George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘ChristenUnie

Voorstraat, Utrecht. Naïviteit en angst van overheden om te streng en niet vriendelijk over te komen is het probleem van Nederland

leave a comment »

Vanochtend deed ik boodschappen in de Voorstraat in Utrecht. Makkelijk omdat het op loopafstand van mijn huis is. Het is een plezierige winkelstraat met twee supermarkten en allerlei winkels en horeca. De eerste Italiaanse restaurants in de binnenstad waren er jarenlang gevestigd. Hans Pool maakte voor de VPRO in 2014 in zes afleveringen een portret van deze straat. Met de ondertitel ‘een gewone, maar ook heel bijzondere Nederlandse straat’. Dat is alweer vijf jaar geleden. In Nederland wordt soms het gewone bijzonder.

De straat heeft ook een bioscoop, de City. Een rijksmonument uit 1936 in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid/ het Nieuwe Bouwen. Filmhuis ’t Hoogt dat haar locatie in de binnenstad verloor probeerde het in 2017- 2018 nog vergeefs te huren. Dit filmhuis wordt al jaren slecht geleid en lijkt het enige Nederlandse filmhuis dat niet profiteert van de toegenomen toeloop voor arthouse filmtheaters. Die huur lukte contractueel niet, waarna ’t Hoogt uit de binnenstad verdween, in een nomadisch bestaan zo goed als onzichtbaar en toegankelijk werd en in ronkende plannen wegvluchtte. Ik noemde dat in een commentaar een opmerkelijk slecht idee.

Zo liep ik door de Voorstraat. De dichter J.C. Bloem was ‘Domweg gelukkig, in de Dapperstraat’, en ik gewoon tevreden in de Voorstraat. Vanochtend kwam er nog een kritische gedachte bij die dat geluk niet verstoorde, maar juist van een contrapunt voorzag. Uitgaande van wat ik zag op straat stelde ik me voor hoe ik in een stelling het probleem van Nederland samen zou vatten. Met in mijn achterhoofd alle publiciteit over de drugsmaffia die steeds meer macht heeft genomen omdat de terugtredende, naïeve en passieve wetgevende macht is vergeten passende wetgeving op te stellen. Paul Scheffer omschrijft dat in zijn NRC-columnOnze cultuur van gedogen ondermijnt de vrijheid’ van 2 oktober 2019 waarin hij zegt: ‘Dat een rechtsstaat leeft van handhaving lijkt een open deur, toch hebben we lange jaren van gedoogcultuur achter de rug. Het gidsland ziet law and order nog steeds als een behoudzuchtig idee dat niet past in een „prudent progressieve” cultuur.’

Aanleiding voor mijn gedachten waren de geparkeerde fietsen op het trottoir voor de City-bioscoop die de doorgang versperden. Ondanks getekende vakken en aanwijzingen om de fietsen daarbinnen te parkeren, hadden tientallen fietsers zich er niks van aangetrokken. Geen halszaak die mijn gemoed verpestte, ik kon via het (drukke) fietspad passeren, maar wel een aanleiding om me af te vragen hoe het in Nederland zo ver is gekomen dat handhaving ontbreekt en velen zich vrij achten om de openbare ruimte in beslag te nemen. Tekenend is dat het hek van een tegenoverliggende brug door een dienst van de gemeente Utrecht regelmatig van fietsen wordt ontdaan, maar de werknemers blijkbaar geen opdracht hebben om enkele meters verder hetzelfde parkeerverbod te handhaven. Ondanks de verordening. Aansturing ontbreekt. Is er sprake van een prudent progressieve cultuur van een gemeentebestuur dat bestaat uit GroenLinks, D66 en ChristenUnie?

Zo verrommelen de stad en het landschap zonder dat de overheid er iets aan doet. In een commentaar van juni 2017 omschreef ik dat gebrek aan handhaving door het openbaar bestuur zo: ‘Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.’ Maar de afgelopen jaren is de verrommeling van de Utrechtse binnenstad eerder toe- dan afgenomen. Het gemeentebestuur weigert een integrale aanpak te formuleren, laat staan om te handhaven.

