George Knight

Debat tussen links en rechts

Zoekresultaten

Terugblik op mislukken Museum Oud-Amelisweerd. Wat kunnen de openbare besturen van Utrecht en Amersfoort nog leren?

with one comment

Onderstaande reactie schreef ik op 22 januari 2011 bij de plaatsing van het ‘De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek.’ Denk ik er meer dan acht jaar later anders over nu de exploitant Stichting MOA in 2018 failliet is gegaan en het bestuur van de gemeente Utrecht een onderzoek heeft toegezegd naar de verhuizing van het antieke Chinese behang? Voor erfgoed- en museumdeskundigen een gruwel, zelfs een no-go area, maar blijkbaar voor delen van de Utrechtse politiek een begaanbare weg om met opoffering van cultureel erfgoed uit het bestuurlijke doolhof te ontsnappen. Omdat deskundigen hierover de wethouder vermoedelijk niet positief zullen adviseren valt overigens niet te verwachten dat het plan meer dan een proefballon wordt. Nee, ik denk er acht jaar later nog hetzelfde over. De oorzaak van de mislukking is terug te voeren tot de tunnelvisie, kortom een te smal perspectief. Inmiddels zouden Utrechtse raadsleden kunnen weten dat ze er een kwestie bij hebben. Als hun voorgangers in 2011 niet hadden zitten slapen en de waarschuwingen hadden opgepikt dan was dat niet het geval geweest. Maar acht jaar is een eeuwigheid in de politiek. Jammer is wel dat de politiek van Utrecht en Amersfoort hiervan niet wil leren. In Amersfoort wordt een voorstel van Amersfoort2014 voor een onderzoek afgewezen. In Utrecht lijkt zelfs dat besef niet door te dringen dat deze kwestie wel eens een onderzoek waard zou kunnen zijn. Dit gaat uiteindelijk niet over een rijksmonument in Bunnik, maar om de haperende kwaliteit van het openbaar bestuur. En dat is pas echt zorgelijk voor wie in Amersfoort of Utrecht woont.

Foto: Reactie aan Helena bij artikel ‘Onderzoek Armando Museum roept vragen op’. Andere commentaren op dit blog over Museum Oud-Amelisweerd kunnen opgeroepen worden door rechts bovenin de marge ‘Zoek op dit blog’ zoektermen als ‘Armando’, ‘Amelisweerd’ of ‘Amersfoort’ in te tikken. 

Vraagtekens bij een onderzoek van Blueyard over Museum Oud-Amelisweerd en over de stappen voor een nieuwe bestemming

with 5 comments

In augustus 2018 ging de Stichting Museum Oud-Amelisweerd failliet. Het was exploitant en huurder van landhuis Oud-Amelisweerd dat eigendom is van de gemeente Utrecht en is gelegen in de gemeente Bunnik. Sinds eind 2010 is op dit blog op een kritische wijze regelmatig aandacht besteed aan Museum Oud Amelisweerd (MOA). De kritiek was dat de procedure volgens welke de besluiten werden genomen bestuurlijk onzorgvuldig was om niet te zeggen de bestuurlijke lijnen ernstig te buiten ging en dat de randvoorwaarden voor een museum in een lastig te exploiteren Rijksmonument onmogelijk waren om tot een succes te leiden. Voor dat laatste werd bij herhaling door experts gewaarschuwd, maar hun waarschuwingen werden genegeerd door het college van de gemeente Utrecht. Het MOA was museaal, financieel en politiek een aangekondigde ramp. Het MOA was en bleef vooral een papieren werkelijkheid in de bestuurskamers van de Stichtse politiek. Dat vraagt na een mislukte poging (2010-2018) om een diepgaande verklaring die man en paard noemt.

Bijkomende kritiek was dat diverse haalbaarheidsonderzoeken gekleurd, ingestoken en vertekend waren en de waarheid niet boven tafel haalden of bewust onder tafel hielden. Bij die reeks voegt zich nu een nieuw onderzoek dat in opdracht van de gemeente Utrecht door ‘een coöperatie van gedreven zelfstandig adviseursBlueyard is uitgevoerd. Het onderzoek is bedoeld om Utrecht te helpen bij het vinden van een nieuwe bestemming voor het landhuis dat vanwege het faillissement immers op een nieuwe bestemming wacht.

Het onderzoek is op hoofdlijnen in lijn met wat hier op dit blog is geconstateerd. Op het niveau van de randvoorwaarden en de onmacht van de exploitant om daar mee om te gaan is het onderzoek verdienstelijk en duidelijk. Hoewel het geen nieuwe feiten boven water haalt, zet het vermoedelijk voor het eerst voor alle leden van de Utrechtse gemeenteraad onverbloemd op een rijtje wat er zoal is misgegaan.

