George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Internationaal recht

Obama zet zich af tegen het Kremlin. Wat pleit voor en tegen hem?

with 8 comments

Er valt veel af te dingen op de woorden en goede bedoelingen van de vertrekkende president Barack Obama. De ook in Europa populaire president die in 2010 volgens lekken van WikiLeaks zijn steun aanwendde om te pleiten voor de Afghaanse oorlog. Obama heeft zelf bloed aan zijn handen met de technisering en ontwijken van de rechterlijke macht die uitmondde in de drone-oorlog in onder meer Jemen, Pakistan en Afghanistan. Geruchten zeggen dat hij bang was vermoord te worden door de CIA en zich daarom van zijn progressieve koers liet afbrengen. Door deze opgedrongen beleidswijzigingen moest hij wel teleurstellen. Obama was soms aarzelend en contraproductief in zijn buitenlandse politiek (Syrië) en restrictief in zijn mensenrechtenbeleid. Onder geen enkele president zijn zoveel klokkenluiders vervolgd als onder Obama. Omdat hij een uitstekende prater en goede communicator is drongen de negatieve kanten slechts mondjesmaat door tot het publiek.

De geschiedenis zal leren in hoeverre Obama verantwoordelijk was voor Clintons nederlaag tegen Trump. En zo via een omweg de nagedachtenis aan zijn presidentschap om zeep heeft geholpen. De wonden van de keiharde strijd voor de Democratische nominatie tussen Clinton en Obama in 2008 zijn nooit geheeld. Obama nam afstand van de Democratische partij (DNC) en liet Clinton en de big money-factie de partij kapen zonder in te grijpen. De in naam progressieve Obama nam afstand van de in realiteit progressieve senator Bernie Sanders die met Obama’s hulp wellicht Clinton had kunnen verslaan. Dat was de logica geweest van de Obama uit 2008. De populaire Sanders had veel betere vooruitzichten dan de gehate Clinton om Trump te verslaan.

Ondanks al deze feilen van een beroerde buitenlandse politiek, een bedenkelijk mensenrechtenbeleid en de opbouw van de controlestaat, het aanschurken tegen big money en een free ride voor bankiers en bestuurders van ondernemingen, en een vanaf 2008 oplopend verschil tussen schijn en wezen opereerde Obama binnen de democratische instituties. En nam die serieus. Het verwijt dat Obama gemaakt kan worden is dat hij geen volbloed politicus was met de ambitie om overal het verschil te maken. Daarbij opereerde hij onhandig in de contacten met het congres en wist weinig voor elkaar te brengen. Hij trok zich terug op enkele onderwerpen (gezondheidszorg) en liet zich gijzelen door het idee dat hij vooral in het Midden-Oosten niet dezelfde fouten als zijn voorganger president Bush wilde maken. Maar die failliete boel was hem nu eenmaal nagelaten.

In de verkiezingsstrijd is de publieke afzijdigheid van Obama de DNC fataal geworden. Omdat het met Clinton de enige kandidaat had die het in zich had om van Trump te verliezen. Wat prompt gebeurde door inmenging van het Kremlin in de verkiezingsstrijd. Clintons nominatie was de aangekondigde nederlaag. Met een goede kandidaat, eensgezindheid en betere mediastrategie had de DNC het nooit zover hoeven laten komen.

Ondanks alle bezwaren tegen Obama is zijn vijand president Putin waarmee en waartegen Obama zich nu in de laatste maand van zijn presidentschap opvallend profileert geen geloofwaardig alternatief. Putin is een autoritaire leider met totalitaire trekken, zoals de liberale parlementariër Boris Vishnevsky uit Petersburg van Yabloko in een kritiek stelt. Omdat de Russische oppositie zo goed als uitgeschakeld is en wordt gesmoord in de Kremlin propaganda dringen dit soort geluiden nauwelijks door tot het Westen. De fellow travellers die Putin en de Russische propagandamachine gebruiken of volgen als breekijzer tegen de gevestigde macht in hun eigen landen, zouden onder Putin als eersten in de gevangenis belanden of uit hun functie worden gezet.

