George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Opdrachtgever

Vraagtekens bij een onderzoek van Blueyard over Museum Oud-Amelisweerd en over de stappen voor een nieuwe bestemming

with 5 comments

In augustus 2018 ging de Stichting Museum Oud-Amelisweerd failliet. Het was exploitant en huurder van landhuis Oud-Amelisweerd dat eigendom is van de gemeente Utrecht en is gelegen in de gemeente Bunnik. Sinds eind 2010 is op dit blog op een kritische wijze regelmatig aandacht besteed aan Museum Oud Amelisweerd (MOA). De kritiek was dat de procedure volgens welke de besluiten werden genomen bestuurlijk onzorgvuldig was om niet te zeggen de bestuurlijke lijnen ernstig te buiten ging en dat de randvoorwaarden voor een museum in een lastig te exploiteren Rijksmonument onmogelijk waren om tot een succes te leiden. Voor dat laatste werd bij herhaling door experts gewaarschuwd, maar hun waarschuwingen werden genegeerd door het college van de gemeente Utrecht. Het MOA was museaal, financieel en politiek een aangekondigde ramp. Het MOA was en bleef vooral een papieren werkelijkheid in de bestuurskamers van de Stichtse politiek. Dat vraagt na een mislukte poging (2010-2018) om een diepgaande verklaring die man en paard noemt.

Bijkomende kritiek was dat diverse haalbaarheidsonderzoeken gekleurd, ingestoken en vertekend waren en de waarheid niet boven tafel haalden of bewust onder tafel hielden. Bij die reeks voegt zich nu een nieuw onderzoek dat in opdracht van de gemeente Utrecht door ‘een coöperatie van gedreven zelfstandig adviseursBlueyard is uitgevoerd. Het onderzoek is bedoeld om Utrecht te helpen bij het vinden van een nieuwe bestemming voor het landhuis dat vanwege het faillissement immers op een nieuwe bestemming wacht.

Het onderzoek is op hoofdlijnen in lijn met wat hier op dit blog is geconstateerd. Op het niveau van de randvoorwaarden en de onmacht van de exploitant om daar mee om te gaan is het onderzoek verdienstelijk en duidelijk. Hoewel het geen nieuwe feiten boven water haalt, zet het vermoedelijk voor het eerst voor alle leden van de Utrechtse gemeenteraad onverbloemd op een rijtje wat er zoal is misgegaan.

Uit deze wandaad van slecht bestuur is echter geen dader of neutraler gezegd ‘actor’ af te leiden. De ramp lijkt uit de lucht te vallen en geen voorgeschiedenis te hebben. Het gemis is dat het onderzoek de rol van het openbaar bestuur en dan met name de gemeente Utrecht buiten schot laat. Utrechtse cultuurwethouders als Frits Lintmeijer, Kees Diepeveen en Anke Klein worden niet met name genoemd en werden niet gehoord. Evenmin werden verantwoordelijke gedeputeerden van de provincie Utrecht (Anneke Raven, Mariëtte Pennarts) of van de gemeente Amersfoort (Pim van de Berg, Mirjam Barendregt) gehoord. Dat is een onbegrijpelijk gemis en is er een aanwijzing voor wat de opzet van het onderzoek is. Niet het beleid, maar de uitvoering ervan staat centraal. De dieperliggende redenen waarom het MOA is ontspoord worden niet onderzocht en als iets in die richting wordt geconstateerd gebeurt dat in abstracties en vaagheden die niemand bijten.

Het Utrechtse college dat de opdracht voor het onderzoek gaf is de roze olifant in de kamer waarover het onderzoek niet praat. Want de achtereenvolgende colleges met de achtereenvolgende verantwoordelijke cultuurwethouders liggen ten grondslag aan de mislukking. Dat maakt het onderzoek minder objectief en waardevol dan het met een kritische blik naar alle betrokkenen had kunnen zijn. Goed dat het onderzoek er is, alleen is het acht jaar te laat uitgevoerd, niet compleet en gekleurd door de rol van de opdrachtgever.

Er valt ook wel een en ander op de constateringen aan te merken. Ik geef de belangrijkste puntsgewijs weer met mijn commentaar:
1. ‘Door de verplaatsing van het Armando Museum naar het landgoed verviel de verplichting het Armando Museum in stand te houden of te heropenen in de Elleboogkerk‘.
Commentaar: Dit gaat voorbij aan het zogenaamde convenant uit 1998 tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en zijn (ex)-echtgenote Tony de Meijere waarin de gemeente zich verplichtte om de bruikleen van de collecties van genoemde personen binnen Amersfoort tentoon te stellen. Dit werd eenzijdig door Amersfoort verbroken. De toenmalige directeur van Amersfoort-in-C Gerard de Kleijn sprak in 2010 in dit verband van onbehoorlijk bestuur. Dus er verviel geen verplichting, integendeel, deze werd eenzijdig opgezegd door het toen nieuw aangetreden college van Amersfoort dat contractbreuk pleegde.

