George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Forum voor Democratie

Jan Roos heeft de ‘kakkineuze, elitaire Thierry Baudet van de Amsterdamse grachtengordel’ in het vizier. Rechtse stammenstrijd

leave a comment »

De mislukte politicus Jan Roos die als lijsttrekker voor VNL geen enkele zetel bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart haalde heeft weer volop praatjes. Het is leerzaam om te zien hoe de strijd tussen radicaal-rechtse partijen past in een oerhollands patroon van kerkafscheiding en verkettering van rivalen waartussen de afstandelijke beschouwer nauwelijks politiek verschil ziet. De hoofdpersonen kunnen niet samen door één deur en gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Het moet gezegd, Roos kletst lekker weg in zijn beschrijving van de stammenstrijd tussen Leefbaar Rotterdam, PVV, VNL en Forum voor Democratie.

De partijen bestrijden elkaar op leven en dood, zo lijkt het. Ze hebben geen vijand nodig omdat ze het liefst elkaar afmaken. Vermakelijk is de sneer naar Forum voor Democratie. Met Thierry Baudet die net als Jan Roos de campagne voor het Oekraïne-referendum als opstapje naar de politiek gebruikte. Met het verschil dat Roos daar oprecht in was en Baudet niet. Deze zette Roos op het verkeerde door zijn bewering dat hij nooit de politiek in zou gaan. Met het bedrog van Baudet is de wraaklust van Roos ontstaan. Roos: ‘Zo zie je niet alleen de lafheid van deze keuze maar dat je als oer-Rotterdamse partij moet samenwerken met de kakkineuze, elitaire Thierry Baudet van de Amsterdamse grachtengordel het schip reeds verloren is. Niet Mo de Marokkaan wordt het einde van Leefbaar, maar de slappe knieën van Eerdmans en de zijnen.’ Goed zo Roos, ga zo verder.

Ondraaglijke lichtheid van Thierry Baudet over het partijkartel

with one comment

 

De aanname van Thierry Baudet dat er een partijkartel is dat het met en onder elkaar wel regelt klopt niet met de actuele gang van zaken. Als er werkelijk zo’n kartel bestond, dan hadden de politieke partijen elkaar al lang gevonden in de informatiebesprekingen. Maar dat is tot nu toe niet gebeurd omdat de partijen te veel van elkaar verschillen. Ze hebben blijkbaar allen iets anders voor ogen. In de publiciteit vallen ze elkaar af.

Dus het is van tweeën een. Of er is een partijkartel -of een Eenpartijstaat zoals J.W. Oerlemans dat in 1990 verwoordde- dat het politieke systeem van Nederland kenmerkt en onder meer de samenwerking tussen de grootste politieke partijen omvat dat werkelijke democratische controle op het bestuur onmogelijk maakt. Of er is geen partijkartel. Het gebrek aan voortgang en de irritaties tussen partijen lijken op het laatste te wijzen. Het toont het omgekeerde aan van wat Baudet beweert. Hoewel het kan dat hij zijn argumenten onvoldoende doordacht heeft en presenteert en er wel degelijk een partijkartel bestaat, maar hij dat niet weet aan te tonen.

Partijen weten elkaar op dit moment niet te vinden en werken voor en achter de schermen niet samen. Hoewel er unknown unknowns kunnen zijn waar ook Baudet geen weet van heeft. Hij kan ze hoe dan ook niet in zijn betoog insluiten. Zijn impressies overtuigen niet. Partijen missen dat overstijgende, gemeenschappelijke belang dat Baudet hun toedeelt. Ze rijden elkaar in de wielen en proberen hun partijbelang te dienen.

Partijkartel? Wie weet bestaat dat door informele samenwerking tussen de grotere politieke partijen. Mogelijk met andere betrokkenen zoals het Koninklijk Huis en het bedrijfsleven. Onderzoek dat, breng het naar buiten en klaag het aan. Maar dan moet het uitgebreid, specifiek en overtuigend benoemd worden. Dat doet Baudet niet. Hij kiest met de haperende informatie het verkeerde voorbeeld om het bestaan van een partijkartel hard te maken. Dat geeft te denken over zijn politiek vernuft en tactisch inzicht in de praktische politiek.

