Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.

Column van Marcel van Roosmalen over Baudet roept vragen op over het redactioneel beleid van NRC


Het schrijven van een column wordt een valkuil als de schrijver ervan om een onderwerp verlegen zit en over iets schrijft zonder daar verstand van te hebben. Dan komt er een mening uit die plichtmatig is. Niet interessant, niet relevant en zelfs aantoonbaar onjuist. De columnist valt er dan zelf snikkend in.

Marcel van Roosmalen is een columnist die bij NRC wekelijks zo’n drie of vier stukjes schrijft. Van 400 of meer dan 700 woorden. Die taak is te zwaar voor een journalist die het over meer wil hebben dan voetballen, katten of Kronkeliaanse alledaagse beslommeringen. Het gezegde zegt dat in de beperking zich pas de meester toont. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: in het tekort aan beperking toont zich pas de brekebeen.

Neem nou de kop van Van Roosmalens column van 8 oktober 2020: ‘Ooit was Baudet een serieus te nemen alternatief, maar die tijd is voorbij’. Waar heeft hij het in hemelsnaam over? Het waarheidsgehalte van deze kop is nul. Baudet is nooit een serieus te nemen alternatief geweest. Maar blijkbaar wel voor Van Roosmalen.

Via een omweg zegt deze kop daarom meer over de politieke onkunde van Van Roosmalen, dan dat het iets zegt over Baudet. Van Roosmalen is een vaardige columnist die goed kan schrijven. Maar zijn genre is beperkt, namelijk de bespiegeling over het menselijk tekort op licht spottende toon. Daar excelleert hij in.

Het gaat mis als hij zich aan onderwerpen waagt waar hij onvoldoende gevoel voor of inzicht in heeft. Juist om zijn geloofwaardigheid niet te verliezen zou hij daar behoed voor moeten worden door zijn chef bij NRC die hem het volgende op het hart drukt ‘Marcel, schrijf op lichte toon over alledaagse onderwerpen, dat kun je goed, en laat de zwaardere onderwerpen over aan de politieke, parlementaire of economische journalisten‘.

Uiteraard is een column een vrijplaats waar dwarse, onjuiste of ontsporende meningen onderdak kunnen vinden. Daar hoeven de feiten niet gevolgd te worden. Dat geldt vooral voor columns die niet de pretentie hebben om het laatste woord te geven over de EU, Iran, Jemen, het Kremlin, het Binnenhof of het Witte Huis.

Als een column die doorgaans spot met het menselijk tekort en de complexiteit van het bestaan, en bij gelegenheid losjes omgaat met de feiten, een ‘hogere’ ambitie krijgt, dan ontstaat er een vermenging waar de lezer geen raad mee weet. Dan schemert in een serieus bedoeld betoog nog steeds de vorm van spot door, zelfs als die spot ontbreekt. Dat is genrevermenging. Als een kop als slagroom op de taart dan ook nog misleiding biedt met onjuiste informatie, dan werkt het tegen de journalistiek en het idee van de waarheid in.

Foto: Schermafbeelding van columnOoit was Baudet een serieus te nemen alternatief, maar die tijd is voorbij’ van Marcel van Roosmalen in NRC, 8 oktober 2020.

Column Roderick Veelo: ‘Populisten verkwanselen kun kansen’

Met de commentaren van RTL-journalist Roderick Veelo ben ik het doorgaans oneens. Vaak neemt hij een populistisch standpunt in. Bijvoorbeeld over kunstsubsidies en identiteitspolitiek of over moralisme en racisme. Kortom, Veelo identificeert zich aan de hand van de heersende opinies in de meeste gevallen met de rechterkant van het politieke spectrum om dat vervolgens in bescherming te nemen. Dat is uiteraard zijn goede recht. Maar ik moest wel even in mijn ogen wrijven of ik het goed las toen ik vandaag zijn commentaarPopulisten verkwanselen hun kansen’ met bovenstaande conclusie las.

Het is op zich niks nieuws wat Veelo zegt, namelijk dat politiek een vak is dat vakmanschap vereist. Politiek is het verdelen van de macht door iets voor elkaar te brengen. Het laten klinken van een tegenstem alleen is het halve verhaal zonder afronding en daarom per definitie geen politiek. Commentatoren als NRC-medewerker Tom-Jan Meeus zeggen dit al jaren. Dus dat politiek een vak is dat in de praktijk geleerd moet worden.

