George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ministerie van Defensie

Trumps besluit om Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken krijgt veel kritiek. Amerika’s vijanden zien het goedkeurend aan

with 15 comments

President Trump heeft besloten om de 2000 personen sterke Amerikaanse troepenmacht binnen 30 dagen terug te trekken uit Syrië. Volgens Trump is IS verslagen en kunnen daarom de Amerikaanse commando’s Syrië verlaten. Op deze beslissing komt van vele kanten kritiek. Het ministerie van Defensie en Buitenlandse Zaken, en de hoogste militairen zijn niet geconsulteerd door Trump en werden onaangenaam verrast door dit besluit. Vooral omdat IS weliswaar verslagen is, maar nog niet geëlimineerd, zoals ook Danny Yatom het voormalige hoofd van de Israëlische Mossad zegt. Assad, Putin, Erdogan en de Iraanse ayatollahs profiteren.

Het is een raadsel met wie Trump dit besproken heeft. Hij levert Syrië over aan de Russische Federatie en zijn vijand Iran. Hoe bizar is het om het uitschakelen van de ene vijand (IS) over te laten aan de andere vijand (Iran)? Het besluit beschadigt het vertrouwen in de VS. Bij de Koerdische bondgenoten die samen met de Amerikaanse troepen vechten in Noord-Syrië, bij de Franse en Britse strijdkrachten ter plekke en bij Israël dat ziet dat aartsvijand Iran vrij op kan rukken in Syrië door het vacuüm dat Amerikanen zullen achterlaten.

Er is maar één plausibele verklaring voor Trumps besluit, namelijk het zoeken van een afleiding voor zijn binnenlandse problemen en het creëeren van chaos. De vraag die dit besluit afroept is wat er nog meer voor nodig is om Trump af te zetten omdat hij een immens gevaar vormt voor de nationale veiligheid van zijn land. Mogelijk kan het door druk van de Senaat nog worden afgezwakt. Die keurt dit in overgrote meerderheid af.

Waarom mogen medewerkers van de krijgsmacht op sociale media uitspraken doen die tegen de werking van de rechtsstaat ingaan?

with 3 comments

Het is ook in Nederland een probleem dat naar verhouding veel mensen met rechts-extremistische meningen werken bij overheidsdiensten als krijgsmacht, brandweer of politie. Dat heeft er mede mee te maken dat het personeel van deze diensten geen afspiegeling van de bevolking vormt. Neem Reint Meijer die op zijn FB-account meldt bij het Korps Mariniers te werken. Hij is opsteller van bovenstaande petitie die vraagt om een ‘Verbod op het houden van betogingen tegen Nederlandse tradities als Zwarte Piet, zeehelden, oorlogshelden, veteranen, dodenherdenkingen.’ Meijer wil de Nederlandse tradities bewaren door die te verbieden. Hij legt de schuld van de aantasting ervan bij ‘linkse groeperingen en migranten’. De krijgsmacht is volgens artikel 97 van de grondwet een instrument van de democratische rechtsstaat. Dat principe komt op de tocht te staan als het personeel van de krijgsmacht een overtuiging heeft en in het openbaar naar buiten brengt die haaks staat op de rechtsstaat. In elk geval dient dit niet het draagvlak, gezag en de geloofwaardigheid van de krijgsmacht.

Reint Meijer heeft net als alle Nederlandse burgers toch het recht om zijn mening te uiten? Dat is zo. Van hem kan als medewerker van het Korps Mariniers echter ook verwacht dat hij binnen de grenzen van de rechtsstaat blijft en door zijn meerderen daartoe worden verplicht als hij dat in de openbaarheid aantoonbaar niet doet. Dat is een kwestie van discipline en het gebonden zijn aan interne regels van de krijgstucht indien de Wet Militair Tuchtrecht geactualiseerd zou zijn met het oog op het gebruik van sociale media. Wat niet zo is. De logica is dat als Meijer dat tegen beter weten in nalaat de leiding van het Korps Mariniers dient in te grijpen.

