Kermis in Parijs (1898)

Henri Evenepoel, Scène de rue (la baraque des lutteurs), Fête aux Invalides (Paris), mei 1898. Collectie:
Institut royal du Patrimoine artistique (België).

Een straattoneel van de worsteltent op een Parijse kermis in 1898. Er gebeurt weinig. Worstelaars kijken naar het publiek en het publiek kijkt terug. Kinderen staan vooraan en volwassenen achteraan. Er lijkt vooralsnog geen sprake van een voorstelling. Dit is een dood moment.

Reclame komt ook voor op deze kermis. In het mini-reuzenrad op onderstaande foto adverteert Kneipp (‘Addition Café‘). Het lijkt niet zozeer de nu nog steeds bekende therapeutische gezondheidsproducten van de Beierse priester Sébastien Kneipp aan te bevelen die in 1891 in Frankrijk werden geïntroduceerd. Maar wel moutkoffie. Een multinational in wording.

Eugène Atget, Fête Foraine des Invalides, 7ème arrondissement, Paris. Collectie: Musée Carnavalet, Parijs.

Die werd als gezonder dan koffie van cafeïne of chicorei beschouwd. Een site zegt: ‘Deze gekiende en gebrande haver, die koffie vervangt, gaat terug op Sebastian Kneip (1821-1897), een Duitse pastoor van Beierse nationaliteit, die een “Wasserheilmethode” of genezing door koud water propageerde.’ Malt Kneipp adverteerde met de slogan ‘Gezonder en goedkoper’.

Publiciteitsmateriaal van het café Malt Kneipp in Parijs. Tevens hoofdkantoor van de Franse l’Association Kneipp.

De luchtballon van toen die als het ware de gondel van het mini-reuzenrad in de lucht houdt werd in de 20ste eeuw het vliegtuig of de ruimtecapsule. Zo is de kermis van 1898 een afspiegeling van de toenmalige samenleving. Uiteraard. Tussen sterke mannen en gezondheid, tussen worstelen en afwachten, tussen …. enfin, dat kan iedereen voor zichzelf invullen. Het aanlokkelijke van deze foto’s is dat er zoveel uit af te leiden valt.

Advertentie

Waarom ons druk maken over Vlaamse identiteit? Die staat straks toch onder water

De rechtse NVA en het radicaal-rechtse Vlaams Belang hameren op het boetseren van een Vlaamse identiteit. In het onderwijs, in de media en in de samenleving, maar NVA wil vooralsnog niet samen optrekken met het Vlaams Belang. Het accent op Vlaamse identiteit houdt noodgedwongen in dat andere identiteiten in Vlaanderen in de verdrukking komen.

Met een West-Vlaamse tongval (denk ook de geweldige serie Chantal die doordesemd is met West-Vlaanderen en de eigenzinnige grenzeloosheid die bij kuststreken hoort) relativeert Pieter-Jan Catteeuw dat tamboereren van de rechtse politiek op Vlaamse identiteit.

Hij kijkt naar de toekomst en vraagt zich af wat van de Vlaamse historie en cultuur overblijft als de zeespiegel blijft stijgen. Dat is de enige spiegel waar we nu in moeten kijken. Het is zoals in vele landen ook in Vlaanderen vooral de rechtse politiek die de klimaatproblematiek ontkent. Met als gevolg dat maatregelen uitblijven om de stijgende temperaturen en stijgende zeespiegel aan te pakken. In 2050 zijn in Europa de gletsjers gesmolten.

Het laaggelegen Vlaanderen is kwetsbaar voor de stijgende zeespiegel. De paradox is dat de Vlaamse identiteit in de toekomst zal moeten emigreren naar hoger gelegen gebieden. Met meenemen van frietkot, koersfiets, brouwerij en alles wat volgens rechts nu Vlaanderen tot Vlaanderen maakt. Dan worden ook de rechtse Vlamingen migranten.

In de tussentijd is het potverteren en pierewaaien. Voor zolang het duurt. Met het accent op de Vlaamse identiteit die volgt uit terugkijken, terwijl de wijsheid vooruitkijken gebiedt. Het kortetermijndenken is het maximale wat de politiek aankan. Dat is jammergenoeg niet uniek voor Vlaanderen.

‘Vlissingen 1911’ brengt Europese grootmachten in rep en roer

Groepsfoto militairen. 4e compagnie, 4e bataljon Vlissingen, circa 1911. Collectie: Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen.

