Drie kamerleden stappen uit Forum voor Democratie en verwijten Baudet niet te luisteren

Schermafmafbeelding van deel artikelBaudet ziet Forum voor Democratie uiteenvallen, drie Kamerleden vertrekken’ in het BD, 13 mei 2021.

De nummers 2, 3 en 4 in de fractie van Forum voor Democratie scheiden zich af. Ze gaan samen zelfstandig verder en vormen een fractie van drie leden. Dat hebben ze woensdagavond besloten. Nog niet alle details zijn duidelijk. Het Brabants Dagblad brengt dit nieuws.

Het verwijt dat een van die drie, namelijk de Tilburger Hans Smolders aan partijleider Baudet maakt is dat hij niet luistert. Er is geen vertrouwen meer dat ze Baudet kunnen beteugelen, zo meent hij. Baudet wordt gebrek aan zelfreflectie verweten.

Dit solistisch gedrag van Baudet speelt echter niet voor het eerst. Eerder al stapten leden uit de partij vanwege het handelen van Baudet dat ze politiek als te radicaal en in zijn gedrag als bizar zagen. Baudet heeft een element van zelfvernietiging in zich. Ze verenigden zich onder meer in de nieuwe partij van Henk Otten en later in JA21. Dit is de derde grote afscheiding binnen Forum voor Democratie in twee jaar tijd.

Forum voor Democratie doet intussen sterk denken aan een religieus genootschap met een leider die zich gedraagt als een onaantastbare god die de baas is van een sekte. In navolging van oud-president Trump. De reden voor het geschil lijkt vooral een geloofskwestie. Bij afsplitsingen binnen kerkgenootschappen worden tamelijk kleine inhoudelijke kwesties als reden aangevoerd, zoals de vraag of de slang gesproken had, maar gaat het feitelijk om de onderlinge relaties en het uitoefenen van de macht.

Baudet schoffeert regelmatig collega’s in andere partijen en laat telkens zijn minachting blijken voor het parlement. Maar de paradox is dat hij in de omgeving die hij veroordeelt wel carrière probeert te maken. Ooit zei hij geen politicus te zijn en voor zichzelf geen politieke carrière te zien. Dat bewijst hij nu opnieuw. Een wetenschappelijke carrière die hij nastreefde kwam niet van de grond. Toen moest hij alsnog iets gaan doen waarvan hij zelf zei dat hij er niet geschikt voor was.

Dat alles maakt Baudet ongeloofwaardig, onbetrouwbaar en onhandelbaar voor zijn medestanders. Ze moeten politiek bedrijven met een leider die geen politicus wil en kan zijn. Baudet is zijn eigen tegendeel en daar lopen zijn medestanders telkens tegenaan.

Het is overigens verdacht dat Wybren van Haga, Olaf Ephraim en Hans Smolders nu met het verwijt komen dat Baudet niet luistert en niet te beteugelen valt. Dat is namelijk niks nieuws. Baudet is nooit anders geweest en heeft dat ook nooit gepretendeerd. De drie wisten precies wie Baudet was en doen nu net alsof ze dat niet wisten en pas recent ontdekt hebben. Dat is niet geloofwaardig. Daarom kleeft de schijn van opportunisme aan de drie leden die zich nu afgescheiden hebben.

Op het niveau van de partijorganisatie is Forum voor Democratie zwak en valt geen beterschap te verwachten. Een organiserende basis ontbreekt. De partij radicaliseert en na elke grote afscheiding of afsplitsing verlaten de minder radicale leden de partij. De hardliners blijven met elkaar over. In het spel om de macht verzwakt de partij telkens zonder dat het Baudet ogenschijnlijk iets kan schelen. Want hij is geen politicus en Forum voor Democratie is geen politieke partij binnen het partijkartel. Zo denkt hij. Dat is de paradox van Baudet die het anders wil doen door een leider te zijn zonder dat te kunnen zijn.

Forum voor Democratie neemt het op voor Assange en valt Navalny aan. Gewichtigdoenerij of vleierij?

Schermafbeelding van deel artikelDe hypocrisie van het ‘vrije’ Westen: over Navalny en Assange’ op Forum voor Democratie, 28 april 2021.

Elke staat moet niet te gevoelig zijn voor tegenspraak zeker als die vanuit de marge klinkt. Maar er zijn grenzen aan het begrip ervoor. Een voorbeeld van merkwaardig gedrag is het anonieme artikelDe hypocrisie van het ‘vrije’ Westen: over Navalny en Assange’ op de site van Forum voor Democratie. Het volgt nauwgezet de talking points van het Kremlin. Al talloze keren weeerlegde beweringen worden herkauwd. Het is een invuloefening van politieke correctheid à la Kremlin.

Het leest als een schreeuw om aandacht en onduidelijk is aan wie het gericht is. Het Nederlandse publiek interesseert zich er weinig voor en zal nog nauwelijks weten wat Juilan Assange de afgelopen jaren is overkomen en waar hij zich bevindt. In Engeland, Zweden, Australië of de VS? De Russische regering die zweert bij machtspolitiek heeft weinig aan een kleine Nederlandse politieke partij zonder veel macht. Forum voor Democratie lijkt met zo’n artikel vooral met zichzelf in gesprek te zijn. Vermoedelijk dient het artikel vooral interne belangen van een bij tijd en wijle chaotische partij waar de schrijver zich door het innemen van een radicale positie omhoog probeert te schrijven in de pikorde van de partij.

De strekking van het artikel is dat de pro-Kremlin activist Julian Assange wordt verdedigd en de anti-Kremlin politicus Alexei Navalny wordt aangevallen. Overtuigingen zijn vrij en daarom mag deze partij zo’n opinie op haar site plaatsen. Maar het is veelzeggend dat het dit doet. De vervolgvraag is waarom een Nederlandse politieke partij het opneemt voor een activist die is gerecruteerd door het Kremlin en zich uitspreekt tegen een tegenstander ervan.

Het valt lastig te begrijpen waarom Forum voor Democratie met partijleider Thierry Baudet die zegt voor de Nederlandse natiestaat op te komen de Russische Federatie omarmt die standpunten verkondigt die vijandig zijn jegens Nederland. In al zijn uitingen valt hij de EU aan en verdedigt hij de Russische Federatie die de EU probeert te verzwakken. Het is bizar dat Baudet zich opwerpt als spreekbuis van het Kremlin, terwijl zijn invloed op de Nederlandse politiek en economie nihil is.

