George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museologie

College Utrecht wil MOA subsidie geven. Ondanks toezegging raad dat niet te doen en in de Voorjaarsnota met scenario’s te komen

with 3 comments

In december 2010 verscheen hier het eerste stuk over Museum Oud Amelisweerd (MOA). Toen nog ‘Armando Museum’ genoemd. Dat zette vragen bij de integriteit van een ‘haalbaarheidsonderzoek’ dat veel overhoop gooide, maar de haalbaarheid niet echt toetste. Het was een schijnonderzoek. Het gebrek aan objectiviteit gaf het een ingeweven groen licht. Merkwaardig is dat zes jaar later het openbaar bestuur nog steeds van incident naar incident hobbelt, niet het idee geeft grip op dit dossier te hebben en de besluitvorming laat bepalen door externe partijen. Voor echte democraten is dat triest en onbegrijpelijk tegelijk. Zes jaar later wordt nog steeds niet voldoende de vraag gesteld wat de logica van het MOA is en welke toegevoegde waarde het biedt.

Afgelopen weekend bezocht ik de nu lopende tentoonstelling over Lodewijk Napoleon en schrok van het gebrek aan niveau. Van de kwaliteit en selectie van de bruiklenen, de kunsthistorische onderbouwing en de logica en relevantie van de tentoonstelling. Het was in mijn ogen een Nederlands museum onwaardig en de investeringen niet waard. Of liever gezegd, de investeringen in het vastgoed verdienen een betere exploitant die meer waar voor zijn geld biedt. Opvallend aan het dossier MOA is dat door het openbaar bestuur van de gemeenten Amersfoort en Utrecht de vraag naar de kwaliteit van de wetenschappelijke staf nooit is gesteld. Of afdoende beantwoord. Waar is de openbare procedure voor de directeur te vinden, wie waren de kandidaten, hoe verliep de procedure precies en welke eisen werden er aan de kandidaten gesteld? Het is niet terug te vinden, zoals veel over de besluitvorming van het MAO niet terug te vinden is. Want het is een dossier van de voldongen feiten die zich grotendeels aan de democratische controle onttrok. Met als gevolg dat het beoogde einddoel nooit centraal werd gesteld omdat het over procedures, uitruil van belangen en politieke deals ging.

En het gaat maar door, zoals een interview met de Utrechtse cultuurwethouder Kees Diepeveen (GroenLinks) in het AD verduidelijkt:

moa1

Waar de haast vandaan komt is een raadsel. Het college heeft een eigen dynamiek en hoeft zich niet te voegen in de dynamiek van externen. Diepeveen suggereert dat het college op dinsdag 20 december beslist om een subsidie van 75.000 euro aan het MOA te verlenen, maar dat is in strijd met afspraken zoals onder meer bleek uit antwoorden op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) uit november 2015. Het college heeft de Utrechtse gemeenteraad toegezegd om geen subsidie te verlenen in de exploitatie van het MOA.

moa2

Uit dit antwoord van het college blijkt dat als het MOA de exploitatie niet rond krijgt de gemeente Utrecht een nieuwe bestemming kiest. Dus een andere exploitant zoekt. Dat valt binnen de strekking van motie 188 van november 2016 (zie onder) waarin de Utrechtse raad het college vraagt om ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling van het landhuis Oud Amelisweerd’. Dat beperkt zich dus niet tot financiële steun aan de ‘noodlijdende’ exploitant Stichting MOA. De motie vraagt het college een en ander in de Voorjaarsnota 2017 uit te werken. Wethouder Diepeveen heeft zich te houden aan eerdere toezeggingen aan de raad die hem verbieden om het MOA subsidie te verlenen en de opdracht om in de Voorjaarsnota verschillende scenario’s te overleggen. Hoe deze verplichtingen zich verhouden tot zijn suggestie om het MOA direct of indirect voor 1 januari 2017 een subsidie van 75.000 euro te verlenen is een nieuw raadsel in dit dossier. Het jaarlijkse exploitatietekort van het MOA bevindt zich overigens al sinds de opening in 2014 boven de 200.000 euro. Dus wat de 75.000 euro die nu van Utrecht gevraagd wordt daar structureel aan verandert is de vraag.

moa3

Foto 1: Schermafbeelding van deel interview met wethouder Kees Diepeveen in het AD, 18 december 2016.