Er resteren in de publieke opinie vier posities om uit te kiezen: 1) Dat van het gemakzuchtig pragmatisme binnen democratische grenzen van Obama. 2) Dat van het autoritarisme buiten democratische grenzen van Putin. 3) Dat van degenen die het één op het ander projecteren. Namelijk de neo-conservatieven die om hun eigen positie te versterken Putin als schrikbeeld gebruiken of de Putinversteher die vanwege commercieel gewin, zelfpromotie en carrièrekansen Obama als schrikbeeld gebruiken. 4) De restcategorie die eigenbelang ziet in het algemeen belang, afstand neemt van dualisme en zich niet laat dwingen te kiezen voor de één of de ander. Deze positie biedt de echte hoop. Maar heeft ook het minste profiel en is het minst aanlokkelijk.

Rutte roept ‘alle redelijke krachten in Nederland’ op om associatie-overeenkomst met Oekraïne te steunen. Waarom nu pas?

with 3 comments

Premier Mark Rutte doet een beroep op ‘alle redelijke krachten in Nederland’ om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne namens Nederland te ratificeren. In de kamers zijn dat D66, GL, CDA en CU. Bij een raadgevend referendum op 6 april 2016 stemde bij een opkomst van 32,28% ongeveer 61% tegen. Een peiling van 23 oktober van het opiniebureau Peil.nl geeft aan dat als Brussel tegemoet komt aan de bezwaren van Nederland en die als extra vermelding toevoegt meer stemmers voor (44%) dan tegen (37%) ratificatie zijn.

Zo laat Rutte vier soorten uitspraken door elkaar laat lopen. Er is de Tweede Kamer met een meerderheid van PvdA en VVD die voor de associatie is. Er is de Eerste Kamer waar PvdA en VVD zonder de steun van de ‘redelijke krachten’ geen meerderheid hebben voor de associatie-overeenkomst. Er is de uitslag van het referendum van 6 april 2016 met een meerderheid tegen de associatie. En er is een recente peiling met meer mensen voor dan tegen de associatie als de Nederlandse bezwaren aan het verdrag worden toegevoegd.

Rutte heeft gelijk dat dit groter is dan Nederland alleen. Maar hij heeft het aan zichzelf te wijten dat het zover is gekomen. Vanaf het begin was het duidelijk dat de uitspraak van het raadgevend referendum niet bindend was en niet meer dan één van de overwegingen bij de besluitvorming in het kabinet zou zijn. Kabinetsleden lieten echter na dat in de beeldvorming te benadrukken, richting publiek en parlement. Het is een fout dat Rutte pas nu verwijst naar machtspolitiek en de Russische agressie in Oost-Oekraïne, de Krim en Syrië om de associatie-overeenkomst in een breder kader te zetten. Daar is sinds april 2016 niet veel in veranderd.

Om de kiezers te overtuigen van het specifieke belang van de associatie die boven het Nederlands belang uitstijgt, had hij veel eerder moeten uitleggen dat het belang van de associatie breder was. Het antwoord op de vraag waarom hij dat heeft nagelaten en zo traag heeft gehandeld is te vinden in de peiling van Peil.nl. Een minderheid van VVD-stemmers wil niet ratificeren. Door deze partijpolitieke overwegingen en het negativisme in zijn eigen partij heeft Rutte zich 6 maanden laten gijzelen. Als hij een staatsman met lef was geweest, dan had hij al maanden geleden aangekondigd na weging van alle aspecten de associatie-overeenkomst te gaan ratificeren. Nu heeft hij zich door zijn aarzelingen en vertragingen nodeloos zwak en kwetsbaar opgesteld.