Overigens, het openbaar bestuur kan het niet alleen als burgers niet meewerken. In september 2017 schreef ik een open brief aan de Fietsersbond die ik ook via Facebook en Twitter benaderde. Ik kreeg er nooit een reactie op. Ik schreef over wat ik als het parkeerprobleem van fietsen zie: ‘Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.’ Bij de Fietsersbond is blijkbaar ook de ‘prudent progressieve cultuur‘ dominant die elk initiatief die tot kritiek door de achterban leidt angstvallig uit de weg gaat. De Fietsersbond claimt eenzijdig rechten voor fietsers, maar lijkt niet thuis te geven als het over plichten gaat.

De Voorstraat in Utrecht is maar één straat in Nederland. Een gewone, maar ook heel bijzondere straat. Maar het verschijnsel dat regels niet gehandhaafd worden, als er al regels opgesteld zijn, geldt voor alle steden en straten in Nederland. Wat Scheffer op macroniveau constateert zie ik in een straat in de eigen woonomgeving op microniveau in de praktijk gebeuren. De cultuur van gedogen ondermijnt in dit geval de bewegingsvrijheid.

Is de naïviteit en de angst van overheden om te streng en niet vriendelijk genoeg over te komen, wat resulteert in gedogen en een gebrek aan handhaving, het huidige probleem van Nederland? Het lijkt er sterk op. Zo verrommelt onze leefomgeving en wordt onze rechtsstaat ondermijnt door de georganiseerde criminaliteit. De overheid laat het gebeuren en doet alsof het verrast wordt en nooit de urgentie heeft gezien. De overheid treedt onvoldoende op en keurt tussen de regels door het recht van de sterkste goed. De ernst van deze verschijnselen is ongelijksoortig, maar om te beseffen wat de stand van Nederland is, is het goed te beseffen dat ze van hetzelfde laken een pak zijn. In het kleine weerspiegelt zich het grote, en omgekeerd.

Foto 1: Rijksmonument City-bioscoop (‘Wolff City’) in de Utrechtse Voorstraat 89 op de hoek met de Drift.

Foto 2: Schermafbeelding van deel definitieve ontwerptoelichtingHerinrichting Voorstraat – Wittevrouwenstraat’ van de gemeente Utrecht, januari 2019. [Over laden en lossen in de Voorstraat en het beleid van handhaving waarbij de mogelijkheden om verkeerd geparkeerde fietsen te kunnen verwijderen niet duidelijk zijn]. 

Advertenties

Marketingscampagne om meer bezoekers naar Utrecht te trekken is een slecht idee. Onder meer omdat de stad nog niet op orde is

with 2 comments

Binnensteden van grote Nederlandse steden worden steeds voller. Ruimte is schaars en iedereen wil die innemen. Er woedt een strijd om de publieke ruimte. Betrokkenen eisen een portie op, waar ze het volste recht op menen te hebben. Machtige, commerciële partijen zijn aan de winnende hand, zetten de stad naar hun hand en ontfutselen die aan de bewoners. Het gemeentebestuur treedt niet op als onpartijdige bemiddelaar tussen betrokkenen, maar wordt deelnemer met marketing en stadspromotie van het prullerige soort.

In Utrecht start vandaag een campagne om mensen naar de binnenstad te trekken. Dat is om drie redenen een slecht idee. Met de stadsbewoners wordt onvoldoende rekening gehouden. Hun belang wordt in ‘het overleg’ weggedrukt en gemarginaliseerd omdat de commerciële partijen elders winst proberen te halen. Maar de stad is al druk en de stad is nog niet op orde. Op dat laatste aspect ga ik in in mijn reactie bij het artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC van 4 september 2019:

Het is merkwaardig dat in Utrecht marketing en snelle winst blijkbaar voor kwaliteit gaan. Voelt het centrum-linkse Utrechtse gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie dat werkelijk zo en vindt dat dat de weg die Utrecht moet gaan? Namelijk de weg van de minste weerstand en de snel verdiende euro. Is dat de stadspromotie die het gemeentebestuur echt voor ogen heeft?