Foto 2: Raadsvragen en antwoorden van Aline Knip en André van Schie, 13 november 2015. Gemeente Utrecht.

Foto 3: Schermafbeelding van motie 188, 10 november 2106. Gemeente Utrecht.

Advertenties

Beleving staat centraal bij vaste opstelling in Limburgs Museum

leave a comment »

De vernieuwde presentatie ‘Van neanderthaler tot stedeling’ geeft een uniek overzicht van de Limburgse bodemschatten’ aldus de toelichting van het Limburgs Museum in Venlo. Donder en bliksem moeten de beleving van de bezoeker zo realistisch mogelijk maken. Opzet is om het verleden dichterbij te brengen. Volgens de woordvoerder van het Limburgs Museum passen daarin prima donder en bliksem op zaal.

De grens aan museale beleving is niet absoluut en schuift op onder druk van het Alive Museum, Amsterdam EXPO of The Amsterdam Dungeon. Bezwaren volgen uit de conservering en presentatie van de objecten, de kosten, de waarschijnlijkheid (vraisemblance) van het realisme en het purisme van de museumsector.

Nederlandse musea hebben nog lang niet de grens van de beleving bereikt. Waarom in bovengenoemde presentatie geen waterbassins, niveauverschillen, dieren in kooien, insecten op de geluidsband, acteurs verkleed als neanderthaler, lichtkunstwerken of verspreiding van geuren en rook toegevoegd? Alles voor de beleving. De mogelijkheden zijn onbegrensd. Misschien moet de sector die grens maar eens formuleren.

Faillissement Amsterdam EXPO herinnert musea aan hun essentie

with one comment

expo

Amsterdam EXPO is failliet en zal geen doorstart maken, aldus oprichter Peter Tabernel tegen AT5. Het was een museum zonder museum te zijn dat in het buitenland presentaties inkocht en tentoonstelde. Zo’n vaag profiel is wonderlijk omdat daar geen marketing tegenop kan. Was Amsterdam EXPO de V&D van de museale evenementenbranche die verdwaald in het middensegment vergeefs trok aan een dode formule? Geen omweg waard. Met te weinig prestige, diepgang en authenticiteit van het Rijksmuseum en andere beeldbepalende Nederlandse musea. En met te weinig beleving, spektakel en glamour van een Koreaans Alive Museum dat nieuwe media gebruikt om de bezoekers te overbluffen. Tabernakel weet waar zijn kansen liggen: in Azië.

Het faillissement is ook een waarschuwing aan de Nederlandse kunstmusea over hun profilering. Niet het populisme van museumnachten vol marketing en porno, aanschurken tegen DWDD met pop-up museum of een oppervlakkige programmering is de focus die voor de lange termijn de meeste kansen biedt. Hoewel het tijdelijk soelaas kan bieden en museumdirecteuren nu verblindt en enthousiasmeert. Maar zoals V&D leert is kannibalisme van de eigen formule een doodlopende weg. De toekomst vraagt van Nederlandse musea het omgekeerde: diepgang, ambitie, inzetten op intrinsieke kwaliteit en echtheid die terug naar de kern gaat.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Amsterdam Expo is officieel failliet verklaard. Vanaf 1 maart sluiten de deuren’. Credits: AT5.

Alive Museum uit Korea: het gat in de markt. Kunst als beleving

with 2 comments

Alive Museum en Trick Art Museum zijn activiteiten van Creative TONG Inc. Een Koreaanse keten van ‘musea’ met vestigingen in Zuid-Korea, China, Singapore, Thailand, Vietnam en Turkije. Voor de ondernemer die durft: straks in Amsterdam. Eerder een concurrent voor Amsterdam EXPO, Amsterdam Dungeon of blockbuster tentoonstellingen als 1001 Inventions en Da Vinci dan het Stedelijk Museum of het Rijksmuseum. Adval Brand Group is de buitenlandse dochter van Creative TONG voor Azië. Vraag is of buiten Azië expansie mogelijk is.

