George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Column

Kanttekeningen bij plaatsing column van Lamyae Aharouay in NRC. Is het politiek correct om identiteit als maat der dingen te nemen?

with one comment

Pluriformiteit binnen een nieuwsmedium is een goede zaak. Dat wil zeggen dat verschillende politieke of maatschappelijke meningen erbinnen tot uiting komen. Zo ontstaat door breedte in de verslaglegging, analyse en opinievorming reliëf die door vergelijking diepte geeft. Tegenwoordig wordt die pluriformiteit doorgaans vertaald met het begrip ‘diversiteit’, zoals uit verslagen als hier volgt. Met ‘de witte blik’ als schrikbeeld dat vermeden moet worden. Maar diversiteit als vertaling voor pluriformiteit is een ongelukkig en tekortschietend begrip. Het neemt namelijk als enig uitgangspunt de identiteit van de opiniemakers, maar zegt nog niets over de pluriformiteit van het nieuwsmedium. Iemand met een paarse identiteit kan een zwart wereldbeeld hebben waaruit een zwarte opinie volgt, terwijl iemand met een zwarte identiteit een witte opinie geeft.

Vraag is of media zich niet laten gijzelen door een schijndebat over diversiteit en het regelrechte debat over pluriformiteit hiermee uit de weg gaan. Dat werkt twee kanten uit. Want als pluriformiteit niet altijd direct volgt uit diversiteit kan dat ongecontroleerd en bijna ongemerkt doorschieten naar standpunten die niet binnen de beginselen van het nieuwsmedium passen of naar standpunten die niet verder gaan dan symboliek en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. Een en ander kan ook allebei tegelijk voorkomen. Het debat over diversiteit binnen organisaties moet overigens wel degelijk gevoerd worden omdat het belangrijk is dat organisaties een afspiegeling van de bevolking vormen. Maar dat is een ander debat dan pluriformiteit.

Aanleiding voor deze kanttekening is de columnHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC. Zoals de titel aangeeft suggereert ze dat het politiek correct is om af te geven op moslims. Dat probeert ze te onderbouwen door een citaat uit het manifest van Vrij Links dat zegt dat het ‘afstand neemt van de suggestie dat niet-westerse Nederlanders in bescherming moeten worden genomen tegen het vrije debat, omdat ze nog niet klaar zouden zijn voor uitingen van de moderniteit’. Op dat zinsdeel van een specifieke zin uit een heel manifest bouwt Aharouay haar column om daar bovenop als conclusie haar uitgangspunt te herhalen dat het manifest blijft hangen in de bescherming van niet-westerse Nederlanders.

Maar het is niet Vrij Links, maar Lamyae Aharouay die blijft hangen en niet verder kijkt. Als door een bij gestoken reageert ze in een geconditioneerde reflex op de verwijzing naar de niet-westerse Nederlander. 

In een tweet reageerde ik op Lamyae Aharouay: ‘Bescherming waar @eddy_terstall cs over praten pleit voor emancipatie en een eind aan betutteling van groepen die in het overheidsbeleid als achtergesteld werden bestempeld. Het zegt iets over uw blik dat u het citaat tegengesteld opvat zoals het bedoeld is en uit de tekst blijkt’. Feitelijk toont de kritiek van Aharouay het gelijk van de opstellers van het manifest aan. Namelijk dat binnen links het debat over identiteit een open debat over de inrichting van de samenleving blokkeert. Want telkens weer trekken critici van dat open debat zich vanuit een defensieve houding terug op hun identiteit waarvan ze claimen dat die allesbepalend is. Overigens is dit geen specifiek linkse bezigheid, de alt-right-beweging heeft zich door zich te richten op identiteit als politieke belangengroep weten te vestigen.