Het Utrechtse gemeentebestuur gaat niet ondubbelzinnig voor duurzaamheid, klasse of kwaliteit, maar voor volume, kwantiteit en de korte termijn. De coalitiepartijen laten zich kennen als populistisch en gemakzuchtig. Niet het uitgangspunt wat de stad en de inwoners nodig hebben en aankunnen is leidend, maar de pragmatiek van de ongebreidelde toestroom waarbij een gedragsprogramma (‘nudging’) om de toestroom in banen te leiden dient als pleister op de wonde.

Wie bezoek ontvangt ruimt eerst het eigen huis op. Dat zou Utrecht ook moeten doen in die delen van de stad waar het bezoek ontvangen wordt. Opruimen, stroomlijnen en op orde brengen en dan het bezoek ontvangen. Maar dat doet het gemeentebestuur niet. Het zet de deur open voordat het huis is opgeruimd. Zo loopt het continu achter de feiten aan.

Laten we ervan uitgaan dat het meeste bezoek in het centrum ontvangen wordt. Er is nauwelijks nog een trottoir dat vrij toegankelijk is en niet versperd wordt door geparkeerde fietsen. Het is niet alleen geen gezicht, het is ook gevaarlijk voor hoogbejaarden, gehandicapten, blinden en kinderen die hun weg willen vinden.

Het is merkwaardig dat dat door het gemeentebestuur wordt toegestaan en er niet allang een actieplan in werking is getreden om de stad begaanbaar en visueel aantrekkelijk te maken. Waar komt deze passiviteit van het centrum-linkse gemeentebestuur vandaan dat suggereert zich voor de burger in te zetten? Op dit moment maakt het gemeentebestuur dat niet waar.

Waarom geeft het gemeentebestuur aan handhaving geen prioriteit? Als afleiding worden bruggen en nog een paar vaste plekken vrijgehouden van fietsen, zodat de verantwoordelijke wethouder de kritiek kan neutraliseren, maar de rest van de binnenstad wordt overgeleverd aan de chaos van geparkeerde fietsen.

Het gemeentebestuur heeft het huis niet op orde. De bouw van parkeergarages voor fietsen is prima, maar kan geen excuus zijn om de rest van de binnenstad dan maar over te leveren aan de wildgroei van kriskras neergesmeten en onhandig geparkeerde fietsen.

Kortom, bezoek in de stad ontvangen is best. Maar zorg dan eerst voor een stad die op orde is. Dat is in het belang van de commercie en van de inwoners.

Zorg voor een goed toegankelijke stad. Zorg voor openbare (dames)toiletten. Zorg voor goede looproutes. Zorg voor openbaar vervoer dat aansluit op de behoeften van het bezoek en goed de publiekstrekkers (musea) ontsluit. Zorg voor parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zorg voor een kwalitatief hoogstaand winkelaanbod. Zorg ervoor dat leegstaande panden ondanks geldende maatregelen niet alsnog een horecabestemming krijgen. Zorg dat terrassen en private uitingsvormen niet de publieke ruimte bezetten en verdringen. Zorg er met op maat gemaakte marketing voor dat bulktoeristen ontmoedigd worden om Utrecht te bezoeken. Zorg ervoor dat Utrecht synoniem wordt met kwaliteit en niet met haveloosheid en onverzorgdheid.