Meijer uit zich stevig op sociale media zoals onderstaande afbeelding van een FB-posting van 4 december 2018 aangeeft. In China is volgens Meijer de overheid ‘gelukkig goed bezig’ omdat een paar weken geleden ‘meer dan 500 bankiers op één dag op een nekschot getraceerd’ zijn. Onafhankelijke bevestiging voor dit bericht bestaat niet. Het is er een uit de hoek van het complotdenken, de volksmennerij en politieke agitatie.

Achtergrond van Meijers uitingen op sociale media is dat het geweldsmonopolie is ondergebracht bij instituten als de politie en de krijgsmacht waar hij deel van uitmaakt. Dat monopolie is er ondergebracht om de orde te handhaven, en de staat te legitimeren en stabiliseren. Het lemma Geweldsmonopolie op Wikipedia maakt dat inzichtelijk. Er is een probleem als een medewerker van een instituut met het geweldsmonopolie niet bezig is om de staat te stabiliseren, maar te destabiliseren door het verspreiden van nepnieuws en verhulde oproepen tot actie die tegen de rechtsstaat ingaan. Dat kan delen van de bevolking die op de korrel worden genomen vrees aanjagen zodat het vertrouwen in de krijgsmacht als apolitiek instrument afneemt.

Reint Meijer is een voorbeeld en ongetwijfeld niet de enige medewerker van de krijgsmacht die uitingen op sociale media doet die op te vatten zijn als strijdig met de rechtsstaat. Het is ondanks een onbereidwillige, te smalle en ‘niets aan de hand’ opvatting van de top van het ministerie van Defensie zoals neergelegd in een brief van 1 november 2018 aan de Tweede Kamer de taak voor de wetgever om zo snel mogelijk met een nieuwe Wet Militair Tuchtrecht te komen waarin ook de voorwaarden voor het gebruik van sociale media zijn opgenomen en voor de leiding van de krijgsmachtsonderdelen om met het oog op het eigen draagvlak het eigen personeel op haar verantwoordelijkheid te wijzen en te verzoeken zich in het openbaar te matigen.

Foto 1: Schermafbeelding van de petitieVerbod aantasting Nederlandse tradities, normen en waarden’ van Reint Meijer op petities.nl.

Foto’s 2 en 3: Schermafbeeldingen van FB-account van Reint Meijer (Korps Mariniers, Groningen).

Voorbehoud bij verhoging NAVO-budget: Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en moet hoognodig gemilitariseerd worden

leave a comment »

Er is onduidelijkheid over defensiebudgetten. Die kun je niet zomaar met elkaar vergelijken in de hoop op duidelijkheid. Dat komt niet alleen door de verschillen in prijspeil tussen landen, maar ook door het verschil in doelmatigheid, standaardisatie en overhead. Inzichtelijk is in dit verband een voorbeeld uit 1985 van asbakjes in een Amerikaans marinevliegtuig die per stuk 660 USD kostten. En er zijn meer van dit soort voorbeelden.

Het probleem is dat de defensie-industrie een in zichzelf gekeerde, niet open markt is. Er bestaat nauwelijks concurrentie op. Dat geldt trouwens niet alleen de Westerse, maar ook de Russische en Chinese defensie-industrie. De prijs/kwaliteit verhouding is niet stabiel. Defensie is ook een sector om gemeenschapsgeld rond te pompen en in de zakken van politici te laten verdwijnen buiten de controle van toezichtsinstanties om.

