Plasterk voegt zich met Telegraaf-column in rechtse hetze tegen D66 en Sigrid Kaag

Schermafbeelding van deel artikelOud-PvdA-minister Ronald Plasterk wil dat Sigrid Kaag aftreedt: ‘Zo iemand kan je in een kabinetsteam niet hebben’ van Michael van der Galien op DDS, 3 juli 2021.

Oud-minister Ronald Plasterk heeft een Telegraaf-column en moet daar noodgedwongen rechtse praatjes bezigen. Of hoofdredacteur Paul Jansen hem dat oplegt of dat Plasterk daar door zelfcensuur of zelfverloochening toe komt is van ondergeschikt belang. Het resultaat is hetzelfde.

Plasterk plooit zich als een lichte vrouw die zich verkoopt. Het is triest om te zien. De sociaal-democraat schept verwarring en is populair bij PVV- en Forum-sympathisanten.

Het is veelzeggend dat een sociaal-democraat van overtuiging die binnen zijn partij niet relevant meer is zijn overtuiging verkoopt aan de meest biedende. Of in dit geval waarschijnlijk, de enig biedende. Maar Plasterk heeft het recht om de weg van de minste weerstand te volgen. Een weg die bij anderen veel weerstand oproept.

Met terugwerkende kracht worden zijn ministerschappen in Balkenende IV en Rutte II er niet geloofwaardiger op. Ook toen al zocht hij opvallend de publiciteit. Bijvoorbeeld door foto’s te maken van degenen die hem in zijn werkkamer als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezochten. Dat deelde hij weer breed in de publiciteit.

Zijn laatste column in De Telegraaf is een bescheiden hit op radicaal-rechtse sites, zoals DDS. Ik reageerde daar bij bovenstaand artikel: ‘Plasterk is een fossiel die zichzelf tot leven probeert te wekken. Hij zoekt de rechtse echokamer op om zichzelf te laten horen. Plasterk toont aan hoe iemand van overtuiging kan veranderen. Hij neemt de kleur van zijn omgeving aan en verliest in dat proces zichzelf. Ik kan me niet voorstellen dat verstandige Telegraaf-lezers die hang naar aandacht van Plasterk niet doorzien. Als hem een kabinetspost in Rutte IV zou worden aangeboden, dan verschiet hij in een nacht weer van kleur.

De column van Plasterk past in de continue oorlog die de Telegraaf tegen D66 en Sigrid Kaag voert. Is D66 immers niet de aartsvijand van de PVV? De Telegraaf probeert nog steeds het foute beeld te vormen dat de progressieve centrumpartij D66 met stevige rechtse sociaal-economische programmapunten een linkse partij is.

Plasterks column staat achter een betaalmuur, maar er valt te lezen dat het als volgt begint: ‘Het VPRO-programma Sigrid Kaag van Beiroet tot Binnenhof is een mooie boel geworden. Om te beginnen is het politiek kluitjesvoetbal. Het programma is gemaakt door de VPRO, die wordt geleid door een oud-campagneleider van D66. Er is in overleg met de publieke omroep (die onder leiding staat van een D66’er) een tijdstip gekozen soort voor de verkenningen om maximale electorale impact te hebben (…). De film is mede gefinancierd door het Nederlands Filmfonds (voorzitter was Thom de Graaf), en kreeg, zo meldt journaliste Kim van Keken, een extra subsidie van minister Van Engelshoven (D66).

Dit is stemmingmakerij door associatie van Plasterk. Het feit dat leden van D66 hierbij betrokken zijn wil nog niet zeggen dat ze verkeerd gehandeld hebben. Maar dat suggereert Plasterk wel. Thom de Graaf was overigens nooit voorzitter van het Nederlands Filmfonds, maar voorzitter van de Raad van Toezicht van die organisatie. In die functie is hij opgevolgd door het voormalige VVD-kamerlid Laetitia Griffith. In Nederland Polderland rouleren dit soort functies tussen leden van de grootste partijen. Dat is de PvdA al sinds 2017 niet meer.

