George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘horeca

Amsterdam: langetermijnvisie van politieke partijen op politiek gevraagd

leave a comment »

Het Amsterdamse PvdA-raadslid Dennis Boutkan wil een langetermijnvisie van het college op de groei van het toerisme. Hij heeft een motie ingediend waarop hij een toelichting geeft op de site van PvdA Amsterdam. ‘Een langetermijnvisie waarbij we keuzes gaan maken is volgens Dennis Boutkan noodzakelijk om tot oplossingen te komen’, zo zegt hij wijsneuzig. Het is verbijsterend dat deze motie ingediend wordt. Boutkan gooit met veel lawaai een open deur open en doet alsof hij voor de troepen uitloopt. Op de vorige collegeperiode (2014-2018) na was de PvdA sinds 1949 vertegenwoordigd in het college. Tot 2014 zelfs als grootste partij. Waarom heeft de PvdA sinds 1949 gedurende 65 jaar nagelaten om te komen met een langetermijnvisie over het toerisme? Want dat is onbetwistbaar hard nodig. Het geldt overigens ook voor andere grotere steden zoals Utrecht die langzamerhand aan toerisme, ongebreidelde groei van kamerverhuur en horeca, en vervoer- en parkeerproblemen (auto’s én fietsen) ten onder gaan zonder dat het gemeentebestuur voldoende optreedt.

Het lijkt er sterk op dat de politieke partijen in de grote steden de verkeerde prioriteiten stellen. Na 70 jaar bijna onafgebroken in het stadsbestuur van Amsterdam te hebben gezeten vraagt een vertegenwoordiger van de PvdA het college om een langetermijnvisie over de groei van het toerisme. Geeft deze te late bekering niet iets totaal anders aan, namelijk dat er een langetermijnvisie van de politieke partijen op de politiek nodig is?

Foto: Schermafbeelding van berichtPvdA Amsterdam wil langetermijnvisie van college op groei toerisme’ van PvdA Amsterdam, 18 oktober 2018.

Advertenties

RTV Drenthe constateert dat gemeente Midden-Drenthe geen zuipketenbeleid heeft

leave a comment »

RTV Drenthe legt de vinger op de zere wonde en constateert een groot onrecht. Gekker moet het niet worden. De gemeente Midden-Drenthe heeft geen ketenbeleid. Dus er kan niet gehandhaafd worden en de controle van de gemeente is minimaal. Hoe dat zo heeft kunnen gebeuren wordt in de reportage uitgelegd. Door de jeugdwerker, de burgemeester en Jeroen Hepping. ‘En als er iets extra’s kan gebeuren, dan gaan we kijken of dat voor Midden-Drenthe ook zou kunnen passen’, zegt burgemeester Mieke Damsma. Wat dat betekent is volstrekt onduidelijk, maar in een reportage die nergens over gaat is zo’n citaat volkomen op zijn plaats.

Theaterstuk Dries Verhoeven op Utrechts plein roept vraag op van wie de openbare ruimte is. Van private partijen of de samenleving?

leave a comment »

Theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven was tot gisteren te zien op het Neude, een plein in het centrum van Utrecht. In het kader van SPRING Performing Arts Festival. Bovenstaand artikel op DUIC (De Utrechtse Internet Courant) citeert critici. Voorzitter Rien van den Hoek van ondernemersvereniging Stadhuiskwartier zegt onder meer het volgende: ‘Wat kunst is, is vooreen iedereen natuurlijk anders, maar om de Neude volledig af te sluiten en om te bouwen met een spaanplaat hekwerk gaat ons wat ver.’ Dat is de traditionele reflex op kunst. Schijnbaar inschikkelijk, maar feitelijk afwijzend. Kunst mag, maar moet het niet te gek maken. Kunstuitingen dienen zich te plooien naar de bovenliggende partij en niet de strijd aangaan met gevestigde belangen. Aldus de horecaondernemers aan het plein. Verhoevens reactie is duidelijk: ‘Ik heb verder geen mening over het reilen en zeilen van een horecaondernemer. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die vaker kunst op de Neude zouden willen zien dan alleen terrassen’. Mijn reactie bij dit artikel:

Als het aan de ondernemers ligt wordt de hele openbare ruimte in het centrum van Utrecht geprivatiseerd en omgebouwd tot terras voor de horeca. Geflankeerd door trottoirs vol schots en scheef staande fietsen waar het gemeentebestuur van Utrecht nauwelijks meer handhaaft. Deze glijdende schaal van relatieve verslonzing zegt dat als de gemeente eenmaal de controle verliest, de sterkst georganiseerde partijen daar misbruik van maken. En de openbare ruimte straffeloos innemen. Ten koste van de inwoners van Utrecht.