Ons idee van wat kunst is en hoe een museum functioneert lijkt nog een te hoge drempel om nu een Alive Museum in Nederland te vestigen. Maar straks is wat we nu nog kitsch vinden wellicht in de mode. Gladheid is de nieuwe Rembrandt. Evenementen verkleed als museum lijken een gat in de markt van de toekomst. Voor de beleving. Nieuwe media maken het mogelijk. Creative TONG zoekt uitbreiding en heeft een ijzeren formule in de aanbieding. Marketing voor Vincent van Gogh in Singapore toont hoe het tot leven komt. Of: doodslaat.

Pop-up museum is geen museum. Marketing van Castello en DWDD

with 5 comments

Er is iets opmerkelijks aan de hand met deze video van het Spaanse mediabedrijf ampliffy voor Castello. De voice-over spreekt van een pop-up (Nederlands: popupmuseum van kaasmerk Castello in New York. Een dochter van het Deense bedrijf Arla. Castello noemt het zelf een pop-up store. Dat dekt de lading beter. Zo’n presentatie die ook Londen en Kopenhagen aandoet heeft alles van een winkel. Het gaat om het vergroten van de bekendheid en het prestige van een merk met als doel een hogere verkoop. Zo werkt commercie.

Er bestaat dus een misverstand over wat een pop-up museum is. Bedacht moet worden dat ‘museum‘ geen beschermde naam is. Denk maar aan een martel- of sexmuseum of Amsterdam EXPO die zich museum noemen zonder aankoop, collectiebeheer, educatie of documentatie. De term pop-up museum probeert die bezwaren te ondervangen door de toevoeging pop-up die tijdelijkheid suggereert. Zo’n museum ‘duikt op‘ en gaat weer weg, en zou er dus niet op afgerekend hoeven worden dat het de kenmerken van een museum mist.

Ook Nederland wil bij de tijd zijn en vermengt media, marketing en museum met elkaar. Op initiatief van het televisieprogramma DWDD kent het een pop-up museum (ook popup genoemdin het Amsterdamse Allard Pierson Museum. Zo wordt het nog ingewikkelder dan het in de hal van het New Yorkse Grand Central Station met Castello was. Met het Allard Pierson leent een echt museum zich ertoe om in de eigen zalen een als ‘museum‘ genoemde tentoonstelling voor een mediaprogramma met medewerking van tien Nederlandse musea in te richten. Om de bekendheid en het prestige van dat mediaprogramma DWDD te helpen vergroten.

Wat bezielt de 11 Nederlandse musea, te weten Drents Museum, Nederlands Fotomuseum, Van Abbemuseum, Stedelijk Museum Amsterdam, Groninger Museum, Centraal Museum Utrecht, Museum Catharijneconvent, Museum de Fundatie, Rijksmuseum/ Bijzondere Collecties UvA, Gemeentemuseum Den Haag en het Allard Pierson Museum om hieraan mee te doen? Is het de angst om achter te blijven bij de concurrent die wel met DWDD in zee gaat? Is het de behoefte om kinky te willen zijn voor een groot publiek? Als dat zo is dan tekent dat het gebrek aan zelfvertrouwen van musea die de weg kwijt zijn en zich vooral door politiek, media en marketing laten sturen. Niet door eigen visie. Oppervlakkigheid en angst regeren in Nederland-Museumland.

