George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Forum voor Democratie

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Waarom laten Nederlandse media Baudet kritiekloos aan het woord?

with 4 comments

Het is in grote lijnen zo duidelijk, maar het wordt vaak zo nodeloos ingewikkeld gemaakt. Er zijn op dit moment drie totalitaire ideologieën die  vijandig staan tegenover de democratie zoals we die in Nederland kennen. Het zijn het uit de 20ste eeuw beruchte fascisme met autoritair nationalistische, antidemocratische en antiparlementaire tendenzen en het bolsjewistisch communisme dat zoveel onheil heeft gebracht over Europa. Sinds het eind van de 20ste eeuw is daar het islamisme -ofwel: de politieke islam- bijgekomen dat de islam als een geloof boven alle geloven stelt en die andere geloven zelfs geen plek gunt. Fascisme, communisme en islamisme en de vertegenwoordigers ervan dienen ondubbelzinnig en in harde bewoordingen afgewezen te worden. Ze gaan uit van een gesloten wereldbeeld dat vrijheden inperkt en alle adem uit de samenleving haalt.

Opvallend is dat deze ideologieën door degenen in het centrum van de politiek van wie je het zou verwachten niet in alle gevallen worden afgewezen. Dat gaat onder het mom om het ergste kwaad met het mindere kwaad te bestrijden. Maar dat is een hellend vlak dat vanuit een slecht oordeel de eigen moraliteit aantast. Wie die neergaande weg opgaat verliest vanwege verloren normbesef het recht van spreken en mist de autoriteit om de vertegenwoordigers van de drie ideologieën te corrigeren en met overtuiging tot de orde te roepen. Kiezen voor de ene verkeerde ideologie om de andere verkeerde ideologie te bestrijden is een valkuil. De keuze is niet tussen de drie ideologieën, maar tegen de drie ideologieën. Dit besef wordt onvoldoende begrepen.

Complicatie is dat de drie ideologieën veelzijdig op elkaar inwerken. Als het ene rookgordijn onttrekken ze het andere rookgordijn aan het zicht. Historisch is de wisselwerking tussen fascisme en communisme bekend. Tot op de dag van vandaag is het fascisme spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het communisme. Uit een combinatie van nostalgie en nestgeur, en praktische politiek wordt als motief een type bolsjewistische propaganda tot op dit moment gebruikt door de machthebbers in de Russische Federatie. Bijvoorbeeld als in de Oekraïense-Russische oorlog (2014 – nu) de tegenstander wordt gekenschetst als fascistisch.

Sinds een kleine 20 jaar is daar het islamisme bijgekomen als spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het fascisme. Waterscheiding waren de aanslagen op de Twin Towers op 9 september 2001 door overwegend Saoedisch-soennitische islamisten. De voorbeelden van politieke leiders die ‘waarschuwen’ voor het islamisme -of kortweg: de islam- en de afslag naar het fascisme nemen is aangegroeid tot een fikse lijst: Geert Wilders, Nigel Farrage, Marine Le Pen, Christoph Blocher, Viktor Orbán, Donald Trump, en sinds kort Thierry Baudet. Opvallend is dat deze radicaal-rechtse politici zich extremer opstellen dan traditioneel gematigd rechts zoals dat door het liberalisme of de christen-democratie wordt vertegenwoordigd en extreem-rechts inspireren. Opvallend op zijn beurt is dat het opgekalefaterde retro-communisme van Putin deze radicaal-rechtse leiders inspireert. Hoewel dat een inblazing is die met steekpenningen gekocht wordt door het Kremlin.

Karin Spaink schreef op 16 augustus naar aanleiding van het optreden van extreem-rechts in Charlottesville en de reactie daarop van rechts-nationalistische politici als Trump een column in Het Parool die ze aldus besluit: ‘Lees je terug met welk canaille Thierry Baudet zich omgeeft, kijk je met wie hij goedlachs op de foto is gegaan en van welke ontmoetingen hij trots zijn selfies heeft gepost, inventariseer je waar hij naartoe gaat om te spreken en welke gasten of sprekers hij op zijn partijbijeenkomsten uitnodigt (van de NVU tot aan de IJzerwake, van Erkenbrand tot Kalergi), haal je je zijn uitspraken voor de geest over ‘de homeopathische verdunning van het volk’ tot ‘de omvolking van Europa’, lees je hoe hij de ‘volkswil’ systematisch boven recht en ratio stelt, en dat je dan tot op het bot huivert…  Dan schrik je je rot hoe vaak en hoe kritiekloos de Nederlandse pers het FvD aan het woord laat. Het zijn zulke leuke jongens, met zo’n fris geluid!

