George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Radicaal-rechts

AD bedrijft ondermaatse journalistiek met artikel over Baudet en FvD dat de strekking heeft ‘Dit is gewoon een hele leuke club’

with one comment

Het lezen van het artikelEen jaar in het spoor van de leider van Forum’ van Tobias den Hartog in het AD brengt me tot de overpeinzing wat hier is misgegaan. Want naar mijn idee ontspoort dit artikel grandioos. Is het naïviteit, gebrek aan politiek en historisch inzicht, een foute bedrijfscultuur van het AD, angst voor het ‘volk’ of een verkeerde opvatting van wat journalistiek is die de journalist tot zo’n stuk brengt? Ik kan er niet anders dan een flinterdun, misplaatst stuk in zien. Dit had nooit in deze vorm gepubliceerd mogen worden. Hoofdpersoon Thierry Baudet komt er als leider van ‘een hele leuke club’ uit. Tobias den Hartog bedrijft hier reclame voor Forum voor Democratie. Heeft het AD zich bekeerd tot het gedachtegoed van radicaal-rechts?

Waarom heeft hoofdredacteur Hans Nijenhuis dit artikel laten passeren? Hij publiceerde vandaag een commentaar waarin hij naar aanleiding van de aanslag op Charlie Hebdo vijf jaar geleden kritisch is op trollen en twijfelzaaiers: ‘Het is goed dat we vandaag herdenken en eren, maar voor een goede informatievoorziening vormen trollen en twijfelzaaiers een grotere bedreiging dan terroristen’. Jazeker, die bestrijding is nodig, maar kan het best met het bedrijven van goede onderzoeksjournalistiek die verder gaat dan aanhaken bij het populisme, klikaas en aandacht voor vederlichte onderwerpen. Voor goede informatievoorziening is goede journalistiek nodig. Dat is het beste antwoord op Russische trolfabrieken of desinformatie in het algemeen. Het is de vraag of het AD met zo’n artikel van Den Hartog in voldoende mate in goede journalistiek voorziet. Zijn artikel wijst op het tegendeel omdat het onvoldoende naar de ideeën kijkt en in oppervlakkigheid blijft hangen. Een hoofdredactioneel commentaar dat strijdig is met het eigen medium is tamelijk potsierlijk. Zo wordt het AD deel van partijpropaganda. Mijn reactie bij Den Hartogs artikel op de FB-pagina van het AD:

‘Dit is op z’n best oppervlakkige en op z’n slechtst naïeve journalistiek. Baudet moet aangesproken worden op zijn ideeën en niet op zijn emoties of trivialiteiten. Het AD verzaakt ernstig haar taak als ze dat niet doet. Heeft dat ermee te maken dat de meeste journalisten geen specialistische academische vorming hebben genoten, maar op zijn best handige generalisten zijn? Tobias den Hartog maakt van een bijzaak hoofdzaak, en vergeet de hoofdzaak. Dat is onvoldoende om door het harnas van doorgewinterde politici te breken en tot een goede analyse te komen. De afweging bij dit kaliber middelmatige journalisten is, dat geen berichtgeving beter is dan deze ondermaatse berichtgeving die politici op oneigenlijke gronden legitimeert. Wat het AD hier doet. Het begin van begrip is om Baudet historisch te plaatsen en in de traditie te zetten waar hij het beste in past: het fascisme. Dat perspectief of die poging tot een passende duiding ontbreekt hier volledig. Deze journalist heeft geen ambitie om na te denken en beseft zijn verantwoordelijkheid niet. De AD dat in een hoofdredactioneel commentaar de mond vol heeft van trollen en twijfelzaaiers beseft niet dat het zelf met dit soort gelegenheidsstukjes die niet meer dan bladvulling zijn zelf actief meewerkt aan het zaaien van twijfel. Dieptepunt, AD. Met dit soort pseudo-journalistiek verspeelt het elke geloofwaardigheid. En dat geldt ook voor de hoofdredacteur.’

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelEen jaar in het spoor van Thierry Baudet’ van Tobias den Hartog in het AD, 7 januari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van bericht ‘Een jaar in het spoor van Thierry Baudet’ op de FB-pagina van het AD met als aankeiler ‘Dit is gewoon een hele leuke club’, 7 januari 2020.

