George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Tim Schipper

Terugblik op mislukken Museum Oud-Amelisweerd. Wat kunnen de openbare besturen van Utrecht en Amersfoort nog leren?

with one comment

Onderstaande reactie schreef ik op 22 januari 2011 bij de plaatsing van het ‘De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek.’ Denk ik er meer dan acht jaar later anders over nu de exploitant Stichting MOA in 2018 failliet is gegaan en het bestuur van de gemeente Utrecht een onderzoek heeft toegezegd naar de verhuizing van het antieke Chinese behang? Voor erfgoed- en museumdeskundigen een gruwel, zelfs een no-go area, maar blijkbaar voor delen van de Utrechtse politiek een begaanbare weg om met opoffering van cultureel erfgoed uit het bestuurlijke doolhof te ontsnappen. Omdat deskundigen hierover de wethouder vermoedelijk niet positief zullen adviseren valt overigens niet te verwachten dat het plan meer dan een proefballon wordt. Nee, ik denk er acht jaar later nog hetzelfde over. De oorzaak van de mislukking is terug te voeren tot de tunnelvisie, kortom een te smal perspectief. Inmiddels zouden Utrechtse raadsleden kunnen weten dat ze er een kwestie bij hebben. Als hun voorgangers in 2011 niet hadden zitten slapen en de waarschuwingen hadden opgepikt dan was dat niet het geval geweest. Maar acht jaar is een eeuwigheid in de politiek. Jammer is wel dat de politiek van Utrecht en Amersfoort hiervan niet wil leren. In Amersfoort wordt een voorstel van Amersfoort2014 voor een onderzoek afgewezen. In Utrecht lijkt zelfs dat besef niet door te dringen dat deze kwestie wel eens een onderzoek waard zou kunnen zijn. Dit gaat uiteindelijk niet over een rijksmonument in Bunnik, maar om de haperende kwaliteit van het openbaar bestuur. En dat is pas echt zorgelijk voor wie in Amersfoort of Utrecht woont.

Foto: Reactie aan Helena bij artikel ‘Onderzoek Armando Museum roept vragen op’. Andere commentaren op dit blog over Museum Oud-Amelisweerd kunnen opgeroepen worden door rechts bovenin de marge ‘Zoek op dit blog’ zoektermen als ‘Armando’, ‘Amelisweerd’ of ‘Amersfoort’ in te tikken. 

Advertenties

In Amersfoortse raad klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het MOA. In de Utrechtse raad blijft het opvallend stil

with 4 comments

Het was vanaf eind 2010 uit openbare bronnen duidelijk dat het Armando Museum (later omgedoopt tot Museum Oud Amelisweerd; MOA) geen succes kon worden. De voorwaarden voor succes ontbraken aantoonbaar. Iedereen met ogen in de kop kon dat in het volle daglicht zien. Er waren ontelbare mensen die sinds die tijd gewaarschuwd hebben voor de gebrekkige levensvatbaarheid van het omgekatte Armando Museum in de bossen van Bunnik (Rini Dippel/ex SM, Paul van Vlijmen/ex-Spoorwegmuseum, Eymert-Jan Goossens/Huis Doorn, Jesper Rijpma/VVD UT, Xander van Asperen/D66 UT, SP, Nieuw-Rechts UT, SP UT, Burgerpartij A’foort, Ben Stoelinga/A2014 A’f, Ramón Smits Alvarez/PvdA A’f, Raphaël Smit/Vliet A’f, Simone Kennedy/CU A’f, Hiske Land/GL A’f, Ben van Koningsveld/CDA A’f), maar ze werden niet gehoord en hun argumenten werden weggepoetst. Daarnaast waren er nog mensen uit de museumsector die achter de schermen hun ongenoegen uitten, maar dit vanwege hun functie of positie niet in het openbaar konden zeggen. Het opknappen van het vastgoed sinds begin jaren ’90 onder leiding van Centraal Museum en gemeentelijke diensten van de gemeente Utrecht is overigens geen weggegooid geld en moet niet verward worden met de ongelukkige en mislukte doorstart van het Amersfoortse Armando Bureau in Bunnik.

Een diepgaand onderzoek is nodig. Raadslid Ben Stoelinga van de Amersfoortse partij A2014 vindt dat de onderste steen boven moet komen over de gang van zaken van het MOA. Stoelinga is vooral geïnteresseerd in de financiële afwikkeling. Hij schetst twee scenario’s die in de raadsvergadering van 5 februari 2019 besproken worden: een onderzoek door externe onderzoekers of een raadsenquête. De laatste optie lijkt vanwege de transparantie en de mogelijkheid om betrokkenen, zoals ambtenaren en bestuurders onder ede te horen zijn voorkeur te genieten, zoals uit een notitie blijkt. Vanwege de werkdruk kunnen delen van de raadsenquête uitbesteed worden aan externe onderzoekers, zodat een combinatie van beide soorten onderzoeken wellicht het meest werkbaar is omdat het openheid en diepgang combineert met volledigheid.

