Doet-ie ’t of doet-ie ‘t niet? Valt Poetin Oekraïne binnen?

De verwachting bestaat niet dat president Poetin op korte termijn Oekraïne militair binnenvalt. Dat zegt Ian Bremmer van de Eurasia Group. Hij verwijst naar de Olympische Winterspelen die van 4 tot 20 februari 2022 in het Peking plaatsvinden. Poetin zou daarmee China voor het hoofd stoten. Ook meent Bremmer dat de regering Biden er tamelijk succesvol in is om de Westerse bondgenoten binnen Navo en in de diplomatie op een lijn te brengen. Zelfs de halsstarrige Duitse sociaal-democraten die de grootste partij in de regering zijn zouden ij zijn gedraaid richting harde sancties.

Probleem is dat we de toekomst niet kunnen voorspellen. Want wat is het voorval of de reeks van voorvallen die de westerse landen ertoe bewegen om te spreken van een Russische invasie?

Is dat een cyberoorlog tegen Oekraïne, de Baltische landen en Polen? Is dat het dichtdraaien van de gaskraan door Gazprom in opdracht van het leiderschap in het Kremlin? Zijn dat kleine invallen in Zuid- en Oost-Oekraïne? Zijn dat aanvallen op Oekraïense en westerse oorlogsschepen in de Zwarte Zee?

Er zijn twee tegengestelde belangen om te waarschuwen voor Russische agressie. Het versterkt de defensie en geeft het Kremlin het signaal dat de kosten van een invasie hoog zullen zijn. Het creëert ook economische onzekerheid waarvan Oekraïne het meeste schade ondervindt. Dat stoot investeerders en zakenpartners af. De toekomst zal leren wat het wordt. Het is een gecalculeerde gok om dat te voorspellen.

Mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps. Journalistiek staat voor de keuze tussen hersenloze neutraliteit en weerbaarheid, moed en strijdlust om de democratie te verdedigen

Schermafbeelding van deel opinie-artikelNee, Alexander Klöpping, we hebben niet meer leiders maar meer feiten nodig in de journalistiek‘ van Freek Staps in NRC, 6 december 2021.

De afgelopen dagen konden we getuige zijn van een mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps in NRC. Staps reageerde op Klöpping. Er werden van beide kanten grote woorden gebruikt, maar de kern van het probleem waar het om zou moeten gaan werd in mijn ogen onvoldoende benoemd en sneeuwde onder. Dat komt door een onhandige en verkeerde focus van Klöpping die zijn kritiek ophangt aan de verslaggeving over de COVID-19 maatregelen van de overheid en een verongelijkte, verdedigende houding en beperkte taakopvatting van Staps. Dat is jammer, want er is wel degelijk iets mis met de journalistiek en kritiek erop is zinvol en nodig.

Schermafbeelding van deel opinie-artikelLaat de actiejournalistiek niet over aan boulevardkranten‘ van Alexander Klöpping in NRC, 3 december 2021,

In het commentaarOok Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ van 4 december 2021 formuleerde ik wat ik als de kern van het probleem zie als volgt: ‘Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer’.

Op een neutrale houding van de journalistiek waarbij iedereen aan het woord komt heeft Klöpping naar mijn idee terechte kritiek. Hij zegt: ‘Het blijven streven naar neutraliteit van kranten en talkshows is een ziekte geworden. Zelfs de antijournalistieke sentimenten van antivaxers en FVD-hitsers krijgen eindeloos zuurstof door er objectief over te berichten. In plaats daarvan zouden media ook stelling kunnen nemen: wij vinden dat het verdacht maken van de journalistiek als geheel niet thuishoort in onze krant of uitzending. Of wij geloven erin dat iedereen die het kan, zich moet laten vaccineren. Of wij geloven dat mensen klimaatverandering veroorzaken en dat hard ingrijpen nodig is om de aarde leefbaar te houden.’

Staps noemt de kritiek van Klöpping ‘humbug‘. Maar opvallend is dat hij in zijn reactie voorbijgaat aan de kern van Klöppings kritiek en zich ertoe beperkt te scoren op ondergeschikte punten. Zoals gezegd, Klöppings kritiek is verre van ideaal. Zijn kritiek op de journalistiek verdient een betere onderbouwing met andere accenten. Maar in de kern is zijn kritiek zinvol en slaat de spijker op de kop.