Op p. 94 van de roman ‘Uiteengescheurd‘ (1940) van Miklós Bánffy kwam ik de volgende passage tegen: ‘Aan de andere kant van Europa trok een bericht uit Nederland de aandacht, waar men vestingwerken wilde bouwen rondom de haven van Vlissingen. Dit besluit van het meest vredige land veroorzaakte een storm. De pers in Parijs en Londen zag er Duitse plannen in, van keizer Wilhelm, die misschien wel een eigen vlootbasis wilde verwerven, op een paar uur van de Engelse kust en Het Kanaal. Waarschijnlijk werd er aan de bel getrokken door de twee grootmachten van de Entente Cordiale, want nauwelijks een maand later werd het plan door de Nederlandse regering ingetrokken.

Ik had nooit van dit plan gehoord. Klopt het wat Bánffy zegt? Aan zijn historische en politieke inzicht valt niet te twijfelen. Naast schrijver was hij ook politicus en in 1921 en 1922 minister van Buitenlandse Zaken van Hongarije. Het klopt dat Vlissingen 1911 een belangrijke Europese kwestie was die had te maken met de oorlogsplannen van de grootmachten. Vanuit Vlissingen kon de Westerschelde en de haven van Antwerpen afgesloten worden.

Het is achteraf opvallend dat ik in de geschiedenisles op school alles heb meegekregen van de Duitse vlootbouw, de eerste Marokkocrisis in 1905, de Duitsgezindheid in Nederland tot 1940, maar nooit heb gehoord over de kwestie Vlissingen 1911. Terwijl dat vele aspecten verbindt, inclusief desinformatie en agitatie in de pers. Ook Nederlandse populaire historische publicaties laten het onderwerp links liggen.

De context is de blokvormig van Europese grootmachten in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog en de Duitse plannen in stapjes van 1903, 1907 en 1912 voor de opbouw van een Duitse oorlogsvloot, een Hochseeflotte. Het geschil over Vlissingen 1911 valt midden in de toenemende spanningen tussen enerzijds Duitsland en anderzijds Engeland en Frankrijk. Wat in 1914 zou uitmonden in de Eerste Wereldoorlog.

In The German Menace (de Duitse dreiging) geeft in 1911 de Engelse marxist Theodore Rothstein commentaar op de actuele diplomatie en buitenlandse politiek, de vlootbouw en het marine beleid van de verschillende landen. Hij gaat uitgebreid in op de kwestie Vlissingen. Het is aardig om hem ‘in real time‘ te volgen. Tegelijk relativeert hij de Duitse dreiging door Menace tussen aanhalingstekens te zetten. Was er wel een Duitse dreiging?

In deel 5 zegt hij: ‘this is what lies at the bottom of the Anglo-Franco-Belgian agitation against the Flushing scheme. By closing the mouth of the Scheldt Holland will frustrate the easy execution of the Franco-British military plans‘.

Rothstein is niet altijd volledig. Zo zegt hij in deel 4: ‘For a long time before and after her constitution as a sovereign State, Holland possessed some fortifications on the North Sea coast, including Flushing, but had none on her eastern frontier where she was adjoining Prussia.’ Dat is suggestief. Nederland had aan de lastig verdedigbare oostgrens inderdaad geen fortificaties gebouwd, maar wel rond de vesting Holland in de Hollandse Waterlinie die tot 1945 in gebruik was.

Het blijft onduidelijk of de plannen voor de versterking van de vesting Vlissingen dienden om Nederland tegen een aanval vanaf zee te beschermen, het oogmerk ervan was om de toegang tot de Westerschelde voor alle partijen af te sluiten of de Duitse vloot een schuilplaats te bieden. Dat laatste lijkt onwaarschijnlijk en kwam waarschijnlijk uit de koker van de Engels-Frans-Belgische pers. Rothstein zegt in 4. The Fortification of Flushing van 18 februari 1911:

In 4. The Fortification of Flushing” Continued van 25 februari 1911 zegt Rothstein geen mening te hebben over de militaire verdiensten van het plan Vlissingen:

Rothstein meent in datzelfde 4. The Fortification of Flushing” Continued Nederland als neutraal land het recht heeft om de toegang van de Westerschelde voor de vloten van strijdende partijen en de Engelsen in het bijzonder af te sluiten:

Rothstein ziet de opwinding over de kwestie Vlissingen 1911 als deel van de agitatie tegen Duitsland door de Engelse en Franse pers. Of deze dynamiek werkelijk zo scherp was en hoe de wisselwerking tussen pers en politiek in betrokken landen was is achteraf lastig te beoordelen.

Bánffy verwijst ook naar de rol van de Franse en Engelse pers in het opstoken van deze kwestie die meenden dat de bouw van fortificaties in Vlissingen ‘een Duits plan was om er een eigen vlootbasis te verwerven’. Dat is verre van logisch en staat haaks op het toenmalige Nederlandse beleid om te streven naar neutraliteit en buiten een grootscheeps conflict te blijven. Dat dit Nederland in 1914 uiteindelijk lukte is des te verbazingwekkender voor wie zich verdiept in de kwestie Vlissingen 1911.

