Kankerverwekkend PFAS in Westerschelde zet ontpoldering Hedwigepolder op losse schroeven

Schermafbeelding van deel artikelKankerverwekkend PFAS in de Westerschelde: moet je de Hedwigepolder met verontreinigd water laten volstromen?‘van Theo Giele in de PZC, 22 juni 2021.

Als geboren Zeeuws-Vlaming ben ik altijd een fervent tegenstander geweest tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder. Die polder onder de rook van het Antwerpse havengebied. Het werd verkocht als natuurcompensatie, maar was feitelijk het verraad van milieuverenigingen die vanwege het economisch belang van de Antwerpse haven met programma’s, compensatie en geld werden gekocht. Chris De Stoop beschreef het verraad van de milieubeweging in zijn boekDit is mijn hof‘.

Zo ontstond een kongsi van Antwerpse havenbaronnen met Nederlandse milieuverenigingen die de Nederlandse en Zeeuwse politiek overrulden en zich keerden tegen de boeren en Zeeuwen.

Ik heb er sinds 2011 talloze commentaren aan besteed. Een ervan leidde tot kamervragen over de veiligheid van de binnen- en zeevaart op de Westerschelde waarover ik contact had met toenmalig PvdA-kamerlid Lutz Jacobi, de huidige directeur van de Waddenvereniging. Ik herhaal mijn conclusie van dit commentaar uit 2016 omdat die de kern van mijn bezwaar tegen de ontpoldering geeft:

De problemen zijn terug te brengen tot het economisch belang van de Antwerpse haven waar alles voor moet wijken. Inclusief de veiligheid ondanks de sussende woorden van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie dat wel een loodsplicht noemt, maar geen snelheidsbeperking voor zeevaartschepen. Door afspraken van de Scheldeverdragen van 2005 is de Westerschelde verdiept tot 13.10 meter. Met als gevolg dat grotere, diepere en snellere zeevaartschepen naar Antwerpen kunnen varen. Met alle veiligheidsproblemen van dien die de binnenvaartschippers in hun reacties aankaarten. De verdieping van de Westerschelde heeft voor Zeeland ongunstige neveneffecten gehad, zoals het verlies aan natuur dat het volgens afspraken van de Natura 2000 richtlijn moet realiseren op eigen gebied en de veiligheid van de scheepvaart waarvoor zoals blijkt door snelheidsbeperkingen geen afspraken gemaakt kunnen worden omdat dat blijkbaar niet in Belgisch belang is.
Terwijl de Vlaamse regering er de economische lusten van draagt moet Zeeland de lasten dragen door de Hedwigepolder als natuurcompensatie af te stoten als landbouwgrond. Wat Zeeuwen met de herinnering aan de ramp van 1953 door de ziel snijdt. Het is zover kunnen komen door het systeemmatig zwakke bestuur van de provincie Zeeland en het relatief kleine belang van deze provincie in Den Haag. Toen de Zeeuwse Jan Peter Balkenende in 2002 premier werd was het kwaad al geschied. Hij kon met de Zeeuwse CDA’er Ad Koppejan dit dossier politiek en juridisch niet meer redden, maar alleen rekken. Dat geeft aan wie het op de Westerschelde voor het zeggen heeft: België. De Vlaamse kolonisatie van de Westerschelde is de afgelopen decennia door Nederland geen halt toegeroepen, maar eerder toegenomen. De politiek laat het gebeuren. Zoals ontpoldering van de Hedwigepolder tegen Zeeuwse wensen in en marginalisering van de binnenvaart op de Schelde leren.

Theo Giele heeft recent in de PZC een reeks artikelen geplaatst over de vervuiling door kankerverwekkend PFAS in de Zeeuwse waterwegen, zoals het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Westerschelde. Bovenstaand artikel leidt hij als volgt in: ‘De hoge concentraties PFAS in de Westerschelde kunnen de discussie over de ontpoldering van de Hedwigepolder opnieuw doen ontvlammen. Moet je verontreinigd Scheldewater de polder in laten stromen?’