Dat is jammer doordat  Baudet hiermee dit belangwekkende aspect van het partijkartel of de Eenpartijstaat voor partijpolitieke doeleinden inzet en het geen bredere werking weet te geven. Hij besmet het onderwerp als onderzoeksobject er zelfs mee. De paradox is dat deze partijpolitieke manoeuvres Baudet via een omweg tot lid van de gevestigde politiek maken waarvan hij zegt geen deel te zijn en het zelfs te bestrijden. Baudets optreden en grof geschut geeft ons eerder minder dan meer zicht op het bestaan van een partijkartel.

Pleidooi voor zakenkabinet door FvD gaat voorbij aan hervorming van de partijpolitiek

with 2 comments

De tweede man van het rechts-radicale Forum voor Democratie Theo Hiddema pleit voor een kenniskabinet of zakenkabinet. Dat zei hij gisteren 22 mei in een ochtendprogramma van de regionale Limburgese omroep L1. DDS besteedt er aandacht aan in een opinie-artikel. Mijn reactie op het idee van Hiddema is kritisch:

Op dit moment is de keuze voor een zakenkabinet een slecht idee. Want hoe dan ook moet zo’n kabinet beleid ontwikkelen. Dat is pure politiek. Anders gezegd, een zakenkabinet suggereert dat beleidskeuzes voortkomen uit een soort hogere logica die niets te maken hebben met prioriteiten die volgen uit opvattingen over de inrichting van de samenleving. Maar dat is niet zo. Het maken van die keuzes en prioritering is pure politiek.

Waarom met een zakenkabinet net doen alsof politiek geen politiek is? Dan is het eerlijker tegenover de kiezer om gewoon toe te geven dat politiek politiek is. Nog anders gezegd, de politiek is er juist voor ontwikkeld om de macht te verdelen. Als politieke partijen -waar Hiddema met zijn partij ook deel van uitmaakt- slecht presteren wat zo maar mogelijk is, dan moeten die partijen niet afgeschaft of aan de zijlijn gezet worden, maar hervormd worden.

Daar komt bij dat een zakenkabinet altijd een profiel heeft en niet zonder kan. Hoe men het ook draait of keert, de keuze voor het profiel is een politieke keuze. Als het met de benoemingen van bewindslieden kiest voor de voortzetting van de gevestigde orde, dan is dat een politieke keuze. Partijen zoals de PVV of SP die er blijk van geven de gevestigde orde omver te willen werpen zullen met hun miljoenen kiezers hier niet blij mee zijn. En omgekeerd, als er een zakenkabinet komt dat juist wel de gevestigde orde ter discussie stelt dan zullen middenpartijen als VVD, CDA en D66 en hun achterbannen er niet blij mee zijn.

Een zakenkabinet is een oud idee. Voormalig VVD-leider Hans Wiegel pleitte herhaaldelijk voor een nationaal kabinet. Overigens niet toen hij in 1977 met de VVD toetrad tot het eerste kabinet Van Agt-Wiegel dat door CDA’er Dries van Agt werd geleid. In bijzondere omstandigheden kan een zakenkabinet zin hebben. Zo had Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog nationale kabinetten met de kabinetten Gerbrandy I en II (1940-1945). Maar in gewone omstandigheden biedt een zakenkabinet geen voordeel. Een bijkomende vraag is overigens ook hoe in het parlement de oppositie ertegen gevoerd kan worden omdat het geen politieke steun in Eerste en Tweede Kamer heeft.

Het voorstel van Hiddema is een verre echo van twee ontwikkelingen die de partijpolitiek niet bestrijden door de hervorming ervan, maar door het te willen omcirkelen. In de jaren ’30 (vdve) keerden fascistische partijen zich tegen het heersende politieke bestel door te pleiten voor een corporatieve staat, waarbij alle maatschappelijke geledingen vertegenwoordigd zouden zijn. En binnen met name de christen-democratie bestonden er de laatste decennia tendenzen die pleitten voor de herwaardering van de gemeenschap binnen de communitaristische beweging. Met de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni als leidsman.

Het probleem met een zakenkabinet, een corporatieve staat of de de communitaristische beweging is dat ze zich -zonder dat toe te geven- buiten de normale politiek begeven en onttrekken aan de gewone democratische controle. Ze kunnen door belangengroepen achter de schermen vervolgens makkelijk oneigenlijk gebruikt worden voor iets dat niet met zoveel woorden wordt gezegd. Zo is de kritiek op de communitaristische beweging van Etzioni dat het onder het mom van gemeenschapsdenken allerlei neo-liberale maatregelen heeft mogelijk gemaakt. Omdat dit buiten het parlement op een soort politiek-filosofisch niveau binnen partijen speelt kan er nergens verantwoording voor gevraagd worden.

