weigerde er zelfs aan plaats te nemen (PvdA, SP).  Zodat de rechtse VVD en CDA het initiatief konden nemen, wat zo traag gebeurt dat ook daar weinig zelfvertrouwen lijkt te bestaan.

Formule van Zomergasten is niet meer van deze tijd. Hoe kan een klassieker vernieuwend zijn?

Ik begrijp niets van de formule van Zomergasten (ZG). Ik kijk er niet naar omdat het me niet boeit. Of het moet een interessante gast zijn die de verwachting wekt iets te vertellen en toe te voegen te hebben. Het merendeel van de gasten voldoet niet aan die verwachting. Daar kunnen zij niets aan doen. Het ligt aan de formule die in 30 jaar halfslachtig en achterhaald is geworden. Vraag is waarom de VPRO de formule tussentijds niet grondig heeft aangepast. Heeft het dat niet aangedurfd omdat het teert op een roemrijk verleden? Het lijkt er sterk op dat dit oude succesnummer wordt opgepoetst vanwege de associatie met de vernieuwende programma’s van de VPRO van ooit. Maar het is een vergeefse poging. Een bijna 30 jaar oude formule die niet wordt aangepast biedt geen vernieuwing, maar een platgetreden pad dat in de jaren al door tientallen gasten is bewandeld.

Toen ZG in 1988 begon was het duidelijk. Gasten laten fragmenten zien en vertellen daar een persoonlijk verhaal bij met als uitgangspunt het fragment. Aanleiding bleef televisie, de fragmenten en de visie van de gast op die fragmenten. Door de jaren heen is het programma van karakter veranderd. Noodgedwongen. Iedereen kan de fragmenten nu op internet opzoeken. Wat ooit nieuw en verrassend was, is nu onderdeel van het historisch geheugen. Per direct oproepbaar. De gast kan er niet op rekenen dat kijkers de fragmenten niet kennen. Daarom is gaandeweg het accent verlegd van de fragmenten en de functie van televisie naar de persoon van de gast. Ooit diende de gast de fragmenten, nu dienen de fragmenten de gast. Wat ooit mediakritiek, een nieuw venster op de wereld en de visie van de gast op de media was is nu Human Interest.

Het gewijzigde karakter draagt het gevaar in zich dat ZG verzandt in een promotiepraatje voor een op het eerste oog niet altijd zichtbaar doel van de gast. De gast gebruikt ZG om zichzelf te profileren. ZG is steeds voorspelbaarder geworden. De fragmenten worden door de gast -soms met een team eigen medewerkers- in een strategische operatie geselecteerd. Met als norm dat fragmenten de marketing, het profiel, de werkzaamheden of dat onzichtbare doel van de gast benadrukken. Dat maakt het saai en educatief. Wie de gast kent, kan de fragmenten voorspellen. Zo staat in de veranderde formule van ZG niet langer het medium televisie centraal (of toevallig moet een mediaspecialist te gast zijn), maar de persoonlijkheid van de gast.

Wat resteert is een hybride formule waarin niets nog is wat het lijkt. Het nieuwe ZG is een variant op de ontwikkelingen van de Nederlandse radio: een praatje en een plaatje. De muziek zit de gast in de weg en omgekeerd. Zo is het ook met ZG. De gast zit de fragmenten in de weg en omgekeerd. Waarbij zowel gast als fragmenten niet optimaal uit de verf kunnen komen. Door de lengte van ZG lijkt het om verdieping te gaan, maar dat is schijn. Het verklaart waarom de krakkemikkig geworden formule van ZG zo weinig kritiek krijgt.

Een en ander roept de vraag op waarom de VPRO niet kiest voor puurheid. Dat kan door beide aspecten uit elkaar te halen en onder te brengen in aparte programma’s. Zodat er weer een puur mediaprogramma met intellectuele pretentie en diepgang (op de manier van Het Blauwe Licht met Ramdas en Sanders) is te zien op de Nederlandse televisie. En de gast in een praatprogramma centraal staat zonder nog fragmenten te tonen.

Foto: Schermafbeelding van deel aankondiging Over VPRO Zomergasten van de VPRO.

Lubach: De lange arm van Turkije in Nederland. Wat doet de Nederlandse politiek?

Arjen Lubach legt uit hoe Turkse-Nederlanders worden beïnvloed door de lange arm van Turkije. Het blijkt dat Nederland hier aan heeft meegewerkt door in het verleden nationalistische Turken te steunen. Hedendaagse praktijk is dat Turkse-Nederlanders via Turkse staatsmoskeeën wekelijks een nationalistisch-Turks verhaal krijgen te horen en opgezet worden tegen Nederland of westerse waarden. Door de Turkse regering worden ze geïsoleerd gehouden van de Nederlandse samenleving waar ze zijn geboren. Dat is absurd. Lubach vraagt zich af hoe zich dat verhoudt tot de in de Nederlandse grondwet gegarandeerde scheiding van kerk en staat. Die bestaat niet in deze Turkse staatsmoskeeën in Nederland. De vraag die Lubach niet stelt, maar direct uit zijn betoog volgt is waarom de Nederlandse politieke partijen dit hebben helpen ontstaan en nooit hebben ingegrepen om de scheiding van kerk en staat te garanderen. Hetzelfde verhaal kan ongetwijfeld voor andere buitenlandse staatsmoskeeën in Nederland worden gehouden. Het gaat niet om gelovigen die samenkomen om in vrijheid een geloof te belijden, maar om gelovigen die onder druk worden gezet. De politiek is aan zet. Vraag is of het durft om op te treden om de Turkse-Nederlanders te bevrijden uit de greep van Ankara.

Wie de recente geschiedenis van de afgelopen 40 jaar en de actuele spanningen van Nederland met Turkije overziet zal moedeloos tot de conclusie komen dat de politiek de macht van buitenlandse staatsmoskeeën op Nederlandse bodem ook in de toekomst zal tolereren. Een grote groep conservatief-islamitische Turkse-Nederlanders zal blijvend worden opgezet tegen progressieve Turkse-Nederlanders die kritiek op het regime van Erdogan uiten. De Nederlandse politiek laat het gebeuren en grijpt niet in. Deze schroom is beschamend.