Amerikaans neofascisme: Er dreigt gevaar van een burgeroorlog die door QAnon en conservatieve kerken wordt voorbereid

Schermafbeelding van deel artikelWe knew QAnon is anti-Semitic. Now we know it’s racist, too’ van Mia Bloom op The Bulletin, 5 juli 2021.

De titel van het artikel van Mia Bloom suggereert dat antisemitisme geen racisme is. Het gaat over QAnon waarvan Bloom al het vermoeden had dat het antisemitisch was. Deze beweging stelt dat de wereld wordt gerund door een kliek van pedofielen die kinderen doden en hun bloed drinken. Volgens QAnon is Donald Trump de persoon die deze kliek gaat ontmaskeren.

QAnon heeft als grootste politieke tegenstrevers Black Lives Matter, dat opkomt voor de rechten van zwarten en zich keert tegen het politiegeweld tegen etnische minderheden, en de zogenaamde antifa (anti-fascistische) groeperingen. QAnon kan op het eerste gezicht niet anders dan neofascistisch genoemd worden met als neofascistische leider Donald Trump.

Wat zich aftekent is een samenklontering van nationalistische witte racistische groeperingen, ofwel de vertegenwoordigers van white supremacy, die verenigd door de krankzinnige QAnon-samenzweringstheorie, een Amerikaanse neofascistische beweging vormen. De sekte van het geloof in Donald Trump snijdt rationalisering af en maakt gelovigen onbereikbaar voor dialoog.

De neofascisten bereiden zich voor op een burgeroorlog. Ze zijn zelfs met steun van de achterban van de Republikeinse partij niet in de meerderheid en hebben dus niet de stemmen, maar wel de wapens, de organisatie en de wil om een opstand te beginnen en de Amerikaanse democratie omver te werpen. Dat gevaar dat aan de oppervlakte kwam op 6 januari 2021 met de bestorming van het Capitool is nog niet geweken. Velen verwachten dat zoiets zich zal herhalen en dan mogelijk succesvol is.

Binnen de Amerikaanse bevolking bestaat volgens een onderzoek een minderheid van 26% die zich kwalificeert als ‘zeer rechts autoritair’. Binnen de Republikeinse partij steunt 39% volgens een ander onderzoek ‘Amerikanen die gewelddadige acties ondernemen als gekozen leiders niet in actie komen’. De retoriek van een falende politiek wordt dagelijks via rechtse omroepen, opruiende sociale media en conservatieve kerken verspreid. Omdat meer dan 74 miljoen Amerikanen op Trump stemden gaat het om 29 miljoen Amerikanen die een opstand tegen de democratie in principe steunen.

De rol van religie als toeleverancier voor volgelingen is in de QAnon-beweging groot. Religie is in potentie een gevaarlijke negatieve kracht omdat de VS een religieus land is waar de rol van religie onvergelijkbaar is met West-Europese landen als Nederland. De verschillende godsdiensten bieden als het ware hun volgelingen op een gouden schaaltje aan aan de complotdenkers van QAnon. Denk aan orthodoxe joden en witte evangelicals die zich makkelijk laten rekruteren.

Doordat deze witte evangelicals zich laten kennen als de grootste aanhangers van de QAnon beweging ontstaat er een wereldwijd sneeuwbaleffect. Want zoals hun naam zegt hebben ze niet als doel om hun geloof door contemplatie te verdiepen, maar door evangelisatie de blijde boodschap van het christendom te verspreiden.

In dat proces van christelijke zending verspreiden ze door fysieke aanwezigheid ter plekke of via internet ook de complottheorieën van QAnon over een joodse kliek van wereldleiders, progressieven en Democraten die het bloed van kinderen drinken. De Amerikaanse zending heeft macht, geld en prestige om anderen in ontwikkelingslanden deze overtuiging op te leggen. Met als gevolg dat de neofascistische revolutie én misleiding via religieuze organisaties over de wereld verspreid wordt.

Dat gebeurt ook binnenlands als slecht opgeleide en geïnformeerde Amerikanen in een economische achterstandspositie en met een grote religieuze ontvankelijkheid aangesproken worden door de cocktail van christelijke blijde boodschap die vermengd is met QAnon samenzweringstheorieën. Het schrijnende is dat vooral Afro-Amerikanen zich laten aanspreken door een theorie die tegen hun belang, menswaardigheid en bestaan ingaat. Zij zullen de slachtoffers zijn van de burgeroorlog die QAnon propageert en zich keert tegen alle Democraten, progressieven en niet witte Amerikanen. Joden incluis.