Wat Veelo tot zijn column brengt waarin hij rechts-populisten als Donald Trump, Boris Johnson en Thierry Baudet afvalt beantwoordt hij zelf. Dat is de obstructie van president Trump in het eerste verkiezingsdebat met de Democratische uitdager Joe Biden. Het is een teken aan de wand van Trumps onkunde. Veelo meent dat Trump geen plan van aanpak had in dat debat en dat overigens evenmin in zijn beleid heeft. Dat is in overeenstemming met vragen van journalisten over Trumps programma voor een tweede termijn indien hij herkozen wordt. Daar heeft Trump geen antwoord op. Omdat hij geen programma heeft. Trump kan anderen hinderen door tegen de gevestigde orde te schoppen en op enkele speerpunten zijn doelen te verwezenlijken (benoeming conservatieve rechters, invoering belastingwet waarvan zijn vermogende sponsors profiteren), maar een politiek programma voor een heel land en samenleving heeft hij niet. Dat geldt ook voor rechts-populisten als Johnson en Baudet die zich manifesteren als politici die het vak niet onder de knie hebben en waarschijnlijk nooit onder de knie zullen krijgen. Baudet zei in 2016 dat hij ongeschikt was als politicus.

De logica van rechts-populisten is dat ze zich afzetten tegen de politiek dat ze het establishment, het kartel of de deep state noemen. Hoe deze populisten politiek willen bedrijven zonder deel uit te maken van de politiek is het raadsel. Dwarsliggen of kapotmaken is niet zo lastig en kan men in zijn eentje of met een hecht groepje vertrouwelingen, maar een land of samenleving opbouwen en stroomlijnen vraagt om samenwerking, overleg en vakmanschap. Dat vraagt meer dan afbreken en bekritiseren en minder eigendunk van leiders die onterecht claimen namens ‘het volk’ te spreken. Deze rechts-populisten zijn briljante stoorzenders en criticasters, maar belabberde constructeurs die iets bereiken door op te bouwen. Zoals Veelo opmerkt is de tragiek dat de achterban van de rechts-populisten de hoop voor situatieverbetering heeft gevestigd op deze leiders die daar echter niet aan kunnen voldoen omdat ze het vak om dat te realiseren totaal niet beheersen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPopulisten verkwanselen hun kansen’ van Roderick Veelo voor RTL4, 1 oktober 2020.

Missen Ongehoord Nederland en Thierry Baudet de ambitie óf de startkwalificatie om hun vak in de vingers te krijgen?

 

Ongehoord Nederland (ON) heeft zo zitten knippen en plakken dat de video er onbegrijpelijk op wordt. Dat is waarschijnlijk de opzet. Hoogleraar Wim Voermans mag niet uitspreken, maar wordt afgebroken, zodat hij wat anders lijkt te beweren dan wat hij werkelijk beweert. Dat is geen journalistiek van ON, maar prutswerk.

Het wordt er potsierlijk op als de politieke leider van FvD aan het woord komt. De politicus die ooit beweerde dat hij nooit politicus zou worden omdat hij daarvoor niet de kwaliteiten bezit, bevestigt opnieuw zichzelf goed te kennen. Hij is geen politicus. Hij laat weer eens blijken van onderwerpen waarover hij zich uitspreekt geen verstand te hebben. Dat is dodelijk voor een politicus die geen politicus wil zijn, maar toch ook weer wel.

Critici van de aanpak van COVID-19 vergeten -of doen net alsof- dat de ernst van de pandemie juist door de aanpak is afgezwakt. In landen waar de aanpak op zich liet wachten en de staatshoofden ontkenden dat er sprake was van een ernstige situatie, zoals Brazilië of de VS heeft de pandemie het hardst toegeslagen.

Over de aanpak van president Trump kan geen misverstand bestaan, die heeft gefaald. Het land met de beste universiteiten en medische zorg ter wereld koerst nu af op 190.000 doden ten gevolge van COVID-19. Een deel daarvan is onnodig gestorven. De regering Trump heeft de pandemie niet goed aangepakt en ingeperkt.