DDS gaat in de overdrive als het onder verwijzing naar de VPRO-documentaire waarover kamervragen door de PVV waren gesteld suggereert dat minister ‘Kaag haar collega-minister Arie Slob (ChristenUnie) hier gewoon keihard over heeft laten liegen‘. Het valt trouwens op hoe Plasterk in zijn column delen van de kamervragen van PVV’er Martin Bosma overneemt. En DDS vervolgt: ‘Slob antwoordde daarop dat – zo werd hem dat verteld door de VPRO – er geen contact was geweest tussen de documentairemakers en D66, niet over de precieze inhoud van de docu, tenminste’.

De crux waarop Plasterks column leunt is dat minister Kaag haar collega-minster Slob informatie heeft onthouden waardoor hij de kamervragen van de PVV verkeerd heeft beantwoord. Dat laatste is juist en valt de VPRO te verwijten die Slob verkeerd heeft geïnformeerd zodat hij op zijn beurt de kamer verkeerd informeerde. Daar staat Kaag buiten. Dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden die Plasterk op een hoop gooit. En stel dat Kaag Slob die op een ander ministerie werkt hierover wel had geïnformeerd, dan was de reactie van De Telegraaf voorspelbaar geweest. Namelijk dat Kaag Slob heimelijk probeerde te beïnvloeden. Het is immers nooit goed wat de Telegraaf over D66 meldt.

Dat er foute kantjes zitten aan de productie van de VPRO-documentaire over Kaag is duidelijk. De makers zijn door D66 en Buitenlandse Zaken onder druk gezet om de film aan te passen. Dat is ontoelaatbaar en hoort niet in een werkende democratie thuis.

Er moet wetgeving komen om de verderfelijke invloed van voorlichters en communicatie-experts bij ministeries en gemeenten op de journalistiek en de kunst terug te dringen. Hun macht is veel te groot geworden. Ze perken de persvrijheid en de vrijheid van expressie in.

Omdat nog niet alle feiten bekend zijn, dient deze kwestie tot op de bodem uitgezocht te worden en openbaar gemaakt te worden. De losse flodders voor de boeg van De Telegraaf en Roland Plasterk hebben geen enkele betekenis om deze kwestie zorgvuldig in kaart te brengen en het achterliggende probleem van politieke druk op media en kunst structureel op te lossen.

Advertentie

Leon de Winter vertaalt zijn afwijzing als Jood door extreem-rechts en witte suprematisten door de ‘linkse’ media de schuld te geven

Het is de vraag of Leon de Winter werkelijk zo dom is als het lijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Ik kom er niet uit, maar wat slaat De Winter de plank weer mis in zijn Telegraaf-column van 30 oktober 2018. Dat overkomt hem wekelijks. Waarom hij niets waardevols toevoegt aan het publieke debat is het raadsel van De Winter. Het is niet alleen dat hij de feiten uit zijn mening laat volgen, het is dat hij nog geen begin van een betoog kan opzetten dat in de verste verte lijkt op een degelijke bewijsvoering. Het stijlmiddel van De Winter is inductie, hij laat het algemene uit het specifieke volgen. Daartoe schudt hij enkele voorbeelden uit zijn hoge hoed en komt zo tot een generalisatie. Dat is vrij schieten en altijd prijs. Tussen duizenden voorbeelden weet hij feilloos de enkele uitzondering te vinden die hij tot regel verheft. Dat is lui denken van De Winter die klaarblijkelijk de ambitie heeft opgegeven om de wereld te verklaren zoals hij is. De Winter verklaart de wereld zoals De Winter is. Dat heeft niets met de echte realiteit te maken en alles met de realiteit van De Winter.