Een Russisch gasproject als Nord Stream II waar het Nederlands bedrijfsleven (Gasunie, Shell) ) actief in investeert en binnen de EU politiek verdedigt is niet kostendekkend, of pas na vele tientallen jaren, en dient als middel om geld van de bevolking naar de machthebbers in het Kremlin door te sluizen. Maar het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken noemt het in antwoord op kamervragen van onder meer D66 en GL een economisch project met politieke implicaties. Terwijl het om verschillende redenen vanuit Russisch perspectief geen economisch project is, maar een middel om de Russische staatskas te tillen. Ook vanuit het perspectief van de EU is het voor de langere termijn geen economisch project omdat het belang ervan vanaf 2030 snel afneemt vanwege het klimaatakkoord. Er is binnen de EU afgesproken dat het belang van fossiele brandstoffen zoals gas in het volgende decennium wordt teruggedrongen.

De paradox is dat de huidige Nederlandse regering vanwege wederzijdse economische belangen met de Russische Federatie (gas, belastingontwijking Zuidas) achter de schermen uitstekende banden heeft met het Russische establishment en het Kremlin Baudet niet nodig heeft. Dit soort Lange-halen-gauw-thuis artikelen van Forum voor Democratie komen er daarom in de praktijk op neer dat ze afleiden van de nauwe band tussen de Nederlandse en Russische regering en de zakenelites van beide landen. Dat kan de opdracht van het Kremlin aan Forum voor Democratie zijn in het schaduwspel van de macht waarin deze rechts-radicale partij tussen de schuivende panelen een bijrol als bliksemafleider speelt, terwijl het zelf meent als tragische held het vuur op te stoken.

Gezien Baudets banden met de aan het Kremlin verbonden inlichtingenman Vladimir Kornilov waarover in april 2020 Zembla in de uitzendingBaudet en het Kremlin‘ berichtte en de getuigenissen daarover is het mogelijk dat Baudet ooit geld van het Kremlin heeft ontvangen en daarmee gechanteerd wordt (komprimat). Of het veel uitmaakt is de vraag. Baudet gedraagt zich als opportunist en niet als idealist. Hij is net als Trump een narcist en dat is het type persoonlijkheid dat inlichtingendiensten makkelijk weten te werven. Inlichtingenmensen die Zembla heeft gesproken verklaren dat Baudet ‘een politicus is die onder controle staat van Moskou’.

Het kan dat het Kremlin voor de lange termijn in Baudet investeert voor het geval hij in de toekomst aan macht wint. Zoals naar verluidt de toenmalige Sovjet-inlichtingendiensten Donald Trump rekruteerden in de jaren 1980 en zich dat pas in 2016 uitbetaalde. Het is onduidelijk welke tegenprestatie Baudet geboden wordt voor zijn tegenspraak op de achterste rang.

Voorlopig zullen we het daarom moeten doen met artikelen van Forum voor `Democratie die geen enkele politieke relevantie of analytische diepgang hebben, maar opgevat moeten worden als een proeve van goede wil en een sollicitatiebrief aan de patroon in Moskou. Om in het gevlij te blijven én ons een idee van belangrijkheid op te dringen.

Complotdenker Sidney Powell meent dat redelijke mensen haar leugens niet als feit accepteren

Uit het verweer van Sidney Powell in de zaak tegen Dominion, 22 maart 2021. Met afbeelding op p. 31.

Wanneer ze op een leugen worden betrapt verdedigen complotdenkers en radicaal-rechtse politici zich doorgaans door te beweren dat het maar ironie was. Zo was het niet bedoeld en zo kon het toch in alle redelijkheid niet opgevat worden? Het weglachen van steekhoudende argumenten van opponenten wordt zo een vluchtweg om niet in debat te hoeven gaan. Ook in Nederland laten de handelaren in alternatieve feiten zich kennen als amateur-cabaretiers die handelen in scherts.

Dat lijkt om meerdere redenen een sterke strategie. Want reken maar na. Men hoeft zich niet te verdiepen in de feiten omdat de feiten er niet meer toe doen. Deskundigheid en wetenschap worden voorgesteld als bastion van de gevestigde orde dat uitsluitend zou bestaan vanwege de afscherming van het eigen belang. Het argument is dat de zuivere waarheid niet bestaat en de feiten niet op de werkelijkheid gebaseerd zijn, maar speculatief zijn. De waarneming wordt ingewisseld voor het voorgevoel van de onderbuik en het vermoeden.

Het voordeel van zo’n aanvallende houding is dat alles uit de losse pols beweerd kan worden. Iedereen zonder veel kennis en met gevoel voor drama kan zich binnen de alternatieve waarheid straffeloos en succesvol profileren als ludiek en afwijkend. Daarom proberen de laatste jaren in het kielzog van de beruchte leugenaar Donald Trump zoveel brekebenen met een mislukte of geknakte carrière een herstart te maken in de politiek of op sociale media.

Opmerkelijk is dat beeldbepalende complotdenkers van dit moment allen in deze categorie vallen: Thierry Baudet, Willem Engel, Karel van Wolferen, Arnold Karskens, Ab Gietelink en Janet Ossebaard. Ze hebben het doodlopende pad van hun oude carrière ingewisseld voor het complotdenken waarvan ze hopen dat het hun een stevig steuntje in de rug geeft. De complottheorieën over wat dan ook zijn hun opstapje naar aandacht, roem en financieel gewin. Dat gaat betrekkelijk makkelijk omdat de lat niet zozeer laag ligt, maar volledig ontbreekt.

Complotdenken is een rituele dans zonder aloude spelregels en voorschriften dat zich onttrekt aan de concurrentieslag waar het draait om talent, doorzettingsvermogen, netwerk, maatschappelijke souplesse en kennis. Complotdenken is de vakantie van het denken. De paradox is overigens dat de sector van het complotdenken nieuwe spelregels oplegt en de complotdenkers concurrenten van elkaar zijn op een nieuwe markt. Deze lijkt niet zo gesloten te zijn als bijvoorbeeld de tamelijk afgeschermde religiemarkt, maar kent toch ook eigen gedragsregels en codes.