Voormalig president Juan Bosch van de Dominicaanse Republiek wees er in de jaren ’60 al op in zijn boek  ‘Pentagonismo, sustituto del imperialismo’ dat in het Engels werd vertaald als ‘Pentagonism’ en in die tijd redelijk invloedrijk was. Ik las het in de vroege jaren ’70. Hij zei dat in navolging van president Eisenhower die in zijn afscheidstoespraak van januari 1961 het begrip ‘militair-industrieel complex’ muntte. ‘Ike’ zag deze macht van de defensie-industrie en de besteding van militaire budgetten als niets meer dan ‘een verstoord gebruik van de middelen van de natie’. Omdat de hoogste geallieerde militair uit de Tweede Wereldoorlog met deze waarschuwing kwam, maakte dit in 1961 indruk. Nog voor de escalatie van de Vietnam-oorlog.

Een commentaar vat samen hoe het werkt. Het verklaart tevens waarom Europa geen defensie-industrie heeft die bij haar economische macht en statuur past: ‘But Europeans saw the whole effort as too much of a one-way street. The United States showed little inclination to accept European designs for cooperative production either in the United States or in other European countries, even when European designs were favored by those countries. According to one view expressed at the time, this situation was the natural result of American technological superiority and Yankee salesmanship. Another suggested that it was due at least in part to pressure by the U.S. government, which had been lobbied by its own defense industries.

Met als aanleiding het regeerakkoord schreef ik in een commentaar van oktober 2012 dat de nationale veiligheid van Nederland gaat over van alles en nog wat, maar nauwelijks over de territoriale verdediging van Nederland. In de afgelopen zes jaar en mede door de recente discussies over de NAVO-begroting ben ik nog meer in mijn mening gesterkt dat Defensie is gepolitiseerd en geëconomiseerd, en nodig gemilitariseerd dient te worden. Feitelijk zou militaire sterkte of slagkracht de enige norm voor de toewijzing van het defensie-budget moeten zijn. Dat is niet zo. Omdat het nog even actueel is als toen herplaats ik wat ik in 2012 schreef:

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: ‘Een Spandau M.25 op luchtdoelaffuit tijdens de mobilisatie in een versterkte positie langs de Nederlandse kust. FOTO Beeldbank NIMH

Leiding Defensie dient paal en perk te stellen aan verzet van het Korps Mariniers tegen verhuizing van kazerne naar Vlissingen

with 6 comments

Stel je de volgende situatie voor. Een detachement Russische mariniers dreigt van een kazerne in een bosrijke regio in het centrum van Rusland verplaatst te worden naar het zuidwesten van het land. Zeg naar Temjroek in de Koeban aan de Zee van Azov. Het besluit is in 2012 bekrachtigd door de Doema. Maar om sociale redenen zijn mariniers het er mee oneens omdat het ten koste van hun gezin zou gaan. De hoogste marinier generaal Jevgeni Motrovich geeft zes jaar na het besluit in een column in een mariniersblad zijn opinie waarin hij zich verzet tegen de verhuizing en de politiek oproept het besluit terug te draaien. Ook leidinggevende mariniers voelen zich gesterkt door de opinie van Motrovich en verzetten zich op sociale media en in de pers tegen de verhuizing naar Temjroek. Ze sturen zelfs een brandbrief naar minister Sergei Shoigu van Defensie waarin ze uitleggen waarom ze tegen het besluit zijn. En tegen het parlement dat het besluit nam. Parlementariër Andrei Balakrishnan die de belangen van de Koeban behartigt en zich uitspreekt voor de verhuizing naar Temjroek wordt op sociale media door mariniers tegengesproken. Als klap op de vuurpijl worden generaal Motrovich en drie mariniers uitgenodigd voor een gesprek met de Defensie-commissie van de Doema.

Dit scenario is in landen met een serieuze krijgsmacht onvoorstelbaar. Russische mariniers mogen blij zijn als ze niet naar oorlogsgebieden (Syrië of Oost-Oekraïne) of het Verre Oosten gestuurd worden. In serieuze landen is de krijgsmacht ondergeschikt aan de politiek. Als militairen zich verzetten tegen een politiek besluit dan worden ze tot de orde geroepen of de dienst uitgeschopt. Als ze hun verzet al overleven.