Gedachte bij foto ‘Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba’, 1940

Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba in a February 1940 archive photo. (Indian and Northern Affairs/Library and Archives Canada/Reuters)

Het misbruik van kinderen in de katholieke kerk heeft die religieuze organisatie beschadigd. De pogingen om de beschuldigingen af te zwakken of zelfs in de doofpot te stoppen heeft het vertrouwen in de geloofwaardigheid van het instituut katholieke kerk tot op het bot aangetast. Van die geloofwaardigheid, laat staan aanzien is weinig meer over.

Als de katholieke kerk een persoon was, dan zou die zich uit schaamte niet meer met goed fatsoen op straat durven begeven.

Bovenop dat decennialange misbruik van kinderen door priesters, bisschoppen en andere leiders van de katholieke kerk dat door de hiërarchie gedoogd werd komt het onheilspellende nieuws uit Canada. Kinderen van Aboriginals or First Peoples hebben hun religieus onderwijs in internaten niet overleefd. Ze zijn begraven en worden nu opgegraven. Dat betreft niet alleen katholieke, maar ook protestante instellingen.

Overigens is Canada daarin niet uniek, want ook in een katholiek land als Ierland stierven onder de hoede van katholieke instellingen meer dan 9000 kinderen. Een mortaliteit van 15%. In een land als Australië werden kinderen van inheemse oorsprong gekleineerd, beschadigd en in het gareel gedwongen. Allen die door afkomst of sociale achtergrond niet pasten binnen de toenmalige maatschappelijke consensus liepen een verhoogde kans om hun cultuur of leven te verliezen.

Als de katholieke kerk een bedrijf was, dan zou het zich failliet laten verklaren, onder een andere naam een doorstart maken en afstand nemen van het eigen verleden.

Wat resteert zijn herinneringen van degenen die hebben geleden, maar overleefden en foto’s die het onrecht aantonen. Kinderen van inheemse afkomst in schoollokalen of op schoolpleinen die van hun moeder gescheiden zijn voegen zich gedwee in de bestaande orde en zijn doorgaans zichtbaar ongelukkig.

In de naam van de Vader is de dubbel onnatuurlijke constructie waaraan deze kinderen werden blootgesteld, Dubbel omdat religie in zichzelf een constructie is met een eigen mythologie en door de bewuste politiek van overheid en de religieuze instelling als uitvoerder om de continuïteit van de bloedlijn van het kind te doorbreken en met dwang en geweld te vervangen door een nieuw opgelegde orde.

Zo maakte religie zich tot collaborateur. Dat is een schande die de kerken nooit meer uit kunnen wissen. Hun eer is voorgoed verloren. Daar helpt geen marketing meer aan om in de beeldvorming te willen redden wat er te redden valt.

Katholieke Democratische politici hebben ruzie met conservatieve bisschoppen over abortus

Scheramfbeelding van deel artikel ‘US Catholic Bishops Move Toward Denying Biden Communion in Political Decision Violating Vatican Direction’ op New Civil Rights Movement, 18 juni 2021.

Het is verbazingwekkend hoe conservatieve kerkleiders belang hechten aan abortus en dat zien als een middel om politiek te bedrijven. Amerikaanse conservatieve bisschoppen gaan in de richting om Democratische politici die abortus toestaan de heilige communie te ontzeggen. Zonder dat deze politici daar in alle gevallen persoonlijk voor zijn. Bovenstaande mensenrechtensite rubriceert deze actie van de conservatieve bisschoppen onder religieus extremisme.

Democratische politici reageren weer op de dreiging, die vooral gericht lijkt op de katholieke president Biden. Tijdens het presidentschap van Trump hebben witte Amerikaanse kerkleiders van katholieke en protestante huize zich verregaand gecorrumpeerd door Trumps politieke koers te steunen die in veel gevallen haaks stond op de uitgangspunten van het evangelie. Ze hebben zich door Trump laten radicaliseren en hebben zich in veel gevallen vervreemd van hun achterban.

Het Vaticaan wijst deze politisering af, maar de conservatieve Amerikaanse bisschoppen lijken in hun politisering en terechtwijzing van president Biden niet te stoppen. Dat is des te opvallender omdat ze in gevallen van overspel of nog erger door Republikeinse politici in het verleden nooit actie ondernamen. Pas bij abortus komen ze in actie. Dat is opvallend.

De opstelling van de conservatieve bisschoppen gaat niet alleen in tegen de scheiding van kerk en staat die in de VS door Framers als Thomas Jefferson is geformuleerd maar is vooral het bedrijven van selectieve politiek die eenzijdig focust op abortus.

Wellicht is het te simpel om als buitenstaander die zich niet door religie laat inspireren en het als een grappige poppenkast ziet te denken dat de reactie op het conservatisme van de bisschoppen de verkeerde is. De georganiseerde godsdienst bestaat uitsluitend dankzij gelovigen die er zich ondergeschikt aan maken en het gezag van de kerkleiders erkennen.