2. ‘Het aanbod was artistiek-inhoudelijk de moeite waard. Tweemaal per jaar werd een tentoonstelling georganiseerd, en daarbij werd gekozen om niet uitsluitend werk van de Armando te tonen, maar ook ander werk. De recensies waren lovend, de reacties van de bezoekers positief en als bevestiging won MOA in 2016 de internationale prijs voor cultureel erfgoed, Europa Nostra.’
Commentaar: Het bleef wringen dat zoals ook de Raad voor Cultuur constateerde de combinatie ensemble, Armando en Chinees behang niet logisch was en geen goede basis onder de programmatische structuur van het MOA legde. Oud-hoofdconservator en vriendin van Armando Rini Dippel uitte in 2011 dezelfde kritiek evenals deskundigen uit de museumsector. De tentoonstellingen waren van wisselend niveau en de recensies absoluut niet altijd lovend. Het behalen van de Europese prijs Europa Nostra was niet de (volledige) verdienste van het MOA en niet in minste mate de verdienste van de partijen uit het voortraject die de renovatie op poten hadden gezet voordat de Stichting MOA in beeld kwam: Gemeente Utrecht inclusief het Centraal Museum en de Vastgoed Organisatie, Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het Restauratie Atelier Limburg.

3. ‘Het is opmerkelijk dat het bestuur in de ronde voor heroriëntatie niet met een overgangsscenario voor een terugval heeft kunnen komen.
Commentaar: Het onderzoek constateert op vele plekken dat het MOA werkte met ‘een onrealistisch ondernemingsplan’, ‘een moeizame bedrijfsvoering met te veel beperkingen’ en een ontbrekend weerstandsvermogen. Het MOA heeft geen enkel jaar met een positief saldo afgesloten, heeft onvoldoende sponsors kunnen trekken en niet aan de verwachtingen voldaan wat de bezoekcijfers betrof. De structurele inkomens uit de Amersfoortse bruidsschat liepen in 2021 ten einde en er wachtte nog de terugbetaling van 160.000 euro aan de provincie Utrecht. Het is begrijpelijk dat het bestuur deze indicatoren inschatte als perspectiefloos, evenmin een opgaande lijn kon constateren en het besluit nam om de verliezen niet verder op te laten lopen. Het onderzoek doet er verkeerd aan om de terugvaloptie te koppelen aan de exploitant Stichting MOA, deze optie was door de gemeente Utrecht juist in de brief geschreven voor het geval de exploitant het niet zou redden en was primair gebonden aan het vastgoed, ofwel het landhuis.

4. ‘We adviseren de gemeente Utrecht om een visie te formuleren op wat zij wil met het openstellen van het landhuis als cultureel erfgoed. Wat is de mate van ontsluiting en toegankelijkheid die zij het publiek wil bieden?
Commentaar: Een terechte, maar schrijnende opmerking die als mosterd na de maaltijd komt. Dit had zoals velen onder wie deze blogger vanaf 2010 meermalen hebben beweerd bij aanvang van het project moeten gebeuren. Het Utrechtse gemeentebestuur heeft continu achter de feiten aangelopen en onvoldoende initiatief genomen. Utrecht heeft het vastgoed voorbeeldig opgeknapt, maar bij de keuze voor de huurder en de voorwaarden van de exploitatie heeft het te laat, halfslachtig en ronduit slecht geacteerd. De gemeenteraad kreeg onvoldoende inspraak om het college te sturen en werd telkens met voldongen feiten geconfronteerd.

