George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Anneke Raven

Vraagtekens bij een onderzoek van Blueyard over Museum Oud-Amelisweerd en over de stappen voor een nieuwe bestemming

with 5 comments

In augustus 2018 ging de Stichting Museum Oud-Amelisweerd failliet. Het was exploitant en huurder van landhuis Oud-Amelisweerd dat eigendom is van de gemeente Utrecht en is gelegen in de gemeente Bunnik. Sinds eind 2010 is op dit blog op een kritische wijze regelmatig aandacht besteed aan Museum Oud Amelisweerd (MOA). De kritiek was dat de procedure volgens welke de besluiten werden genomen bestuurlijk onzorgvuldig was om niet te zeggen de bestuurlijke lijnen ernstig te buiten ging en dat de randvoorwaarden voor een museum in een lastig te exploiteren Rijksmonument onmogelijk waren om tot een succes te leiden. Voor dat laatste werd bij herhaling door experts gewaarschuwd, maar hun waarschuwingen werden genegeerd door het college van de gemeente Utrecht. Het MOA was museaal, financieel en politiek een aangekondigde ramp. Het MOA was en bleef vooral een papieren werkelijkheid in de bestuurskamers van de Stichtse politiek. Dat vraagt na een mislukte poging (2010-2018) om een diepgaande verklaring die man en paard noemt.

Bijkomende kritiek was dat diverse haalbaarheidsonderzoeken gekleurd, ingestoken en vertekend waren en de waarheid niet boven tafel haalden of bewust onder tafel hielden. Bij die reeks voegt zich nu een nieuw onderzoek dat in opdracht van de gemeente Utrecht door ‘een coöperatie van gedreven zelfstandig adviseursBlueyard is uitgevoerd. Het onderzoek is bedoeld om Utrecht te helpen bij het vinden van een nieuwe bestemming voor het landhuis dat vanwege het faillissement immers op een nieuwe bestemming wacht.

Het onderzoek is op hoofdlijnen in lijn met wat hier op dit blog is geconstateerd. Op het niveau van de randvoorwaarden en de onmacht van de exploitant om daar mee om te gaan is het onderzoek verdienstelijk en duidelijk. Hoewel het geen nieuwe feiten boven water haalt, zet het vermoedelijk voor het eerst voor alle leden van de Utrechtse gemeenteraad onverbloemd op een rijtje wat er zoal is misgegaan.

Uit deze wandaad van slecht bestuur is echter geen dader of neutraler gezegd ‘actor’ af te leiden. De ramp lijkt uit de lucht te vallen en geen voorgeschiedenis te hebben. Het gemis is dat het onderzoek de rol van het openbaar bestuur en dan met name de gemeente Utrecht buiten schot laat. Utrechtse cultuurwethouders als Frits Lintmeijer, Kees Diepeveen en Anke Klein worden niet met name genoemd en werden niet gehoord. Evenmin werden verantwoordelijke gedeputeerden van de provincie Utrecht (Anneke Raven, Mariëtte Pennarts) of van de gemeente Amersfoort (Pim van de Berg, Mirjam Barendregt) gehoord. Dat is een onbegrijpelijk gemis en is er een aanwijzing voor wat de opzet van het onderzoek is. Niet het beleid, maar de uitvoering ervan staat centraal. De dieperliggende redenen waarom het MOA is ontspoord worden niet onderzocht en als iets in die richting wordt geconstateerd gebeurt dat in abstracties en vaagheden die niemand bijten.

Het Utrechtse college dat de opdracht voor het onderzoek gaf is de roze olifant in de kamer waarover het onderzoek niet praat. Want de achtereenvolgende colleges met de achtereenvolgende verantwoordelijke cultuurwethouders liggen ten grondslag aan de mislukking. Dat maakt het onderzoek minder objectief en waardevol dan het met een kritische blik naar alle betrokkenen had kunnen zijn. Goed dat het onderzoek er is, alleen is het acht jaar te laat uitgevoerd, niet compleet en gekleurd door de rol van de opdrachtgever.

Er valt ook wel een en ander op de constateringen aan te merken. Ik geef de belangrijkste puntsgewijs weer met mijn commentaar:
1. ‘Door de verplaatsing van het Armando Museum naar het landgoed verviel de verplichting het Armando Museum in stand te houden of te heropenen in de Elleboogkerk‘.
Commentaar: Dit gaat voorbij aan het zogenaamde convenant uit 1998 tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en zijn (ex)-echtgenote Tony de Meijere waarin de gemeente zich verplichtte om de bruikleen van de collecties van genoemde personen binnen Amersfoort tentoon te stellen. Dit werd eenzijdig door Amersfoort verbroken. De toenmalige directeur van Amersfoort-in-C Gerard de Kleijn sprak in 2010 in dit verband van onbehoorlijk bestuur. Dus er verviel geen verplichting, integendeel, deze werd eenzijdig opgezegd door het toen nieuw aangetreden college van Amersfoort dat contractbreuk pleegde.

