George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘FvD

Ondervertegenwoordiging van vrouwen is zwakte van Baudets FvD

leave a comment »

Er is een opvallende, maar niet toevallige gelijkenis in het electoraat van centrumrechtse en radicaal-rechtse partijen. Vrouwen stemmen er minder op dan mannen, en jongeren minder dan ouderen. Uit een artikel in NRC van 21 maart 2019 blijkt dat mannen 64% van de achterban van FvD uitmaken, tegenover 36% vrouwen. Bij de PVV is de verhouding iets minder scherp, met 58% mannen en 42% vrouwen. De VVD voegt zich in dit rijtje met een oververtegenwoordiging van mannen (60%) en een ondervertegnwoordiging van vrouwen (40%). In Nederland, maar ook in het VK maken vrouwen 51% van het electoraat uit. De kiezers op radicaal-rechtse partijen zijn ook relatief oud. De grootste groep FvD’ers is ouder dan 65: 31%.

Op zoek naar een verklaring verwijst NRC uit een onderzoek uit 2017 van Eelco Harteveld die politiek gedrag onderzoekt aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. NRC: ‘Baudet sluit aan bij de cultuurstrijd tegen feminisme, politiek links en immigranten, zoals je die voorheen alleen bij de alt-right in de Verenigde Staten zag.’ Daar past ook het Putinverstehen bij, ofwel ontzag voor de macho, zo meent Harteveld.

In een artikel voor The Conversation concludeert hoogleraar politicologie Rosie Campbell dat de Brexit Party van Arron Banks en Nigel Farage die in de recente verkiezingen voor het Europees Parlement 29 zetels won overwegend door mannen gesteund wordt. Uit een kiezersonderzoek van YouGov van mei 2019 gaf 26% van de mannelijke respondenten aan op deze partij te stemmen, tegenover 18% vrouwen. Dat is een verhouding van 59% mannen tegenover 41% vrouwen. Campbell meent dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen een handicap is voor the Brexit Party om door te breken. Een verklaring voor de betrekkelijk geringe populariteit onder vrouwelijke kiezers is tweeërlei. Het heeft te maken met de steun onder vrouwen voor voorzienigen zoals gezondheidszorg en de opstelling van de Brexit Party om die af te breken door te pleiten voor lagere openbare uitgaven en belastingverlagingen. Het  heeft ook te maken met racistische vooroordelen. Het feit dat dat partijleider Farage op een kameraadschappelijke wijze dicht aanschuurt tegen politici als Trump, Salvini of Marine Le Pen helpt er voor vrouwen niet aan mee om de Brexit Party als ‘inclusief’ en ‘gastvrij’ te zien.

Een andere overeenkomst van Farage met iemand als Thierry Baudet is dat hun persoonlijke stijl mannen aantrekt, maar vrouwen afschrikt. Het beeld van Farage van ‘de man in de kroeg’ maakt volgens Campbell ‘niet noodzakelijk een positieve indruk bij alle vrouwen’. Farage is daarin nog tamelijk gematigd vergeleken bij Baudet die ferme, om niet te zeggen reactionaire standpunten inneemt over vrouwen. Dat bleek onder andere uit zijn recensie van Michel Houellebecqs laatste boek Sérotonine. Maar ook uit interviews met Quote en TPO. Vergelijking tussen landen en electoraten is lastig, maar Baudets FvD scoort onder vrouwen met 36% nog 5% lager dan de toch als zo lage score van 41% onder vrouwen van Farage’s Brexit Party.

Er kondigt zich een andere overeenkomst aan tussen deze radicaal-rechtse partijen. Deze keer met president Trump. Diens steun onder het electoraat is met 42% te laag om op eigen kracht de presidentsverkiezingen van november 2020 te winnen. Hij mag net als in 2016 hopen op kiezersonderdrukking door Republikeinse bestuurders waardoor sympathisanten van zijn tegenstander ontmoedigd worden én op Russische steun die de Democratische kiezers via sociale media misleidt om niet te gaan stemmen. Trump zou manipulatie echter niet nodig hebben als hij een draai, een pivot naar het centrum maakte waardoor hij een groter deel van de centrumkiezers zou aanspreken. Want geen andere politicus als Trump is zo ondervertegenwoordigd onder vrouwen. In 2016 stemde 51% van de mannen en 41% van de vrouwen op hem. Onder vrouwen zou Trump door een minder vrouwenonvriendelijke opstelling veel winst kunnen halen. Hetzelfde geldt voor Baudet.