Kortom, de hoge concentratie PFAS is een nieuw argument tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vervuiling in algemene zin was altijd al een argument tegen ontpoldering, maar vervuiling met PFAS geeft er een nieuwe dimensie aan. Het schrijnende is dat de industrie van de Antwerpse haven altijd al verantwoordelijk was voor de vervuiling, maar er niet verantwoordelijk voor werd gehouden. Want de Westerschelde ligt stroomafwaarts van Antwerpen.

Hoe dan ook wordt de vervuiling met PFAS door tegenstanders van de ontpoldering zoals de SGP aangegrepen om dit dossier opnieuw te openen. Theo Giele zegt in een artikel van 24 juni 2021 dat de SGP op die dag kamervragen heeft gesteld aan minister Cora van Nieuwenhuizen: ‘Kamerlid Chris Stoffer vroeg of de hele ontpolderingsoperatie niet in strijd is met de Wet Bodembescherming. Er zal immers vervuild Scheldewater de polders instromen’. Het CDA-statenlid Frank Peter Kuijpers liet al eerder van zich horen en twitterde op 22 juni 2021:

Tweet van Frank Kuijpers, 22 juni 2021.

Giele constateert terecht dat de PFAS-problematiek breder is dan de problematiek van de ontpoldering van de Hedwigepolder. Vele gemeenten aan de Westerschelde maken zich grote zorgen over de gezondheid van hun inwoners door vervuiling met het kankerverwekkende PFAS.

Het is de logica van de zogenaamde natuurcompensatie waarvan de hypocrisie nu volop aan de oppervlakte komt. De achterliggende oorzaak voor de ontpoldering van de Hedwigepolder was nooit het compenseren van natuur, maar het dienen van het belang van de Antwerpse haven (via verdieping van de Westerschelde) zonder dat dit verband rechtstreeks gelegd mocht worden. Nu de vervuiling door die haven de natuurcompensatie in gevaar brengt blijkt duidelijk hoe rechtstreeks dit verband werkelijk was. Letterlijk en figuurlijk een vies zaakje dat stinkt.

Er is de afgelopen 10 jaar in dit dossier krom en onzuiver geredeneerd. De oppositie tegen de ontpoldering werd met een machtsspel onder leiding van de Vlaamse overheid en haven onschadelijk gemaakt. De PFAS-problematiek opent het dossier opnieuw van een ontpoldering die nooit goed voelde en de hypocrisie en de niet valide argumenten ervan opnieuw onder de aandacht van politiek en publiek brengt.

Robesin vraagt Tweede Kamer opnieuw om onderzoek besluitvorming Hedwigepolder

Schermafbeelding van deel artikelRobesin vraagt Kamer opnieuw om onderzoek Hedwigepolder’ in de PZC, 28 april 2021.

Het plan om de Hedwigepolder in Oost Zeeuws-Vlaanderen onder water te zetten is naar mijn idee een van de meest onverkwikkelijke en geniepige besluiten die een Nederlandse regering ooit heeft genomen.

Deze slechts 3 km2 grote polder kreeg in de jaren 2005-2015 een symboolfunctie. Feitelijk een wonder hoe zoiets kleins zo groot kon worden. De ontpoldering is volgens plan in 2022 voltooid. Maar niet iedereen zag er dezelfde symboliek in.

Voor Zeeuwen was het de macht van het grote geld, te weten de Antwerpse haven, waarvoor ze in een onderonsje met Den Haag werden uitgeruild voor zogenaamd hogere belangen. Dus economie. Voor de economische lobby was het het omgekeerde, het opruimen van regionale belangen met inzet van de politiek. Voor natuurbeschermers was het de kans om meeliftend met het economisch belang ten koste van het regionaal belang eigen kruimels te kunnen realiseren. Zogenaamde ‘nieuwe natuur’ en extra geld voor de eigen organisaties om mee te draaien in de projecten. Door de Zeeuwen werd de opstelling van de samenwerking van bedrijfsleven en politiek als harde machtspolitiek ervaren en dat van de natuurbeschermers als verraad. Over dat verraad van de natuurlobby verhaalt Chris de Stoop in zijn boek ‘Dit is mijn hof’.

