George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘België

Ottmar Hörl doet in principe aan beeldhouwen. Zijn levenloze objecten vallen in herhaling en hebben het rijk alleen

leave a comment »

De Duitse kunstenaar Ottmar Hörl doet ‘in principe aan beeldhouwen’, zo zegt hij in een reportage van AVS Oost-Vlaamse Televisie. Het tekent zijn zoekende aard en theoretische invalshoek die hem niet alleen doet belanden aan de grenzen van de beeldende kunst, maar hem ook zijn eigen wil in zijn creatieve praktijk doet wegtoveren om die over te dragen aan levenloze objecten. Of dat afgietsels van kabouters, Karl Marx, hazen, beren, Daimlers of wat dan ook zijn. Aanleiding is een tentoonstelling in Kasteel Claeys-Bouüaert in Gent (Mariakerke) dat eigendom is van de stad Gent. Sinds 1998 is er het Centrum voor Jonge Kunst gevestigd.

De reportage wordt er extra geestig op omdat de makers duidelijk niet weten wat ze met het werk van Hörl aanmoeten. Is een debat over tuinkabouters die verboden moeten worden omdat ze zo lelijk zijn ernst of satire? Worden we in het ootje genomen? Die onduidelijkheid is de meerwaarde van de reportage. En uiteraard van het werk van Hörl. De liefhebbers kunnen zijn ‘prachtige kunststof beelden’ bestellen bij Mud In May. In de installatie op het grasveld bij het kasteel Claeys-Bouüaert staan niet alleen ‘fuck you’-kabouters, maar ook andere kabouters. Opvallend is dat de zwarte kabouter die de Hitlergroet brengt en eerder in Gent in 2008 was te zien hier niet kan worden besteld. Blijkbaar kent ook de commerciële kant van Ottmar Hörl grenzen.

Foto 1: ‘Karl Marx, Ausstellung zum 195. Geburtstag: “Ikone Karl Marx”, von Ottmar Hörl’, 2013.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aanbod van kunststof beelden van Ottmar Hörl door Mud In May.

Belfius houdt het simpel: ‘Vandaag kunnen we samen iets doen voor het klimaat, simpelweg door te beleggen’

with 2 comments

De tekst bij de video op YouTube van de Belgische bank en verzekeraar Belfius zegt: ‘Vandaag kunnen we samen iets doen voor het klimaat, simpelweg door te beleggen.’ Ik breek me het hoofd over de strekking van de uitspraak. Uiteraard kunnen we samen iets doen, maar wat is dat? Is simpelweg beleggen voldoende om de klimaatverandering die op ons afkomt tegen te gaan en in goede banen te leiden? Ik betwijfel het. Dat houdt in dat we ons gedrag niet hoeven aan te passen. Maar, verstandige mensen beweren dat we ons gedrag moeten veranderen omdat het zo niet verder kan? Ons wacht een opwarming in deze eeuw van 3 graden, wat voor delen van de wereld rampzalige gevolgen heeft. We kunnen toch niet op dezelfde manier blijven vliegen, vlees blijven eten, auto blijven rijden, ons huis blijven verwarmen? Kunnen we alles blijven doen zoals altijd? Ook als dat de CO2 uitstoot niet vermindert? Door simpelweg te beleggen in Belfius zouden we ons gedrag niet hoeven te wijzigen en komt alles goed met de aarde. Dat is in tegenspraak met de inhoud van de video die zegt dat we de laatste generatie zijn die iets aan de klimaatverandering kan doen. Door bewust en actief te handelen. Niet door simpelweg te beleggen. Dat is slechte marketing en op z’n slechtst misleiding. YouTube zou de video moeten verwijderen. Het sust in slaap. Totdat we gillend wakker worden. Een belegging in het duurzaamheidsfonds ‘Belfius Equities Climate’ helpt daar niet aan. Beleggen is geen hedendaagse aflaat.