Voor meer over Bánffy zie mijn commentaarGedachten bij een foto met Miklós Bánffy (1934)‘.

Betrapte tijd: drie foto’s van Emile Henri t’Serstevens (1890-1933)

Emile Henri t’Serstevens, Boten op het strand ([Knokke-Heist], 1890-1933.

De foto’s in de digitale collectie van BALaT (Belgian Art Links and Tools) van de Belgische (amateur)fotograaf Emile Henri t’Serstevens (1868-1933) zien er akelig donker uit. De hier gekozen foto’s lichten gelukkig scherp op. Wikipedia voegt over t’Serstevens toe: ‘Samen met zijn echtgenote Marie Dastot (1870-1943), was hij meer dan 30 jaar werkzaam als artistiek fotograaf.

De foto’s geven een tijdsbeeld van een periode waarin nog niet veel werd gefotografeerd. Dat was eind 19de eeuw voorbehouden aan een kapitaalkrachtige elite. De bomschuiten op het strand van Knokke-Heist doen denken aan de boten op het strand van Scheveningen op Hendrik Willem Mesdags Panorama Mesdag (1881). De uitsnede lijkt onzorgvuldig gekozen.

De titel van de volgende foto verraadt de afstand tussen de fotograaf en zijn object: ‘Werkende arbeiders op een plein in Middelburg‘. Is dat ‘werkende arbeiders‘ niet dubbelop? Deze foto is van historisch belang omdat door de Duitse artilleriebeschietingen van 17 mei 1940 de binnenstad van Middelburg grotendeels door brand werd verwoest. De twee vrouwen rechts kijken nieuwsgierig naar de fotograaf. Ze worden blijkbaar graag op de korrel genomen. Als ze al beseffen wat hier aan de hand is.

Emile Henri t’Serstevens, Werkende arbeiders op een plein in Middelburg [Nederland], 1890-1907.

De foto van de marcherende militairen is ontroerend door de tegenstelling met de twee kinderen langs de kant van de weg. Zijn ze geïmponeerd en beseffen ze wat ze zien? Dit raakt aan het zinnebeeld van het militaire bedrijf als schuldig. De observerende kinderen vormen een rustplaats waar de foto even bij stilstaat. Het is de verdienste van de fotograaf dat we dit zien met zijn ogen.

Emile Henri t’Serstevens, Défilé de soldats à Saint-Gilles [Brussel], 1891-1933.

Gedachten bij twee foto’s van een Jezuïtisch muziekkorps in Kisantu, Congo (1920-1940)

Mission band, Kisantu, Congo, ca.1920-1940‘. Ansichtkaart. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Bewogen Koper (1993) is een documentaire van Johan van der Keuken waarvan de herinnering eraan zich opdringt in het kijken naar deze foto’s uit voormalig Belgisch Congo. Een samenvatting zegt: ‘Op antropologisch onderzoek gebaseerde documentaire waarin de opmerkelijke transformatie van het Westerse blaasorkest in verschillende niet westerse culturen wordt onderzocht. Van der Keuken filmde en Noshka van der Lely nam het geluid op van orkesten uit Nepal, Ghana, Suriname en Indonesië. De nadruk wordt gelegd op de assimilatie van de, veelal tijdens de kolonisatie ongevoerde marsmuziek in de autochtone muzikale traditie. Diverse orkestleden worden geïntroduceerd, waarbij een beeld wordt geschetst van het dagelijkse leven. Een belangrijk onderdeel daarvan is de beleving van religieuze riten bij bruiloften en begrafenissen, waarbij de muziek een grote rol speelt.

Een westerse fanfare met westerse instrumenten als uiting van westers kolonialisme, is dat het? Hoe moeten we dat achteraf waarderen? Het is een gemengd beeld van omgekeerde culturele toe-eigening ofwel cultureel imperialisme.

Op deze foto’s loopt de assimilatie via godsdienst. Overigens is assimilatie een lastig woord dat zowel ‘gelijkmaking‘, ‘aanpassing‘ als ‘verandering‘ betekent. Wat is het hier? De Jezuïtische paters van de Kwango-Missie doen aan verheffing en educatie.

De Trompet-Pater staat op beide foto’s rechts. In een smurf-verhaal zou zijn functie en zijn attribuut rolvast zijn. Hij lijkt de leider van het blaasorkest. Dat zo te zien geen saxofoon bevat. Toch een door een Belg uitgevonden instrument. Te moeilijk om te bespelen, te duur?