Vooralsnog zitten de complotdenkers in een stilzwijgende afspraak niet in elkaars vaarwater omdat ze het speelterrein hebben verdeeld. Ze gaan in een niche zitten waar zich nog niemand ophoudt. De een handelt in graancirkels, zendmasten, Rusland en de Nato, de macht van de media of de politiek, de anderen in de uiteenlopende effecten van de COVID-19 pandemie, een pedofiel bloeddrinkend netwerk van machtige wereldburgers of in begrippen die losstaan van de alledaagse werkelijkheid, zoals vrijheid.

Uit het verweer van Sidney Powell in de zaak tegen Dominion, 22 maart 2021. Met de zinsnede (p.32): ‘reasonable people would not accept such statements as fact’.

In de VS waar alles groter lijkt te zijn, inclusief de gekkenhuizen, ligt de pro-Trump advocaat Sidney Powell die de voormalige president tot op het laatst bleef verdedigen in diens aanval op de Amerikaanse democratie nu onder vuur wegens haar complotdenken. Zij beweerde dat de Dominion Voting Systems pro-Trump stemmen gewijzigd zouden hebben in pro-Biden stemmen. Dat is een onbewezen stelling zonder onderbouwing die bedoeld was als middel om Trumps nederlaag met manipulatie om te buigen in een overwinning. Dat mislukte. Dominion pikte het niet. Begin januari 2021 kreeg Powell een aanklacht wegens laster aan haar broek met een schadeclaim van 1,3 miljard dollar. Dat is serieus en daar moet ze zich tegen verdedigen. Ook andere Trump-getrouwen als ‘regelaar’ Rudy Giuliani en de senatoren Ted Cruz en Josh Hawley ventten deze complottheorie over Dominion uit.

Geld is de enige degelijke manier om het complotdenken te stoppen. Want voor de bijklussende complotdenkers mogen dan de regels van de logica niet gelden, aan de regels van de economie kunnen ook zij zich niet onttrekken. Donald Trump houdt de complottheorieën over de gestolen verkiezingen uitsluitend in de lucht om zijn eigen kas te spekken. Cynisch genoeg koerst hij mede door zijn beroerde aanpak van de pandemie met zijn hotels, golfbanen en merchandising op een faillissement af. Dat er trouwens al jaren zat aan te komen, maar op de lange baan werd geschoven door zijn presidentschap dat hem extra juridische bescherming en uitstel bood. Nu komt dat als een boemerang naar hem terug.

Powells verdediging is de ultieme ironie van radicaal-rechts dat zelfs de eigen leugens niet meer serieus neemt. Dat is de uiterste vorm van post-modernisme dat zegt dat menselijke kennis grenzen kent en cultureel bepaald is. De cultuur van het complotdenken is het doodlopende pad van deze ontwikkeling die stopt aan de rand van het ravijn. Er zijn twee opties: op de eigen schreden terugkeren of de dieperik in. Toegeven is de alternatieve vorm van zelfpijniging en zelfbeschadiging die het laatste restje geloofwaardigheid weggooit, maar wel het eigen economische leven redt.

Radicaal-rechts ondermijnt uiteindelijk dus niet alleen het idee van een universele waarheid, maar ook het idee van de eigen alternatieve feiten die radicaal-rechts verspreidt. Die worden nu ook bij het oud vuil gezet. Het complotdenken geeft zichzelf de nekslag. Eigen leugens blijken niet alleen leugens, maar nu wordt volmondig toegegeven dat redelijke mensen het bedrog niet als feit zouden accepteren. Dat beroep op redelijkheid is de aangekondigde banvloek van het complotdenken. Ermee valt de bodem onder het complotdenken weg. Complotdenkers excommuniceren zichzelf.

Journalistiek moet onjuiste beweringen van opinieleiders geen ruimte geven en beter dan nu uitleggen waarom het dat niet doet

Meermalen heb ik me hier kritisch uitgelaten over de gevestigde media. Dan bedoel ik niet dat ze de stem van de gevestigde orde zijn en voor druk, geld en invloed tot een instrument worden gemaakt dat de beeldvorming  manipuleert. Dat is iets van alle tijden en zo oud als er media bestaan. Zogenaamde objectiviteit bestaat niet. Mijn kritiek is anders.

Het gaat me om het antwoord in werkwijze en gedragsregel op recente ontwikkelingen die niet goed verwerkt worden. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Het wordt echter valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Is het onderhand geen tijd voor ander beleid bij media? Zo kunnen media een kwaliteitsslag maken door vals van echt nieuws te onderscheiden en nepnieuws als hoor of wederhoor niet langer te verspreiden. Beter dan nu dienen de media te beseffen dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds of het verslag doen van elke oprisping van elke politicus of complotdenker niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Op dit blog hanteer ik de vuistregel dat ik alleen ongewijzigd beweringen doorgeef die op feiten zijn gebaseerd. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn, maar ze mogen in mijn ogen niet in strijd met de waarheid zijn. Een mening moet tegengesproken kunnen worden en onderdeel van het publieke debat zijn. Met beweringen die in strijd met de feiten zijn hanteer ik een andere vuistregel. Die plaats ik alleen als ik ze duidelijk kan weerleggen, anders geef ik ze niet weer.

Media hanteren deze regel niet. Elke oprisping van politicus Thierry Baudet of Geert Wilders of al die complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen kan geplaatst worden. Niet altijd gebeurt dat omdat het niet altijd nieuwswaardig is, maar er is evenmin een regel bij media dat ze beweringen die in strijd met de feiten zijn per definitie geen ruimte geven. Ze  verschuilen zich dan soms achter het excuus dat de feiten niet vaststaan en ze om onpartijdig verslag te kunnen doen feiten die in strijd zijn met de waarheid wel moeten doorgeven. Met als gevolg dat de gevestigde media zich willens en wetens tot de belangrijkste handlangers van het verspreiden van desinformatie hebben gemaakt. Dat daar goede objectieve stukken binnen genuanceerde redacties of gepeperde commentaren van talkshow hosts tegenover staan weegt daar niet tegen op. Het kwaad is dan al geschied.

