Debat over slavernijverleden is pas zinvol als het door hele bevolking gevoerd wordt en niet in de eerste plaats door politieke activisten

Schermafbeelding van deel artikel Utrechtse excuses voor slavernijverleden? Niet uit mijn naam, zegt deze politicus‘ in het AD, 2 juli 2021.

Er is in vele landen vanuit gematigd linkse kringen kritiek op radicaal-links dat met identiteitspolitiek, cancel culture, wokeness en politiek correct denken van oorsprong linkse kiezers naar rechts jaagt. In de VS wijst de Democratische strateeg James Carville op het gevaar de traditionele achterban van Blue collar kiezers (= arbeiders) te verliezen. Dat denken zou het failliet bevestigen van links en radicaal-rechts in de kaart spelen. Zijn idee is dat er een kantelpunt bestaat dat als de wokeness binnen linkse partijen toeneemt de aantrekkingskracht van een breed publiek voor links afneemt.

Een nieuw netelig onderwerp in dit politieke debat is het slavernijverleden waarvoor stad en land excuses zouden moeten aanbieden. Voor welk probleem dat een oplossing biedt is de vraag. Opinieleiders uit radicaal-linkse kringen proberen elkaar de loef af te steken in politieke correctheid. Het is hun optimale kans om zich tegenover elkaar te profileren. De samenleving heeft daar echter weinig aan want, zoals gezegd, dat gaat niet ongestraft. Voor traditioneel links kan het zelfs de doodsteek betekenen.

Er bestaat overeenstemming over het feit dat het terecht is om te erkennen dat slavernij een zwarte bladzijde in de vaderlandse geschiedenis is geweest. Het was beter geweest als het nooit had bestaan. Het heeft velen onnoemelijk leed gebracht. Die erkenning moet breed uitgedragen worden.

Maar het aanbieden van excuses gaat een stap verder. Zeker als nog niet omschreven is hoe zich dat verhoudt tot schadevergoeding voor de verre nazaten van de slachtoffers van de slavernij, het herschrijven en dekoloniseren van de geschiedenis, het verwijderen van standbeelden van vaderlandse admiraals en bestuurders en het hernoemen van straten en instellingen omdat ze zouden verwijzen naar een besmette naam.

Het is een kluwen van aspecten die samenhangen en waarvan onduidelijk is wat nou wat is. Ze vormen samen de lagen van de taart. Het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden van Nederland is de kers op de taart. Een taart waarvan onduidelijk is wat er precies inziten hoe die gemaakt is. Voordat excuses aangeboden worden dient duidelijk omschreven te worden wat de aspecten zijn.

Ook moet opgepast worden dat hedendaags racisme niet vermengd wordt met het slavernijverleden van bijna 150 jaar geleden en ouder. In 1873 kwam officieel een eind aan de slavernij in Nederland toen het verboden werd. Het gevaar is dat het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden in de plaats komt van de bestrijding van hedendaags racisme op arbeidsmarkt, sociale huisvesting en in de samenleving in algemene zin. Dat is een oneigenlijk gebruik van excuses.

Nodig is een brede maatschappelijke discussie waar vertegenwoordigers van de hele bevolking aan deelnemen. Voor de acceptatie en sociale cohesie is het niet zinvol dat een groep activisten anderen een mening opdringt. Hoewel ze wel het debat kunnen helpen voorbereiden door de feiten boven water te halen en in het debat in te brengen. Maar ze zouden er door politieke en publicitaire druk in hun eentjes niet over moeten kunnen beslissen. Daar lijkt het nu op uit te draaien.

Het zou als uiterste sanctie geen taboe moeten zijn om de namen van de meest kwaadaardige personen uit het slavernijverleden die het meeste kwaad hebben aangericht uit de openbaarheid te verwijderen. Zonder dat ze uit de geschiedenis verdwijnen of wat nog erger is de geschiedenis herschreven wordt door hun uitwissing. Uitsluitend ter zake kundige historici zouden na gedegen onderzoek hier een voorstel voor moeten doen.