In genoemd commentaar van 4 december 2021 verwees ik naar Dana Milbank die vorige week vrijdag 3 december in een column in The Washington Post min of meer hetzelfde zegt als Klöpping. Niet over de Nederlandse, maar over de Amerikaanse journalistiek. Namelijk dat journalisten medeplichtigen zijn aan de moord op de democratie: ‘My colleagues in the media are serving as accessories to the murder of democracy‘. Het valt Milbank op dat de media president Biden harder aanvallen dan voormalig president Trump, terwijl volgens hem de eerste veel minder redenen heeft om kritiek te krijgen. Er is blijkbaar een ander mechanisme werkzaam dat de journalistiek in haar greep heeft en afleidt van haar taken.

Er zijn accentverschillen, want de medeplichtigheid van journalisten aan de moord op de democratie is niet bij alle media identiek en even bezield en ernstig. Er zijn ook voorbeeldige media die hun taak prima uitvoeren. In de kern lijkt het tekort van de huidige journalistiek te draaien om de taakopvatting van journalisten. Die wordt in een defensieve reflex en vanuit een zekere hoogmoed verwoord door Staps en komt erop neer dat beroepsbekwaamheid, respect voor de feiten en het werken volgens een beroepscode (Code van Bordeaux) voldoende zijn om journalistiek te bedrijven.

Klöpping en ook Milbank voegen daar een morele dimensie aan toe die Staps mist. Moreel in de betekenis van geestelijke weerbaarheid, moed en strijdlust. Milbank concludeert: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een ​​standpunt in te nemen’. Het is de hersenloze neutraliteit van journalisten die Klöpping aan de orde stelt en waarvan Staps niet eens lijkt te beseffen dat het een probleem is, maar hij notabene als verdienste ziet.

Mogelijk worden die uiteenlopende opvattingen over wat de taak van de journalistiek is extra op scherp gesteld door een generatieconflict tussen ‘de oude hap’ die is geschoold in de traditionele journalistiek van de vorige eeuw en daarmee doordesemd is en de nieuwkomers die interdisciplinair en intermediair zijn en de journalistiek als mengvorm zien.

Uiteraard moeten journalisten naar alle kanten toe sceptisch en onafhankelijk zijn. Dat kan door zich duidelijk bewust te zijn van de eigen positie en die steeds weer te benoemen. Niet als verantwoording, maar als verheldering. Essentieel is dat journalisten zich in tijden waarin rechts-populisme in opkomst is en de democratie bedreigt laten kennen als expliciete aanhangers van de democratie. Dat ontbreekt er tot nu toe aan. Het is de uitdaging voor de hedendaagse journalistiek om een en ander te combineren.

Aartsbisschop Gomez keert zich tegen de woke-beweging én het secularisme

Met Anton de Wit ben ik het eens met de conclusie dat de woke-beweging zich ontwikkelt tot een religie. De Wit probeert in een commentaar van 12 november 2021 in het Katholiek Nieuwsblad de afstand ervan tot de gevestigde godsdiensten te vergroten door het te kwalificeren als  pseudoreligie, maar er is weinig nep aan de woke-beweging als het alle kenmerken van religie vertoont. Wokeisme kent een reeks mythologische en bovennatuurlijke overtuigingen binnen een gesloten systeem dat gelijkgestemden insluit en andersdenkenden uitsluit en verkettert. Dat is typisch voor religie. Zoals de gedachte dat de huidige witte mensen verantwoordelijk zijn voor racistische acties van witte mensen in het verleden.  

De Wit verwijst naar uitspraken van de katholieke aartsbisschop José Gomez van Los Angeles die tevens voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie is. Gomez signaleert in de VS en in Europa een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen. Tot zover lijkt de analyse om de zaak te gaan en to the point te zijn, namelijk de agressie van deze identiteitsbewegingen tegen de christelijke kerken. 