Written by George Knight

12 december 2019 at 14:20

Kritiek op term ‘oikofobie’ en advies aan Doorbraak.be om afstand te nemen van de rechts-radicale alt-right beweging (zoals Baudet)

with 2 comments

Mijn reactie bij een artikel van Steven Vandeborre op Doorbraak.be. Ik stem ermee in en zet evenals de auteur vraagtekens bij het begrip ‘oikofobie’. In een slotwoord roep ik Doorbraak.be op als het zich wil profileren als conservatieve of nationalistisch-conservatieve Vlaamse beweging dat het gevaar loopt om besmet te worden door gedachtengoed en vertegenwoordigers van de alt-right beweging. Zoals die nu in de partij Forum voor Democratie verzameld zijn. Doorbraak.be zou er daarom beter aan doen er publiekelijk afstand van te nemen.

Mee eens wat Steven Vandeborre schrijft. Er zijn twee posities mogelijk ten aanzien van het begrip ‘oikofobie’.
1) De rechts-radicale kleinkinderen van Scruton beweren in navolging van Baudet dat EU, hedendaagse kunst, multiculturalisme en pluriformiteit niet verenigbaar zijn met dat thuisgevoel en tot zelfhaat leidt. De tovenaarsleerlingen klimmen op de schouders van hun meesters. Dat resulteert erin dat rechts-radicale aanhangers of sympathisanten van wat met een verhullende term alt-right wordt genoemd democratische normen, waarden en instellingen afwijzen en misleidende informatie geven over principes als de rechtsstaat en vrijhandel.
2) Degenen die op afstand staan van dat rechts-radicale gedachtengoed beweren dat dat alles wel verenigbaar is met dat thuisgevoel, er per definitie niet haaks op staat en niet in zelfhaat eindigt en daarom niet hoeft te leiden tot de afwijzing van de democratie en misleidende informatie.

Ik probeer een en ander aan de hand van de rechts-radicale opvatting van kunst aan te tonen. Hedendaagse kunst die moderne kunst in de eigen tijd is kan vervreemding verbeelden zoals Bertolt Brecht dat vanaf 1920 in het theater deed. Hedendaagse kunst kan politieke standpunten verbeelden zoals 17de-eeuwse schilderkunst (De bedreigde Zwaan van Jan Asselijn) of klassieke kunst (De Lysistrata van Aristophanes) dat ook deden. Hedendaagse kunst kan de samenleving een spiegel voorhouden waardoor het eigene ter discussie wordt gesteld en minder vanzelfsprekend wordt. Hedendaagse kunst kan de structuur van de werkelijkheid ontrafelen door te proberen achter de façade ervan te kijken. Zoals Roland Barthes dat in 1970 in zijn semantische analyse van een verhaal van Honoré de Balzac S/Z deed. Dat zijn geen uitgangspunten, maar toepassingen van hedendaagse kunst.

Baudet geeft door in zijn rijtje vervreemding (in de traditie) van Brecht naast ‘oikofobie’ (thuisgevoel) van Scruton te zetten aan de cultureel-historische en dramaturgische achtergrond van de Brechtiaanse Verfremdung niet te begrijpen. Zoals bij Baudet de pretentie iets te weten van hedendaagse kunst en kunsttheorie voortdurend op gespannen voet staat met zijn werkelijke kennis over en inzicht in kunst(theorie). Vervreemding is niet bedoeld of wordt als dramaturgisch middel ingezet om mensen van hun omgeving te vervreemden, maar beoogt juist het omgekeerde. Namelijk het vergroten van de bewustwording door mensen aan de hand van het creatieve maakproces (het tonen van de montage) zich van hun achtergrond en (achtergestelde) positie bewust te maken. Door ze letterlijk achter de werkelijkheid te laten kijken. Wakker schudden van burgers is hetzelfde wat Baudet zegt te doen. Hij verwart het Vervreemdings-effect als artistiek middel met het gevolg ervan.