De speculatie van macho-achtige politici als Baudet of Trump is waarschijnlijk dat een vrouwvriendelijke opstelling  hun steun onder mannen in gevaar brengt. Ook is het mogelijk dat ze wat hun persoonlijke stijl en persoonlijkheid betreft niet anders meer kunnen dan zich haantjesachtig gedragen en dat als onlosmakelijk en lonend onderdeel van hun politieke strategie beschouwen. Hun dwangmatig denken over de positie van vrouwen wordt zo hun beperking. Radicaal-rechtse politici die hun constructie van mannelijkheid als hun sterkte en aantrekkingskracht zien beseffen onvoldoende dat dat in werkelijkheid hun electorale zwakte is.

Foto 1: Kanselier Angela Merkel proost met een groot glas bier, 2016. Credits AFP.

Foto 2: Vrouw die de mond wordt gesnoerd.

Advertenties

Kandidaat-voorzitter Eerste Kamer Beukering (FvD) zet zichzelf in interview met De Telegraaf te kijk als ongeschikt

with 7 comments

In een prachtig interview van Inge Lengton en Wouter de Winther in De Telegraaf graaft aanstaand senator van FvD Toine Beukering goedgemutst zijn eigen politieke graf. Deze voormalig brigadegeneraal wil voorzitter van de Eerste Kamer worden, maar loopt met open ogen het mijnenveld van de parlementaire journalistiek in. Met dit interview zal het partijbestuur van FvD niet blij zijn. Beukering doet gekke uitspraken over joden in de Tweede Wereldoorlog, zet twijfels bij de conclusies van JIT en kabinet over de MH17 en denkt desondanks een kans te maken om senaatsvoorzitter te worden. Maar de positie van buitenstaander werkt in zijn nadeel.

Het begint al met het antwoord op de constatering dat hij geen politieke ervaring heeft. Beukering bevestigt dat en antwoordt indirect: ‘Nee, maar dat past ook bij onze partij. Wij hebben mensen uit het bedrijfsleven, uit de gezondheidszorg, noem maar op.’ Het is een opzienbarende conclusie dat Beukering meent dat gebrek aan politieke ervaring past bij FvD. Het interview getuigt ervan. De voormalig brigadegeneraal spreekt zichzelf tegen als hij zegt dat hij een korte inwerktijd nodig heeft voor de functie van senaatsvoorzitter. Hiermee zegt hij dat hij nu nog niet klaar is voor de functie. Dat bevestigt de opmerking van de interviewers dat het voorzitterschap geen stageplek is wat Beukering in woorden ontkent maar met zijn argumentatie bevestigt.

Het beeld dat Beukering van zichzelf schetst is dat van een goedwillende, maar wereldvreemde dilettant. Over de Tweede Wereldoorlog zegt hij: ‘Ik heb als klein jongetje een boekenkast vol gelezen over de Shoah. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest hoe dat toch kan. Dat de Joden – zo’n dapper strijdbaar volk – als makke lammetjes gewoon door de gaskamers werden gejaagd. Dat heeft me altijd gefascineerd. Ik heb nooit het echte antwoord gevonden’. Op de vraag dat ‘mensen zich een hoedje schrikken als ze dit lezen in de krant’ lijkt Beukering de strekking van zijn eigen woorden niet te kennen als hij zegt: ‘Ik beledig daar niemand mee.’

Maar erger is zijn overmoed en zijn gebrek aan realisme en zelfkennis. Die komt voort uit het misverstand dat het bedrijfsleven of in zijn geval het leiding geven aan een krijgsmachtonderdeel een voortraject van de politiek zijn. Maar bedrijfsleven en krijgsmacht staan haaks op de politiek. Nu kan men best zeggen, gooi de politiek open, plaats er kundige zij-instromers in en kijk verder dan de traditionele enge blik op en van de partijpolitiek. De Eerste Kamer die weliswaar 100% politiek is, maar toch wat verder afstaat van de actuele politiek van de Tweede Kamer is daarvoor een prima plek om mee te beginnen. Maar ook dan is een minimum aan bestuurlijke en politieke vaardigheid en sociale handigheid nodig. Dat lijkt Beukering totaal te missen. Het is onheilspellend dat FvD iemand van het niveau Beukering als senaatsvoorzitter naar voren schuift. Met zijn positionering lijkt de partij indirect te zeggen dat het geen belangstelling heeft voor het voorzitterschap.