Drie misverstanden in de uitleg over het Oekraïne-referendum: raadgevendheid, handelsdeel en voorlopige toepassing

with 7 comments

Premier Rutte zit omhoog met de uitslag van het Oekraïne referendum. Of beter gezegd, met zijn interpretatie ervan. Hij heeft het aan zichzelf te wijten dat hij in politieke problemen is gekomen. Wetgeving verplicht hem niet tot overname van de uitslag. Een raadgevende uitspraak laat volgens artikel 11 van de Wet Raadgevend Referendum twee tegengestelde conclusies toe: intrekking van de wet of regeling van de inwerkingtreding van de wet. Bert Nijman van Geen Stijl verwoordt dat door te stellen dat Rutte de uitslag naast zich neer kan leggen. Als hij een vent is. ‘Negeren‘ is de verkeerde term, omdat het kabinet de wettelijke plicht heeft om de uitkomst van het referendum in ogenschouw te nemen, maar niet verplicht is om de uitkomst over te nemen.

Een ander misverstand is dat de handelsbetrekkingen die 80% van de associatie-overeenkomst uitmaken iets met de uitspraak van het Nederlandse referendum te maken hebben. Dat doen ze niet omdat ze wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. Over die 80% heeft het referendum van de Nederlandse kiezer nooit een uitspraak gevraagd. In de campagne is dat aspect nauwelijks aan de orde gekomen. Naast de verwarring over de raadgevendheid die de regering twee tegengestelde keuzes laat is er dus een tweede complicatie. De associatie-overeenkomst bevat politieke en juridische onderdelen waarover de burger in het referendum een uitspraak is gevraagd en economische onderdelen waarover de burger geen uitspraak is gevraagd. Hoogleraar Europees Recht Linda Senden wees daar in februari 2016 op.

Thiery Baudet (Forum voor Democratie) heeft het bij het verkeerde eind als hij meent dat als Nederland niet tekent het verdrag van de EU met Oekraïne van de baan is. Zo werkt het juridisch niet. Want een verdrag kan onder voorbehoud en voorlopig toegepast worden, hoewel dat geen blijvende juridische situatie is. En van de andere kant kan die voorlopigheid lang opgerekt worden. In weerwil van wat Baudet beweert gaat de overeenkomst niet de prullenbak in als het Nederlandse kabinet haar stem aan de goedkeuringswet onthoudt.

Een brief van 28 oktober 2015 van het ministerie van Buitenlandse Zaken schetst de politieke situatie die dan ontstaat: ‘Beëindiging van de voorlopige toepassing van de overeenkomst van de kant van de EU vereist een besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen. De meeste lidstaten hechten aan voorlopige toepassing van onderdelen van het associatieakkoord. De vereiste unanimiteit voor opzegging van de voorlopige toepassing ontbreekt derhalve.’ Het valt niet te verwachten dat EU-lidstaten die zich nauw met Oekraïne verbonden voelen -zoals Polen en de Baltische staten- hun handtekening onder beëindiging van de voorlopige toepassing gaan zetten. Dit is de derde complicatie die voor misverstand zorgt.

MH17: Net sluit zich tergend langzaam om Russische Federatie

with 7 comments

Vandaag presenteerde het JIT de gegevens van het strafrechtelijk onderzoek over het neerhalen van de MH17. In het JIT werken België, Australië, Maleisië en Oekraïne onder leiding van Nederland samen. Hoofdofficier Fred Westerbeke (OM) maakte bekend dat gisteren toestemming is gegeven om het onderzoek tot begin 2018 te verlengen. Dat is nodig omdat de identificatie van de daders nog niet is afgerond. Volgens de onderzoekers zijn er zo’n 100 betrokkenen in beeld die als verdachte of getuige gelinkt kunnen worden aan de schuldvraag.

Het JIT bouwt het onderzoek langzaam op. Sommigen vinden dat het te traag gaat. Het is stellig in wat het weet en stellig in wat het niet kwijt wil: ‘Het Joint Investigation Team (JIT) is ervan overtuigd onomstotelijk bewijs in handen te hebben om vast te kunnen stellen dat vlucht MH-17 op 17 juli 2014 is neergeschoten door een BUK-raket uit de 9M38-serie. Ook de afvuurlocatie kan bewezen worden, aldus het JIT. Het gaat om een landbouwveld bij Pervomaiskyi, dat op dat moment in handen was van separatisten.’ Tevens is de route van het BUK-systeem bekend dat van en naar de afvuurlocatie werd getransporteerd: het kwam uit de Russische Federatie en is er ook weer naar afgevoerd. Het JIT bevestigt de gegevens over de route die onder meer door onderzoekscollectief Bellingcat zijn gepresenteerd, maar gaat verder in de onderbouwing. Naast film- en fotomateriaal maakt het JIT ook gebruik van radargegevens en afgeluisterde telefoongesprekken.