Kan Baudet vanwege zijn onbegrip nog geëxcuseerd worden voor het omwisselen van de uitgangspunten en toepassingen van hedendaagse kunst, dat geldt niet als hij stelt dat een uitgangspunt ervan ‘zelfhaat’ is. Dat is geen uitgangspunt, laat staan toepassing van hedendaagse kunst, maar een begrip uit de psychologie dat ‘een vorm van totale afwijzing is die de eigen persoon betreft’. Vertaald naar de hedendaagse kunst zou dat betekenen dat het via een toepassing zichzelf totaal afwijst. Maar dat is in strijd met de logica omdat het van tweeën een is. Ofwel, als hedendaagse kunst zichzelf afwijst dan kan het die afwijzing niet tegelijkertijd als toepassing inzetten. Want dan wijst het zichzelf per definitie niet totaal af, maar bevestigt het zichzelf juist.

De zelfbenoemde en uiterst tevreden met zichzelf zijnde denker Baudet is bij nader inzien vooral een sprokkelaar van andermans gedachten. In de samenvoeging beseft hij dat hij denkfouten maakt die hij door ze in de mal van de partijpolitiek te persen probeert te verhullen. Want in de politiek gelden andere normen en mores dan in de kunsttheorie of de filosofie. In de politiek ligt de lat lager. Baudet rekent erop dat hij ermee wegkomt, en dat is precies wat gebeurt. Het is wellicht de echte reden dat hij de carrièrestap naar de politiek heeft gezet, terwijl hij verklaarde dat nooit te zullen doen en er ongeschikt voor te zijn. Zijn hulptroepen op sociale media laten zich zonder de kern van het debat te doorgronden ervoor gebruiken de kritiek op het denken van Baudet te neutraliseren. Zodat Baudet een debat kan voeren zonder daar ooit kritiek op te ontvangen. Zodat een gratis rit in de publiciteit zijn beloning is.

Als slotwoord nog een overweging voor onderweg over het karakter en de profilering van Doorbraak.be en de term conservatisme of nationaal-conservatisme. Niet als kritiek bedoeld, maar als overpeinzing. Types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden of principes in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het gaat er hier niet om om het conservatisme te verdedigen, maar om zo goed mogelijk te omschrijven wat het is en te kijken hoe het zich verhoudt tot de alt-right beweging en het hedendaagse racisme van radicaal- en extreem-rechtse politici die als tovenaarsleerlingen onder meer verwijzen naar Scruton. Het zijn overigens niet alleen radicaal-rechtse politici die de term conservatisme voor hun eigen politieke handelen gebruiken waarvan het zeer de vraag is of dat wel conservatisme is, het zijn ook linkse denkers als Merijn Oudenampsen die dat doen. Daarmee bevindt hij zich op een lijn met Baudet die het conservatisme een revolutionaire en zelfs Leninistische lading geeft. Baudet rekt dat begrip conservatisme oneigenlijk op om zich ermee te tooien en Oudenampsen doet het om alt-right kritisch te benaderen. Maar het resultaat is hetzelfde, namelijk dat er begripsverwarring wordt geïntroduceerd over het conservatisme waarmee niet verklaard, maar verhuld wordt.

Als Doorbraak.be de spreekbuis wil zijn van de Vlaams-nationalistische, conservatieve beweging wat een begrijpelijk en eerbaar streven is, dan zou het strikt bij zichzelf moeten blijven en afstand nemen van rechts-radicale alt-righters als Baudet, Van Langenhove of NV-A’ers die ondubbelzinnig voor een autoritair regime staan. Het verdient aanbeveling om de grens tussen het conservatisme of nationaal-conservatisme en de alt-right beweging helder af te bakenen. Het is het verschil tussen het aanvaarden van het politieke bestel en de democratische rechtsstaat en de verwerping ervan. Nu loopt dat vaak in elkaar over wat de rechts-radicale alt-righters ook op Doorbraak de gelegenheid geeft zich te vermommen en anders voor te doen dan ze werkelijk zijn. Mogelijk lopen nu de belangen van deze rechts-radicalen en nationaal-conservatieven parallel, maar dat is waarschijnlijk een tijdelijke situatie. Op termijn beschadigt die vermenging en/of samenwerking de conservatieve beweging in Vlaanderen, zodat het voor conservatieven of conservatieve media verstandig is om uit zelfbescherming dat onderscheid te maken en de vreemde rechts-radicale bedgenoten die de democratie en het politiek bestel afwijzen met redenen omkleed resoluut de deur te wijzen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOikofobie is een handige maar lege doos’ van Steven Vandeborre op Doorbraak.be, 2 december 2019.