Baudet typeert de frisheid van de beerput. Democratisch gekozen speelt hij een rol binnen de Nederlandse parlementaire democratie. Maar dat betekent niet dat hij kritiekloos moet worden bejegend en de media zich niet telkens moeten afvragen wat hij representeert. Het is een raadsel waarom Baudet zoveel krediet van de Nederlandse media krijgt. Hij is iemand die zich in extreem-rechtse kringen begeeft en daarbij ook een anti-modernist is. Ofwel, hij is iemand met ouderwetse en ‘gesloten’ denkbeelden op het gebied van cultuur. Naast het extremistische gedachtengoed dat hij deelt. Journalisten laten zich om de tuin leiden door de vorm die Baudet hanteert. In de inhoud propageert hij echter ondubbelzinnig het extremistische gedachtengoed. De acceptatie van Baudet is ongewenst en ongepast. Nederland schiet er niks mee op. De Nederlandse media zouden beter na moeten denken voordat ze hem een platform bieden. Waarom bekritiseerden ze Hans Janmaat en Joop Glimmerveen, maar laten ze dat grotendeels na bij Thierry Baudet die geen haar beter is?

De verklaring waarom niet alleen radicaal-rechtse journalisten van het type Wierd Duk in hun afkeer van het islamisme bewust of onbewust de overstap naar het ultranationalisme van het fascisme maken, maar ook de establishment journalisten van het oppervlakkige type heb ik hierboven beredeneerd. Deels komt het voort uit onkunde en lui denken. En deels uit de twijfel dat vanuit een politieke homeopathie het islamisme met het fascisme bestreden kan worden. Met zo’n houding verliest de journalistiek zonder politiek-filosofisch kompas en zonder omlijnd idee over het kwaad van de drie ideologieën haar morele positie. En kan Baudet ongestoord zijn kunstjes vertonen. Journalisten willen niet anders zien dan een fris ogende politicus omdat zo iemand aansluit bij hun idee van de wereld als realityshow. Zo is de weg vrij voor een nationalistische politicus die aanschurkt tegen het rechts-extremisme om de media met keurige, hapklare brokjes te voeren en zijn echte gedachten voor zowel journalisten als supporters verborgen te houden. Alsof geen hond het echt interesseert.

Foto: The Militia, Charlottesville, 12 augustus 2017.

Jan Roos heeft de ‘kakkineuze, elitaire Thierry Baudet van de Amsterdamse grachtengordel’ in het vizier. Rechtse stammenstrijd

leave a comment »

De mislukte politicus Jan Roos die als lijsttrekker voor VNL geen enkele zetel bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart haalde heeft weer volop praatjes. Het is leerzaam om te zien hoe de strijd tussen radicaal-rechtse partijen past in een oerhollands patroon van kerkafscheiding en verkettering van rivalen waartussen de afstandelijke beschouwer nauwelijks politiek verschil ziet. De hoofdpersonen kunnen niet samen door één deur en gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Het moet gezegd, Roos kletst lekker weg in zijn beschrijving van de stammenstrijd tussen Leefbaar Rotterdam, PVV, VNL en Forum voor Democratie.

De partijen bestrijden elkaar op leven en dood, zo lijkt het. Ze hebben geen vijand nodig omdat ze het liefst elkaar afmaken. Vermakelijk is de sneer naar Forum voor Democratie. Met Thierry Baudet die net als Jan Roos de campagne voor het Oekraïne-referendum als opstapje naar de politiek gebruikte. Met het verschil dat Roos daar oprecht in was en Baudet niet. Deze zette Roos op het verkeerde door zijn bewering dat hij nooit de politiek in zou gaan. Met het bedrog van Baudet is de wraaklust van Roos ontstaan. Roos: ‘Zo zie je niet alleen de lafheid van deze keuze maar dat je als oer-Rotterdamse partij moet samenwerken met de kakkineuze, elitaire Thierry Baudet van de Amsterdamse grachtengordel het schip reeds verloren is. Niet Mo de Marokkaan wordt het einde van Leefbaar, maar de slappe knieën van Eerdmans en de zijnen.’ Goed zo Roos, ga zo verder.

Ondraaglijke lichtheid van Thierry Baudet over het partijkartel

with one comment

 

De aanname van Thierry Baudet dat er een partijkartel is dat het met en onder elkaar wel regelt klopt niet met de actuele gang van zaken. Als er werkelijk zo’n kartel bestond, dan hadden de politieke partijen elkaar al lang gevonden in de informatiebesprekingen. Maar dat is tot nu toe niet gebeurd omdat de partijen te veel van elkaar verschillen. Ze hebben blijkbaar allen iets anders voor ogen. In de publiciteit vallen ze elkaar af.