In het geval van Aharouay is het een moslim-identiteit die de columniste blijkbaar als maat van alle dingen ziet. Waarbij ze ook nog eens het actuele debat over de positie van niet-westerse Nederlanders terugbrengt tot beeldvorming en voorbijgaat aan het overheidsbeleid vanaf de jaren ’60 (vdve) over integratie. Zij gaat ook voorbij aan de kritiek op het multiculturalisme zoals dat in 2000 werd verwoord door Paul Scheffer en waar het manifest van Vrij Links op inhaakt met een pleidooi voor een seculiere samenleving. Scheffer merkte onder meer op: ‘Waar het vooral om gaat, is dat de scheiding van staat en kerk niet werkelijk is aanvaard in islamitische kring’, ‘Al die apologeten van de diversiteit zijn niet geïnteresseerd in wat zich in de grote steden van Nederland afspeelt‘ en ‘In het openbare leven behoort geen plaats te zijn voor stromingen die de scheiding van staat en kerk of de gelijke rechten van man en vrouw willen opheffen’. De bescherming waarover het manifest het heeft verwoordde Scheffer in dat modewoord van vroegere tijden: ‘De cultuur van het gedogen, die nu op haar grenzen stuit, gaat hand in hand met een zelfbeeld dat onwaarachtig is.

Lamyae Aharouay wil mogelijk de moderniteit naar de islam brengen, maar zoals uit haar column blijkt de islam zeker niet naar de moderniteit. In die betekenis heeft ze gelijk met haar kritiek op het manifest. Want Aharouay is wel klaar voor uitingen van moderniteit, zoals Tariq Ramadan dat ook was voordat hij door de beschuldiging van molestatie van vrouwen van zijn voetstuk viel, maar dat zijn niet de uitingen die passen binnen de politieke filosofie van het secularisme dat probeert identiteit en religie te overstijgen. Aharouay beschouwt haar identiteit als positief kenmerk dat gekoesterd moet worden, terwijl de opstellers van het manifest het als een sta-in-de-weg voor de toekenning van gelijke rechten voor allen opvatten.

Het gevolg van identitaire kritiek is dat binnen links geen debat op een hoger abstractieniveau tot stand komt dat probeert identiteit te overstijgen om een gemeenschappelijke basis te formuleren van waaruit links geloofwaardig en vanaf een solide basis kan opereren. Zo wordt Vrij Links met een pleidooi voor een seculiere samenleving waarin niet de identiteit, maar de rechtsstaat en de grondrechten de maat der dingen zijn gemangeld tussen radicaal-rechts en radicaal-links die zweren bij de eigen achtergrond en eigenheid.

In de beginselen uit 1970 van NRC zijn talloze aanknopingspunten te vinden die haaks staan op de opinie van Lamyae Aharouay. Onder meer over ‘De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag’ of ‘waanzin de mens als onderdeel van een collectiviteit’. De plaatsing van en keuze voor de column van Aharouay door de NRC-hoofdredactie sluit niet aan bij de conclusie van de beginselen: ‘Wie zich richt tot een publiek dat bereid is na te denken, doet een beroep op de rede, die hijzelf ook hanteert. In een tijd dat allerlei irrationele verschijnselen weer de kop opsteken en vaak op modieus applaus kunnen rekenen, menen wij hiermee een functie te verrichten die nog zin heeft.’ De column van Aharouay vertegenwoordigt standpunten die niet binnen de liberale beginselen van NRC passen en diversiteit tot een uitstalling van diversiteit reduceert. De lezer die een beroep doet op de rede kan er niks mee beginnen. De hoofdredactie van NRC lijkt zelf in de val van het modieus applaus getrapt door een beeld van diversiteit te verwarren met pluriformiteit en dat boven de eigen beginselen te plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet is politiek correct om moslims te bashen’ van Lamyae Aharouay in NRC, 24 mei 2018.

Advertenties

De kruisstelling van Luuk van Middelaar over Oekraïne

with one comment

Doorgaans kan ik me goed vinden in de observaties van Luuk van Middelaar in zijn column in NRC. Net als de andere NRC-columnist Caroline de Gruyter representeert hij een gematigde pro-Europese koers. Overigens geen wonder, want vanaf 2009 werkte Van Middelaar in het kabinet van de Belg Herman Van Rompuy, tot 2014 de eerste voorzitter van de Europese raad van regeringsleiders. Maar in zijn column ‘Geen centimeter oostwaarts’ van 12 januari kan ik me om verschillende redenen niet vinden. Ik zal uitleggen waarom dat is.