De strategie van het JIT en het Nederlandse kabinet lijkt op omcirkeling van de Russische Federatie zonder dat centraal te stellen. Het stapelt bewijs op bewijs en hoopt zo de zaak steeds sterker te maken. Op welke manier het proces van de schuldigen gevoerd moet worden maakt het JIT afhankelijk van het soort dader. Dat kan internationaal of nationaal georiënteerd zijn, of een tussenvorm ervan.

Naar verwachting zijn nu de binnenlandse critici gerustgesteld die voortdurend met kritiek kwamen op de keuzes die het JIT maakte. De presentatie leek ook als nevendoel te hebben om aan deze critici uit te leggen hoe omvangrijk en complex zo’n onderzoek is. Op dit moment werken er volgens Westerbeke nog steeds zo’n 100 rechercheurs aan deze zaak. De Russische critici zullen niet gerust zijn gesteld. Zij zien dat er weliswaar niet direct naar Russische daders wordt verwezen, maar ze voelen wel dat dat indirect gebeurt.

Opmerkelijk was de hint van Westerbeke dat er een Oekraïense inkeerregeling is voor direct betrokkenen bij het transport en de lancering van de BUK die uit de school willen klappen. Dat duidt erop dat het JIT zich concentreert op Oekraïense betrokkenen bij de identificatie van de daders. Waar dat de betrokkenen uit de Russische Federatie laat die betrokken waren bij de operatie is de vraag. Zoals het ook nog steeds onduidelijk is of het lanceren van de BUK gebeurde door een zelfstandig opererend Russisch legeronderdeel of dat er sprake was van een hybride pro-Russische operatie waarbij Russen en Oekraïeners met elkaar samenwerkten.

Hoe de vandaag gepubliceerde onderzoeksgegevens de relatie met de Russische Federatie beïnvloeden is onduidelijk. Louis Bontes van VNL riep volgens een bericht in De Volkskrant al om zwaardere economische sancties tegen de Russische Federatie en vindt dat de Russische ambassadeur moet worden uitgewezen nu aannemelijk is gemaakt dat de BUK uit de Russische Federatie kwam. Maar een verwijzing naar betrokkenheid van de Russische legertop of het Kremlin is nog niet aangetoond. Hoewel dat wel steeds waarschijnlijker wordt gemaakt in het onderzoek. De politiek moet de bevindingen van het JIT volgen en niet andersom.

Nederland doet er vanaf nu verstandig aan elke amicaliteit met Russische leiders uit te sluiten en diplomatieke contacten tot het noodzakelijke te beperken. Dus geen bierdrinken van de koning meer met president Putin zoals begin 2014 in Sochi gebeurde. Nederlands wisselgeld is de houding over het internationale gasproject Nord Stream II. Waar bedrijven als Shell en Gazprom met de Russische Federatie samenwerken zouden de leden van de Tweede Kamer door een Nederlandse rem op dit project duidelijk kunnen maken dat het ze meer te doen is dan om mooie woorden alleen. De daad moet nu maar eens bij het woord gevoegd worden om de economische en politieke invloed van de Russische Federatie in de EU terug te dringen. Het wordt tijd.

bir

Foto: Peter Koole, ‘Birthday’, 2015. Acryl op canvas.