Daarom is het verstandiger dat gelovigen niet zozeer aangeven van mening te verschillen met kerkleiders, maar publiekelijk verklaren het gezag van de katholieke kerkleiding niet meer te erkennen. Dan valt de bodem onder de kerk weg.

Democratische politici zouden zich sterk kunnen maken voor de oprichting van een progressieve katholieke gemeenschap in de VS, zoals die ook binnen evangelische kerken bestaat. Vooral, maar niet uitsluitend binnen zwarte gemeenschappen. Progressieve politici hebben niks te zoeken binnen een conservatieve katholieke beweging die zelfs tegen het advies van het centrale gezag van het Vaticaan ingaat.

Tegelijk kan dan eindelijk eens schoon schip worden gemaakt met het onrecht van het kindermisbruik binnen de katholieke kerk en de daaropvolgende pogingen van de bisschoppen om dat in de doofpot te stoppen. Dat gaat tot op de dag van vandaag door en is nog steeds niet correct afgehandeld. De bisschoppen blijven obstructie plegen en erkennen de rechtsstaat niet volmondig.

Het is opvallend hoe progressieve Democratische politici zich door conservatieve bisschoppen laten gijzelen en niet de stap nemen om uit de betovering van het religieuze Stockholm-syndroom te stappen. Het ontnemen van hun machtsbasis lijkt vooralsnog de enige stap om de conservatieve bisschoppen de voet dwars te zetten.

Patrick van der Vorst ziet in religieuze organisaties een belangrijke rol weggelegd voor kunst. Maar hoe de kunstenaars te bereiken?

Kerknet.be plaatst in een kort stukje drie citaten van de Belgische tv-antiquair en toekomstig priester Patrick van der Vorst. Ze komen uit een interview met hem in het magazine ‘Oh God!. Twee ervan gaan over kunst:

1: ‘In de toekomst wordt kunst volgens mij een van de belangrijkste tools om het geloof weer naar de mensen te brengen.’

2: ‘De Kerk vond dat hedendaagse kunstenaars te veel met hun eigen ego en gevoelens bezig zijn en te weinig met de gemeenschap. Aan de andere kant groeide bij kunstenaars de overtuiging dat de Kerk niet geïnteresseerd is in nieuwe vormen van expressie. Wel, dat is aan het kantelen.

Het is de vraag waar Van der Vorst zich op baseert. Hij wil intreden als priester en daarom is het begrijpelijk dat hij zijn oude (kunst) en nieuwe (godsdienst) liefde probeert te combineren. Of het klopt wat hij zegt valt niet te controleren, maar het is interessant dat hij een verbinding tussen kunst en godsdienst wil leggen. Hij schat voor de nabije toekomst in dat die verbinding mogelijk is. Hoe strikt hij dat opvat valt te bezien.

Van der Vorst zou wel eens gelijk kunnen hebben. Er is vooral voor kerken veel te winnen. Wie in Nederland een protestante of katholieke kerk binnenloopt wordt doorgaans onaangenaam verrast door het lage niveau van de hedendaagse kunst. Op presentaties, in een winkel of door de kerk verspreid. Hier zijn goedwillenden aan het werk die niet kunnen tippen aan het niveau dat in musea wordt getoond. Men kan het alleen maar betreuren dat dat zo is gelopen. Het is opmerkelijk om het verschil in kwaliteit te zien tussen oude en hedendaagse kunst in (oude) kerken. Er is als het ware sprake van een schisma. De hedendaagse kunst is losgescheurd van de godsdienst. Hoe dat uitpakte toonde het teleurstellende niveau van de ‘moderne refo-kunst’ op de interessante tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt in Museum Catharijneconvent in 2019.

Tegelijk gaat Van der Vorst voorbij aan het hoge niveau van hedendaagse kunstenaars als Marc Mulders die al jaren de verbinding tussen kunst en religie leggen. Een ander voorbeeld is de Belgische keramist Johan Tahon.

Zij zijn de uitzonderingen. Er zijn wel ‘spirituele’ kunstenaars, zoals Mark Rothko die zich laten inspireren door het geestelijke zonder direct verbinding te hebben met een religieuze organisatie. Vraag is of een scherpe afbakening van christelijke en niet-christelijke kunstenaars de kerken helpt. Tekenend is de strijd die soms in kerken ontstaat die een culturele bestemming hebben gekregen, maar die nog alle uiterlijkheden van een kerkgebouw vertonen. Een opdracht voor een glas-in-lood-venster kan zo een strijdpunt worden tussen orthodoxe gelovigen en seculiere beheerders zoals in de Rotterdamse Laurenskerk in 2000 gebeurde.