Written by George Knight

7 januari 2020 at 13:01

Rol van media bij opkomst van rechts-radicale politici als Trump, McCarthy of Baudet wordt onvoldoende beseft door journalisten

with one comment

Vanavond wordt op PBS een nieuwe, twee uur lange documentaire over de legendarische senator Joseph McCarthy uitgezonden in het programma American Experience. Ook van belang voor onze tijd vanwege de parallellen met president Donald Trump. Beiden maakten ze misbruik van de structurele zwakheden in de Amerikaanse nieuwsmedia om de democratie aan te vallen. Dit is de kern, namelijk dat McCarthy, net als Trump, begreep dat verslaggevers zijn leugens niet zouden uitdagen uit angst vooringenomen te zijn. De zogenaamde linkse media die zoals uit onderzoek blijkt helemaal niet links zijn, maar evenwichtig neutraal.

Daar komt nog iets anders bij. Zeker voor Nederland waar politieke televisiejournalisten weinig diepgaande academische inhoud lijken te hebben. Een rechts-radicale politicus als Thierry Baudet wordt door media doorgaans niet aangesproken op zijn ideeën, maar op zijn emoties. Dat kunnen journalisten met weinig inhoud en durf makkelijk aan. Maar journalisten verzaken ernstig hun taak als ze een politicus niet op ideeën, maar op trivialiteiten aanspreken. Dat heeft er dus vermoedelijk mee te maken dat de meeste journalisten geen specialistische academische vorming hebben genoten, maar op zijn best handige generalisten zijn. Dat is echter onvoldoende om door het harnas van doorgewinterde politici te breken. Zo hijsen media rechts-radicale politici op het schild en lijken ze dat, gevangen in hun eigen mediabubbel, niet eens door te hebben.

Dat gebeurde ook met Trump die door onder meer CNN en MSNBC vanwege de kijkcijfers op het schild werd gehesen. Wat nu is omgeslagen in kritiek op Trump omdat deze media beseffen wat voor monster ze hebben helpen creëren. De conclusie is dat geen berichtgeving beter is dan ondermaatse berichtgeving die deze controversiële politici op oneigenlijke gronden legitimeert. Geen berichtgeving is beter dan halfslachtige, a-journalistieke berichtgeving die averechts uitpakt. De geschiedenis leert dat nadat de Senaat in 1954 had beslist om senator McCarthy te censureren de media snel interesse in hem verloren en zijn politieke carrière over was. Het kon niemand meer iets schelen wie hij was. Eindigt het ook zo met Trump en Baudet als de media ophouden aandacht aan hen te besteden? Laat media beter beseffen wat hun verantwoordelijkheid is.

Het artikelA Historian Reflects on the Return of Fascism’ plaatst bovenstaande overweging in een kader. Het begin van begrip bij de bevolking en zelfreflectie bij de media is om politici als Trump en Baudet historisch te determineren en in de traditie te plaatsen waar ze het beste in passen: het fascisme. Lawrence Wittner merkt op: ‘Desalniettemin is het afgelopen decennium enorme vooruitgegaan geboekt door bewegingen en partijen die het oude fascistische speelboek hebben gevolgd, met rechtse demagogen die de belangrijkste elementen van virulent nationalisme, raciale en religieuze onverdraagzaamheid en militarisme uitbazuinen. Radicaal Rechts grijpt vooral de massamigratie aan en wordt gefinancierd door hebzuchtige economische elites. Het heeft verrassende vooruitgang geboekt ― de Europese Unie ondermijnd, gestreden om macht in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Griekenland en de controle gegrepen  over landen als Rusland, India, Italië, Hongarije, Polen, Turkije, Brazilië, de Filippijnen, Israël, Egypte en natuurlijk de Verenigde Staten.’

Als journalisten als Margriet van der Linden meer dan 10 jaar na de opkomst van radicaal rechts nog steeds niet beseffen dat ze de agenda van radicaal-rechtse politici als Baudet dienen als ze die een platform bieden met softball interviews, dan kunnen ze beter een ander vak zoeken. Dan beseffen ze hun verantwoordelijkheid en taak als journalist niet. Dat is beter voor de politiek, de samenleving en de kwaliteit van de journalistiek.