Uit deze wandaad van slecht bestuur is echter geen dader of neutraler gezegd ‘actor’ af te leiden. De ramp lijkt uit de lucht te vallen en geen voorgeschiedenis te hebben. Het gemis is dat het onderzoek de rol van het openbaar bestuur en dan met name de gemeente Utrecht buiten schot laat. Utrechtse cultuurwethouders als Frits Lintmeijer, Kees Diepeveen en Anke Klein worden niet met name genoemd en werden niet gehoord. Evenmin werden verantwoordelijke gedeputeerden van de provincie Utrecht (Anneke Raven, Mariëtte Pennarts) of van de gemeente Amersfoort (Pim van de Berg, Mirjam Barendregt) gehoord. Dat is een onbegrijpelijk gemis en is er een aanwijzing voor wat de opzet van het onderzoek is. Niet het beleid, maar de uitvoering ervan staat centraal. De dieperliggende redenen waarom het MOA is ontspoord worden niet onderzocht en als iets in die richting wordt geconstateerd gebeurt dat in abstracties en vaagheden die niemand bijten.

Het Utrechtse college dat de opdracht voor het onderzoek gaf is de roze olifant in de kamer waarover het onderzoek niet praat. Want de achtereenvolgende colleges met de achtereenvolgende verantwoordelijke cultuurwethouders liggen ten grondslag aan de mislukking. Dat maakt het onderzoek minder objectief en waardevol dan het met een kritische blik naar alle betrokkenen had kunnen zijn. Goed dat het onderzoek er is, alleen is het acht jaar te laat uitgevoerd, niet compleet en gekleurd door de rol van de opdrachtgever.

Er valt ook wel een en ander op de constateringen aan te merken. Ik geef de belangrijkste puntsgewijs weer met mijn commentaar:
1. ‘Door de verplaatsing van het Armando Museum naar het landgoed verviel de verplichting het Armando Museum in stand te houden of te heropenen in de Elleboogkerk‘.
Commentaar: Dit gaat voorbij aan het zogenaamde convenant uit 1998 tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en zijn (ex)-echtgenote Tony de Meijere waarin de gemeente zich verplichtte om de bruikleen van de collecties van genoemde personen binnen Amersfoort tentoon te stellen. Dit werd eenzijdig door Amersfoort verbroken. De toenmalige directeur van Amersfoort-in-C Gerard de Kleijn sprak in 2010 in dit verband van onbehoorlijk bestuur. Dus er verviel geen verplichting, integendeel, deze werd eenzijdig opgezegd door het toen nieuw aangetreden college van Amersfoort dat contractbreuk pleegde.

2. ‘Het aanbod was artistiek-inhoudelijk de moeite waard. Tweemaal per jaar werd een tentoonstelling georganiseerd, en daarbij werd gekozen om niet uitsluitend werk van de Armando te tonen, maar ook ander werk. De recensies waren lovend, de reacties van de bezoekers positief en als bevestiging won MOA in 2016 de internationale prijs voor cultureel erfgoed, Europa Nostra.’
Commentaar: Het bleef wringen dat zoals ook de Raad voor Cultuur constateerde de combinatie ensemble, Armando en Chinees behang niet logisch was en geen goede basis onder de programmatische structuur van het MOA legde. Oud-hoofdconservator en vriendin van Armando Rini Dippel uitte in 2011 dezelfde kritiek evenals deskundigen uit de museumsector. De tentoonstellingen waren van wisselend niveau en de recensies absoluut niet altijd lovend. Het behalen van de Europese prijs Europa Nostra was niet de (volledige) verdienste van het MOA en niet in minste mate de verdienste van de partijen uit het voortraject die de renovatie op poten hadden gezet voordat de Stichting MOA in beeld kwam: Gemeente Utrecht inclusief het Centraal Museum en de Vastgoed Organisatie, Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het Restauratie Atelier Limburg.

3. ‘Het is opmerkelijk dat het bestuur in de ronde voor heroriëntatie niet met een overgangsscenario voor een terugval heeft kunnen komen.
Commentaar: Het onderzoek constateert op vele plekken dat het MOA werkte met ‘een onrealistisch ondernemingsplan’, ‘een moeizame bedrijfsvoering met te veel beperkingen’ en een ontbrekend weerstandsvermogen. Het MOA heeft geen enkel jaar met een positief saldo afgesloten, heeft onvoldoende sponsors kunnen trekken en niet aan de verwachtingen voldaan wat de bezoekcijfers betrof. De structurele inkomens uit de Amersfoortse bruidsschat liepen in 2021 ten einde en er wachtte nog de terugbetaling van 160.000 euro aan de provincie Utrecht. Het is begrijpelijk dat het bestuur deze indicatoren inschatte als perspectiefloos, evenmin een opgaande lijn kon constateren en het besluit nam om de verliezen niet verder op te laten lopen. Het onderzoek doet er verkeerd aan om de terugvaloptie te koppelen aan de exploitant Stichting MOA, deze optie was door de gemeente Utrecht juist in de brief geschreven voor het geval de exploitant het niet zou redden en was primair gebonden aan het vastgoed, ofwel het landhuis.

4. ‘We adviseren de gemeente Utrecht om een visie te formuleren op wat zij wil met het openstellen van het landhuis als cultureel erfgoed. Wat is de mate van ontsluiting en toegankelijkheid die zij het publiek wil bieden?
Commentaar: Een terechte, maar schrijnende opmerking die als mosterd na de maaltijd komt. Dit had zoals velen onder wie deze blogger vanaf 2010 meermalen hebben beweerd bij aanvang van het project moeten gebeuren. Het Utrechtse gemeentebestuur heeft continu achter de feiten aangelopen en onvoldoende initiatief genomen. Utrecht heeft het vastgoed voorbeeldig opgeknapt, maar bij de keuze voor de huurder en de voorwaarden van de exploitatie heeft het te laat, halfslachtig en ronduit slecht geacteerd. De gemeenteraad kreeg onvoldoende inspraak om het college te sturen en werd telkens met voldongen feiten geconfronteerd.