Het is te wensen dat het niveau van de hedendaagse kunst in kerken wordt verhoogd. Elk initiatief dat daar aan bijdraagt is welkom. Het valt te betwijfelen of een prijsvraag voor katholieke kunstenaars over ‘katholieke schilderkunst’ volgens de richtlijnen van paus Johannes Paulus II van een Brabantse galerie het juiste middel is. Dit lijkt niet te wijzen op een gedachtengoed dat geïnteresseerd is in nieuwe vormen van expressie, maar eerder op een gedachtengoed dat zich in zichzelf verschanst en apart zet. Dat legt geen verbinding. Om hedendaagse kunstenaars te interesseren moeten de kerken beseffen dat ze zich open moeten stellen en zonder koudwatervrees vertrouwen moeten hebben in de integriteit en het vakmanschap van kunstenaars.

Foto 1: ArtikelPatrick van der Vorst in magazine ‘Oh God!’ — 3 rake quotes’ op kerknet.be, 26 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelGalerie Aarle-Rixtel stelt prijs in voor katholieke kunstenaars’ in het KN, 11 juni 2020.

Religie of niet-religie? Wat veroorzaakt meer misleiding?

Er is geen groter plezier dan claims van krankjorume religieuze leiders of quasi- of pseudo-religieuze leiders van commentaar voorzien. Hun gesloten denken in hun gesloten omgeving zorgt voor fijne, waanzinnige standpunten die aansluiten bij het absurdisme van satirici en toneelschrijvers. Met het verschil dat die het absurdisme gebruiken om ons aan het denken te zetten, terwijl deze religieuze leiders het gebruiken om de eigen aanhangers te misleiden, te verdoven en te hersenspoelen en vooral de eigen bankrekening te spekken.

Onderstaand mijn reactie bij de YouTube-videoReligion or Atheism? Which causes more deaths?’ op Cross Examined van Frank Turek. De toelichting luidt: ‘Historically speaking it appears that humans are wired to believe in God, at least that’s what the record shows. So, do we have any examples of societies that prefer an atheistic worldview? You don’t want to miss Frank’s answer to this question!’. Nee, ik had Franks antwoord niet graag gemist.

This pastor makes a false contrast between religion and atheism. In addition, Stalin attended church seminary to receive ecclesiastical education. So it remains to be seen to what extent he reasoned from his Christian roots at a later age.

A better question is whether wars are caused by secularism. The answer to the above wars is no. Just as the wars were not caused by atheism, nihilism or agnosticism.

The pastor asks stupid questions and gets stupid answers. His question is not for clarification, but is religious propaganda for his religious organization. That is intellectually shabby. The pastor is a propagandist and nothing more.

Equally great nonsense is the claim that it seems as if people are wired to believe in God. There is no indication of that. In history, there have always been more people who were not followers of monotheistic religions than those who were. Moreover, those who adhered to different religions had completely different images of God.

NB: In de video wordt door Frank Tureks organisatie het logo van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (‘FSM’) afgebeeld met de suggestie dat dit een atheïstische organisatie is. Dat is een misverstand. De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster is een betrekkelijk nieuwe, religieuze organisatie. Disclaimer: Ik ben sinds oktober 2015 als lid ingeschreven bij de Nederlandse tak van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

De Reuver is neerbuigend over het secularisme en de moderniteit

De oud-predikant en oud-bijzonder hoogleraar geschiedenis van de gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond Arie de Reuver schrijft in zijn columnOok crisistijd is genadetijd’ van 4 april 2020 in het Reformatorisch Dagblad geen profeet te zijn om vervolgens tot de volgende uitspraak te komen: ‘Voor het gros van de hedendaagse bevolking is het leven voorbij zodra het hart het begeeft’. De Reuver geeft zijn interpretatie van de gevolgen van het secularisme en de moderniteit: ‘De geestesblik reikt niet verder dan de einder. Omdat er met het instrument van intellect en observatie geen land daarachter te bekennen valt, is het er ook simpelweg niet. Want zekerheid kun je in alle nuchterheid alleen maar hebben over dingen die te constateren en te vatten zijn. De rest is fictie en illusie. Zo luidt de slotsom van de moderniteit.’

De Reuver gooit een hoop overhoop en overtuigt naar mijn idee niet. Laat ik het anders zeggen, ik toon vanwege de sociale cohesie, de tolerantie voor anderen en de vrijheid van godsdienst respect voor zijn christelijk-gereformeerde gedachtengoed. Ofschoon ik het daar op maatschappelijke en ontologische gronden niet mee eens ben. Maar Nederland is een pluriform land met duizenden godsdiensten, levensovertuigingen, nihilistische of sceptische stromingen waar het onvruchtbaar is om elkaar de maat te nemen en te krenken.

Voor de duidelijkheid, de meerderheid van Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door religie. Ik respecteer dat De Reuver in deze column in een orthodox-christelijk medium voor eigen parochie preekt en daardoor wellicht selectief en kort door de bocht opereert en in eigen groepstaal vervalt. Het is hem gegund.