Oostenrijkse coalitie met Groenen biedt de conservatieve ÖVP de mogelijkheid om te vechten voor het goede gevecht

with 3 comments

Zoals verwacht komt er in Oostenrijk een coalitieregering van rechts met links. Van de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP met de progressieve Die Grünen. Deze partijen hebben samen 97 van de 183 zetels in het lagerhuis, de Nationalrat. Bondspresident Alexander Van der Bellen is lid van De Groenen.

De ideologie van de ÖVP wordt afwisselend omschreven als christen-democratisch, liberaal, conservatief of zelfs als een soort sociaal-democratie vanwege de economische interventie van de regering. Deze ‘zwart-groene’ coalitie wordt als voorbeeld gesteld voor regeringen in andere landen. Zoals Duitsland waar de CDU/CSU en Die Grünen op elkaar aangewezen lijken te worden door de implosie en radicalisering van de SPD en in Nederland waar GroenLinks al enkele jaren naar het centrum beweegt en aansluiting zoekt bij Rutte III. Hoewel de in de tijd en mentaliteit terugtrekkende bewegingen van het CDA en de VVD op het stikstofdossier het erg lastig maakt om een realistische politiek te voeren. De paradox is dat het op dit moment niet de linkse partijen, maar gematigd rechtse partijen zijn die zich op het klimaatdossier onrealistisch opstellen. Hoe dan ook geeft het Oostenrijkse voorbeeld focus en inspiratie voor politieke partijen in andere Europese landen.

Er bestaat zowel bij links als bij rechts misverstand over wat conservatisme is. Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme en staan er in politiek-filosofisch oogpunt mijlenver vanaf. Daarom is de coalitie van ÖVP en Die Grünen in Oostenrijks een belangrijke ontwikkeling omdat het eraan mee kan helpen dit hardnekkige misverstand uit de weg te ruimen. Want het combineert behoudende met vooruitstrevende politiek binnen de lijnen van de democratie en de rechtsstaat. De intellectuele acrobatiek van opinieleiders op radicaal-links én radicaal-rechts die verkondigen dat het conservatisme in de kern een belangrijke revolutionaire component heeft is onwaarachtig, leugenachtig en zelfs bewust misleidend omdat het het conservatisme tot buiten de eigen bedding oprekt. Dat is conservatisme dat geen conservatisme meer is.

Columnist Tim Carney brak in september 2019 in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. De titel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ gaf de opzet en de afbakening goed aan. Carney: ‘Conservatieven zouden er een prioriteit van moeten maken om te vechten voor de fundamentele waardigheid en gelijkheid van raciale minderheden aan wie die waardigheid en gelijkheid is ontzegd. Het zal decennia van onrechtvaardigheid vereisen om dat te overwinnen en zal dus niet snel gebeuren. We zullen links niet ontnuchteren met betrekking tot hun zelfvoldane laster en verwaandheid, maar daar gaat het niet om. Conservatieven zullen troost kunnen vinden in het feit dat we vechten voor het goede gevecht en de racisten opjagen.’ De samenwerking met realistische Groene politiek kan vanwege de veilige politiek omgeving die het biedt eraan helpen meewerken om de conservatieven naar zichzelf te laten terugkeren. Weg van het racisme, weg van een harde migratiepolitiek en weg van het oprekken van rechtsstaat en democratie. Zoals Trump in de VS, Johnson in het VK en Centraal-Europese regeringsleiders in Hongarije en Polen afgelopen jaren deden.

Hopelijk is de samenwerking van traditionele conservatisme met progressief links een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Want types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast. Juist dat geeft conservatieven en Groenen een basis voor samenwerking.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het politieke verschil met progressieve Groenen is daarom groot, maar overbrugbaar in tegenstelling tot de kloof met partijen als PVV of FvD. In Oostenrijk wordt dat opgelost door uitruil van thema’s. Partijen mogen hun stokpaardjes berijden, zodat de ÖVP op kan komen voor de familie en traditionele verhoudingen, een fiscaal behoudende politiek of een strenge, maar rechtvaardige migratiepolitiek en de Groenen voor natuur, klimaat en sociale rechtvaardigheid. Het is een interessant experiment dat het sentiment van radicaal-rechts buiten de deur houdt en tegelijk het meest prangende probleem van dit tijdperk aanpakt: de klimaatverandering.