Wat nu na dit halfslachtige rampenscenario waaruit tussen de regels door blijkt dat de achtereenvolgende colleges van de gemeente Utrecht de wandaad hebben gepleegd, maar de dader ongenoemd blijft? De valkuil is de bestuurlijk-ambtelijke sfeer waar dit onderzoek van Blueyard ook ogenschijnlijk in is vastgelopen. Het heeft niet verder gekeken omdat het niet begreep dat dat nodig was of omdat dat ontmoedigd werd door de opdrachtgever. Hoe merkwaardig is het niet dat er volop ambtenaren, consultants en zakelijke directeuren worden geïnterviewd voor het onderzoek, maar nauwelijks inhoudelijke deskundigen uit de museumsector, laat staan critici als Paul van Vlijmen of Rini Dippel? Nodig is een volwaardig onderzoek dat uit de ambtelijk-bestuurlijke sfeer komt waarin trouwens ook het onderzoek van de Holland Consulting Group vastliep en het college van Utrecht gedetailleerde inhoudelijke argumenten geeft aan de hand waarvan het zich een mening kan vormen. Dat is beter dan wat de afgelopen acht jaar is gebeurd, toen de feiten uit de meningen volgden.

Foto: Schermafbeelding uit het onderzoekMuseum Oud Amelisweerd ex post; Oorzaak en aanleiding van het einde, met de blik op de toekomst’ van Blueyard dat in opdracht van de gemeente Utrecht werd uitgevoerd, 2 november 2018.

Utrechtse museumsector: Maak nijntje museum los van Centraal Museum en investeer de afkoopsom in Museum Oud-Amelisweerd

leave a comment »

Soms hebben ideeën onvermoede effecten. De Utrechtse VVD pleitte bij de behandeling van de begroting voor het verhuizen van het nijntje museum naar stadswijk Leidsche Rijn. Dat is om meerdere redenen een slecht idee, maar het voorstel geeft wel ruimte om hierover verder na te denken. Want hoe vanzelfsprekend zijn de vanzelfsprekendheden? De uitkomst kan zijn dat het nijntje museum losgemaakt wordt van het Centraal Museum en beide musea weer op eigen benen gaan staan. Vanwege de huidige verknoping dient dan een overgangsperiode afgesproken te worden waarbij financiële en facilitaire problemen onder controle moeten worden gebracht. Het Centraal Museum kan in samenspraak met het gemeentebestuur een andere taak op zich nemen, namelijk het beheer en het uitbouwen van het onlangs failliet gegane Museum Oud-Amelisweerd waarmee de gemeente Utrecht in de maag zit. Zo resteert een driehoeksverhouding tussen Centraal Museum, nijntje museum en het nieuwe Museum Oud-Amelisweerd waar alle drie de betrokken van kunnen profiteren. Mijn reactie op de FB-pagina van VVD Utrecht over dit onderwerp:

Welk probleem denkt VVD Utrecht met de verhuizing van het nijntje museum naar Leidsche Rijn op te lossen? Dat is onduidelijk in de verantwoording van raadslid Gertjan te Hoonte die met humor die doet denken aan Seth Gaaikema praat over ‘Leidsche nijn’. In elk geval staat dit proefballonnetje haaks op de inspanningen van de gemeente Utrecht om succesvol een Museumkwartier te realiseren. De VVD breekt daar nu op in. Daarom kan het afgedaan worden als aandachttrekkerij van een backbencher die voor zijn onderwerp gaat staan. Maar helemaal nutteloos is zijn voorstel niet.

De voor ‘cultuur’ bedoelde plek in Leidsche Rijn kan door rauwe en grensverleggende kunst ingevuld worden die beter dan het nijntje museum bij deze nieuwe stadswijk aansluit. Dat zou bij voorkeur een onderwerp moeten zijn dat nu nog niet voldoende afgedekt wordt in de Utrechtse musea. Stadspromotie en city marketing gedijen ook beter bij klustering van gelijkwaardige functies. Ook daarom is de verhuizing van het nijntje museum naar Leidsche Rijn niet verstandig.

Toch is er een niet bedoeld voordeel in de verhuizing die door VVD Utrecht noch door critici wordt genoemd, namelijk de ‘bevrijding’ van het Centraal Museum. Want de verknoping van nijntje museum en Centraal Museum kent weliswaar facilitaire en publicitaire voordelen, maar heeft inhoudelijke en mentale nadelen.

Ofwel, de publiekstrekker nijntje museum waarop de kurk van het Centraal Museum de laatste decennia zakelijk drijft heeft het Centraal Museum vervreemd van zichzelf. Hoewel er voordelen zijn, want de geldstroom van het nijntje museum maakt het het Centraal Museum mogelijk om projecten van de grond te tillen die het zonder het nijntje museum niet zou kunnen realiseren. Maar dat is een onnatuurlijke situatie doordat het evenwicht steeds meer uit het lood is komen te staan vanwege het zwaarwegende financiële en publicitaire belang van het nijntje museum.

