De schaduwmacht van de Rotterdamse kunstpolitiek beschadigt bewust de kunstsector en de kunstprofessionals

Update 21 december 2020: Het artikel ‘‘Boijmans Modern’ in Rotterdam-Zuid blijft slechts een droom’ in NRC van Rotterdam-redacteur Eppo König bevat geen fouten, maar dringt evenmin door tot de essentie. Daarom is het een gemiste kans om duidelijkheid te bieden. Vraag blijft wie van de drie partijen, te weten Museum Boijmans met directeur Sjarel Ex, de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm met Wim Pijbes of de gemeente Rotterdam met Ahmed Aboutaleb de meeste steken heeft laten vallen bij de renovatie of nieuwbouw van Museum Boijmans. Met stagnatie in de bouw en een patstelling in de relatie tussen Ex en Pijbes tot gevolg. Feitelijk speelt de gemeente een te verwaarlozen rol en valt af als actieve, geloofwaardige partij. Daar gaat het fout. 

König lijkt de zwarte piet bij Boijmans en Ex neer te leggen, maar hij vergeet de context te benoemen van een cultuurbeleid waarin filantropische stichtingen om fiscale redenen de hoofdrol opeisen en de gemeente vanwege een krap budget daar nog in meegaat ook. Een zelfbewust gemeentebestuur had de stichtingen van Van der Vorm allang de deur gewezen. Of in elk geval hun invloed ingeperkt. Want het is een hellend vlak om zich als gemeente afhankelijk te laten maken van Pijbes die met geld van zijn baas directeurtje mag spelen. Het is tenenkrommend dat het gemeentebestuur dat niet doorziet, maar Boijmans voor de geldhaaien gooit. Hoe kan het ermee instemmen om de (ooit nog) democratische benoemde directeur van Boijmans op vage, onduidelijke redenen op termijn te laten vervangen door Pijbes die met geld van zijn baas een positie koopt? Wat zegt dat over de ethische antenne van Aboutaleb en wethouder Said Kasmi? Moet niet eens duidelijk gezegd worden dat Wim Pijbes de raadgever is van maffiabaas of havenbaron Martijn van der Vorm? 

NRC ziet de context niet of wat erger is stemt in met het principe dat particuliere partijen met geld macht kunnen kopen. Niet dat dat in Nederland geen staande praktijk is, maar het is nog een stap verder om dat vervolgens een stempel van goedkeuring te geven. Of durft NRC de waarheid niet te zeggen? Als het dat niet ondubbelzinnig wil, dan kan het de kritiek wellicht gieten in een maatschappelijk debat over de macht in de cultuurpolitiek. Te beginnen in Rotterdam. 

Wat voor kunstpolitiek denkt het Rotterdamse college van GroenLinks, VVD, D66, PvdA, CDA en CU-SGP in hemelsnaam uit te voeren? Hoe kunnen de wethouders nog in de spiegel kijken? Gelukkig hebben Rotterdamse kunst- en museumliefhebbers Ruud van der Velden (PvdD) die de belangen van de kunst een warm hart toedraagt. Maar een kleine partij maakt niet het verschil.

De strafexercities tegen de Rotterdamse museumsector staan in schril contrast met wat in andere grotere gemeenten gebeurt. Daar wordt de kunst- en museumsector zoveel mogelijk ontzien. Wat zijn de progressieve partijen in het college nog waard (GroenLinks, PvdA en D66) die de mond vol hebben van kunst, maar als het erop aankomt de kunst laten vallen?

In Nederland bestaat binnen de politiek nauwelijks liefde voor de kunst. Dat is een terugkerend thema. Kunst wordt gezien als een verplicht nummer, als een hobby die bij economische tegenwind makkelijk in de steek kan worden gelaten. De politiek beseft niet wat de functie van kunst is of het beseft dat wel, maar wil alleen kunst steunen die een verlengde van amusement is en getemd, onschadelijk en controleerbaar is. Politiek wil vooral kunst steunen die geen kunst meer is, maar een verlengde van de eigen politieke doelstellingen.