Amerikaanse sancties van Nord Stream II heeft EU (lees: Duitsland) over zichzelf afgeroepen

with 2 comments

DDS behoort tot de radicaal-rechtse media en laat dat graag weten. Het is een wetmatigheid dat dit soort media afstand neemt van de EU, de ‘talking points’ van het Kremlin napraat en president Trump zoveel mogelijk krediet geeft terwijl het waar mogelijk kritisch is op de VS. Het is niet anders. Jammer is wel dat het tot gewrongen en gekunstelde standpunten leidt die alle logica en realiteitsbesef missen. De logica sinds 2012 en vooral 2014 van de Europese veiligheidspolitiek is dat de Russische Federatie en de VS uit elkaar zijn gegroeid en dat de Russische bezetting van de Krim en Oost-Oekraïne de sfeer tussen het Westen en de Russische Federatie heeft verziekt. De landen groeien niet naar elkaar toe, maar nemen juist afstand van elkaar. Daar helpt geen Nord Stream II aan. Dat geldt zowel voor de EU-lidstaten, de VS als de Russische Federatie afzonderlijk tegenover de anderen. Mijn commentaar bij het artikelRussisch-Duitse gaspijplijn provoceert Amerikanen en laat zien hoe de geopolitieke vork in de steel zit’ van Wout Willemsen op DDS.

Als de Russische Federatie in de nabije toekomst democratiseert, dan lijkt het nog goed te komen. Maar het ziet er niet naar uit dat dat gebeurt. Daartoe zijn de persoonlijke belangen van Putin en zijn partners te groot omdat ze vooral goed voor zichzelf zorgen. Bij democratisering zullen ze in moeten leveren of zelfs terecht moeten staan voor wat ze in het verleden gestolen hebben van de gewone Russen.

Welnu, dat gebeurt nergens, namelijk dat een autoritaire macht vrijwillig de macht opgeeft. Een revolutie waarbij het huidige bewind omver wordt gegooid is eveneens mogelijk, maar zal evenmin op korte termijn voor stabiliteit zorgen in de Russische Federatie. Kortom, hoe dan ook is de Russische Federatie geen evenwichtige partner op basis van gelijkheid.

De aanleg van Nord Stream II heeft vele aspecten. Een ervan is inderdaad de Amerikaanse concurrentie, maar dat is zeker niet het enige aspect. De aanleg is in strijd met het in 2018 aangenomen energiebeleid van de EU dat zegt te streven naar energieonafhankelijkheid en -diversificatie van de EU. Zowel het een als het ander wordt door Nord Stream II niet dichterbij gebracht, maar zelfs verminderd. Dat is onbegrijpelijk.

En daar komt nog eens de afbouw van fossiele brandstoffen bij waar de EU nu beleid voor ontwikkelt. Dat valt niet te rijmen met een project van 10 miljard euro dat voor tientallen jaren investeert in de transitie van fossiele brandstof, te weten aardgas. In dit opzicht is Nord Stream II niet alleen in strijd met het energiebeleid van de EU, maar ook met het staande klimaatbeleid.

De EU handelt dus in strijd met eigen beleid. Eigenlijk moet dat anders geformuleerd worden. Duitsland handelt in strijd met het energiebeleid van de EU dat het met powerplay geblokkeerd heeft. Dat heeft tot onmin geleid bij vooral Oost- en Zuid-Europese landen die zich als tweederangs landen behandeld voelen. Daarin hebben ze gelijk. Dat roept weer reacties op van deze Oost- en Zuid-Europese landen die in de hoofdsteden van West-Europa dan hoegenaamd niet begrepen worden. Maar in deze miskenning ligt de oorzaak.

Zo ontstaat de situatie dat Duitsland de kat is die de muizen van de EU de hoeken van de kamer laat zien. De VS is de hond die het opneemt voor de muizen. De Duitse kat en zijn partners (Nederland, Frankrijk, Oostenrijk) schreeuwen moord en brand en zegt dat de hond zich hier niet mee moet bemoeien. Maar de kat vergeet dat het zelf op de muizen jaagt en de interventie van de VS door eigen onrechtmatig en agressief handelen over zichzelf afgeroepen heeft.

Ik ben het niet vaak eens met de buitenlandse politiek van de VS, maar in dit geval wel. Het is trouwens eerder beleid van het congres in zeldzame eensgezindheid dan van president Trump die een 2/3de veto van beide kamers niet kan overrulen. Naast het feit dat de sanctiewet over Nord Stream II en Turkstream van senator Ted Cruz is opgenomen in de Defensiebegroting voor 2020. (Wel wat laat nu de pijplijn naar verwachting binnen een half jaar voltooid en opgeleverd wordt).