De argumenten waren meestentijds vals en de doeleinden verhullend. Onder het mom van natuurbescherming werd natuur beschadigd die officieel geen natuur was en daarom in nieuwe langlopende projecten officieel hersteld kon worden. Onder het mom van natuurbescherming werden de economische belangen van de Antwerpse haven versterkt. Natuurorganisaties als de Vogelbescherming lieten zich omkopen of misleiden. Hun naïviteit was grenzeloos en concurreerde hevig met hun opportunisme. Volgens velen hebben ze voorgoed hun geloofwaardigheid verloren door een bondje te sluiten met het grote geld.

HMM Algeciras © Johan Rijnhout/Rijnhout Media. In PZC, 12 juni 2020.

De kernvraag of een getijdenrivier als de Westerschelde geschikt is om schepen van 400 meter lang, 61 meter breed met een diepgang van 12 meter te ontvangen heeft nooit centraal gestaan in het debat. Daardoor konden de Vlaamse regering en de Antwerpse haven politieke druk blijven zetten om uiteindelijk hun zin door te drijven.

In Zeeland werd de uitruil tussen Nederland en Vlaanderen onder druk van de EU doorzien, maar de rest van Nederland liet het gebeuren. Wat de boosheid én het gevoel van uitgeslotenheid verder versterkte van de Zeeuwen die zich als traditioneel wingewest toch al snel in de steek gelaten voelen.

Johan Robesin die ooit lid van de Eerste Kamer was voor een lokale partij kreeg naar eigen zeggen in 2011 in een persoonlijk gesprek de belofte van premier Rutte dat die zijn uiterste best zou doen dat de Hedwigepolder niet onder water zou worden gezet. Dat liep anders. Rutte kon zijn belofte niet houden en Robesin zit nu al jaren vol onbegrip over deze kwestie.

Hij doet nu een tweede poging om de besluitvorming van 10 jaar terug in de Tweede Kamer tegen het licht te houden. Maar wat voor nut hebben volgens Robesin de landelijke politieke partijen daarbij? Rechtse partijen als VVD en CDA hebben zich overgeleverd aan de economie en groene partijen als GL en D66 hebben zich niet principieel genoeg opgesteld. Resten SGP, Boerenpartij en de drie radicaal-rechtse partijen, maar die laatsten zijn vooral tegen omdat ze overal tegen zijn om de overheid te dwarsbomen. Zulke vreemde bedpartners vergroten de geloofwaardigheid van een op zich zinvol verzoek om openheid niet.

De Hedwigepolder is nu bijna volledig onder water gezet en de besluitvorming ervan is blijkbaar ook onder water verdwenen. De spreekwoordelijke slager wil niet dat bekend wordt hoe de worst gemaakt wordt en wat er allemaal in zit. Waarom zou de Kamercommissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een onderzoek naar de besluitvorming rond de Hedwigepolder agenderen? Er is in de tussentijd al te veel water door de Westerschelde gestroomd om nog te verwachten dat de waarheid boven water komt.

Landschapsproject Zeeuws-Vlaanderen als voorbeeld van vertrutting en betutteling. Wat is hier nou echt het probleem?

Provincie Zeeland zette afgelopen weken vier filmpjes op haar YouTube-kanaal waarvan dit er een is. Ze gaan over Zeeuws-Vlaanderen en zijn gemaakt in opdracht van wat in goed Zeeuws de ‘Economic Board Zeeland’ (EBZ) heet. Dat vervult volgens nota 2020D29562 ‘een prominente rol als verbinder van publieke en private samenwerkingspartners en zorgt voor een heldere focus van de aanpak’. De EBZ is geen rechtspersoon, maar heeft ‘een centrale functie als aanjager en coördinator van de uitvoering van de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen ‘Zeeuwen zelf aan zet’. Een Regio Deal kan opgevat worden als ‘een duurzaam partnerschap om de opgave die in de regio speelt gezamenlijk aan te pakken’. De suggestie die het probeert te wekken is dat de bewoners van deze regio inspraak hebben en over hun eigen leefomgeving kunnen beslissen.

De werkelijkheid is anders. Zeeuws-Vlaanderen is een krimpgebied en kampt met problemen van leegloop. De nota merkt op dat voorzieningen uit de regio verdwenen zijn. Door grensoverschrijdende samenwerking met de provincie Oost-Vlaanderen en de stad Gent heeft de regio ook potentie. Een opvallende passage in de nota luidt: ‘De woningvoorraad sluit niet aan op de vraag en het landschap is nu slecht toegankelijk’.