Ook inhoudelijk zit er lucht tussen wat Beukering zegt en wat hij meent. Het is een constante binnen FvD dat kaderleden zich desgevraagd in de openbaarheid in lovende en nietszeggende formules positief uitspreken over partijleider Thierry Baudet (‘Maar ik ben heel trots op wat Thierry heeft bereikt met Forum’), maar vervolgens met allerlei concrete punten van kritiek op zijn standpunten komen die feitelijk het omgekeerde zeggen en de positie van Baudet ondermijnen, namelijk dat veel van wat Baudet zegt in de kern niet deugt. De interviewers leggen dit onderscheid genadeloos bloot. Beukering lijkt het allemaal niet zo goed te begrijpen.

Het is Beukering zelf die zich door zijn uitspraken ongeloofwaardig maakt en markeert dat hij niet uit het goede hout voor het voorzitterschap van de Senaat is gesneden. Maar de journalisten van De Telegraaf lijken maar al te bereid om hem er een handje bij te helpen om zijn ongeschiktheid aan te tonen. Of dat ook een partijpolitieke stellingname tegen FvD of bijvoorbeeld voor de VVD inhoudt is niet op voorhand duidelijk. Dat hoeft het niet te zijn. Want Beukering opereert te onnozel en onervaren om serieus genomen te worden als kandidaat-senaatsvoorzitter. Het lijkt er meer op dat beide journalisten een amateurpoliticus langs de meetlat van de politiek leggen en los van zijn partij tot de conclusie komen dat hij het politieke vak niet beheerst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD-kandidaat voorzitter senaat: ’Oekraïners kunnen MH17 hebben neergehaald’’ van Inge Lengton en Wouter de Winter in De Telegraaf, 8 juni 2019.

Onderhandelingen in Zuid-Holland in impasse. Beoogde partner CU/SGP neemt afstand van FvD. Onduidelijkheid over het vervolg

with 4 comments

De onderhandelingen in Zuid-Holland zijn stukgelopen, aldus een bericht van de NOS. De fractie van CU/SGP heeft besloten om niet in een coalitie te stappen waar ook FvD aan deelneemt. Hoe de onderhandelingen verder lopen en welke partijen eraan deelnemen is op dit moment nog niet duidelijk. FvD dat met 17,43% de grootste partij met 11 van de 55 zetels werd probeerde een coalitie te smeden met de VVD. Daar voegde zich later het CDA bij. Toen trad FvD naar buiten met de mededeling dat er een motorblok van drie partijen voor een coalitie was. Dat was een vlucht naar voren en een politiek onhandige actie van FvD die voor de andere partij neerkwam op ’tekenen bij het kruisje’. Uiteindelijk is het vinden van een vierde partij die nodig was voor een meerderheid een te hoge horde gebleken. Hoewel FvD voldeed aan de eis van CU/SGP om opnieuw te beginnen met de onderhandelingen konden die toch niet afgerond worden. De combinatie van FvD, VVD en CDA met de PVV die een meerderheid van 29 zetels had werd door het CDA geblokkeerd, zoals statenlid Meindert Stolk me op 3 april in een tweet liet weten. Of VVD en FvD met PVV in zee wilden is de vraag.

De rechtse pers draait het opereren van FvD om en presenteert het niet als onhandigheid of onervarenheid van FvD, maar als uitsluiting door het partijkartel. Zoals DDS doet in het artikelHet partijkartel wint in Zuid-Holland: FVD uit formatie getrapt na interventie landelijke ChristenUnie-top’ van 5 juni 2019. ‘Partijkartel’ is een term van partijleider Baudet die hij gebruikt om zich af te zetten tegen de andere politieke partijen. Het gebruik van deze term geeft aan hoe Baudet op twee gedachten hinkt. Hij wil afstand en toenadering tegelijk.