Maar ik vind het ongelukkig dat het gedachtengoed dat De Reuver aanhangt hem brengt tot neerbuigendheid jegens andersdenkenden en de moderniteit. Zijn suggestie is dat het secularisme leidt tot geestesarmoede en een platte levensvisie. Blijkbaar is het belijden van zijn christendom in eigen kring niet voldoende en acht hij het nodig om zich af te zetten tegen andersdenkenden. Waarom doet hij dat? Of uit deze opstelling blijkt dat het geloof van De Reuver niet overtuigend is en hij externe mikpunten nodig heeft om het legitimiteit en reliëf te geven waarmee hij zich in eigen kring kan waarmaken is de vraag die hij zelf het beste kan beantwoorden.

Het is niet dat De Reuver verweten hoeft te worden dat hij bewust een verkeerde interpretatie geeft van het secularisme. Het is zijn goed recht om iets niet te begrijpen of om kerkpolitieke redenen net te doen alsof hij iets niet begrijpt. Hierin staat hij als orthodoxe christen niet alleen. Het secularisme is een politieke filosofie waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen als gelijkwaardig worden beschouwd en door de nationale rechtsstaat gegarandeerd zijn. Het secularisme is niet pro- of anti-religieus, maar neutraal jegens alle religies en levensovertuigingen. Het laatste jaar blijkt dat duidelijk in het publieke debat in India waar de moslims een beroep doen op het secularisme omdat ze door de nationalistisch-hindoeïstische regering van premier Moti in het nauw worden gebracht. Hij dreigt hun hun grondrechten te ontnemen. Het secularisme biedt bescherming voor niet-dominante godsdiensten die geen staatsgodsdienst zijn of van de staat een voorkeursbehandeling krijgen. Wat De Reuver verweten kan worden is dat hij onnodig het secularisme en de aanhangers ervan tracht te kleineren. Hiermee geeft hij geen positief beeld van de stroming van het christendom die hij aanhangt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnOok crisistijd is genadetijd’ van Dr. A. de Reuver in het Reformatorische Dagblad, 4 april 2020.

Coronaviruscrisis leert dat religie nutteloos is in de genezing

Het zijn moeilijke tijden voor religieuze organisaties. Want religie is niet van belang in de bestrijding van het coronavirus. Andrew Seidel sluit bovenstaand artikel As coronavirus spreads, the futility of religion becomes obvious’ op FREETHOUGHT NOW! zo af: ‘Religie heeft niets te bieden in het licht van een pandemie. In plaats daarvan moeten we vertrouwen op wetenschap en geneeskunde’. Dat is een harde waarheid voor geestelijken die gelovigen aan zich willen binden. Wat voegt religie toe die in tegenstelling tot wetenschap en geneeskunde geen verschil kan maken? Dit roept een parafrase op een uitspraak van paus Johannes Paulus II op die voetbal de belangrijkste bijzaak in het leven noemde. De pandemie maakt echter duidelijk dat religie die bijzaak is.

Men kan zonder religie die niet onmisbaar is als het leven van mensen op het spel staat. Het verschil wordt in wetenschap en geneeskunde gemaakt, niet in religie. Noodgedwongen overtuigd van hun eigen nutteloosheid in de bestrijding van het coronavirus nemen religieuze organisaties hun toevlucht tot een verdedigingslinie: bidden en het bieden van troost. Dat is geen domme tactiek mits daarvan de pretentie niet te groot wordt gemaakt. Een voorbeeld hoe dat kan ontsporen in grootspraak en kapsones over de rol van de eigen organisatie geeft het onderstaande artikel ‘A Mighty Prayer Plan for Daily Hope, Strength, and Healing during the Coronavirus Crisis’ op Crosswalk. Het claimt dat ‘Een krachtig gebedsplan’ niet alleen hoop en kracht, maar ook genezing tijdens de coronaviruscrisis biedt. Dat laatste is niet alleen aantoonbare onzin, maar ook gevaarlijke kletspraat omdat het gelovigen weg kan houden van wetenschap en de reguliere geneeskunde.

Dit type artikelen van predikende beunhazen zonder veel wetenschappelijk, maar ook theologisch inzicht schiet zichzelf in de voet door het belang van religie zover op te rekken dat het lachwekkend wordt en in zijn tegendeel verkeert. Het zijn dankbare tijden voor degenen die mensen willen bijstaan. Met bidden kan het coronavirus niet genezen worden. Religieuze organisaties die dat weerspreken of zelfs het leven van hun gelovigen opofferen voor de eigen verkondiging maken zich schuldig aan misleiding en crimineel gedrag.

