George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Gemeenteraad

Haagse islampoliticus Arnoud van Doorn claimt te weten hoe intolerant en wereldvreemd de islam is

with one comment

In een tweet nam de Haagse politicus van de islamitische Partij van de Eenheid Arnoud van Doorn zijn concurrent Tahsin Çetinkaya van de Islamdemocraten op de korrel. Van Doorn verwijt Çetinkaya dat hij als vertegenwoordiger van een islamitische partij in de raad van Den Haag ‘muziek zou promoten’ en daarom niet van een islamitische partij kan zijn. Je kunt Van Doorns tweet op twee manieren opvatten. 1) Het valt wel mee met religie, in dit geval de islam, omdat de leerstellingen niet in alle gevallen strikt gevolgd worden en er voor de gelovigen enige ruimte bestaat om in af te wijken. Ze gaan hun eigen gang. 2) Het valt niet mee met religie omdat de leerstellingen de gelovigen afsluiten van de wereld en opsluiten in eigen kring. Volgens Van Doorn gaan islamitische principes en muziek maken niet samen. Dat bracht me tot mijn reactie op Van Doorn in een tweet: ‘Goed dat u duidelijk maakt hoe intolerant de islam staat tegenover muziek. Als u gelijk hebt dat muziek in alle gevallen in alle landen in alle etnische groepen in strijd met islamitische principes is, dan toont dat hoe onbeweeglijk de georganiseerde islam in de wereld staat.’ De tweet van Van Doorn wordt zo meer dan een hak om een collega van een concurrerende islampartij als onislamitisch af te beelden en die zo kiezers af te willen snoepen. Van Doorn waarschuwt ons hoe intolerant de islam in de kern is. Dat is goed om te weten.

Foto: Schermafbeelding van tweet van Arnoud van Doorn met reactie, 24-25 oktober 2019.

Schriftelijke vragen van de Haagse Partij van de Eenheid over ‘onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand’ staan niet geregistreerd

with 3 comments

In deze tweet van 18 april 2019 suggereert Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid in de Haagse gemeenteraad dat hij vragen stelt over de haalbaarheid van een ‘Halalstrand’. Zijn tekst die als datum 18 april heeft begint zo: ‘In overeenstemming met het Reglement van orde heeft de Partij van de Eenheid de volgende vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad’ waarna de zin abrupt eindigt en er vijf vragen volgen. Wat levert de invuloefening na ‘gemeenteraad‘ op? Heeft deze partij de vragen gesteld, niet gesteld, ingeslikt, ingediend of gedroomd? Uit het overzicht van de gemeente Den Haag (stand 23 april, 18.30 uur) blijkt de Partij van de Eenheid in de maand april geen enkele schriftelijke vraag gesteld te hebben. Dus evenmin over de haalbaarheid van het ‘Halalstrand’ waar de media uitgebreid aandacht aan hebben besteed. In welke vorm heeft Van Doorn zijn ‘Schriftelijke vragen’ ingediend bij de griffie als het niet als ‘Schriftelijke vragen’ is? Mijn inhoudelijke reactie op het ‘verzoek onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand‘ van de Partij van de Eenheid:

Hoe zinvol is het om je af te zetten tegen ongepaste kleding van anderen in de publieke ruimte? Iedereen ergert zich wel ergens aan of voelt zich ergens wel eens onprettig bij: naakt, bedekt, frivool, zedig, boers, stedelijk, formeel, hip, hedendaags, ouderwets. Het gaat ver om daar gevolgen aan te verbinden en aan te sturen op maatregelen en verboden. Zo beredeneerd voelt iedereen zich wel onprettig bij een specifiek soort kleding en moet voor elke subgroep een uitzondering gemaakt worden.

Dat leidt tot een ingewikkelde, onwerkbare en onhaalbare herverkaveling van de publieke ruimte. Want hoe ziet Van Doorn dit in de praktijk voor ogen? Er zijn honderden religies met vaak strikte kledingvoorschriften. Hoe kan er een regeling getroffen worden die zowel deze gelovigen als de secularisten die gaan voor gelijkheid van religies en levensovertuigingen tevreden stelt? Dat is onmogelijk omdat de publieke ruimte niet tegelijk neutraal en niet-neutraal kan zijn.

Gelovigen hebben in theorie evenveel rechten binnen de Nederlandse rechtsstaat als iedereen. Niet meer en niet minder. Sinds de jaren ’70 (vdve) hebben maatschappelijke ontwikkelingen ervoor gezorgd dat de voorrechten van de christelijke gelovigen geleidelijk zijn afgenomen. Voor de duidelijkheid: hun voorrechten, niet hun rechten want die zijn gegarandeerd Dat is een gewenste beweging naar de optimalisering van de rechten van iedereen. Het voorstel van Van Doorn is in strijd met deze ontwikkeling en een stap terug in de tijd.