Klem tussen de gesel van de markt, de macht van Amerikaans techbedrijven als Facebook en Twitter, de angst om de boot te missen en de beschuldiging van partijdigheid heeft de journalistiek geen afdoend antwoord op de vraag of het nieuws dat in strijd is met de feiten ongewijzigd door moet geven. Was het in 2016 toen desfinformatiecampagnes in opkomst waren nog begrijpelijk dat hoofdredacties er geen passend beleid over hadden ontwikkeld omdat ze erdoor overvallen werden, nu is het nalatig dat ze nog steeds geen passend beleid hebben dat nepnieuws blokkeert en de nieuwsconsument uitlegt hoe dat beleid precies werkt en is geformuleerd.

Aanleiding is een commentaar van 13 maart 2021 van redacteur Chris Quinn in The Plain Dealer, de belangrijkste krant van Cleveland, Ohio. De titel geeft aan wat de inzet is: ‘When candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention?’. Het gaat om de Republikeinse kandidaat-Senator Josh Mandel die meningen verkondigt die niet alleen in strijd met de feiten zijn, maar ook de volksgezondheid in gevaar brengen. Exact wat types als Baudet of Willem Engel doen. De sleutelpassage uit Quinns commentaar is de volgende:

Is dat niet exact de inschatting die de media moeten maken, maar te weinig maken? Namelijk dat buitensporige en gevaarlijke beweringen nog geen nieuws zijn dat gepubliceerd dient te worden. Zoals Quinn ook zegt zijn types als Mandel wanhopig op zoek naar aandacht en geeft zijn krant graag ruimte aan debat. Daar zijn echter grenzen aan: ‘Maar we publiceren niet bewust belachelijke en idiote beweringen. Mandel wilde niet zozeer een debat voeren met onze columnist, maar ons platform gebruiken om aandacht te krijgen met aantoonbaar valse beweringen over het virus.’ Het beroep op die enerzijds-anderzijds functie van media is de valkuil waar de complotdenkers slim gebruik van maken en media niet echt een goed antwoord op hebben. Quinn geeft dat antwoord wel.

Foto’s: Schermafbeelding van delen uit artikelWhen candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention? van Chris Quinn voor The Plain Dealer (online: Cleveland.com), 13 maart 2021.

Baudets uitspraak over Neurenbergse processen is politiek minder afwijkend dan het lijkt, maar juridisch minder degelijk dan hij claimt

Extreem is het standpunt van Thierry Baudet niet dat strafrecht niet met terugwerkende kracht kan worden opgelegd. Dat was zijn antwoord op de vraag over een corona-tribunaal waarvoor volgens Baudet geen rechtsgrond bestaat. Hij illustreerde dat met een voorbeeld over de Neurenbergse processen die van 1945 tot 1949 in Duitsland plaatsvonden.

Na kritiek op deze uitspraak van Baudet op een verkiezingsbijeenkomst in Gouda werd de partij om uitleg gevraagd. Volgens een bericht in De Telegraaf was het antwoord: ‘Wat hij bedoelde is dat je mensen niet kunt veroordelen met wetten die pas zijn aangenomen nadat de feiten hebben plaatsgevonden. Dat heet het legaliteitsbeginsel en dat vormt de kern van een rechtsstaat. Moord was en is altijd illegaal en altijd onaanvaardbaar. De genocidale misdaden van de Duitsers hadden onder regulier nationaal recht bestraft moeten en kunnen worden.’

Dat is inderdaad een verschil van mening zonder volledige wetenschappelijke overeenstemming. Maar is het zo dat het feit dat het handelen van bevoegd gezag gebaseerd moet zijn op een vooraf aanwezige bepaling elke ruimere opvatting die tot veroordeling kan leiden dichttimmert? Nee, dat nou ook weer niet, want er bestaat ook zoiets als gewoonterecht dat ongeschreven naast de wetten bestaat en ook voor het strafrecht geldt. Ook in het internationaal recht spelen vormen van gewoonterecht een belangrijke rol.

Daarnaast bestaat er het Landoorlogreglement van 1899 dat deel uitmaakt van het internationaal gewoonterecht en een legitieme basis aan de Neurenbergse processen gaf. Dat betreft onder andere regels over bezetting en oorlogsvoering. Uit het feit dat de nazi’s de door hen bezette landen leegroofden én (vooral Joodse) burgers het eigendomsrecht van hun bezit ontnamen bleek dat de nazi’s zich niet aan de internationale regels van de oorlogsvoering hielden. De noodzaak voor het stutten van een snel afzwakkende oorlogseconomie met illegale middelen had als reden dat de Duitse staat op de pof leefde (MeFo-regeling van Hjalmar Schacht). Als gevolg werd het om economische redenen in een vlucht vooruit of een sprong in het diepe gedwongen tot oorlogsvoering terwijl de kosten van de bewapening opliepen en die bewapening niet op het gewenste peil was toen de oorlog begon. Oorzaak, gevolg en argumentatie van de oorlogsvoering van de nazi’s waren hecht met elkaar verknoopt.

Kortom, de uitspraak van Baudet is politiek niet zo afwijkend als het lijkt en waar politieke tegenstanders als PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen en CIDI-medewerker Aron Vrieler in een reflex verontwaardigd op reageren, maar juridisch is het minder degelijk dan Baudet en de woordvoerder van zijn partij suggereren.

De aap komt uit de mouw als de woordvoerder van de partij zegt dat de Neurenbergse processen onder Duits nationaal recht plaats hadden moeten vinden. Baudet is een aanhanger van de natiestaat en verzet zich tegen supra-nationale organisaties als de EU. Maar dat beroep op nationaal recht is ongelukkig. Het gaat niet alleen voorbij aan het internationaal gewoonterecht maar ook aan het grensoverschrijdend en internationaal karakter van oorlogsvoering. Niet voor niets een ‘Wereldoorlog’ genoemd. In de Neurenbergse processen kwamen door het grensoverschrijdend karakter van de Tweede Wereldoorlog vele soorten nationaal recht samen die enkel en alleen in een internationale context logisch samengevoegd konden worden.

