Amerikaans Hooggerechtshof draait constitutioneel recht op abortus terug

De westerse wereld kijkt met verbazing naar de VS. Wat blijft er over van wat ooit de grootste democratie ter wereld werd genoemd? Waarom worden rechten teruggedraaid? Verandert de VS in een land dat uit de pas loopt met Canada, het VK, de EU, Nieuw-Zeeland en Australië?

Het Hooggerechtshof heeft een rechtse meerderheid van zes tegen drie en is op het oorlogspad om mensenrechten terug te draaien. Van die zes rechtse rechters zijn er enkelen conservatief en enkelen radicaal-rechts. Zoals de rechters Clarence Thomas en Samuel Alito. Zij grijpen nu hun kans binnen het Hooggerechtshof.

Afgelopen week werd op initiatief van de rechtse rechters van het Hooggerechtshof het constitutionele recht op abortus voor vrouwen teruggedraaid. Met deze opvattingen staan de rechtse rechters haaks op de samenleving. Volgens een onderzoek van Pew uit 2022 steunt 61% van de bevolking het recht op abortus.

In de video meent de libertijnse Britse peer Claire Fox voor het rechtse GBNews dat het debat in de VS over abortus niet gaat over abortus en vrouwenrechten, maar wordt vervuild door de cultuuroorlog tussen links en rechts. Daardoor is er volgens haar geen open debat over mogelijk en kunnen de radicaal-rechtse rechters in het rechtse Hooggerechtshof tegen de maatschappelijke ontwikkeling in hun zin doordrijven. Met opvattingen die overeenkomen met een uitleg van de grondwet van 200 jaar geleden.

De overeenkomst van dit Hooggerechtshof met voormalig president Trump die met zijn claims over een gestolen verkiezing volgens oud-minister Barr los van de realiteit staat (‘detached from reality‘) is niet toevallig. Ook dit Hooggerechtshof is losgezongen van de realiteit. Toch zijn Thomas en Alito langzittende rechters die niet door Trump zijn benoemd. Ze zien nu hun kans schoon met een rechtse meerderheid in het Hof, een oprukkend politisering van de rechterlijke macht door een jarenlange Republikeinse campagne en een verdeeld land waar over politieke onderwerpen de meningen verdeeld zijn.

De uitbreiding van het aantal rechters is een oplossing om het Hooggerechtshof meer in lijn te brengen met de stemming in het land die gematigder is. Dus een uitbreiding van het Hof met twee leden tot 11 of zelfs 13 is mogelijk. Het aantal van negen rechters wordt niet door de grondwet gedicteerd, maar door een wet (‘Judiciary Act of 1869’) die het Congres in 1869 aannam en gewijzigd kan worden. In 2021 concludeerde een Witte Huis commissie dat het congres die juridische macht heeft, maar dat het ongewenst is om te doen. Theoretisch kan het.

Democraten moeten daarbij een meerderheid in beide kamers hebben om die uitbreiding en de benoemingen te regelen. De verwachting is dat de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen van november 2022 de meerderheid in het Huis verliezen.

De inschatting is dat het terugdraaien van het recht op abortus electoraal een slechte zaak is voor de Republikeinse partij omdat het vrouwen in de buitenwijken motiveert om Democratisch te stemmen. Als de komende maanden ook andere rechten worden teruggedraaid, dan bouwt dit Hooggerechtshof niet alleen bij progressieven, maar ook bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken verdere tegenstand op die begint te lijken op een zelfmoordmissie.

Hoe meer uit het lood met de samenleving de koers van het Hooggerechtshof door archaïsche wetgeving komt te staan, hoe meer de druk op president Biden zal toenemen om het aantal rechters uit te breiden. Maar de Republikeinen zullen daar geen steun aan geven. Als de Democraten het Hooggerechtshof willen uitbreiden, dan zullen ze snel moeten handelen. Of moet de maatschappelijke tegenstand zich de komende maanden eerst nog verder opbouwen door het gedateerd en radicaal handelen van het Hooggerechtshof voordat Biden toestemt?

Advertentie

Antwoord aan Marijn Kruk. Ja, het fatsoenlijke conservatisme bestaat!

Schermafbeelding van deel columnBestaat dat fatsoenlijke conservatisme wel?‘ van Marijn Kruk in NRC, 23 mei 2022,

Ik viel van mijn stoel van verbazing over de column van 23 mei 2022 in NRC van Marijn Kruk. Hoe is het mogelijk dat een journalist zich serieus afvraagt of het ‘fatsoenlijke conservatisme’ eigenlijk wel bestaat en een reactionaire beweging zou zijn. Vooral dat laatste is een toevoeging die kant noch wal raakt. Is Kruk gek geworden of kent hij het ‘klassieke conservatisme’ waarover hij praat onvoldoende om er zulke vergaande, afwijzende uitspraken over te doen?

Schermafbeelding van deel columnBestaat dat fatsoenlijke conservatisme wel?‘ van Marijn Kruk in NRC, 23 mei 2022,

Kruk deed in 2020 onderzoek naar de opkomst van radicaal-rechts in Europa bij opdrachtgever NIAS. Het lijkt er sterk op dat Kruk het ‘klassieke conservatisme’ bekijkt door de bril van de onderzoeker van radicaal- en ultra-rechts.

Kruk suggereert dat het ‘klassieke conservatisme’ niet meer bestaat en verwijst naar de VS. Maar Kruk verwart Trumpisme dat onder meer wordt uitgedragen door de activistische journalist Tucker Carlson met ‘klassiek conservatisme’. Kruk laat zich misleiden door de aandacht die Trumpistisch-rechts in de VS genereert en meent daaruit te kunnen concluderen dat het ‘klassieke conservatisme’ dood is. Hij heeft het mis omdat hij niet goed kijkt.