Het is jammerlijk dat de sancties van Nord Stream II door de VS opgelegd worden omdat het de machteloosheid van de EU symboliseert. Maar Duitsland en haar economische partners hebben dit te danken aan hun eigen autisme. Ze hadden beter na moeten denken voorbij hun idee van een ‘fast buck’ en afstand moeten houden tot het Kremlin en hadden beter het energiebeleid van de EU naar de lezer en de geest gevolgd.

Foto: Schermafbeeling van deel artikelRussisch-Duitse gaspijplijn provoceert Amerikanen en laat zien hoe de geopolitieke vork in de steel zit’ van Wout Willemsen op DDS, 22 december 2019.

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

with one comment

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

Verenigd Koninkrijk onder Tories en Labour: kiezen tussen radicaal-rechts en radicaal-links

with one comment

Graag plaats ik hier m’n reactie op het artikelLabour onder Corbyn: kiezen tussen gratis breedband en joden; Jeremy Corbyn is de inzet van deze verkiezingen, niet brexit’ van Alexander van der Meer op Doorbraak.be. Hij publiceert onder meer op TPO. Zijn stuk is een voorbeeld van ‘framing’. Dat houdt in dat hij inzoomt op een deel van het verhaal en de rest ongenoemd laat. Van der Meer is naar mijn idee terecht kritisch op Labour-leider Jeremy Corbyn, maar moffelt kritiek op Boris Johnson en de Conservatieve partij weg. Zo is het onmogelijk om een beeld te schetsen van twee communicerende vaten die direct op elkaar reageren. Zo’n selectieve invalshoek kan nooit leiden tot voldoende inzicht in het volledige verhaal van de Britse politiek. Die ontbrekende ambitie om volledig te zijn is geen journalistiek en hoeft dat in een column ook niet te zijn, maar is evenmin het streven naar een evenwichtige column. Ik probeer hieronder wel een volledig beeld te schetsen:

De Schotse premier Nicola Sturgeon heeft inderdaad de deur voor samenwerking met Labour opengezet indien de Tories geen meerderheid behalen, maar verbindt daar duidelijk de voorwaarde aan dat Jeremy Corbyn dan een stapje terug doet en geen premier wordt. Dat aspect verdonkeremaant de auteur en omdat hij daar mede zijn verhaal op baseert komt het grotendeels in de lucht te hangen.

Het is te simpele framing om de algemene verkiezingen van 12 december die als directe aanleiding de falende parlementaire behandeling in het Lagerhuis van de uittredingsovereenkomst met de EU hebben voor te stellen als een stem voor of tegen Corbyn. Evengoed kan beredeneerd worden dat die verkiezingen een stem voor of tegen Boris Johnson zijn. Maar voor wie de realiteit volgt is het toch echt een stem voor of tegen de Brexit of een stem voor het gewenste soort Brexit. De Brexit is de belangrijkste politieke beslissing na de Tweede Wereldoorlog waarover het VK moet beslissen. Corbyn is van voorbijgaande aard. Een Brexit is fundamenteler en raakt aan de relatie die het VK heeft met haar belangrijkste economische en politieke partner: de EU.

Waar de thematiek van het antisemitisme binnen Labour en de onduidelijke stellingname over de Brexit de achilleshiel van Corbyn zijn, zijn Johnsons onbetrouwbaarheid en losse omgang met de feiten en zijn onhoudbare, onrealistische beloftes over de afhandeling van de uittreding uit de EU zijn zwakke punten. In weerwil van een snelle afhandeling die Johnson belooft zal ook de meest ’snelle’ uitkomst vele jaren onderhandelingen met de EU in beslag nemen. Ofwel, ook bij een No-Deal is het VK nog lang niet losgekoppeld van de EU. Johnsons wankele en makkelijk door te prikken standpunten lijken er ook de reden voor te zijn dat Johnson weigert zich te laten interviewen door BBC’s Andrew Neil. Boris Johnson wil niet achter zijn Potemkin-façade laten kijken waar droomland ligt.