Boys in a marching band, Kisantu, Congo, ca.1920-1940‘. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Ach, we kunnen terugblikkend ons er alleen maar over verwonderen dat zulke blootsvoetse fanfares onder de palmen bestonden. Hoe klonken ze? Wat brachten ze in hun land teweeg in de muziekuitoefening toen de paters door de dekolonisatie waren gedwongen om hun biezen te pakken? Het is gissen.

De mengvorm van Noord en Zuid vertegenwoordigt de Ethiopische saxofonist Gétatchèw Mèkurya (1935-2016) die de vergelijking met westerse saxofonisten als Archie Shepp of Ornette Coleman kan doorstaan. Ongepolijstheid is een kwaliteit als het leidt tot vrijheid en lak aan westerse conventies. Elementaire eenvoud. Onze oren moeten er wellicht even aan wennen, maar dan blijkt de uniekheid:

Oorlogsmonument

Het mooiste van oorlog is de overwinning. Het verpletteren van de vijand met een beslissende klap. Alsof men een vlieg uit de lucht mept. Terloops en doodgemakkelijk. Achteraf kan daar goede sier mee gemaakt worden. In triomfbogen, optochten in de hoofdstad en herinneringen.

Het op een na mooiste van oorlog is het oorlogsmonument. Het is de plek om de overwinning te vieren én de doden te herdenken. Die laatsten worden verzachtend ook wel de gevallenen genoemd. Alsof ze per ongeluk zijn gestruikeld, weer zijn opgekrabbeld en nog gewoon voortleven.

Maar dat is een misverstand. Ze hebben wel degelijk het loodje gelegd voor GodVolk en Vaderland. Of hoe de nationalistische orde op zeker moment in een bepaald land wordt vormgegeven.

Het Duitse woord voor monument is ‘Denkmal‘. Duitsland waar net als in Frankrijk en België op elk dorpsplein wel een monument voor de gevallenen is opgericht. Een te letterlijke vertaling van dat Duitse woord roept het uit: ‘Denk nou eerst een keer na!’

Er bestaat een florerende industrie met creatieve ondernemers die het na elke oorlog voor de wind gaat. Want als elk dorp een monument, sculptuur of gedenkplaat wil, dan moet dat geproduceerd worden. De Franse filmAu Revoir Là-Haut‘ (2017) is daar een parodie op. De verhaallijn zegt: ‘Albert en Édouard plegen een monumentale zwendel met de herdenking van de nabestaanden en de heldenverering van een land.’

Het is de vraag of wat Albert en Édouard doen de diepste vorm van zwendel is of een afgeleide daarvan. Is de schijnheiligheid van een strijdende partij om militairen naar het front te sturen en ze daarna als helden te vereren niet erger dan een creatieve ondernemer die achteraf een graantje meepikt?

Oorlog is niet altijd vermijdbaar. Zeker in het geval dat een land het grondgebied wil verdedigen tegen een aanvaller. Denk aan Oekraïne dat door de Russische Federatie op de huid wordt gezeten. De oorlogsmonumenten van die oorlog kondigen zich aan. Het basisontwerp ervoor in beide landen kan nu al getekend worden.

Men zou hopen dat de loop der dingen kon worden omgedraaid. Zodat het oorlogsverhaal begint met het realiseren van een oorlogsmonument om de doden te herdenken en eindigt met de verwachting voor de toekomst met oorlogsmachines, voortschrijdende technologie, kracht, beweging en de zelfoverschatting van een makkelijke, pijnloze overwinning.

Zo gaat het er in de echte wereld niet aan toe. Verdriet over overmoedigheid die uitdraait in verlies komt achteraf. Inzicht leeft slechts in het oprichten van oorlogsmonumenten voor de doden.

Franstalige rechter sommeert AfricaMuseum in Tervuren om bijschrift bij een kunstwerk weg te halen

Still met bijschrift bij kunstwerk van Jean-Pierre Müller in het AfricaMuseum te Tervuren uit een video van RobTV.

Een opmerkelijk bericht over een bijschrift bij een kunstwerk in het AfricaMuseum in het Belgische Tervuren. Bovenstaande tekst moet verwijderd worden omdat vier verenigingen van oud-paracommando’s er bezwaar tegen hadden gemaakt en van een Franstalige rechtbank gelijk kregen. Het museum moet de tekst binnen 14 dagen verwijderen op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag. Het museum zou de para’s in een kwaad daglicht stellen.

Het gaat om een bijschrift bij het werk van Jean Pierre Müller, dat onderdeel is van de installatie RE/STORE van 16 standbeelden in de Rotondezaal die zijn bedekt met transparante sluiers. In dit geval met de opdruk van een para-commando met geweer. Het hangt voor het in een nis staande beeld van Arsène Matton, ‘La Belgique apportant la sécurité au Congo‘ (= België brengt veiligheid naar Congo) uit 1921 waar het commentaar op geeft. Zie hier voor het persbericht met illustraties uit februari 2020 over deze installatie van Aimé Mpane en Jean Pierre Müller.