Dus het is van tweeën een. Of er is een partijkartel -of een Eenpartijstaat zoals J.W. Oerlemans dat in 1990 verwoordde- dat het politieke systeem van Nederland kenmerkt en onder meer de samenwerking tussen de grootste politieke partijen omvat dat werkelijke democratische controle op het bestuur onmogelijk maakt. Of er is geen partijkartel. Het gebrek aan voortgang en de irritaties tussen partijen lijken op het laatste te wijzen. Het toont het omgekeerde aan van wat Baudet beweert. Hoewel het kan dat hij zijn argumenten onvoldoende doordacht heeft en presenteert en er wel degelijk een partijkartel bestaat, maar hij dat niet weet aan te tonen.

Partijen weten elkaar op dit moment niet te vinden en werken voor en achter de schermen niet samen. Hoewel er unknown unknowns kunnen zijn waar ook Baudet geen weet van heeft. Hij kan ze hoe dan ook niet in zijn betoog insluiten. Zijn impressies overtuigen niet. Partijen missen dat overstijgende, gemeenschappelijke belang dat Baudet hun toedeelt. Ze rijden elkaar in de wielen en proberen hun partijbelang te dienen.

Partijkartel? Wie weet bestaat dat door informele samenwerking tussen de grotere politieke partijen. Mogelijk met andere betrokkenen zoals het Koninklijk Huis en het bedrijfsleven. Onderzoek dat, breng het naar buiten en klaag het aan. Maar dan moet het uitgebreid, specifiek en overtuigend benoemd worden. Dat doet Baudet niet. Hij kiest met de haperende informatie het verkeerde voorbeeld om het bestaan van een partijkartel hard te maken. Dat geeft te denken over zijn politiek vernuft en tactisch inzicht in de praktische politiek.

Dat is jammer doordat  Baudet hiermee dit belangwekkende aspect van het partijkartel of de Eenpartijstaat voor partijpolitieke doeleinden inzet en het geen bredere werking weet te geven. Hij besmet het onderwerp als onderzoeksobject er zelfs mee. De paradox is dat deze partijpolitieke manoeuvres Baudet via een omweg tot lid van de gevestigde politiek maken waarvan hij zegt geen deel te zijn en het zelfs te bestrijden. Baudets optreden en grof geschut geeft ons eerder minder dan meer zicht op het bestaan van een partijkartel.

Pleidooi voor zakenkabinet door FvD gaat voorbij aan hervorming van de partijpolitiek

with 2 comments

De tweede man van het rechts-radicale Forum voor Democratie Theo Hiddema pleit voor een kenniskabinet of zakenkabinet. Dat zei hij gisteren 22 mei in een ochtendprogramma van de regionale Limburgese omroep L1. DDS besteedt er aandacht aan in een opinie-artikel. Mijn reactie op het idee van Hiddema is kritisch:

Op dit moment is de keuze voor een zakenkabinet een slecht idee. Want hoe dan ook moet zo’n kabinet beleid ontwikkelen. Dat is pure politiek. Anders gezegd, een zakenkabinet suggereert dat beleidskeuzes voortkomen uit een soort hogere logica die niets te maken hebben met prioriteiten die volgen uit opvattingen over de inrichting van de samenleving. Maar dat is niet zo. Het maken van die keuzes en prioritering is pure politiek.

Waarom met een zakenkabinet net doen alsof politiek geen politiek is? Dan is het eerlijker tegenover de kiezer om gewoon toe te geven dat politiek politiek is. Nog anders gezegd, de politiek is er juist voor ontwikkeld om de macht te verdelen. Als politieke partijen -waar Hiddema met zijn partij ook deel van uitmaakt- slecht presteren wat zo maar mogelijk is, dan moeten die partijen niet afgeschaft of aan de zijlijn gezet worden, maar hervormd worden.

Daar komt bij dat een zakenkabinet altijd een profiel heeft en niet zonder kan. Hoe men het ook draait of keert, de keuze voor het profiel is een politieke keuze. Als het met de benoemingen van bewindslieden kiest voor de voortzetting van de gevestigde orde, dan is dat een politieke keuze. Partijen zoals de PVV of SP die er blijk van geven de gevestigde orde omver te willen werpen zullen met hun miljoenen kiezers hier niet blij mee zijn. En omgekeerd, als er een zakenkabinet komt dat juist wel de gevestigde orde ter discussie stelt dan zullen middenpartijen als VVD, CDA en D66 en hun achterbannen er niet blij mee zijn.