Wat een slecht toegankelijk landschap logischerwijze betekent wordt niet uitgelegd. En slecht toegankelijk voor wie? De toevoeging ‘nu slecht toegankelijk’ geeft aan dat de toegankelijkheid van het landschap focus voor de EBZ en de Regio Deal is. Of de toegankelijkheid van het Zeeuws-Vlaamse landschap nou werkelijk een groot probleem is en of de bewoners op een overheidsprogramma zitten te wachten dat ingrepen doet in een historisch landschap is de vraag. Het lijkt eerder te gaan om politiek laaghangend fruit dat geplukt wordt. Door enkele simpele, maar hoogst zichtbare ingrepen kan zo een idee van daadkracht worden gesuggereerd.

Het beeld dat resteert uit de video is er een van vertrutting en bevoogding. Alsof Zeeuws-Vlaanderen moet veranderen in een landschapspark, terwijl de ongepolijstheid en ruwheid ervan juist de kwaliteiten zijn.

Tekenend is dat er geen Zeeuws bureau wordt ingehuurd, maar architect Ro Koster van RO&AD Architecten dat in het Brabantse Bergen op Zoom is gevestigd. Zijn claim is hooghartig dat zijn programma nodig is om de uniciteit en kwaliteit van deze streek te gaan voelen. Alsof de bewoners eeuwenlang de waarde van hun streek miskend hebben en ze er een buitenstaander als Ro Koster met zijn programma voor nodig hebben om te voelen wat de waarde van hun geboortegrond is. Is Koster onnozel of doet hij met zijn prietpraat net alsof hij dat is om zijn opdrachtgever te plezieren? Of dit ‘Grenspark Scheldekust’ moet dienen ter compensatie van de door de regering en de onder druk van de economische macht van de haven van Antwerpen en de Belgische regering verdwenen Hedwige polder is de vraag die in deze video hardnekkig op de achtergrond blijft zeuren.

Zeeland moet orde op zaken stellen en falen Marinierskazerne en ondermaats aanbod voor compensatie niet afschuiven

Wat krijg je als een Zeeuwse gedeputeerde van de VVD kritisch reageert op een VVD-staatssecretaris? Het antwoord ligt voor de hand: niks. Dick van der Velde die verantwoordelijk is voor de Marinierskazerne reageert met gespeelde verontwaardiging op Barbara Visser voor Omroep Zeeland: ‘We zijn nog net zo boos als dat we al waren. Dit onderstreept waarom er een ruimhartige compensatie moet komen voor Zeeland’. Wow, wat een lef. Wat gedeputeerde Van der Velde zegt dat hij ‘nog net zo boos is als hij al was’ grenst aan het onbenullige.

Waar draait deze kwestie in de kern om? Het lijkt te gaan om een marinierskazerne die naar Vlissingen zou komen, maar niet kwam. Staatsecretaris Barbara Visser lijkt samen met minister Ank Bijleveld een van de drie zusters van Anton Tsjechovs gelijknamige toneelstuk. Ze blinken uit in de verzuchting: ‘Naar Moskou, naar Moskou’, maar tegelijk weten ze dat ze er nooit zullen aankomen. Zo was het ook met de Marinierskazerne. Iedereen wist dat die nooit in Vlissingen zou komen, maar de hoofdrolspelers speelden dat het wel zo was.

Het draait niet om zelfbedrog in een schijnwerkelijkheid met in de hoofdrol een politiek onhandige en liegende staatssecretaris of een incompetente minister. Niet de gevende, maar de ontvangende partij is waar het om draait. Het gaat om de positie en de positionering van Zeeland. Is Zeeland voor de kwaliteitstoerist, de watersporter, de gepensioneerde die zorg inkoopt, de rustzoeker of de kunsttoerist die gaat voor kleinschalige evenementen of is Zeeland voor de pretzoeker, de dagjestoerist en de ondernemers die gaan voor grootschalige evenementen? Is Zeeland voor de chemische en maritieme industrie? Niemand die het weet. Omdat de provincie daar geen heldere keuze in weet te maken, kan er ook geen geloofwaardig en samenhangend pakket van eisen voor de compensatie van de Marinierskazerne in Den Haag op tafel worden gelegd. Daar gaat het fout. Het zijn niet een liegende staatssecretaris en een incompetente minister die verantwoordelijk zijn voor de afgang van de Marinierskazerne. Het is Zeeland zelf dat niet weet wat het wil, niet weet wat het moet vragen als compensatie en zich afhankelijk maakt van de kuren en machtsspelletjes van anderen. Met als uitkomst dat het dankbaarheid moet tonen voor kruimels die niemand wil.