Hoe valt anders bovenstaand citaat uit genoemde column te verklaren die als titel heeft: ‘Trump vooral gehaat door media’. In de VS steunen de gevestigde media, inclusief de zogenaamde linkse CNN en MSNBC, de status quo en beschermen ze hun winstgevendheid, zoals Cenk Uygur van TYT overtuigend aantoont. Dat geldt ook voor de zogenaamde linkse New York Times en The Washington Post die pilaren onder de status quo zijn. Die media zijn verweven met de Republikeinse partij en niet met de Democratische partij zoals De Winter meent. Dan gaat het dus niet eens om Fox News, The Wall Street Journal of Sinclair Broadcast Group en al die andere rechtse media die de openlijke spreekbuis van Trump zijn. Waar De Winter de aantoonbaar onjuiste claim vandaan haalt dat ‘journalisten niet omgaan met Trumpstemmers’ of dat er in ‘de media niets te merken valt van mensen die Trumps presidentschap goedkeuren’ is duidelijk. Namelijk uit zijn eigen verbeelding.

De Winter verwijst naar de moord op 11 Joden in een synagoge in Pittsburgh op 27 oktober door Robert Bowers. Volgens zijn bekende recept verwijst hij naar enkele niet-representatieve meningen van ‘linkse’ journalisten, maar laat hij de hoofdzaak ongenoemd. Dat is dat Bowers extreem-rechts is en op de extreem-rechtse website Gab zijn meningen opdeed die passen in het kraampje van neo-Nazi’s, alt-right en white suprematisten. Dat De Winter de extreem-rechtse, antisemitische achtergrond van Bowers niet noemt is logisch omdat het hem niet uitkomt. Dat levert voor hem als rechtse Jood namelijk een complicatie op omdat hij de tegenstelling niet kan overbruggen dat hij degenen door wie hij als Jood om zijn Jood-zijn afgewezen wordt stilzwijgend steunt. Dat is de tragiek van rechtse Joden die afgewezen worden door extreem-rechts, maar er zich op een bizarre manier toch mee identificeren. Dat is een tragische projectie en levert columns op waarin de olifant in de kamer wordt doodgezwegen en de muis buiten er als dader aan de haren bijgesleept wordt. Om uit dat spagaat te geraken of om een bekentenis vanwege zelfinzicht te ontlopen wacht De Winter als enig antwoord de afleiding. Hij geeft ‘links’ overal de schuld van en hoeft daarom niet meer bij zichzelf te rade te gaan waarom hij in hemelsnaam rechtse extremisten die Joden niet accepteren uit de wind houdt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump vooral gehaat door media’ van Leon de Winter in De Telegraaf, 30 oktober 2018.

Voorspelbare hysterie van Leon de Winter in De Telegraaf

Leon de Winter is de rechtse buitenboordmotor van De Telegraaf. Het is de vraag waarom hoofdredacteur Paul Jansen hem de hand boven het hoofd houdt en hem een wekelijkse column biedt. Jansen is een journalist voor wie de feiten heilig zijn. Bij columnist Leon de Winter is dat omgekeerd. Hij laat feiten uit zijn mening volgen. Dat gaat niet om selectief winkelen in feiten met het doel om stemming te maken, maar om het verdraaien van de feiten. Uiteraard geeft De Winter zijn opinie binnen de beslotenheid van zijn column, maar zelfs dan is het bevreemdend hoe De Winter met zijn sprokkelende opinievorming gaten in zijn betoog laat vallen.

Leon de Winter is een complotdenker die de establishment media als links afbeeldt. Media die bezit zijn van bedrijven of ondernemers (zo bezit miljardair Jeff Bezos van Amazon The Washington Post) en per definitie optimaal gedijen bij de status quo. Links zijn deze media niet, eerder opportunistisch en berekenend. Leon de Winter verzwijgt -omdat het niet in zijn complotdenken past- dat speciale aanklager Robert Mueller een Republikein is die door de Republikeinse onderminister van Justitie Rod Rosenstein is benoemd. Leon de Winter verzwijgt dat toenmalig FBI-directeur -en tot voor kort Republikein- James Comey door zijn persconferentie waarin hij kort voor de verkiezingen van november 2016 aankondigde dat er een onderzoek naar Hillary Clinton liep Trump de overwinning in de schoot wierp. Terwijl Comey publiekelijk verzweeg dat er toen ook een onderzoek naar kandidaat Trump liep. Comey die overigens nu oproept om bij de tussentijdse verkiezingen van november 2018 Democratisch te stemmen om ‘de waarden van het land te redden’.