Feit is dat zowel Labour en Tories na 2016 geradicaliseerd zijn. Radicale facties hebben de partijen in hun greep gekregen. Bij Labour is dat de goed georganiseerde Momentum-beweging die alle gematigde leden zoals Stephen Kinnock naar de marge schoof. Bij de Tories is dat de gedisciplineerde ERG-factie. Gematigde leden van de Tories, zoals Dominic Grieve, Ken Clarke, Philip Hammond of Oliver Letwin zijn door Johnson in september 2019 uit de partij gezet. De succesvolle en sociale politieke leider van de Schotse Conservatieven Ruth Davidson trad in augustus 2019 af als partijleider. Ze voerde persoonlijke redenen aan, maar duidelijk was dat ze zich niet met Johnsons politiek kon verenigen. Bij Labour kondigde vice-partijleider Tom Watson in november 2019 zijn terugtreden aan. Hij voerde ook als reden persoonlijke omstandigheden aan, maar bekend was dat Watson ontevreden was over de aanpak van het antisemitisme binnen de partij en er met weinig succes voor pleitte dat Labour een duidelijker pro-Remain standpunt over de Brexit zou innemen, wat niet gebeurde.

De Britse partijpolitiek kreunt en steunt en de beide grote partijen laten zich van hun slechtste kant zien. Afgelopen maanden was het dieptepunt dat de regering Johnson ondanks zorgvuldig doorlopen procedures en screening door de inlichtingendiensten op politieke gronden een rapport van een Lagerhuis-commissie over de Russische inmenging in de Britse politiek in een lade heeft geschoven. Het rapport is door een commissie onder voorzitterschap van de voormalige Conservatief Dominic Grieve tot stand gekomen en zou erop wijzen dat Britse Russen uit de omgeving van het Kremlin door donaties invloed hebben gekocht op de politiek van de Conservatieve partij. Johnson hield naar verluidt daarom de publicatie ervan tegen om dat blamerende feit te verbergen tot na de verkiezingen van 12 december.

Kortom, het lijkt er sterk op dat het niet Labour, of in elk geval niet alleen Labour is, dat connecties heeft met buitenlandse betrokkenen die het daglicht niet kunnen verdragen. De Conservatieve partij hebben die connecties evenzeer en als regeringspartij sinds 2005 onder de premiers Cameron, May en Johnson zit de partij zelfs veel dichter bij de kern van de macht en heeft het meer opdrachten, contracten en uitzonderingen op voorwaarden te vergeven dan oppositiepartij Labour.

Ja, Jeremy Corbyn is de verkeerde man op de verkeerde plek. Maar ja, Boris Johnson is eveneens de verkeerde man op de verkeerde plek. Feitelijk is hij geen conservatief die de democratische waarden en normen respecteert, maar een nieuw-rechtse populist die niet eens een nationalist genoemd kan worden. Bij hem draait alles om zijn eigen carrière. Tekenend is het verhaal dat hij in 2016 bij het referendum twee versies van zijn standpunt over de Brexit in zijn binnenzak had. Een voor en een tegen de Brexit. Hij koos uiteindelijk voor de Leave-versie waarvan hij dacht dat die hem de meeste persoonlijke macht zou opleveren. Wat gebeurde. Waar Corbyn te ideologisch is, is Johnson een lege huls die gevuld kan worden door de meest biedende.

De hoop voor de nabije toekomst van de Britse politiek ligt niet in het geradicaliseerde Labour of de Conservatieve partij, maar in de regionale partijen van Schotland en Wales, de Groenen en de Liberaal-Democraten. De twee grote partijen zullen het de komende jaren moeilijk krijgen om weer terug te keren naar hun eigen gedachtengoed, te weten het conservatisme en de sociaal-democratie. Ze zijn daar ver van afgedwaald. Het is een les voor de Belgische en Nederlandse partijpolitiek dat het trouw aan zichzelf moet blijven. Voorwaarde voor de herleving van de twee partijen is dat er een nieuwe generatie aan de macht komt die met meer realiteitszin en minder extremistische standpunten weer de weg naar de normale politiek en de normale politieke omgangsvormen weet te vinden. Vooralsnog is het zoeken op de tast, daar in het Westminster van het perfide Albion.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLabour onder Corbyn: kiezen tussen gratis breedband en joden; Jeremy Corbyn is de inzet van deze verkiezingen, niet brexit’ van Alexander van der Meer op Doorbraak.be, 6 december 2019.