Vooral in Zeeuws-Vlaanderen is het trauma van het onder water zetten van de Hedwige polder vanwege het economisch belang van de Antwerpse haven en de uitruil door Den Haag nog niet verwerkt. Het wantrouwen is groot. Zeeland beschouwt zich als wingewest en die gedachte is gegroeid na de 17de eeuw toen Middelburg de tweede stad van het koninkrijk was. De realiteit is dat Zeeland een zwak openbaar bestuur heeft en geen machtsmiddelen om terug te vechten. Daar gaat het mis. Nu moet de provincie tevreden zijn met wat wordt gezien als tweederangscompensatie zoals blijkt uit in Den Haag gelekte stukken: een beveiligde rechtbank, een extra beveiligde gevangenis en een expertisecentrum voor georganiseerde criminaliteit. Het is een beledigend voorstel dat niemand wil. Bij welk profiel van Zeeland het past is duidelijk: een profiel van niks.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Compensatie voor de kazerne? Nou die moet nu wel heel ruimhartig worden, vindt de Zeeuwse politiek’ van Jeffrey Kutterin in de PZC, 6 juni 2020.

Petitie ‘Behoud van Street Art gevel’ pleit voor schildering van vis op gevel in Antwerpen. Omgevingsvergunning ervoor is geweigerd

De petitie ‘Behoud van Street Art gevel’ vraagt om steun voor een muurschildering in de Sint-Elisabethstraat te Antwerpen-Noord. De eigenaar had geen omgevingsvergunning aangevraagd. De aanvraag om die alsnog te verlenen werd door de gemeente Antwerpen geweigerd. Nu moet de schildering van Joachim Lambrechts dus verwijderd worden van de gevel. Hij heeft er op 11 januari de volgende vis aan toegevoegd:

De reacties bij de petitie spreken boekdelen. Zoals Dieter Ohler: ‘Kunst is van essentieel belang. Gooi ons niet terug naar de middeleeuwen maar bescherm mensen die zich inzetten hiervoor, en gebouwen die drager zijn. Wat is het volgende? Historische gebouwen afbreken? Heb kloten aan uw lijf en bewijs dat cultuur voor dit bestuur belangrijk is.’ Maar gaat het hier wel om kunst? En doet het er iets toe of het om kunst gaat? Dennis Leys maakt een ander onderscheid en merkt op: ‘Ik teken omdat er een verschil is tussen graffiti en streetart. Dit werk heeft een duidelijke meerwaarde voor de straat en buurt.’ Pieter Linders: ‘Ik begrijp dat niet iedereen zomaar wat met zijn gevel kan doen, zeker in straten met een harmonieuze bouwstijl. Maar in deze buurt met allerlei gevelafwerkingen, verloedering, … en ook vele voedingszaken en viswinkels is deze gevelschildering geen storend element, maar een lichtpunt. Of een startpunt, wanneer komen er nog gevels aan de beurt?

Gerdi Cracco zet de museumschildering af tegen museumkunst: ‘Street art een belangrijk expressiemiddel vind dat de niet museumgaande burger confronteert met kunst en emotie.’ Riet van der Plas verwoordt een breder gedeeld gevoel: ‘Ik vind het niet aan een gemeente om te oordelen over de kleur/ het ontwerp van je gevel.’ Viviane Cammers trekt de uiterste consequentie uit de geweigerde omgevingsvergunning: ‘Ik vind dat iedereen het recht heeft om op zijn/haar huis te tekenen wat hij/zij wilt , ik vind het echt prachtig’.