Edy Korthals Altes verkondigt in NRC wereldvreemde opinie over Russische Federatie

with one comment

02071r

NRC plaatste gisteren een opinie-artikel van oud-ambassadeur Edy Korthals Altes met de veelzeggende titel ‘Beter om de Russen niet zo uit te dagen’. In de analyse en zelfs in de weergave van de feiten is veel aan te merken op dit artikel. Het is een staalkaart van wensdenken. Korthals hanteert een neorealistische visie op de politiek zoals de neoconservatieve oud-minister Henry Kissinger die ook bezigt. Beide 90-plussers grossieren in malligheden en orakelen hun oplossingen de wereld in. Hun lichaam is in de 21ste eeuw gearriveerd maar hun geest zit nog midden in de Koude oorlog die in 1991 definitief eindigde. Maar het beginsel machtsevenwicht door afschrikking is niet meer van deze tijd. Dat heeft Korthals niet door.

Het begint met het al vele keren weerlegde misverstand dat er in de jaren 1990-91 afspraken zouden zijn gemaakt tussen de leiders van de beide machtsblokken over een stop op de uitbreiding van de Navo in Oost-Europa. Korthals: ‘Aan de andere kant voelen de Russen zich bedreigd door het steeds verder opdringen van de NAVO aan hun Westgrens. Ondanks de destijds aan Gorbatsjov gedane toezegging van de Amerikaanse minister Baker dat dit niet zou gebeuren.’ Maar die afspraken zijn alleen over de DDR gemaakt. Dat er zo’n afspraak is gemaakt is door Gorbatsjov zelf ontkend in een interview met Maxim Korshunov in 2014. Het is onderhand tijd dat NRC hier eens een historisch fact check op los laat, want Korthals is na Michiel Klinkhamer en Laurien Crumb de derde auteur die in NRC deze onwaarheid mag brengen. Zie hier en hier mijn kritiek op hun artikelen. En er zullen ongetwijfeld nog veel meer opinie-makers zijn die elkaar in NRC dit misverstand napraten. NRC zou geloofwaardigheid moeten nastreven in de opinie-artikelen die het plaatst.

Korthals vervolgt zijn wereldvreemdheid als hij stelt dat door Moskou ‘een harde garantie zou moeten worden gegeven dat op geen enkele wijze, direct of indirect, inbreuk zal worden gemaakt op de soevereiniteit van de aan Rusland grenzende Europese landen.’ Waaruit die Russische garantie zou moeten bestaan is onduidelijk. Verder slaat Korthals het Westen alle drukmiddelen uit handen door de sancties tegen de Russische Federatie op te willen heffen en de Krim eenzijdig aan het Kremlin over te leveren. Hij zet daar voor Oekraïne, Moldavië, Georgiē of de Baltische staten niets concreets tegenover. Het is even onwaarachtig als het apocriefe verhaal over de toezegging van James Baker. De slechte mensenrenrechtensituatie van de Krim-Tataren noemt Korthals niet. Hij levert ze over aan het Kremlin alsof ethiek in de buitenlandse politiek niet meer dan een ruilmiddel is. En zoals gezegd, Korthals is onevenwichtig in het voorstellen van een gelijkwaardige ruil.

Korthals’ wereldvreemdheid komt samen in de zin: ‘De de-escalatie van de huidige spanning zou bevorderd kunnen worden door wederzijds vertrouwenwekkende maatregelen.’ Hiermee gaat hij uit van redelijkheid aan beide kanten. Maar hij vergeet daarin te betrekken dat volgens Transparency International Oekraïne en de Russische Federatie de meest corrupte landen van Europa zijn en niet alleen met elkaar in oorlog zijn, maar in zekere zin ook met hun eigen bevolking. Gebrek aan vertrouwen in elkaar en in zichzelf is de reden dat de Minsk-akkoorden niet uitgevoerd worden. Dat valt vooral het Kremlin te verwijten dat Oekraïne mentaal niet wenst te erkennen als soevereine staat, zoals president Putin in 2008 in Boekarest tegen president Bush zei. Dat is de diepste reden voor het conflict dat Korthals met zijn schijnoplossingen niet dichterbij brengt.