Wat Van Doorn zegt heeft te maken met de spanning tussen gemeenschap en individu. Er klinken stemmen die beweren dat de individualisering sinds de jaren ’90 (vdve) te ver is doorgeslagen ten koste van een gemeenschapsgevoel. Ieder voor zich. Het individu als los zand. Er klinken ook stemmen die zeggen dat gelovigen (vooral vrouwen) in bepaalde religieuze gemeenschappen gevangen worden gehouden en de gemeenschap verhindert dat ze hun individualiteit kunnen belijden. Het is allebei waar. Van Doorn denkt in groepen en gemeenschappen en zijn critici denken in individuen.

Gewenst is dat vooral vrouwen in Nederland niet langer in religies of levensbeschouwelijke systemen worden opgesloten en bevrijd worden. Tegelijk is het gewenst dat individuen die zich totaal van de gemeenschap afgekeerd hebben daarnaar terugkeren en zich weer gaan bekommeren om de samenleving die meer is dan geld, carrière en de eigen directe omgeving. Zodat ze hun maatschappelijke plichten niet langer verzaken.

Het is geven en nemen. Als mensen zich op eigen initiatief en uit eigen vrije wil willen afzonderen, dan moet daar niet moeilijk over worden gedaan. Dat moet soepel kunnen. Laat ze maar bij elkaar op het strand of in het park gaan zitten. Maar zoiets kan wettelijk niet met regelgeving opgelegd en afgedwongen worden zoals Van Doorn voorstelt. Dat gaat ook voorbij aan de emancipatie die belangrijker is dan de apartheid die hij nastreeft en die de emancipatie niet bevordert, maar juist blokkeert.

Foto: Tweet van Arnoud van Doorn (Partij van de Eenheid), 18 april 2019.

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 7 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

Ewald Engelen ziet parlementaire journalistiek propaganda voor de bestaande orde maken. Partij voor de Dieren past daar niet in

leave a comment »

Ewald Engelen heeft in zijn column van 27 maart 2018 over Economie in de Groene Amsterdammer kritiek op de parlementaire journalisten van de NOS tijdens de verkiezingsuitzending Nederland Kiest van 21 maart. Aanleiding voor zijn kritiek is de manier waarop ze aandacht besteden aan de Partij voor de Dieren. Of liever gezegd, nauwelijks aandacht aan die partij besteden en met die weinige aandacht die partij ook nog eens kleineren en verkeerd interpreteren. Is dat moedwil of misverstand? In elk geval getuigt het van onvermogen.

Engelen: ‘Het is om meerdere redenen een onthutsend toneelstukje dat hier werd opgevoerd. Dat veel zegt over de lamentabele staat van de parlementaire journalistiek. Ten eerste de naïviteit over de eigen rol in het maken en breken van politieke bewegingen. Het pendant van het onthutsende gebrek aan zelfkritiek van de journalistiek bij het grootschrijven en grootpraten van rellerige neo-nationalistische partijen als PVV en FvD is het retoucheren van die rol bij het kleinhouden van systeemkritische partijen als de Partij voor de Dieren. Dat Van der Wulp het bestaat om de partij te omschrijven als ‘een partij die altijd een beetje onder de radar blijft’, illustreert dat hij zich er niet van bewust lijkt te zijn dat hij onderdeel van het probleem is dat hij zelf signaleert. Die ‘radar’ waarop hij zich beroept om zijn eigen onverschillige ondeskundigheid mee te legitimeren is hij namelijk mede zelf.’

Het panel van Nederland Kiest was hoe dan ook onthutsend slecht en kreeg voorspelbare input van de presentator waardoor het op op een studentikoze, lacherige wijze van onderwerp naar onderwerp stuiterde. Zonder urgentie, zonder pretentie van representativiteit en zonder intellectuele diepte. Het is wat Engelen zegt, namelijk dat deze abnegatio (= zelfverloochening, ontkenning, tegenspraak) vooral duidelijk maakt waar deze parlementaire journalisten voor staan en waar ze zich mee associëren: ‘Niet met de uitdagers, de non-conformisten, de systeemcritici, maar met het pluche, het establishment, de elite en de machtspartijen.  Journalistiek als propagandamachine van het bestaande. We moesten maar niet meer kijken.’