Daarbij is er een verschil. Het Centraal Museum is een veelgelaagd stads- en kunstmuseum dat een fundamenteel andere opdracht heeft dan het nijntje museum dat feitelijk onderdeel is van een andere sector. Namelijk die van het toerisme en het evenement waarbij de vaste opstelling en niet een avontuurlijke programmering het kenmerk is. Ook dit pleit voor ontknoping.

Dit mislukte proefballonnetje van VVD Utrecht kan wellicht toch onbedoeld leiden tot iets goeds. Namelijk, de ontknoping van Centraal Museum en nijntje museum. Het nijntje museum hoort thuis in het Utrechtse Museumkwartier, maar hoeft niet per se in de Agnietenstraat tegenover het Centraal Museum gehuisvest te zijn. Te denken valt aan een verhuizing naar elders in het Museumkwartier. Het nijntje museum dat 12 jaar geleden nog niet op eigen benen kon staan, kan dat inmiddels wel. Dus kan het nijntje museum verzelfstandigd worden en los van het Centraal Museum worden gezet.

Omdat dit het Centraal Museum investeringen en gederfde inkomsten kost kan voor een overgangsperiode van 10 jaar een afkoopsom afgesproken worden, zodat de bedrijfsvoering van het Centraal Museum niet onder druk komt te staan. In de uitruil kan tevens het failliete Museum Oud-Amelisweerd betrokken worden dat het Centraal Museum zoals voor 2012 weer gaat beheren. Te denken valt om hier een Museum voor Chinoiserie of Exotica in te richten.

Als kinderen uit huis gaan is dat een bevrijding voor de kinderen, maar vaak ook voor de ouders. Achteraf blijkt dan dat ze elkaar al een hele tijd in de weg zaten. Het Centraal Museum kan oude gewoontes weer oppakken. Zo is het met de ‘ouder’ Centraal Museum en het ‘kind’ nijntje museum dat in 2006 als ‘Dick Bruna Huis’ werd geopend. Voor die tijd had het Centraal Museum al een heel leven zonder nijntje museum achter zich. Het Centraal Museum kan de huidige ruimte van het nijntje museum in de Willem Arntsz-vleugel weer gaan gebruiken als nijntje het huis uit gaat. Als nieuw project kan het Centraal Museum in directe samenspraak met en op verzoek van het gemeentebestuur het Museum Oud-Amelisweerd gaan beheren om niet helemaal kinderloos en eenzaam achter te blijven. Het geld van de bruidsschat van het nijntje museum kan dan zonder bijkomende kosten of investeringen voor de gemeente Utrecht én het Centraal Museum gebruikt worden voor het uitbouwen van het nieuwe Museum Oud-Amelisweerd.

Foto: Schermafbeelding van artikelVVD wil nijntje museum naar Leidsche Rijn Centrum verhuizen’ van Diane Hoekstra in het AD, 6 november 2018.

Opnieuw aanwijzing financiële problemen Museum Oud-Amelisweerd

leave a comment »

oa

De Utrechtse wethouder van Financiën Jeroen Kreijkamp antwoordt op vragen van Stadsbelang Utrecht in het kader van de Programmabegroting (zie bijlage)  over de financiële positie van Museum Oud-Amelisweerd (MOA). Het museum heeft volgens Kreijkamp een huurachterstand (inclusief servicekosten) over de maand oktober 2015 van 2.541,99 euro en een achterstand van 91.871 euro in de herontwikkeling van het koetshuis.

Over de betalingsachterstand antwoordt directeur Yvonne Ploum het AD dat de overschrijving van de huur is blijven liggen. En: ‘Wel hebben we de 91.000 euro voor de verbouwing van het koetshuis nog niet overgemaakt, omdat we onze financiële huishouding willen stabiliseren.’ Deze raadselachtige formulering voorspelt weinig goeds over de financiële situatie. Een teken daarvoor is dat de jaarrekening over 2014 nog steeds niet is verschenen. Er zijn meer aanwijzingen dat de financiële situatie penibel is. Een verzoek van het museum aan Amersfoort om vooruitbetaling van 158.341 euro subsidie (‘bruidsschat’) werd in april 2015 door de Amersfoortse raad afgewezen. Later klopte het museum bij de provincie Utrecht aan voor een renteloze lening van 160.000 euro. De SP had hierop kritiek en diende een motie in de lening niet te verlenen.

Zoals al in 2012 voorspeld gaat het niet goed met de bedrijfsvoering van Museum Oud-Amelisweerd. De voorwaarden werden zo aangescherpt dat het de bedrijfsvoering in een rijksmonument praktisch onmogelijk maakte. Die randvoorwaarden blijven het museum achtervolgen. Raadslid Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de geldproblemen niet verrassend. Hij zegt in het AD: ‘We konden erop wachten dat het MOA in de knel zou raken’. Hij vraagt om een onderzoek om te weten te komen hoe gezond de exploitatie van het MOA is.

Foto: Schermafbeelding van vraagnummer 120 in ‘Bijlage beantwoording schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2016 en 2e Berap 2015‘ van de gemeente Utrecht.