Schermafbeelding van deel persbericht van 27 februari 2020 van het AfricaMuseum. Met kunstwerk ‘Security RE/STOREd, van Jean Pierre Müller, 2019.

Het bezwaar van de oud-commando’s betreft dus niet het kunstwerk, maar het bijschrift bij het kunstwerk. Dus evenmin het totaal van de installatie RE/STORE, het werk van Müller en het bijschrift van het museum. Door bezwaar te maken tegen het bijschrift blijven de verenigingen van oud-commando’s zover mogelijk weg van de creatieve vrijheid van de kunstenaars. Ze maken immers bezwaar tegen een bijschrift waarvoor alleen het museum verantwoordelijk is.

Met name tegen de eerste zin zouden de commando’s bezwaar maken. Die zou historisch onjuist zijn omdat de toenmalige inzet van de commando’s een humanitaire actie om gijzelaars te bevrijden zou betreffen. De zin zou 58 jaar na dato ‘de eer van de commando’s schaden‘.

Opmerkelijk is dat de gewraakte zin in het Nederlands geen argumenten bevat die de bezwaren van de verenigingen van oud-commando’s ondersteunen. Die zin luidt: ‘Een Belgische paracommando in Stanleystad in 1964 op het moment van de onderdrukking van de Simba-rebellen‘. Deze zin legt namelijk geen direct oorzakelijk verband tussen de inzet van de commando’s en de onderdrukking van de Simba-rebellen door hen. De bepaling van tijd ‘op het moment’ kan geparafraseerd worden als ‘nu’ of ‘momenteel’. De zin zegt dat de Simba-rebellen op dat moment werden onderdrukt, door kan men toevoegen, de Belgische overheid, maar er staat niet door wie dat concreet gebeurde. Laat staan dat deze zin zegt dat de toenmalige paracommando’s de Simba-rebellen direct onderdrukten.

De zin in het Frans luidt anders en heeft een iets andere gevoelswaarde: ‘Un para-commando belge a Stanleyville en 1964, lors de l’écrasement des rebelles Simba. Men mag aannemen dat de Franstalige rechtbank zich op deze zin gebaseerd heeft om tot het ontvankelijk verklaren van de klacht van de oud-commando’s te komen. Maar ook in deze zin waarvan het gedeelte na de komma letterlijk vertaald kan worden met ‘tijdens het neerslaan van de Simba-rebellen’ valt nog geen direct oorzakelijk verband te leggen tussen de toenmalige inzet van de toenmalige commando’s en het neerslaan van de opstand van de Simba-rebellen. Ook in het Frans gaat het om een bepaling van tijd, namelijk ‘lors’. Dat geeft geen duidelijkheid over de oorzaak, doel of omstandigheid, maar uitsluitend over het wanneer.

Los van de vraag of een rechtbank zich moet willen mengen in de interpretatie van een bijschrift bij een kunstwerk in een publiek museum waardoor toch al snel de artistiek vrijheid van kunstenaars in het geding is, roept deze kwestie de vraag hoe duurzaam het oordeel van de Franstalige rechtbank is. Dit is in de kern een semantische kwestie die gaat over de interpretatie van een bijschrift. Het AfricaMuseum lijkt goede argumenten te hebben om bij een hogere rechtbank met succes bezwaar te maken tegen deze uitspraak omdat het gewraakte bijschrift geen direct oorzakelijk verband legt tussen de inzet van de commando’s in 1964 en het neerslaan van de Simba-rebellie.

Repliek op het artikel ‘Ons eigen landje, maar deel van Nederland’ over Zeeuws-Vlaanderen

Schermafbeelding van deel artikel Ons eigen landje, maar deel van Nederland van Nina Rijnierse in De Groene Amsterdammer, 26 januari 2022.

Nina Rijnierse maakte met steun van de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs een artikel over Zeeuws-Vlaanderen dat op 26 januari 2022 in De Groene werd gepubliceerd. Het is aardig om te lezen, maar kiest een te nauw perspectief en loopt het gevaar er een safari van exotisme van te maken.

Rijnierse maakt een rondgang door dit deel van Zeeland onder de Westerschelde met ongeveer 105.000 inwoners en concentreert zich op de grensstreek. In deze krimpregio spreekt ze in Westdorpe en Sluiskil maar ook in Hoofdplaat inwoners die hun visie op de demografische en politieke ontwikkelingen geven. Dat speelt op dorpsniveau.

