George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Forum voor Democratie

De Nederlandse Leeuw en het luchtkasteel van een ‘progressief-liberale denkcultuur’

leave a comment »

Gisteren kwamen volgens een bericht van de NOS 2000 mensen bij elkaar ‘voor een brainstormsessie over de multiculturele samenleving. Het is de eerste debatavond georganiseerd door De Nederlandse Leeuw. Een stichting die “de progressief-liberale denkcultuur wil doorbreken”.’ De NOS neemt de framing van alt-right over zoiets als een ‘progressief-liberale denkcultuur’ leidend is. Wie vanuit het centrum van het Nederlandse politieke spectrum naar politiek en samenleving kijkt ziet -naast relicten van culturele hegemonie van links- echter geen ‘progressief-liberale denkcultuur’, maar vooral de economisering van de politiek onder druk van multinationals en financiële instellingen -inclusief de economisering door ECB of IMF- die het sinds de jaren ’80 voor het zeggen hebben gekregen. Aan de flanken nemen onwrikbare standpunten het politieke centrum in de tang. Aan de linkerkant wordt dat gevoed door nostalgie naar een sinds 15 jaar afgesloten periode van het multiculturalisme, aan de rechterkant door nostalgie naar de 19de eeuw van natiestaat en nationalisme. Behalve met de druk vanaf de flanken, worstelt het centrum met de druk van bedrijven en de gevolgen van de globalisering waar het door gebrek aan ambitie, macht en middelen onvoldoende weerstand aan kan bieden.

Zo kondigt zich een vijfdeling aan. In de politiek: radicaal links – centrum – radicaal rechts. In de economie: economische macht van bedrijven en financiële instellingen die de politiek in de zak heeft. In de cultuur (kunst, universiteiten, media, religieuze instellingen): naar links leunende posities die steeds meer uitgehold worden door de economisering van samenleving en politiek, en opgevuld worden door rendementsdenken dat vanuit de politiek en economie de cultuur in de greep neemt. Aan de buitenkant ziet het er nog links (of: ‘progressief-liberaal‘) uit, maar in de kern is het inmiddels grotendeels in het omgekeerde veranderd.

Het is begrijpelijk dat de vertegenwoordigers van radicaal-rechts die verschijningsvorm van de cultuur op de korrel nemen. Het is zowel een makkelijk te framen doelwit (‘linkse kerk’) als een afleiding voor het gebrek aan durf en een teveel aan gemakzucht als verhulling van opportunisme dat wordt gevoed door eigenbelang om de echte macht van multinationals, financiële instellingen en de veiligheidsindustrie niet aan te spreken.

Om te begrijpen hoe dat in de praktijk werkt is het goed om te beseffen wat alt-right is. Is het een politieke beweging binnen de gevestigde politiek zoals de Tea Party, of een subcultuur die vooral een maatschappelijk fenomeen is waarvan leden zich politiek losjes organiseren? Dat laatste is het geval. Sinds binnen de regering-Trump vertegenwoordigers van alt-right op afstand zijn gezet is dat er alleen maar duidelijker op geworden. Het feit dat binnen die subcultuur rechts-extremistische activisten en ideologen met racistische ideeën over blanke hegemonie verzameld zijn, betekent nog niet dat alt-right een rechtse politiek voorstaat binnen de randvoorwaarden van de bestaande politiek. Het grootste misverstand is dat het een conservatieve inslag heeft, het verzet zich juist tegen het conservatisme in de maatschappij. Alt-right is nihilistisch (in de zin van: ‘ontkenning van het bestaande’) zonder op dit moment een alternatief voor het bestaande te kunnen bieden.

Als De Nederlandse Leeuw zegt ‘de progressief-liberale denkcultuur te willen doorbreken’ dan moet men erop gewiekst zijn wat het ermee bedoelt en door wie het zich laat inspireren. Vooralsnog is een verzameling van radicaal-rechtse denkers bezig een stropop van de ‘progressief-liberale denkcultuur’ op te tuigen die in werkelijkheid allang niet meer bestaat, en hoe dan ook sterk gedevalueerd is. Om een organisatie van de grond te tillen en diverse subgroepen te verbinden kan het behulpzaam zijn om een vijandbeeld te creëren waarin die subgroepen zich kunnen vinden. De Nederlandse Leeuw staat voor de keuze welke kant het opgaat en welke leiders het wil volgen. Gaat het in de richting van het nihilisme van alt-right of beweegt het zich binnen de randvoorwaarden die de bestaande politiek stelt? Als het het gevecht met de macht van banken en multinationals aangaat en de politieke marketing van de ‘progressief-liberale denkcultuur’ achter zich laat omdat het dat frame niet meer nodig heeft om zich te bewijzen en te formeren, dan kan De Nederlandse Leeuw brullen. Niet tegen het luchtkasteel van de progressief-liberale denkcultuur, maar tegen echte macht.

Foto: Schermafbeelding van tweet van Joost Niemoller van 19 januari 2018, met reactie.