Hoe anders is het in volwassen steden waar pleinen ook gewoon pleinen mogen zijn en deel uitmaken van de openbare ruimte. Pleinen die dus niet geprivatiseerd zijn en ingenomen door de horeca. Door zijn ligging en vorm is het Neude een bestemming die uitermate geschikt is voor openbare manifestaties en aan kan sluiten als locatie voor de festivals in Utrecht.

Kortom, de horeca-ondernemers redeneren dat hun glas halfleeg is, maar ze zouden beter de zegenen van een halfvol glas kunnen tellen. Als de Utrechtse raad verstandig is en de bestemming van de openbare ruimte in het centrum eens serieus neemt, dan pakt het door en bestemt het het Neude en de andere pleinen in het centrum als openbare ruimte die per definitie niet geprivatiseerd kan worden. Dat moet in een links college toch mogelijk zijn?

Overigens: De stad Utrecht mag blij zijn dat zo’n goede en ambitieuze theatermaker als Dries Verhoeven hier zijn thuisbasis heeft. Het is trouwens wachten op zijn volgende project die hem door de protesterende ondernemers in de schoot is geworpen: het Neude als een gigantisch terras waar volop gegeten, gedronken, gepraat, gekoesterd en voor diensten en goederen betaald wordt. Titel: De Afrekening.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOndernemers ontstemd over bouwplaats op de Neude dat kunstwerk blijkt te zijn’ op DUIC, 14 mei 2018.

Foto 2: Beeld van theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven, 17 tot en met 26 mei 2018 op het Neude, Utrecht. Te zien vanuit een container met overzicht over het bouw- en/of theaterterrein. Credits: Lydia van Oosten, 18 mei 2018.

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 3 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Zijn Nederlandse binnensteden feestplekken? Nemen stadsbesturen hun verantwoordelijkheid?

with 2 comments

bin

Mijn reactie op een artikel van DUIC over de Utrechtse binnenstad. Moet er genoegen mee genomen worden dat Nederlandse binnensteden feestplekken of is er nog plek voor fundamentele bijsturing? Richting kwaliteit:

Alles is een kwestie van maatvoering. Hoe je er ook tegenaan kijkt, niemand zal ontkennen dat er de laatste 40 jaar ontzettend veel kroegen, restaurants en koffietentjes zijn bijgekomen in Utrecht. Ik herinner me in de jaren ’70 de keuze uit twee Italiaanse restaurants die in de Voorstraat gevestigd waren, Piccola Roma en Paulo daartegenover. Kom daar nu eens om.

Het heeft weinig zin om terug te kijken. Het gaat om nu. Het gaat erom om de stad bewoonbaar, leefbaar en prikkelend te houden. Voor bewoners, toeristen en ondernemers. Groei is goed. Om hetzelfde te blijven moet de stad veranderen. Maar de vraag is in welke mate. Groei die door het stadsbestuur niet beheerst wordt ontaardt in wildgroei.

Genotzucht en het najagen van prikkels hoort er blijkbaar bij. Maar het is ook een kwestie van vraag en aanbod. Als er 25 kloosters in de Utrechtse binnenstad staan spreekt dat andere verlangens aan dan bij een situatie met 25 kroegen. Voorbeelden doen volgen. Het stadsbestuur moet ontwikkelingen volgen en zorgen dat de groei natuurlijk verloopt. Maar het moet ervoor oppassen dat het niet vooruitloopt op ontwikkelingen waarvan het helemaal niet zeker is of ze aan de diepere wens van bewoners en toeristen voldoen.

Het lijkt er nu op dat aangejaagd door marktpartijen het stadsbestuur in een oppervlakkige scan concludeert dat het daadkracht en wereldwijsheid moet tonen door horeca op horeca te stapelen. Bang om achter te blijven. Het is de vraag of wijs beleid juist niet het omgekeerde bewerkstelligt.