Zij raakt de roos als ze verwijst naar het verdwijnen van allerlei overheidsdiensten uit Zeeuws-Vlaanderen. Ze noemt het ‘Kantongerecht, belastingdienst, douane faciliteiten, Kamer van koophandel, UWV, CBR, Marechaussee, GGZ’ die ze overneemt uit de niet aangenomen motieZeeuws-Vlaanderen Wingewest‘ in de Terneuzense raad uit juni 2020 van PvdA’er Laszlo van de Voorde. Overigens een onevenwichtige motie die aannames doet zoals ‘wijdverbreide gevoel niet meer volledig bij Nederland te horen’ die niet door de feiten of onderzoek ondersteund worden.

Het verdwijnen van deze overheidsdiensten uit een regio is inderdaad opvallend maar is niet specifiek voor Zeeuws-Vlaanderen of krimpgebieden in algemene zin. Overheden en semi-overheden hebben overal in Nederland ingezet op schaalvergroting en rationalisatie. Met als nadeel dat de afstand tot de overheid overal toeneemt en burgers zich niet meer gehoord voelen. Wie nu een klacht in moet dienen over een milieudelict over Dow Chemical in Terneuzen moet bellen naar de regio Rijnmond waar Zeeland onder ressorteert. In regio’s als Groningen, Achterhoek, Zuid-Limburg of Drente zullen inwoners zich evenmin gehoord voelen.

Het is jammer dat Rijnierse het gepolder met de Hedwige polder laat liggen en niet noemt. Waarom dat zo is blijft gissen. Nu zelfs het lokale GroenLinks zich tegen ontpoldering uitspreekt had De Groene geen vrees moeten hebben om dit aspect in een verhaal over Zeeuws-Vlaanderen op te nemen.

In de ontpoldering van de Hedwige polder tot ‘natuurgebied’ die nu door de Vlaamse overheid versneld wordt uitgevoerd komt al het ongenoegen van Zeeuws-Vlaanderen samen. Het idee is dat de Belgen vrezen voor een juridische nederlaag vanwege de vervuiling van de Westerschelde door het kankerverwekkende PFAS van onder meer de 3M-fabriek in het Belgische Zwijndrecht en daarom een voldongen feit willen realiseren voordat ze door de rechter worden teruggefloten. Vraag is of dat zorgvuldig bestuur van de Vlaamse overheid is en het van goed nabuurschap getuigt om zo met Zeeuwse buren om te gaan.

Dat ongenoegen bestaat uit de macht van de Antwerpse haven die de Nederlandse overheid in de houdgreep heeft, een zwak opererend Zeeuws provinciaal bestuur dat weinig voor elkaar krijgt, slecht georganiseerd is en geen profiel voor de toekomst durft te kiezen (industrie, kwaliteitstoerisme, natuur, zorg en gepensioneerden) en natuurorganisaties die als verraders worden gezien omdat ze zich laten lijmen door de grootindustrie tegen de belangen van de gewone Zeeuws-Vlamingen en boeren in. Dat komt bovenop de nadelen die elke krimpregio treffen.

In grensstreken is altijd grensverkeer. Dat is ook zo in Limburg en Twente waar Nederlanders in Duitsland wonen en werken of Duitsers zich oriënteren op Nederland. De instroom van Belgen in Zeeuws-Vlaanderen is niet nieuw en moet ook niet zo voorgesteld worden. Na de Eerste Wereldoorlog bleven vele naar Zeeuws-Vlaanderen gevluchte Belgen daar na de oorlog wonen. Binnen families trouwen al eeuwen Zeeuws-Vlamingen met Vlamingen. De culturele verschillen met Vlamingen uit de grensstreek zijn kleiner dan met ‘Hollanders’.

Daarmee is echter niet gezegd dat Zeeuw-Vlamingen vinden niet meer bij Nederland te horen, zoals Laszlo van de Voorde in zijn motie stelde. Integendeel, je zou zelfs kunnen zeggen, dat ze door de verschillen die ze ervaren zich er juist meer van bewust zijn om Nederlander te zijn. Dan gaat het wel om de variant van Nederlanderschap die zowel lokaler als internationaler is dan het ‘Hollanderschap’ dat in Nederland dominant is. Dat aspect laat Rijnierse liggen. Het lijkt in het van oorsprong katholieke oostelijke deel (Hulst) trouwens minder ervaren te worden dan in het van oorsprong protestante westelijke deel (Terneuzen, Sluis). Wel lijkt het juist om te beweren dat Zeeuws-Vlamingen zich door ‘Den Haag’ (en ook ‘Middelburg’) in de steek gelaten voelen. Dat is de kern, maar niet uniek voor Zeeuws-Vlaanderen.

Ontmoet Luther Burbank koninginnen? (1919)

Luther Burbank with Juliana, future queen of the Netherlands, 1919. Collectie: Sonoma County Library Digital Collection en Luther Burbank Home & Gardens Collection.