In een commentaar van december 2020 maakte ik een onderscheid tussen Trumpisme en conservatisme. Wat ik toen schreef is onverminderd van toepassing op Kruks bril:

Vanuit centrum-links perspectief hebben conservatieven onder meer verwerpelijke denkbeelden over medisch-ethische kwesties, belastingdruk en eigendom. Maar dat kan binnen de normale politieke kaders bestreden worden. De bestrijding van het Trumpisme is lastig omdat de aanhangers ervan tot een sekte behoren. Trumpisme is een godsdienst waar mensen zo worden opgejut met racistische en christelijke denkbeelden dat ze tegen hun eigenbelang in handelen.  Omdat religie niet om argumenten en verstand, maar om emotie en geloof draait is de normale politieke verstandhouding niet meer mogelijk. Dat is het verschil tussen Trumpisme en conservatisme.

In datzelfde commentaar verwees ik ook naar de voormalige Republikeinse strateeg Rick Wilson die een van de initiatiefnemers van The Lincoln Project is dat als doelstelling heeft om Donald Trump en zijn beweging te bestrijden. Zo zijn er talloze conservatieve Republikeinen die uit de GOP zijn gestapt en de felste critici van Trump en radicaal-rechts zijn:

Conservatieven als Rick Wilson behoorden in de campagne van 2020 tot de felste en best georganiseerde tegenstanders van Trump. Zonder hen had Biden waarschijnlijk niet gewonnen. Juist omdat ze beter dan progressieven wisten hoe ze Trump emotioneel, maar ook programmatisch konden raken en het gevaar van deze anti-democratische en autoritaire stroming voor een levensvatbare en weerbare democratie doorzien.

Denk aan Nicole Wallace, denk aan Steve Schmidt, denk aan Michael Steele, denk aan Michael Cohen, denk aan George Conway, denk aan David Frum, denk aan Jennifer Rubin die in de progressieve pers steevast wordt opgevoerd als ‘een conservatief die kritiek op Trump heeft’, denk aan het activistische The Bulwark waar het geluid van het klassieke conservatisme klinkt. Of de klassieke National Review die werd opgericht door de conservatief William Buckley. Er is in de VS een veelheid aan tijdschriften en denktanks dat zich laat leiden door een klassiek conservatieve houding en bewust afstand houdt tot radicaal-rechts.

De conclusie is duidelijk. Kruk verwart het pseudo-conservatisme van Trump of de radicaal-rechtse commentatoren van Fox News met het ‘klassieke conservatisme’. Hij kan weten dat types als Donald Trump en Thierry Baudet zich op enig moment in hun loopbaan op hun conservatieve overtuiging beriepen, zonder dat ze die hadden. Een objectieve waarnemer moet niet meegaan in de misleiding van een rechts-radicaal die zich presenteert als conservatief om het conservatisme te belasteren. Dat lijkt Kruk zich toe te lenen. Dat het conservatisme kritiek verdient en niet heilig is staat buiten kijf. Maar het is geen rechts-radicalisme.

In een commentaar van januari 2019 verwoordde ik de kritiek op Angelsaksisch alt-right dat het klassieke conservatisme gekaapt heeft zo:

De felste kritiek op de Amerikaanse Republican Party (ook GOP genoemd: Grand Old Party) en de Britse Conservative Party (ook Tories genoemd) komt opvallend genoeg niet van tegenstanders zoals de Democraten in de VS of de sociaal-democraten (Labour) in het VK. Maar van conservatieven die zich als de echte conservatieven profileren, zoals in de VS Max Boot, Bill Kristol, Joe Scarborough of George Will. Ze vrezen dat president Trump de GOP de vernieling in helpt en de partij blijvend vervreemdt van een hele, nieuwe generatie. In het VK zegt de centrum-rechtse Matthew d’Ancona over de Tories in een artikel in The Guardian: ‘Ik ben niet bekeerd. Mijn waarden zijn niet veranderd. Maar de conservatieve partij verandert in iets dat ik vreemd en afstotend vind. Zoals een galjoen als vlaggenschip, onder de waterlijn doorboord, vaart het koppig weg; het sleept de natie mee naar een storm van ongekende tegenspoed, gevaar en pijn.’

Het klassieke conservatisme is niet dood, maar naar de marge verdrongen. Wie het verwart met radicaal-rechts laat zich misleiden en trapt met open ogen in een opzichtige vermomming van rechts-radicalen en beschadigt daarmee de eigen geloofwaardigheid. Maar daarmee is het conservatisme nog niet uitgeteld. In kwantiteit is het afgenomen, maar in kwaliteit zeker niet. Het is denkbaar dat als de golf van het rechts-radicalisme door schandalen en niet ingeloste beloften die zich op blijven stapelen stokt het klassieke conservatisme weer aan kracht wint.

Een en ander heeft ook te maken met een cultuurverschil tussen een elite die het oude wil behouden en zich verschanst in het ‘klassieke conservatisme’ en degenen die zich proberen in te vechten en een nieuwe elite willen vormen zonder zich te bekommeren om mores, afspraken en politieke regels. Het klassieke conservatisme blijft Donald Trump als een parvenu zien die een politiek dwaallicht is.

Willem Treur legt ultra-rechtse omvolkingstheorie langs lat van satire

Satire is het beste middel om de leugens van ultra-rechts aan te pakken. Want als met feiten en argumenten de rechtse achterban niet meer bereikt wordt, dan is humor nog het enige middel. Zo lijkt het. Wie diep verscholen zit in rechts-radicale mentale bunkers vol leugens koestert de eigen bunkermentaliteit als kwaliteit om niet te veranderen.

In de ultra-rechtse bunkers blijft de complottheorie over omvolking populair. Die steeds weer opgepoetste complottheorie van Bat Ye’or, pseudoniem van Gisèle Littman, die claimt dat een witte, christelijke, conservatieve wereld vervangen wordt door moslims die naar Europa worden gehaald is al vele malen weerlegd. Maar weerlegging lijkt in rechtse kringen geen verschil te maken.