Het is de vraag of Baudet er rauwig om is dat FvD geen zitting in het provinciebestuur neemt. Hij heeft er sinds 20 maart niets aan gedaan om zijn toon te matigen en toenadering te zoeken tot andere partijen. De lokale bestuurders van FvD, zoals fractieleider in Zuid-Holland Rob Roos probeerden zich schappelijker en vriendelijker op te stellen. Maar ze konden niet op tegen het feit én de beeldvorming dat Baudet radicaliseert en niet alleen afstand bleef nemen van andere politici en politieke partijen die hij neerbuigend bejegent, maar ook standpunten over onder meer vrijheden en grondrechten inneemt waarvan hij weet dat andere partijen zich er niet mee kunnen verenigen. Op de PVV na dan, die door het CDA werd afgewezen, maar van wie het de vraag is of FvD met deze ultra-rechtse concurrent wilde samenwerken. Mijn reactie bij het artikel op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel artikelHet partijkartel wint in Zuid-Holland: FVD uit formatie getrapt na interventie landelijke ChristenUnie-top’ van Tim Engelbart voor DDS, 5 juni 2019 en eigen reactie bij dat artikel.

Waarschuwing en angst voor rechts-populisten werkt averechts omdat het hun macht vergroot. En hun zwakte buiten beeld laat

with one comment

De paradox van de gevestigde journalistiek, maar ook van veel gebruikers van sociale media is dat ze met hun waarschuwingen tegen het rechts-populisme of de populisten het omgekeerde bereiken van wat ze bedoelen. Ze menen verslag te doen van een feitelijke situatie, maar schieten in hun alarmeringen hun doel voorbij. Wie grasduint op online media of op Facebook, Twitter of blogs ziet hoe het werkt. Waarschuwingen tegen wat rechts-populisten, rechts-nationalisten, rechts-radicalen, alt-right of Nieuw Rechts wordt genoemd zijn immens. Maar het werkt averechts omdat het de invloed van deze populisten er onevenredig groot op maakt.

In het studiogesprek legt de ‘Europese journalist’ Alex Taylor dit voor het Verenigd Koninkrijk uit. Als de hevig verdeelde Conservatieven en Labour buiten beschouwing worden gelaten, dan blijkt dat er bij de Europese Verkiezingen meer kiezers stemden op anti-Brexit dan op pro-Brexit partijen. Maar wie de afgelopen week de media en sociale media heeft gevolgd loopt grote kans uitsluitend het succes van Nigel Farage en de Brexit Party uitgemeten te hebben gekregen. Dat de LibDems en de Greens volgens opgave van het Europarlement met de regionale partijen en Change UK samen een hoger percentage (39,31%) scoorden dan de Brexit Party en UKIP (33,96%) wordt nauwelijks in de media gesignaleerd. En ook niet gebruikt om de golf van rechts-populisme die Europa zou overspoelen te relativeren en minder bedreigend te noemen dan die werkelijk is.

In Nederland wordt al enkele jaren gewaarschuwd voor Thierry Baudet en zijn FvD terwijl hij in de Tweede Keer sinds 2017 twee zetels van de 150 inneemt. Maar wie de Nederlandse media volgde leek FvD een belangrijke, grote partij die volop aandacht verdiende. Hetzelfde geldt voor de Britse Nigel Farage die met UKIP en nu de Brexit Party weliswaar in het Europees Parlement is vertegenwoordigd waar hij paradoxaal genoeg tegen ageert, terwijl hij in het Lagerhuis niet vertegenwoordigd is. Wordt het geschreeuw van de populisten door de media niet uitvergroot en worden ze niet gewichtiger gemaakt dan ze redelijkerwijs aan aandacht verdienen?

De nationaal-populisten of hoe ze ook genoemd worden zetten handig de gevestigde media in voor het vergroten van hun macht. De media en de thuisgebruikers op sociale media doen wat de populisten willen dat ze doen. Sinds 2014 worden we doodgegooid met waarschuwingen voor president Putin en zijn agressieve politiek in Oekraïne. Dat jaagt angst aan en vergroot de macht van zo’n autoritaire leider die uitsluitend aan de hand van een vermeende sterkte wordt afgemeten. Dat zaaien van angst is precies wat de populist om twee redenen wil. Het maakt de macht groter dan die werkelijk is en leidt af van de zwakte. Want wat grotendeels ongenoemd blijft is dat een leider als Putin nooit de steun van een meerderheid van de bevolking achter zich heeft gekregen in vrije, eerlijke verkiezingen. Het volk tolereert uit onmacht zijn greep naar de macht. In zekere zin geldt dat ook voor president Trump die in zijn campagne van 2016 als geen andere kandidaat vrije publiciteit van de gevestigde media kreeg, maar het zelfs bij de verkiezingen af moest leggen tegen zijn tegenstander die drie miljoen stemmen meer kreeg. Door het bijzondere kiessysteem won Trump toch.