2. ‘Het aanbod was artistiek-inhoudelijk de moeite waard. Tweemaal per jaar werd een tentoonstelling georganiseerd, en daarbij werd gekozen om niet uitsluitend werk van de Armando te tonen, maar ook ander werk. De recensies waren lovend, de reacties van de bezoekers positief en als bevestiging won MOA in 2016 de internationale prijs voor cultureel erfgoed, Europa Nostra.’
Commentaar: Het bleef wringen dat zoals ook de Raad voor Cultuur constateerde de combinatie ensemble, Armando en Chinees behang niet logisch was en geen goede basis onder de programmatische structuur van het MOA legde. Oud-hoofdconservator en vriendin van Armando Rini Dippel uitte in 2011 dezelfde kritiek evenals deskundigen uit de museumsector. De tentoonstellingen waren van wisselend niveau en de recensies absoluut niet altijd lovend. Het behalen van de Europese prijs Europa Nostra was niet de (volledige) verdienste van het MOA en niet in minste mate de verdienste van de partijen uit het voortraject die de renovatie op poten hadden gezet voordat de Stichting MOA in beeld kwam: Gemeente Utrecht inclusief het Centraal Museum en de Vastgoed Organisatie, Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het Restauratie Atelier Limburg.

3. ‘Het is opmerkelijk dat het bestuur in de ronde voor heroriëntatie niet met een overgangsscenario voor een terugval heeft kunnen komen.
Commentaar: Het onderzoek constateert op vele plekken dat het MOA werkte met ‘een onrealistisch ondernemingsplan’, ‘een moeizame bedrijfsvoering met te veel beperkingen’ en een ontbrekend weerstandsvermogen. Het MOA heeft geen enkel jaar met een positief saldo afgesloten, heeft onvoldoende sponsors kunnen trekken en niet aan de verwachtingen voldaan wat de bezoekcijfers betrof. De structurele inkomens uit de Amersfoortse bruidsschat liepen in 2021 ten einde en er wachtte nog de terugbetaling van 160.000 euro aan de provincie Utrecht. Het is begrijpelijk dat het bestuur deze indicatoren inschatte als perspectiefloos, evenmin een opgaande lijn kon constateren en het besluit nam om de verliezen niet verder op te laten lopen. Het onderzoek doet er verkeerd aan om de terugvaloptie te koppelen aan de exploitant Stichting MOA, deze optie was door de gemeente Utrecht juist in de brief geschreven voor het geval de exploitant het niet zou redden en was primair gebonden aan het vastgoed, ofwel het landhuis.

4. ‘We adviseren de gemeente Utrecht om een visie te formuleren op wat zij wil met het openstellen van het landhuis als cultureel erfgoed. Wat is de mate van ontsluiting en toegankelijkheid die zij het publiek wil bieden?
Commentaar: Een terechte, maar schrijnende opmerking die als mosterd na de maaltijd komt. Dit had zoals velen onder wie deze blogger vanaf 2010 meermalen hebben beweerd bij aanvang van het project moeten gebeuren. Het Utrechtse gemeentebestuur heeft continu achter de feiten aangelopen en onvoldoende initiatief genomen. Utrecht heeft het vastgoed voorbeeldig opgeknapt, maar bij de keuze voor de huurder en de voorwaarden van de exploitatie heeft het te laat, halfslachtig en ronduit slecht geacteerd. De gemeenteraad kreeg onvoldoende inspraak om het college te sturen en werd telkens met voldongen feiten geconfronteerd.