De schaduwmacht doet in Rotterdam buiten alle democratische controle om een greep naar de macht en het college laat het gebeuren onder meer door een onmachtige D66-kunstwethouder. Die schaduwmacht bestaat zowel uit de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) die adviezen geeft als legitimatie voor korting door het college als de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm die met als zetbaas Wim Pijbes en met het oog op fiscale aftrekposten en onroerend goed onderonsjes met de gemeente een parellelle structuur proberen op te bouwen die de gevestigde kunstinstellingen en dan met name de musea naar de marge duwen. En de functie van kunst om aan te scherpen, de macht uit te dagen en kunstinstellingen onafhankelijk te laten zijn wil inperken.

Zo vinden in perfecte harmonie een nieuwe private partij die voor eigen gewin en uit persoonlijk belang in Rotterdam een nieuwe parallelle kunststructuur wil opbouwen en een schaduwmacht wil vestigen én een weinig ambitieus politiek establishment dat de kunstinstellingen hun autonomie wil ontnemen elkaar. Hun gemeenschappelijke emotie is rancune jegens de gevestigde museumsector waar ze in willen breken. Op een afwijkende wijze geldt dat ook voor het Wereldmuseum dat in een aangenomen motie een Rotterdamse signatuur was beloofd, maar dat door het management van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) is gekoloniseerd en alle autonomie ontnomen is. Maar ook daar vinden Rotterdamse politiek en NMVW elkaar. De Rotterdamse raad heeft geen historisch geheugen en laat het Wereldmuseum dat niet eens een directeur of locatiehoofd heeft vallen.

Het raadsel in deze hele strafexercitie tegen de Rotterdamse museumsector zijn echter niet de RRKC met oud-bankier Jacob van der Goot als voorzitter of de stichting Droom en Daad die redeneren vanuit de financiën en waar nodig geld inzetten als drukmiddel, maar het Rotterdamse college dat zich simpelweg laat overbluffen en intimideren zonder dat het goed beseft waarmee het bezig is en wat het allemaal kapotmaakt. En daarbij nog rancuneus is naar de instellingen die voor zichzelf opkomen en het algemeen belang dienen en niet naar de pijpen van Pijbes willen dansen.

Waarom het college zo diep gezonken is en zich onnodig afhankelijk heeft gemaakt van het grote geld van een private partij valt niet makkelijk te beantwoorden. De macht van de havenbaronnen op het gemeentebestuur is een terugkerende constante in de Rotterdamse politiek. Daar moet de politiek dus verstandig in meebuigen zonder te breken. Het valt niet in te zien dat Wim Thomassen, André van der Louw of Bram Peper zich zo onder druk zouden laten zetten zoals Ahmed Aboutaleb (in een weliswaar duaal systeem met nog nauwelijks macht) dat nu laat doen. Zijn kienheid lijkt niet te strekken tot de hoogste sociale regionen en de financiële sector. Wat het college ook parten speelt zijn allerlei integriteitskwesties waardoor een machtige wethouder als Adriaan Visser moest aftreden en een college met liefst 10 wethouders van zes partijen de macht zo verdeelt dat het zichzelf heeft uitgekleed.

De kunstpolitiek in Rotterdam wordt dus in grote lijnen bepaald door drie zetbazen die zich onttrekken aan democratische controle. Jacob van der Goot (RRKC), Wim Pijbes (Droom en Daad) en Ahmed Aboutaleb (burgemeester) zijn vertegenwoordigers van een systeem dat doet denken aan een parallelle structuur van de onderwereld. Deze hoofdpersonen mogen op bestuurlijke stoelen gaan zitten waar ze niet thuishoren of ze zitten op hun bestuurlijke stoel waar ze hun werk niet doen. De professionele bestuurders in de Rotterdamse kunstsector hebben het nakijken en kunnen nergens aankloppen (behalve bij Ruud van der Velden) om deze parallelle structuur -die uiteraard door deze schaduwmacht wordt ontkend- aan te spreken. Ze kunnen maar beter verhuizen naar Amsterdam, Den Haag, Utrecht of werk in een andere dan de museumsector zoeken.