De praktijk van 1945 tot 1949 was dat de vier bezettende machten (VS, Sovjet-Unie, VK, Frankrijk) juridisch en publicitair hun stempel op de processen probeerden te drukken. Wat vooral leidde tot rivaliteit tussen de VS en Sovjet-Unie en zelfs tot verregaande animositeit tussen deze twee staten toen de koude oorlog door de blokkade van Berlijn door de Sovjets (1948-49) goed op stoom kwam. Overwinnaars schrijven de geschiedenis en het recht. Om dat effect te neutraliseren is het juist nodig om het internationaal recht op te waarderen en onder de rechtsbevoegdheid van een supra-nationaal orgaan te plaatsen. Baudet kijkt in zijn voorbeeld van de Neurenbergse processen te eenzijdig naar de positie van de overwonnene en poetst de positie van de overwinnaars in dit verhaal weg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWoede om Neurenberg-uitspraak Baudet’ in De Telegraaf, 22 februari 2021.

Media praatten vanaf het begin Trump (en Baudet) goed. Kritiek kreeg geen kans. Wat het ergst is, ze hebben er blijkbaar niks van geleerd

Nu in de VS Trumps presidentschap ten einde loopt en op 20 januari 2021 eindigt klinkt er steeds meer kritiek op de media. Zij hebben Trump de gelegenheid gegeven om zijn praatjes te communiceren zodat hij de macht kon grijpen, terwijl het vanaf het begin duidelijk was dat het om een gestoord en gevaarlijk individu ging. Door passend handelen hadden media de kritiek op Trump een meer prominente plek moeten geven. Pas later kwamen de media met kritiek op hem. Hoewel dat soms ferm was, werd de kritiek van psychiaters verzwegen en niet doorgegeven.

Overigens valt ook de zogenaamde deskundigen die de media ‘voeden’ met ‘content’ heel wat te verwijten. Zij hebben de media op het verkeerde been gezet. In veel gevallen wilden ze de ernst van het gevaar van Trump niet zien en voorspelden ze dat hij wel binnen de lijntjes zou kleuren.

In Nederland was het Willem Post die op 15 november 2016 een opinie-artikel in NRC plaatste dat kopte: ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’. In een commentaar van 17 november 2016 antwoordde ik: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ En tsjonge, wat viel het tegen met Trump en hoe zat Post ernaast met zijn opgepimpte autoriteit. Maar zoals zo vaak, terugkijken is er bij deskundigen en media niet bij en zelflerend vermogen dat als zodanig wordt benoemd ontbreekt.

In Nederland gebeurde hetzelfde met Thierry Baudet. Hij is ook een gestoord individu met krankzinnige denkbeelden die in het begin van zijn opkomst door de media tamelijk ongefilterd werden doorgegeven. Pas later kwam er kritiek op Baudet, maar toen was zijn naam al gevestigd en kon de journalistiek zich alleen nog maar afvragen hoe het deze tovenaarsleerling groot had helpen maken en wat voor schade aan de democratie het door eigen naïviteit had berokkend. Ook dat besef leidde niet tot een publieke reflectie op het eigen falen.

De paradox is dus dat er van buiten de gevestigde media fundamentele kritiek klinkt op de gevestigde media die hun functie van poortwachter van de democratie niet naar behoren hebben vervuld, maar de media zelf niet tot inzicht komen die wordt omgezet in een beleidsverandering. Of wat nog kwalijker is, ze zijn wel degelijk tot dat inzicht gekomen, maar doen er om economische of politieke redenen niets aan. Hoe dan ook is het resultaat hetzelfde: oorverdovende stilte en het ontbreken van publieke reflectie op het eigen handelen.

Dat is zorgwekkend, omdat de media in het geval van Trump (in de VS) en Baudet (in Nederland) niets geleerd lijken te hebben. Het wachten is op de volgende rechts-radicale politicus die door de zogenaamde ‘linkse’, maar in werkelijkheid ‘rechtse’ media die de status quo en de gevestigde belangen onderschrijven, op het schild wordt gehesen. Het is zelfs de journalistiek niet gegeven om niet de fouten van de vorige oorlog te herhalen. Laat staan dat het al een antwoord op de volgende oorlog kan voorzien door deductie van wat zich nu vroegtijdig aankondigt.

Om geloofwaardig te blijven is een fundamenteel debat binnen de media nodig dat reflecteert op het veranderde medialandschap en de radicalisering van de politiek en dat verder gaat dan een kritisch stuk van een goedwillende ombudsman ergens achter in een krant als aflaat voor een schoon geweten. Dat is te mager om serieus te zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel eigen commentaarMedia praten Trump nu al goed. Met voorop wensdenkende Amerika-deskundigen die weten dat hij binnen de lijntjes blijft’ van 17 november 2016.

Europa beseft ondanks alle onheilspellende signalen onvoldoende hoe gevaarlijk het Trumpisme is. Het wordt verward met conservatisme

De conservatieve voormalig Republikeinse strateeg Rick Wilson die een van de oprichters van The Lincoln Project is gaat in gesprek met DW News. Hij wijst op het gevaar van het Trumpisme in de VS en elders en wijst op de noodzaak om deze anti-democratische stroming te bestrijden. Velen verwarren ultra-rechtse stromingen als alt-right, nieuw rechts, extreem-rechts of rechts-populisme met conservatisme. Er zijn overeenkomsten tussen het een en ander, maar de verschillen zijn groter. Voor de duidelijkheid moet toegevoegd worden dat het conservatisme niet eenduidig is. Er zit variatie in. Maar als het buiten de bandbreedte komt houdt het op conservatisme te zijn.

Ook journalisten van Nederlandse media maken dat onderscheid tussen het rechts-populisme en conservatisme onvoldoende. Waarbij de vraag is of ze het niet begrijpen of het met een specifieke bedoeling bewust verkeerd voorstellen. Dat is een gemiste kans om de urgentie van het gevaar van het Trumpisme te beseffen. Signaleren van ontwikkelingen is toch een hoofdtaak van de journalistiek. Iemand als Thierry Baudet wordt soms een conservatief genoemd, wat hij in de verste verte niet is of ooit is geweest. Hij heeft reactionaire denkbeelden over kunst, wetenschap, journalistiek, architectuur, samenleving, democratie en politiek die ver af staan van het conservatisme.