Niemand zat op een pandemie te wachten. Iedereen is er het slachtoffer van, en mensen aan de onderkant van de samenleving het meest. Iedereen is chagrijnig om in vrijheid beperkt te worden vanwege de maatregelen.

Zaak is om dat in een wet te regelen die op een democratische wijze via inspraak van het parlement tot stand is gekomen en de overheid niet meer bevoegdheden geeft dan nog is voor een passende aanpak van COVID-19. Dat is de kern van de kritiek van Voermans. De onzin die Baudet er om electorale redenen van maakt heeft niks met serieuze kritiek op de wetgeving of op de pandemie zelf te maken. Baudet verdient een nul voor argumentatie. Hij betwijfelt de ernst van een pandemie vanwege de tamelijk succesvolle bestrijding in Europa en het onderzoek van de medische sector en ziekenhuizen in het vinden van de optimale behandeling.

Na het zien van deze video kan men alleen maar betwijfelen of ON én Baudet zelf ooit de A-status in hun vak zullen behalen. Ze spelen hun vak en zullen daardoor altijd aan de buitenkant blijven zonder tot de kern van hun vak door te dringen. De vraag die blijft hangen na dit geknutsel van ON én Baudet is of ze de ambitie missen om hun vak in de vingers te krijgen of de startkwalificatie missen om hun vak onder de knie te krijgen.

Alt-right van de Lage Landen uit zich met open brief over het vrije debat

‘Gun de ander wat jij jezelf gunt’ is een treffend uitgangspunt voor de open samenleving. Soms claimen opinieleiders die leus aan te hangen, terwijl ze in hun doen en laten het omgekeerde doen. Mooie woorden kosten niks. Mooie woorden kunnen bij nader inzien vals klinken.

Nu is er een open brief van rechtse opinieleiders die pleit voor het vrije debat. Daar kan in theorie niemand tegen zijn, maar wie het zeggen maakt verdacht. Het leidt tot publicitaire acrobatiek die onwaarachtig toont. Of de open brief veel thermiek krijgt om geloofwaardig op te stijgen en overtuigend te landen kan daarom betwijfeld worden. Vermoedelijk landt de brief uitsluitend bij de achterban van FvD en PVV.

Zo is er dus een brief waar inhoudelijk weinig op aan te merken valt. De brief spreekt zich uit tegen de ‘cancel culture’. Dus de uitsluiting van deelnemers aan het publieke debat omdat ze de verkeerde mening of de verkeerde huidskleur zouden hebben. Dat is ongewenst en dient bestreden te worden.

Wat de brief ongeloofwaardig maakt is de subtekst ervan. Ofwel, de verborgen, impliciete betekenis ervan die niet wordt genoemd, maar als bekend wordt verondersteld. Rechtse propaganda wordt vermomd als ruimdenkende, liberale, humane grootmoedigheid.

Hoe moeten we de partijen die zich uiten in het actuele antiracisme-protest onderscheiden en welke rol spelen de ondertekenaars van deze open brief? Welnu, er is een kleine (links)-radicale voorhoede die zich militant en onverdraagzaam opstelt. Die verdient kritiek zoals die in de brief verwoord wordt. Maar de meerderheid van de demonstranten die zich uitspreekt tegen (uitingen van) racisme is niet radicaal, maar deel van de ‘zwijgende meerderheid’. In de VS is president Trump verrast door de breedte van het protest tegen racisme zodat hij daar geen passend antwoord op heeft.

De ‘framing’ van de brief door de koppeling van het antiracisme-protest aan radicalisme is daarom niet zo zinvol. De brief bestrijdt iets wat er in werkelijkheid niet is. Op sociale media wordt dat een ‘stropop’ genoemd. De brief dient zo maar één doel, namelijk de mobilisatie en bolstering van de eigen achterban én een poging om de beeldvorming te beïnvloeden door een idee van kracht en eengezindheid te geven.

Een bijverschijnsel van de brief is dat het een inkijkje biedt in de alt-right achtige beweging van Nederland en Vlaanderen. De beweging voelt zich vermoedelijk sterk genoeg om met een open brief collectief uit de kast te komen. Dat is het nieuwsfeit van deze open brief, niet de inhoud ervan die niet past bij de afzenders ervan.