Advertenties

Amsterdam: Waarom sluit D66 samenwerking met FvD niet uit?

with one comment

In Amsterdam sluit D66 Forum voor Democratie (FvD) niet uit voor samenwerking in het volgende college. Zo zei de Amsterdamse D66-lijsttrekker Reinier van Dantzig gisteren in het Radio 1-programma Dit is de Dag: ‘Ondanks de vele verwijten over en weer tussen Van Dantzig en Nanninga sluiten beide politici elkaar niet uit bij eventuele college-onderhandelingen, mocht dat zo ver komen na de raadsverkiezingen in maart.’ Op 21 maart 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Zowel D66, PvdA als GroenLinks maken kans om in de hoofdstad de grootste partij te worden. FvD staat in een peiling op 3 zetels.

Hoe kan Van Dantzig het laten gebeuren dat in het nieuws komt dat D66 eventueel gaat samenwerken met FvD? Is het geen strategische blunder van hem dat hij niet meer afstand neemt tot deze partij? Want hoewel hij signalen afgeeft dat FvD ‘een xenofobe onderbuik is’ jaagt hij met zijn uitspraak linkse en gematigde kiezers naar GroenLinks of PvdA. Van Dantzig lijkt ook een verkeerd idee van FvD te hebben door het conservatief te noemen. Dat miskent de ware aard van FvD en doet twijfelen aan het inzicht van deze D66’er. FvD wil het politieke bestel opblazen en Nederland reconstrueren, en niet zoals conservatieven het oude systeem in stand houden. In Van Dantzigts halfslachtige en gebrekkige opstelling komt het oude euvel van D66 naar boven als partij zonder ruggengraat, richting en principe. Het geeft te denken dat Van Dantzig D66 vertegenwoordigt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘D66 en FvD sluiten elkaar niet uit voor samenwerking college’ op AT5, 16 januari 2018.

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 4 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

Is het geval Thierry Baudet voer voor psychologen? Of toch gewoon voor politicologen?

with 4 comments

Cherry slaat opnieuw toe met een onbegrijpelijke uitspraak. Thierry Baudet zegt in een interview voor Bernie Magazine dat ‘meer dan de helft van de Nederlanders het in principe met hem eens is’. Waar hij dat op baseert is onduidelijk. Het wordt er pas echt bizar op als hij dat vertaalt naar 80 tot 90% van de zetels. In potentie zou Baudet dan in de Tweede Kamer 120 tot 135 zetels behalen. Merkwaardig is dat hij weet dat wat hij zegt onzinnig en onjuist is, maar het toch zegt. Wat beoogt een politicus als Baudet met een uitspraak waarvan hij weet dat die onjuist is? Hoe denkt hij hiermee zijn eigenbelang of dat van zijn partij te dienen? Interessant is dat deze en andere aantoonbare onjuiste uitspraken van Baudet de vraag oproepen of hij  zichzelf nou wel of niet onder controle heeft. Is het hem naar het hoofd gestegen en gaat het met hem op de loop? Of is het bewuste tactiek die hij schaamteloos leent van zijn voorbeelden uit de Amerikaanse alt-right beweging? Die ernaar streeft om door liegen en het schetsen van een alternatieve waarheid de samenleving te deconstrueren.

Dat is Baudets paradox: in de vorm is hij deconstructivist en naar de inhoud een 19de eeuwse nostalgische romanticus. Feitelijk bestrijdt hij zijn eigen modernisme dat hij niet wil erkennen. Ligt hier de kiem van een heus complex van zelfoverschatting, narcisme en een misplaatst zelfbeeld? Dobbert Baudet weg in zijn eigen bubbel als een bal op de golven aan het strand? Het is tijd dat de psychologie zich over dit geval uitspreekt:

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet: Een Haagse Dandy’ in Bernie #2 (december 2017).

Foto 2: Tweet van Jaap Jansen (BNR Nieuwsradio) van 5 december 2017, met eigen reactie.

Tegen politiek radicalisme. Kan de gevestigde partijpolitiek nog het verschil maken?

leave a comment »

De gevestigde partijpolitiek moet geloofwaardig zijn om ongeloofwaardige partijpolitiek af te kunnen straffen. Als het de gevestigde partijpolitiek ontbreekt aan een oprechte afweging van belangen, programmatische standvastigheid en rechtstatelijkheid, dan geeft het munitie aan de ongeloofwaardige partijpolitiek. Dat is op dit moment aan de orde. Aan de nostalgische romantiek van Forum voor Democratie die terugverwijst naar een situatie in de 19de eeuw die nooit bestaan heeft. Aan de islamkritiek van de PVV die zich baseert op een joods-christelijke beschaving die nooit bestaan heeft. Aan de linkse politiek die de sociaal-economische strijd ondergeschikt maakt aan sociaal-culturele onderwerpen zoals identiteit, afkomst en gemeenschapsgevoel.

Wat de gevestigde partijen daar tegenover zetten is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals (afschaffen dividendbelasting), de banken (miljardensteun in 2008) en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert een pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt. Dat de politiek zonder partituur laat improviseren.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden die zijn gebaseerd op historische gebeurtenissen die nooit hebben bestaan. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoordelijkheid handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Van de multinationals, de financiële instellingen en de supranationale organisaties als de EU, de ECB of het IMF. Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een dode weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Foto: Shot van trapportaal uit Vertigo (1958) van Alfred Hitchcock.