Het motto van de huidige Rotterdamse kunstpolitiek is: ‘Niet lullen, maar elke authenticiteit wegpoetsen’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Paul van de Laar vertrekt bij Museum Rotterdam’ van Stéphan Reket in het AD, 26 november 2020.

Advertentie

Voorlichters onttrekken falend openbaar bestuur Rotterdam aan het zicht

Laten we het eens hebben over de bestuurbaarheid van de grootste gemeenten van Nederland. Hebben we er een goed beeld van? Die vraag stellen is de vraag beantwoorden. De afdelingen communicatie van de grote steden zijn zo opgetuigd en vol woordvoerders, voorlichters en beleidsambtenaren gestopt dat het onmogelijk is om een beeld te krijgen van wat er echt aan de hand is. Daartegenover is de regionale journalistiek uitgekleed en heeft die onvoldoende middelen om de politiek goed te volgen. Burgers worden overspoeld met gemeentelijke advertenties en brochures die vooral uitblinken in borstklopperij over de fantastische prestaties van het gemeentebestuur. Geen kritische burger die het nog leest, laat staan gelooft, zodat dit soort voorlichting nog slechts op twee doelgroepen is gericht: de slecht geïnformeerde burger die alles voor zoete koek slikt en de gemeentelijke organisatie die zelfbevestiging zoekt om de eigen onzekerheid te verbergen.

De op burgers gerichte voorlichting in grote gemeenten is een manifestatie van de stammenstrijd in het gemeentebestuur. Wethouders zoeken met hun voorlichters, beleidsambtenaren en politieke assistenten de publiciteit om elkaar de loef af te steken. Ze proberen ermee hun positie te versterken. Ze spelen politicusje, terwijl ze in het duale stelsel toch bestuurders en managers zijn. Burgers die wordt lastiggevallen met al die ronkende ‘persmomenten’, persberichten, voorlichtingsfilmpjes en toekomstplannen zijn in dubbel opzicht de klos. Want voorlichting die vooral dient om bestuurders in het zonnetje te zetten kost belastinggeld dat ze zelf moeten ophoesten en het levert een beeldvorming op die valt te kenschetsen als een reisje fantasieland. Dat wil niet zeggen dat er geen gemeentelijke voorlichting bestaat die zakelijk en zinvol is, maar die wordt steeds minder belangrijk. Daarnaast hebben wethouders door de polarisatie van de politiek in de grote steden een prima verdediging om niet serieus in te gaan op kritiek. Want die kan worden afgedaan als partijdig.

Rotterdam is de gemeente waar schijn en werkelijkheid het meest uiteen zijn gaan lopen. Het openbaar bestuur van Rotterdam is niet meer wat het pretendeert te zijn, namelijk doelmatig en oplossingsgericht. De gemeentelijke organisatie is in haar tegendeel verkeerd. Als er iets rauw is aan Rotterdam, dan zijn dat vooral de omgangsvormen binnen stadsbestuur en gemeentelijke organisatie. Het bestuur van de spreekwoordelijke werkstad blinkt uit door regelgeving, indekken van risico’s binnen de ambtelijke organisatie en het op veilig spelen. Dat leidt tot ondoelmatigheid, onnodige procedures en doorgeschoten bureaucratie. Het valt samen te vatten als omslachtig en krampachtig. Het motto van het bestuurlijke Rotterdam is ‘Lullen, maar niet poetsen’.

Van de grote gemeenten heeft Rotterdam met afstand de meeste wethouders, namelijk 10. Amsterdam en Den Haag hebben 8, Utrecht en Groningen 7, Eindhoven en Tilburg 6 wethouders. Zo kent Rotterdam in Michiel Grauss (CU-SGP) een wethouder met de portefeuille ‘Armoedebestrijding, schuldenaanpak en informele zorg’ waarbij het de vraag is hoeveel uren in de week deze bestuurder hiermee bezig is. Uiteraard heeft Grauss een secretariaat, woordvoerder en politiek assistent. Van deze laatste abnormaliteit kijkt niemand meer op, maar abnormaal is het wel dat een bestuurder van een grote stad een politiek assistent moet hebben. Ook nog eens voor zo’n onbenullig takenpakket dat louter om politieke redenen bijeen is geraapt.