Ik licht graag toe waarom ik denk dat het lopende verhaal over de verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen een onderwerp is dat aandacht verdient en tot nu toe verkeerd is geanalyseerd door politiek en media. Vanuit de top van het Korps Mariniers is bij monde van brigadegeneraal Jeff Mac Mootry in de openbaarheid van een commercieel uitgegeven mariniersblad enkele maanden terug in een column gezegd dat hij zich verzet tegen die verhuizing. Dit betreft een in 2012 genomen politiek besluit. Daarna hebben op sociale media allerlei leidinggevenden van het Korps Mariniers dit standpunt van generaal Mac Mootry gevolgd en zoals het ernaar uitziet in een semi-georkestreerde campagne naar buiten gebracht.

Het is in mijn ogen een doodzonde dat militaire leidinggevenden zich in het openbaar opstellen tegenover een politiek besluit. Belangenbehartiging van een sector is prima, maar daarbij passen beperkingen om niet in een bananenrepubliek te belanden. Leidinggevenden zoals Mac Mootry die in gesprek zijn met de top van Defensie kunnen niet tegelijk twee petten op hebben: die van onderhandelaar en belangenbehartiger, en die van activist in de (semi)-publiciteit. Aan leidinggevende militairen is door de samenleving het geweldsmonopolie uitbesteed, en zij moeten daar zorgvuldiger dan wie dan ook mee omgaan en niet het idee geven zich boven de politiek op te stellen. Of zelfs maar het idee geven de politiek onder druk te zetten.

Juist dat laatste is nu aan de orde. De leiding van Defensie kan dit op straffe van eigen irrelevantie niet over haar kant laten gaan en moet generaal Mac Mootry en zijn staf tot de orde roepen met een zwijgverbod. Dat ‘gewone’ mariniers en hun familieleden actie voeren is van een andere orde. Dat mogen ze en dat past binnen de normale sociale Nederlandse verhoudingen. Een rode lijn wordt echter overschreden als dat geen individuele uitingen van zorg meer zijn, maar de organisatie Korps Mariniers vanuit de coulissen bij monde van de leidinggevenden stilzwijgende richting aan zo’n protestactie geeft. Dat overschrijdt een rode lijn.

Daarbij komt dat in het bespelen van de publieke opinie door (kader)leden van het Korps Mariniers over Zeeland nepverhalen de media in gebracht over de arbeidsmarkt en de infrastructuur van de regio Zuid-West Nederland. Het is onaanvaardbaar wat Mac Mootry doet. Hij kan en moet binnenskamers kritiek uiten als hij zijn zaak wil bepleiten, maar hij gaat naar mijn idee een rode lijn over als hij de publieke opinie bespeelt en anderen binnen zijn organisatie het idee geeft aan hun kant te staan in het verhinderen van de verhuizing.

Op 17 mei is Mac Mootry uitgenodigd om te praten met de vaste kamercommissie voor Defensie over de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen. Dat is een onterechte beloning voor zijn ondermijnende acties. Nogmaals, dat Mac Mootry voor zijn wapen opkomt is logisch en past binnen zijn functie, het gaat erom hoe hij dat doet. Hij doet dat niet alleen in de binnenkamers van Defensie, maar ook in de (semi)-openbaarheid.

Hij zou op dit laatste afgerekend moeten worden door de politiek, maar die durft (nog) niet door te bijten. Met de complicatie dat de mariniers radicaal-rechts munitie geven om tegen het kabinet Rutte te ageren. Die ontwikkeling baart me zorgen als democraat die niet wil dat de krijgsmacht ook maar op enige wijze de politiek onder druk zet. Zo zijn de Nederlandse verhoudingen niet en behoren ze niet te zijn. De muiterij in 1933 op pantserschip de Zeven Provinciën eindigde met een bom op het voordek van het schip. Als mariniers het binnen de krijgsmacht om sociale redenen voor gezien willen houden, dan moeten ze gaan. Chantage behoort averechts te werken en als minister Bijleveld en staatssecretaris Visser van toeten en blazen weten, ruggengraat tonen en zich niet onder druk laten zetten dan geven ze de leiding van het Korps Mariniers te verstaan dat het afgelopen moet zijn met het verzet tegen de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen.