Dat verschil tussen schijn en wezen is bij de partijpolitiek niet aan de orde, hoe onvolmaakt, ongeïnspireerd, corrupt en ondoelmatig de huidige politieke partijen ook zijn. Partijpolitiek is wat het is, ondanks de nadelen ervan. Als Hiddema had gepleit voor een fundamentele hervorming van de partijpolitiek of het politieke bestel had ik hem gesteund. Bijvoorbeeld door een grotere rol voor de burger door machtsdeling of invoering van E-democracy en een afwaardering van de politieke partijen. Maar hij laat te veel onduidelijkheid wat hij met zijn pleidooi voor een zakenkabinet echt beoogt.

Dus ja, graag hervorming van het politieke bestel en de partijpolitiek. Maar nee, niet door omcirkeling of het passeren van de politiek. Een zakenkabinet of nationaal kabinet is mogelijk, maar dan uitsluitend in bijzondere omstandigheden. Dat is op dit moment niet aan de orde.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFVD wil dat het anders gaat: Hiddema pleit voor een “kenniskabinet” van Michael van der Galien voor DDS, 23 mei 2017.

Pim Fortuyn 15 jaar later. Is een eerlijke vergelijking met zijn opvolgers Wilders, Roos, Dijkgraaf, Baudet mogelijk?

leave a comment »

Laten we Pim Fortuyn niet vergelijken met types als Geert Wilders, Jan Roos, Jan Dijkgraaf en Thierry Baudet. Die zijn van een ander kaliber. Fortuyn wordt in de Nederlandse publiek opinie niet meer vernederd of gedemoniseerd. Hij heeft zijn plek ingenomen. Hij is gecanoniseerd en daarmee bijgezet als monument. Door de geschiedenis getemd. Hij wordt nu met een patina van nostalgie bekeken. Want was 2002 niet het eind van de jaren ’90 waarin het geld tegen de plinten klotste? Na Fortuyn kwam de calvinistische tovenaarsleerling Balkenende die excelleerde in onbegrijpelijk taalgebruik. De herwaardering van Fortuyn heeft echter iets vals omdat het tegelijk de kans geeft om de opvolgers van Fortuyn te wegen en door de mand te laten vallen.

Het pad voor Wilders is geëffend door Fortuyn, maar Wilders heeft van die kansen slecht gebruik gemaakt. Hij heeft de PVV niet tot een slagvaardige organisatie opgebouwd. Dat valt alleen Wilders te verwijten. De PVV draagt geen visie op Nederland uit, maar uitsluitend op het voortbestaan van de eigen politieke partij. De PVV is een partij die aan de hand van marketing de peilingen volgt. Op de schouders van Wilders dreigden Roos, Dijkgraaf en Baudet te stappen. Dat zijn halfslachtige pogingen gebleken, waarbij Baudet nog het meeste succes heeft. Maar zijn 2 zetels in de Tweede Kamer staan in schril contrast tot de 26 zetels voor de LPF in 2002 of de 9 zetels voor de PVV in 2006. Het kan in decennia groeien zoals ook de SP met 2 zetels begon.

Het lijkt onmiskenbaar dat Fortuyn bravoure, durf, plezier, visie, intellectuele scherpte, doelgerichtheid en populariteit had die zijn navolgers deels missen. Wilders mist de durf -om een organisatie op te bouwen-, de speelsheid en de intellectuele visie. Baudet mist de populariteit, zit verstrikt in zijn eigen arrogantie, en heeft in beton gegoten standpunten over de natiestaat en de EU die hem zowel stutten als hinderen om flexibel op politieke ontwikkelingen te kunnen reageren. Roos heeft alleen bravoure en Dijkgraaf mist alle kwaliteiten.