Van Middelaar neemt als uitgangspunt de levering door de Amerikaanse regering van de draagbare antitank-raket Javelin aan Oekraïne. Ermee kunnen moderne tanks worden uitgeschakeld. In een recent bericht van 17 januari zegt de Amerikaanse ambassadeur in Oekraïne Marie Jovanovic dat de VS de wapens gratis zal leveren. Jovanovic zegt echter ook dat de details nog niet uitgewerkt zijn en het congres geïnformeerd moet worden. Maar dat is geen probleem omdat de Senaat al op 18 september 2017 met een meerderheid van 89 tegen 9 stemmen instemde met de levering van wapens aan Oekraïne ter waarde van 500 miljoen dollar. Senator John McCain was hier de afgelopen jaren één van de pleitbezorgers van.

Ambassadeur Jovanovic, senator McCain en andere voorstanders van levering van deze zogenaamde letale wapens aan Oekraïne benadrukken keer op keer dat de Javelin antitank-raketten defensieve wapens zijn die het Oekraïense leger de mogelijkheid geven om zich te verdedigen tegen het hybride leger van Russische reguliere militairen en zogenaamde separatisten dat sinds 2014 delen van Oost-Oekraïne bezet houdt. Het idee is dat de Javelin geen escalatie van de Russisch-Oekraïense oorlog inhoudt, maar juist het tegendeel. Levering van antitank-wapens trekt de strijd gelijk en zorgt voor deëscalatie. Naar verluidt omvatte het hybride Russische leger in de Donbas in 2017 bijna 700 tanks, meer dan het Oekraïense of het Duitse leger.

Van Middelaar redeneert omgekeerd en denkt dat de levering van de Javelin voor escalatie zorgt: ‘Maar als Washington een tandje bij steekt, zal ook Moskou beter materiaal sturen. Dan kan het conflict dat sinds 2014 al 10.000 slachtoffers vergde, uitgroeien tot Amerikaans-Russische war by proxy op Europese bodem.’ Dit is theoretisch mogelijk, maar vindt geen onderbouwing in de praktijk. Uit bronnen blijkt dat het Kremlin al in 2014 haar modernste materiaal naar Oost-Oekraïne stuurde. Onder meer om deze oorlog als proeftuin te gebruiken en nieuwe wapens te testen. Sinds 2014 is de kloof van de vuurkracht van het leger van Oekraïne met dat van de Russische Federatie aanzienlijk vergroot. Oekraïne moest sinds de vlucht van president Viktor Janoekovitsj en de Maidan-opstand in 2014 haar leger met behulp van westerse partners (VS, Canada, Polen, Tsjechië, Kroatië, Turkije) praktisch opnieuw opbouwen vanwege materiaalgebrek, onderbesteding, corruptie, slechte commandostructuur en Russische ondermijning tot op het hoogste niveau van dat leger.

Van Middelaar doet ook de Amerikaanse politieke praktijk geweld aan als hij zegt: ‘Washington raakt steeds verder in de greep van anti-Russische retoriek. Van de Republikeinen wekt het geen verwondering. Maar ook de Democraten zijn sinds de nederlaag van Hillary Clinton tegen Trump volledig door Poetin geobsedeerd.’ Door het te etiketteren als ‘anti-Russische retoriek’ suggereert Van Middelaar dat kritiek op het Kremlin loos en bombastisch is, en geen aangrijpingspunten in de werkelijkheid vindt. Hij gaat voorbij aan de inmenging van het Kremlin in de presidentsverkiezingen van 2016 dat het establishment in Washington uit balans heeft gebracht. Des te meer omdat de Russische inmenging tot op de dag van vandaag doorgaat en de regering-Trump in haar eerste regeringsjaar geen enkel beleidsprogramma of zelfs maar vergadering hieraan heeft willen wijden. Het is dan ook onjuist dat de Republikeinen in de greep van anti-Russische retoriek zijn. Eerder het omgekeerde is waar: de regering Trump en de leidende Republikeinen in het congres die Trump steunen zijn in de greep van pro-Russische retoriek. Veelzeggend zijn opiniepeilingen over de Republikeinse achterban die door de pro-Russische politiek van Trump en de Republikeinse meerderheidsleiders in Huis en Senaat in twee jaar sinds 2015 een omslag van 20% in het denken over president Putin gemaakt hebben.