Leon de Winter is een luie en saaie denker met een beperkt politiek register. Hij combineert in zijn columns steeds dezelfde ingrediënten aan de hand van hetzelfde recept. Dat kon ooit aardig zijn om ook eens een tegendraads geluid te laten horen. Met een ultra-rechtse opiniemaker als Wierd Duk dekt hij bij De Telegraaf de radicaal-rechtse flank af. Vanuit commerciële overwegingen is dat begrijpelijk. Maar het wordt er wel erg potsierlijk op als die tegendraadsheid een sleur wordt en De Winter keer op keer zichzelf herhaalt en een gerecht brouwt dat steeds hetzelfde smaakt. Zo wordt het tekort van De Winter het tekort van De Telegraaf.

Foto 1: Column ‘De ziekelijke trekken van Trump-hysterie’ van Leon de Winter in De Telegraaf, 18 juli 2018. Via tweet René Kemp.

Foto’s 2-4: Tweets van GeorgeKnightLang, 18 juli 2018.

Kolder over de VS in het hoofd van Leon de Winter en in zijn column in De Telegraaf

Leon de Winter is columnist op woensdag in De Telegraaf. Zijn columnKolder en corruptie in de Verenigde Staten’ van 20 december roept vragen op. Hij schiet uit de heup en raakt vooral zijn eigen geloofwaardigheid. Uit de weergave van de feiten en de kleuring van zijn mening blijkt dat De Winter onvoldoende weet waarover hij praat. Zijn kortzichtigheid speelt hem parten. Het is niet alleen dat hij de talking points van Trump en diens medestanders over de Rusland-onderzoeken naadloos volgt, maar het is ook dat hij zich in het politieke spectrum niet eens meer opstelt als conservatief of rechts. De Winter stapt met de gedachten die hij in zijn column verwoordt buiten de gevestigde orde, de rechtsstaat en de democratische instituties. De Winter is een anarchist met postmodernistische neigingen die afstand neemt van de verworvenheden van de Verlichting.

De column begint met een alinea die duidelijk maakt hoeveel aanvechtbare en slecht onderbouwde aannames Leon de Winter in zijn betoog stopt. Het is werkelijk de vraag waarom hoofdredacteur Paul Jansen van De Telegraaf dit plaatst: ‘De zogenaamde ’collusion’ (geheime samenwerking) tussen Trump en Poetin om Hillary Clinton in november 2016 te verslaan, heeft nooit bestaan. Het verhaal is ontstaan om Hillary’s smadelijke nederlaag te verklaren, want hoe kon een derderangs figuur als Trump de superieure Hillary opzijschuiven voor het belangrijkste ambt op aarde? Daar moet een grote sinistere macht als Rusland achter zitten.’

De Winter kan helemaal niet weten dat er geen collusion tussen Trump en Kremlin is omdat de onderzoeken van Mueller en het congres -vooral de Senate Select Committee on Intelligence die voorgezeten wordt door de senatoren Burr en Warner– nog niet afgerond zijn. Het zijn onderzoeken die 30 jaar contacten van Trump met het Kremlin dienen te ontrafelen en in kaart te brengen. Wereldwijd moeten getuigen gehoord worden. Naar afgelopen week bekend werd loopt het onderzoek van Team Mueller nog zeker tot eind 2018 door. Er zijn namelijk sterke aanwijzingen dat Donald Trump al sinds 1987 onder invloed van het Kremlin staat, zoals de conservatieve inlichtingenexpert John Schindler in tweets beweert en ook de oud-NSA directeur James Clapper afgelopen week in een opvallende en hoogst ongebruikelijke waarschuwing naar buiten bracht. Clapper noemt Trump een ‘asset’ die door het Kremlin aangestuurd wordt. De opperste vorm van geheime samenwerking.