Omvolking is volgens complotdenkers het masterplan van progressieven die in een opmerkelijke eensgezindheid achter de schermen aan alle touwtjes zouden trekken.

De paradox is echter dat niet vermeende manipulatoren als George Soros, maar de complotdenkers Europa willen verzwakken. Dat geven deze complotdenkers niet publiekelijk toe. Ze claimen het volk te versterken, maar doen dat door aan te haken bij de vijanden van dat volk die de landen waar dat volk woont willen verzwakken. Hoe ongerijmd kan de leugen zijn?

Omvolkingstheorie over Europa is onzin. Het is een verdienmodel en een cliché achtige stijlfiguur van ultra-rechtse opinieleiders om de eigen achterban te misleiden en aan zich te binden. Zonder nadenken of origineel te hoeven zijn trekken deze opinieleiders in een automatisme telkens deze clichés uit de kast. Zodat deze opinieleiders meer macht naar zich toe kunnen trekken. Het is eerder platte machtsuitoefening en marketing, dan een welgemeende analyse van een politieke of demografische ontwikkeling.

Statistieken van het CBS zeggen dat het aandeel moslims dat de islam aanhangt in Nederland al sinds 2010 stabiel is: 5% van de bevolking. Er vindt nog steeds immigratie van moslims naar Nederland plaats, maar tegelijkertijd ontwikkelt een groot deel van de in Nederland wonende moslims zich zoals alle Nederlanders: ze emanciperen en nemen afstand van het geloof.

TPO’er Willem Treur is in een tweet van 15 mei 2022 positief over een tweet van Sander Schimmelpenninck die kritisch is op de ruimte die complotdenkers als Filip Dewinter en Raisa Blommestijn in de publieke opinie krijgen zonder dat ze worden tegengesproken. Hoe gevaarlijk dat is blijkt uit de recente moord van de 18-jarige Payton Gendron op 10 Afro-Amerikanen in een zwarte buurt in Buffalo.

Tweet van Willem Treur, 15 mei 2022.

In de VS hebben ultra-rechtse politici als Elise Stefanik en radicaal-rechtse omroepen als Fox News deze racistische moord jarenlang helpen voorbereiden door hun omarming van complottheorieën. Dat maakt zo’n moord sociaal acceptabel voor degenen die meegaan in zo’n complottheorie. In Nederland zijn politici als Thierry Baudet en de beginnende omroep Ongehoord Nederland minder invloedrijk, maar toch kunnen ze zonder veel tegenspraak doorgaan met het verspreiden van complottheorieën. Ook over omvolking. Dat is niet ongevaarlijk. De kans op een massamoord uit de ultra-rechtse achterban wordt er groter door.

Wat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ultra-rechtse opinieleiders in de publieke opinie zonder tegenspraak ruimte te geven om de democratie, de rechtstaat en de waarheid aan te vallen? Wat als ook satire niet helpt tegen dit beschamende en beschadigende radicalisme van ultra-rechtse opinieleiders?

Op welk moment dient een democratie op te treden tegen vijanden als de weerbaarheid ervan ondermijnd wordt? In de VS lijkt dat moment genaderd. In Nederland gebeurt alles later, maar de garantie dat hier de complottheorieën van ultra-rechtse opinieleiders niet tot een massamoord zullen leiden bestaat niet. Nauwlettendheid van ultra-rechts is geboden. Hun complottheorieën zijn niet vrijblijvend.

Het is niet uitzonderlijk dat Bijbel en christendom iemand niet interesseren

Schermafbeelding van TikTokI Don’t Care What The Bible Says‘ van Ana Kasparian voor The Young Turks.


Is het een krachtige uitspraak om te zeggen dat het iemand totaal niet interesseert wat de Bijbel zegt of dat iemand een christen is? Mmmm, dat valt wel mee. Het tekent het gepolariseerde Amerikaanse debat dat iemand zich dat afvraagt. Het is toch tamelijk normaal om een heilig boek van gelovigen en het christendom niet interessant te vinden?

Ook mij interesseert het niet wat de Bijbel zegt. Eerlijk gezegd vind ik het niet interessanter dan andere fictie. Maar ik verdedig uiteraard het recht van christenen om hun geloof in vrijheid te belijden en zelf hun Bijbel interessant te vinden. Dat is hun goed recht.

Als godsdiensten andersdenkenden hun wil op willen leggen, dan gaat het fout. Want dezelfde vrijheid die christenen hebben om hun geloof te belijden geldt ook voor degenen die het christelijk geloof niet willen belijden. Als christenen anderen niet de vrijheid gunnen die zij hebben, dan zit er iets scheef.

In het Amerikaanse Hooggerechtshof hebben rechts-radicale christelijke rechters de meerderheid. Dat is niet alleen een onjuiste representatie van de verhoudingen in de samenleving, maar ook een geradicaliseerde overtuiging die deze juristen andersdenkenden tegen hun wil opleggen. Zelfs als dat tegen de grondwet ingaat.

In de kwestie van abortus laat zich de fundamentele zwakte van godsdienst kennen. Het probeert andersdenkenden te domineren en zelfs te annexeren in een eigen wereldbeeld. Tegen hun wil. Dat is het misverstand en de corruptie van het christendom. Dat komt hier niet uit als ruimhartig en universeel, maar als kleinzielig en geborneerd.

In het secularisme zijn bestuurders de poortwachters die de vrijheid van godsdienst garanderen. Als ze zich tot deelnemer maken, zoals vijf Amerikaanse rechters van het Hooggerechtshof doen, dan vergeten ze hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Ze kiezen voor partijpolitiek gewin.