Complicatie is de veelheid aan betrokken gemeenten (Utrecht, Amersfoort, Bunnik), de snelle wisseling van cultuurwethouders en de gefragmenteerde besluitvorming waardoor niemand zich blijkbaar verantwoordelijk voelt. Het is opvallend dat met Ben Stoelinga, maar ook met de langzittende raadsleden Hans van Wegen (BPA), Ben van Koningsveld (CDA) en Simone Kennedy-Doornbos (CU) het historisch geheugen in de Amersfoortse raad nog aanwezig is omdat deze raadsleden de beslissende debatten zelf hebben gevoerd en door hun dossierkennis weten waarover ze praten. In de Utrechtse gemeenteraad ontbreekt dat geheugen en die kennis op één uitzondering na, te weten SP’er Tim Schipper. In de Utrechtse raad is de omloopsnelheid zo groot dat bij de belangrijkste partijen in dit dossier, te weten D66 en VVD de woordvoerders elkaar in snel tempo hebben opgevolgd (D66: Xander van Asperen, Aline Knip, Ellen Bijsterbosch; VVD, Jesper Rijpma, André van Schie, Marijn de Pagter). Voor leden van de Utrechtse raad is de geschiedenis, besluitvorming en financiële complicatie van het MOA een ver-van-hun-bed-show waar ze geen persoonlijke betrokkenheid bij hebben. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Daarom is het verklaarbaar dat de kritiek op het MOA uit de Amersfoortse en niet uit de Utrechtse raad klinkt. Terwijl laatstgenoemde er een groter belang bij en verantwoordelijkheid voor heeft omdat landhuis Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht is.

De inzet van Ben Stoelinga is prima en vanuit zijn verantwoordelijkheid voorbeeldig te noemen, maar loopt ook tegen grenzen aan. Het kent nu eenmaal een Amersfoorts perspectief. En dat kan per definitie niet het hele perspectief zijn. Het is zoals gezegd verklaarbaar, maar ongelukkig dat de Utrechtse raad geen initiatief neemt voor een onderzoek van een project waarover jaren van tevoren met argumenten werd aangetoond dat het zou mislukken. Daarnaast is er ook de provincie Utrecht waar de statenleden Elly Broere, PVV en Truke Noordenbos, SP kritische vragen stelden, maar zij waren de uitzondering. Zijn het in de Utrechtse raad alleen het historisch geheugen en het gebrek aan kennis en affiniteit die ontbreken of is er meer aan de hand? De omstandigheid dat sinds 2010 alle grotere partijen bestuursverantwoordelijkheid hebben gedragen en boter op hun hoofd hebben in dit dossier MOA kan het zwijgen in de Utrechtse raad verklaren. Zodat geen van de grotere partijen happig is op een onderzoek dat met terugwerkende kracht de eigen bestuurders zou kunnen beschadigen. En de leden van de kleinere partijen (PvdD, DENK, S&S, PVV, Stadsbelang) leggen of andere prioriteiten of beseffen niet eens hoe slecht dit project vanuit het gemeentebestuur is uitgedacht en begeleid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnderste steen boven rond faillissement MOA’ van Artwin Kreekel in het AD, 5 februari 2019.

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 3 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.

SP stelt vragen over subsidie aan MOA door college Utrecht. Toezegging aan raad verbiedt dit

leave a comment »

sp

In lijn met mijn kritiek op de brief van de Utrechtse wethouder Diepeveen over subsidie aan het MOA komt de SP met dezelfde kritiek. De SP wijst er in een bericht op dat het college zich niet aan haar woord houdt: ‘Het college heeft een paar maanden geleden nog toegezegd dat er geen geld meer naar het museum gaat, en ze gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het pand (deels) open te houden. Maar wat schetst mijn verbazing, ondanks deze toezegging gaat er komend jaar toch 32.500 euro naar MOA’. SP-raadslid Hilde Koelmans concludeert: ‘Geen subsidie is geen subsidie. Maakt niet uit welk label je het geeft of uit welk potje je het haalt.