Ook een socioloog en politicoloog als Merijn Oudenampsen die zich meermalen over dit onderwerp uitliet heeft een gereduceerd en verwrongen beeld van wat conservatisme is. Hij lijkt de gelijkschakeling of vermenging van Trumpiaans alt-right met conservatisme te gebruiken om dat laatste in een kwaad daglicht te stellen. Hij komt daar nog mee weg ook. Ik vind hem partijdig en niet objectief en schreef in een commentaar over Tim Carney van september 2019: ‘Linkse opinieleiders als Merijn Oudenampsen dichten het conservatisme zelfs een revolutionaire dimensie toe zodat ze het naadloos kunnen verbinden met de denkwereld van Thierry Baudet of Donald Trump. Dat is bedenkelijke en kwaadaardige retoriek. Dat is ongelukkige, linksige intellectuele acrobatiek die vanwege de eigen politieke agenda het onverenigbare probeert te verenigen. Dat zou niet erg zijn als het de verwarring niet vergroot over wat conservatisme is.’

De constatering is dat het Nederlandse publieke debat over politiek rechts waarbij Trumpisme en conservatisme niet worden onderscheiden van laag niveau is. Met als gevolg dat het debat erover niet van de grond komt. Omdat er in Nederland geen gezaghebbende conservatieve intellectuelen en een conservatieve politieke partij bestaan en progressieven begrijpelijkerwijze maar al te graag het conservatieve gedachtengoed aanvallen, kan de misleiding over wat conservatieve politiek is in de Nederlandse publieke opinie zonder verheldering verder woekeren.

Trump, Baudet, Farage, Orbán, Kaczyński, Jansa of dat soort politici zijn geen conservatieven omdat ze het conservatieve gedachtengoed niet onderschrijven of te ver oprekken. Ze hullen zich af en toe met de mantel van het conservatisme om aan te sluiten bij een gelauwerde traditie waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt. Dat is nep.

Conservatieven als Rick Wilson behoorden in de campagne van 2020 tot de felste en best georganiseerde tegenstanders van Trump. Zonder hen had Biden waarschijnlijk niet gewonnen. Juist omdat ze beter dan progressieven wisten hoe ze Trump emotioneel, maar ook programmatisch konden raken en het gevaar van deze anti-democratische en autoritaire stroming voor een levensvatbare en weerbare democratie doorzien.

Vanuit centrum-links perspectief hebben conservatieven onder meer verwerpelijke denkbeelden over medisch-ethische kwesties, belastingdruk en eigendom. Maar dat kan binnen de normale politieke kaders bestreden worden. De bestrijding van het Trumpisme is lastig omdat de aanhangers ervan tot een sekte behoren. Trumpisme is een godsdienst waar mensen zo worden opgejut met racistische en christelijke denkbeelden dat ze tegen hun eigenbelang in handelen.  Omdat religie niet om argumenten en verstand, maar om emotie en geloof draait is de normale politieke verstandhouding niet meer mogelijk. Dat is het verschil tussen Trumpisme en conservatisme.

Rechtlijnigheid tot in het graf is het beeld dat viruswaanzinnigen van zichzelf schetsen. Houden ze dat vol tot het bittere einde?

Er is wat voor te zeggen om de ernst van de COVID-19 pandemie te bagatelliseren. Het is weliswaar een onwetenschappelijke mening die anderen in gevaar brengt, maar tot het einde volgehouden kan daar nog enig respect voor opgebracht worden.

Dat komt overeen met het exotische buitenbeentje die zich doodhongert voor een hoger doel. Dan zit er een methode in de waanzin. Beredeneerd vanuit de realiteit van alledag is het onnozel, maar vanuit een parallelle werkelijkheid logisch in zichzelf. Ondanks de verstandsverbijstering roept het toch ook respect op vanwege de zelfopoffering tot het bittere einde.

Rechtlijnigheid tot in het graf is het beeld dat antivaxers, complotdenkers en viruswaanzinnigen van zichzelf schetsen. Ze zien zichzelf als frontsoldaten in de strijd tegen de leugenpers, de dominante overheid, belangengroepen achter de schermen  (George Soros, Bill Gates) en de manipulatie van de waarheid. Ze ontkennen de ernst van de COVID-19 pandemie en als die dan toch blijkt te bestaan en vele doden eist, dan kunnen ze op straffe van het verlies van hun geloofwaardigheid niet meer op hun schreden terugkeren. Als ze getroffen worden door het COVID-19 virus waarvan ze de mortaliteit schaamteloos hebben ontkend, dan verloochenen zichzelf door zich te laten vaccineren.

Dwarsdenken of politiek opportunisme gaat over in schijnheiligheid als degenen die zich in de publiciteit hebben geprofileerd door te ageren tegen vaccinatie en die de ernst van de pandemie ontkennen zich zouden laten vaccineren. De keuze is aan Willem Engel, Lange Frans, Doutzen Kroes, Karel van Wolferen, Ab Gietelink, Geert Wilders, Thierry Baudet en al die complotdenkers die in 2020 op sociale media tegen de ernst van COVID-19 hebben geageerd. Kiezen ze als het erop aankomt voor hun geloofwaardigheid?

De macht die de ernst van de pandemie ontkent zorgt als eerste voor zichzelf als de dreiging dichtbij komt. In het geval van president Trump, juridisch adviseur Rudy Giuliani of andere naaste medewerkers van Trump die besmet waren met COVID-19 zorgden ze ervoor dat ze de beste behandeling kregen die gewone burgers ontzegd werd. Dat is niet alleen paradoxaal, dat is ethisch verwerpelijk gedrag.

Trump naaste medewerkers zullen als eersten gevaccineerd worden voor een pandemie waarvan ze de ernst in de openbaarheid al 10 maanden in twijfel trekken. Terwijl ze al sinds februari 2020 beseffen dat het ontkennen van de ernst van de pandemie een leugen is en uitsluitend een narratief dat om partijpolitieke redenen is opgetuigd. Nu staan ze vooraan voor een vaccin tegen een dreigende pandemie waarvan ze ontkend hebben dat die kwalijker is dan een griepje. Waar ze zich evenmin voor laten vaccineren. Deze mensen verdienen geen respect. Hoewel ook zij vermoedelijk gegijzeld werden door de waanzin van Trump en zijn handlangers. Ze hadden ontslag moeten nemen of nu het vaccin weigeren omdat ze verkondigen dat de dreiging van COVID-19 vaccinatie niet noodzaakt.