De Bijbel of het christendom zijn niet interessant, maar worden interessant als het als religieus wapen in de politieke strijd wordt aangewend. Dat gaat niet zozeer over de Bijbel, maar over rechters en radicaal-rechtse politici die de Bijbel misbruiken en voor hun karretje spannen.

Kerkleiders van christelijke kerken zouden de corruptie van hun heilige boek en godsdienst publiekelijk moeten afwijzen. Maar dat doen ze niet. Ook zij gaan voor politiek gewin. Dat is de zwakte van de kerkleiding.

Bijbel en christendom komen zo in het spervuur van het publieke debat terecht en zijn de eigenlijke verliezers. Maar dat interesseert de radicaal-rechtse rechters niet. Ze leveren hun professionalisme en integriteit in voor politieke invloed die een hele samenleving gijzelt.

Maurice van Ulden is verdwaald in de petitie ‘Stop de Nederlandse inmenging in de Oekraïne’

Schermafbeelding van petitieStop de Nederlandse inmenging in de Oekraïne‘ van Maurice van Ulden

Radicaal-rechts heeft het moeilijk sinds de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne en de grootschalige schendingen van de mensenrechten door het Russische leger. Het kan niet volmondig de invasie goedkeuren omdat hiervoor geen publieke steun bestaat en men zich met zo’n standpunt in een uitzonderingssituatie plaatst.

Het enige dat radicaal-rechts resteert over de Russisch-Oekraiense oorlog is het verspreiden van mist. Dus benevelen, verbloemen en om de kern heen praten. De rechtse activist Maurice van Ulden probeert het in de petitieStop de Nederlandse inmenging in de Oekraïne‘, maar dat gaat hem slecht af.

Hij verraadt zich door te praten over ‘de Oekraïne‘, alsof het geen land is, maar een streek. Daarin volgt Van Ulden de talking points van het Kremlin dat Oekraïne niet als soeverein land wil zien, zodat het Oekraïne met de eigen artillerie terug naar de prehistorie kan schieten.

Van Ulden is in radicaal-rechts vaarwater terechtgekomen en noemt zich tegenwoordig ‘journalist’. In een filmpje van het rabiaat rechtse Blue Tiger Studio is hij te gast om over de krant ‘Hoe Nu Verder?‘ te praten waar hij een van de initiatiefnemers van is. Deze krant is een variant van ‘De Andere Krant‘. Maar hij lijkt eerder een conservatief dan een rechts-radicaal.

Men kan zich alleen maar afvragen hoe Van Ulden hier is terechtgekomen. Hij lijkt door zijn vriendelijke uitstraling en niet al te dolle uitspraken geen geharnaste radicaal en verdwaald te zijn geraakt in deze radicaal-rechtse omgeving vol beroepsactivisten die in hun radicalisme en verbetenheid een verdienmodel en carrière hebben gevonden.

Maar zijn argumenten in de petitie rammelen. Van Ulden zegt dat het ‘niet onlogisch‘ is dat de Russische Federatie wil dat Oekraïne zich ‘niet aansluit bij de EU en de NAVO‘. Hij probeert die stelling te onderbouwen door te stellen dat de ‘VS zouden nooit Russische militaire aanwezigheid aan hun grens dulden‘. Dat is een valse vergelijking. Ten eerste gaat de EU niet om militaire aanwezigheid en ten tweede is een soeverein Oekraïne dat kiest voor aansluiting bij de NAVO geen VS aan de grenzen van de Russische Federatie.

Hetzelfde geldt voor de Baltische landen die lid zijn van de NAVO en waar tot voor het toenemen van de Russische troepenopbouw aan de grens van de EU in 2021 nauwelijks NAVO-troepen gelegerd waren. Die zijn er uit zelfverdediging pas gekomen na toename van de Russische agressie.

Van Ulden keert het om als hij zegt dat de Nederlandse regering zich tegen de Russische Federatie heeft gekeerd. Het is andersom. Door de invasie van Oekraïne met een krijgsmacht van zo’n 200.000 militairen heeft de regering van de Russische Federatie zich tegen internationale verdragen die het zelf heeft ondertekend (Helsinki 1975, Boedapest Memorandum 1994), de internationale rechtsorde en de veiligheidssituatie van de EU gekeerd. En kan men toevoegen, tegen het gezond verstand.

De Oekraïense regering en president Zelensky vinden trouwens dat de NAVO te terughoudend is in het ondersteunen van Oekraïne. Ook Nederland was tot voor kort terughoudend in het sturen van militair materiaal naar Oekraïne en ging daar pas toe over na de Russische invasie en het grootschalig gebruik van geweld tegen de burgerbevolking dat in strijd is met het internationaal recht.

Russische belangen worden in de eerste plaats behartigd door de Russische president en regering. Die hebben door de invasie waar Oekraïne niet om heeft gevraagd hun eigen glazen ingegooid. Van Ulden vraagt begrip voor de invasie, maar kan uit de data van het slagveld concluderen dat het niet Nederland, maar Poetin is die het belang van de Russische Federatie en haar inwoners beschadigt.

Hoe kan Maurice van Ulden in ernst beweren dat Nederland begrip moet hebben voor het belang van de Russische Federatie dat Poetin zelf beschadigt?

Maurice van Ulden is een soort Kuifje in Afrika. Hij is verdwaald op een vreemd continent waar hij niet thuishoort. Hij mag in de hoop op een doorstart van zijn carrière aanschuiven bij de grote jongens van radicaal-rechts die een karikatuur van de werkelijkheid maken. Denkt hij nou echt dat het publiek op wie hij zich richt achterlijk is en in zijn voorstelling van zaken trapt?

Net als Kuifje noemt Van Ulden zich een journalist zonder dat te zijn. Door zijn schuchtere opstelling schemert door dat hij zelf niet gelooft wat hij zegt, maar dat hij het alleen maar zegt omdat anderen dat van hem willen horen. Van Ulden heeft verkeerde vrienden. Hij is een tragische figuur in wie de worsteling om een eigen identiteit en beroepsprofiel te ontwikkelen zichtbaar is.