Het is de vraag hoe Van Middelaar die daar niet vaak op te betrappen valt in dit geval tot zijn verkeerde inschatting van de feiten komt. Mogelijk geeft de volgende zin dat aan: ‘ook de pro-Russische separatisten doen geen concessies als Poetin ze niet dwingt’. Van Middelaar lijkt niet echt te begrijpen hoe door en door het Kremlin in de bezette gebieden van Oost-Oekraïne aan de touwtjes trekt en de Russische geheime dienst de operatie leidt. Warlords die zich tegen de sturing vanuit het Kremlin verzetten zijn de afgelopen jaren stuk voor stuk door de Russische geheime dienst uit de weg geruimd. De oorlog kan uitsluitend voortduren door de levering van militair materiaal, munitie en personeel vanuit de Russische Federatie. Dit alles houdt niet in dat Putin op dit moment zijn macht niet wil inzetten om Minsk-II af te dwingen, maar dat hij zijn macht juist heel specifiek inzet om de uitvoering van Minsk-II te blokkeren. Overigens doet Kiev niet veel anders, maar het heeft in de bezette gebieden uiteraard niet dezelfde krachtige machtspositie die Putin daar heeft.

Van Middelaar besluit zijn in mijn ogen niet overtuigende column met het aanstippen van de afspraken op het hoogste politieke niveau over de uitbreiding van de NAVO. Hij suggereert met de titel ‘Geen centimeter oostwaarts’ dat westerse leiders in de jaren 1990-1991 aan de leiding van de toenmalige Sovjet-Unie wellicht niet naar de letter (in een verdrag), maar wel naar de geest (via informele afspraken) hebben beloofd om de NAVO niet verder dan de toenmalige DDR oostwaarts uit te breiden. Dat staat haaks op zijn opvatting tussen de regels door van geopolitiek die de geest van Realpolitik boven de letter van internationale verdragen en soevereiniteit van staten stelt. Macht boven recht. Zo resteert de kruisstelling van gelegenheidsdenkers als Van Middelaar of Jaap de Hoop Scheffer. In het opinie-artikelDe NAVO brak zijn woord aan Rusland niet’ verwijst Hubert Smeets de theorie dat westerse leiders hun beloften zouden hebben gebroken naar het rijk der fabelen. Niet de Sovjet-Unie of de Russische Federatie zijn bedrogen door het Westen, maar opinie-leiders als Luuk van Middelaar laten zich om de tuin leiden door Russische retoriek die het verleden verkeert voorstelt. Hun mening weerklinkt zelfs met een valse echo tot in Washington en op het slagveld in Oost-Oekraïne.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeen centimeter oostwaarts’ van Luuk van Middelaar in NRC, 12 januari 2018.

Stemmingmakerij en karaktermoord van columnist Han Lips op schaakfamilie Van Foreest. Het Parool gaat het debat uit de weg

with 4 comments

Afgelopen maandagavond werd de documentaire De Stelling Van Foreest; een schaakfamilie (VPRO) van de gelauwerde filmmakers Maarten Schmidt en Thomas Doebele uitgezonden op NPO2. Schaakgrootmeester Hans Ree zei daar afgelopen zaterdag in zijn schaakrubriek in NRC het volgende over: ‘Voor de kinderen lijkt schaken vanaf hun vroegste jeugd zo natuurlijk als ademhalen te zijn geweest. De gewone leerstof waarvoor andere kinderen naar school gaan, leerden ze thuis naast het schaken en passant in sneltreinvaart en ondanks hun extreme schaakspecialisatie kunnen ze veel dingen die ik niet kan, zoals een gebakken ei uit de pan gooien, of rolschaatsen.’

Columnist Han Lips van Het Parool heeft een faliekant andere mening dan Ree over deze schaakfamilie. Waar Ree sociaal vaardige kinderen ziet die evenwichtig en natuurlijk opgroeien ziet Lips in zijn column het tegenovergestelde: ‘uiterst beklemmend, zo’n opgedrongen jeugd.’ De kop boven zijn recensie spreekt boekdelen: ‘Beklemmend: deze kinderen worden gedrild tot grootmeesters.’