Twee foto’s van Nederland (1911) roepen vraag op of buitenlandse beeldarchieven voor Nederlands publiek voldoende ontsloten zijn

with one comment

Waarom dat is weet ik niet, maar ik kan geen genoeg krijgen van oude foto’s van waterwegen met schepen. Wellicht omdat mijn moeder uit een rederij familie kwam? De datum is 1911. De haven is Rotterdam. Twee heren turen over de Maas. Pogend niet poserend over te komen. Schoorstenen van schepen spuwen stoom.

Mogelijk was de fotograaf op de terugweg van Utrecht van het verslaan van de ‘Circuit d’Europe’ luchtrace die door de Parijse krant Le Journal werd georganiseerd. Met Utrecht als etappeplaats voor de aankomst van de derde etappe uit Luik en het vertrek van de vierde etappe naar Brussel. Het is gissen. Hoe kan ik het weten?

Beide foto’s worden in de omschrijving in het Franse beeldarchief Gallica gerubriceerd als persfotografie (photographie de presse) met als maker het fotografisch persbureau ‘Agence Rol’ dat van 1904 tot 1938 bestond. Zo zijn in buitenlandse archieven veel oude foto’s van Nederland opgenomen waarvan het de vraag is of die voor een Nederlands publiek in een Nederlandse digitale collectie bijeen zijn gebracht. Of zouden moeten worden. Ze verruimen onze blik op wat Nederland ooit was en hoe buitenlanders ernaar keken.

Foto 1: Rotterdam [vue du port] : [photographie de presse] / [Agence Rol], 1911. Collectie Gallica. 

Foto 2: Hollande, Utrecht [vue d’une foule rassemblée pour l’arrivée de l’étape du circuit Européen Liège-Utrecht] : [photographie de presse] / [Agence Rol], 1911. Collectie Gallica. 

Written by George Knight

9 mei 2019 at 19:10

Gedachten bij verslag van tentoonstelling ‘Inline’ in galerie Knokke

leave a comment »

Soms komt de verwachting uit. Dat is het geval bij de kunst die in het verslag van de tentoonstelling ‘Inline’ in de galerie Art Center HOres MOdus 8 op de Zeedijk in Knokke is te zien. Met werk van Alea Pinar Du Pre en Marianne Turck. Galerist is Niña Van den Bosch. De video is geen journalistiek verslag maar een promotie van de galerie. Knokke kende ik goed door de zondagse bezoekjes vanuit het nabijgelegen Zeeuws-Vlaanderen. Het was jarenlang mijn Zandvoort of Egmond. De kunst in de Knokse galeries behaagt, doet geen pijn en past goed in het interieur. Voor zoiets is in Nederland nauwelijks een markt. Niet streng genoeg. Te zuidelijk.

De beschrijving van de kunst van de Oostenrijks-Turks Alea Pina Du Pre vat dat samen: ‘Haar schilderijen nodigen uit om verder te kijken dan het doek en daarmee nieuwe manieren te vinden om te vertellen wat we beleven. Elk schilderij heeft zijn eigen verhaal, gemaakt  om de kijker te stimuleren na te denken over de gelaagde realiteit, om het zichtbare en onzichtbare, de werkelijkheid en de perceptie te doorgronden.’ Dit is onzin die op het eerste gezicht heel wat lijkt, maar bij nader inzien vaagheid en slecht geschreven flauwekul is. Hier wordt indruk gemaakt en ontzag ingeboezemd met kunst die dat niet verdient, maar wel verkoopt.