Uiteraard zijn er ook nationaal-populisten die wel op een min of meer eerlijke en open manier verkiezingen hebben gewonnen, zoals Modi in India, Salvini in Italië of het PiS (Prawo i Sprawiedliwość) in Polen. Maar hun gang naar de macht gaat wel vergezeld met intimidatie, manipulatie van de beeldvorming, het op een zijspoor zetten of belemmeren van de oppositie en het oprekken van de rechtsstaat door de rechterlijke macht voor eigen doeleinden in te zetten. In Hongarije zijn de verkiezingen van de rechts-populistische Viktor Orban door het kapen van de publieke opinie en de instituties daarom nauwelijks nog eerlijk te noemen. Zoals gezegd zijn er in de Russische Federatie onder president Putin nog nooit niet gemanipuleerde verkiezingen gehouden.

Wat is de les die we moeten trekken? Laten we ons ervan bewust zijn dat media de zuurstof van de populisten zijn. Gevestigde en sociale media. Ze proberen gebruik maken van de media en die voor hun karretje te spannen. Als ze de macht hebben veroverd bestendigen ze die door intimidatie, manipulatie en misleiding. Beeldvorming en afschrikking zijn hun wapens. Als de macht nog moeten veroveren dan doen ze dat door angst aan te jagen voor wat komen gaat door bijvoorbeeld ondergangsfantasieën te schetsen of gebruik te maken van onze angst en verontwaardiging voor hun grofheid en op handen zijnde overtreding van de regels.

Het antwoord daarop is bezinning en het stellen van de volgende drie vragen: 1) wat is de concrete macht van de populist; 2) wat is het politieke programma van de populist en 3) welke positie die overeenkomt met concrete macht heeft de populist? De betrekkelijkheid van de populist is dat die uitsluitend kan gedijen door onze angst en verontwaardiging en alleen op die manier groot kan worden. De remedie is om ons niet bang te laten maken en telkens weer terug te gaan naar de realiteit en ons niet af te laten leiden door doemscenario’s of spookbeelden die de favoriete hulpconstructies van de populist zijn. Door voortdurend te waarschuwen voor de brutaliteit, de overtreding van het fatsoen, goede smaak of normen spelen we de populist in de kaart. Want daardoor benadrukken we de sterkte en vergeten we de zwakte van de populist. Dat werkt averechts.

FvD’ers zijn eigenlijk minder sterk anti-EU dan het lijkt. Ze worden door media en partijleider Thierry Baudet zo gemaakt. En misleid

with one comment

FVD’ers zijn sterker anti-Europa dan PVV’ers’, zegt de inleiding van een artikel in NRC van 24 mei 2019. Het baseert zich voor deze conclusie op het onderzoekEP19; Verkiezingsonderzoek Ipsos in opdracht van de NOS’ van IPSOS dat als officiële publicatiedatum 29 mei 2019 heeft. Het is onduidelijk op welke versie van het onderzoek de journalist van NRC zich voor zijn artikel heeft gebaseerd. Uit het onderzoek komt een gemengd beeld naar voren en blijkt niet eenduidig dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Waarom NRC het heeft over ‘anti-Europa’ en niet ‘anti-EU’ is raadselachtig. Want het onderzoek gaat er uiteraard niet over of Nederland uit Europa moet stappen. Zo is 36% van de stemmers op FvD het ermee eens dat ‘Nederland uit de Europese Unie moet stappen’, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Met de stelling ‘Nederland moet de euro omruilen voor de gulden’ is 38% van de stemmers op FvD het eens, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Dit rechtvaardigt echter niet de conclusie dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Het is eerder andersom. Maar de stemmers op deze twee radicaal-rechtse partijen verschillen in standpunten over de EU met elkaar significant ten opzichte van de gemiddelde Nederlander die op andere partijen stemt.

Wat uit het onderzoek blijkt is dat FvD’ers iets negatiever denken over het door de EU verplicht opgelegde opnemen van asielzoekers en het verminderen van immigratie van buiten de EU dan PVV’ers. Maar dat maakt FvD’ers vooral sterk anti-immigratie. Dat heeft op zich niks te maken met hun houding tegenover de EU.