(Zelf heb ik als dienstplichtige gediend in de landmacht, ben ik voor een sterke Defensie en vind dat er vanwege het zogenaamde vredesdividend te veel is bezuinigd. Bij een goed functionerende krijgsmacht passen politieke visie, voldoende middelen, een goede militaire leiding en een perfecte afstemming tussen politieke en militaire leiding. Ik vind dat de opstelling van Mac Mootry de Nederlandse krijgsmacht verdeelt en verzwakt en hij zo via een omweg de vijanden van Nederland in de kaart speelt. Daar verzet ik me tegen.)

Foto 1: Schermafbeelding van artikelBrandbrief mariniers over verhuizing kazerne’ van Olof van Joolen in De Telegraaf, 15 mei 2018.

Foto 2: ‘Het schip De Zeven Provinciën in de Straat van Malakka met erboven een “van Berkel W-A” watervliegtuig’.

Oorlog om marinierskazerne in Vlissingen. Voelt Zeeland zich opnieuw in de steek gelaten?

leave a comment »

De toon is gezet als RTV Utrecht Zeeland leeglopend noemt. Maar deze framing dekt niet het hele verhaal. Zeeuws-Vlaanderen is inderdaad een krimpgebied, maar Walcheren niet waar Vlissingen op is gelegen. De Westerschelde zit ertussen. Walcheren heet in de turbotaal van de overheid een ‘anticipeergebied’. Daar daalt de bevolking nu niet, maar in de toekomst wel.

Er is in de publiciteit een oorlog uitgebroken tussen de top van Defensie en de top van het Korps Mariniers, tussen Zeeland en Utrecht en tussen degenen die vinden dat een in 2012 na rijp beraad genomen besluit moet worden nagekomen en degenen die vinden dat het alsnog opengebroken kan worden. Wat op het spel staat is niet alleen de verhuizing van een marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen, maar ook de beeldvorming over Zeeland. Is dat een leeglopende provincie zonder perspectief, werkgelegenheid en cultuur?

Tegenstanders van verhuizing halen alles uit de kast om in Doorn te kunnen blijven en maken Zeeland zwart. Deze bestuurlijk niet zo sterk geleide provincie heeft weinig weerwoord, macht en binnenbochten om de kern van de macht te bewerken. Maar kloppen de claims over Zeeland wel of veegt het Korps Mariniers de eigen stoep schoon ten koste van Zeeland?

Traumatisch ligt in het geheugen van de Zeeuwen de ontpoldering van de Hedwigepolder opgeslagen. Natuurorganisaties zoals de Vogelbescherming maakten vuile zaak met de economische lobby van de haven van Antwerpen die met verwijzing naar 19de eeuwse verdragen opeenvolgende Nederlandse kabinetten onder druk zette ten koste van het belang, de identiteit en het zelfbewustzijn van Zeeland. Het niet doorgaan van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen dreigt binnen korte tijd een nieuwe kras op de ziel van de Zeeuwen aan te brengen. Als een tweede Hedwigepolder. De gezagsgetrouwe en Godsvruchtige Zeeuwen wordt opnieuw het vertrouwen in ‘de Randstad’ ontnomen. Ze voelen zich tweederangsburgers in eigen land.