Maar laat het evenmin een automatisme zijn dat alle historische personen die in verband worden gebracht met slavernij en handel in slaven gecanceld moeten worden. Of dat standbeelden en straatnamen die hun naam hebben gekregen om politieke redenen hernoemd zouden moeten worden. Een ‘bijschrift’ kan de kwalijke kanten belichten van genoemde personen. Het is ongewenst én onmogelijk om met de bril van nu naar 1650, 1750 of 1850 te kijken.

Schermafbeelding van tussenstand van poll in het AD bij het artikel Utrechtse excuses voor slavernijverleden? Niet uit mijn naam, zegt deze politicus‘, 2 juli 2021.

Aanleiding voor mijn zorgen over een ver doorgeschoten identiteitspolitiek die uiteindelijk traditioneel links electoraal beschadigt is een enquête in het AD. Een krant die door vele ‘doorsnee’ Nederlanders geraadpleegd wordt. De respondenten vinden in grote meerderheid dat de gemeente Utrecht geen excuses aan moet bieden voor het slavernijverleden. Het valt niet te verwachten dat ze representatief zijn voor de Nederlandse bevolking, maar desalniettemin geeft de stemming aan dat er tegenstand is tegen het aanbieden van excuses. Dat kan niet lichtvaardig. Als het gebeurt, dan moet het goed voorbereid, uitgelegd en afgebakend worden.

Opnieuw aanwijzing financiële problemen Museum Oud-Amelisweerd

oa

De Utrechtse wethouder van Financiën Jeroen Kreijkamp antwoordt op vragen van Stadsbelang Utrecht in het kader van de Programmabegroting (zie bijlage)  over de financiële positie van Museum Oud-Amelisweerd (MOA). Het museum heeft volgens Kreijkamp een huurachterstand (inclusief servicekosten) over de maand oktober 2015 van 2.541,99 euro en een achterstand van 91.871 euro in de herontwikkeling van het koetshuis.

Over de betalingsachterstand antwoordt directeur Yvonne Ploum het AD dat de overschrijving van de huur is blijven liggen. En: ‘Wel hebben we de 91.000 euro voor de verbouwing van het koetshuis nog niet overgemaakt, omdat we onze financiële huishouding willen stabiliseren.’ Deze raadselachtige formulering voorspelt weinig goeds over de financiële situatie. Een teken daarvoor is dat de jaarrekening over 2014 nog steeds niet is verschenen. Er zijn meer aanwijzingen dat de financiële situatie penibel is. Een verzoek van het museum aan Amersfoort om vooruitbetaling van 158.341 euro subsidie (‘bruidsschat’) werd in april 2015 door de Amersfoortse raad afgewezen. Later klopte het museum bij de provincie Utrecht aan voor een renteloze lening van 160.000 euro. De SP had hierop kritiek en diende een motie in de lening niet te verlenen.

Zoals al in 2012 voorspeld gaat het niet goed met de bedrijfsvoering van Museum Oud-Amelisweerd. De voorwaarden werden zo aangescherpt dat het de bedrijfsvoering in een rijksmonument praktisch onmogelijk maakte. Die randvoorwaarden blijven het museum achtervolgen. Raadslid Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de geldproblemen niet verrassend. Hij zegt in het AD: ‘We konden erop wachten dat het MOA in de knel zou raken’. Hij vraagt om een onderzoek om te weten te komen hoe gezond de exploitatie van het MOA is.

Foto: Schermafbeelding van vraagnummer 120 in ‘Bijlage beantwoording schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2016 en 2e Berap 2015‘ van de gemeente Utrecht.