Raad Amersfoort verwerpt nieuw subsidieschema Museum Oud-Amelisweerd

with 2 comments

moa

Het voorstel van het Amersfoortse college om het in Bunnik gevestigde Museum Oud-Amelisweerd vanwege financiële problemen de subsidie die in 2020 en 2021 uitbetaald zou worden al in 2015 uit te keren heeft het niet gehaald. In elk geval voorlopig niet. Dit blijkt uit het Conceptbesluitenlijst Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd. Opvallend is dat opnieuw in het openbaar het geloof in het ondernemingsplan van Museum Oud-Amelisweerd ter discussie is gesteld. Het museum heeft door het verzoek aan de gemeente Amersfoort om de subsidie eerder uit te laten betalen de aandacht op de eigen financiële problemen gericht.

Vraag is of de opstelling van het Amersfoortse college zoals ingenomen door wethouder Pim van den Berg (D66) bestuurlijk correct is. Anders gezegd, of hij de verantwoordelijkheid niet te ver oprekt. Het is de vraag of het tot de verantwoordelijkheid van Amersfoort hoort om partij te zijn in het tot een oplossing komen voor de problemen van de huidige exploitant Museum Oud-Amelisweerd. Als blijkt dat de huidige exploitant, te weten Museum Oud-Amelisweerd de bedrijfsvoering structureel niet rond krijgt is dat een interne kwestie tussen de Stichting Museum Oud-Amelisweerd en de huidige exploitant Museum Oud-Amelisweerd. Denkbaar is dat Amersfoort wil dat de bruidsschat doelmatig ingezet wordt en daartoe in contact treedt met het bestuur van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd om te komen tot een structurele oplossing voor de exploitatie.

Foto: Schermafbeelding van het Conceptbesluitenlijst Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd van de Amersfoortse gemeenteraad.

Museum Oud-Amelisweerd verzoekt Amersfoort om vervroegde uitbetaling subsidie

with 6 comments

schema

Zoals voorspeld gaat het niet goed met de bedrijfsvoering van Museum Oud-Amelisweerd (MOA) in Bunnik. De voorwaarden om het kunnen realiseren werden gaandeweg zo aangescherpt dat het de bedrijfsvoering in een rijksmonument praktisch onmogelijk maakte. Die randvoorwaarden blijven het museum achtervolgen. In de Utrechtse raad zetten VVD en D66 in 2011 en 2012 fundamentele vragen bij de onderbouwing van de exploitatie. VVD: ‘Helaas hangt het exploitatiemodel van het nieuwe museum, zoals dat aan de Utrechtse gemeenteraad is gepresenteerd, aan elkaar van onrealistische aannames.’  Vanaf het begin was duidelijk dat het Museum Oud-Amelisweerd tegenslagen niet op zou kunnen vangen vanwege ontbrekende reserves.

Bestuur MOA heeft het college van Amersfoort nu gevraagd het subsidieschema aan te passen (zie boven), met als belangrijkste verandering dat er over 2015 niet 100.000, maar 258.341 euro uitgekeerd wordt. Het verzoekt de subsidies over 2020 en 2021 in 2015 uit te betalen. Amersfoort gaf het museum in 2011 een bruidsschat van 1 miljoen euro mee die in 10 jaar zou worden uitgekeerd. Om bij een faillissement niet het hele bedrag kwijt te zijn. Bestuur MOA stelt het voor dat het verzoek om subsidies eerder uit te betalen door incidentele tegenslagen wordt bepaald. Zoals een latere opening en oplevering van het Koetshuis.

De aanpassing voor het subsidieschema Museum Oud-Amelisweerd staat op de agenda (De Ronde) voor 31 maart 2015 van de Amersfoortse raad. Wethouder Pim van den Berg brengt het voorstel in. Het voorstel is een mix van optimisme en pessimisme die karakteristiek geworden is voor de plannen van het Museum Oud-Amelisweerd. Het bevat een optimistische kijk die vermoedelijk door directie en bestuur MOA aangeleverd is -en in het voorstel verwerkt- waarvan men zich af kan vragen hoe objectief de informatie is. Er schemert de waarschuwing van de wethouder doorheen: ‘MOA heeft een aangepaste begroting opgesteld, indien sprake zou zijn van een betaalschema van 8 jaar. Daaruit blijkt dat de begrote inkomsten van derden fors zijn en wellicht aan de optimistische kant.’ Heeft de Amersfoortse raad nog ruimte om zich hierover uit te spreken?

Foto: Schermafbeelding uit raadsvoorstel ’Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd’ van het college van de gemeente Amersfoort.

Antwoord over huur Museum Oud-Amelisweerd vertraagd

leave a comment »

STAM

Hoe staat het eigenlijk met de levensvatbaarheid van Museum Oud-Amelisweerd? Op 21 juni 2012 gaf de Utrechtse raad onder strikte voorwaarden toestemming voor een krediet dat bedoeld is voor het herstel van het rijksmonument waarop Utrecht terecht trots is. Exploitant Stichting Museum Oud-Amelisweerd is daarom op eigen initiatieven aangewezen. Een zware opgave met de huidige economische tegenwind. Gerenommeerde culturele instellingen hebben geluk als ze gekort worden en mogen overwinteren. Utrecht stopt geen cent gemeenschapsgeld meer in het gebouw zo heeft de raad expliciet bedongen en de wethouder toegezegd. Alleen zo kon een meerderheid ontstaan waarbij ook de kritische VVD en D66 zich uiteindelijk voegden.