In een analyse voor de PZC zegt Theo Giele dat de ‘opstand van de mariniers’ niets met ‘het weigeren van dienstbevelen of het niet erkennen van het primaat van de politiek te maken heeft’. Daar ben ik het niet mee eens. Individuele mariniers kunnen voor hun belang opkomen als ze vinden dat dat geschaad worden door de verhuizing naar Vlissingen. Zij kunnen in de openbaarheid spreken. Maar dat geldt niet voor de leiding van het Korps Mariniers dat een politieke verantwoordelijkheid heeft.

Het is onbegrijpelijk en ontoelaatbaar dat de brigadegeneraal der Mariniers Jeff Mac Mootry zich in een column in een Mariniersblad keert tegen een politiek besluit om de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen te verplaatsen. Is Nederland een bananenrepubliek waar de militairen het voor het zeggen hebben? Dat Mac Mootry voor zijn onderdeel en zijn manschappen opkomt is begrijpelijk, maar door dat in het openbaar te doen rekt hij zijn mandaat oneigenlijk op. Hij bespeelt bewust de publieke opinie. Maar juist hij heeft als liaison naar de politiek het beleid te volgen. Overigens is het niet alleen Mac Mootry, maar zijn er ook andere leidinggevenden van het Korps die via sociale media tegen het besluit ageren.

Debat behoort in de beslotenheid van het ministerie van Defensie of de nationale legertop gevoerd te worden. En waarom komt de leiding van het Korps Mariniers nu met de bezwaren naar buiten? Waarom is dat in de afgelopen zes jaar niet besproken en definitief uitgepraat? Als Mac Mootry het onterecht vindt wat er gebeurt moet hij aftreden. Terwijl het een al lang gelden genomen besluit betreft waar zijn voorganger zich aan gecommitteerd heeft. Dat heeft een commandant na te volgen. Het is contra-productief en ongewenst om een in 2012 genomen besluit in 2018 in het openbaar ter discussie te stellen. Zo kan de overheid niet werken.  Als minister Ans Bijleveld sterk was, dan zou ze Mac Mootry op het matje roepen en te verstaan geven dat hij of ontslag moet nemen als het hem niet bevalt of zich moet beperken zich uitsluitend te uiten in de binnenkamers van Defensie.

De leiding van het Korps Mariniers had beter ruimhartig en voluit in de openbaarheid achter het besluit kunnen gaan staan. Nu ontstaat het beeld dat die leiding met een ontmoedingsstrategie er actief aan meedoet om een politiek besluit te laten kantelen en zelfs te blokkeren. Dat is in de Nederlandse verhoudingen tussen krijgsmacht en politiek ongehoord.

De argumentatie van de leiding van het Korps Mariniers over werk van echtgenotes en huisvesting zijn door Zeeuwse bestuurders weerlegd. Overigens ook in een speelse quiz die het Korps Mariniers naar buiten heeft gebracht. De vermeende leegloop van het Korps kan ook geweten worden aan de bezuinigingen op Defensie, de slechte organisatie en vooruitzichten van Defensie en de aantrekkende economie die vele alternatieve functies biedt. Daarbij komt ook de strijd om geschikt personeel binnen Defensie. Kannibalisatie van functies binnen Defensie. Het is te makkelijk om dat alles te reduceren tot een extern besluit over de verhuizing van een kazerne naar Vlissingen. De zwarte piet wordt doorgeschoven naar het zuidwesten van het land.

De mariniers opereren wereldwijd en de operationele bezwaren over oefenterreinen etc. zijn vergezocht. Evenmin valt in te zien hoe mariniers met hun amfibische operaties beter op hun plek zijn in de bossen van Doorn dan aan de Zeeuwse kust. Bedenk ook dat er recent een samenwerkingsovereenkomst met de Belgische krijgsmacht is gesloten en de Belgische mariniers dichtbij op de Westerschelde en in Zeebrugge werkzaam zijn. Waarom zouden de mariniers en hun familie in Vlissingen te weinig van hun gading vinden? Wat dan? Bossen van de Utrechtse heuvelrug? Het Rijksmuseum? De Utrechtse Dom?