Je kunt zeggen dat hier twee meningen tegenover elkaar staan waar gedebatteerd over kan worden. Maar op Parool.nl wordt het debat niet op prijs gesteld. Mijn reacties bij de column werden gisteren per omgaande verwijderd. Inclusief de laatste: ‘Wat is dat voor onzin, eindredactie? Lips geeft in zijn recensie de feiten verkeerd weer, ik wijs daar in een reactie op en vervolgens wordt mijn reactie verwijderd. Welke gedragsregels overtreed ik hierbij? Het is mij onduidelijk. Wat moet hier beschermd worden? In elk geval niet een open debat. Ik verzoek u dan ook mijn eerste reactie terug te plaatsen en een debat te laten ontstaan. Als u durft.’ Een vergeefs verzoek dat sprak tegen de dovemansoren van het Het Parool. Mijn kritiek werd niet geplaatst.

In mijn eerste reactie wees ik op onnauwkeurigheden in Lips’ weergave en vroeg ik me af of hij wel goed gekeken heeft. Lips zegt: ‘De kinderen van de familie Van Foreest (..) gaan niet naar school maar worden thuis gedrild tot grootmeesters.’ Deze twee beweringen zijn onjuist. Ze worden zelfs in de documentaire weerlegd. De moeder legt namelijk omstandig uit dat de ouders de kinderen individueel voor de keuze hebben gesteld of ze wel of niet naar school gaan. Op één na kozen de kinderen ervoor om gewoon op te gaan voor hun eindexamen op een middelbare school. Dat is dus een combinatie van thuisonderwijs met regulier onderwijs.

Daarnaast is het suggestief van Lips om te suggereren dat de kinderen worden ‘gedrild’ tot grootmeesters. Wat verstaat hij onder ‘drillen’? De woordkeuze verwijst naar het africhten van een hond die zonder besef trucjes en gehoorzaamheid wordt opgelegd. Hoe dan ook lijkt Lips te weinig kennis van de schaakwereld te hebben in combinatie met zijn onoplettend en bevooroordeeld kijken om tot zo’n conclusie te kunnen komen. Want het is juist dat de kinderen zoals Ree constateert een ‘extreme schaakspecialisatie’ hebben, maar het grootmeesterschap is daarbij geen einddoel. Hoewel de oudste zoon Jorden wel grootmeester is en zelfs in 2016 Nederlands kampioen werd. Doel is om de kinderen zich mede door het schaken te laten ontwikkelen. Dat is geen opvoeding die in de plaats komt van een reguliere ontwikkeling, maar een bijkomend doel is.

Lips is een slechte kijker. Dat is een doodszonde voor iemand die een documentaire recenseert. Lips zet zijn mening voor de feiten. En vervolgens gaat Lips het debat uit de weg en reageert niet op kritiek. Het Parool verwijdert inhoudelijke kritiek. Dan kan het beter duidelijk zijn en de optie om te reageren onder artikelen uitschakelen. Op Facebook is reageren bij artikelen trouwens wel mogelijk. Daar plaatste ik deze reactie. Wat Lips parten lijkt te spelen is zijn romantische en achterhaalde opvatting van de schaakwereld. Hij lijkt eerder associaties te hebben met de onevenwichtige, geniale Bobby Fischer of de romanfiguur Luzhin uit Nabokovs The Defense, dan met de huidige generatie topschakers als Kramnik, Anand, Aronian, Carlsen, of Giri die zich tamelijk evenwichtig ontwikkeld heeft en van alle markten thuis is. Jorden lijkt ook uit dat hout gesneden.