Franse regering opent aanval op woke-isme. Pleidooi voor het centrum. Tijd voor een Bataafs laboratorium?

Schermafbeelding van deel artikelFrench education minister’s anti-woke mission‘ op Politico, 19 oktober 2021.

Actie roept reactie op. In de politiek bestaat het besef bij middenpartijen dat het woke-gedachtengoed uit de VS radicaal-rechts in de kaart speelt. Woke is begonnen als een billijk pleidooi voor meer bewustzijn en minder onrecht, maar is gekaapt door een radicale minderheid en veranderd in een afrekencultuur die leidt tot apartheid en fragmentatie. De beperkte opvatting van het begrip diversiteit wordt als breekijzer gebruikt voor selectieve identiteitspolitiek.

Een deel van de zwijgende meerderheid wordt door de actie van radicaal-links naar radicaal-rechts gejaagd dat zich er publiekelijk het duidelijkst tegen uitspreekt. Daarom is het in het belang van Europese middenpartijen om het woke-gedachtengoed de pas af te snijden om radicaal-rechts niet in de kaart te spelen en zichzelf electoraal te redden. Het gevolg is dat er een dunne lijn ontstaat tussen centrum-rechts en radicaal-rechts waar radicaal-links vervolgens weer tegen ageert zonder te beseffen of toe te willen geven dat het zelf dat proces in gang heeft gezet.

In de VS heeft de Democratische partij zich grotendeels vervreemd van de gewone kiezer. Dat Joe Biden in 2020 president werd had hij te danken aan twee aspecten: zijn gematigde opstelling en de afkeer bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken van Trump. Ze bleven thuis zodat Biden met klein verschil enkele beslissende swingstates kon winnen omdat de Republikeinen Trump afwezen of op Biden stemden. Buiten een progressieve kern ontbreekt de liefde voor de Democratische partij die radicaler is dan Biden en zich onverdraagzaam en uit de hoogte gedraagt tegenover de kiezer.

Overigens is in 2024 de beste hoop voor Biden een herhaling van 2020: de strijd tegen Trump. Wie er dan wint hangt af van het antwoord op de vraag welke partij het meest gehavend uit die strijd komt. Want dat beide grote partijen aan geloofwaardigheid en samenhang inleveren is ontegenzeggelijk.

In Frankrijks is Jean-Michel Blanquer de minister van Nationaal Onderwijs en Jeugd. Hij is lid van president Emmanuel Macrons middenpartij LREM. Hij heeft er sinds kort een taak bij als coördinator van Le Laboratoire de la République dat zichzelf presenteert als ‘Club (of plek) van reflectie en actie ten gunste van de Republiek’. Tweets verschijnen sinds 13 oktober 2021 en zien er zo uit:

Tweet van Le Laboratoire de la République, 13 oktober 2021.

Er staat: ‘Deze woke/ anti-woke-kloof mag niet generationeel worden. @NatachaQS en @Valent1Pierre zullen de Jeugdcommissie van dit Laboratorium van de Republiek coördineren’.

Het ‘Labo’ is tegelijk publiciteitsmachine, denktank en campagnemiddel dat is bedoeld om het initiatief terug naar Macrons partij te brengen en niet gesandwicht te worden tussen de partijpolitieke waarheden over migratie, COVID-19, rechtsstaat en EU van radicaal- en nationalistisch-rechts en de culturele, metapolitieke waarheden van radicaal-links dat zoveel invloed heeft op universiteiten, media en in de intellectuele wereld. Blanquers beseft dat dit mede speelt op het niveau van ideeën als hij zegt dat het Republikeins laboratorium ‘verder gaat dan partijpolitiek’.

Een artikel van 19 oktober 2021 in Politico schetst dit Republikeinse laboratorium en verbindt het met de Franse versie van het secularisme. Aanleiding zijn uitingen van Blanquer zoals: ‘De Republiek is volledig in strijd met het woke-isme’. Die verwijzing lijkt vergezocht, maar wordt door Politico verklaard: ‘Voor een groot deel van het politieke establishment overstijgt het Franse secularisme – laïcité – ras, geslacht en religie en is het echt egalitair. Voor zijn critici bevordert datzelfde secularisme een wit en christelijk ideaal dat discriminatie van minderheden in stand houdt’.

Er lijkt een gat te zitten tussen het woke-isme dat vooral aan Amerikaanse. maar ook West-Europese universiteiten leidt tot (zelf)censuur en een reductie van onderzoek en waarheidsvinding die haaks staat op een open academische geesteshouding en de Frans-Republikeinse versie van het secularisme dat niet zo neutraal en kleurenblind is als het zelf suggereert. Ofschoon president Macron Frankrijk probeert te moderniseren, maar het land dat in de kern behoudend is tot nu toe slecht meekrijgt.

Mogelijk is het streven van het Republikeins laboratorium niet puur oprecht en vooral een stunt om het kiezersvolk bij de les te houden. Toch getuigt het van lef om het woke-isme waar radicaal-links en radicaal-rechts zo van profiteren frontaal aan te vallen. Het tekent de noodzaak voor middenpartijen om in actie te komen. Ze moeten veranderen om hetzelfde te blijven.

In Nederland zou een taak weggelegd zijn voor met name D66 en VVD om de tolerantie weer centraal te zetten in het publieke debat over diversiteit, academische vrijheid, complotdenken en culturele waarden. Het is de strijd om de geest. Het verhaal over identiteit legt een culturele basis onder de samenleving en kan door de politiek niet genegeerd worden. Een niet-partijpolitieke projectminister zou in het komende kabinet op het snijvlak van onderwijs, jeugd, emancipatie en media daarmee belast kunnen worden. In een Bataafs laboratorium.