We moeten niet voorzichtig zijn in het aanwijzen van religieuze beunhazen als dwaallichten van een dwaalleer die zelfs tijdens een pandemie die vele mensenlevens eist hun hebzucht en onkunde niet kunnen beteugelen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel As coronavirus spreads, the futility of religion becomes obvious’ van Andrew Seidel op FREETHOUGHT NOW!, 12 maart 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘A Mighty Prayer Plan for Daily Hope, Strength, and Healing during the Coronavirus Crisis’ van Dawn Wilson op Crosswalk, 24 maart 2020.

Het bedrog van religieuze organisaties wordt maatschappelijk aanvaard. Samengaan daarvan met klein bedrog wordt veroordeeld

Er is wat voor te zeggen om te beweren dat religie in de kern bedrog is. Omdat iets wat door mensen is uitgedacht aan een hogere macht wordt toegeschreven. Zoals theoloog Harry Kuitert kernachtig zei: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen.’ Maar dat wil niet zeggen dat in de geschiedenis religie geen constructieve rol heeft gespeeld. Als het bedrog van religie een doel heeft, dan is het aanvaardbaar. Een leugentje om bestwil kan zin hebben. Hoewel het onduidelijk is of door de jaren heen de voordelen van religie tegen de nadelen hebben opgewogen. Dat is lastig toetsbaar.

Het nadeel van religie wordt extra duidelijk bij beunhazen die religie voor hun karretje spannen. Terwijl ze de zin ervan niet doorgronden. Kortom, ze gebruiken religie als verdienmodel, en anders niet. Op de doctrine van de hogere macht die uit zichzelf ontstaan is, stapelen ze hun eigen bedrog. Het is het opereren van de krabbelaar, de opportunist, de pseudo-deskundige en de zwendelaar. Zo’n kleine bedrieger is de Amerikaanse televangelist Kenneth Copeland. Hij gedraagt zich als een goochelaar en probeert mensen via het beeldscherm te genezen van het coronavirus. ‘Put your hand on that television set. Hallelujah. Thank you, Lord Jesus. He received your healing. Now say it: ‘I take it. I have it. It’s mine. I thank you and praise you for it … According to the Word of God, I am healed. And I consider not my own body. I consider not symptoms in my own body, but only that which God has promised.’, zegt hij op z’n Victory-kanaal. Dit is ronduit zwendel.

Volgens een bericht van Christian Headlines kreeg Copeland kritiek op deze uitzending. Het bericht zegt ook dat een andere televangelist Jim Bakker tegen betaling producten aanbood die het coronavirus zouden genezen. Hij is verzocht daarmee te stoppen. Gevestigde religieuze organisaties ondervinden concurrentie van deze beunhazen op de religieuze markt waarin veel geld omgaat en dat een vechtmarkt is. Nietsontziende types als Kenneth Copeland of Jim Bakker misleiden niet alleen gelovigen, hun kleine bedrog straalt ook negatief af op de gevestigde godsdiensten. De gedragscode voor de omgang met religie lijkt te zijn dat het bedrog ervan maatschappelijk wordt aanvaard, maar dubbel bedrog wordt afgestraft omdat dit te manifest is.

God van Christendom is vergelijkbaar met God van het Vliegend Spaghettimonster. Kwantiteit is historisch onbruikbaar argument

Mijn reactie bij deze video van een Amerikaanse christelijke prediker die harder schreeuwt dan nadenkt:

Quantity is not a quality guarantee. Either way, the quantity of something is not the ultimate standard. That is a sham argument that is disproved when we go back to the origins of Christianity. So when it was not yet an accepted religion. Like the Church of the Flying Spaghetti Monster now.

Initially Christianity had hardly any followers and was just one of many Eastern religions that offered an alternative to the ancient Greco-Roman gods. But it was only after a long time that the battle for souls with Osiris from Egypt, Mithras from Persia and the Anatolian Cybele cult proved to be the winning hand of Jesus. Because religions compete with each other on the busy religion market.

So just as the relatively small following of Jesus was not a valid counter-argument in the early years of Christianity, that argument cannot now be used by Christians against the Church of the Flying Spaghetti Monster, on pain of a double standard and the relocation of the goal posts.

Of course, Christianity is just one of the countless religions. There is nothing wrong with that. Nor is it the finding that the God of Christianity is just one of the countless supreme beings believers of a specific belief believe in. That’s fine. Faith, Gods and religious organizations can coexist well. Along with beliefs that do not appeal to supreme beings.

Things only go wrong when preachers claim that their faith is more valuable, special or exceptional than other beliefs. And that their God is worth more, special and exceptional than other Gods. These are assumptions that cannot be objectively determined, but follow directly from the teachings of a religion. But that has no evidential value, that is only faith. So that belongs to the preaching itself. And can never be an argument about the value of a religion.