Overigens, in een serieuze recensie over dit onderwerp had het voorbeeld uit Boedapest niet ongenoemd kunnen blijven. Namelijk de drie Polgar zusters, onder wie de sterke Judit Polgar die zo’n 15 jaar geleden tot de wereldtop behoorde. Een vergelijking had diepte aan Lips’ recensie kunnen geven die nu blijft steken in stemmingmakerij en een slecht begrip van de schaakwereld. Vader Laszlo Polgár kreeg volop kritiek op zijn opvoedingsmethode die omstreden werd bevonden. Maar het verschil met de familie Van Foreest is groot. De joodse Laszlo Polgár was sociaal geïsoleerd en maatschappelijk achtergesteld en gebruikte zijn dochters om zijn gram op de gesloten, communistische Hongaarse samenleving te halen. Wat uiteindelijk lukte. Vader Nicky van Foreest daarentegen is een geslaagd universitair docent uit een oud adellijk geslacht in de open Nederlandse samenleving die zijn kinderen alle vrijheid geeft. Geen Aziatische tijgermoeders in Groningen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnBeklemmend: deze kinderen worden gedrild tot grootmeesters’ van Han Lips in Het Parool, 27 juni 2017.

In NRC vallen columnisten Teulings en Kuitenbrouwer Paul Scheffer aan. Waarom?

leave a comment »

EP-140929545.jpg&MaxW=960&imageVersion=default

Gastcolumnisten, de plaag die dagbladen teistert als een sprinkhanenplaag. Of ik recht van spreken heb weet ik niet, maar ik geef mijn mening onbezoldigd, ongebonden en zonder bijbedoelingen zoals het vereffenen van rekeningen. Columns vullen dagbladen lekker op en zijn bakens van herkenbaarheid voor de lezer. Van een koers richting niemandsland. Columns bieden de schijn van zekerheid en continuïteit. Een column is goedkoper dan onderzoeksjournalistiek en maakt het dagblad persoonlijk en smeuïg. Een column is de meest relevante irrelevantie in een dagblad. Ze kunnen goed gemist worden, maar werken lekker als bladvulling.

Uiteraard zijn er columnisten die de moeite waard zijn en iets te vertellen hebben. Zoals Jérôme Heldring die decennialang een politiek-filosofische column in NRC had en daarmee de politiek beïnvloedde. Elk tijdperk kent belangrijke opiniemakers voor wie een krantencolumn een uitstekend middel is. In NRC is Luuk van Middelaar een columnist die door zijn onthechtheid, kennis, inzicht en originele ideeën Heldrings positie over zou kunnen nemen. Zo reageren columnisten binnen dezelfde krant op elkaar. Ze zijn van waarde en niet te vergelijken met de columns die niet meer zijn dan niemendalletjes en haastig in elkaar gegooide stukjes.

In NRC plaatste PvdA’er Paul Scheffer op 24 oktober het artikelDe exodus en ons geweten’ dat een overzicht van en antwoord gaf op de vluchtelingencrisis. Hij weerlegde vier argumenten om de grenzen niet te sluiten en eindigde met een oproep: ‘Wat is dat toch voor een onvermogen in weldenkende kring om over de morele betekenis van grenzen na te denken, welke verlegenheid is hier zichtbaar?’. Scheffer heeft het geweten, twee weldenkende NRC-columnisten kwamen in actie door niet zijn argumenten, maar zijn persoon aan te vallen.

Econoom en PvdA’er Coen Teulings gaat op 28 oktober volledig los in zijn column en verwijt op een indirecte manier Scheffer met zijn artikel ‘Het Multiculturele Drama‘ uit 2000 door zijn deelname aan het debat het nationalisme en chauvinisme in Nederland salonfähig te hebben gemaakt. Zonder onderbouwing schuift hij Scheffer ontwikkelingen in de schoenen, zoals het populisme van de middenpartijen die meegaan in het radicalisme van een minderheid om grenzen te sluiten. Alsof Scheffer daarvoor in z’n eentje verantwoordelijk zou kunnen zijn. Teulings wordt op geen enkel moment concreet of gaat direct in op Scheffers argumenten.

Nog bonter maakt op 31 oktober Jan Kuitenbrouwer het in een columnAchter de schermen adviseert hij de SP. In zijn aanval op Scheffer gaan alle remmen los: ‘In zijn spraakmakende essay het Multiculturele Drama, vijftien jaar geleden, ontwikkelde Scheffer geen alternatieve visie met duwkracht naar links, maar loodste hij weldenkend Nederland als een zorgzame schaapherder naar rechts’. En met een reactie naar zowel Teulings als Scheffer: ‘Coen Teulings’ aanval op Scheffer, afgelopen woensdag in deze krant, was schril, warrig en totaal onverdiend, maar dat Scheffer ook nu weer met aplomb aan de verkeerde kant van het Overton-window trekt, valt niet te ontkennen.’ Kuitenbrouwer denkt dat de stijlfiguur van de afleiding hem onkwetsbaar maakt.