In het fragment maakt de Rotterdamse lijsttrekker van de Partij voor de Dieren Ruud van der Velden in een stadsdebat duidelijk waar de partij voor staat. Of men het wel of niet eens is met wat hij zegt, dit geeft wel duidelijk aan dat het ergens over gaat. Dit is niet de identiteitspolitiek van de ‘rellerige’ PVV en FvD die niet over het oplossen van de kernproblemen gaat, maar een afleiding daarvan is. En waar we ‘dankzij’ de parlementaire journalisten met hun beperkte visie, horizon en aandachtscyclus mee overvoerd worden. Ze reduceren parlementaire journalistiek tot het volgen van de agenda van de dominante politieke partijen.

Ik woon in Utrecht, maar als ik in Rotterdam had gewoond had ik op Van der Velden gestemd. Vanwege zijn inzet voor het klimaat en het dierenwelzijn, maar ook voor zijn betrokkenheid met de kunst. De politieke antennes van links en rechts staat hierover doorgaans verkeerd afgesteld. Tekenend is dat hij namens zijn partij als enige raadsvragen over het Gergiev Festival in de Rotterdamse Doelen stelde waar het Rotterdamse establishment collectief wegkijkt voor de politieke betekenis van kunst en dat smoort in bitterballen, witte wijn en gezelligheid. Ik schreef er in 2016 over: ‘Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’. Van der Velden doorziet dat en probeert het debat open te breken. Dat deed hij als enige ook bij het Wereldmuseum. Maar zelfs dat debat wordt hem en critici van het huidige cultuurbeleid niet gegund. Zoals Engelen dat constateert over het klimaatprobleem en het dierenwelzijn. Met dank aan (parlementaire)  journalisten die de status quo verdedigen en suggereren dat dat een neutrale positie is. Daarin vergissen ze zich deerlijk. Hun automatische piloot staat verkeerd afgesteld.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPropaganda’ van Ewald Engelen in De Groene Amsterdammer, 27 maart 2018.

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

Ede zegt ‘nee’ tegen het World Art Center: te ambitieus, te duur en met verkeerde adviseur Stanley Bremer

with one comment

Gisterenavond zette de gemeenteraad van Ede collectief een streep door de plannen voor het World Art Center. ‘Er leefde veel weerstand tegen het plan vanwege de te grote ambitie, kosten en de betrokkenheid van Stanley Bremer als adviseur’ zo concludeert Arnold Winkel in een verslag voor De Gelderlander. Hiermee worden de plannen van wethouder Johan Weijland (D66) voor de Frisokazerne niet gevolgd, maar verworpen.

De bezwaren waren in een debat van 2 november al breed uitgemeten. Toen werd door velen gesteld dat door onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in konden vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegde aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kostte het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kon het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat was ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie. Dat waren uiteindelijk te veel minpunten.

Wethouder Weijland deed in de aanloop uitspraken die opzien baarden en die uiteindelijk averechts werkten. Zo zei hij over adviseur Stanley Bremer: ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’. Dat vatte hij op als positief, maar werd niet door iedereen zo begrepen. Hiermee liet Weijland zich kennen als iemand die zich niks aantrok van regels en tegen de cultuursector in ging. Het was opvallend dat dit populistische geluid bij een D66-wethouder in Ede was te horen. Weijland dacht met Bremer dit project van de grond te kunnen trekken, maar het omgekeerde gebeurde. De slechte reputatie die Bremer in Rotterdam had keerde zich in de publiciteit tegen het World Art Center. De raad van Ede heeft haar werk goed gedaan.

Zie hier voor het terugkijken van het debat van 23 november 2017. Klik op ‘1.Raadszaal‘ en ga naar 42’ 30’’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEde zegt ‘nee’ tegen World Art Center’ in De Gelderlander, 23 november 2017.

Gemeenteraad Ede vergadert over het World Art Center. Met weinig focus en veel omcirkelingen

with 6 comments

Op 2 november vergaderde de gemeenteraad van Ede over het World Art Center. Het was een tussenstap en werd door het college gepresenteerd om de raad bij het proces te betrekken en het opdracht te geven dit businessplan verder uit te werken in een concreet raadsvoorstel. Hiermee stelde de raad zonder hoofdelijke stemming in. Vraag is of de trein nu rijdt en nog te stoppen valt. Het was een debat met degelijke, maar matig geïnformeerde raadsleden over museale onderwerpen. Dat ze niet begrepen wat het verschil tussen een kunsthal en een museum is en ze daarom evenals de wethouder praatten over een museum -of het Exposeum wat een bestemmingsnaam daarvoor is- terwijl het om een kunsthal of tentoonstellingsruimte gaat geeft aan welke misverstanden over collectievorming, bruiklenen en allerlei museale onderwerpen continu optraden.