It is merely a matter of perspective from believers that the God of Christianity is worth more than the God of the Flying Spaghetti Monster. Or that the Bible of the Christians is worth more than the writings of Bobby Henderson. But believers who are satisfied with their own faith and have faith in it do not have to be condescending to other religions. In essence, that only shows their own uncertainty. And lack of theological knowledge.

(Kwantiteit is geen kwaliteitsgarantie. Hoe dan ook, hoeveelheid is niet de ultieme standaard. Dat is een schijnargument dat wordt weerlegd wanneer we teruggaan naar de oorsprong van het christendom. Dus toen het nog geen geaccepteerde religie was. Zoals de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster nu.

Aanvankelijk had het christendom nauwelijks aanhangers en het was slechts een van de vele oosterse religies die een alternatief boden voor de oude Grieks-Romeinse goden. Maar het was pas na lange tijd dat de strijd om de zielen met Osiris uit Egypte, Mithras uit Perzië en de Anatolische Cybel-cultus de winnende hand van Jezus bleek te zijn. Omdat religies met elkaar concurreren op de drukke markt voor religies.

Dus net zoals de relatief kleine aanhang van Jezus geen geldig tegenargument was in de vroege jaren van het christendom, kan dat argument nu niet worden gebruikt door christenen tegen de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, op straffe van een dubbele standaard en het verplaatsen van de doelpalen.

Het christendom is natuurlijk slechts een van de talloze religies. Daar is niets mis mee. Evenmin met de conclusie dat de God van het christendom slechts een van de talloze opperwezens is waar gelovigen van een specifiek geloof in geloven. Dat is prima. Geloof, goden en religieuze organisaties kunnen goed naast elkaar bestaan. Samen met levensovertuigingen die geen beroep doen op opperwezens.

Er gaat alleen iets mis als predikers beweren dat hun geloof waardevoller, specialer of uitzonderlijker is dan andere geloven. En dat hun God waardevoller, specialer en uitzonderlijker is dan andere Goden. Dit zijn aannames die niet objectief kunnen worden bepaald, maar rechtstreeks volgen uit de leerstellingen van een religie. Maar dat heeft geen bewijskracht, dat is alleen geloof. Dus dat hoort bij het prediken zelf. En kan nooit een argument zijn over de waarde van een religie.

Het is slechts een kwestie van perspectief van gelovigen dat de God van het christendom meer waard is dan de God van het Vliegend Spaghettimonster. Of dat de Bijbel van de christenen meer waard is dan de geschriften van Bobby Henderson. Maar gelovigen die tevreden zijn met hun eigen geloof en er vertrouwen in hebben, hoeven niet neerbuigend te zijn naar andere religies. In essentie toont dat alleen hun eigen onzekerheid. En gebrek aan theologische kennis.)

Als ik geen theïst, atheïst, agnost of apatheïst ben, dan ben ik een secularist die betrokken is bij én kritisch op religie en hun goden

Van de term ‘apatheisme’ had ik nog nooit gehoord totdat ik het voorbij zag komen in de online versie van het opinie-artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad. De term is een samentrekking van ‘apathie’ en ‘theïsme’.  Het perspectief ervan is religieus, want het idee is dat de aanhangers ervan onverschillig of gevoelloos tegenover het bestaan van God staan. Kranendonk citeert enkele Amerikaanse christelijke auteurs die claimen dat er ook apatheïsten in christelijke kerken zijn. In mijn reactie bij het artikel op de FB-pagina van het Reformatorisch Dagblad antwoord ik de auteur en constateer ik dat de kenmerken die hij geeft van een apatheïst niet op mij van toepassing zijn. Ik sta namelijk helemaal niet onverschillig tegenover religie of God, maar ben er evenmin een aanhanger van. Ik val in geen van de vier categorieën die Kranendonk schetst en voeg daarom noodgedwongen een vijfde categorie toe:

Het is merkwaardig dat in de afsluitende alinea de auteur het apatheïsme een probleem noemt. Hiermee laat hij zich kennen als normatief en onverdraagzaam. Hij trapt in de val die hij zelf de atheïsten verwijt die volgens hem het geloof in God zouden minachten. Het is trouwens kort door de bocht om dit atheïsten te verwijten. Zij kunnen ook andere bezwaren hebben tegen religie en de macht van de religieuze instellingen. Hun kritiek betreft dan niet zozeer de ‘binnenkant’ van religie, maar de ‘buitenkant’ ervan. Dus niet de zingeving of insluiting in een religieus gedachtegoed, maar de machtsvorming en morele claims. Het is een feit dat dominante religieuze organisaties nog steeds een voorkeursbehandeling genieten en voorrechten hebben in onze samenleving. De auteur onderschat hoeveel weerstaand dat in de samenleving oproept.