Bevestigt een goedbedoelde tentoonstelling in Dordrecht over gevluchte lhbti’ers stereotyperingen over zwarte Afrikanen of niet?

leave a comment »

Tot 24 maart zijn in Dordrecht op de tentoonstelling ‘No land for love’ in een pand op de Spuiboulevard 4 ‘beelden van gips en glas te zien van lhbti-asielzoekers die naar Nederland vluchtten’, aldus een bericht van RTV Dordrecht. Maker is Marcel Joosen. De expositie is onderdeel van de ‘Roze Ode aan de Synode‘: vrijdag vindt in de Grote Kerk een congres plaats over de verhouding tussen religieuze instellingen en LHBTI’ers.

Vraag is of de tentoonstelling stereotyperingen over zwarte Afrikanen bevestigt of niet. Ik kan hierover geen uitspraak doen omdat ik de tentoonstelling niet heb gezien, maar de video doet me sterk de wenkbrauwen fronsen over het getoonde. Het doet me denken aan de kritiek die onlangs ontstond bij het heropende en herbouwde Afrika Museum in het Belgische Tervuren. Zie hier mijn commentaar daarover. Weliswaar ging die kritiek over ‘koloniale propaganda’ die het museum zou goedpraten en directeur Guido Gryseels ontkende. Hij zei zich verkeerd begrepen te hebben, en meende het goede te doen. Maar iets wat goedbedoeld is, kan toch voor sommigen goed verkeerd uitpakken. Dat lijkt de overeenkomst met de tentoonstelling in Dordrecht.

Foto: Impressie van de tentoonstelling ‘No land for love’ met beelden van Marcel Joosen in berichtTentoonstelling in teken van gevluchtte lhbti’ers’ van RTV Dordrecht, 14 maart 2019.

VN-werkgroep heeft harde kritiek op België en het Afrika Museum

with one comment

Op 17 januari 2013 schreven leden namens vier VN-organen (Werkgroep van mensen van Afrikaanse afkomst; de speciale rapporteur van culturele rechten; de onafhankelijke expert van minderhedenkwesties; en de speciale rapporteur over hedendaagse vormen van racisme, raciale discriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante intolerantie) een brief naar de Nederlandse regering om de feiten en het anti-racisme beleid te checken. Ze zeiden ervan op de hoogte te zijn gebracht dat ‘de Nederlandse viering van Zwarte Piet elk jaar deel is van het Sinterklaasfeest en voorafgaat aan en de viering van de kerstman begeleidt’. Zwarte Piet zou racistische stereotyperen bevestigen. De afloop is bekend, de Nederlandse regering ondernam actie en zette een programma in werking waarin de stereotyperingen geleidelijk werden ontdaan van hun ergste racistische kenmerken. Eind goed, al goed, hoewel dat door velen in het Nederlandse debat anders wordt ervaren.

Afgelopen week bezocht de Werkgroep van mensen van Afrikaanse afkomst (‘Working Group of Experts on People of African Descent‘) België. Met andere leden dan in 2013. In een persverklaring van 11 februari 2019 komt het met een lijst van 74 opmerkingen waarvan enkele pittig zijn. De werkgroep constateert binnenlandse racistische discriminatie (‘racial discrimination is endemic’) aldus de inleiding van een verklaring over de eigen werkwijze. In september 2019 volgt een eindrapport. Het verschil met de brief uit 2013 die aan Nederland was gericht en diende om de feiten te checken en de Nederlandse regering een mogelijkheid tot antwoord gaf is dat de toon van de persverklaring harder is. Dat heeft in de Belgische samenleving tot felle reacties geleid.