Wat nu na dit halfslachtige rampenscenario waaruit tussen de regels door blijkt dat de achtereenvolgende colleges van de gemeente Utrecht de wandaad hebben gepleegd, maar de dader ongenoemd blijft? De valkuil is de bestuurlijk-ambtelijke sfeer waar dit onderzoek van Blueyard ook ogenschijnlijk in is vastgelopen. Het heeft niet verder gekeken omdat het niet begreep dat dat nodig was of omdat dat ontmoedigd werd door de opdrachtgever. Hoe merkwaardig is het niet dat er volop ambtenaren, consultants en zakelijke directeuren worden geïnterviewd voor het onderzoek, maar nauwelijks inhoudelijke deskundigen uit de museumsector, laat staan critici als Paul van Vlijmen of Rini Dippel? Nodig is een volwaardig onderzoek dat uit de ambtelijk-bestuurlijke sfeer komt waarin trouwens ook het onderzoek van de Holland Consulting Group vastliep en het college van Utrecht gedetailleerde inhoudelijke argumenten geeft aan de hand waarvan het zich een mening kan vormen. Dat is beter dan wat de afgelopen acht jaar is gebeurd, toen de feiten uit de meningen volgden.

Foto: Schermafbeelding uit het onderzoekMuseum Oud Amelisweerd ex post; Oorzaak en aanleiding van het einde, met de blik op de toekomst’ van Blueyard dat in opdracht van de gemeente Utrecht werd uitgevoerd, 2 november 2018.

Advertenties

Huisvesting Armando Museum in Fort Vechten biedt kansen

with 6 comments

Er zitten haken en ogen aan de huisvesting van de Armando Collectie in landhuis Oud-Amelisweerd. Om vele redenen is het niet logisch. Het betreft een rijksmonument met zeldzaam 18de eeuws behang dat als zomerverblijf is gebouwd en gelokaliseerd is in een natuurgebied met povere ontsluiting. Strikte voorwaarden schepen een beoogd Museum Oud-Amelisweerd op met een onmogelijke bedrijfsvoering. Daarbij komen investeringen van meer dan 4 miljoen euro en een slecht onderbouwde exploitatie die niet realistisch is.

Het is merkwaardig dat de Stichtse politiek zich sinds najaar 2010 vastbijt in Oud-Amelisweerd terwijl vlak naast de deur een alternatief aanwezig is. Fort Vechten, ook in Bunnik. Deze bestemming compenseert alle nadelen van Oud-Amelisweerd en biedt zelfs hogere kwaliteit. In Fort Vechten kan een Armando Museum gerealiseerd worden bij de nieuwbouw van het nationaal Waterliniecentrum dat eind 2013 opgeleverd wordt.

Het Hollandse Waterlinie-project is een samenwerkingsverband van de provincies Noord- en Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Brabant en Utrecht. Voor het Liniecentrum Fort Vechten is de provincie Utrecht samen met Bunnik leidend. Verantwoordelijk gedeputeerde is Mariëtte Pennarts (GroenLinks) die in april 2011 de portefeuille van Anneke Raven (CDA) overnam. Wethouder Jorrit-Jan Eijbersen (Lib) is dat namens Bunnik.

Juist omdat Pennarts en Eijbersen verantwoordelijk zijn voor zowel Oud-Amelisweerd als de Waterlinie ligt in tijden van schaarste het ineenschuiven van beide projectorganisaties voor de hand. Niet Pennarts maar haar voorganger Raven heeft overigens de trein van Oud-Amelisweerd in gang gezet. Al met al is er voor het 19 hectare grote Fort Vechten een budget van 20 miljoen euro beschikbaar. Bestuurders die nalaten slimme dwarsverbanden te leggen nemen genoegen met de verkokering van de afzonderlijke projectorganisaties.

De huisvesting van de Armando Collectie te Fort Vechten levert meervoudige winst op. 1) Het behoedt Oud-Amelisweerd voor aantasting van het culturele erfgoed, 2) het respecteert het onderscheid tussen ‘stilte’-gebied Rhijnauwen-Amelisweerd en ‘pret’-gebied Vechten, 3) het zorgt door toevoeging van het Armando Museum voor kritische massa en verbreding van de eenzijdige focus van het Liniecentrum, 4) het levert de betrokken gemeenten en provincie bezuinigingen op, 5) het biedt het Armando Museum een meer gezonde bedrijfsvoering en bevrijdt het van de vervlechting met onlogische thematiek die volgt uit de huisvesting in Oud-Amelisweerd en 6) biedt een coherente thematiek over Waterlinie, oorlog en schuldig landschap.

Het niet in elkaar schuiven van deze projecten is een gemiste kans. Het kan nog steeds. Formeel zijn voor Oud-Amelisweerd nog geen onomkeerbare besluiten genomen of verplichtingen aangegaan. De wil is de weg die bestuurders van Utrecht, Bunnik en Amersfoort en provincie Utrecht kunnen gaan. Nodig is lateraal denken dat de bestaande informatie opnieuw ordent tot de combinatie Armando-Fort Vechten die kwaliteit toevoegt.