Op eigenlijk alles wat Korthals zegt is wel wat aan te merken en kleeft het gebrek aan realisme. Daarbij is zijn taalgebruik verhullend. Hij heeft het over een ‘constructieve relatie’ terwijl dat in zijn uitwerking inhoudt dat het Westen inbindt en het Kremlin niet. En soms zet hij iets achter elkaar zonder te doorgronden wat hij nou precies zegt. Hoe rijmt hij ‘de traditionele Russische invloedssfeer’ met ‘de aspiraties van een groot deel van de bevolking in het westelijke Oekraïne’? Korthals blijft hameren op samenwerking, maar gaat voorbij aan de weerbarstige praktijk van de afgelopen drie jaar waardoor samenwerking nog verder uit beeld is geraakt.

Op een andere manier slaat Korthals ook de plank mis. Voor de EU-lidstaten bestaat het grootste belang van samenwerking met het Kremlin niet uit de actuele veiligheidspolitiek, maar uit het voorkomen van een implosie van een Russische Federatie die op de afgrond afkoerst. De ondergang ervan kan de ondergang van de EU worden. Het is die angst die het Duitse establishment gijzelt en paradoxaal een harde, maar duidelijke relatie blokkeert die juist dat voorkomt. Herbezinning van de Westerse relatie met de Russische Federatie is nodig. Maar niet omdat het Kremlin in de recente jaren door het Westen onredelijk en onverantwoord zou zijn bejegend, maar omdat het Kremlin zelf onredelijk en onverantwoord is. Dat heeft Korthals niet in de gaten.

Foto: ‘U.S.S.R., Moscow, temporary exhibit of Russian material’, 1959. Collectie: Library of Congress.

Nord Stream 2: Jerzy Buzek verwelkomt het voorbehoud van de Europese Commissie

with one comment

Vooruitzichten van het het gasproject Nord Stream 2 zijn wankel, aldus de Poolse oud-premier en de huidige Europarlementariër Jerzy Buzek naar aanleiding van voorbehoud hierover van de Europese Commissie eerder deze maand. In een bericht zet Polennieuws de politieke ontwikkelingen op een rijtje. Het is een conflict dat ingaat tegen de solidariteit tussen EU-lidstaten. De Visegrad groep die bestaat uit Polen, de Tsjechische Republiek, Slowakije en Hongarije en de Baltische landen zijn tegen Nord Stream 2, en de West-Europese regeringen van landen met belangen in het project (Duitsland, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Oostenrijk) zijn voor. Om het terug te brengen tot een Nederlandse zegswijze: het is de dominee tegenover de koopman. Maar zoals Buzek aangeeft zijn er ook economische bezwaren tegen het project.

In een tweet schetst Anders Aslund de Russische positie. Het wil dat Nord Stream 2 doorgaat, business as usual. Putin is dol op grote projecten, zoals de Sochi Winterspelen, de Kerch brug naar de Krim of het WK Voetbal 2018 die een vierledig doel hebben. 1) Afleiding van dagelijkse economische problemen; 2) Middel om voor de eigen bevolking een beeld van een sterk land te presenteren; 3) Middel om het buitenland af te bluffen en 4) Middel om overheidsgeld door corruptie door te sluizen naar zakenrelaties van het regime.

Bij Nord Stream 2 speelt ook mee dat de reden waarom op 17 maart 2014 door de VS, de EU en Canada een eerste ronde van sancties ingesteld werd na de inname van de Krim in 2014 door de Russische Federatie nog steeds niet zijn weggenomen. Er pleit veel voor gelijk oversteken: als de Russische Federatie de bezetting van de Krim beëindigt, dan stoppen de Westerse landen de sancties tegen dat land. Dit gaat niet alleen om geopolitiek, invloedssferen en de Europese veiligheid, maar om de geloofwaardigheid van een EU die krachtig en zelfbewust opkomt voor eigen waarden en belangen. En zich aan zijn woord houdt. Daarbij komt ook nog dat South Stream met belangen van Italië en Balkanlanden eind 2014 werd afgelast door de Russen wegens belemmeringen over aanbestedingen die de EU stelde. Deze landen namen dit de EU kwalijk.