Zoals bovenstaand artikel in Het Nieuwsblad verduidelijkt voelt directeur Guido Gryseels van het pas heropende en herbouwde Afrika Museum in Tervuren zich verkeerd begrepen. In de persverklaring noemt de werkgroep het Afrika Museum, ofwel Royal Museum for Central Africa (RMCA) op twee plekken. De werkgroep geeft aan dat het beseft dat het Afrika Museum wel heeft geprobeerd om het koloniale perspectief te verbreden door opname van kritiek daarop, maar daar slecht in zou zijn geslaagd omdat het daarin niet ver genoeg is gegaan. De werkgroep meent dat het van belang is dat het museum ‘alle koloniale propaganda’ verwijdert en de wreedheden van Belgische koloniale verleden nauwkeurig presenteert.

Directeur Guido Gryseels ontkent de aantijgingen en meent dat die ‘koloniale propaganda’ tot het erfgoed behoort en daarom getoond moet worden. Dat het daarom niet voor de hand ligt om die objecten te verwijderen, des te meer omdat het museum ze volgens hem wel van een context, een kritische bijsluiter heeft voorzien. Dit verschil van mening lijkt terug te voeren tot een verschil in perspectief én taakopvatting tussen mensenrechtenactivisten en museale of erfgoed-specialisten. Hun werelden zijn zo verschillend dat ze elkaar niet begrijpen. Daarnaast wijzen beide partijen ook op een geleidelijk proces dat nog in ontwikkeling is en de oplossing in zich draagt. Net als bij het Zwarte Piet-debat in Nederland. Verschillen zijn overbrugbaar.

Punt 13 uit de verklaring roept vragen over de onderbouwing van de werkgroep op: ‘Het maatschappelijk middenveld meldde gemeenschappelijke uitingen van rassendiscriminatie, xenofobie, Afrofobie en daaraan gerelateerde onverdraagzaamheid waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd. De grondoorzaken van de hedendaagse mensenrechtenschendingen liggen in het gebrek aan erkenning van de ware omvang van geweld en onrechtvaardigheid van kolonisatie.’ Dat er racisme jegens donkergekleurde mensen in België voorkomt leidt geen twijfel en moet door regeringsbeleid aangepakt worden. Vraag is of de werkgroep de oorzaak ervan juist ziet, dientengevolge wel tot de goede aanbevelingen komt en niet blijft hangen in een denkfout. Want het is de vraag of de samenhang tussen racisme en kolonialisme zo is dat racisme altijd voortkomt uit kolonialisme. Het koppelt namelijk slachtoffers van racisme in alle gevallen aan kolonialisme. Dat kan niet de bedoeling van de werkgroep zijn, maar komt zo toch in de beeldvorming over.

De werkgroep verbindt al het racisme jegens mensen van Afrikaanse herkomst in België aan het Belgische kolonialisme in Afrika. Dat is een lastig te verdedigen standpunt. Een kolonialisme dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw met een klap eindigde, weliswaar achter de schermen economisch en politiek nog tientallen jaren voortduurde, maar toch in de Belgische samenleving al meer dan 50 jaar een taboe-onderwerp is. In die zin heeft de werkgroep gelijk dat er volop winst te halen is door bewustwording van de bevolking over de nadelen en wreedheden van het kolonialisme. De paradox is dat de bewustwording inzichtelijk kan worden gemaakt met de voorbeelden die in het Afrika Museum in Tervuren worden getoond. Maar evengoed kan verdedigd worden dat de beste methode om het racisme te bestrijden er juist in bestaat om het los te koppelen van het historisch kolonialisme doordat dit laatste een te beperkt perspectief biedt op het hedendaagse racisme. Zo’n koloniale invalshoek verklaart actuele culturele, sociale en economische ontwikkelingen onvoldoende.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVN heeft zware kritiek op vernieuwd AfricaMuseum: “Alle racistische beelden moeten verdwijnen”’ in Het Nieuwsblad, 12 februari 2019.

Foto 2, 3 en 4: Fragmenten uit de persverklaring (‘Statement to the media by the United Nations Working Group of Experts on People of African Descent, on the conclusion of its official visit to Belgium, 4-11 February 2019′) van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, 11 februari 2019.