Ook wethouders van grotere partijen hebben in Rotterdam last van profileringsdrang. Ze zitten in elkaars vaarwater omdat er gewoonweg teveel wethouders zijn en te weinig beleidsterreinen. Zo figureerden twee wethouders op dezelfde dag, 19 juli 2019 in een persbericht over hetzelfde onderwerp: schone lucht. Ook nog eens wethouders van dezelfde partij, namelijk GroenLinks. Wat voor morsige indruk van overbodigheid en ondoelmatigheid dit maakt bij de Rotterdammers is geen onderwerp waar het huidige college zich zorgen over lijkt te maken. Zo strompelen wethouders voort in hun dillentalisme, op de been geholpen en aan het echte zicht onttrokken door hun woordvoerders, voorlichters, communicatieafdeling en politieke assistenten.

Foto 1: Presentatie op Rotterdam.nl: ‘Het college van burgemeester en wethouders vormt het dagelijks bestuur van Rotterdam’.

Foto 2: PersberichtRotterdam zet in op schone lucht’ van de Gemeente Rotterdam, 19 juli 2019.

Foto 3: PersberichtRotterdam zet belangrijke stappen voor schonere lucht en CO2-reductie’ van de Gemeente Rotterdam, 19 juli 2109.

Amsterdam: langetermijnvisie van politieke partijen op politiek gevraagd

Het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan wil een langetermijnvisie van het college op de groei van het toerisme. Hij heeft een motie ingediend waarop hij een toelichting geeft op de site van PvdA Amsterdam. ‘Een langetermijnvisie waarbij we keuzes gaan maken is volgens Dennis Boutkan noodzakelijk om tot oplossingen te komen’, zo zegt hij wijsneuzig. Het is verbijsterend dat deze motie ingediend wordt. Boutkan gooit met veel lawaai een open deur open en doet alsof hij voor de troepen uitloopt. Op de vorige collegeperiode (2014-2018) na was de PvdA sinds 1949 vertegenwoordigd in het college. Tot 2014 zelfs als grootste partij. Waarom heeft de PvdA sinds 1949 gedurende 65 jaar nagelaten om te komen met een langetermijnvisie over het toerisme? Want dat is onbetwistbaar hard nodig. Het geldt overigens ook voor andere grotere steden zoals Utrecht die langzamerhand aan toerisme, ongebreidelde groei van kamerverhuur en horeca, en vervoer- en parkeerproblemen (auto’s én fietsen) ten onder gaan zonder dat het gemeentebestuur voldoende optreedt.

Het lijkt er sterk op dat de politieke partijen in de grote steden de verkeerde prioriteiten stellen. Na 70 jaar bijna onafgebroken in het stadsbestuur van Amsterdam te hebben gezeten vraagt een vertegenwoordiger van de PvdA het college om een langetermijnvisie over de groei van het toerisme. Geeft deze te late bekering niet iets totaal anders aan, namelijk dat er een langetermijnvisie van de politieke partijen op de politiek nodig is?

Foto: Schermafbeelding van berichtPvdA Amsterdam wil langetermijnvisie van college op groei toerisme’ van PvdA Amsterdam, 18 oktober 2018.

BKKC in Tilburg krijgt geld uit budget ‘Incidentele kunstprojecten’ voor huur. SCT weet nu al dat het in 2017 minder belast wordt

bkkc

Tilburgers besteedt in een bericht aandacht aan de overhead van de in Tilburg gevestigde BKKC (brabants kenniscentrum kunst en cultuur). Het baseert zich daarbij op een collegebesluit van 14 februari 2017 van het Tilburgse college dat in de besluitenlijst van week 7 wordt genoemd. Het besluit dat mede in verband met de ondertekening van een huurcontract in december nu pas naar buiten komt heeft het college op 25 november 2016 genomen. Het blijkt dat de gemeente de BKKC een subsidie verleent van € 158.760 voor een tijdelijke locatie aan de Spoorlaan. Hoogst opvallend hieraan is dat de helft ervan, te weten € 79.380 uit het budget Incidentele kunstprojecten eenmalig ingezet wordt als dekking van de jaarlijkse subsidie aan de BKKC.