Foto: Prijswinnend ontwerp voor het nationaal Waterliniecentrum Fort Vechten door Studio Anne Holtrop

Armando Museum past niet in Oud-Amelisweerd

with 9 comments

Eind april neemt het Utrechtse College van B&W de beslissing of het Armando Museum naar het Bunnikse zomerverblijf Oud-Amelisweerd verhuist. Een van de topmonumenten van ons land. De aanpak is een komedie van fouten die tot ernstige gevolgen kan leiden. Daarom heb ik er hier de laatste maanden aandacht aan besteed, terug te vinden in de rechterkolom onder het kopje Armando Museum en Oud-Amelisweerd. Hopelijk wint het verstand het van het oergevoel en de blinde ambitie van enkelen. Een afronding.

1. De voorgeschiedenis is verwarrend. Ondanks afspraken besluit de gemeente Amersfoort het in 2007 door een brand getroffen Armando Museum niet opnieuw onderdak te verlenen in de Elleboogkerk. De Amersfoortse raad neemt kennis van het mogelijk vertrek van het Armando Museum naar Utrecht. De directeuren van het Centraal Museum en het Armando Museum die als man en vrouw leven, vinden elkaar in het idee dat het Armando Museum naar het door het Centraal Museum beheerde zomerverblijf Oud-Amelisweerd moet.

Er wordt niet gezocht naar andere locaties voor het Armando Museum of de Armando collectie. Een haalbaarheidsonderzoek moet aantonen dat huisvesting mogelijk is. Complicatie is dat Oud-Amelisweerd een rijksmonument is en zeldzaam Chinees behang van hoge cultuurhistorische waarde bevat en een uniek en gaaf gerestaureerd landhuis is. Dit rijksmonument is door de culturele waarde, de kwetsbaarheid en de beperkingen aan de museale functie een weinig voor de hand liggende keuze.

De bestuurders van de gemeenten Amersfoort, Utrecht en provincie Utrecht laten zich klaarblijkelijk op sleeptouw nemen door de directies van Armando Museum en Centraal Museum. Het belang van de monumentale en cultuurhistorische waarden van Oud-Amelisweerd verdwijnt naar de achtergrond en wordt als technisch inpasbaar beschouwd. Een lelijke vergissing die voortkomt uit onvolledige kennis en de gebrekkige voorlichting door de directies van beide musea.

Bestuurders gaan om uiteenlopende redenen mee in het enthousiasme. Amersfoort wil om budgettaire redenen af van het Armando Museum, afstand nemen van de beloften van een vorig college en de periode van onzorgvuldig bestuur achter zich laten. Utrecht wacht in 2012 de presentatie van een bidbook als Culturele Hoofdstad 2018 en haalt graag een nieuw museum binnen om te scoren. De provincie heeft diepe zakken en is voor iedereen een aangename partner om mee samen te werken.

2. Illustratief is een videoblog van directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum uit de tijd dat hij volgens eigen zeggen aanbiedingen kreeg en nadacht over het directeurschap van het Stedelijk Museum Amsterdam en cultuurmakelaar in Tilburg werd.

Hij legt uit waarom-ie cultuurmakelaar is geworden: ‘De hoofdreden is dat het iets nieuws is. Letterlijk maak je, bedenk je, iets nieuws, en iedereen om je heen gaat daar in mee. Het bestuur en de politiek hebben er vertrouwen in. En de infrastructuur, dus de instellingen, schouwburgen, de andere theaters, museum is nieuwsgierig. Kunstenaars die zijn ook nieuwsgierig. En dat alles met elkaar, geeft voor mij de gelegenheid om dat nieuwe helemaal uit te diepen. Je zou kunnen zeggen dat mijn oergevoel, wat heel diep in mij zit, pionier zijn, dat dat direct wordt aangesproken.’

3. Uit het Basisprogramma Armando Museum in Oud Amelisweerd van het Armando Museum blijkt de ambitie om op de elf vertrekken van in totaal 240 m2 op de eerste verdieping de eigen collectie te tonen. Verwachte bezoekscijfers zijn 40.000 tot 50.000 personen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zegt in het rapport Nadere waardestelling van maart 2011 dat nieuw gebruik geen grote bouwkundige en technische ingrepen toelaat en dat de mogelijkheden van het topmonument beperkt zijn. Een grote omissie in het huidige traject is een visie op zowel de museale waarden als ontwikkelingsmogelijkheden van het landhuis, haar unieke behangsels, het koetshuis en z’n omgeving.