In deze kwestie lijkt van alles samen te komen nadat het eerst in de blender is gemixt. Waaronder een hoop misverstanden en irrelevanties. De klare lijn tussen vrijheid, democratie en anarchie wordt troebel. ‘Ik teken omdat kunst subjectief is en dat nooit zou mogen zijn dat een iemand hierover beslist’, zegt Karen Bertels. Wilbert Huigens reduceert democratie tot de wil van het volk: ‘Democratie is luisteren naar het volk’. Een werkelijk onnavolgbare reactie is van de Nederlander Juup de Boer: ‘Nederland steeds saaier wordt’.

Er lijkt met de muurschildering niks mis. Maar het moet wel in de omgeving passen. De plek maakt het verschil. In een winkelstraat lijkt de vis van Joachim goed te passen. Uiteraard kan het niet zo zijn dat alles vrij wordt gelaten zoals sommigen wensen. Want waar ligt dan de grens? Denk aan twee voorbeelden. Te weten het oranje gebouw van Studio Thonik (Thomas Widdershoven) dat vanwege de kleur voor overlast van de omwonenden zorgde en overgeschilderd moest worden. Of denk aan afbeeldingen met een politiek of seksueel geladen karakter waaraan mensen met een bepaalde achtergrond zich kunnen storen. Als de straat een arena wordt waar op gevels tegengestelde meningen de strijdpunten zijn, dan is het gedaan met een neutrale openbare ruimte. Of een openbare ruimte die door velen nog als neutraal kan worden ervaren.

Het oprukken van de commercie met licht- en gevelreclames zet de neutraliteit van de openbare ruimte in steden toch al danig onder druk. Schoonheids- of welzijnscommissies zouden daar veel actiever in kunnen opereren, in die zin dat ze het straatbeeld beter beschermen en schoonhouden van platte commercie. Maar dat gebeurt niet. In het voorbeeld uit Antwerpen zou een schoonheidscommissie die over de omgevingsvergunning gaat positief kunnen adviseren over de schildering van de vis, maar negatief over de wanstaltige reclame daaronder die in sfeer, kleur en stijl totaal niet aansluit bij de muurschildering van de vis.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieBehoud van Street Art gevel’ van Katleen Linders op Petities24.com, 12 januari 2019.

Foto 2: Joachim (Lambrechts), Sketching. ‘The Fisherman’

Pseudo-kunstkritiek van Johan Sanctorum op Doorbraak over Jan Fabre

Het is geen wonder dat de kwestie Fabre in Vlaanderen stof doet opwaaien. In een open brief in rekto-verso beschuldigen werknemers en stagiairs van Fabre’s gezelschap Troubleyn hem van grensoverschrijdend gedrag. Dit gaat om de activiteiten van Jan Fabre als theatermaker en niet om die als beeldend kunstenaar. Op het Vlaams-nationalistische Doorbraak laat Johan Sanctorum in een lang betoog de kans niet liggen om oude rekeningen te vereffenen en de progressieve Fabre met de grond gelijk te maken. Johan Sanctorum schiet door overdrijving, onjuiste feiten, een slecht onderbouwde analyse en totaal gebrek aan kunsthistorisch inzicht in eigen voet. Hieronder mijn reactie. In een artikel op Doorbraak met de veelzeggende titel ‘Lekker natrappen op het lijk van Fabre’ dient theaterwetenschapper Laurens De Vos Johan Sanctorum van repliek.

Foto’s: Schermafbeelding van een deel van het artikelHet theater zoals het te voorzien en te verwachten was’ van Johan Sanctorum op Doorbraak, 14 september 2018 en mijn reactie daarop.

Bij de prentbriefkaart ‘Cadzand, Zeegezicht’, vóór 1959

Een prentbriefkaart van de firma J. Torbijn uit Goes met de beschrijving ‘Cadzand, Zeegezicht’. In te zien in het Zeeuws Archief, bronvermelding ‘Zeeuws Archief, Fotoarchief J. Torbijn, Goes, nr CAD-P-81’. Datering is ‘vóór maart 1959’. Op de voorgrond is het strand te zien met een meisje die een kuil voor zichzelf graaft en de achtergrond toont een vrachtschip van naar schatting 10.000 ton dat in 1959 de weg naar de snijbrander nog niet had gevonden. Nu nog op weg van Rotterdam of Antwerpen naar een vreemde haven. Londen, Liverpool, Le Havre, Marseille of Genua? Badgasten staan tot hun middel in zee. De opgeblazen binnenband dient als vlot voor de allerkleinsten. De titel ‘Cadzand, Zeegezicht’ is opvallend. De van boerendorp tot badplaats omgevormde dorpen als Cadzand moesten het immers niet van zee, maar van het strand hebben.