Een zakenkabinet is een oud idee. Voormalig VVD-leider Hans Wiegel pleitte herhaaldelijk voor een nationaal kabinet. Overigens niet toen hij in 1977 met de VVD toetrad tot het eerste kabinet Van Agt-Wiegel dat door CDA’er Dries van Agt werd geleid. In bijzondere omstandigheden kan een zakenkabinet zin hebben. Zo had Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog nationale kabinetten met de kabinetten Gerbrandy I en II (1940-1945). Maar in gewone omstandigheden biedt een zakenkabinet geen voordeel. Een bijkomende vraag is overigens ook hoe in het parlement de oppositie ertegen gevoerd kan worden omdat het geen politieke steun in Eerste en Tweede Kamer heeft.

Het voorstel van Hiddema is een verre echo van twee ontwikkelingen die de partijpolitiek niet bestrijden door de hervorming ervan, maar door het te willen omcirkelen. In de jaren ’30 (vdve) keerden fascistische partijen zich tegen het heersende politieke bestel door te pleiten voor een corporatieve staat, waarbij alle maatschappelijke geledingen vertegenwoordigd zouden zijn. En binnen met name de christen-democratie bestonden er de laatste decennia tendenzen die pleitten voor de herwaardering van de gemeenschap binnen de communitaristische beweging. Met de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni als leidsman.

Het probleem met een zakenkabinet, een corporatieve staat of de de communitaristische beweging is dat ze zich -zonder dat toe te geven- buiten de normale politiek begeven en onttrekken aan de gewone democratische controle. Ze kunnen door belangengroepen achter de schermen vervolgens makkelijk oneigenlijk gebruikt worden voor iets dat niet met zoveel woorden wordt gezegd. Zo is de kritiek op de communitaristische beweging van Etzioni dat het onder het mom van gemeenschapsdenken allerlei neo-liberale maatregelen heeft mogelijk gemaakt. Omdat dit buiten het parlement op een soort politiek-filosofisch niveau binnen partijen speelt kan er nergens verantwoording voor gevraagd worden.

Dat verschil tussen schijn en wezen is bij de partijpolitiek niet aan de orde, hoe onvolmaakt, ongeïnspireerd, corrupt en ondoelmatig de huidige politieke partijen ook zijn. Partijpolitiek is wat het is, ondanks de nadelen ervan. Als Hiddema had gepleit voor een fundamentele hervorming van de partijpolitiek of het politieke bestel had ik hem gesteund. Bijvoorbeeld door een grotere rol voor de burger door machtsdeling of invoering van E-democracy en een afwaardering van de politieke partijen. Maar hij laat te veel onduidelijkheid wat hij met zijn pleidooi voor een zakenkabinet echt beoogt.

Dus ja, graag hervorming van het politieke bestel en de partijpolitiek. Maar nee, niet door omcirkeling of het passeren van de politiek. Een zakenkabinet of nationaal kabinet is mogelijk, maar dan uitsluitend in bijzondere omstandigheden. Dat is op dit moment niet aan de orde.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFVD wil dat het anders gaat: Hiddema pleit voor een “kenniskabinet” van Michael van der Galien voor DDS, 23 mei 2017.

Pim Fortuyn 15 jaar later. Is een eerlijke vergelijking met zijn opvolgers Wilders, Roos, Dijkgraaf, Baudet mogelijk?

leave a comment »

Laten we Pim Fortuyn niet vergelijken met types als Geert Wilders, Jan Roos, Jan Dijkgraaf en Thierry Baudet. Die zijn van een ander kaliber. Fortuyn wordt in de Nederlandse publiek opinie niet meer vernederd of gedemoniseerd. Hij heeft zijn plek ingenomen. Hij is gecanoniseerd en daarmee bijgezet als monument. Door de geschiedenis getemd. Hij wordt nu met een patina van nostalgie bekeken. Want was 2002 niet het eind van de jaren ’90 waarin het geld tegen de plinten klotste? Na Fortuyn kwam de calvinistische tovenaarsleerling Balkenende die excelleerde in onbegrijpelijk taalgebruik. De herwaardering van Fortuyn heeft echter iets vals omdat het tegelijk de kans geeft om de opvolgers van Fortuyn te wegen en door de mand te laten vallen.