Het college motiveert dit doorsluizen van geld uit het budget Incidentele kunstprojecten naar de overhead van de BKKC door te beargumenteren dat het budget Incidentele kunstprojecten van totaal € 142.029 in 2017 niet belast zal worden met een subsidie aan de Stichting Cultuurfonds Tilburg (SCT) van € 100.000, maar van maximaal  € 50.000. De SCT claimt in 2017 minder geld. De SCT is ‘een samenwerkingsverband tussen een aantal enthousiaste ondernemingen, met de gemeente Tilburg als strategische partner.’ Het stimuleert ondernemerschap van makers en ondersteunt geslaagde crowdfundprojecten met een financïele bijdrage. Van het Comité van aanbeveling van de SCT maakt de Tilburgse burgemeester Peter Noordanus deel uit.

Wat de reden is dat de STC een verminderd beroep van € 50.000 of mogelijk meer op het budget Incidentele kunstprojecten doet maakt het collegebesluit niet duidelijk. In de uitleg bij het besluit gaat het college eraan voorbij hoe het bestuur van de SCT al in november 2016 met zekerheid kon weten dat het beroep voor de 13 maanden tot januari 2018 door onder meer culturele ondernemers en geslaagde crowdfundprojecten op de SCT gegarandeerd € 50.000 of meer minder zou zijn. Het college verwijst in haar besluit naar het bestuur van de SCT voor dat verminderde beroep op de SCT dat leidt tot het doorsluizen van  € 79.380 uit het budget Incidentele kunstprojecten naar de BKKC. De gekozen constructie oogt kunstmatig en onzorgvuldig.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBKKC krijgt subsidie uit kunstbudget voor dekking huur’ op Tilburgers.

SP stelt vragen over subsidie aan MOA door college Utrecht. Toezegging aan raad verbiedt dit

sp

In lijn met mijn kritiek op de brief van de Utrechtse wethouder Diepeveen over subsidie aan het MOA komt de SP met dezelfde kritiek. De SP wijst er in een bericht op dat het college zich niet aan haar woord houdt: ‘Het college heeft een paar maanden geleden nog toegezegd dat er geen geld meer naar het museum gaat, en ze gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het pand (deels) open te houden. Maar wat schetst mijn verbazing, ondanks deze toezegging gaat er komend jaar toch 32.500 euro naar MOA’. SP-raadslid Hilde Koelmans concludeert: ‘Geen subsidie is geen subsidie. Maakt niet uit welk label je het geeft of uit welk potje je het haalt.

Eerder antwoordde ik in reactie op de mededeling van SP-fractievoorzitter in de Utrechtse raad Tim Schipper dat zijn partij in de commissie Mens en Samenleving agendering voorbereidt over deze kwestie: ‘De brief van de wethouder roept in mijn ogen meer onduidelijkheid op dan het iets verklaart. Zoals de vraag waarom er geen concrete voorwaarden aan de huidige exploitant zijn gesteld. Er is nu geen besluit genomen, maar een noodverband aangebracht en een besluit doorgeschoven. Zo heeft het college weinig in handen om initiatief te nemen en kan de raad niet spijkerhard een besluit afdwingen bij de bespreking van de Voorjaarsnota. Het blijkt afhankelijk van de opstelling van het MOA. De voorwaarden die de wethouder naar buiten brengt zijn boterzacht en geven de raad weinig aangrijpingspunten om principiële besluiten te nemen. Het pragmatisme van de wethouder spant het paard achter de wagen.