Wat moeten we als krantenlezer met deze onderonsjes en onderlinge afrekeningen van columnisten die actief bij politieke partijen betrokken zijn, maar in hun column net doen alsof ze onpartijdig en ongebonden zijn? En door het ruimtegebrek van een column niet toekomen aan het zorgvuldig uitwerken van argumenten, maar het bij suggesties laten. Maar het ergste is dat hun columns geen inzicht geven over de waarheid achter de dingen en zelfs niet amuseren als niemendalletje. De verbittering en grimmigheid die uit de columns van Teulings en Kuitenbrouwer opstijgt maakt ze onverteerbaar. De hoofdredacteur van NRC zou er goed aan doen om het aantal gastcolumnisten behoorlijk in te perken. Het komt de kwaliteit van de krant ten goede.

Foto: ‘Syrian refugees wait behind barbed wire near the Turkish-Syrian border after fleeing Syria, near Sanliurfa, Turkey. Sedan Suna / EPA’. 23 september 2015.

Ellian zit op schoot van de AIVD. Met suggesties over Snowden

with 3 comments

001_rb-image-1760061

Afshin Ellian is een van oorsprong Iraanse communist die in 1989 naar Nederland emigreerde. Aan de Universiteit van Leiden is hij hoogleraar rechtswetenschappen. Ellian schrijft columns in rechtse media zoals in Elsevier en maakt er geen geheim van een rechtse agenda te volgen. Hoe hij te werk gaat wordt duidelijk uit zijn aanval op Edward Snowden in de Elsevier-column ‘Edward Snowden is een ordinaire verrader en een fantast’. Niet feiten zijn Ellians uitgangspunt, maar suggesties en verdachtmakingen om politiek te scoren.

Ellian volgt in genoemde column in de achterhoede de aanval op Edward Snowden door het hoofd van de AIVD Rob Bertholee in NRCHier besproken naar aanleiding van kamervragen van SP’er Ronald van Raak.

Ellian bracht me tot de volgende reactie op zijn column in Elsevier: ‘Afshin Ellian laat zich kennen als de grootste fantast in dit verhaal. Hij fabuleert er op los, maar bewijst niets. Daarbij probeert hij de gaten in z’n verhaal te verhullen. Ellian meent dat Snowden staatsgeheimen heeft geopenbaard. Maar da’s nooit aangetoond. Snowden heeft de Amerikaanse overheid in verlegenheid gebracht door het samen met journalisten selectief naar buiten brengen van documenten over de onrechtmatigheid van de massaspionage van burgers. Zo onrechtmatig dat zelfs congresleden er onvoldoende over geïnformeerd waren. Ellian suggereert dat Snowden samenwerkt met de Russen. Dat is lasterpraat en wordt door de Amerikaanse regering ontkend. Edward Snowden zit tegen zijn zin vast in Rusland omdat de VS z’n paspoort introkken.’

Wat Ellian doet is niet zozeer inzichtelijk omdat het als in een perfecte storm aantoont hoe columnisten af kunnen dwalen van de feiten en met hun eigen fantasie op de loop kunnen gaan, maar omdat hij dat alles op een indirecte wijze legitimeert met zijn positie aan de Universiteit van Leiden, een gerenommeerd medium als Elsevier en valse abstracties over recht en politiek die zouden volgen uit zijn rechtswetenschappelijke kennis.

Ellian is in zijn column geen rechtsfilosoof of journalist, maar een politieke activist die het niet te doen is om het vinden van de waarheid. Daarom speldt hij lezers van Elsevier onwaarheden over Snowden op de mouw.