Maar Gomez en De Wit gaan verder. De Wit vertaalt Gomez’ woorden die hij uitsprak in een video van 4 november 2021 voor een conferentie in Madrid zo: [een neiging tot onverdraagzaamheid van identiteitsbewegingen] die ‘een soort seculier ‘verlossingsperspectief’ bieden waarbij ze het gehele menszijn reduceren tot enkele fysieke eigenschappen, zoals ras, seksualiteit of geslacht’. Gomez kiest ook een anti-secularistische invalshoek en verwoordt dat volgens een bericht van 5 november 2021 in America Magazine (The Jesuit Review) als volgt: ‘With the breakdown of the Judeo-Christian worldview and the rise of secularism, political belief systems based on social justice or personal identity have come to fill the space that Christian belief and practice once occupied’.

Gomez trekt de cancel- of afrekencultuur van de woke-beweging door naar het secularisme en projecteert de argumenten die hij aan de woke-beweging ontleent op het secularisme. Dat is onzorgvuldig, opruiend en kwaadwillend.

Waar De Wit een gematigde opstelling kiest gaat Gomez vol op het orgel in zijn veroordeling van het secularisme en spaart hij de ongenuanceerde meningen niet. Beide katholieken gaan te kort door de bocht als ze het wokeisme kwalificeren als en associëren met een seculier perspectief. Dat is onterecht. Want zoals gezegd, het wokeisme vertoont alle kenmerken van een godsdienst. Daarnaast vergeten ze gemakshalve dat de grootste tegenstand tegen de woke-beweging tot nu toe van seculiere liberale en gematigd-conservatieve intellectuelen komt die er een losgeslagen revolutionaire beweging in zien die het verwerpen van de bestaande orde van Lenin combineert met (het tot nu toe maatschappelijk) schrikbewind van Robespierre. 

Het is begrijpelijk dat Gomez in zijn functie en katholiek denken opkomt voor zijn kerk. Maar het is onvergeeflijk dat hij op de intolerantie van de woke-beweging zijn eigen intolerantie jegens het secularisme stapelt. Zijn analyse dat het secularisme zich keert tegen godsdienst is onjuist omdat de politieke filosofie van het secularisme niet anti-religieus of pro-atheïstisch is. Het secularisme scheert alle godsdiensten en levensovertuigingen over dezelfde kam en geeft ze dezelfde plek zonder de een boven de ander te bevoordelen.

Gomez verwart de voorkeurspositie die het christendom in de VS en Europa door samenwerking met het werelds gezag eeuwenlang genoot en de laatste decennia is kwijtgeraakt met de nieuwe gelijkheid waarin het christendom niet als meer, maar evenmin als minder wordt gezien dan nieuwe, kleinere godsdiensten en levensovertuigingen. 

Gomez gaat de fout in als hij secularisatie gelijkstelt aan ontkerstening (‘de-Christianization’): ‘For years now, there has been a deliberate effort in Europe and America to erase the Christian roots of society and to suppress any remaining Christian influences.’ Dat is onjuist. De invloed van de christelijke godsdienst is afgenomen omdat de steun in de bevolking ervoor is afgenomen. Daar zit geen masterplan van seculiere opinieleiders achter zoals Gomez suggereert. In Nederland verklaart nog zo’n 35% van de bevolking christelijk te zijn.

Dat de invloed van het christendom afkalft is geen actie tegen het christendom zoals Gomez veronderstelt. Het is het gevolg van demografische en sociale ontwikkelingen. In westerse rechtsstaten is het geloof van christelijke gelovigen gegarandeerd. Alleen, ze runnen de landen waar ze gevestigd zijn niet langer, maar moeten dat met andere minderheden delen. Dáár zit de pijn van Gomez, in de afgenomen invloed.

Het is jammer dat Gomez geen redelijk, genuanceerd geluid weet te vinden en zich verbindt met gematigde krachten die zich ook tegen het radicalisme van (delen van) de woke-beweging en andere identiteitsbewegingen verzetten. Het was logica geweest als hij ook de andere nieuwe religie QAnon die zich verbindt met de ultra-rechtse politiek had bekritiseerd omdat die eveneens vijandig staat tegenover de katholieke kerk. Maar dat laat hij na.