Amsterdam EXPO is museum zonder museum te zijn. Wonderlijk?

with 3 comments

Voor 19 euro kan een individuele volwassene tot 2 maart 2015 naar binnen. Dan krijg je ook wat. Namelijk toegang tot ‘De grootste reizende expositie over de ijstijd’ in Amsterdam EXPODat zich afficheert als ‘home to world class exhibitions. Amsterdam EXPO stelt een bezoek voor als ‘een belevenis voor jong en oud’ en ‘een fascinerende reis door prehistorische tijden’. Het belooft de bezoeker zelfs ‘30.000 jaar mee terug in de tijd’ te nemen. Je vraagt je af hoe dat wonder wordt gerealiseerd. Star Trek op de Amsterdamse Zuidas. ‘Beam Me Up, EXPO’. Voor de promotie worden wat acteurs ingehuurd om die illusie aannemelijk te maken.

Deze productie is ontwikkeld in samenwerking bij het Duitse Neanderthaler Museum. Bij deze culturele onderneming kunnen evenementenhallen voor 5000 euro per maand complete producties inkopen zoals onderstaande brochure over ‘Wie Menschen Affen sehen/ Looking at Apes’ toont. Opvallend is dat Amsterdam EXPO zegt dat ‘de locatie behoort tot de Top 15 van best bezochte musea van Nederland’ maar niet terug te vinden is in de ledenlijst van de Museumvereniging. Enfin, ‘museum‘ is een niet beschermde term. Iedereen met een ruimte van 300 m2, financiering, lef, een organisatie en een marketingplan kan een eigen ‘museum‘ beginnen. Over apen, de Titanic, de islam, Leonardo da Vinci, Lego, Pixar of Toetanchamon. Een belevenis!

nean

Foto: Schermafbeelding uit brochure ‘Exhibition for rent – Looking at Apes‘ van het Neanderthaler Museum in het Duitse Mettmann.

Wat betekent Expositie 1001 Inventions voor positie musea?

with 3 comments

Een tentoonstelling als een filmgala. Met sterren, glamour, internationalisering, globale amortisatie, Awards, A-locaties en marketing die de productiekosten overtreft. De tentoonstelling 1001 Inventions van het in het Verenigde Koninkrijk gevestigde 1001 Inventions wordt door vele landen overgenomen. Vanaf 29 augustus in het Post Kantoor Rotterdam. Een ander voorbeeld van een expositie die niet door een museum maar door een evenementenbedrijf wordt geassembleerd is ‘Da Vinci – The Joy of Understanding’. Straks te zien in een ander voormalig postkantoor op de Neude in Utrecht. Een overname door een Nederlandse partner van Grande Exhibitions dat eveneens exposities voor een breed publiek ontwikkelt en wereldwijd in de markt zet.

Makkelijk om er laatdunkend over te doen. Maar deze blockbusters brengen in museumland wel iets teweeg. Het nu stevig onder vuur liggende Rotterdamse Wereldmuseum met directeur Stanley Bremer krijgt een koekje van eigen deeg dat zoveel groter, beter gebakken en smakelijker is. Bremer die notabene de focus op Azië zei te willen leggen en nu tijdelijk In Rotterdam als concurrent een tentoonstelling over de islam krijgt die ook hengelt naar de gunst van een breed publiek. Geen typische bezoekers van kunstmusea, maar vriendenclubs of families die een belevenis ervaren. The Dungeon (‘Must See‘) is het format, kunstobjecten het materiaal.

De vraag is dus wat deze blockbusters met de positie van musea doen. In m’n achterhoofd zeurt de vergelijking met fake patiëntenorganisaties die zich op de goede doelen markt richten. Het zijn lookalikes die in vorm op de originele organisatie lijken, maar ze gaan enkel voor financieel gewin en niet het overwinnen van een ziekte, door bijvoorbeeld fondsen te werven voor onderzoek. Deze namaak organisaties snoepen geld weg van de gevestigde patiëntenorganisaties die strijden tegen kanker, alzheimer, diabetes, hart of Parkinson. Snoepen deze megatentoonstellingen die als een rondreizend circus de wereld overtrekken geld weg bij musea? Het antwoord is waarschijnlijk niet eenduidig te geven. Maar de vraag moeten musea zich stellen.