Na de tijdelijke tentoonstelling ‘Het Gebouw‘ van 7 september tot 7 oktober 2012 met medewerking van de Utrechtse galerist en ondernemer Jaap Sleper werd het weer stil in het bos van Oud-Amelisweerd. Maar er ligt nog de motie 2012/M055 die vraagt om zorgvuldig beheer en een heldere huurprijs. Want dat laatste ontbrak in juni 2012. Wethouder Lintmeijer compliceerde het debat over de WOZ-waarden en huurwaarden van land- en koetshuis. Mede door schuivende bedrijfsplannen die als communicerende vaten op elkaar in werken.

Op 7 september 2012 begreep ik van de verantwoordelijke ambtenaar dat er reeds een second opinion was gevraagd en dat de antwoorden naar verwachting in de eerste week van oktober naar de raad gestuurd zouden worden. Technische informatie was dus al in september beschikbaar. Maar drie maanden later is er nog steeds niets gestuurd. In de planning staat dat uiterlijk in het vierde kwartaal van 2012 de raad het antwoord van het College over de huur had moeten ontvangen. Met een verdeling tussen land- en koetshuis. Da’s niet gebeurd. Ook die termijn is gepasseerd. Het is volop gissen naar de reden van het oponthoud.

MOAHuur

Foto 1: Schermafbeelding Stand van zaken op 7 januari 2012 van de commissie Mens en Samenleving op de site van de gemeente Utrecht.

Foto 2: Tekst van de aangenomen motie 2012/M055 van 21 juni 2012.

Groen licht voor Museum Oud-Amelisweerd ondanks bezwaren

with 9 comments

Update 28 juni: Geen besluit zonder spin. De slag in de publiciteit gaat niet over gelijk hebben, maar over gelijk krijgen. Op radio 1 (26 juni: 7.20/8.20/9.20) claimt de beoogd directeur van Museum Oud-Amelisweerd haar gelijk, samen met wethouder Lintmeijer die niet over de inhoud gaat, maar wel over de inhoud praat. Oud-hoofdconservator en vriend van Armando Rini Dippel ziet de combinatie Armando en Oud-Amelisweerd als ongelukkig. Hier geven raadsleden en fractiemedewerkers van PvdA-Utrecht, GroenRechts-Utrecht en Trots-A’foort hun mening. Ieder denkt het zijne of hare. Het gelijk bestaat niet. Gelijk krijgen blijkbaar wel. 

De Utrechtse gemeenteraad heeft gisteravond met een onverwachts grote meerderheid ingestemd met de kredietaanvraag Oud-Amelisweerd. Ter elfder ure voegden VVD en D66 zich bij een meerderheid die mogelijk werd door het CDA. Omdat cultuurwethouder Frits Lintmeijer de restauratie van dit rijksmonument koppelde aan de Stichting Museum Oud-Amelisweerd wordt aan deze de exploitatie gegund. Maar er bestaan in de raad twijfels over de onderbouwing van het ondernemingsplan, de concurrentiekracht en dus de levensvatbaarheid van dit museum. VVD en D66 legden dit in moties vast die door de wethouder werden overgenomen. Hij zegt toe dat Utrecht via de huur of steun geen cent aan de exploitatie zal bijdragen. Ook niet bij een faillissement.

Het nieuwe museum is een voortzetting van het Armando Museum dat in 2007 na de brand in de Elleboogkerk uit Amersfoort moest verdwijnen omdat een nieuw college om economische redenen eenzijdig een contract uit 1998 met Armando, zijn ex-echtgenote Tony de Meijere en de Stichting Armando verbrak. Toenmalig cultuurwethouder van Amersfoort Mirjam Barendregt belde wethouder Lintmeijer om hem over een alternatieve locatie te polsen. Ervoor en erna waren er allerlei sondaties, intenties, plannen en onderzoeken van een stevige lobby die parallel liep aan de besluitvorming van de Utrechtse raad. En deze feitelijk verving.

In het slotdebat hadden raadsleden de mond vol over ‘cultureel ondernemerschap‘ van een exploitant op afstand. Het CDA vergeleek het met een snackbar waarover de gemeente ook niets te zeggen heeft. Een rare vergelijking omdat Utrecht geen snackbars in eigendom heeft en Oud-Amelisweerd een rijksmonument is met zeldzaam 18de-eeuws behang. Het mooiste wat Utrecht te bieden heeft. De verwijzing naar ‘cultureel ondernemerschap‘ is dubbelzinnig omdat de raad er bij de wethouder nooit op heeft aangedrongen om actief ondernemers te interesseren. Vanaf eind 2010 was duidelijk dat het Armando Museum het moest worden.

De debatten over Oud-Amelisweerd hebben de kunstenaar Armando beschadigd. Hoewel betrokken bestuurders het ongetwijfeld goed bedoelden hadden ze zich zijn positie beter moeten beseffen toen ze met elkaar hun plannen bespraken. Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere haalde in 2011 haar eigen collectie weg bij het Armando Museum en gaf het in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 ook zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.