Eerder antwoordde ik in reactie op de mededeling van SP-fractievoorzitter in de Utrechtse raad Tim Schipper dat zijn partij in de commissie Mens en Samenleving agendering voorbereidt over deze kwestie: ‘De brief van de wethouder roept in mijn ogen meer onduidelijkheid op dan het iets verklaart. Zoals de vraag waarom er geen concrete voorwaarden aan de huidige exploitant zijn gesteld. Er is nu geen besluit genomen, maar een noodverband aangebracht en een besluit doorgeschoven. Zo heeft het college weinig in handen om initiatief te nemen en kan de raad niet spijkerhard een besluit afdwingen bij de bespreking van de Voorjaarsnota. Het blijkt afhankelijk van de opstelling van het MOA. De voorwaarden die de wethouder naar buiten brengt zijn boterzacht en geven de raad weinig aangrijpingspunten om principiële besluiten te nemen. Het pragmatisme van de wethouder spant het paard achter de wagen.

Het idee dat nu over deze kwestie ontstaat is dat de wethouder en CZ achter de feiten lopen en hebben nagelaten deze zaak eind 2015 of in 2016 voor te bereiden en te anticiperen op wat nu gebeurt. De zwakke financiële positie van het MOA is college en raad immers al vanaf 2011 bekend. Het is in raadsdebatten talloze malen geconstateerd. Omdat wat nu gebeurt de notie van dwang en zelfs chantage in zich draagt -op een absurde manier gekoppeld aan de huuropbrengsten- ondermijnt de wethouder met zijn brief de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de politiek. En beschadigt hij het cultuurbeleid en het draagvlak ervan bij de Utrechtse bevolking.’

Er is zes jaar verloren. Hoewel het de verdienste is van Utrecht dat de casco-restaurautie succesvol verlopen is heeft het bij het zoeken van een exploitant duister en niet inzichtelijk geopereerd. Nooit heeft het Utrechtse college voor landhuis Oud Amelisweerd een openbare aanbesteding, pitch of serieuze consultatie gehouden. En de keuze die het uiteindelijk deed -of die het zich liet aanpraten- was (kunst)historisch onbegrijpelijk. Daarbij maakte het zich afhankelijk van een zwakke exploitant over wie al in 2011 in de openbaarheid werd gezegd dat die een slechte financiële positie had die exploitatie van het landhuis niet rechtvaardigde.

Het is de hoogste tijd dat het college op zoek gaat naar een nieuwe museale exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Zolang het dat nalaat heeft de huidige exploitant een machtspositie en kan het eisen stellen. En blijft het college achter de feiten aanlopen en laat het zich met het oog op de derving van huuropbrengsten chanteren. De brief van wethouder Diepeveen sluit een nieuw noodverband eind 2017 niet uit. Daarmee laat hij na het initiatief in dit dossier naar zich toe te trekken. Het college moet nu krachtdadig handelen en uit de eigen schaduw treden. Het kan in een oriënterende fase in contact treden met betrokkenen zoals de Museumvereniging of de Universiteit Utrecht. Vooral moet het voorkomen niet de fout van 2010-2011 te herhalen en menen dat een oplossing achter de schermen bedisseld kan worden. Dit dossier schreeuwt  er al zes jaar om in de openbaarheid behandeld te worden. Het college moet niet handelen in strijd met zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van bericht COLLEGE HOUDT ZICH NIET AAN EIGEN AFSPRAAK: TOCH WEER GELD NAAR MOA’ van de SP Utrecht, 27 december 2016.

Knelpunten van Museum Oud-Amelisweerd met Armando Collectie

with 2 comments

Het college van Utrecht voegt aan de beschikbaarstelling van een krediet voor landhuis Oud-Amelisweerd en het Koetshuis de voorwaarde toe dat Stichting Museum Oud-Amelisweerd beoogd exploitant is. Het motiveert dit door de claim dat de exploitant bijdraagt aan de kosten. Deze vallen echter weg tegen de meerkosten. Ze ontstaan namelijk door publieksopenstelling en een opgevoerd bedrijfsmodel van een museum met 40.000 bezoekers en de aanpassing van het Koetshuis. Het openstaande cascoherstel van het Koetshuis begroot de gemeente op 948.014 euro, en dat van het landhuis op 541.116 euro. Omdat het Koetshuis losstaat van de restauratie van landhuis Oud-Amelisweerd, voegt de beoogde exploitant Stichting Museum Oud-Amelisweerd niets toe aan inkomsten die geen extra kosten zijn. Wat zijn de knelpunten van de beoogde exploitant?

1. Zowel in de Utrechtse raad als in de publiciteit bestaat verwarring over naam en doelstelling van beoogd Museum Oud-Amelisweerd. Dit komt mede door de Amersfoortse bruidsschat van 1 miljoen euro voor het Armando Museum Bureau dat veel publiciteit kreeg. In de marketing zorgt dit voor een verwarrend beeld.