Het idee dat nu over deze kwestie ontstaat is dat de wethouder en CZ achter de feiten lopen en hebben nagelaten deze zaak eind 2015 of in 2016 voor te bereiden en te anticiperen op wat nu gebeurt. De zwakke financiële positie van het MOA is college en raad immers al vanaf 2011 bekend. Het is in raadsdebatten talloze malen geconstateerd. Omdat wat nu gebeurt de notie van dwang en zelfs chantage in zich draagt -op een absurde manier gekoppeld aan de huuropbrengsten- ondermijnt de wethouder met zijn brief de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de politiek. En beschadigt hij het cultuurbeleid en het draagvlak ervan bij de Utrechtse bevolking.’

Er is zes jaar verloren. Hoewel het de verdienste is van Utrecht dat de casco-restaurautie succesvol verlopen is heeft het bij het zoeken van een exploitant duister en niet inzichtelijk geopereerd. Nooit heeft het Utrechtse college voor landhuis Oud Amelisweerd een openbare aanbesteding, pitch of serieuze consultatie gehouden. En de keuze die het uiteindelijk deed -of die het zich liet aanpraten- was (kunst)historisch onbegrijpelijk. Daarbij maakte het zich afhankelijk van een zwakke exploitant over wie al in 2011 in de openbaarheid werd gezegd dat die een slechte financiële positie had die exploitatie van het landhuis niet rechtvaardigde.

Het is de hoogste tijd dat het college op zoek gaat naar een nieuwe museale exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Zolang het dat nalaat heeft de huidige exploitant een machtspositie en kan het eisen stellen. En blijft het college achter de feiten aanlopen en laat het zich met het oog op de derving van huuropbrengsten chanteren. De brief van wethouder Diepeveen sluit een nieuw noodverband eind 2017 niet uit. Daarmee laat hij na het initiatief in dit dossier naar zich toe te trekken. Het college moet nu krachtdadig handelen en uit de eigen schaduw treden. Het kan in een oriënterende fase in contact treden met betrokkenen zoals de Museumvereniging of de Universiteit Utrecht. Vooral moet het voorkomen niet de fout van 2010-2011 te herhalen en menen dat een oplossing achter de schermen bedisseld kan worden. Dit dossier schreeuwt  er al zes jaar om in de openbaarheid behandeld te worden. Het college moet niet handelen in strijd met zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van bericht COLLEGE HOUDT ZICH NIET AAN EIGEN AFSPRAAK: TOCH WEER GELD NAAR MOA’ van de SP Utrecht, 27 december 2016.

Petitie: Sluiting van Museum De Bevelanden in Goes desastreus

goes

In een petitie roepen de Vrienden, medewerkers en vrijwilligers de gemeenteraad van Goes op om Museum De Bevelanden te blijven steunen. Het is het enige museum in deze gemeente van 37.000 inwoners dat de geschiedenis van stad en streek toont, maar in wisseltentoonstellingen ook hedendaagse kunst laat zien. Het college van CDA, VVD en SGP/CU heeft het voornemen de subsidie te verminderen tot 110.000 euro in 2019.

Dit bezuiningsvoorstel wordt op 10 november besproken. Als het aangenomen wordt houdt dat sluiting in, de doodsteek zoals wordt gezegd. Dat zou volgens de initiatiefnemers ‘desastreus zijn voor het historisch erfgoed en het culturele aanbod van Goes in het algemeen en voor het museum in het bijzonder.’

De gebruikersonvriendelijke website van de gemeente Goes met een onvolledige en niet geactualiseerd raadsinformatiesysteem maakt het lastig om de onderliggende stukken in te zien. Dit vraagt om de petitie ‘Gemeente Goes geef openheid van zaken en ontsluit de raadsinformatie’. Dit wijst op een gesloten bestuurscultuur waar het voornemen om het museum te sluiten waarschijnlijk ook een voorbeeld van is.

Foto: Schermafbeelding van petitieHet historisch museum in Goes mag niet sluiten’.