De Amerikaanse katholieke kerk verliest net als andere Amerikaanse kerken, zoals de protestante evangelicals aan autoriteit en reputatie omdat ze zich nauw verbinden met en overgeleverd hebben aan de rechtse politiek van Trump. Dat gaat in de VS zelfs zover dat vele Amerikaanse bisschoppen zich vanwege politieke redenen en vooral het Democratische standpunt over abortus opstellen tegenover de eerste echte katholieke (na JFK) president Joe Biden. Ofwel, wie is Gomez dat hij meent recht van spreken te kunnen opeisen om over anderen te oordelen?

Gomez preekt voor eigen parochie en door zo’n beperkt perspectief te kiezen is hij het zelf die zijn invloed inperkt. Dat doen niet anderen voor hem zoals hij claimt. Voor zijn selectieve opstelling is hij zelf verantwoordelijk. Dat kan hij anderen niet verwijten door zijn gezocht slachtofferschap en isolationisme dat hij meent te moeten vatten in een agressief betoog tegen het secularisme en de seculiere samenleving.

Door niet op te treden ondermijnt Merrick Garland onderzoek Huiscommissie 6 januari

Het is vandaag al 17 dagen geleden dat de Huiscommissie die de opstand van 6 januari 2021 onderzoekt een dagvaarding tegen Steve Bannon uitvaardigde. Maar Bannon komt niet opdagen om gehoord te worden en toont daarmee minachting voor het congres. Hij trotseert het congres en erkent de legitimiteit ervan niet.

Er zijn twee mogelijkheden om Bannon te laten getuigen. Het ministerie van Justitie kan hem vervolgen wegens minachting of het Huis kan zelf orde op zaken stellen door de eigen officier die is belast met de wetshandhaving, de zogenaamde Sergeant at Arms Bannon op te laten pakken. Dat laatste middel is sinds 1930 in onbruik geraakt.

Het gaat niet alleen om Bannon, maar om onderhand tientallen dagvaardingen waar geen gehoor aan wordt gegeven door degenen die betrokken waren bij de opstand van 6 januari 2021. Doorgaans treedt Justitie in dit soort gevallen van minachting na 9 dagen op. Of mensen komen niet opdagen of ze komen wel opdagen, maar beroepen zich valselijk op het zogenaamde executive privilege (voorrecht van de president om informatie achter te houden) om geen inhoudelijk antwoord te geven. Daardoor verliest het onderzoek van de Huiscommissie aan kracht.

Het is vooral de minister van Justitie Merrick Garland die onder vuur ligt voor zijn trage handelen. Aan Garlands integriteit wordt niet getwijfeld, maar wel aan zijn gevoel van urgentie en zijn gebrek aan besef dat het niet om een onbenullige zaak gaat, maar om een door Trump en de Republikeinen georkestreerde omverwerping van de democratie.

Glenn Kirschner schetst Garlands positie. Onder Trump was het ministerie van Justitie onder minister Bill Barr hevig gepolitiseerd en had het haar autonome positie verloren doordat het optrad als een soort privébureau voor Trumps politieke doelen. Garland wil die autonomie herstellen en zijn ministerie depolitiseren.

Door niet te handelen bereikt Garland het omgekeerde van wat hij beoogt. Want juist niet handelen in een kwestie die duidelijk een poging tot omverwerping van de democratie was is een politiek besluit. President Biden heeft verklaard om de autonome positie van het ministerie van Justitie te respecteren en kan nu minister Garland niet openlijk onder druk zetten.

Zo gijzelen op allerlei niveau’s de Democraten zichzelf in hun onmacht. Of in hun schroom om even brutaal, meedogenloos, onbuigzaam, kortzichtig en hard te zijn als de Republikeinen. De tragiek is dat in de politiek fatsoen onbruikbaar is. In een vijandige omgeving waar geen normale verstandhoudingen meer bestaan grenst fatsoen aan naïviteit en wereldvreemdheid.

Veel Democraten die dit mede lede ogen aanzien en actie willen worden chagrijnig en zien de steun voor hun partij afbrokkelen. De populariteitscijfers voor Biden blijven dalen. Overigens bekvechten de progressieve en gematigde facties in het congres met elkaar en kregen weinig voor elkaar, hoewel vorige week na maandenlang touwtrekken eindelijk een infrastructuurwet werd aangenomen.