Het grote plaatje dat resteert uit deze kwestie is dat de vijanden aan de grenzen van de EU opdringen en de Nederlandse krijgsmacht wegzakt in bezuinigingen, wereldvreemdheid, een minister (Bijleveld) die van toeten noch blazen weet en onderling gekissebis over welzijn en sociaal beleid van manschappen en familie.

Nederland heeft meer mariniers nodig en een goed beleid om dat te realiseren. Spetsnaz (speciale troepen) als antidote tegen de echte spetsnaz. Maar door het huidige debat over sociaal beleid en welzijn van de mariniers lijkt het of het nu nog vooral om bijzaken en secundaire arbeidsomstandigheden gaat. Ook nog eens met een debat over de omstandigheden in Zeeland/ Walcheren dat uitgaat van valse aannames en misleidingen. De bazen van de echte spetsnaz lachen in hun vuistje. Kom daar eens om op de Krim, Zuid-Kaukasus, Moermansk of Vladivostok.

Debat over Nederlands nationale veiligheid wordt slecht gevoerd

with 2 comments

Wat is er aan de hand met het debat over de krijgsmacht? Het lijkt nog erger uit het lood te staan dan die krijgsmacht zelf. Aan Defensie zitten meerdere kanten en in de publieke opinie wordt er doorgaans maar één belicht, namelijk de hoogte van het budget. Hoe doelmatig dat besteed wordt, hoeveel waar voor het geld wordt verkregen en welke belangen bij de aanschaf van wapensystemen spelen, hoeveel er aan de strijkstok van het bedrijfsleven en lobbyisten blijft hangen, hoe urgent de keuzes zijn en wat de relatie tussen budget en kwaliteit is blijft onderbelicht. In het regeerakkoord (p. 49) wordt de krijgsmacht als een verlengde van de industrie beschouwd. Op zijn best worden het nationaal veiligheids- en het economisch belang gelijkgesteld.

Zo resteert het beeld dat de nationale of territoriale veiligheid van Nederland niet de hoofdzaak is en op zichzelf staat, maar ondergeschikt is aan andere doelstellingen. Zoals het belang van de industrie of de relatie met bondgenoten, zoals de VS. Anders gezegd, de investeringen in Defensie dienen het militair-industrieel complex waarvoor de uitgaande president Eisenhower in zijn befaamde afscheidstoespraak van 17 januari 1961 waarschuwde: ‘In de overheidsdiensten moeten we waken tegen het gezocht of ongezocht verwerven van ongerechtvaardigde invloed door het militair-industriële complex.’ Dat complex strekt zich uit van wapenfabrikanten, krijgsmacht en inlichtingendiensten tot gevestigde media, wetenschap en partijpolitiek.

De aanschaf van 37 F-35 straaljagers van het grootste Amerikaanse defensieconcern ter wereld Lockheed Martin door Nederland voor naar schatting zo’n 5,2 miljard euro is een voorbeeld van de werking van het militair-industrieel complex. Lobbyisten onder wie veel voormalige CDA- en VVD-politici, de luchtmacht en de Nederlandse luchtvaartindustrie die zich richt op het binnenhalen van compensatieorders bepaalden de keuze. Maar zelfs dat economische argument dat niet volledig spoort met de nationale veiligheid is onjuist. De F-35 levert vooral banen op voor lobbyisten en ondernemers en niet voor Nederland. Evenmin dringt tot het Nederlandse publiek debat door dat militaire uitgaven de slechtste manier zijn om banen te scheppen, zoals uit een Amerikaanse studie blijkt. Niet het parlement, maar externe partijen beslisten over aanschaf. Daarbij komt dat al vanaf het begin vraagtekens werden gezet bij de prestaties in het luchtgevecht en de kosten van de F-35. In de testfase is de software kwetsbaar gebleken, waarschijnlijk ook nog eens gehackt door China.