Uit het rapport blijkt dat de gemeente Utrecht zichzelf de taak heeft gesteld om een andere bestemming voor Oud-Amelisweerd te zoeken als de huisvesting van het Armando Museum of Armando collectie om welke reden dan ook geen doorgang vindt. Dan kan vanuit de monumentale waarden van (koets)huis en landgoed Oud-Amelisweerd een functie gevonden worden die zich beter dan een Armando Museum schikt naar de mogelijkheden die het gebouw stelt.

Volgens de RCE valt te denken aan onderbrengen van de archeologische PUG-collectie, een behangcollectie, (zie museepapierpeint.ch) of samenwerking met de landhuizen Doorn en Amerongen. Dat kan, voeg ik toe, ‘s zomers aangevuld worden met kleinschalige projecten van hedendaagse kunst, zoals die eerder plaatsvonden. Door de randvoorwaarden van conservation heating is het zomerverblijf ‘s winters praktisch ongeschikt voor bezoek. Zelfs presentatie van een deel van de Armando collectie is mogelijk, maar mist zo de samenhang van een volwaardig museum. Niet wat de Amersfoortse raad is voorgespiegeld.

4. Een project levert diverse rapporten op. Kunsthistorica en kleuronderzoeker Judith Bohan inventariseert behang en schilderwerk in opdracht van de gemeente Utrecht. Ze concludeert dat naast het unieke Chinese behang op de begane grond ook het Art Nouveau behang op de eerste verdieping waardevol is. Drie kamers kunnen gereconstrueerd worden en de andere kamers bevatten interessante resten die irreversibel bewaard dienen te blijven. Van alle kamers op de eerste etage van het landhuis waar de behangsels ontbreken is bekend wat voor behangsels er gehangen hebben en welke kleurstellingen daar bij horen.

Dat betekent feitelijk dat het Armando Museum nauwelijks ruimte heeft om schilderijen te hangen of de constructie van een witte doos verlangt waardoor het monumentale karakter aangetast wordt.

Installatietechniek Bordewijk Advies verkent in opdracht van de gemeente Utrecht de museale mogelijkheden. Het concludeert dat het met gerichte mogelijkheden kan om Oud-Amelisweerd geschikt te maken voor huisvesting en bezichtiging van collecties. Maar niet alle opties acht het acceptabel. Frictie bestaat tussen verruiming van de openstelling en behoud van gebouw en behangsels. Het een gaat ten koste van het ander.

Slechts door rigoureuze ingrepen kan het binnenklimaat bij ruime openstelling in de hand worden gehouden. Maar dit schept weer nieuwe problemen van authenticiteit, belevings- en/of historische waarde van het landhuis. De verhoging van de luchtvochtigheid door het bezoek maakt onduidelijk of technisch ingrijpen voldoende is. Bordewijk pleit ervoor om de mate van openstelling in te perken. Het valt te betwijfelen of dit binnen de bedrijfseconomische voorwaarden van een werkzaam en exploitabel museum valt.

Een quickscan op 9 maart 2011 door de Stichting WarmBouwen heeft geresulteerd in de vraag van Amersfoort-in-C om een beknopt haalbaarheidsonderzoek te doen naar de klimaatbeheersing. Dit rapport heeft onvoldoende oog voor de monumentale waarde van Oud-Amelisweerd en komt met het advies om achter de behangsels in de muren te frezen en daar leidingen aan te leggen. Stichting WarmBouwen gaat voorbij aan allerlei cultuurhistorische waarden van Oud-Amelisweerd en vergelijkt appels met meloenen.

Zonder bouwkundige kosten worden de kosten van een installatie geschat op een bedrag tussen de € 600.000 en 750.000. Hierbij gaat men uit van de Tempel in Den Haag dat een volstrekt ander karakter en monumentale waarde dan Oud-Amelisweerd heeft. De aannames van WarmBouwen zijn hoogst onzeker.

Het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie NIBE onderzoekt in opdracht van de gemeente Utrecht de duurzaamheidsprestatie van oud-Amelisweerd met de zogenaamde DuMo-systematiek. Het schetst drie scenario’s. Conclusie is dat de hoge monumentale waarde te danken is aan het feit dat het landhuis nooit intensief is gebruikt. De ingrijpmogelijkheden zijn bij Oud-Amelisweerd echter heel beperkt.