Utrechts gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie besef wat meer bezoek in de stad betekent en besef de urgentie ervan, doe je huiswerk beter dan nu en ga nou eens goed, doelgericht en hard aan het werk. Pas dan kan een marketingcampagne gebruikt worden om extra bezoekers te trekken. Dan is de stad het waard. Dan pas, als de stad er klaar voor is, niet eerder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC, 4 september 2019:

Van Aartsen omarmt de compenserende neutraliteit van Cohen die Van der Laan bij het oud vuil zette. Met De Graaf als waterdrager

leave a comment »

Waarnemend burgmeester van Amsterdam Jozias van Aartsen (VVD) is de kleinzoon van Job Cohen (PvdA). Bij wijze van spreken. Dat zit zo, Cohen had in Amsterdam samen met Ahmed Marcouch een strategie ontwikkeld die compenserende neutraliteit werd genoemd. Het doel daarvan was het versterken van de sociale cohesie en het tegengaan van radicalisering. Een en ander spitst zich toe in de sector van de islamitische organisaties omdat daar de radicalisering het grootst is en de sociale cohesie het meest problematisch. Van Aartsen omarmt dat idee van compenserende neutraliteit in een raadsbrief van 21 juni.

Wie een strikte scheiding van kerk en staat voorstaat ziet problemen bij overheidsinitiatieven om religie als politiek instrument in te zetten. Een heilig boek kan nooit de overkoepeling zijn, de rechtsstaat wel. Daarmee neemt de overheid stelling en wordt het van onafhankelijke scheidsrechter van religies, levensovertuigingen en nihilismen dat het volgens de wet moet zijn tot actieve deelnemer die partij kiest. In dit geval voor de zogenaamde gematigde islam. Ook nog eens met het neveneffect dat het door de subsidiestromen een aanzuigende werking heeft op allen die van nature niet tot die zogenaamde gematigde islam behoren.

Job Cohen ondersteunde als burgemeester van Amsterdam onder veel kritiek het idee van ‘compenserende neutraliteit’. De overleden burgemeester Eberhard van der Laan volgde in 2010 Cohen op en kraakte diens idee om geloofsgemeenschappen om politieke redenen te ondersteunen. Bijvoorbeeld vanwege de claim dat zo de radicale islam bestreden zou worden. Het Parool concludeerde: ‘Voor Van der Laan zijn twee principes leidend: de staat mag geen kerkgenootschap voortrekken én zich niet inlaten met de inhoud van het geloof.

Van Aartsen beroept zich in zijn brief op de aanbevelingen in een ‘quick scan van de radicaliseringsaanpak door onderzoekers prof. B.A. de Graaf en D.J. Weggemans Msc’. De brief zegt onder meer: ‘De Graaf c.s. hebben aanbevolen het netwerk van sleutelfiguren om te vormen naar een breed en van onderaf opgebouwd netwerk van stadscontacten’ en ‘Het netwerk zal bestaan uit drie onderdelen: (..) ‘Maatschappelijke en religieuze organisaties’. De brief citeert uit de quick scan van De Graaf c.s. die het heeft over de wenselijkheid van samenwerking met religieuze organisaties ‘Door voorbij te gaan aan de religieuze kramp wordt er op deze manier een opening geboden om gebruik te kunnen maken van dit element van anti-radicaliseringsbeleid’.

De beschrijving ‘religieuze kramp’ in een objectief bedoelde scan is opvallend. Het verraadt een mentaliteit die ermee aan de oppervlakte komt. Het komt uit de hoek van de theologen Tom Mikkers en Frank Bosman en mediawetenschapper Eric van den Berg. Mikkers muntte in zijn boek ‘Religiestress; Hoe je te bevrijden van deze eigentijdse kwelgeest’ het begrip religiestress. Ik kraakte er in 2012 een kritische noot over en noemde religiestress (en in het verlengde ‘religieuze kramp’) onzin: ‘In de toelichting claimt Uitgeverij Meinema: ‘Religie veroorzaakt stress in Nederland, bij geloven en nietgelovigen.’ (..) Niet aantoonbaar is hoe dit gemeten is en met welke werkelijkheid deze slotsom overeenkomt. (..) Vraag is waar religiekritiek eindigt en religiestress begint. In een docentenhandleiding bij ‘Religiestress‘ wordt dat omschreven: ‘Wanneer verwordt godsdienstkritiek tot religiestress? Met andere woorden: wanneer begin je zelf last te krijgen van de door jou geuite kritiek op een godsdienst – je eigen of die van anderen?‘ Mikkers gebruikt het begrip ‘religiestress’ om door associatie religiekritiek in een ongunstig daglicht te zetten. En zo religie in bescherming te nemen.’