Is dit nostalgie? Hoe dan ook heb ik als kind in Cadzand vele zomervakanties in de duinen en op het strand doorgebracht. Tot en met het plukken van bramen eind augustus of begin september voordat de scholen weer begonnen en aan de vrijheid van zorgeloze dagen abrupt een einde kwam. In de tijd dat vakantiehuisjes niet per week, maar nog per jaar of per maand werden verhuurd. Het cliché klopt dat Duitsers beste kuilengravers waren. Dat roept vragen op over het meisje in de voorgrond. Is zij Duits of gaat ze de competitie ermee aan?

Oosterburen werden in die tijd door de middenstand die van het vreemdelingenverkeer een beroep gemaakt had getolereerd vanwege de marken en het Wirtschaftswunder, maar ze waren gehater dan nu. In de oorlog was hard gevochten in West-Zeeuws-Vlaanderen juist omdat de Scheldemond de toegang tot Antwerpen was. In de duinen waren sporen van de strijd nog terug te vinden in de vorm van bunkers en lege munitiehulzen.

Foto: Prentbriefkaart, ‘Cadzand, Zeegezicht, voor maart 1959. Serienummer 84. Collectie Zeeuws Archief.

Tentoonstelling Guggenheim trekt aandacht door kritiek op video met honden die elkaar niet aan kunnen raken. Protest = marketing

Het Guggenheim Museum in New York ligt onder vuur door de videoDogs That Cannot Touch Each Other’ (2003) van Peng Yu en Sun Yuan op de tentoonstellingArt and China after 1989: Theater of the World’ die op 6 oktober opengaat. Er is Chinese hedendaagse kunst te zien uit de periode 1989-2008. Of het de marketing van het Guggenheim Museum is of het protest van dierenactivisten, de tentoonstelling trekt al veel publiciteit.

De reacties doen denken aan wat Jan Fabre overkwam met werk dat was gebaseerd op Dali Atomicus (1948) van Philippe Hartman en Salvador Dali. Katten zouden door hem mishandeld zijn bij een opname door een Franse ploeg voor een film over hem. Een onterechte beschuldiging. De fractie van de PVV stelde in juni 2016 in de Brabantse Staten vragen over Fabre en probeerde hem af te beelden als een kunstenaar met ‘een zeer dubieuze reputatie als het gaat om dierenwelzijn’. In een commentaar omschreef ik dat toen zo: ‘Behalve Jan Fabre kregen afgelopen jaren ook Hermann Nitsch en Damien Hirst op oneigenlijke gronden kritiek van politieke activisten die zich presenteren als dierenactivisten. Ze zouden zich dienen te beperken tot waar het om gaat: dierenrechten. Dat is een goed doel, maar de PVV maakt het breder dan het is door Fabre een ‘narcistische dierenbeul‘ te noemen. Voor die kwalificatie bestaat geen enkel bewijs. Dan wordt de kritiek onzuiver en ongeloofwaardig. Met de politisering van hun rechten door de PVV hebben dieren niks te winnen.’

In een ander commentaar over een haatcampagne tegen Jan Fabre concludeerde ik dat het niet alleen tegen Fabre of voor het dierenwelzijn ging, maar vooral tegen de kunst: ‘Tegenwoordig is de geringste verwijzing naar kinder- of dierenmishandeling in de eigen omgeving al voldoende voor massale mobilisatie. Sterk aangejaagd door sociale media die telkens uitkomen bij verontwaardiging. Het besef van gebrek aan zeggenschap over grote problemen eindigt zo in extra gevoeligheid voor het kleine. In een vlucht naar de wereld van de onschuld. De campagne tegen Fabre doet denken aan de rancune van de VVD en PVV tegen de kunst. Da’s op zijn beurt het kleine van de politiek.’ Deze geschiedenis herhaalt zich weer eens in New York.