Wat nu na dit halfslachtige rampenscenario waaruit tussen de regels door blijkt dat de achtereenvolgende colleges van de gemeente Utrecht de wandaad hebben gepleegd, maar de dader ongenoemd blijft? De valkuil is de bestuurlijk-ambtelijke sfeer waar dit onderzoek van Blueyard ook ogenschijnlijk in is vastgelopen. Het heeft niet verder gekeken omdat het niet begreep dat dat nodig was of omdat dat ontmoedigd werd door de opdrachtgever. Hoe merkwaardig is het niet dat er volop ambtenaren, consultants en zakelijke directeuren worden geïnterviewd voor het onderzoek, maar nauwelijks inhoudelijke deskundigen uit de museumsector, laat staan critici als Paul van Vlijmen of Rini Dippel? Nodig is een volwaardig onderzoek dat uit de ambtelijk-bestuurlijke sfeer komt waarin trouwens ook het onderzoek van de Holland Consulting Group vastliep en het college van Utrecht gedetailleerde inhoudelijke argumenten geeft aan de hand waarvan het zich een mening kan vormen. Dat is beter dan wat de afgelopen acht jaar is gebeurd, toen de feiten uit de meningen volgden.

Foto: Schermafbeelding uit het onderzoekMuseum Oud Amelisweerd ex post; Oorzaak en aanleiding van het einde, met de blik op de toekomst’ van Blueyard dat in opdracht van de gemeente Utrecht werd uitgevoerd, 2 november 2018.

Partij voor de Dieren stelt vervolgvragen over kunstwerk Eliasson bij CS Rotterdam

with 3 comments

ea

De Partij voor de Dieren in de gemeenteraad van Rotterdam stelt raadsvragen over het kunstproject ‘Kissing Earth’ van Olafur Eliasson. Ze zijn een vervolg op eerdere raadsvragen van deze partij over de aanbesteding van dit kunstproject die mede naar aanleiding van een posting op dit blog van 20 augustus werden gesteld. De tweede reeks gaat over de procedure en  ‘de rol en verantwoordelijkheden van de diverse instanties’.

De PvdD vraagt om te beginnen naar de rol en verantwoordelijkheid van de gemeentelijke dienst Sculpture International Rotterdam (SIR) die verantwoordelijk is voor kunst in de openbare ruimte, maar volgens Trouw  van 26 augustus bij monde van artistiek leider Dees Linders zich aan de zijlijn gezet voelt door de commissie De Bruin, hoewel bestuursvoorzitter Jaap Guldemond namens SIR in die commissie zit. Zegt dit sluimerende verschil van mening tussen commissie en Linders iets over de relatie tussen Guldemond en Linders?

De PvdD meent dat de selectieprocedure van de kunstenaars door de commissie De Bruin niet helder geweest is. Het gaat niet om een open prijsvraag waarin een ontwerp wordt geselecteerd, maar om een gesloten selectieprocedure met een commissie die ontwerp en kunstenaar selecteert. Ongenoemd blijft dat dit een zogenaamde meervoudige schetsopdracht is. Uit de beantwoording van de eerste reeks vragen moet blijken of de opdrachtgever hiermee de juiste procedure heeft gekozen boven een aanbesteding volgens Europese richtlijnen. De PvdD wil weten of wethouder Visser de commissie hierover een aanwijzing heeft meegegeven.

Met enkele vragen over de rol van het college en de instructie door de wethouder sluit de PvdD deze tweede reeks vragen af. Tevens wil de partij weten of het college het Programma van Eisen openbaar wil maken. Dat omvat de vraag of de architect van het station (Jan Benthem) een eis geformuleerd heeft over de zichtbaarheid van het Centraal Station. Kritiek nu is dat een tien meter hoog kunstwerk van Olafur Eliasson het zicht op het Centraal Station ontneemt. Een belangrijke reden waarom dit balletje ging rollen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Foto: Schermafbeelding van vraag 1 tot en met 4 van de raadsvragen (Deel II) van 27 augustus 2015 van de Partij voor de Dieren (Ruud van der Velden) aan het college van Rotterdam.

Partij voor de Dieren stelt raadsvragen over aanbesteding Eliasson

with one comment

pvdd

Mede naar aanleiding van de posting ‘Is het project van Eliasson bij CS Rotterdam correct aanbesteed?’ op dit blog stelt Ruud van der Velden namens de Partij voor de Dieren raadsvragen. Vraag is of de aanbesteding van een kunstproject in de openbare ruimte transparant is verlopen en de Europese richtlijnen zijn gevolgd. Op het Stationsplein bij CS Rotterdam heeft de Commissie De Bruin de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson geselecteerd om een kunstwerk te maken. Het juryrapport is tot nu toe niet openbaar gemaakt.

Er is meer kritiek. Hoewel de schaal van het werk door Eliasson nog niet definitief is bepaald kwam er kritiek dat beide wereldbollen die iconisch en symbolisch moeten zijn de zichtlijnen op het Stationsplein zullen aantasten. De locatie wordt ter discussie gesteld door Rotterdammers die trots zijn op hun nieuwe Centraal Station. Wegens de schaarse ruimte roepen projecten in de openbare ruimte trouwens vaak tegenstand op. Daarom proberen selectiecommissies behoedzaam te opereren en zoeken ze vaak de geslotenheid op om de tegenstand op afstand te houden. Maar dat mag een openbare verantwoording uiteraard niet in de weg staan.