De ingreep waarbij het landhuis het minst wordt gewijzigd en qua duurzaamheid optimaal scoort biedt ook de minste mogelijkheden om een volledig museum te realiseren vanwege de beperkte toegankelijkheid. Maar andere scenario’s die meer toegankelijkheid bieden leiden tot verlies aan monumentwaarde. NIBE constateert dat exploitatie en publieke toegankelijkheid op gespannen voet staan met duurzaamheid en behoud van monumentwaarde. Ofwel, exploitatie van een middelgroot museum en behoud zijn niet met elkaar te verzoenen.

5. De voor cultuur en cultureel erfgoed verantwoordelijke CDA-gedeputeerde van de provincie Utrecht Anneke Raven is opgevolgd door Mariëtte Pennarts van GroenLinks. Laatstgenoemde zal waarschijnlijk niet gauw in een tweet alsvolgt aangesproken worden door directeur Yvonne Ploum van het Armando Museum: Anneke Raven gedeputeerde cultuur vd provincie: als je iets wilt met elkaar dan lukt t.

Dit is de essentie van de aanpak tot nu toe. Een groepje mensen denkt onder elkaar dat als het iets wilt dat in hun ogen kan, het moet lukken. De wil iets te maken, de wens om het nieuwe te willen en het oergevoel komen zo voor de bestuurlijke zorgvuldigheid en culturele waarden te staan.

Gedeputeerde mw. Pennarts van GroenLinks moet zich het dossier Oud-Amelisweerd nog eigen maken, maar komt veel partijgenoten tegen die haar kunnen adviseren. Zoals het onlangs afgetreden statenlid en Vriend van Amelisweerd Jos Kloppenborg, fractievoorzitter van Amersfoort en erfgoedspecialiste Hiske Land, fractievoorzitter van Utrecht Jan Ravesteijn en de Utrechtse cultuurwethouder Frits Lintmeijer. Deze laatste kan veel hebben aan deze partijgenoten met kennis van zaken. Zodat het wellicht GroenLinks is dat uiteindelijk voor bestuurlijke degelijkheid gaat zorgen.

6. Conclusie. Tot nu toe is er in het geval van Oud-Amelisweerd onvoldoende gezocht naar een monumentvriendelijke bestemming voor het landhuis. Da’s goedkoper dan het met veel techniek verzoenen van museale openstelling voor jaarlijks meer dan 40.000 bezoekers en het behoud. Paradox is dat de gevraagde techniek het karakter onomkeerbaar aantast en dat het ontbreken van techniek dat eveneens doet. Ofwel, de huisvesting van een publieksmuseum met een normale bedrijfsvoering gaat in alle gevallen ten koste van een topmonument.

Dit is des te opmerkelijker omdat er nooit serieus gezocht is naar een andere locatie voor het Armando Museum of de Armando collectie. Omdat de huisvesting van een Armando Museum in het 18de eeuwse Oud-Amelisweerd geen inhoudelijke toevoeging vormt is dit merkwaardig. Het is aan de raadsleden van Amersfoort en Utrecht en de statenleden van de provincie om de tunnelvisie van hun bestuurders tegen het licht te houden. En niet te vergeten, de verwachte hoge kosten.

De vele rapporten geven vanuit hun eigen onderzoeksgebied stuk voor stuk hetzelfde aan. Op dat van WarmBouwen na dat een uitwerking van een quickscan is en geen resultaat van een diepgaand onderzoek ter plekke. Namelijk dat de monumentale waarde van Oud-Amelisweerd op gespannen voet staat met de huisvesting en exploitatie van een klein tot middelgroot museum. Voorkomen moet worden dat de verantwoordelijke bestuurders verleid worden selectief te gaan shoppen in de adviezen. Integrale adviezen vragen om een integrale aanpak.

Er wordt door betrokken bestuurders weinig openheid gegeven. Het hele project draait op het perpetuum mobile van het goede gevoel. Maar wat krijgt het Utrechtse college straks voorgeschoteld en op basis waarvan worden er straks beslissingen genomen en wat staat daarbij centraal? Naar de buitenwereld wordt een rooskleurige situatie afgeschilderd waarmee gesuggereerd wordt dat alle partijen dit plan zien zitten en dat het mogelijk is om de Armando collectie in Oud-Amelisweerd onder te brengen. Niets is minder waar.

Oud-Amelisweerd staat aan het eind van een kostbare en inspannende restauratie en is niet afhankelijk van de Armando collectie. Het landhuis kan allerlei kleinere collecties huisvesten en voor incidentele kunstprojecten dienen. De gemeente Utrecht heeft haar bereidheid hierover al uitgesproken. De huisvesting van de Armando collectie blokkeert de mogelijkheden voor tien jaar. En door het gebruik wellicht ook voor de periode daarna. Daarom moet men goed nadenken over de toekomst van dit topmonument. Men kan het maar eenmaal bestemmen.