Kamervragen ‘De berichtgeving inzake Facebook’ van Wybren van Haga zijn een teken van een zwakke parlementaire cultuur. Hij presenteert leugens als feit

Schermafbeelding van deel artikelSocial mediagiganten zijn vaak politiek gekleurd en beïnvloeden de publieke opinie‘ op BVNL, waarschijnlijk 5 oktober 2021.

Kamerlid Wybren van Haga (Belang van Nederland) onderbouwt nergens zijn claim ‘Social mediagiganten beïnvloeden willens en wetens het politieke proces en lijken daarbij een sterke voorkeur te hebben voor de zittende elite en linkse propaganda‘ die hij op de site van zijn partij plaatst. Dat kan ook niet, want het is een verzinsel dat aan zijn fantasie is ontsproten.

Deze observatie is in strijd met wat Facebook-klokkenluider Frances Haugen in haar getuigenis voor de Senaat zegt, namelijk dat Facebook na de verkiezingen van november 2020 de maatregelen om desinformatie te blokkeren weer om economische redenen uitschakelde. 

Uit alle onderzoeken van de afgelopen jaren volgt ondubbelzinnig dat veruit de meeste desinformatie over COVID-19, de verkiezingen van november 2020 (‘The Big Lie‘) en andere aspecten over de Amerikaanse politiek van radicaal-rechtse kant komt. 

Anders gezegd, het weer toelaten door Facebook van desinformatie vanaf november 2020 maakt duidelijk dat Facebook geen linkse, maar een rechtse voorkeur heeft. 

Facebook ging na de verkiezingen van 2020 weer terug naar ‘normaal’, ofwel het steunen van radicaal-rechts dat zich nu eenmaal sterker dan links manifesteert op Facebook. 

Vraag 5 van kamervragen 2021Z17139 van Wybren van Haga (BVNL), 5 oktober 2021.


In kamervragen 2021Z17139 (‘De berichtgeving inzake Facebook‘) van 5 oktober 2021 waar overigens bovenstaande passage over die linkse voorkeur ontbreekt zegt Van Haga bij vraag 5 het volgende: ‘Deelt u de mening dat als de klokkenluider gelijk heeft, Facebook willens en wetens heeft bijgedragen aan het optimaal beschadigen van president Trump en daarmee dus de publieke opinie actief heeft beïnvloed? Kunt u uw antwoord toelichten?

Haugen beweert echter nergens dat Facebook heeft bijgedragen aan het beschadigen van Trump. Van Haga legt haar iets in de mond wat ze niet beweert. Dit zuigt hij uit zijn duim.

Van Haga combineert het feit dat de social mediagiganten een politieke rol hebben met zijn politieke overtuiging dat rechts daarvan het slachtoffer is. Wat Wybren van Haga beoogt is duidelijk. Hij combineert een deel waarheid (Facebook speelt een politieke rol) met een deel fantasie (Facebook heeft sterke voorkeur voor links) en maakt dat tot een brouwsel vol desinformatie.

Zonder Facebook was Trump nooit president geworden. Daarover bestaat brede overeenstemming. Trump kon alleen winnen via Facebook dat hem advertenties verkocht. Met medewerking van het bedrijf Cambridge Analytica en de rechtse miljardair Robert Mercer werkte Facebook in 2016 op illegale wijze mee aan het opbouwen van Trumps achterban via microtargeting. Zonder medewerking van Facebook had Trump nooit in die mate zijn achterban kunnen bereiken en Hillary Clinton met in totaal slechts 70.000 stemmen kunnen verslaan in drie swingstates.

Het zijn dus de Amerikaanse techgiganten die Trump tot president hebben helpen maken. Uit de gebeurtenissen sinds 2016 blijkt dat ze een sterke voorkeur voor rechts hebben. Het draait om big money van rechtse sponsors als Koch, Adelson, Mercer, Uihlein, Griffin en vele andere Republikeinen die investeerden in Trump.

Van Haga weet als gelouterd politicus wat de feiten zijn. Van Haga liegt als hij ontkent dat Facebook een sterke voorkeur voor rechts heeft. Het past in zijn straatje om radicaal-rechts als slachtoffer af te schilderen.

Uit zijn politieke mening laat Van Haga feiten volgen. Wat hij hiermee wil bereiken is duidelijk, namelijk het aanspreken van zijn basis om te scoren en electorale steun op te bouwen. Het interesseert hem niet of hij liegt en betrapt wordt, wel dat hij aantrekkelijk voor zijn achterban is.  

In de concurrentie met de radicaal-rechtse partijen PVV, FvD, JA21, SGP en BBB die koortsachtig de publiciteit bespelen om gehoord te worden is Van Haga blijkbaar gedwongen om zijn fantasie te gebruiken. Dat zegt vooral iets over het opportunisme van Van Haga en de meerwaarde die hij heeft voor de Nederlandse politiek. Die meerwaarde is negatief. 

Het is een teken aan de wand voor het lage niveau van de Nederlandse parlementaire cultuur dat in kamervragen van Van Haga leugens als feiten worden gepresenteerd. Het is gewenst dat de Tweede Kamer bij zichzelf te rade gaat en tot het besef komt waar het mee bezig is. Van Haga zou tot de orde geroepen dienen te worden door zijn collega’s. Hij is (jammergenoeg niet als enig kamerlid) onder het niveau gezakt dat nog aanvaardbaar is voor een geloofwaardige en doeltreffende Tweede Kamer. 

In het spiegelpaleis van de politiek miskennen velen hun eigen rol

AfficheHinab mit dem Geschmeiß! Wählt Kommunisten!‘(Weg met het tuig! Kies Communisten!) van de KPD, 1924.