Takiyya van Forum voor Democratie. Partij verbergt ware aard en doet zich anders voor dan het is

with 7 comments

In een bericht in Metro zegt de leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet te schrikken van een schoolopdracht die hem is toegestuurd. Het bericht zegt: ‘Volgens de schoolopdracht wil Baudet onder andere een wereld waarin slechts enkele witte mannen de macht hebben en is klimaatverandering een verzinsel. En dat komt niet helemaal overeen met de realiteit, aldus de fractievoorzitter. Hij gooide de opdracht op Twitter en vroeg zich hardop af of andere studenten dit ook meemaken op hun opleiding.’ Hoe het bericht in Metro terecht kwam is onduidelijk. Wellicht is het onderdeel van de publiciteitscampagne van deze politieke partij.

Het is aantoonbare onzin wat Baudet zegt. Of hij weet niet wat hij zegt of hij anderen op zijn partijcongres laat zeggen. Of hij doet net alsof hij niet weet wat hij zegt. Ja, Baudet is een aanhanger van (voormalig) alt-right icoon Milo Yiannopoulos met wie hij gretig genoeg was om samen op de foto te willen. Ja, Baudet heeft klimaat-scepticus Marcel Crok het podium gegeven op het eerste partijcongers van Forum voor Democratie.

Is dat toeval? Nee, dat is de structuur van deze politieke partij. Wie op de foto gaat met een icoon van alt-right geeft daarmee een politiek signaal af.  En wie een klimaatscepticus op een partijcongres laat spreken geeft ook een signaal af. Dat is geen toeval, maar een patroon. Dat past in het programma. Het raadsel is alleen waarom Baudet daar zo gespeeld verontwaardigd over doet. Het ligt er dik bovenop waar de partij voor staat.

Waarom ontkent Baudet wat hij zegt of anderen laat zeggen? Deze ontkenning is het patroon van zijn reacties. Hij zegt iets en als dat kritiek krijgt ontkent hij het achteraf. Conclusie? Baudet doet aan Takiyya. Tegenover de buitenwereld verbergt hij zijn gedrag. Dit uitgangspunt staat aanhangers van Forum voor Democratie toe om hun radicale overtuiging te verbergen. Ondersteunend bewijst hiervoor is wat Dirk-Jan van Baar gisteren in een tweet schrijft. Baudet veinst en Forum voor Democratie is een partij van veinzers. Ze verbergen hun ware aard om salonfähig te zijn. Maar onder elkaar klinken fascistische praatjes. Prima onderwerp voor een schoolopdracht die uitgebreid kan worden met de vraag waarom Forum voor Democratie ontkent wat het is:

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet schrikt van ‘bizarre schoolopdracht’’ in Metro, 28 november 2017.

Foto 2: Tweet van Dirk-Jan van Baar, 27 november 2017. Inclusief mijn reactie.

Heeft NRC goed nagedacht over plaatsing artikel Baudet en FvD?

with one comment

NRC maakt in mijn ogen een slechte beurt door een kritiekloos artikel over Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie te plaatsen. Het grootste gemis is het ontbreken van een schets van Baudets buitenlandse contacten, zoals die bijvoorbeeld in februari 2016 tot uiting kwam door de aanwezigheid van Baudet op een Poolse conferentie. Hij begaf zich daar in extreem- en radicaal-rechtse kringen die gelieerd waren aan de fractie van Europa van Naties en Vrijheid in het Europarlement die wordt gedomineerd door het Front National. Aan een profielschets van Baudet zonder het Front National te noemen ontbreekt iets fundamenteels. Een ander gemis is dat het niet focust op de verwerpelijke uitspraken die Baudet doet, zoals politiek journalist Jaap Jansen nog gisteren optekende op een partijbijeenkomst van Forum voor Democratie in Den Haag.

NRC trapt in de valkuil van de traditionele ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek die hoor en wederhoor biedt en daarom zelden tot een harde afwijzing komt. NRC had óf door moeten pakken door tot de kern te gaan door internationaal onderzoek óf moeten zwijgen wegens onvoldoende materiaal. Nu werkt NRC gewild of ongewild mee aan de normalisering van een radicaal-rechtse partijpoliticus die lacherig of op een badinerende toon de meest vreselijke uitspraken doet die haaks staan op de opvatting van parlementaire democratie waar de liberale NRC zich hard voor maakt. Dat rijmt niet, maar vloekt. Het leek wellicht een aardig ideetje om Baudet en zijn partij als een interessant fenomeen te beschrijven, maar zonder goed na te denken over de gevolgen van zo’n profielschets is het tamelijk naïef. Het past evenmin in de opvatting van de weerbare democratie.

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van NRC met reactie, 4 november 2017.

Foto 2: Tweets van Politiek verslaggever/commentator BNR Nieuwsradio Jaap Jansen, 3 november 2017.

Foto 3: Eigen tweet, 4 november 2107.