Hillary Clintons positie doet niet terzake. Het kan dat ze misnoegd is en vindt dat ze haar nederlaag onterecht heeft geleden, maar dat heeft niets te maken met de redenen waarom de Rusland-onderzoeken van Mueller en het congres zijn ingesteld. Dat gebeurde vanwege de nationale veiligheid en de integriteit van het politieke en electorale proces. Daarnaast zijn Mueller en de voorzitters van de betrokken parlementaire commissies Republikeinen die óf door de regering Trump benoemd zijn óf door de Republikeinse meerderheden in Huis en Senaat zijn ingesteld. De Winters bewering dat de onderzoeken naar collusion zijn ingesteld ‘om Hillary’s smadelijke nederlaag te verklaren’ is flauwekul. Waarom zouden president Trump, meerderheidsleider in de Senaat Mitch McConnell en in het Huis Paul Ryan zich lenen voor een publicitair opzetje van de Democraten?

Ook over het Steele-rapport slaat De Winter de plank mis. Dat de Republikeinse opdrachtgever in 2016 de opdracht introk was niet omdat er geen vuil over Trump te vinden was, maar omdat Trump de Republikeins genomineerde werd. Het is vooralsnog niet duidelijk of alles wat erin staat waar is, maar dat het ‘allemaal kolder’ is zoals De Winter beweert is onzin. Nog geen enkele bewering erin is tot nu toe weerlegd. Christopher Steele beweerde nog in november 2017 tegen journalist Luke Harding dat 70 tot 90% ervan nauwkeurig is. Er zijn geen aanwijzingen dat dat niet zou kloppen. Het is ook niet waar dat behalve BuzzFeed andere Amerikaanse media er geen aandacht aan hebben geschonken. Het lemma op Wikipedia geeft meer dan 100 verwijzingen. Steele heeft als een 30-jaar lange Rusland-specialist een goede reputatie bij zowel Britse als Amerikaanse inlichtingendiensten. Het is onjuist dat hij een tweederangsfiguur is zoals De Winter beweert.

Het is niet goed te begrijpen waarom De Winter onzin op onzin stapelt en De Telegraaf die onzin publiceert. Zelfs een column die geldt als vrijplaats om alles te kunnen zeggen kent grenzen van geloofwaardigheid en aannemelijkheid. Het is mogelijk dat de krant de verwijzingen naar de ‘deep state’ die De Winter uit zijn hoge hoed tovert wel bevallen. Maar de tegenstrijdigheden in het wankele betoog van De Winter zou de hoofdredactie van De Telegraaf tot nadenken moeten stemmen. Door het kortzichtige opereren van president Trump bij het ontslag van FBI-directeur James Comey is door de Republikeinse bewindslieden Sessions en Rosenstein van het ministerie van Justitie de speciale aanklager, de Republikeinse Robert Mueller benoemd. Dat heeft niets met Hillary Clinton te maken. Mueller heeft een opdracht die hij nu uitvoert. In een normale, politieke procedure waarbij de Republikeinen aan alle knoppen zaten is het Rusland-onderzoek ingesteld.

Heeft het establishment (De Winter: ‘de media, de top van de FBI en andere opsporings- en inlichtingendiensten, plus de partijelites van zowel de Democraten als Republikeinen’) een bloedhekel aan Trump, en is hij een buitenstaander? Om te beginnen buigt De Winter hier zijn claim bij door ineens ook de Republikeinen erbij te betrekken die zich tegen Trump zouden keren. Dat slaat de bodem weg onder zijn betoog dat stelt dat de logica in de Rusland-onderzoeken gelegen is in een onverteerbare nederlaag van Hillary Clinton. Waarom zouden Republikeinen de Democraten daarbij helpen? Maar De Winters bewering klopt vooral niet omdat Trump als zakenman en vastgoed-magnaat zelf onderdeel van het establishment is. De vandaag aangenomen belastingplannen verduidelijken dat. Trump bedient ermee zijn sponsors, zijn politieke vrienden en zijn eigen portemonnee. Naar een fact check van PolitiFact leveren de nieuwe belastingplannen de Trump organisatie in de komende jaren een profijt van op zijn minst tientallen miljoenen dollar op. Iemand die vanuit een politieke positie aan zelfverrijking doet is het toppunt van establishment. En opportunisme.