Kranten als NRC en de Volkskrant hebben nauwelijks aandacht besteed aan de huisvesting van de Armando Collectie. Toch een interessant cultuurpolitiek onderwerp. Alleen toen het om de poppetjes ging besteedde de Volkskrant aandacht aan de belangenverstrengeling tussen twee hoofdrolspelers en partners. Edwin Jacobs, de directeur van beheerder Centraal Museum en Yvonne Ploum, directeur Armando Museum. Het AD deed het beter door het te coveren vanuit het lokale nieuws. Het typeert waar het de politiek en media om gaat. Niet de zaak is van belang in publiciteit en gemeenteraad, maar de macht en de poppetjes. Cultuur is een bijzaak.

Foto: Armando (links) en Jan Cremer, 1960

Knelpunten van Museum Oud-Amelisweerd met Armando Collectie

with 2 comments

Het college van Utrecht voegt aan de beschikbaarstelling van een krediet voor landhuis Oud-Amelisweerd en het Koetshuis de voorwaarde toe dat Stichting Museum Oud-Amelisweerd beoogd exploitant is. Het motiveert dit door de claim dat de exploitant bijdraagt aan de kosten. Deze vallen echter weg tegen de meerkosten. Ze ontstaan namelijk door publieksopenstelling en een opgevoerd bedrijfsmodel van een museum met 40.000 bezoekers en de aanpassing van het Koetshuis. Het openstaande cascoherstel van het Koetshuis begroot de gemeente op 948.014 euro, en dat van het landhuis op 541.116 euro. Omdat het Koetshuis losstaat van de restauratie van landhuis Oud-Amelisweerd, voegt de beoogde exploitant Stichting Museum Oud-Amelisweerd niets toe aan inkomsten die geen extra kosten zijn. Wat zijn de knelpunten van de beoogde exploitant?

1. Zowel in de Utrechtse raad als in de publiciteit bestaat verwarring over naam en doelstelling van beoogd Museum Oud-Amelisweerd. Dit komt mede door de Amersfoortse bruidsschat van 1 miljoen euro voor het Armando Museum Bureau dat veel publiciteit kreeg. In de marketing zorgt dit voor een verwarrend beeld.

2. Voor een museum dat het moet hebben van marketing is een jaarlijks budget (vanaf 2014) voor Marketing en Communicatie van 27.500 euro, ofwel 5% aan de lage kant. Free publicity is onvoldoende omdat er drie producten (Armando, Chinees behang, landgoed/historie) ‘verkocht’ moeten worden. Dat vergt eigen actie.

3. Beheer van Oud-Amelisweerd kost menskracht. Dit omvat taken van onderhoud, administratie en beveiliging die nu door de gemeente worden betaald. Dit vraagt om aanstelling van een huismeester, naast of in combinatie met rondleiders, een tentoonstellingsbouwer, een projectmedewerker, een administrateur en een directeur. Beheer lijkt onvoldoende begroot in de 233.000 euro personeelskosten (2014). Tim Schipper (SP) wees in de Commissie M&S al op de naar zijn mening te lage inschatting van de schoonmaakkosten.

4. De directie is afkomstig van het Armando Museum in Amersfoort en niet geselecteerd voor Museum Oud-Amelisweerd dat anders van aard en karakter is. Er was geen procedure met keuze uit meerdere kandidaten.

5. De jaarlijkse kosten voor de Armando Collectie van 50.000 euro in het depot Pot vormen 10% van de lasten. In de overeenkomst rond de bruidsschat zijn deze lasten door de gemeente Amersfoort overgedragen aan de Stichting MOA. Bij ongewijzigde omstandigheden lopen deze kosten in 10 jaar op tot 500.000 euro. Da’s de helft van de bruidsschat die tevens moet dienen om een basis onder de exploitatie te leggen. Na Armando’s overlijden wordt een aantal stukken aan de Collectie toegevoegd zodat de depotkosten mogelijk stijgen.

6. De entreeprijs van 9 of 12,50 euro (rondleiding bel-etage) zal bezoekers afschrikken en voor goedkopere bestemmingen doen kiezen. Los van de elasticiteit zorgt een korting met eenderde van de prijs voor 50.000 euro minder inkomsten (2014). De onderbouwing taxeert dat 3 tot 4% van de bezoekers aan de landgoederen het museum bezoekt. Dit is een slag in de lucht. Daarbij bouwt het voort op kwantitatieve gegevens van de recreatie die ook al ruwe schattingen zijn die niet zozeer door tellingen maar extrapolaties ontstonden.

7. Inkomsten van de entreegelden zijn gemaximaliseerd omdat er vanwege het cultureel erfgoed voorwaarden zijn gesteld aan het maximale aantal bezoekers dat tegelijk naar binnen mag. Ofwel, een tegenvallende dag met weinig bezoek of een vorstdag kan niet gecompenseerd worden door een topdag met extra veel bezoek. Of bijvoorbeeld een museumweekend of -nacht die bij andere musea duizenden bezoekers per dag trekt.

8. Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf met ongeveer 40 vorstdagen per jaar die een onaangenaam lage temperatuur voor bezoekers opleveren. De keuze voor ‘conservation heating‘ beperkt het bijverwarmen. Stichting MOA kiest om economische redenen voor openstelling van het museum gedurende het hele jaar.