Fortuyn gaf in 2002 het idee dat hij een geloofwaardig premier zou zijn en zin had om er iets van te maken. Hij gaf zelfs de indruk er volop plezier aan te beleven. En als iets niet te realiseren was zei hij dat eerlijk tegen zijn achterban. Die openheid ontbreekt bij types als Baudet, Wilders, Roos en Dijkgraaf die te berekenend zijn en daarom blokkeren. Dat geldt trouwens voor de hele klasse huidige politici. Daarom kan men niet zeggen dat Nederland niets heeft geleerd van de moord op Fortuyn. Het ligt aan de mindere kwaliteit van genoemde radicaal-rechtse politici en niet aan externe omstandigheden dat ze niet dezelfde aantrekkingskracht hebben op de Nederlandse bevolking. Wilders is wat sleets geworden en lijkt zijn tijd uit te dienen en de generatie Baudet bevindt zich nog meer in de marge dan Wilders. Pim Fortuyn stierf voordat hij teleur kon stellen.

Foto: Pim Fortuyn.

Tweets van Trump en Wilders kunnen genegeerd worden. En welk inzicht steekt er achter een flater van Baudet?

leave a comment »

Politicus en leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet twitterde op 30 april dat het goed zou zijn voor het Westen als Chavez ten val kwam. Het is gissen wat hij bedoelde met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’. Dat gebeurde onder verwijzing naar de hashtag oikofobie, ofwel de afkeer van het eigene en de natiestaat, een stokpaardje van Baudet. Omdat de Venezolaanse leider Hugo Chávez echter in maart 2013 overleed kreeg deze verkeerde voorstelling van dit feit de meeste aandacht, zoals in een bericht voor Krapuul. Baudet werd hartelijk uitgelachen voor zijn gebrek aan kennis van de buitenlandse politiek.

Maar dat Baudet zijn feiten niet paraat had is niet de hoofdzaak. Fouten zijn menselijk. Veelzeggender is wat hij bedoelde hij met de toevoeging ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’? Want dat zegt iets over zijn inzicht in de buitenlandse politiek. Suggereert Baudet hiermee dat het Westen haar eigen belang niet volgt of zelfs niet kent en daarom Chavez in het zadel houdt? Maar het Westen houdt Chavez of diens opvolger Nicolás Maduro helemaal niet in het zadel en probeert het huidige regime waar mogelijk tegen te werken. President Maduro klemt zich echter vast aan de macht en pretendeert de Bolivariaanse natiestaat Venezuela te verdedigen, ook als dat met ondemocratische middelen moet die uiteraard democratisch worden genoemd.

Hoe serieus moet een tweet genomen worden van het type politici Trump of Wilders die Twitter overvloedig gebruikt en onder het motto ‘van dik hout ..’ al te vaak de nuance uit de weg gaat? Zoals Baudet in genoemde tweet ook deed. Democratische en Republikeinse senatoren leren steeds meer Trumps tweets te negeren, zo blijkt uit een bericht van Roll Call. Het doet er niet toe. Tweets zijn gewoon tweets. Niet meer en niet minder. Ook als ze koeien van fouten bevatten maken ze geen verschil. Ze zouden ook ongenoemd kunnen blijven. Toch, de toevoeging maakt wel nieuwsgierig, wat betekent ‘En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn’?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet wist niet dat Hugo Chavez al jaren dood is’ van Laurent Bruning voor Krapuul, 30 april 2017.

Forum voor Democratie steunt pro-Erdogan motie van DENK

with 7 comments

De gevestigde politiek valt heen over een motie van Denk om de banden met Erdogan aan te halen. Dat tegen de achtergrond van een voorlopige conclusie van de OVSE die onregelmatigheden en manipulatie constateert bij het Turkse referendum. De enige partij die de motie van DENK steunde was de andere nieuwkomer Forum voor Democratie. Het argument dat fractievoorzitter Baudet ervoor geeft is opvallend en in tegenspraak met het beleid van deze partij om de EU op te breken en te streven naar de natiestaat. Hij zegt: ‘We zijn ervoor om normaal om te gaan met alle landen in de wereld. Nederland is een heel klein land, we zijn afhankelijk van handelsstromen … dat soort zaken. In de internationale politiek moet je niet op zoek zijn naar vrienden, maar gewoon naar belangen’. Nederland is een heel klein land dat afhankelijk is van anderen en het dus nooit in z’n eentje kan rooien. Goed dat Baudet het zelf zegt, hoewel het de vraag is of hij echt begrijpt wat hij echt zegt.

Saillant is dat het rechts-nationalistische DDS dat doorgaans verslag doet van elke uitlating van Baudet hier geen aandacht aan besteedde. Aan denkfouten wil niemand de vingers branden. Er zijn grenzen aan de gekte.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.