I. Dat het enerzijds-anderzijds denken als pose en begrip een gat in de markt is valt af te lezen aan een rechtse site die de eigen overtuiging als redelijk en neutraal probeert te presenteren. Bij nader inzien is het een alledaagse radicaal-rechtse site die niet redelijk en neutraal is en via een gematigde overtuiging verschillen wil overbruggen. Opzet is het presenteren van meningen die haaks staan op democratie en rechtsstaat.

Waarschijnlijk vinden deze rechts-radicalen het niet chique om open en bloot voor de eigen overtuiging uit te komen en moet de lezer misleid worden door een gematigde verpakking. Ook kan het een manier zijn om gematigde kiezers onder valse voorwendsels in het eigen kamp te trekken.

Het is een oude truc uit communistische hoek. De communisten zetten ooit mantelorganisaties op die een zogenaamde onafhankelijke organisatiestructuur hadden, maar in werkelijkheid een verlengstuk van de communistische partij waren. Alleen waren degenen die lid van zo’n mantelorganisatie daarvan niet op de hoogte.

Zo begrijpen linkse maatschappijcritici die niet alleen het regeringsbeleid afkraken inzake de bestrijding van de pandemie, de armoedebestrijding of de inkomensongelijkheid, maar verdergaan door de democratie ter discussie te stellen, onvoldoende dat ze zich hiermee onbewust tot lid verklaren van een mantelorganisatie. In dit geval niet de communistische, maar de ultra-rechtse partij die de oorlog heeft verklaard aan de democratie die het omver wil werpen om te vervangen door een autoritaire staat. Zeg maar, het Weimar-scenario.

Het is het cynisme van goedwillende linkse maatschappijcritici die zichzelf beschouwen als redelijk en evenwichtig, maar het omgekeerde bereiken van wat ze beogen. Want ze steunen indirect een partij waarbij de linkse ‘onderwerpen’ in slechte handen zijn.

II. Hiermee is niet gezegd dat links geen kritiek kan hebben op het regeringsbeleid. Integendeel. Het is juist de taak van links om de status quo en het beleid ter discussie te stellen met de intentie om het te willen veranderen. Want er valt nog zoveel te verbeteren. Leidraad daarbij zijn ideeën over grondrechten, gelijkheid en solidariteit die nog immer universele waarde hebben.

Het gaat pas mis als linkse critici hun kritiek niet onlosmakelijk combineren met een pleidooi voor een weerbare democratie, maar zich door de ultra-rechtse retoriek mee laten voeren in een cynische houding jegens de democratie of het standpunt dat er verschillende waarheden naast elkaar bestaan. Zodat niets meer door allen getoetst en gedragen kan worden.

Vermoedelijk is dat het verschil tussen radicaal-links en gematigd-links. De eersten stoppen niet bij de kritiek op het beleid, maar willen een systeemverandering. De laatsten, ouderwets gezegd, de revisionisten, stoppen wel bij de kritiek op het beleid en steunen onbetwistbaar de democratie.

III. Zo ontstaat het beeld van het hoefijzer. Daar gaan radicaal-links en radicaal-rechts in elkaar over. Zoals bij een magneet is het de vraag wie nou wie aantrekt. Hoofdzaak voor beide soorten radicalen is een systeemverandering die op een niet gelijklopende manier samengaat met sociaal-culturele aspecten over identiteit en nationaliteit. Want waar het rechts voornamelijk is te doen om de culturele onderwerpen als afleiding te gebruiken, meent links het serieus als emancipatiedoel. De wijziging van het ‘gewone’ beleid wordt bij bede groepen radicalen echter ondergeschikt.

IV. Dat is via een omweg precies waar het de zittende macht van gematigd-rechts om te doen is, namelijk het afzwakken van sociaal-economisch beleid over belastingontwijking, eigendomsverhouding en armoedebestrijding. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven dat ook de status quo wil handhaven. Toegespitst op de Nederlandse politiek maakt dat vanuit het perspectief van gematigd-rechts (VVD en CDA) duidelijk waarom het aan gematigd-links (PvdA en GL) geen grote rol in een volgend kabinet wil toebedelen.

Op het niveau van de praktische politiek steunen radicaal-links én radicaal-rechts op hun ongelijksoortige manier de afwaardering van de sociaal-economische onderwerpen waarmee ze gematigd-rechts in de kaart spelen omdat dit nou precies het hoofddoel van gematigd-rechts is. Namelijk het handhaven van de status quo, inclusief eigendomsverhoudingen. Gematigd-links is daarop de uitzondering, mits het zich niet teveel af laat leiden door de sociaal-culturele onderwerpen over identiteit, integratie en nationaliteit.

V. Dus? Iedereen moet beseffen dat hij of zij voor het karretje van een ander kan worden gespannen zonder dat door te hebben. Of op een politiek-filosofisch niveau zelfs zonder door te kunnen hebben.

Beleidskritiek van links werkt averechts als het niet direct verbonden is aan de verklaring om democratie en rechtsstaat te ondersteunen. Ook radicaal-rechts laat zich in de luren leggen door de zittende macht van gematigd-rechts als het zegt te opteren voor de omverwerping van de democratie, maar in werkelijkheid de meeste energie steekt in culturele onderwerpen die niet meer dan een nevenattractie zijn van een politiek waarvan het doel het zaaien van verwarring is en het onzichtbaar maken van verschillen. Een spiegelpaleis waarin velen niet alleen de weg kwijt zijn, maar evenmin beseffen wat hun eigen positie is.

Plasterk voegt zich met Telegraaf-column in rechtse hetze tegen D66 en Sigrid Kaag

Schermafbeelding van deel artikelOud-PvdA-minister Ronald Plasterk wil dat Sigrid Kaag aftreedt: ‘Zo iemand kan je in een kabinetsteam niet hebben’ van Michael van der Galien op DDS, 3 juli 2021.