Er is iets ontzettend verkeerd gegaan bij de beschrijving van deze foto’s in de collectie van de Sonoma County Library, iets ten noorden van San Francisco.

Centraal staat de befaamde botanist en pionier in de landbouwwetenschap Luther Burbank (1849-1926). Hij ontvangt hoge gasten in zijn tuinen in Santa Rosa. Nu een nationaal historisch monument. Zie hier voor alle beroemde vrienden en bezoekers, inclusief Dr. Hugo de Vries en George H. Shull. Burbank had belang bij die bezoeken.

De beschrijving van de bovenste foto luidt: ‘Luther Burbank with Juliana, future queen of the Netherlands, 1919‘. In 1919 was prinses Juliana 10 jaar. Op de foto is geen 10-jarig meisje te zien. Waarom zou ze Luther Burbank trouwens bezoeken?

Het wordt er nog absurder op bij de beschrijving van onderstaande foto: ‘Luther Burbank with the Queen of Belgium, 1919. De additionele titel luidt: Luther Burbank and Queen Wilhelmina of the Netherlands, Santa Rosa, Calif., 1919. Dat wringt. Burbank schudt de Belgische koningin Elisabeth de hand, niet de Nederlandse koningin Wilhelmina.

Aan de kleding van Burbank valt af te leiden dat beide foto’s niet bij dezelfde gelegenheid zijn genomen. Het gaat om aparte bezoeken. Een andere foto met de Belgische koning Albert geeft als datum 14 oktober 1919.

De bovenste foto roept de meeste raadsels op. Nederland was buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven zodat een groepsfoto met veteranen van WOI in 1919 met een lid van het Nederlandse koninklijk huis die op goodwillreis naar VS is nergens op slaat. Hier lijkt een andere bondgenoot van de VS op bezoek. Uit België, Italië of de Balkan?

Luther Burbank with the Queen of Belgium, 14 oktober 1919. Extra titel: Luther Burbank and Queen Wilhelmina of the Netherlands, Santa Rosa, Calif., 1919. Collectie: Sonoma County Library Digital Collection en Luther Burbank Home & Gardens Collection.

Delen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie

Schermafbeelding van deel artikelRICO Lawsuit Filed Against the Archdiocese of Los Angeles and the Diocese of Tucson‘ in Los Angeles Injury Law News, 28 januari 2021.

Op 3 oktober 2021 schreef ik een kort commentaar op FB toen op Politico het eerste bericht verscheen over het misbruik van kinderen in de Franse katholieke kerk: ‘

In Nederland probeert de Deventer Theo Bruyns die als 13-jarige werd misbruikt in het seminarie in Helmond de katholieke kerk te laten verbieden als criminele organisatie. Tegen RTL Nieuws zei hij in 2019: ‘Als je iets tegen deze kerk wilt beginnen, moet je het voor elkaar krijgen dat die wordt bestempeld als een criminele organisatie‘.

Uit een bericht van september 2020 in de Stentor blijkt dat Bruyns’ procedure niets heeft opgeleverd omdat Jusititie weigert om de katholieke kerk als criminele organisatie te vervolgen. Volgens Bruyns ‘legitimeert justitie met deze stap de misstanden in de kerk’. Advocaat Jan Boone hielp Bruyns en spande belangeloos een artikel 12-procedure bij het Gerechtshof Arnhem/ Leeuwarden aan. De Stentor citeert de motivatie van het Gerechtshof: ‘Gebrek aan bewijs, onhaalbaarheid van strafvervolging en niet in het algemeen belang‘.

Interessant in dit verband is de Belgische rechtszaak tegen de Scientology Kerk. Dat leidde tot een langdurig juridisch gevecht waarbij de Kerk uiteindelijk door de correctionele rechtbank geen criminele organisatie werd genoemd. Dat gebeurde echter niet om principiële redenen, maar volgens een bericht van VRT Nieuws omdat ‘het dossier te onduidelijk en te onvolledig‘ was. Ofwel, het is in België in principe mogelijk om te bewijzen dat een religieuze organisatie een criminele organisatie is met als uiterste sanctie het verbod ervan.

De zaak van Theo Bruyns vs. de katholieke kerk lijkt ook te lijden hebben gehad aan een gebrekkige bewijsvoering. De motivatie bij het vonnis van het Gerechtshof ziet eruit als een mandje met ongelijksoortige beweringen. Het valt goed in te zien dat de bewijsvoering onvolledig en onvoldoende is, maar het is lastig te begrijpen dat strafvervolging onhaalbaar is en niet in het algemeen belang. Het valt namelijk niet in te zien dat indien de katholieke kerk een criminele organisatie is het niet in het algemeen belang zou zijn om die te verbieden.