9. De meeste fondsen die Amersfoort-in-C geworven heeft voor het toenmalige Armando Museum in Amersfoort zijn meerdere jaren terug toegezegd. Sommige zelfs nog voor de herbouw in de Elleboogkerk. In de Commissie M&S wees Jesper Rijpma (VVD) erop dat het hoofdsponsor BMC tegenzit en het aannemelijk is dat deze de sponsoring stopt. Door de crisis zijn vooruitzichten voor cultuursponsoring sowieso versomberd.

10. De restauratie en aanpassing van het Koetshuis moet zorgvuldig gebeuren omdat het ook een gebouw met culturele waarde betreft. Dit kan tot vertraging in de openstelling van Museum Oud-Amelisweerd leiden.

11. Uit onderzoeken blijkt dat de luchtvochtigheid van Oud-Amelisweerd een grotere variatie heeft dan de standaardnorm voor musea toestaat. Dit houdt in dat kwetsbare objecten door de keuze voor ‘conservation heating‘-klimaatbeheersing niet tentoongesteld kunnen worden. Zoals de oudere schilderijen van Armando uit de jaren ’60. Waarmee de exclusiviteit van het Museum Oud-Amelisweerd afneemt als topstukken niet getoond kunnen worden. Elk museum dat om bruiklenen gevraagd wordt zal een degelijk klimaatplan eisen.

Foto: Armando – Zwarte wand met autobanden op de Nultentoonstelling in het Stedelijk Museum, Amsterdam, 9-25 maart 1962. Credits: Oscar van Alphen

Museum Oud-Amelisweerd nog steeds zonder goed onderbouwde exploitatiebegroting

with 2 comments

Sinds vandaag is het voorstel Kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd van het Utrechtse college openbaar. Het college stelt de raad voor om 1,666 miljoen euro eigen geld beschikbaar te stellen voor Oud-Amelisweerd en het landhuis aan de Stichting Museum Oud-Amelisweerd (SMOA) in beheer te geven. De termijn moet in een gebruiksovereenkomst tussen Centraal Museum, SO Vastgoed en SMOA nog worden vastgelegd.

Het college laat zich slecht overtuigen door SMOA en geeft nog steeds gemengde signalen af. In een commissiebrief van 13 december 2011 kreeg dat vorm in het opnemen van een zogenaamde terugvaloptie. Nu in een kanttekening die zegt dat de exploitatieopzet van het museum ‘enige risico’s‘ blijft inhouden. Uit alles valt af te leiden dat het college de plannen van SMOA onvoldoende vindt. De gemeente moet er zelfs eigen eisen voor bijstellen. Zo worden ‘concrete eisen (..) van een goed onderbouwde exploitatiebegroting‘ uit de collegebrief van 31 mei 2011 in de toelichting gereduceerd tot ‘een exploitant met een sluitende exploitatie begroting‘. De ‘goede onderbouwing‘ laat het college in deze procedure vallen als harde eis.

Wat is de reden dat het college toch akkoord gaat met de SMOA die overduidelijk nog steeds geen goede onderbouwing overlegt? Stilzwijgend neemt het college deze beoogde exploitant op de koop toe. Utrecht laat het geld van de gemeente Amersfoort en sponsors voor zich werken. Over de aanpassingen aan het landhuis zegt het: ‘Ook bij een andere exploitant met een andere publieksfunctie zouden deze aanpassingen nodig zijn‘. Dit is de sleutelzin. Het gebrek aan overeenstemming zoals die uit de collegestukken en de SMOA-stukken blijkt is groot. Het college noemt de ‘Armando-collectie‘ geen enkele keer, de SMOA zwijgt niet over Armando die het presenteert als een panacee die zelfs haar ongezonde exploitatiebegroting zal genezen.

De cijfers van SMOA over bezoekersaantallen, inkomsten, exploitatie en dekkingsplan staan buiten de werkelijkheid en hebben weinig waarde in zichzelf. Ze dienen in de besluitvorming een kosmetisch doel. In vergelijking met de cijfers en de verantwoording uit 2011 van Amersfoort-in-C is er geen voortgang, maar achteruitgang geboekt. Cijfers zijn minder concreet geworden zodat de verwarring toeneemt. Zo redeneert de rekenschap van de bezoekersaantallen naar verwachtingen toe die uitblinken in stapeling en associaties, maar niet op feiten, vergelijkingen en tellingen gebaseerd zijn. Van een toegangsprijs voor volwassenen van 12,50 euro moet afgewacht worden of het realistisch en concurrerend is. Evenals van 100 kinderfeestjes per jaar.

De hoogte van de huur voor het landhuis van 49.000 euro verdient aparte aandacht van de raad omdat deze niet marktconform is. De huur voor het ensemble wordt 109.000 euro. Dit betekent dat De Veldkeuken voor het koetshuis 60.000 euro huur betaalt. Woordvoerder Jeroen Bosch zei najaar 2011 namens wethouder Lintmeijer dat Utrecht geen cent aan de exploitatie zou bijdragen. Nog op de raadsinformatieavond van 31 januari 2012 zei bestuursvoorzitter SMOA James van Lidth de Jeude rekening te houden met een huur van 100.000 euro. Nu blijkt dat De Veldkeuken meer betaalt voor het koetshuis dan SMOA voor het monumentale landhuis. Deze maatregel is een extra aanwijzing dat een goed onderbouwde exploitatiebegroting van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd nog steeds ontbreekt en dat kosten op derden worden afgeschoven.

Foto: Subsidie aan de kunst