Oud-minister Ronald Plasterk heeft een Telegraaf-column en moet daar noodgedwongen rechtse praatjes bezigen. Of hoofdredacteur Paul Jansen hem dat oplegt of dat Plasterk daar door zelfcensuur of zelfverloochening toe komt is van ondergeschikt belang. Het resultaat is hetzelfde.

Plasterk plooit zich als een lichte vrouw die zich verkoopt. Het is triest om te zien. De sociaal-democraat schept verwarring en is populair bij PVV- en Forum-sympathisanten.

Het is veelzeggend dat een sociaal-democraat van overtuiging die binnen zijn partij niet relevant meer is zijn overtuiging verkoopt aan de meest biedende. Of in dit geval waarschijnlijk, de enig biedende. Maar Plasterk heeft het recht om de weg van de minste weerstand te volgen. Een weg die bij anderen veel weerstand oproept.

Met terugwerkende kracht worden zijn ministerschappen in Balkenende IV en Rutte II er niet geloofwaardiger op. Ook toen al zocht hij opvallend de publiciteit. Bijvoorbeeld door foto’s te maken van degenen die hem in zijn werkkamer als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezochten. Dat deelde hij weer breed in de publiciteit.

Zijn laatste column in De Telegraaf is een bescheiden hit op radicaal-rechtse sites, zoals DDS. Ik reageerde daar bij bovenstaand artikel: ‘Plasterk is een fossiel die zichzelf tot leven probeert te wekken. Hij zoekt de rechtse echokamer op om zichzelf te laten horen. Plasterk toont aan hoe iemand van overtuiging kan veranderen. Hij neemt de kleur van zijn omgeving aan en verliest in dat proces zichzelf. Ik kan me niet voorstellen dat verstandige Telegraaf-lezers die hang naar aandacht van Plasterk niet doorzien. Als hem een kabinetspost in Rutte IV zou worden aangeboden, dan verschiet hij in een nacht weer van kleur.

De column van Plasterk past in de continue oorlog die de Telegraaf tegen D66 en Sigrid Kaag voert. Is D66 immers niet de aartsvijand van de PVV? De Telegraaf probeert nog steeds het foute beeld te vormen dat de progressieve centrumpartij D66 met stevige rechtse sociaal-economische programmapunten een linkse partij is.

Plasterks column staat achter een betaalmuur, maar er valt te lezen dat het als volgt begint: ‘Het VPRO-programma Sigrid Kaag van Beiroet tot Binnenhof is een mooie boel geworden. Om te beginnen is het politiek kluitjesvoetbal. Het programma is gemaakt door de VPRO, die wordt geleid door een oud-campagneleider van D66. Er is in overleg met de publieke omroep (die onder leiding staat van een D66’er) een tijdstip gekozen soort voor de verkenningen om maximale electorale impact te hebben (…). De film is mede gefinancierd door het Nederlands Filmfonds (voorzitter was Thom de Graaf), en kreeg, zo meldt journaliste Kim van Keken, een extra subsidie van minister Van Engelshoven (D66).

Dit is stemmingmakerij door associatie van Plasterk. Het feit dat leden van D66 hierbij betrokken zijn wil nog niet zeggen dat ze verkeerd gehandeld hebben. Maar dat suggereert Plasterk wel. Thom de Graaf was overigens nooit voorzitter van het Nederlands Filmfonds, maar voorzitter van de Raad van Toezicht van die organisatie. In die functie is hij opgevolgd door het voormalige VVD-kamerlid Laetitia Griffith. In Nederland Polderland rouleren dit soort functies tussen leden van de grootste partijen. Dat is de PvdA al sinds 2017 niet meer.

DDS gaat in de overdrive als het onder verwijzing naar de VPRO-documentaire waarover kamervragen door de PVV waren gesteld suggereert dat minister ‘Kaag haar collega-minister Arie Slob (ChristenUnie) hier gewoon keihard over heeft laten liegen‘. Het valt trouwens op hoe Plasterk in zijn column delen van de kamervragen van PVV’er Martin Bosma overneemt. En DDS vervolgt: ‘Slob antwoordde daarop dat – zo werd hem dat verteld door de VPRO – er geen contact was geweest tussen de documentairemakers en D66, niet over de precieze inhoud van de docu, tenminste’.

De crux waarop Plasterks column leunt is dat minister Kaag haar collega-minster Slob informatie heeft onthouden waardoor hij de kamervragen van de PVV verkeerd heeft beantwoord. Dat laatste is juist en valt de VPRO te verwijten die Slob verkeerd heeft geïnformeerd zodat hij op zijn beurt de kamer verkeerd informeerde. Daar staat Kaag buiten. Dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden die Plasterk op een hoop gooit. En stel dat Kaag Slob die op een ander ministerie werkt hierover wel had geïnformeerd, dan was de reactie van De Telegraaf voorspelbaar geweest. Namelijk dat Kaag Slob heimelijk probeerde te beïnvloeden. Het is immers nooit goed wat de Telegraaf over D66 meldt.

Dat er foute kantjes zitten aan de productie van de VPRO-documentaire over Kaag is duidelijk. De makers zijn door D66 en Buitenlandse Zaken onder druk gezet om de film aan te passen. Dat is ontoelaatbaar en hoort niet in een werkende democratie thuis.

Er moet wetgeving komen om de verderfelijke invloed van voorlichters en communicatie-experts bij ministeries en gemeenten op de journalistiek en de kunst terug te dringen. Hun macht is veel te groot geworden. Ze perken de persvrijheid en de vrijheid van expressie in.

Omdat nog niet alle feiten bekend zijn, dient deze kwestie tot op de bodem uitgezocht te worden en openbaar gemaakt te worden. De losse flodders voor de boeg van De Telegraaf en Roland Plasterk hebben geen enkele betekenis om deze kwestie zorgvuldig in kaart te brengen en het achterliggende probleem van politieke druk op media en kunst structureel op te lossen.