Verbouwing Museum De Lakenhal valt 3,2 miljoen duurder uit. Maar fouten zijn er volgens wethouder Strijk niet gemaakt

Museumbeleid is vastgoedbeleid. Museum De Lakenhal in Leiden krijgt naar verwachting 3,2 miljoen extra op de 16 miljoen die nodig is voor verbouwing en renovatie, aldus een bericht van Omroep West. Er lijkt in de raad een meerderheid voor te zijn, maar de stemming in de raad op 11 oktober zal dat pas duidelijk maken.

In een voorstel zegt het College over de aanbesteding: ‘Helaas heeft deze aanbesteding niet tot het gewenste resultaat geleid. Alle aanbiedingen bleken aanzienlijk hoger te zijn dan het beschikbare budget. Daarom is de aanbesteding ingetrokken en een nieuwe procedure gestart. Samen met het ontwerpteam en het museum is gekeken naar mogelijke besparingen en optimalisaties. Daaruit blijkt dat we het volledige verschil niet kunnen overbruggen zonder ingrijpende aanpassingen van de plannen. Deze aanpassingen hebben echter grote gevolgen, zowel voor de planning en de plankosten van het project, als voor de exploitatie van het museum.’

Vraag blijft waarom alle aanbestedingen ‘aanzienlijk hoger’ waren dan het beschikbare budget. Wethouder Robert Strijk (D66) geeft er niet echt antwoord op. Hij praat eromheen. Ondanks zijn uitspraak dat ‘we zeer uitgebreid hebben onderzocht wat moet er gebeuren in het museum, dat we een bestek hebben gemaakt waar heel precies in staat wat er allemaal moet gebeuren, dat er een aannemer is die zegt ‘ik ga het daar voor bouwen   (..) maar we hebben het toch wel erg goed nu allemaal berekend’. De waarheid is anders. Wat duidelijk wordt uit dit dossier is dat het Leidse College de verbouwing en renovatie van Museum De Lakenhal juist niet goed heeft ingeschat. Ondanks alle superlatieven die wethouder Strijk het College toedicht. Het zou verstandiger zijn om gewoon toe te geven dat het College in dit geval een inschattingsfout heeft gemaakt.

Zij waren tegen. Eindelijk groen licht voor Collectiegebouw Boijmans door uitspraak Raad van State

tegen

In een uitspraak heeft de Raad van State de meeste bezwaren tegen het Collectiegebouw van Museum Boijmans van Beuningen in het Museumpark te Rotterdam ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan schiet volgens de Raad op enkele punten tekort, maar blijft grotendeels in stand. Dit houdt in dat het museum kan gaan bouwen. Ruggengraat van de tegenstand was het Erasmus MC dat grenst aan het Museumpark en vreesde ‘voor het welzijn van de patiënten van de kinderpsychiatrische kliniek die tegenover het geplande collectiegebouw ligt’. Twee andere organisaties, te weten Erfgoedvereniging Bond Heemschut en Vrienden van het Park Stichting, en een omwonende hadden cultuurhistorische bezwaren.

In een commentaar schreef ik eerder: ‘De belangen en bezwaren van de aanklagers zijn niet identiek. Zo lijkt het Erasmus MC dat in Rotterdam functioneert als een staat in de staat vooral machtspolitiek te bedrijven. Het bestuur heeft geen last van bescheidenheid, (..). Het is opmerkelijk dat het Erasmus MC zich in het openbaar op deze wijze tegen de gemeente Rotterdam blijft verzetten. Waarom gemeente, museum en medisch centrum niet gewoon rond de tafel kunnen gaan zitten om de zaak uit te praten is het grote raadsel. De bezwaren van de Erfgoedstichting en de stichting Vrienden van het Park zijn van een andere orde. Ze sluiten direct aan bij hun doelstellingen. De omwonende vreest voor aantasting van zijn woongenot.