Kunstenaar Armando en Oud-Amelisweerd verdienen een optimale bestemming die goed beredeneerd wordt. Het is vervelend dat Armando door bestuurders en directies deel is gemaakt van een slepend en diffuus project. Landhuis Oud-Amelisweerd lijkt slachtoffer te worden van een streven waarin maar naar één doel wordt toegewerkt en slecht één optie wordt onderzocht. Het kan beter. Te laat is het nog niet, maar de tijd dringt. De politiek is aan zet.

Foto: Hercules Segers, Bergachtig landschap. Dit is waarschijnlijk het schilderij van Segers dat door de brand in het Armando Museum in Amersfoort op 22 oktober 2007 verloren is gegaan.

Armando Museum en het bestuurlijk onvermogen

with 19 comments

Op 13 december 2010 passeerden hier de plannen rond het Armando Museum in Onderzoek Armando Museum roept vragen op. Enkele dagen later werd op 15 december de door het secretariaat van gedeputeerde Anneke Raven toegestuurde en bijna integrale publieksversie van de rapportage haalbaarheidsonderzoek van de stichting Amersfoort in C in Rapport Armando Museum geplaatst. Opvallend is dat Raven op haar weblog niet ingaat op de verhuisplannen rond het Armando Museum. Deze geslotenheid is tekenend.

Feiten maken duidelijk dat het ooit in de Amersfoortse Elleboogkerk gevestigde Armando Museum na een brand niet opnieuw in de kerk gehuisvest wordt. Afspraken van het vorige college worden met een beroep op bezuinigingen door het huidige college gebroken. Een vorige directeur van Amersfoort in C betitelt dat als onbehoorlijk bestuur.

Vanuit  zes besturen, te weten de gemeenten Amersfoort en Utrecht, provincie Utrecht en de culturele instellingen Amersfoort in C, Armando Museum en het Utrechtse Centraal Museum wordt vervolgens geopperd om het Armando Museum te verplaatsen naar Oud-Amelisweerd. Een zomerverblijf uit 1770 met uniek antiek Chinees behang en een kwetsbaar klimaat in het natuurgebied Amelisweerd aan de rand van Utrecht. Oud-Amelisweerd is eigendom van de gemeente Utrecht en wordt gehuurd en beheerd door het Centraal Museum. De restauratie van landhuis en antiek behang is in volle gang.

Opvallend is dat een kleine kern aan onzichtbaar blijvende bestuurders een intentie uitspreekt, die weg in de media als voldongen feit presenteert en bewust voorbijgaat aan de consultatie van zowel cultureel erfgoed-museale specialisten als politieke betrokkenen.

Vraag is of het inhuren van managers als Hein Reedijk en Peter Berns daarin verandering brengt of het bestuurlijk accent alleen nog maar versterkt. De tweet van Reedijk: Ik ga het Armandomuseum helpen in om een bedrijfsplan de consequenties van een eventuele verhuizing naar Oud Amelisweerd in kaart te brengen stemt niet hoopvol voor een open discussie zonder tunnelvisie. De uitkomst staat met deze opdracht al vast. Onbegrijpelijk is waarom Reedijk en Berns niet gevraagd wordt om ruimer dan Oud-Amelisweerd te kijken, bijvoorbeeld naar Kamp Amersfoort of welke locatie dan ook in de provincie Utrecht.

In de media spreken twee betrokkenen uit de Amersfoortse politiek zich kritisch uit over de verhuizing van het Armando Museum uit Amersfoort en de procedure die de raad buitenspel zet: Hiske Land van GroenLinks en Simone Kennedy van de ChristenUnie. Deze laatste stelt dat er buiten de gemeenteraad om onomkeerbare stappen gezet [leken] te worden zonder vooroverleg met de gemeenteraad.

Simone Kennedy verbaast zich ook over de lauwe reacties: Hoe kun je eerst zoveel investeren in dit museum en daarna zo passief toezien als dit museum aan de bezuinigingen ten onder gaat? Zij pleit voor verhuizing van het Armando Museum naar Kamp Amersfoort, maar haar blijkt in november 2010 dat er door Amersfoort in C niet eens met de directeur van Kamp Amersfoort gesproken is. Wethouder Barendregt doet de plannen af als niet reëel.