De fout is dat het juridisch te grof is en een te hoge lat voor de bewijsvoering om ‘de katholieke kerk’ of ‘de paus’ aan te spreken. Ook omdat het een internationale organisatie is waar het Nederlands recht niet van op toepassing is.

Advocaat Boone heeft al in eerder geprobeerd om katholieke organisaties zoals het bisdom Utrecht en Rotterdam te laten verbieden, maar heeft nul op het tekst gekregen wegens ‘gebrek aan onderbouwing‘ volgens een bericht van december 2011 in Het Parool. Dit maakt opnieuw duidelijk dat het laten verbieden van (delen van) de katholieke kerk principieel niet onmogelijk is, maar wel een goede, overtuigende bewijsvoering vraagt.

De lat ligt extra hoog omdat binnen de rechterlijke macht en de politiek de gevestigde godsdiensten extra worden beschermd boven de normale juridische argumenten uit. Het niet accepteren van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als godsdienst door het Gerechtshof Den Bosch en de Raad van State maakt dat duidelijk, zoals dit commentaar concludeert. Bestaande godsdiensten hebben een streepje voor en nieuwe godsdiensten die zich op de religieuze markt wagen worden tegengewerkt. Een normatief pro-katholiek artikel van René Guldenmund dat zich vermomt als objectief, maar dat niet is geeft aan hoe bevooroordeeld degenen zijn die hierover oordelen.

Een specifieke parochie, katholieke school of bisdom kan dus focus zijn van een rechtszaak waar kinderen werden misbruikt en waarover bewezen kon worden dat het misbruik via misleiding door de kerkleiders in de doofpot werd gestopt. Vervolgens kan dat aan de hand van deze rechtszaak uitgebreid worden naar andere delen van de Nederlandse katholieke kerk indien sprake was van kindermisbruik, het moedwillig in de doofpot stoppen daarvan en het samenspannen om het te verhullen door de priesters over te plaatsen.

In de VS bestaat er de RICO wet, ofwel de Racketeer Influenced and Corrupt Organizations die tegen criminele organisaties als de maffia kan worden ingezet, maar ook tegen organisaties die een maatschappelijk belang dienen. Joseph O’Brien toont in een betoog uit 2019 aan dat in de VS de katholieke kerk er niet gerust op kan zijn om niet vervolgd te worden als criminele organisatie in die staten waar de RICO-wet van toepassing is.

Hierboven wordt het voorbeeld genoemd van de RICO-wet die ingezet wordt tegen het aartsbisdom Los Angeles en het bisdom Tucson vanwege kindermisbruik. Voor de Nederlandse situatie lijkt de volgende constatering van belang: ‘Hoewel sommigen kritiek hebben geuit op het aanhangig maken van rechtszaken van RICO tegen de katholieke kerk, is dergelijk gedrag van het overbrengen van bekende pedofielen naar andere parochies waar ze op meer onschuldige kinderen jagen, crimineel. Wanneer topfunctionarissen op de hoogte zijn van de geschiedenis van een in overtreding zijnde priester, deze negeren en hem toch naar een andere parochie overbrengen, wordt dat samenzwering’.

In Nederland is er artikel 140 Sr dat gaat over ‘een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven‘ ofwel een criminele organisatie. Het met medeweten van de kerkleiding overbrengen van betrapte pedofiele priesters naar andere parochies waar ze nieuwe kinderen tot slachtoffer maken kan opgevat worden als samenzwering. Het is aangetoond in het rapport van de commissie Deetman (2011) dat dit in Nederland structureel is gebeurd.

Wikipedia zegt hierover: ‘Ook in Nederland werden vele priesters overgeplaatst naar plekken verwijderd van de plek waar een mogelijk schandaal dreigde. De overplaatsingen vonden ook naar landen buiten Nederland plaats. In vele gevallen vonden verplaatsingen naar andere landen en zelfs continenten plaats. Het omgekeerde, waarbij Nederland als uitwijk- of verblijfsplaats fungeerde voor buitenlandse geestelijken, kwam ook voor. De gevallen laten zien hoe de verschillende kerkprovincies elkaar over de landsgrenzen heen behulpzaam waren, dan wel probeerden probleemgevallen op elkaar af te schuiven‘.

Het valt niet in te zien waarom het onhaalbaar en niet in het algemeen belang is om genoemde deelnemers aan deze samenzwering te bestraffen en de katholieke (deel)organisatie waarbinnen dat gebeurde aan te merken als criminele organisatie wegens samenzwering. Voorwaarde is dat het bewijs goed onderbouwd wordt en de zaken nog niet verjaard zijn, maar strikt juridisch is een verbod van delen van de katholieke kerk en de bestraffing van de verantwoordelijke kerkleiders mogelijk.