Wat Leon de Winter in zijn column doet is aanvechtbaar. Hij richt zich in zijn ongerichte woede tegen de democratische instituties die de rechtsstaat  schragen. Hiermee betuigt hij zich niet als democraat die binnen het bestaande politiek bestel pleit voor hervormingen en het terugdringen van onrecht. Hij betuigt zich ermee als anti-democraat die het politieke bestel verwerpt. Dat is vergelijkbaar met de deconstructie van de samenleving door alt-right voorman Steve Bannon die als een pseudo-marxist eerst de bestaande orde in een puinhoop wil veranderen om van daaruit een nieuwe samenleving op te bouwen. Waarbij een ondergeschikte plek beschikbaar is voor vrouwen, Latino’s, inheemse Amerikanen, Afro-Amerikanen, Aziaten en joden.

Gelukkig gaat het om de VS en niet om Nederland. Maar De Winter die elders terecht stelt dat problemen uit het Midden-Oosten niet naar Nederland geëxporteerd moeten worden, probeert door zijn column het Nederlandse publieke debat te beïnvloeden door Amerikaanse toestanden uit te vergroten, bij te buigen en naar Nederland te exporteren. De hoofdredacteur van De Telegraaf zou er niet aan mee moeten willen werken.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelKolder en corruptie in de Verenigde Staten’ van Leon de Winter, 19/20 december 2017 in De Telegraaf. Er is ook een versie van deze column met de titel ‘Het echte schandaal in Amerika in 2017’.

CDA heeft een hogere moraal, zo meent het

Het gezegde luidt dat kleine kinderen en dronken mensen de waarheid spreken. Soms uitgebreid met dwazen. Brabantse CDA’ers kunnen nu aan dit rijtje toegevoegd worden. Gisteren besteedde Nieuwsuur aandacht aan de onrust in het CDA. Wil van der Kruijs (voorzitter Noord-Brabant) suggereert na een inleidende vraag over ontwikkelingssamenwerking en emigratie dat andere partijen een mindere moraal hebben dan het CDA. Want ‘het CDA vindt per traditie morele waarden belangrijk als aan die morele waarden getornd wordt’.

Precies deze claim op moralisme maakt christelijke politiek voor andersdenkenden onverteerbaar. Stilzwijgend neemt iemand van het kaliber Van der Kruijs aan dat CDA’ers een hogere moraal hebben. Daar helpen weinig argumenten aan. Conclusie is dat leden van andere partijen volgens Van der Kruijs een mindere moraal hebben. Het ergste is dat-ie het serieus meent. Hij voelt zich van een hogere orde en zet zich buiten spel. Want hoe kan een andere politicus nog ooit op basis van gelijkwaardigheid met een CDA’er onderhandelen?

Nieuwsuur ging om onverklaarbare redenen in de berichtgeving over het CDA voorbij aan de scoop van Paul Jansen van De Telegraaf. Hij ontdekte dat een protestbrief van prominente CDA’ers tegen de korting op ontwikkelingsamenwerking een initiatief van Cordaid was. Zo probeert Cordaid het eigen budget veilig te stellen. Maar desgevraagd waren deze CDA’ers vergeten dat ze zich voor het karretje van de hulporganisaties hadden laten spannen. Cordaid gebruikte de brief die het zelf had geïnitieerd als steun voor het eigen beleid.

Foto: AfficheCDA. Christendemocratisch appèl