Trumps schijnheiligheid is immens. Voor wie het nog niet wist, zijn daden en woorden zijn in flagrante tegenspraak met elkaar. Zelden wordt de laakbaarheid van de macht zo duidelijk aangetoond in de reactie van Trump en zijn kornuiten die met de beste behandeling en een vroege vaccinatie eersteklas voor zichzelf zorgen tegen een pandemie waarvan ze de ernst ontkennen. Hun viruswaanzin wordt er warempel zowat menselijk van.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMembers of White House staff to get early access to coronavirus vaccine’ van Felicia Sonmez enJosh Dawsey voor The Washington Post, 14 december 2020.

Mijn kritiek uit 2015 op de verrechtsing van de Piratenpartij vindt een ontknoping in de zaak van Floor Drost tegen FvD

De geschiedenis kent geen genade, maar soms wel gerechtigheid. In 2012 werd ik lid van de Piratenpartij. Dat was min of meer tegen mijn principes in omdat ik geen groepmens ben en afstand houd tot clubjes. Maar soms maak je tegen beter weten in de inschatting dat je niet aan de kant kunt blijven staan.

Nou, dat heb ik geweten. Mijn eerste politieke liefde was de PSP die tamelijk standvastig was en bij mijn toenmalige gedachtenwereld paste, maar ophield te bestaan en in GroenLinks opging dat tot op de dag van vandaag anti-democratische relicten in zich draagt. En mijn laatste liefde was de Piratenpartij die zichzelf voortdurend in de voet schoot en waar het amateurisme welig tierde. Het nihilistisch libertarisme van de piraten manifesteerde zich in een houding van ‘alles kan’ wat resulteerde in een gebrek aan standvastigheid, politiek inzicht en ruggengraat. Volkomen koersloos.

Eind 2015 zegde ik mijn lidmaatschap van de Piratenpartij op vanwege de steun van het toenmalige bestuur voor de campagne tegen het Associatieverdrag van de EU met Oekraine. Daar was ik een voorstander van. De Piratenpartij sloot zich mentaal en politiek aan bij de radicaal-rechtse rafelranden van het politiek-maatschappelijke spectrum.

Ik deed herhaalde pogingen om met het bestuur in gesprek te gaan over de Rusland-politiek, maar kreeg geen antwoord en uiteindelijk zo’n onbenullig en schofferend antwoord dat me alleen maar bevestigde in mijn twijfel over de verrechtsing van de Piratenpartij. Wat de Piratenpartij eind 2015 zei sloot aan bij de feitenvrije onzin die Baudet in die campagne over Oekraïne uit zijn duim zoog.

Op 1 januari 2016 was ik weer partijloos. Terug in mijn natuurlijke habitat: politiek dakloos en wars van het gekonkel en de fundamentele tekortkomingen van de partijpolitiek waar uiteindelijk elk principe wijkt. Waarmee ik overigens partijpolitiek niet veroordeel, want ik ben en blijf een aanhanger van centristische politiek die opteert voor geleidelijke, maar continue hervormingen. Ik zeg alleen dat partijpolitiek mij niet past.

In drie jaar tijd was de Piratenpartij van links-liberaal (vertegenwoordigd door de kritische arts Dirk Poot) opgeschoven naar rechts-radicaal en daar wilde ik geen deel van uitmaken. Het is het hoefijzermodel in volle werking. Dat manifesteerde zich in september 2016 definitief in de publiciteit toen het toenmalige bestuur van de Piratenpartij overstapte naar FvD.

De Piratenpartij was gekaapt door rechtse hardliners. Ik heb nooit echt begrepen of dat voortkwam uit naïviteit en gebrek aan politiek inzicht van de betrokken kaderleden of een bewuste keuze voor radicaal-rechts was. Daarna is er in de publiciteit weinig meer vernomen van de Piratenpartij. De 24-uurs beroemdheid was voorbij. Het rad van fortuin draaide sinds 2016 hard naar rechts.

Wie schetst echter mijn verbazing toen ik afgelopen dagen de naam Floor Drost tegenkwam in de publiciteit. Een bericht in Het Parool laat weten dat kritische leden van FvD die zich niet kunnen vinden in de ultra-rechtse koers van Thierry Baudet en de vermeend gebrekkige procedure rond het referendum hun pogingen hebben gestaakt om dit via een rechtszaak aan te kaarten. Want FvD zou toch ‘een lege huls zijn’. Maar ze haken wel aan bij een zaak die Floor Drost begonnen is: ‘Almekinders, Weijers en Vogelaar gaan nu een rechtszaak steunen die FvD-lid Floor Drost heeft aangespannen tegen het bestuur’.

Welnu, Floor Drost krijgt nu een beschimmeld koekje van eigen deeg. Want zij was in 2016 een van de bestuursleden van de Piratenpartij die overstapte naar FvD. Achteraf is haar naïviteit nog groter dan die in 2016 al bleek. Want de reden die ze in 2016 bij haar overstap van de Piratenpartij naar FvD gaf was volgens dit bericht in het AD: ‘Met gemengde gevoelens mijn bestuursfunctie bij @Piratenpartij neergelegd, omdat gestelde transparantie niet transparant bleek te zijn’.

Men houdt het niet voor mogelijk. Namelijk iemand die bestuurslid van een landelijke politieke partij is en vanwege het gebrek aan transparantie van de eigen politieke partij overstapt naar FvD omdat daar de transparantie groter zou zijn. De foute inschatting van Floor Drost is immens. Ze komt nu vier jaar later zichzelf tegen. Ze vluchtte uit de Piratenpartij naar Isfahan om daar binnen FvD de dood van de transparantie mee te maken. Tot dat inzicht is ze uiteindelijk gekomen. Van zulke tegenstanders heeft Baudet niets te vrezen. Het amateurisme in de politiek tiert welig. Ik neem er vanaf de zijlijn met genoegen kennis van.