Foto: Schermafbeelding van raadsvragen van de Partij voor de Dieren in Rotterdam, 21 augustus 2015.

Is het project van Eliasson bij CS Rotterdam correct aanbesteed?

with 2 comments

Rotterdam Central Station designed by Team CS; photography by Jannes Linders

Kan een procedure tegen de procedure nog roet in het eten gooien van de ballen van Olafur Eliasson op het stationsplein bij het CS Rotterdam? Het gaat erom of de aanbestedingsregels door de opdrachtgever gemeente Rotterdam correct zijn toegepast. De gemeentelijke dienst Sculpture International Rotterdam die onder coördinator CBK Rotterdam valt is verantwoordelijk voor de uitvoering. Het geeft de tegenstanders munitie.

Op Tenderned is de aanbesteding niet terug te vinden. Evenmin op de aanbestedingspagina van de gemeente Rotterdam over geplande en lopende aanbestedingen, en gegunde opdrachten. Zodat het lijkt dat het project niet Europees is aanbesteed. De pagina van de gemeente dat het project presenteert biedt geen details.

De Aanbestedingswet 2012 geeft in artikel 2.32 sub b de relevante uitzondering om niet aan te besteden: ‘De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien: (..) de overheidsopdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van uitsluitende rechten slechts aan een bepaalde ondernemer kan worden toevertrouwd.

Pianoo.nl zegt dat die uitzondering spaarzaam wordt toegekend en de bewijslast ervoor bij de opdrachtgever ligt: ‘Het is goed om te beseffen dat de reikwijdte van deze uitzonderingsbepalingen zeer beperkt is en dat het aan de aanbestedende dienst is om aan te tonen dat zich dusdanige omstandigheden voordoen dat een beroep op deze bepaling geoorloofd is. Een VNG-ledenbrief uit 2008 verwoordt dat zo: ‘De gemeente kan dus kiezen voor een opdracht aan één bepaalde kunstenaar, als zij dat artistiek-inhoudelijk kan motiveren. Aan de motivering worden strenge eisen gesteld. Bedacht moet immers worden dat de uitzonderingsbepaling veronderstelt dat slechts één enkele aanbieder voor de opdracht in aanmerking kan komen.’

Met geschatte kosten van 1 tot 1,5 miljoen euro valt het project Kissing Earth boven de drempelwaarde van 206.000 euro om aan te besteden voor een ‘levering’ of een ‘dienst’. In de zin van een ‘werk’ volgens de Europese richtlijn zijn de kosten lager dan het drempelbedrag van 5.150.000 euro. Maar volgens de Richtlijn 2004/18 artikel 1; lid 2b, 2c en 2d ( p.134/126) gaat het om een ‘dienst’ op het gebied van ‘cultuur, sport en recreatie’ volgens Bijlage IIB. Ofwel, het betreft een ‘dienst’ met kosten boven de drempelwaarde.

Voorlopige conclusie is dat genoemd kunstproject aangemerkt dient te worden als ‘dienst’ die boven het drempelbedrag ligt en daarom Europees aanbesteed had moeten worden, maar dat dat blijkbaar niet is gebeurd omdat de opdrachtgever dacht een beroep op een uitzondering te kunnen doen. Het lijkt er echter op dat geen beroep op de uitzondering kan worden gedaan die de Aanbestedingswet 2012 in artikel 2.32 sub b geeft omdat of deze uitzondering niet van toepassing is of omdat de aanbestedende partij de uitzondering niet voldoende heeft gemotiveerd. Daarnaast valt niet in te zien dat in artistiek-inhoudelijk opzicht slechts een bepaalde kunstenaar, te weten Olafur Eliasson dwingend voor deze opdracht gekozen dient te worden.

Gezien de onduidelijkheden is er nadere informatie vereist van de opdrachtgever en de coördinator CBK Rotterdam/ Sculpture International Rotterdam over de gevolgde procedure en de argumentatie waarom de procedure zo is gevolgd. De gemeente Rotterdam en de Commissie De Bruin kunnen antwoord geven op de vraag of de procedure van het kunstproject op het stationsplein bij CS Rotterdam zorgvuldig is verlopen.

Foto: Rotterdam Centraal. Credits: Jannes Linders.