Het standpunt van FvD over de Europese Unie staat op de site. Het betoog in deze paragraaf komt erop neer dat de EU niet te hervormen is, en Nederland er daarom uit moet stappen. Dat moet via een referendum. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar omdat FvD het beredeneert met aannames die niet onderbouwd worden maar claims blijven, zoals ‘De EU is grenzeloos uitgedijd en verworden tot een volstrekt ondemocratische moloch’ en ‘Het is een achterhaald bestuursmodel; een kartel bovenop het kartel’ draait deze paragraaf vooral in zichzelf rond. Als een draaitol die graag de aandacht op zichzelf vestigt en nergens start en nergens landt.

FvD spreekt zichzelf tegen als het zegt: ‘De open grenzen leiden tot ongecontroleerde immigratie en een hoger risico op terreuraanslagen’. Als dit zo is, wat zeer te betwijfelen valt, dan is dit des te meer een reden om dit aan te pakken door het beleid te veranderen en zo de EU te hervomen. Dat is in praktijk ook precies de realiteit van het migratiebeleid van de EU sinds de Turkije-deal uit 2015 van Rutte en Merkel met Erdogan.

De volgende zin verdient extra aandacht omdat het perfect aantoont hoe FvD feiten uit meningen laat volgen: ‘(..) roekeloos avonturisme (zoals bijvoorbeeld het dramatische Associatieverdrag met Oekraïne, dat een burgeroorlog en een conflict met Rusland veroorzaakte’. Daar valt los van het slordig en overbodig gebruik van adjectieven veel op af te dingen. Zo is er sinds 2014 geen sprake van ‘burgeroorlog‘ in Oost-Oekraïne, maar van een oorlog tussen landen: Oekraïne en de Russische Federatie. Reguliere (speciale) troepen van de Russische krijgsmacht opereren sinds 2014 onrechtmatig op Oekraïens grondgebied, te weten de Donbas en de Krim en doen ermee volgens de meerderheid van de wereldgemeenschap de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne geweld aan. De associatie overeenkomst van de EU met Oekraïne kent een lange voorgeschiedenis van 20 jaar onderhandelingen. Op 21 november 2013 was het niet de EU die roekeloos handelde, maar zette het Kremlin de toenmalige pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovitsj onder druk om de onderhandelingen op te schorten. Dit werd de aanleiding voor de Maidan-opstand van februari 2014 toen Janoekovitsj zich gedwongen voelde om naar de Russische Federatie te vluchten. Het was het Kremlin die de eigen invloed in Oekraïne had overschat, Oekraïne geen neutrale en autonome positie tussen Oost en West gunde en dit conflict eigenhandig had veroorzaakt. FvD stelt de feiten verkeerd voor.

Door de afwijzing van de muntunie en de euro wil FvD terugkeren naar de situatie van voor 2002, toen Nederland de gulden had. Hiermee kiest FvD voor een Nederland dat op zichzelf wordt teruggeworpen en afhankelijk is van andere landen. Zoals het wispelturige VS van Trump of een economisch agressief China die regeren via macht en geen compassie hebben voor zwakke landen. Met losvaste verdragen en lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte kan Nederland geen vuist maken. Door te kiezen voor de gulden zou Nederland zich afhankelijk maken van het internationale betalingssysteem SWIFT dat door de VS wordt gedomineerd. Van ontwikkelingen om de euro als internationale betalingsmunt naast en in plaats van de dollar te gebruiken zodat de onafhankelijkheid van de EU-lidstaten wordt veiliggesteld neemt de FvD afstand. Dat is een kortzichtige en eerlijk gezegd nogal naïeve politiek die Nederland en de Nederlanders beschadigt.

Waarom de FvD niet inzet op de eis voor een harde en stevige hervorming van EU en de Eurozone is het raadsel van deze paragraaf. Ondanks het beeld dat NRC van de achterban van FvD schetst is die niet sterker anti-EU dan de achterban van de PVV. De enige logische verklaring voor alle ongerijmdheden en onwaarheden in deze paragraaf is dat partijleider Baudet niets met de feiten en het welzijn van de Nederlanders heeft, maar vooral een spel speelt dat bestaat uit negativisme en balorigheid die zijn eigen profilering moet dienen. Meer is het niet. Het valt vooral de meelopers in FvD te verwijten dat ze hierin Baudet kritiekloos volgen. Ze geven hem de gelegenheid en laten zich zonder tegenspraak kleinmoedig verleiden tot het volgen van onwaarheden.