2. Voor een museum dat het moet hebben van marketing is een jaarlijks budget (vanaf 2014) voor Marketing en Communicatie van 27.500 euro, ofwel 5% aan de lage kant. Free publicity is onvoldoende omdat er drie producten (Armando, Chinees behang, landgoed/historie) ‘verkocht’ moeten worden. Dat vergt eigen actie.

3. Beheer van Oud-Amelisweerd kost menskracht. Dit omvat taken van onderhoud, administratie en beveiliging die nu door de gemeente worden betaald. Dit vraagt om aanstelling van een huismeester, naast of in combinatie met rondleiders, een tentoonstellingsbouwer, een projectmedewerker, een administrateur en een directeur. Beheer lijkt onvoldoende begroot in de 233.000 euro personeelskosten (2014). Tim Schipper (SP) wees in de Commissie M&S al op de naar zijn mening te lage inschatting van de schoonmaakkosten.

4. De directie is afkomstig van het Armando Museum in Amersfoort en niet geselecteerd voor Museum Oud-Amelisweerd dat anders van aard en karakter is. Er was geen procedure met keuze uit meerdere kandidaten.

5. De jaarlijkse kosten voor de Armando Collectie van 50.000 euro in het depot Pot vormen 10% van de lasten. In de overeenkomst rond de bruidsschat zijn deze lasten door de gemeente Amersfoort overgedragen aan de Stichting MOA. Bij ongewijzigde omstandigheden lopen deze kosten in 10 jaar op tot 500.000 euro. Da’s de helft van de bruidsschat die tevens moet dienen om een basis onder de exploitatie te leggen. Na Armando’s overlijden wordt een aantal stukken aan de Collectie toegevoegd zodat de depotkosten mogelijk stijgen.

6. De entreeprijs van 9 of 12,50 euro (rondleiding bel-etage) zal bezoekers afschrikken en voor goedkopere bestemmingen doen kiezen. Los van de elasticiteit zorgt een korting met eenderde van de prijs voor 50.000 euro minder inkomsten (2014). De onderbouwing taxeert dat 3 tot 4% van de bezoekers aan de landgoederen het museum bezoekt. Dit is een slag in de lucht. Daarbij bouwt het voort op kwantitatieve gegevens van de recreatie die ook al ruwe schattingen zijn die niet zozeer door tellingen maar extrapolaties ontstonden.

7. Inkomsten van de entreegelden zijn gemaximaliseerd omdat er vanwege het cultureel erfgoed voorwaarden zijn gesteld aan het maximale aantal bezoekers dat tegelijk naar binnen mag. Ofwel, een tegenvallende dag met weinig bezoek of een vorstdag kan niet gecompenseerd worden door een topdag met extra veel bezoek. Of bijvoorbeeld een museumweekend of -nacht die bij andere musea duizenden bezoekers per dag trekt.

8. Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf met ongeveer 40 vorstdagen per jaar die een onaangenaam lage temperatuur voor bezoekers opleveren. De keuze voor ‘conservation heating‘ beperkt het bijverwarmen. Stichting MOA kiest om economische redenen voor openstelling van het museum gedurende het hele jaar.

9. De meeste fondsen die Amersfoort-in-C geworven heeft voor het toenmalige Armando Museum in Amersfoort zijn meerdere jaren terug toegezegd. Sommige zelfs nog voor de herbouw in de Elleboogkerk. In de Commissie M&S wees Jesper Rijpma (VVD) erop dat het hoofdsponsor BMC tegenzit en het aannemelijk is dat deze de sponsoring stopt. Door de crisis zijn vooruitzichten voor cultuursponsoring sowieso versomberd.

10. De restauratie en aanpassing van het Koetshuis moet zorgvuldig gebeuren omdat het ook een gebouw met culturele waarde betreft. Dit kan tot vertraging in de openstelling van Museum Oud-Amelisweerd leiden.

11. Uit onderzoeken blijkt dat de luchtvochtigheid van Oud-Amelisweerd een grotere variatie heeft dan de standaardnorm voor musea toestaat. Dit houdt in dat kwetsbare objecten door de keuze voor ‘conservation heating‘-klimaatbeheersing niet tentoongesteld kunnen worden. Zoals de oudere schilderijen van Armando uit de jaren ’60. Waarmee de exclusiviteit van het Museum Oud-Amelisweerd afneemt als topstukken niet getoond kunnen worden. Elk museum dat om bruiklenen gevraagd wordt zal een degelijk klimaatplan eisen.

Foto: Armando – Zwarte wand met autobanden op de Nultentoonstelling in het Stedelijk Museum, Amsterdam, 9-25 maart 1962. Credits: Oscar van Alphen