Kritiek op term ‘oikofobie’ en advies aan Doorbraak.be om afstand te nemen van de rechts-radicale alt-right beweging (zoals Baudet)

with 2 comments

Mijn reactie bij een artikel van Steven Vandeborre op Doorbraak.be. Ik stem ermee in en zet evenals de auteur vraagtekens bij het begrip ‘oikofobie’. In een slotwoord roep ik Doorbraak.be op als het zich wil profileren als conservatieve of nationalistisch-conservatieve Vlaamse beweging dat het gevaar loopt om besmet te worden door gedachtengoed en vertegenwoordigers van de alt-right beweging. Zoals die nu in de partij Forum voor Democratie verzameld zijn. Doorbraak.be zou er daarom beter aan doen er publiekelijk afstand van te nemen.

Mee eens wat Steven Vandeborre schrijft. Er zijn twee posities mogelijk ten aanzien van het begrip ‘oikofobie’.
1) De rechts-radicale kleinkinderen van Scruton beweren in navolging van Baudet dat EU, hedendaagse kunst, multiculturalisme en pluriformiteit niet verenigbaar zijn met dat thuisgevoel en tot zelfhaat leidt. De tovenaarsleerlingen klimmen op de schouders van hun meesters. Dat resulteert erin dat rechts-radicale aanhangers of sympathisanten van wat met een verhullende term alt-right wordt genoemd democratische normen, waarden en instellingen afwijzen en misleidende informatie geven over principes als de rechtsstaat en vrijhandel.
2) Degenen die op afstand staan van dat rechts-radicale gedachtengoed beweren dat dat alles wel verenigbaar is met dat thuisgevoel, er per definitie niet haaks op staat en niet in zelfhaat eindigt en daarom niet hoeft te leiden tot de afwijzing van de democratie en misleidende informatie.

Ik probeer een en ander aan de hand van de rechts-radicale opvatting van kunst aan te tonen. Hedendaagse kunst die moderne kunst in de eigen tijd is kan vervreemding verbeelden zoals Bertolt Brecht dat vanaf 1920 in het theater deed. Hedendaagse kunst kan politieke standpunten verbeelden zoals 17de-eeuwse schilderkunst (De bedreigde Zwaan van Jan Asselijn) of klassieke kunst (De Lysistrata van Aristophanes) dat ook deden. Hedendaagse kunst kan de samenleving een spiegel voorhouden waardoor het eigene ter discussie wordt gesteld en minder vanzelfsprekend wordt. Hedendaagse kunst kan de structuur van de werkelijkheid ontrafelen door te proberen achter de façade ervan te kijken. Zoals Roland Barthes dat in 1970 in zijn semantische analyse van een verhaal van Honoré de Balzac S/Z deed. Dat zijn geen uitgangspunten, maar toepassingen van hedendaagse kunst.

Baudet geeft door in zijn rijtje vervreemding (in de traditie) van Brecht naast ‘oikofobie’ (thuisgevoel) van Scruton te zetten aan de cultureel-historische en dramaturgische achtergrond van de Brechtiaanse Verfremdung niet te begrijpen. Zoals bij Baudet de pretentie iets te weten van hedendaagse kunst en kunsttheorie voortdurend op gespannen voet staat met zijn werkelijke kennis over en inzicht in kunst(theorie). Vervreemding is niet bedoeld of wordt als dramaturgisch middel ingezet om mensen van hun omgeving te vervreemden, maar beoogt juist het omgekeerde. Namelijk het vergroten van de bewustwording door mensen aan de hand van het creatieve maakproces (het tonen van de montage) zich van hun achtergrond en (achtergestelde) positie bewust te maken. Door ze letterlijk achter de werkelijkheid te laten kijken. Wakker schudden van burgers is hetzelfde wat Baudet zegt te doen. Hij verwart het Vervreemdings-effect als artistiek middel met het gevolg ervan.