Utrecht stemt tegen project bibliotheek-filmhuis. Gemiste kansen

bibliotheque_nationale

Omdat gisteren in de Utrechtse raad het lid van het CDA Cees Bos tegen het voorstel stemde voor de Bieb++ bij het stationsgebied kan dat plan dat de uitkomst is van een jarenlange discussie in de stad in de vuilnisbak. Een meerderheid van een stem van D66, PvdA, CU en CDA verkeerde in een minderheid met een meerderheid voor GroenLinks, VVD, SP, LU, GroenRechts en de CDA’er Bos. Die van z’n partij niet meer terug mag keren na de komende verkiezingen en zich zo kon onttrekken aan de fractiediscipline. Bieb++ zou nieuwbouw zijn met een combinatie van bibliotheek, filmhuis (‘Artplex‘), woningen en fietsenstalling die op het Smakkelaarsveld gerealiseerd zou worden. De tegenstanders liepen te hoop tegen de kosten van 76 miljoen. Een plan van GroenLinks om te zoeken naar voor alternatieve locaties haalde het wel. De haalbaarheid wordt onderzocht.

Afgelopen jaren hebben betrokkenen zich in open brieven laten horen en hun gewicht in de schaal gelegd. Dat voedt de plannen en tegenplannen. Bioscoop-exploitant Jos Stelling en het oudste Nederlandse filmhuis ’t Hoogt verkeren al jaren op voet van oorlog met elkaar. ’t Hoogt is beoogd exploitant van het Artplex. Stelling is als de dood voor concurrentievervalsing: ‘Dit betekent, gezien de directe of indirecte subsidie/steun die ’t Hoogt/ Artplex van de Gemeente Utrecht ontvangt, concurrentievervalsing (..)‘. Hierop reageerde de voorzitter van de Raad van Toezicht van ’t Hoogt Pieter Broertjes in een open brief: ‘ ’t Hoogt/ Artplex is een stichting zonder winstoogmerk. Het inhoudelijk profiel is duidelijk onderscheidend van andere aanbieders en daardoor niet marktverstorend.‘ Het beeld wordt nog complexer omdat de Utrechtse bioscoop-exploitant Wolff Bioscopen een contract getekend heeft voor 15 zalen op het terrein van de Jaarbeurs, de Multiplex.

Moeten de inwoners van Utrecht blij zijn ben met het afblazen van de nieuwbouw van Bieb++? Het hangt er vanaf hoe realistisch de alternatieven zijn die GroenLinks onderzoekt. Er is een risico dat die er niet zijn. De vraag blijft liggen op welke gronden zo’n besluit over een kunstencluster als Bieb++ nou eigenlijk genomen wordt. De partijpolitiek gaat grotendeels aan de inhoudelijke discussie voorbij omdat de eigen profilering en continuering leidend zijn. Nu al groeien de functies van bibliotheek en filmtheater naar elkaar toe. Alles wordt gedigitaliseerd, de boeken verdwijnen uit de bibliotheek en het celluloid uit de bioscoop. Binnen afzienbare tijd zullen de functies naar verwachting zo goed als samenvallen. Dus dat pleit voor de volledige integratie in functie en organisatie van bibliotheek en film. In elk geval met de niet-commerciële cinema.

Het valt de Utrechtse politiek te verwijten dat het in een jarenlang proces de eigen marges zo klein heeft gemaakt dat het voor een project van 75 miljoen afhankelijk werd van een dissidente CDA’er. Dat noodlot had met een meerderheid van slechts een stem ook van elders kunnen komen. De Utrechtse politiek had de afgelopen 10 jaar beter kunnen benutten om in de stad draagvlak te creëren en in samenwerking met deskundigen op het gebied van integratie van woord, beeld en geluid en niet-commerciële marktpartijen een multidisciplinair bibliotheek-filmhuis op te zetten dat zijn tijd vooruit was. Dat niet meer uitging van bestaande posities en organisaties uit het verleden, maar het oog op de toekomst gericht had. Utrecht heeft een kans gemist om zichzelf te overtreffen en niet in gekissebis ten onder te gaan. Jammer voor de inwoners.

Foto: ‘The dream of a library (in a variety of configurations) that would bring together all accumulated knowledge and all the books ever written can be found throughout the history of Western civilization. It underlay the constitution of great princely, ecclesiastical, and private ‘libraries’; it justified a tenacious search for rare books, lost editions, and texts that had disappeared; it commanded architectural projects to construct edifices capable of welcoming the worlds’ memory.”