NB: Initiatiefnemers van de brief zijn Bart Collard en Raisa Blommestijn. Ze zijn beide verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid; Instituut voor Metajuridica; Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden. De eerste is gepromoveerd bij Paul Cliteur en de laatste werkt onder supervisie van Afshin Ellian aan een proefschrift.

 

PVV’er Harm Beertema verklaart zich tot ‘cultuurchristen’. Wat betekent dat?

Aan nazi-kopstuk Hermann Göring wordt onterecht de uitspraak toegeschreven ‘Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning”. Het is afkomstig uit het aan Hitler opgedragen toneelstuk Schlageter (1933) van Hanns Johst. Soms, maar niet te vaak moet ik aan de uitspraak denken omdat ik in militaire dienst als ziekenverzorger als persoonlijk wapen ter zelfverdediging een Browning had. Als ik het me goed herinner is deze revolver nauwkeurig tot op 20 meter. Dat vergde oefenen op de schietbaan. Radicaal-rechtse politici van tegenwoordig hebben weer een andere reflex. Hoewel ze ook op de kunst kunnen schieten. Maar daarmee kunnen ze zich niet onderscheiden, want alle Nederlandse politici schieten op de kunst. Ze beschouwen zich als vrijzinnig, maar tevens als iets wat ze ‘cultuurchristen’ noemen. Dat schijnt de tegenvoeter te zijn van een even vaag en onscherp omschreven begrip waar niemand van begrijpt wat het is, het ‘cultuurmarxisme’. Deze rechtse rakkers zijn te gedistingeerd om nog praktiserend of gelovig christen te zijn, maar om politieke redenen staan ze welwillend tegenover het Christendom. Daar komen ze graag voor uit. Hoewel het louter politieke marketing en toneelspel is en ze geen klap menen van hun zogenaamde liefde voor het christendom.

De gewaardeerde onderwijswoordvoerder van de PVV in de Tweede Kamer is Harm Beertema. In antwoord op een tweet van ‘AtheistKlaas’ zegt hij een cultuurchristen te zijn die vindt dat er niks mis is met het bijzonder onderwijs. Nee, dat zijn doorgaans prima scholen. Vraag is niet of er iets mis is met het bijzonder onderwijs, maar of het door de overheid bekostigd moet worden. Dat is dus iets heel anders. Van deze vraag over de bekostiging van het bijzonder onderwijs hebben de vrijzinnige partijen in het parlement de sleutel in handen. Maar ze geven telkens die sleutel uit handen en laten zich afbluffen door de confessionele partijen. Een meerderheid van VVD, D66, PVV, PvdA en GroenLinks durft niet te staan voor de eigen principes, terwijl het de confessionele partijen dat ruiterlijk gunt. Het raadsel is waarom een partij als de PVV de bekostiging van salafistische scholen steunt, terwijl het zich laat kennen als een verklaard tegenstander van de islam.

Het is juist dat het Christendom een positieve rol heeft gespeeld in de Europese Verlichting. Hoe dan ook zou het merkwaardig zijn als een religie die 20 eeuwen overheersend aanwezig is geweest op een continent geen stempel zou hebben gedrukt op de identiteit ervan. Door de eeuwen heen heeft het Christendom echter ook een negatieve rol gespeeld. Denk aan het tegenwerken van de wetenschap, de strenge tucht tegenover afwijkende meningen en de allesverzengende claim van het alleenrecht op de waarheid. De argumentatie van Beertema klopt daarom niet. Het christendom is de katalysator geweest die Europa heeft gemaakt tot wat het is. In dat proces verdwijnt het christendom. In Nederland verklaart nu nog ongeveer 38% van de bevolking tot de belangrijkste christelijke stromingen te behoren. De waarden van Europa zijn ontstaan, terwijl het Christendom langzaam verdwijnt. Of zich in nieuwere vormen manifesteert die ver af staan van de traditie.

Voor meer commentaren over de relatie van radicaal-rechtse politiek en het (conservatieve) christendom zie:
Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet (6 juli 2019).
– SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat (14 december 2017).

Foto: Tweet van Harm Beertema, 20 mei 2020 (met eigen reactie).