Opvallend is dat de tegenstanders nauwelijks de achtergrond van HAL Investments en de familie Van der Vorm in hun kritiek betrokken. De financiering is deels geprivatiseerd. Geldschieter Stichting De Verre Bergen is gelieerd aan HAL Investments, een investeringsmaatschappij van de Rotterdamse familie Van der Vorm. Dat tekent het opportunisme bij voor- en tegenstanders. Het debat had fundamenteler kunnen zijn door dit erin te betrekken. Vermenging van publiek en privaat geld is blijkbaar onmisbaar om grote projecten te realiseren.

Het is goed dat het Collectiegebouw er komt. Want in de museumsector die snel internationaliseert is stilstand achteruitgang. Een groot museum met een grote collectie en grote ambities als Boijmans van Beuningen moet in beweging blijven om relevant te zijn. Nederlanders zijn dol op hun musea zoals stijgende bezoekcijfers uitwijzen. Dat botst op pleidooien voor kleinschaligheid. Daarnaast moest Boijmans vrezen dat bij stortbuien de depots onderliepen, zoals nog in juni 2016 gebeurde, zoals RTV Rijnmond in een bericht optekent.

Foto: StillWij zijn tegen’ uit ‘Aller-aller-allerlaatste aflevering Boijmans TV: het Collectiegebouw’.

Raad van State behandelt bodemprocedure tegen Collectiegebouw

Vandaag 31 mei 2016 diende bij de Raad van State de bodemprocedure tegen het bestemmingsplan van het Collectiegebouw aan de noordzijde van het Rotterdamse museumpark. Een initiatief van de gemeente Rotterdam, stichting de Verre Bergen en Museum Boijmans van Beuningen. Het werd door vier partijen aangespannen, te weten het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam, de Stichting Vrienden van Het Park, de Erfgoedvereniging Bond Heemschut en een omwonende. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt over zes weken. De procedure zorgt voor vertraging.

De belangen en bezwaren van de aanklagers zijn niet identiek. Zo lijkt het Erasmus MC dat in Rotterdam functioneert als een staat in de staat vooral machtspolitiek te bedrijven. Het bestuur heeft geen last van bescheidenheid, zoals het profiel van voorzitter Ernst Kuipers leert. Het is opmerkelijk dat het Erasmus MC zich in het openbaar op deze wijze tegen de gemeente Rotterdam blijft verzetten. Waarom gemeente, museum en medisch centrum niet gewoon rond de tafel kunnen gaan zitten om de zaak uit te praten is het grote raadsel. De bezwaren van de Erfgoedstichting en de stichting Vrienden van het Park zijn van een andere orde. Ze sluiten direct aan bij hun doelstellingen. De omwonende vreest voor aantasting van zijn woongenot.

Voor het museum en de gemeente is deze procedure een onwelkome kink in de kabel van de planning. Want hoewel dit soort procedures in Nederland lang kunnen lopen maakte Museum Boijmans al in juli 2007 bekend dat het een Collectiegebouw wilde realiseren. Waarna rechtszaken elkaar opvolgden. Over de locatie, het bouwplan en aanbestedingsregels. Sommige kritiek lijkt ingegeven door de emotie zoals deze video uit 2014 met toenmalig directeur Jelle Reumer van het Natuurhistorisch Museum verduidelijkt. Hoe nu verder? Wachten.

Raad Oude IJsselstreek wil burgemeester Alberse (PvdA) kwijt

Het rommelt in de politiek van de Gelderse gemeente Oude IJsselstreekMaar een oplossing is in zicht. De volledige raad steunde op 26 maart in een motie het plan van Annelies Verstand (D66) om met een schone lei te beginnen. Het college van B&W dient dan af te treden vanwege de verziekte bestuurscultuur om zo bij te dragen ‘aan een duurzame oplossing‘. De wethouders Jan Finkenflügel, Peter van de Wardt en Bert Kuster zijn daartoe bereid, maar burgemeester Hans Alberse (PvdA) niet. Hij is al sinds 2006 burgemeester van Oude IJsselstreek en is niet van plan om uit eigen beweging op te stappen. Hij wil zelf onderdeel zijn van een frisse start en blijven zitten. Ook de PvdA ondersteunde de motie. Alberses positie lijkt onhoudbaar. Wordt vervolgd.