Door gebrek aan munitie oefenen Nederlandse militairen door ‘poef poef poef’ te roepen. Zo is de persiflage én stand van zaken van de Nederlandse krijgsmacht. In een ideale wereld zou het de ultieme oplossing voor de beteugeling van agressiviteit zijn. Militairen die cowboytje spelen zoals kinderen het doen. Maar Nederland bevindt zich niet in een ideale wereld en moet zich serieus verdedigen tegen de agressie van andere actoren.

Nu heeft Nederland dat vermogen verloren. Het beeld van een onverdedigd Nederland alleen al tast de soevereiniteit aan en maakt een land kwetsbaar voor buitenlandse druk. Maar de verhoging van het budget met 1,5 miljard euro zegt niet alles. Als het wordt doorgesluisd naar buitenlandse wapenfabrikanten die te veel voor hun producten vragen, dan verhoogt dat de weerbaarheid van Nederland niet. Het debat over de nationale veiligheid van Nederland moet gaan over de kwaliteit van de krijgsmacht, inclusief de toetsing ervan, en de mate waarin Nederland door de eigen krijgsmacht en directe partners territoriaal, in cyberspace of op afstand verdedigd wordt. Het debat over de nationale veiligheid reduceren tot een budgettaire boekhoudsom is een valkuil die allen dient die andere belangen hebben en zich hierachter kunnen blijven verschuilen.

Foto: Algehele Veiligheidszorg Nederland.

Sint-Maarten: Een klucht vol verwarring met premier Marlin en generaal Verkerk

with one comment

Orkaan Irma is niet de enige ramp die Sint-Maarten getroffen heeft. Er is ook de incompetentie van het lokale bestuur. Het is een land binnen het koninkrijk met 40.000 inwoners. Vaticaanstad, San Marino, Monaco of andere kleine eilandstaten hebben minder inwoners, maar wel een langere bestuurlijke en democratische traditie. Criminele netwerken hebben door de zwakte van het lokale bestuur een flinke machtspositie.

Premier William Marlin van Sint-Maarten gaf een interview aan Eppo König van NRC waarin hij de inzet van de Nederlandse mariniers bekritiseerde. De titel is veelbetekekend: ‘Mariniers deden niks bij plunderingen’. Binnenlandse Zaken in Den Haag zocht naar aanleiding van dit interview afgelopen weekend contact met de regering van Sint-Maarten wat leidde tot een aanvullende reactie vanuit Sint-Maarten: ‘Premier Marlin heeft ons laten weten geen enkele kritiek te hebben op de Nederlandse militairen of hulpverleners’.

Hoe dan ook riep de eerste uitspraak van premier Marlin vanochtend bovenstaande tweet van generaal Rob Verkerk op. Overigens na de aanvullende reactie waarin de regering van Sint-Maarten liet weten geen kritiek te hebben op de mariniers. Verkerk is sinds 2014 de Commandant Zeestrijdkrachten waaronder ook de mariniers resorteren die in Sint-Maarten ingezet worden. Generaal Verkerk kan gelijk hebben met zijn kritiek op een niet op zijn taak berekenende premier Marlin, maar hij heeft ongelijk dat hij het in een tweet de wereld instuurt. In Nederland zijn het niet de generaals die de politiek aansturen, maar worden de generaals door de politiek aangestuurd. Zelfs als het een brokkenpiloot als William Marlin betreft. Het zijn minister Plasterk of Hennis of premier Rutte die in gesprek zijn met premier Marlin. Niet Verkerk. Hij had beter kunnen zwijgen. Nu scoort hij voor z’n mannen en de publieke opinie, maar toch had hij dat om bestuurlijke redenen moeten nalaten. Wellicht een korte opfriscursus staatsrecht voor generaal Verkerk? Dan kan Marlin ook aanschuiven.

Foto: Schermafbeelding van tweet van generaal Rob Verkerk met reactie, 18 september 2017.