Neem nou alleen al de zinnen ‘Snowden kreeg asiel van de Russische president Vladimir Poetin: hij is te gast bij de Russische veiligheidsdiensten’ en ‘Snowden zat toen [GK: 2014] op schoot van de FSB, de Russische veiligheidsdienst.’ Dit is achterklap, roddel en suggestie van Afshin Ellian. De waarheid is dat Snowden niet te gast is bij de Russische veiligheidsdiensten, het contact ermee altijd heeft ontkend en ook geen interessant doelwit was voor de FSB omdat hij de geheime NSA-documenten in Hong Kong achter zich had gelaten en overhandigde aan de journalisten Glenn Greenwald, Ewen MacAskill en Laura Poitras die deze op hun beurt verspreidden onder collega’s zoals Barton Gellman. Snowden zit aantoonbaar niet op schoot van de FSB, maar wat wel een waarheid lijkt: Afshin Ellian zit op schoot van de AIVD. Als fantast en verrader van de waarheid.

Foto: Edward Snowden per satellietverbinding in de Stadsschouwburg, 2014. Credits: ANP. Als illustratie bij Elsevier-column ‘Edward Snowden is een ordinaire verrader en een fantast’ van Afshin Ellian.

Obama is een zwakke leider die de wereld niets te bieden heeft

leave a comment »

110Estonia Obama

Met Rob de Wijk ben ik het meestal niet eens. Over hem schreef ik in 2013: ‘De veiligheidsindustrie heeft als legitimatie de dreiging die door ‘wetenschappers‘ en ‘journalisten‘ in de lucht wordt gehouden. Daartoe worden vijandbeelden gecreëerd om het belastinggeld te verantwoorden. Vanuit deze industrie worden door ‘deskundigen‘ in de publieke opinie breed analyses verspreid die als overeenkomst hebben dat ze de noodzaak voor het bestaan ervan ‘neutraal’ onderstrepen. Rob de Wijk maakt onderdeel uit van deze industrie.’ De Wijk heeft een geloofwaardigheids- en identiteitsprobleem. Voor wie en namens wie praat hij?

Met een column in Trouw over president Obama revancheert Rob de Wijk zich enigszins. Waarbij opnieuw wereldbeelden, verwachtingen en projecties over de ander botsen. De Wijk verwijt Obama niet alleen geen groot strategisch denker te zijn, maar ook als een amateur politiek te bedrijven: ‘Obama’s tegenstanders zien hem als een zwakke leider die je risicoloos kunt testen. Obama uit zich soms meer als commentator dan als staatsman.’ Het verwijt dat Obama ook steeds meer in eigen land treft is dat-ie wel mooi kan praten, maar niet weet te handelen. Feitelijk is het presidentschap van Obama -door tegenstanders Bush III genoemd- een even grote ramp als dat van zijn voorganger George ‘W’ Bush. Waarbij Bush foute strategische keuzes maakte, maar nog enige consistentie had door te doen wat hij zei, terwijl Obama juist nooit doet wat hij zegt.

De rot zit diep in het Amerikaanse politieke systeem als welwillende amateurs als George Bush en Barack Obama president worden en de professionals aan de kant blijven staan. Terwijl president Bill Clinton nog een politicus in hart en nieren kon worden genoemd mist Obama de basisvaardigheden om diplomatie op hoog niveau te bedrijven, het tactisch besef om te scoren en het strategisch vermogen om een geïntegreerd buitenlands beleid te voeren. Obama is er met z’n kop niet bij en hij geeft de indruk alsof politiek hem geen zier interesseert. In de vorm excelleert hij. En daar stopt het. Ook Europa plukt daar de wrange vruchten van, zoals in Oekraïne waar Putin geen strobreed in de weg gelegd wordt in het schenden van de soevereiniteit van Oekraïne. De Wijk: ‘Even vreemd is Obama’s verklaring dat het Russische conflict met Oekraïne hem geen oorlog waard is. Dat mag zo zijn, maar les een van het handboek dwangdiplomatie is dat alle opties worden opengehouden. Als de militaire optie expliciet van tafel gaat, maakt dat de risico’s voor Poetins bemoeienis met Oekraïne redelijk beperkt, worden economische sancties ineffectief en wordt de kans op escalatie groter.’

Foto: Een houten Matroesjka-pop in Estland voor 29 euro te koop met Putin, Obama, Bush en tweemaal Stalin, 2 september, 2014. Credits: Mindaugas Kulbis/AP Photo.