Zo is Nord Stream 2 een project geworden waarin vele aspecten op een conflicterende wijze samenkomen. Het gaat om de geloofwaardigheid van de buitenlandse politiek van de EU en om de EU als waardengemeenschap, om de solidariteit van West-Europese EU-lidstaten met zowel Oost-Europese als Zuid-Europese lidstaten, om de afweging of in de EU politieke belangen zwaarder wegen dan economische belangen, om de macht tussen de lidstaten en de supranationale EU, om de macht tussen ondernemingen als Shell, Wintershall en Engie en nationale parlementen en Europarlement, om de energiepolitiek van de EU met diversificatie en vergroeiing, en om de politiek van de Russische Federatie dat de EU probeert te verzwakken door zaaien van verdeeldheid.

De Europese Commissie zou er goed aan doen om voor te stellen om Nord Stream 2 op sterk water te zetten onder de voorwaarde dat pas als de Russische Federatie de bezetting van de Krim beëindigt en de Minsk II akkoorden over de Russisch-Oekraïense oorlog in Oost-Oekraïne naar de letter uitvoert, de EU bereid is om constructief met de Russische regering en Gazprom samen te werken voor het vervolg. Maar niet eerder.

Initiatiefnemers Oekraïne-referendum vallen door de mand. Het gaat om centen, marketing en profilering. Niet om democratie

with 4 comments

resolve-2

Het referendum lijkt nergens op. Zoals Luuk Koelman gisteren schreef in een artikel dat niet door de censuur kwam van de Telegraaf Media Groep: ‘Dit referendum gaat niet over Oekraïne. Het gaat zelfs niet over Europa of de EU. Het is simpelweg één grote PR-stunt om de marktwaarde van GeenStijl op te krikken. Red de democratie? Nee, red GeenStijl. En het is ze gelukt. TMG heeft het weblog weer in de armen gesloten. Knap gedaan. Het kost dan wel 40 miljoen euro gemeenschapsgeld, maar hé, een kniesoor die daarop let.

Op 11 november 2015 reageerde ik op een artikel van Geen Stijl in dezelfde bewoordingen: ‘Want GeenStijl moet als poot van TMG (De Telegraaf) constant aan de weg blijven timmeren om zich commercieel waar te maken. Net winstgevend of zelfs net verliesgevend -daarover verschillen de verklaringen van TMG- moet GS de vlucht naar voren nemen om zichzelf waar te maken. Ten koste van alles wat zich voordoet. Thierry Baudet probeert zich te profileren als conservatieve denker. Beide grepen het referendum aan ter eigen profilering. Daar is niets mis mee, maar het is jammer dat GeenStijl en Baudet dat niet gewoon toe willen geven en met ingewikkelde verhalen over democratie, invloedssferen en Rusland hun ware bedoelingen verhullen. Echte mannen zijn oprecht en komen eerlijk voor hun motivatie uit.’  Dit waren geen echte mannen, maar namaak.

Een organisatie als Meer Democratie doorzag de opzet onvoldoende en gaf de oproep tot een referendum legitimiteit door met andere organisaties die welwillend stonden tegenover directe democratie aan te haken bij dit marketingconcept van Geen Stijl, Baudet, de SP en andere initiatiefnemers van het eerste uur. In een open brief aan Meer Democratie waarin ik me afvroeg waarom het zich met Geen Stijl wilde associëren stelde ik aan de orde dat het naar mijn idee om oneigenlijke redenen dit initiatief steunde: ‘Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.’

Kortom, het commercieel belang van een Telegraaf-dochter heeft ons dit referendum ingerommeld. En tel daarbij op het partijbelang van de fervente tegenstander SP die zich heerlijk ruim een half jaar met Harry van Bommel kon profileren als anti-kapitalistisch en de persoonlijke profilering als zelfverklaard ‘intellectueel’ van Thierry Baudet met rechts-extremistische contacten en je begrijpt welke oneigenlijke redenen hier spelen. Democratie als marketing, als middel om het eigen ‘product’ te verkopen. Een wassen neus op de democratie.

Foto: ‘Feestartikelen. Klant kiest feestneus aan de toonbank van een winkel voor feestartikelen/schertsartikelen, Nederland 1929.