Er was een negatieve uitzondering. De vileine cultuurwethouder Johan Weijland (D66) pleegde karaktermoord op Gitta Luiten wat hij na een terechte interventie van SGP’er Evert Jansen even hypocriet ontkende. Weijland nam duidelijk de talking points van kwartiermaker en adviseur Stanley Bremer over toen hij uitleg gaf over de carrièreswitch die Luiten had gemaakt kort voordat de toenmalige Rotterdamse cultuur wethouder Adriaan Visser (D66) haar in 2015 de opdracht gaf om een rapport over de gang van zaken bij het Wereldmuseum te schrijven. Dat werd een zeer kritisch rapport over Bremer. Weijland verbond die conclusie echter niet aan het functioneren van Bremer, maar aan het feit dat Luiten bij het Mondriaan Fonds was opgestapt omdat het budget van 43 miljoen euro was gehalveerd. Weijlands suggestie was dat Luiten daarom niet meer objectief kon oordelen over het Wereldmuseum. Het was er aan de haren bijgesleept, zette vraagtekens bij de reputatie van Gitta Luiten en liet de vergadering verdwaasd de executie van Luiten door Weijland aanschouwen.

De vraag naar de reputatie van Bremer werd het best door Natasja Peters van Burgerbelangen ter discussie gesteld. Zij kaartte aan dat de reputatie van Bremer ‘niet vlekkeloos is’. Ook Dirjanne van Drongelen (CU) en Stef van der Klok (VVD) merkten op dat de reputatie van Bremer een risico vormt omdat die twijfelachtig is en partijen daarom een ongemakkelijk gevoel geeft. Andere raadsleden maakten een andere afweging en vonden het onkies om over de persoon Bremer zonder zijn aanwezigheid te praten. Daarbij werd niet duidelijk of zij allen Bremer de zwakke schakel vonden of uitsluitend verkozen om niet over deze persoon te spreken.

In het debat werd door velen gesteld dat door vele onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in kunnen vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een harde randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegt aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kost het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kan het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat is nu ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie.

Wethouder Weijland probeerde de gemeenteraad richting een volgende stap te loodsen, wat hem lukte. Hij beloofde overleg en de input te gebruiken, maar het moest wel binnen de specifieke invulling gebeuren die hij met het World Art Center voor ogen had: de presentatie van internationale, hedendaagse kunst. Dat ook Weijland niet echt grip op de materie had bleek uit zijn opmerking over het dichtbijgelegen Kröller-Müller Museum waarover hij zei dat mensen er één keer heen gaan en daarna niet meer en dat in tegenstelling was met de wisseltentoonstellingen van het World Art Center. Het was weer Natasja Peters die Weijland erop wees dat het Kröller-Müller Museum ook wisselende tentoonstellingen heeft, wat de wethouder moest beamen.

Het lukte Weijland in het debat goed om de vragen over de reputatie van Bremer te neutraliseren, maar daarmee ging hij wel oneigenlijk te werk. Hij rekte eerst de claim op (‘Bremer heeft de boel niet opgelicht’) om dat vervolgens te weerleggen. Overigens is dat geen uitgemaakte zaak omdat Bremer ook kunstobjecten uit het depot van het Wereldmuseum op plekken terecht liet komen waar ze niet hadden mogen zijn. Maar de relevante vraag voor Ede die gesteld had moeten worden was of Bremer een goede plannenmaker was met realiteitszin, zakelijk inzicht en een goed en stabiel netwerk. Die vraag is niet beantwoord. Mede doordat Weijland het belang van Bremer relativeerde. Hij zou zich op afzienbare termijn terugtrekken en er komt een kleine vaste staf. Weijland liet ook weten dat een medewerker van het Mondriaan Fonds hem had gezegd dat een subsidieaanvraag ‘een goede kans zou maken’. Dat laatste geeft aan waar dit debat op neerkwam. Zonder specificatie over hoogte van bedragen of de hardheid van toezeggingen tufte de raad van Ede naar de volgende bestuurlijke halte. Op weg naar een museum dat geen museum wordt op een reis die al 5 jaar duurt.

NB: Het debat is hier (na: 1 uur 23’ 30’’) terug te zien op de site van de gemeente Ede. Klik op ‘2. Raadszaal‘. Beantwoording door wethouder Weijland vanaf 2 uur 57’’ 20’’.

Foto: Artist impression van treinstation Ede-Wageningen uit brochure World Art Center (2017).