Spanning binnen AfD tussen conservatieve en extreme vleugel

Spanning tussen ‘vleugels’ bestaat in alle politieke partijen, maar niet in dezelfde mate. De voormalige VVD-leider Hans Wiegel zei ooit met een scherts dat zijn partij geen vleugels, maar alleen vlerken kent. Dat weerhoudt hem er op z’n oude dag niet van om de radicale Thierry Baudet te adviseren en via coalitievorming de VVD verder naar rechts te trekken. Het bestaan van vleugels binnen partijen hoeft niet negatief opgevat te worden. Het kan staan voor debat over inhoud. Nu ontbreekt die inhoudelijke discussie in de VVD, het CDA en D66. Hoe kunnen grijze partijen die duiken vleugels hebben zonder inhoudelijk debat? Maar ze kunnen ook tot een giftig debat leiden die een partij verzengt. Denk aan Rita Verdonk en Mark Rutte in de VVD. Flankpartijen kennen de meeste strijd tussen vleugels. Omdat links op dit moment minder initiatief heeft, valt het daar minder op. Denk aan radicalen als Mohamed Rabbae en René Danen die GroenLinks eerder kwijt dan rijk wilde zijn. De gevechten binnen de vleugels van rechts-radicale partijen krijgen de meeste publiciteit omdat ze het felst zijn. De details zijn het sappigst. Zo is er binnen de AfD spanning tussen de naar verhouding gematigde rechts-conservatieven als deel-partijleider Jörg Meuthen en rechts-extremisten als de coördinator voor Brandenburg Andreas Kalbitz die graag in nazikostuum paradeert. De laatste is uit de partij gezet. Hij zegt de uitsluiting in de rechtbank aan te zullen vechten. FvD kende dezelfde strijd tussen de rechts-conservatieve Henk Otten en de radicale, tegen het extremisme aanleunende nationaal-populist Thierry Baudet. Daar werd Otten uit de partij gezet, bij de AfD zijn het juist de extremisten die dat overkomt.

Coalitieakkoord Brabant: CDA moet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD om die partij te splijten

Het CDA in Noord-Brabant stapt in een rechtse coalitie met FvD, VVD en de kleine regionale partij Lokaal Brabant. Een minderheid van de CDA-leden sprak zich in meerderheid (56%) uit voor die samenwerking. Hoeveel leden tegen stemden is onduidelijk. Het bestuursakkoord waar deze leden zich op moesten baseren was niet bekend en wordt dat pas op 7 mei. De conclusie dat de samenwerking met FvD de achterban van het CDA splijt is duidelijk. Maar dat is niet zo interessant.

Veel interessanter is de vraag of de samenwerking met CDA en VVD de achterban van FvD splijt. Chris Aalberts beredeneert dat in een artikel van 28 april 2020 op TPO met de veelzeggende titel ‘Brabantse samenwerking is een uitgelezen kans voor het CDA om tweespalt binnen FvD te zaaien’. Aalberts pleit ervoor om controversiële uitspraken van partijleider Thierry Baudet niet te negeren: ‘Als Baudet binnenkort weer roept dat het CDA Nederland vernietigt, is dat een spoeddebat in Den Bosch waard. Wat willen die provinciale FvD’ers eigenlijk? (…) Als het CDA in Brabant bereid is dat debat continu en op het scherpst van de snede te voeren, is er geen enkele reden deze coalitie af te wijzen. De provinciale FvD’ers gaan het er nog zwaar mee krijgen. De vraag is alleen of het CDA deze handschoen durft op te pakken.

Het gaat er niet om dat het CDA Brabant in een coalitie met FvD stapt, maar hoe het dat doet. Of het tactisch vernuft dat Aalberts schetst in bestuur en statenfractie van het CDA Brabant aanwezig is valt te bezien. Een uitspraak van fractievoorzitter Ankie van Hoorn wijst er vooralsnog niet op: ‘De randvoorwaarden zijn helder en we zijn ons bewust van de zorgen die er leven bij een deel van onze achterban. Daar gaan we zorgvuldig mee om. Zo zullen we de afgesproken principes van samenwerking nauwgezet bewaken. Ik ben ervan overtuigd dat er een sterk coalitieakkoord ligt en we twee heel goede kandidaat-gedeputeerden hebben klaar staan.’ Het lijkt er sterk op dat zij de verkeerde accenten legt en zich op een te defensieve manier richt op de eenheid binnen het CDA. Daarmee schiet ze niks op. Daardoor komt het CDA er niet aan toe om FvD onder druk te zetten en uit elkaar te spelen door Brabantse FvD’ers voortdurend te vragen wat ze vinden van Baudets uitspraken. Het CDA moet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD, niet in de verdediging voor zichzelf.