Foto: Still uit video ‘Dogs That Cannot Touch Each Other’ (2003) van Peng Yu en Sun Yuan.

Bij een foto van een Antwerps melkmeisje met hondenkar uit 1890

De serie van The Photochrom Print Collection met 116 kleurafdrukken van foto’s met voorstellingen van Nederland uit 1890 is me goed bekend. Ik heb ze vaak als illustratie bij commentaren gebruikt. Ze worden bewaard in de collectie van het Amerikaanse Library of Congress onder lotnummer 13423. Bovenstaande afdruk komt uit een andere deelcollectie, namelijk de Belgische met lotnummer 13422 die bestaat uit 108 afdrukken. Opmerkelijk aan die Belgische collectie is dat er naast bovenstaande afdruk nog zes afdrukken zijn van melkmeisjes met een hondenkar. Uit Brussel. Dit moet de fotograaf als bijzonder zijn voorgekomen als associatie met België. Trouwens, in de bijna 130 jaar is de betekenis van het begrip hondenkar gewijzigd. Nu wordt er een karretje onder verstaan waarin een hond vervoerd wordt. Bijvoorbeeld achter een fiets.

De geüniformeerde man op de foto schrijft iets op papier. Wat hij doet bij het Antwerpse melkmeisje en de hondenkar is niet precies te achterhalen. Een andere afdruk in deze serie van een Brussels melkmeisje geeft mogelijk duidelijkheid. Een geüniformeerde man controleert de melk. Wellicht op vetgehalte of versheid. Dit melkmeisje kijkt naar de fotograaf, samen met de rechterhond van het driespan. Het is een geënsceneerd tafereel dat diepte krijgt door de openstaande deur en de opgaande trap in de achtergrond. De diepte van een blik in het verleden van een melkmeisje met kanten muts, een man in uniform die schrijft, drie honden en een voorraadje melk in kannen in een hondenkar. Een vergaan tijdsbeeld als doffe laag die dempt wat ooit was.

Foto: Flemish milk women, Antwerp, Belgium. 1890. Toelichting: ‘Print shows a female milk peddler standing next to her two-wheel cart loaded with milk jugs, with three dogs harnessed to the front, and a man in uniform standing on the left.’  Uit de deelcollectie 13422 van fotochrome afdrukken van het Library of Congress.

Petitie: Stop ecocide Westerschelderegio. Over de Hedwigepolder

wes

De petitieStop ecocide Westerschelderegio!’ roept leiders van Nederland, België en het Europarlement op om de verdieping van de Westerschelde te stoppen en niet langer polders onder water te zetten. Concreet gaat het om de ontpoldering van de Hedwigepolder. In een lang betoog schetst de petitie de achtergrond en de juridische stand van zaken over de Hedwigepolder. Met schijnbewegingen. Eigenaar Gery De Cloedt stelde eind 2015 voor om in de polder voorlopig 5000 vluchtelingen onder te brengen. Aanleiding voor de petitie is de economische macht van de Antwerpse haven die zich tot in Zeeuws-Vlaanderen doet gelden en door de meeste Zeeuwen als onterecht wordt ervaren. Des te meer omdat het als natuurcompensatie wordt verkocht.

In een interview met Omroep Zeeland vergelijkt initiatiefnemer Johan Robesin het vernietigen van het regenwoud met het vernietigen van de Hedwigepolder. Het vernietigen van eco-stelsels noemt hij een misdaad tegen de menselijkheid. Om die reden is hij met enkele anderen de actiegroep Noodklok Hedwige gestart. Het is een geluid dat langzaam opschuift naar het centrum van de politiek. Het CDA zegt in haar concept verkiezingsprogramma in paragraaf 5.4.3 Stop de onteigening: ‘We moeten ook de groene ruimte buiten de stad beschermen. Daarom zijn wij tegen de onteigening van goede landbouwgrond als middel voor de uitvoering van Europees, nationaal of provinciaal natuurbeleid voor de aanleg van nieuwe natuur.

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Stop ecocide Westerschelderegio!’ op Avaaz.org.