De verwachting is dat de Republikeinen in november 2022 de meerderheid in het Huis terugpakken. Mede door het opnieuw inrichten van kiesdistricten en een programma van kiezersonderdrukking die gericht is op de Democratische achterban. De vertragende tactiek van Bannon en zijn medestanders werkt in het nadeel van de Democraten.

‘Urgentie’ is waar het aan schort bij de Democraten. Het is onbegrijpelijk dat het ministerie van Justitie voormalig president Trump nog steeds niet heeft aangeklaagd. Hoewel het daartoe het mandaat heeft en alle feiten schreeuwen om optreden. Het bewijs van Trumps nalatig handelen, obstructie en samenzwering om een legitieme uitslag te verwerpen is immens. Het levensgrote risico is een tweede opstand die wel slaagt en de Amerikaanse Republiek definitief om zeep helpt.

Als de Democraten in 2022 de macht in het Huis verliezen en de Republikeinen in 2024 het presidentschap winnen dan hebben ze dat aan zichzelf te wijten. Of het komt door labbekakkerigheid, angst, lafheid, foute prioritering, verdeeldheid, ondoelmatig optreden of een gebrek aan ambitie is niet van belang. De Democraten missen kansen en zinken weg in het moeras dat ze beloofden droog te leggen. Nog is het niet te laat, maar als het gevoel van urgentie, van een slechts eenmalige kans om hard en doelmatig op te treden uitblijft, dan is het over en uit.

Kan het Westen het leven van Navalny redden door te dreigen met sancties?

De Russische oppositieleider Alexei Navalny is op oneigenlijke gronden veroordeeld en door de Russische leiders in een strafkamp gestopt. Waar tuberculose heerst. Daar wordt hem medische verzorging onthouden. Navlany is in hongerstaking gegaan en valt elke dag een kilo af. Dat kan hij niet lang volhouden.

De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou Michael McFaul meent dat de positie van president Poetin minder sterk is dan het lijkt. Aan het eind van het interview met MSNBC zinspeelt hij op nieuwe sancties die de VS en zijn westerse bondgenoten kunnen instellen als Navalny het niet overleeft.

Maar het is de vraag hoever Duitsland en Frankrijk mee willen gaan met de VS dat voor harde sancties pleit. Er is minder westerse eensgezindheid dan McFaul suggereert. De economische betrekkingen van de Europese landen met de Russische Federatie zijn ook hechter dan die van de VS.

Te denken valt aan het definitieve afblazen van de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II, het blokkeren in het Westen van tegoeden en bezittingen van Russische pro-Poetin oligarchen en ‘vrienden’ van Poetin, en het volledig isoleren van de Russische energie- en financiële sector.

Als westerse landen het leven van Alexei Navalny willen redden, dan moeten ze via diplomatieke landen het Kremlin nu laten weten hoe de sancties fors uitgebreid zullen worden als hij overlijdt in de gevangenis. Dat wordt er des te overtuigender op als de Europese landen de harde houding van de Amerikaanse president Joe Biden steunen. Maar zoals gezegd, het is de vraag of landen als Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Nederland zich met meer dan symbolische mooie woorden die economisch niets kosten in willen spannen voor Navalny.

Uit Den Haag klinkt in het openbaar tot nu toe geen enkel kritisch geluid in de richting van het Kremlin. De Nederlandse politiek is vooral met zichzelf bezig in een opperste oefening in narcisme en navelstaren.

Zo blijkt uit een brief van minister Blok en minister Van ’t Wout van 2 april 2021 aan de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken bij de beantwoording van kamervragen van D66 en GroenLinks dat deze ministers Nord Stream II beschouwen ‘als een commercieel project, waarbij het zich rekenschap geeft van de geopolitieke aspecten’. Zelfs belabberde uitlegkunde kan deze onrealistische houding niet goedpraten. Het is vluchtgedrag van een Nederlandse regering die neutraal zegt te zijn, maar dat door haar steun aan bedrijven als Shell en de Gasunie die zich actief opstellen als verlengstukken van de energiepolitiek van de Russische Federatie niet is.

Het is wachten op een minister van Buitenlandse Zaken van D66 om deze selectieve blindheid te beëindigen. Voor Navalny komt deze regeringswissel in Den Haag waarschijnlijk te laat. Als Den Haag al verder kan kijken dan de eigen navel.