Hoe noemen we een crisis met drinkende en zonnende mensen? De rechtse kerk reageert knorrig en kribbig

Zijn Nederlanders verwend en kunnen ze niks meer hebben? Het lijkt er sterk op. Laten ze zich opjutten door zogenaamde opinieleiders? Daar begrijp ik niks van. Hoewel volgens de volkswijsheid Nederlanders altijd wat te klagen moeten hebben. Nou, dat hebben we de laatste maanden gemerkt. Vanmiddag liep ik langs het Griftpark en de singel in Utrecht. Overal spelende en zonnende mensen, bootjes op het water. De winkels zijn gewoon open. Onder voorwaarden is familiebezoek toegestaan. Wie niet beter zou weten, zou denken dat er geen sprake is van een crisis- of oorlogssituatie. Maar op sociale media of op de televisie is het gekanker niet van de lucht. Zelfbenoemde deskundigen grijpen de kans om kritiek te spuien op de maatregelen van het kabinet ook als dat niet hun expertise is. Dat dient hun profilering. Ja, inderdaad, een crisis biedt kansen voor de Jort Kelders en Thierry Baudets van deze wereld. Klagen en afkeuren lijkt het nieuwe normaal voor wie de talkshows op televisie volgt. Dat valt af te raden vanwege de echoënde herhaling, de verbolgenheid en de zure toon. Opvallend is dat die van rechts komt en niet van links. De rechtse kerk is knorrig en kribbig. De rechtse kerk moet wat te zeuren hebben. Uiteraard zijn er ontslagen werknemers en gaan ondernemers failliet. Dat is geen pretje. Dat is triest. Maar het geeft te denken dat sommigen die goed verdiend hebben nu ook zonder geld zitten. Hebben ze nooit de fabel van de krekel en de mier van Jean de la Fontaine begrepen? In de singel hoor ik nu een boot met dreunende muziek en drinkende mensen. Dit is hun crisis. Laat me niet lachen.

Foto: Sloep Huren Utrecht op Facebook, 12 april 2020. 

Zembla: Raadsels over Baudets betrokkenheid bij Kremlin

Het valt lastig te begrijpen waarom de politieke leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet die zegt voor de Nederlandse natiestaat op te komen de Russische Federatie omarmt die standpunten verkondigt die vijandig zijn jegens Nederland. Dat maakt iemand toch geen Nederlandse nationalist, maar een landverrader?

Zo’n opstelling valt alleen te verklaren uit het feit dat iemand gechanteerd wordt door het Kremlin, zoals dat ook de enige aannemelijke verklaring voor president Trumps handelen jegens de Russische Federatie is. Eenmaal een betaling ontvangen is men voorgoed gecompromitteerd. Baudet kan dan niet anders dan in arren moede wegvluchten in ironie omdat hij zijn handelen niet meer uit kan leggen. Ooit zal de waarheid uitkomen.

Gezien Baudets banden met de aan het Kremlin verbonden inlichtingenman Vladimir Kornilov en de getuigenissen daarover is het aannemelijk dat Baudet ooit geld van het Kremlin heeft ontvangen en daar mee gechanteerd wordt (komprimat). Henk Otten weet als toenmalig penningmeester van Forum dat er nooit Russisch geld in de partijkas is gestort. Dat klinkt aannemelijk. Maar dat laat de optie open dat het Kremlin geld aan Baudet heeft gegeven buiten de partijkas om. Baudet gedraagt zich vooral als opportunist en niet als idealist. Zijn liefde voor het Kremlin loopt via zijn maag. De inlichtingenmensen die de onderzoekers van Zembla hebben gesproken verklaren dat Baudet ‘een politicus is die onder controle staat van Moskou’.