Foto: Schermafbeelding van paragraafEuropese Unie’ op de site van FvD.

Misverstanden en onduidelijkheden over euroscepsis in EU

leave a comment »

Volgens Politico dat zich zegt te baseren op het Europees Parlement hebben in Nederland eurosceptische partijen 33% steun behaald in de Europese Verkiezingen. In 2014 was het 38% volgens deze bron, zodat hoe dan ook deze eurosceptische partijen in Nederland 5% aanhang zouden hebben verloren. Ik pijnig me het hoofd hoe het Europees Parlement tot dit percentage komt en welke partijen het als eurosceptisch beoordeelt. Voor 2014 tellen de volgende partijen op tot 38,3%: CU-SGP (7,6%), PvdD (4,2%) 50PLUS (3,7%), PVV (13,2%) en SP (9,6%). Dezelfde partijen plus het nieuwe FvD tellen voor 2019 op tot 32,9%. Afgerond dus 33%.

Hoe komt het Europees Parlement tot deze cijfers? 50PLUS valt niet aan te merken als eurosceptisch, zoals uit een artikel in De Volkskrant van 16 mei 2019 blijkt indien lijsttrekker Toine Manders de stelling onderschrijft ‘een warm pleitbezorger van de Europese samenwerking’ te zijn en een artikel op DDS dat uitschreeuwt ‘50Plus kiest vol voor Europa: “Stem vóór Europa, koester 75 jaar vrede, welvaart en samenwerking!’’.

Wat ‘eurosceptisch’ is niet op voorhand duidelijk. Want terwijl de CU kiest voor samenwerking in de EU, maar niet voor een superstaat, de PvdD eveneens voor Europese samenwerking is ‘waar het nuttig is‘, en de SP kiest voor ‘een Europese samenwerking waarin de belangen van mensen, dieren en ons milieu weer voorop staan’ wil de PVV de EU verlaten eveneens vermoedelijk FvD. De SGP neemt een tussenpositie in waarin het accent ligt op grondige hervorming en afbraak van de symboliek en niet op het breken van en met de EU.

De grafiek hierboven is zowel verkeerd samengesteld als betekenisloos omdat een duidelijke definitie over euroscepticisme ontbreekt. 50PLUS is geen eurosceptische partij zodat het percentage van eurosceptische partijen in Nederland al daalt tot 29%. Daarnaast is er een tweedeling aan te brengen in de euroscepsis van partijen die de EU willen hervormen (CU, SP, PvdD, SGP) en partijen die de EU willen verlaten (PVV, FvD). Met als complicatie dat FvD-lijsttrekker Derk Jan Eppink zoals een artikel in NRC verduidelijkt eigenlijk niet uit de EU wil stappen. Jean-Marie Dedecker voor wiens partij Eppink in het Europarlement zat zegt: ‘Uit de EU stappen? Daar ben ik niet voor en Derk Jan ook niet. Hij is kritisch over Europa, maar wel voor één Europa’. Als euroscepsis wordt opgevat als ‘een ondubbelzinnige, kritische houding ten opzicht van Europese integratie en de EU als vorm’, dan daalt het percentage daarvan in Nederland tot 3,5%. Dat is het percentage van de PVV.

Kijkt men naar het aantal zetels van de eurosceptische partijen, dus zowel hervormers CU, SP, PvdD, SGP als de harde (PVV) en zachte (FvD) verlaters uit de EU, dan is het percentage 23%. FvD, CU-SGP en PvdD halen samen 6 van de 26 zetels. De meest eurosceptische partij van Nederland de PVV heeft geen zetel behaald.

Wat is de waarheid over statistieken? Ze zouden niet liegen, maar misbruikt worden en zelden de waarheid vertellen. Maar dat is te simpel, ze liegen wel degelijk en zijn bedoeld om te verhullen. In de zin van ‘in te zwachtelen’ en ‘verstoppen’. Of ermee nou wordt gelogen of de waarheid verborgen, bovenstaande statistiek/ grafiek van het Europees Parlement doet aan misleiding. Het raadsel is wat het belang ervan kan zijn om het percentage eurosceptische partijen in Nederland flink hoger voor te stellen dan het in werkelijkheid is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn graphics: How Europe voted’ op Politico, 27 mei 2019.

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.