Lid adviescommissie erfgoed bij het Fonds Cultuurparticipatie en raadslid GroenLinks Hiske Land concludeert dat de gemeenteraad nog weinig te vertellen heeft over de op afstand gezette culturele instellingen: De ontwikkeling van afgelopen jaren naar cultureel ondernemerschap bij de instellingen betekent in de praktijk dat je als gemeente amper meer zeggenschap hebt over je culturele profiel als stad. Dat realiseert lang niet iedereen zich. Prestatieafspraken tussen gemeente en instellingen bieden weinig houvast – ze volgen eerder de lijn van de instelling dan dat ze sturen. 

Uit de notitie van Hiske Land, het weblog van Simone Kennedy en een NRC-artikel van Lucette ter Borg van 28 december 2010 wordt nog iets anders duidelijk, namelijk dat de positie van het Armando Museum nauw samenhangt met de positie van Kunsthal KAdE. Artistiek verantwoordelijke Robbert Roos zegt: Voor ons presentatie-instellingen is meteen duidelijk geweest dat de kaasschaaf niet bruikbaar is, gezien de omvang van deze bezuinigingen. Daarom hebben we besloten één van ons te offeren. Het historisch stadsmuseum Flehite is in Amersfoort onaantastbaar; het Mondriaanhuis is te klein. Blijven over ‘mijn eigen’ Kunsthal KAdE of het Armando Museum. Roos reageert op afstand op Hiske Land. Hij bevestigt het beeld dat de culturele instellingen zelf de beslissingen nemen en niet de Amersfoortse politiekWe hebben besloten één van ons te offeren.

Omdat KAdE lijkt vast te zitten aan een huisvestingscontract van 30 jaar en er blijkbaar over de huisvesting van het Armando Museum geen juridische verplichtingen met derden waren aangegaan is de som snel gemaakt. In kleine kring ontstaat het plan om KAdE te sparen en het Armando Museum elders onder te brengen. Onaardig gezegd, om de Amersfoortse problemen bij anderen op de stoep te leggen. Vraag is wie er intrapt, of aardiger gezegd, wie er instapt.

In Amersfoort regeert het toeval. Zoals Hiske Land zegt: Ik pleit voor een brede blik op het museale aanbod, in plaats van te focussen op één instelling zoals nu gebeurt. De bezuinigingen zijn wat mij betreft alleen de aanleiding om ernaar te kijken. Wat willen we voor de stad? Welke betekenis heeft iedere instelling daarin? Amersfoortse raad en openbaar bestuur die zichzelf serieus nemen pakken deze vraag op om integraal beleid te ontwikkelen dat voortaan niet langer achter de feiten aanloopt.

Na de presentatie begin december 2010 van het haalbaarheidsrapport om het Armando Museum in Oud-Amelisweeerd te vestigen is het niet meer stil in de media. Koppen variëren van Armando Museum naar Bunnik tot Onderzoek Armando Museum dubieus op Kunstbeeld.nl. Dat laatste zegt: Volgens Volkskrant-blogger George Knight is dit echter een dubieus rapport ‘dat vragen oproept’. Het rapport zou te optimistisch zijn over de mogelijke huisvesting in Oud Amelisweerd en bovendien zou er sprake zijn van belangenverstrengeling. Bovendien is onduidelijk door wie het ‘haalbaarheidsonderzoek’ precies is uitgevoerd.

Wat resteert in deze kwestie is het beeld van onzorgvuldig bestuur en een passieve gemeenteraad in Amersfoort, op afstand gezette culturele instellingen en culturele ondernemers die in naam van de politiek besluiten nemen, belangenverstrengeling en hechte persoonlijke relaties tussen hoofdrolspelers, het uit de wind houden van KAdE, bovengemiddelde korting op cultuur, een kleine kern van bestuurders die het ene noodverband aan het andere koppelt, een tunnelvisie van deze bestuurders die slechts focussen op een specifieke locatie en een beperkte onderzoeksopdracht verlenen, en een kwetsbaar en cultureel waardevol zomerverblijf Oud-Amelisweerd dat opgeofferd dreigt te worden met voorbijgaan aan normale museale en politieke toetsing.

Hopelijk komt het zover niet en overwinnen uiteindelijk het verstand en de zorgvuldigheid. Dat moet onder redelijke mensen mogelijk zijn. Dan kan deze episode van het Armando Museum dienen als lesmateriaal voor de Bestuursacademie. In het hoofdstuk hoe het niet moet. Om Pirandello te parafraseren: Zes bestuurders op zoek naar zorgvuldigheid.

Foto: Museum De Zonnehof, Amersfoort, circa 1958; architect Gerrit Rietveld