Uiteindelijk is de ultieme vraag of Utrecht gaat voor kwantiteit of kwaliteit. Nu lijkt het stadsbestuur sterk in te zetten op kwantiteit. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Laat de raad maar eens op werkbezoek gaan naar die Europese steden die kiezen voor kwaliteit. Zonder gevelreclame, zonder harde muziek die uit panden klinkt en zonder een houding die de bewoners van een binnenstad overlevert aan de commercie.

Zelfs bij de huidige groei van de horeca kan het stadsbestuur meer waarborgen van kwaliteit van leven voor bewoners en toeristen inbouwen. Waarom het stadsbestuur dat niet doet is schaamteloos en zou onderwerp voor debat in de raad moeten zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWijkraad Binnenstad boos: “Het is nu één grote feestplek”’ in DUIC, 3 maart 2017.

Written by George Knight

3 maart 2017 at 16:07

DUIC: Leon Mazairac verzet zich tegen de macht van Tripadvisor en acties in de Horeca

leave a comment »

pod

De Utrechtse restauranthouder Leon Mazairac laat het er niet bij zitten. Hij is negatief over de kortingsacties in de Horeca. DUIC memoreert in een bericht wat Mazairac op Facebook zegt: ‘Als u ons eerdaags niet meer kunt vinden op Iens.nl dan komt dat niet door een daling in kwaliteit, in tegendeel zelfs. (…) Ik ga het wel doen want ik ga logischerwijs niet mee in de wereld van betaald bovenaan een lijstje staan. Iens is veranderd het bedrijf is verkocht aan tripadvisor. Wat de toekomst brengt is wat vaag en moet zich uitwijzen. De accountmanager met soepele babbel komt volgende week nog wel op de koffie maar ik ga hem slecht nieuws brengen. We doen niet meer betaald mee. En ik hoop op termijn de consument ook niet en restaurateurs zijn ondernemer en kunnen natuurlijk ook zelf kiezen gelukkig!

Ik ben het eens met Leon Mazairac. Wat hem overkomt plaats ik in onderstaande reactie in een brede context. Het gaat om zeggenschap en de verhouding tussen kleine en grote ondernemingen die zich brutaal en expansief opstellen. Wie gaat voor slow cooking en slow living heeft daar geen boodschap aan. Zoals Leon.

Het gaat niet om Podium of Iens, maar om het systeem van internetsites die ‘recensies’ plaatsen en advertentieruimte verkopen. Omdat achter zo’n site als Iens/ Tripadvisor een commercieel belang schuilgaat kan men er niet op voorhand van uitgaan dat de recensies objectief zijn. Integendeel, het verdienmodel wijst op het omgekeerde.

Sites worden opgekocht en veranderen van aard en kwaliteit. Of liever gezegd, boeten in aan kwaliteit. Dat is de wetmatigheid. Tot enkele jaren geleden was er een uitstekende toeristische site die ook reis- en muziekgidsen uitgaf, het Britse ‘The Rough Guide’. Op de site waren recensies van bars, restaurants en hotels te lezen die beredeneerd, gedetailleerd en weloverwogen waren. Totdat ‘The Rough Guide’ werd overgenomen door uitgeverij Penguin Random House, het allemaal commerciëler werd en het verdienmodel veranderde. Hetzelfde wat nu lijkt te gebeuren met de overname door Tripadvisor van Iens.

De reactie van Leon Mazairac komt in de week dat restaurants kritiek hebben op kortingsacties waar ze zich verplicht voelen aan mee te doen. Op straffe buiten de aandacht van het publiek te vallen. Zo zitten ze klem tussen hun eigen verdienmodel en de publiciteit. Maar aan die kortingsacties verdienen ze weinig en bovendien dienen ze daartoe ook nog eens een deel van hun zelfstandigheid in te leveren.

De hartekreet van Mazairac valt daarom ook op te vatten als kritiek op de tendens dat restauratiers en kleine zelfstandige ondernemers in de Horeca door grote ondernemingen als Booking, Airbnb, Tripadvisor, Heineken of Albert Heijn onder druk worden gezet. Zijn hartekreet staat symbool voor de strijd tussen de kleine ondernemer en de multinational die alles van bovenaf wil sturen en een deel van de winst van de kleine ondernemer af wil romen voor eigen gewin. Laten we ons daar bewust van zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPodium Onder de Dom weigert betaalde ranglijst Iens.nl’ op DUIC, 17 augustus 2016.