Wim Kranendonk minacht de apatheïsten. Die geringschatting komt voor zijn rekening. Het is een gevolg van zijn kerkpolitieke opstelling. Waar de apatheïsten hun schouders ophalen over religieuze organisaties met hun dogmatiek van een opperwezen, zo maakt een christen als Wim Kranendonk zich druk dat er mensen zijn die in geestelijk opzicht afstand nemen van de dogmatiek van het christendom. Hij begrijpt het niet. Apatheïsten gunnen gelovigen hun geloof en inspiratie, Kranendonk lijkt apatheïsten geen redelijke positie te gunnen.

Ik betwijfel of de auteur het verschijnsel van het apatheisme doorgrondt. Hij kijkt niet met een open blik, maar met een blik die de religie verdedigt en in bescherming neemt. Laat ik dat uitleggen aan de hand van mijn eigen positie. Ik neem geen van de drie posities in die Kranendonk in het artikel schetst, te weten de categorie van de theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een opperwezen is), atheïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er geen opperwezen is) of agnosten (mensen die twijfelen tussen de overtuiging of er wel of niet een opperwezen is). Maar ben ik dan een apatheïst of is er nog een vijfde restcategorie?

Laat ik het checken aan de hand van de kenmerken en stellingen die Kranendonk van de apatheïsme geeft.
1) De groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Check: Dat klopt niet. Ik ben indirect geïnteresseerd in de vraag naar het bestaan van God omdat ik geïnteresseerd ben in andere mensen die menen dat er een God bestaat. Mij interesseert het als fenomeen hoe mensen in een zich ontkerkelijkende omgeving zich laten inspireren. Om Harry Kuitert te parafraseren: ‘Hoe kan het dat mensen de bewering geloven dat het spreken dat van beneden komt van boven komt? Waarom geloven mensen dat een menselijke constructie geen menselijke constructie is en weven ze die verdichting in het ontstaan van hun geloof? De interesse in die vraag die raakt aan de verhaalleer, de dramatiek, de mythologie en het stelsel van rituelen bindt me aan de gelovigen. Niet de vraag of er wel of niet een God of vele Goden met hun aparte godsdienst bestaan. Dat laatste kunnen gelovigen beter zelf binnen hun gesloten wereldbeeld beantwoorden.
2) De apatheïst negeert het geloof. Check: Dat klopt niet. Ik respecteer het geloof en de gelovigen en wil me er iets van aantrekken omdat de gelovigen mijn medemensen zijn.
3) Het apatheïsme is typerend voor onze huidige tijd. Check: Dat klopt. Het past in de politieke filosofie van het secularisme waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate gewaardeerd, gegarandeerd en door de wet beschermd worden.

Conclusie is dat ik volgens de kenmerken die Kranendonk geeft en die hij baseert op het nieuwe boek van de christelijke geloofsverdediger Kyle Beshears zowel geen theïst, atheïst, agnost als apatheïst ben. Het probleem van Kranendonks opstelling en van de christelijke auteurs Beshaers en Thomas Kidd waarop hij zich baseert is dat hij claimt een objectief beeld van de keuze van mensen voor een godsdienst of levensovertuiging te geven, maar intussen alles door een christelijke bril ziet en definieert. En dat laatste ook nog eens vanuit het perspectief van prediking en zieltjes winnen. Hierdoor scherpt Kranendonk onnodig aan en mist hij de nuance. Hij trapt in de valkuil van vele christenen, namelijk dat andersdenkenden ondanks alle afstand toch moeten worden beschouwd als een verlengde van hun godsdienst. Of dat nou in positieve of negatieve zin is. De achterliggende gedachte is dat ze afgedwaalde gelovigen zijn die op het rechte pad moeten worden gebracht.

Kranendonk mist de positie van iemand die geïnteresseerd is in religie en religieuze organisaties en onder de motorkap ervan wil kijken voorbij het cosmetische beeld dat religieuze organisaties zelf naar buiten brengen. Dat gaat om de functie van fictie in brede zin, inclusief noties van fantasie, inbeelding, zelfbedrog, waan en mythologisering. Kranendonk mist de bekommernis van mensen die niet in het religieuze domein willen worden getrokken en de claim op unieke moraliteit van gelovigen buitensporig en onterecht vinden, maar in beginsel anderen die positie royaal gunnen. Kranendonk mist de ontwikkeling van een Nederland waarin de meerderheid van de bevolking zich niet laat inspireren door religie of het christelijk-culturele gedachtegoed.

Neem ik dan de vijfde positie in? Die van de voorstander van het secularisme die in alle (aanhangers van) religies en levensovertuigingen in gelijke mate geïnteresseerd is en ze een identieke positie gunt en slechts één overwegende tegenwerping heeft tegen de opstelling van religieuze opinieleiders, namelijk dat ze andersdenkenden ondanks alles als een verlengde of een fantoomledemaat van hun godsdienst willen zien.

Foto: Schermafbeelding van het artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 7 december 2019.