Religiestress of religieuze kramp is geen nauwkeurig omschreven verschijnsel. Het is een emotie en vooral een verdedigingsmechanisme van geharnaste christenen om de door de secularisering afkalvende posities van religieuze organisaties waar ze zich voor inzetten te verdedigen. Dat is in het publieke debat geoorloofd, maar ongewenst voor een publicatie met wetenschappelijke pretentie zoals de quick scan van De Graaf c.s. die Van Aartsen als input voor zijn beleidswijziging richting compenserende neutraliteit aanwendt. Het kan geen toeval zijn dat Beatrice de Graaf lid is van de ChristenUnie en voor die partij vijfde stond op de lijst voor de verkiezing van de Eerste Kamer in 2015. Ze smokkelt anti-secularistische tendenzen haar verkenning in met als doel het belang van religie en religieuze organisaties te vergroten. Ander punt van kritiek op De Graaf is trouwens dat ze per definitie het staatsterrorisme onderschat en nauwelijks in haar overwegingen meeneemt. Dat benadrukt de gouvernementele opstelling van de Graaf die van God gegeven is (Romeinen 13).

Foto: Anselm Adams, Church, Taos Pueblo (1942).

Vernielingen van ruiten hindoetempel door moslimjongeren in Haagse Schilderswijk. Islamitische PvdE wil protest verbieden

with 2 comments

In de Haagse Schilderswijk is meer dan 90% van de geregistreerde bewoners van niet-westerse afkomst, aldus Wikipedia. Het percentage moslims bedroeg er in 2015 zo’n 50% volgens opgave van de gemeente. Omroep West doet verslag van vernieling door lokale jongeren aan een Hindoeïstische gebedsruimte, ofwel tempel, in de in de Schilderswijk gelegen Mijtenstraat. Het gebeurde in de nacht van 23 op 24 mei. Vrijwilliger Radjin Ramdhani is er duidelijk over, de scheldpartijen en vernielingen zijn naar zijn idee ‘religieus getint’. Dat wil zeggen geweld tegen religie vanuit religie. De hindoes worden met de scheldwoorden ‘duivels geloof’ en ‘afgoderij’ uitgescholden door moslimjongeren. Ramdhani vertelt dat de tempel heeft geprobeerd om met de ouders van de jongeren en de organisaties waar de jongeren onderdeel van uitmaken in gesprek te gaan, maar contact leggen met die groep lukt volgens hem niet. De tempel Ram Mandir heeft aangifte gedaan.

In de nacht van 29 op 30 mei zijn de ruiten van de tempel opnieuw ingegooid, volgens een bericht van Omroep West. Ramdhani vermoedt dat het dezelfde daders zijn die ook de eerdere vernielingen aanbrachten.

In reactie op deze vernielingen is de hindoegemeenschap in actie gekomen. De Amersfoortse motorclub Kali Mata Hindustan wil zondag 3 juni vreedzaam protesteren bij de tempel in de Mijtenstraat. Daarop heeft raadslid Arnoud van Doorn van de islamitische Partij van de Eenheid burgemeester Pauline Krikke verzocht om het protest, wat hij een ‘demonstratie’ noemt, in de Schilderswijk te verbieden, aldus een tweet. Het argument dat Van Doorn geeft is ‘dat de kans groot is dat deze demonstratie het karakter gaat krijgen van een anti-moslim bijeenkomst, met mogelijk verstoring van de openbare orde’. De motorclub is nog in onderhandeling met de gemeente over het protest waar zeker zo’n 25 mensen aan deel zouden nemen.