Het pad voor Wilders is geëffend door Fortuyn, maar Wilders heeft van die kansen slecht gebruik gemaakt. Hij heeft de PVV niet tot een slagvaardige organisatie opgebouwd. Dat valt alleen Wilders te verwijten. De PVV draagt geen visie op Nederland uit, maar uitsluitend op het voortbestaan van de eigen politieke partij. De PVV is een partij die aan de hand van marketing de peilingen volgt. Op de schouders van Wilders dreigden Roos, Dijkgraaf en Baudet te stappen. Dat zijn halfslachtige pogingen gebleken, waarbij Baudet nog het meeste succes heeft. Maar zijn 2 zetels in de Tweede Kamer staan in schril contrast tot de 26 zetels voor de LPF in 2002 of de 9 zetels voor de PVV in 2006. Het kan in decennia groeien zoals ook de SP met 2 zetels begon.

Het lijkt onmiskenbaar dat Fortuyn bravoure, durf, plezier, visie, intellectuele scherpte, doelgerichtheid en populariteit had die zijn navolgers deels missen. Wilders mist de durf -om een organisatie op te bouwen-, de speelsheid en de intellectuele visie. Baudet mist de populariteit, zit verstrikt in zijn eigen arrogantie, en heeft in beton gegoten standpunten over de natiestaat en de EU die hem zowel stutten als hinderen om flexibel op politieke ontwikkelingen te kunnen reageren. Roos heeft alleen bravoure en Dijkgraaf mist alle kwaliteiten.

Fortuyn gaf in 2002 het idee dat hij een geloofwaardig premier zou zijn en zin had om er iets van te maken. Hij gaf zelfs de indruk er volop plezier aan te beleven. En als iets niet te realiseren was zei hij dat eerlijk tegen zijn achterban. Die openheid ontbreekt bij types als Baudet, Wilders, Roos en Dijkgraaf die te berekenend zijn en daarom blokkeren. Dat geldt trouwens voor de hele klasse huidige politici. Daarom kan men niet zeggen dat Nederland niets heeft geleerd van de moord op Fortuyn. Het ligt aan de mindere kwaliteit van genoemde radicaal-rechtse politici en niet aan externe omstandigheden dat ze niet dezelfde aantrekkingskracht hebben op de Nederlandse bevolking. Wilders is wat sleets geworden en lijkt zijn tijd uit te dienen en de generatie Baudet bevindt zich nog meer in de marge dan Wilders. Pim Fortuyn stierf voordat hij teleur kon stellen.

Foto: Pim Fortuyn.

Tweets van Trump en Wilders kunnen genegeerd worden. En welk inzicht steekt er achter een flater van Baudet?

leave a comment »

Politicus en leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet twitterde op 30 april dat het goed zou zijn voor het Westen als Chavez ten val kwam. Het is gissen wat hij bedoelde met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’. Dat gebeurde onder verwijzing naar de hashtag oikofobie, ofwel de afkeer van het eigene en de natiestaat, een stokpaardje van Baudet. Omdat de Venezolaanse leider Hugo Chávez echter in maart 2013 overleed kreeg deze verkeerde voorstelling van dit feit de meeste aandacht, zoals in een bericht voor Krapuul. Baudet werd hartelijk uitgelachen voor zijn gebrek aan kennis van de buitenlandse politiek.

Maar dat Baudet zijn feiten niet paraat had is niet de hoofdzaak. Fouten zijn menselijk. Veelzeggender is wat hij bedoelde hij met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’? Want dat zegt iets over zijn inzicht in de buitenlandse politiek. Suggereert Baudet hiermee dat het Westen haar eigen belang niet volgt of zelfs niet kent en daarom Chavez in het zadel houdt? Maar het Westen houdt Chavez of diens opvolger Nicolás Maduro helemaal niet in het zadel en probeert het huidige regime waar mogelijk tegen te werken. President Maduro klemt zich echter vast aan de macht en pretendeert de Bolivariaanse natiestaat Venezuela te verdedigen, ook als dat met ondemocratische middelen moet die uiteraard democratisch worden genoemd.

Hoe serieus moet een tweet genomen worden van het type politici Trump of Wilders die Twitter overvloedig gebruikt en onder het motto ‘van dik hout ..’ al te vaak de nuance uit de weg gaat? Zoals Baudet in genoemde tweet ook deed. Democratische en Republikeinse senatoren leren steeds meer Trumps tweets te negeren, zo blijkt uit een bericht van Roll Call. Het doet er niet toe. Tweets zijn gewoon tweets. Niet meer en niet minder. Ook als ze koeien van fouten bevatten maken ze geen verschil. Ze zouden ook ongenoemd kunnen blijven. Toch, de toevoeging maakt wel nieuwsgierig, wat betekent ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet wist niet dat Hugo Chavez al jaren dood is’ van Laurent Bruning voor Krapuul, 30 april 2017.