Foto: Schermafbeelding van deel eigen commentaarBestuur Piratenpartij stapt over naar Forum voor Democratie. Partij is in rechtse richting bijgebogen. Hoe nu verder?’ van 26 september 2016.

Baudet stapt in de kuil die hij voor zichzelf gegraven heeft. Het verweesde partijkader aast op reïncarnatie van FVD

De kritiek op het fascistische gedachtengoed van de jongerenafdeling JFVD kan op twee manieren opgevat worden. Namelijk dat FVD de consequentie van de eigen overtuiging niet begrijpt. De uitwassen zijn geen uitzondering, maar regel binnen FVD waar voormalig-partijleider Thierry Baudet -die tot gisteren de touwtjes in handen had- een representant bij uitstek van is. Baudet is teruggetreden als partijvoorzitter en heeft geen formele macht meer binnen de partij. Men kan ook zeggen dat dit racistische, anti-semitische gedachtengoed door de rechts-conservatieve bestuurders niet gedragen wordt. Ze zijn door toedoen van de in ongenade gevallen partijorganisator Henk Otten geworven en maken het kader van de partij uit.

Het naar de marge dringen van Baudet en de top van de JFVD is de revanche van het ooit door het partijbestuur gestopte project om de lokale partijorganisatie op te bouwen en een zekere autonomie te geven. Het provinciale denken van het kleine gebaar én een reactionaire mening heeft genoegdoening gehaald op de internationale rechts-radicale beweging die in luchtkastelen, vergezichten en toekomstfantasieën denkt.

Het partijkader trok nooit de consequentie uit de boreale praatjes van partijleider Baudet die het gedachtengoed van FVD vormden. Het kader leverde op het gebrek aan realisme van Baudet het eigen realisme in. Tuk op een functie, een financiële bonus of aanzien in de politiek. Door het recente terugtreden van Baudet toont dit opportunisme nog krampachtiger dan het al was. Het  slaat nu indirect terug via het al te erge gedachtengoed van JFVD en haar vertegenwoordiger Freek Jansen.

De rot bij FVD zit niet in de jongerenafdeling, maar in de top. En die top bestond niet alleen uit Baudet, maar ook uit types als Beukering. Cliteur, Hiddema, Van der Linden, Nanninga, Roos, Rooken, Fentrop en Eppink. Ze kiezen nu eieren voor hun geld en zweren hun recente verleden als leden van een partij met bedenkelijke meningen af door die meningen achteraf te veroordelen. Maar dat werkt niet met terugwerkende kracht. Ze zijn allen besmet en zullen dat stigma nooit meer kwijtraken. Waar Baudet nog iets heeft van een -weliswaar idioot denkende- dwarsligger hangt rond het partijkader van FVD dat nu de de macht probeert te grijpen de tragiek van de middelmaat, de berekening en het eigenbelang.

Op 22 november schreef ik in een reactie op FB over een tweet van Nanninga waarin zij de denkbeelden van de JFVD aanviel en de in haar ogen te slappe reactie van de partijleiding daarop: ‘Mogelijk is de aanval van Nanninga op de JFVD een trage, zijdelingse coup die in enkele stappen het einde van Baudet aankondigt. De vraag wat de aantrekkingskracht is van FVD zonder Baudet en zijn sycofanten die zich niet meer van hem los kunnen maken ligt nu open en bloot ter beantwoording. Wat resteert er na de sanering van FVD?

Niemand die op dit moment het antwoord weet. Baudet is en blijft een tovenaarsleerling die het vak van politicus niet in de vingers kreeg en zich daar evenmin voor interesseerde. Maar die wel kiezers wist te werven door tegen de politiek te trappen. De politicus die ooit beweerde dat hij nooit politicus zou worden omdat hij daarvoor niet de kwaliteiten bezit, bevestigt opnieuw zichzelf goed te kennen door nu terug te treden. Hij is geen politicus. Hij liet voortdurend uitkomen van onderwerpen waarover hij zich uitsprak geen verstand te hebben. Dat is dodelijk voor een politicus die geen politicus wil zijn, maar toch ook weer wel. Maar zoals gezegd, dat trekt wel buitenstaanders aan die eveneens niets van de politiek moeten hebben. Dorknopers als Joost Eerdmans die nu hun kans op het partijleiderschap schoon zien zijn volstrekt ongeschikt om FVD een doorstart te geven.

Met de onzin over de COVID-19 pandemie en het omarmen van extreme complotdenkers als Willem Engel van wie zelfs gematigde systeemcritici vinden dat ze te ver gaan heeft Baudet in de herfst van 2020 definitief zijn geloofwaardigheid verloren. Dat hij er krankzinnige meningen op nahield was niet het breekpunt, maar wel dat dit zo scherp en ondubbelzinnig naar buiten kwam. Baudets gezicht was niet meer te redden. Baudet verdiende niet alleen een nul voor argumentatie, maar ook een nul voor het aanvoelen van het inspelen op de malcontenten of de buitenstaanders. Baudet had zijn magie verloren binnen zijn eigen partij. Hij betwijfelde de ernst van een pandemie vanwege de tamelijk succesvolle bestrijding in Europa en het onderzoek van de medische sector en ziekenhuizen in het vinden van de optimale behandeling. De opportunisten binnen FVD sprongen vervolgens op Baudet toen het duidelijk was dat Baudet ernstig verzwakt was.

Baudet speelde zijn vak en bleef daardoor altijd aan de buitenkant zonder tot de kern van de politiek door te dringen. De vraag die blijft hangen is drieledig: miste hij de ambitie om de politiek in de vingers te krijgen, miste hij de startkwalificatie om de politiek onder de knie te krijgen of had hij vanaf het begin door handige, maar selectieve navolging van Franse en Amerikaanse voorbeelden te extreme meningen om te fungeren in een partij met anderen, ook als dat nalopers en opportunisten waren?

Foto: ‘Op internet circulerende parodieën (memes) van bestaande beelden tonen Thierry Baudet. De lijsttrekker van Forum voor Democratie is onder meer afgebeeld met het alt-right-stripfiguurtje Pepe the frog. In Den Bosch droeg Baudet een stoffen kikker op zijn schouder.’ In: NRC, 16 maart 2017.