In een andere ontwikkeling veroordeelt het Haagse raadslid Pieter Grinwis van ChristenUnie/SGP in een tweet de vernielingen als schandalig en pleit hij voor cameratoezicht of een politiepost bij de tempel. Hij pleit ervoor dat politie en justitie de vernielingen ‘van andermans religieuze instellingen’ behandelt als hate crime en niet als vandalisme. Hate crime wordt opgevat als een ‘al dan niet bewuste poging een hele groep te treffen’. Vraag is overigens of Grinwis meent dat religieuze instellingen extra juridische bescherming moeten genieten. Als dat zo is, dan valt dat vanwege de rechtsongelijkheid af te wijzen. Islamoloog Maarten Zeegers voorziet in een tweet de vernielingen door de moslimjongeren van een context: ‘Er zijn tijdens de Ramadan twee absolute zekerheden. 1) Een deel van de moslims vast (behalve de Turkse cafégangers met een maand durende suikerziekte). 2) Een ruitschadeherstelbedrijf mag de ruiten van de hindoetempel Ram Mandir vervangen.’

Foto: Tweet van Arnoud van Doorn (Partij van de Eenheid), 1 juni 2018.

SGP Krimpenerwaard pleit voor zondagsrust, neemt verlies en stelt opening van winkels op zondag voor als onrust

with one comment

SGP Krimpenerwaard maakt geen deel uit van het akkoord dat tussen de ChristenUnie, een lokale en twee liberale partijen is gesloten in Krimpenerwaard. Een samenvoeging van Nederlek, Ouderkerk, Vlist, Bergambacht en Schoonhoven. De vorige coalitie die in 2014 werd gevormd bestond uit het lokale Gemeente Belang Krimpenerwaard (VGBK), VVD, SGP en de ChristenUnie. De SGP had toen een pas-op-de plaats over de sluiting van winkels op zondag bedongen, maar dit gaat de andere partijen en met name de VVD die zich opstelt als ondernemerspartij te ver. De gijzeling is nu doorbroken, mede omdat de SGP een zetel verloor.

SGP-Lijsttrekker Jan Willem van der Ham presenteert zich overvloedig op sociale media, zoals op FacebookYouTube en een eigen site. Dat is een verre schaduw van de oude SGP die de media angstvallig meed. Op Facebook zegt Van der Ham over de zondagsrust: ‘De nieuwe coalitie, waarin de SGP is ingeruild voor D66, heeft de zondag vogelvrij verklaart (!): álle supermarkten élke zondag open, horeca tot ’s ochtends vroeg open, enzovoorts. Spijtig dat de Christenunie hier de handtekening onder heeft gezet…

Ook in andere gemeenten in de biblebelt zoals Sliedrecht of Krimpen aan den IJssel speelt het onderwerp van de zondagsrust een belangrijke rol in de coalitieonderhandelingen. Voor wat landelijk een achterhoedegevecht is, stonden tot voor kort de partijen op de barricaden. Maar zoals het voorbeeld Krimpenerwaard aangeeft is dit verzet tegen de openstelling van winkels op zondag in de meeste gemeenten niet langer houdbaar.

Zo resteert de SGP in deze gemeenten niet anders dan haar verlies te nemen en te spinnen door framing die zegt dat de zondag vogelvrij is verklaard. Met een sneer naar partnerpartij ChristenUnie die wel in de coalitie stapt. Het tekent de isolatie van de SGP dat het nieuwe beleid voorstelt als onrust. Die opvatting van rust die verordonneert dat kerken op zondag open zijn en de winkels dicht. Straks zijn de winkels op zondag open en neemt het bezoek aan de kerken af. Onrust is het nieuwe normaal omdat het oude normaal afgedaan heeft.