Kan Baudet vanwege zijn onbegrip nog geëxcuseerd worden voor het omwisselen van de uitgangspunten en toepassingen van hedendaagse kunst, dat geldt niet als hij stelt dat een uitgangspunt ervan ‘zelfhaat’ is. Dat is geen uitgangspunt, laat staan toepassing van hedendaagse kunst, maar een begrip uit de psychologie dat ‘een vorm van totale afwijzing is die de eigen persoon betreft’. Vertaald naar de hedendaagse kunst zou dat betekenen dat het via een toepassing zichzelf totaal afwijst. Maar dat is in strijd met de logica omdat het van tweeën een is. Ofwel, als hedendaagse kunst zichzelf afwijst dan kan het die afwijzing niet tegelijkertijd als toepassing inzetten. Want dan wijst het zichzelf per definitie niet totaal af, maar bevestigt het zichzelf juist.

De zelfbenoemde en uiterst tevreden met zichzelf zijnde denker Baudet is bij nader inzien vooral een sprokkelaar van andermans gedachten. In de samenvoeging beseft hij dat hij denkfouten maakt die hij door ze in de mal van de partijpolitiek te persen probeert te verhullen. Want in de politiek gelden andere normen en mores dan in de kunsttheorie of de filosofie. In de politiek ligt de lat lager. Baudet rekent erop dat hij ermee wegkomt, en dat is precies wat gebeurt. Het is wellicht de echte reden dat hij de carrièrestap naar de politiek heeft gezet, terwijl hij verklaarde dat nooit te zullen doen en er ongeschikt voor te zijn. Zijn hulptroepen op sociale media laten zich zonder de kern van het debat te doorgronden ervoor gebruiken de kritiek op het denken van Baudet te neutraliseren. Zodat Baudet een debat kan voeren zonder daar ooit kritiek op te ontvangen. Zodat een gratis rit in de publiciteit zijn beloning is.

Als slotwoord nog een overweging voor onderweg over het karakter en de profilering van Doorbraak.be en de term conservatisme of nationaal-conservatisme. Niet als kritiek bedoeld, maar als overpeinzing. Types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden of principes in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het gaat er hier niet om om het conservatisme te verdedigen, maar om zo goed mogelijk te omschrijven wat het is en te kijken hoe het zich verhoudt tot de alt-right beweging en het hedendaagse racisme van radicaal- en extreem-rechtse politici die als tovenaarsleerlingen onder meer verwijzen naar Scruton. Het zijn overigens niet alleen radicaal-rechtse politici die de term conservatisme voor hun eigen politieke handelen gebruiken waarvan het zeer de vraag is of dat wel conservatisme is, het zijn ook linkse denkers als Merijn Oudenampsen die dat doen. Daarmee bevindt hij zich op een lijn met Baudet die het conservatisme een revolutionaire en zelfs Leninistische lading geeft. Baudet rekt dat begrip conservatisme oneigenlijk op om zich ermee te tooien en Oudenampsen doet het om alt-right kritisch te benaderen. Maar het resultaat is hetzelfde, namelijk dat er begripsverwarring wordt geïntroduceerd over het conservatisme waarmee niet verklaard, maar verhuld wordt.

Als Doorbraak.be de spreekbuis wil zijn van de Vlaams-nationalistische, conservatieve beweging wat een begrijpelijk en eerbaar streven is, dan zou het strikt bij zichzelf moeten blijven en afstand nemen van rechts-radicale alt-righters als Baudet, Van Langenhove of NV-A’ers die ondubbelzinnig voor een autoritair regime staan. Het verdient aanbeveling om de grens tussen het conservatisme of nationaal-conservatisme en de alt-right beweging helder af te bakenen. Het is het verschil tussen het aanvaarden van het politieke bestel en de democratische rechtsstaat en de verwerping ervan. Nu loopt dat vaak in elkaar over wat de rechts-radicale alt-righters ook op Doorbraak de gelegenheid geeft zich te vermommen en anders voor te doen dan ze werkelijk zijn. Mogelijk lopen nu de belangen van deze rechts-radicalen en nationaal-conservatieven parallel, maar dat is waarschijnlijk een tijdelijke situatie. Op termijn beschadigt die vermenging en/of samenwerking de conservatieve beweging in Vlaanderen, zodat het voor conservatieven of conservatieve media verstandig is om uit zelfbescherming dat onderscheid te maken en de vreemde rechts-radicale bedgenoten die de democratie en het politiek bestel afwijzen met redenen omkleed resoluut de deur te wijzen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOikofobie is een handige maar lege doos’ van Steven Vandeborre op Doorbraak.be, 2 december 2019.