Belgische kardinaal De Kesel breekt een lans voor het secularisme

leave a comment »

Verstandige woorden van de Belgische kardinaal Jozef De Kesel in een interview met Cathobel. HLN vertaalt zijn woorden in bovenstaand bericht. In Cathobel zegt De Kesel over bisschoppen uit het Midden-Oosten: ‘Ces évêques me disent que ce dont nous avons besoin, ce n’est surtout pas d’un régime religieux, mais d’un régime laïque, c’est-à-dire d’un régime neutre, où chacun est respecté dans sa propre conviction. Je pense que c’est valable pour le Proche-Orient, mais également pour nous.’ Hij erkent dat de politieke filosofie van het secularisme geen vijand van religie is, maar bescherming biedt. Zoals het voorbeeld van het Midden-Oosten aantoont tegen een meerderheidsreligie, in dit geval de islam. De Kesel wijst wel op een secularisme waarin religies niet meer, maar evenmin minder rechten hebben dan levensovertuigingen. Inclusief individuele gelovigen en hun grondrechten. Dat is de enige correcte interpretatie van het secularisme. Het is aan de overheid om dat te garanderen en te reguleren. Pluralisme is de omgeving waarin religies kunnen bloeien. Een teruggang naar een nostalgisch, voorgoed voorbij verleden waarin het christendom bepalend was is dat niet.

Met deze visie zoals kardinaal Jozef De Kesel uitspreekt loopt de rooms-katholieke kerk in ontwikkeling voor op het protestantisme dat in grote lijnen het secularisme nog steeds als bedreiging afschildert. Zo lijken de woorden van de kardinaal een perfecte weerlegging van het betoog van Laurens Wijmenga die als onderzoeker bij de ChristenUnie pleit voor een teruggang naar vroeger en een gesloten geloofsgemeenschap met een gesloten wereldbeeld. Daartegenover is kardinaal De Kesel met zijn zelfbewustzijn gericht op de toekomst.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Kardinaal De Kesel: ‘We kunnen niet terug naar christendom van vroeger’’ op HLN, 26 april 2018.

Laurens Wijmenga van de ChristenUnie meent dat secularisatie om christelijk tegendraadse politiek vraagt. Een reactie

leave a comment »

Een reactie op een bericht op Facebook van het RD over een richtingenstrijd binnen de ChristenUnie. Aanleiding voor mijn reactie was het artikel van Laurens Wijmenga met merkwaardige passages die suggereren dat de overheid niet te vertrouwen is: ‘Rijkswaterstaat wist al tientallen jaren dat de dijken in Zeeland te zwak waren om een grote stormvloed tegen te houden. Er was echter bewust gekozen om het geld te reserveren voor de wederopbouw van industrie en woningbouw.’ De suggestie die hieruit spreekt is niet dat in de vooroorlogse crisisjaren van armoede en de naoorlogse jaren van schaarste en wederopbouw keuzes moesten worden gemaakt, maar dat het bevindelijke volksdeel in Zeeland door de bestuurlijke elite van Nederland werd opgeofferd. Dat is een reformatorische versie van volksmennerij. De toon is gezet.

Wijmenga gebruikt metaforen over dijken en water en bouwt daar zijn betoog op. Vanuit het perspectief van het christelijk volksdeel schetst hij de wisselwerking met de ander. Daarin maakt hij onderscheid tussen de confrontatie en het trekken van de scherpe lijn, en de toenadering en dialoog. Een wisselwerking die hij in de 19de eeuw van Groen van Prinsterer laat beginnen. Wijmenga ziet de voor- en nadelen van beide opstellingen, maar kiest voor de antithese. Ofwel, Wijmenga trekt scherpe lijnen rond de eigen geloofsgemeenschap. Vergelijkbaar met de Berlijnse muur die volgens het toenmalige leiderschap van de DDR ter bescherming van de eigen bevolking diende. Complicatie is dat Wijmenga als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie religieuze (partij)politiek en kerkpolitiek van kerkgenootschappen vermengt. Als hij daarnaast de secularisering negatief opvat en suggereert dat men zich daartegen krachtig moet verzetten dan kon een reactie van zijn in mijn ogen misleidende woorden niet uitblijven. Hij zegt in de kracht van de eigen boodschap te geloven, maar redeneert in zijn betoog de andere kant op. Zijn zoektocht mist zelfvertrouwen.

Foto’s: Schermafbeeldingen van FB-postingDe ChristenUnie moet niet getuigen in de politiek’ van het RD, 24 maart 2018.