George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Tentoonstelling

Andres Serrano claimt van Trump een kunstwerk te hebben gemaakt

leave a comment »

Wat moeten we denken van de show ’The Game: All Things Trump’ van Andres Serrano in New York? Deze kunstenaar schuwt grote woorden niet. Toe maar, Marcel Duchamp, alles is kunst. Dus ook de stropdassen en petjes van Trump. Daaruit volgt dat een presentatie een tentoonstelling is en de presentatieplek een museum. Of is daar toch meer voor nodig dan Serrano meent? Stapeling van objecten maakt nog geen tentoonstelling. Laten we het er maar op houden dat het een show is. Een installatie over beroemdheid. Over Donald Trump én Serrano of over Serrano met Trump als weggooiproduct. Wat we ermee moeten is de echt interessante vraag.

Foto: ‘The Game: All Things Trump. Photograph: Courtesy of a/political and ArtX. Photo by John Mireles’.

Advertenties

Written by George Knight

22 april 2019 at 11:24

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Tobias Walraven weg bij COMM. Was het toezicht voldoende?

leave a comment »

Tobias Walraven heeft na kritiek ontslag genomen als directeur van het COMM. Aanleiding was een artikel van onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom in FTM. De klokkenluider die hem van informatie voorzag wordt niet beloond door de Raad van Toezicht omdat zij een wantoestand naar buiten heeft gebracht, maar gestraft met een rechtszaak omdat zij de geheimhouding zou hebben geschonden. Het museum is aan de rand van de afgrond gebracht door een dure verbouwing, hoge marketingkosten en een riant salaris voor Walraven. In een interview in het AD zegt Walraven dat hem niks te verwijten valt. Toch neemt hij ontslag, naar hij zegt om het COMM te beschermen. Zijn uitleg is ontwijkend en halfbakken. Hij zegt terug te treden vanwege ‘negatieve publiciteit’, niet omdat hij toegeeft dat onder zijn leiding het COMM aan de rand van de afgrond is gebracht.

Het lijkt op twee manieren mis te zijn gegaan bij het COMM. Allereerst door onvoldoende gebrek aan bestuurlijke kwaliteit en de verkeerde focus én prioriteit van de Raad van Toezicht. Het toezicht ontbrak grotendeels of was onvoldoende en de Raad was onevenwichtig samengesteld. Voorzitter Willem Ackermans was rond 2000 de financiële man van KPNQwest. Het COMM had tot september 2018 een Raad van Toezicht zonder iemand met museale expertise. Trouwens, waarom de directeur van Het Scheepvaartmuseum Michael Huijser toen in dit zinkend schip is gestapt valt lastig te begrijpen. Dat was óf te laat óf te vroeg.

Reden waarom medewerkers van het COMM in afgelopen jaren niet succesvol hebben gelobbyd en steun hebben gevonden om het beleid van het museum de pas af te snijden valt te verklaren door de identiteit en mentaliteit ervan. Naar zeggen van een medewerker was het reglementair niet toegestaan om buiten de directeur om contact met de Raad van Toezicht te zoeken. Ondanks het feit dat de medewerkers al vanaf 2011 signalen ontvingen dat de Raad van Toezicht met een sterfhuisconstructie bezig was en die niet serieus met de medewerkers in gesprek wilde gaan. Zodat de informatie vanuit het museum de top niet bereikte omdat de Raad van Toezicht dit afhield. Walraven trad pas in 2016 toe. Een en ander werd versterkt door het feit dat het museum een eigen stichting was met een pot geld van 75 miljoen gulden waarover het zeggenschap had en onafhankelijk van overheidssubsidies kon functioneren. De autonomie van Raad en directeur was groot omdat er geen publiek geld bij betrokken was. Verantwoording aan de overheid en collegiale toetsing ontbraken.

Het afwijzende advies over de Culturele basisinfrastructuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur uit 2016/17 over het COMM is kritisch. Wat volgens de Raad voor Cultuur ontbreekt is een goede en voldoende uitwerking van de plannen. Leidend punt van kritiek is dat de plannen niet aansluiten bij de musea functie van het museum. Hier lijkt zich het ontbreken van museummensen in directie en Raad van Toezicht te wreken. Maar het advies is niet alleen kritisch op de inhoud en de museale functie van het COMM maar ook op de aspecten ondernemerschap en marketing. Als laatste kritische noot zet het advies een kanttekening bij het bestuur van het COMM: ‘De Governance Code Cultuur wordt toegepast en er wordt een overgang gemaakt naar een raad-van-toezichtmodel. Het museum gaat niet in op de taakverdeling en de samenstelling van deze raad.

De constructie van het COMM gaf de bestuurders dus een vrijbrief voor onethisch gedrag omdat ze in hun eigen autarchie wettelijk binnen hun reglementair mandaat bleven. Het lijkt er sterk op dat niet directeur Walraven, maar een foute structuur de verklaring voor het uit de rails lopen van dit museum is. De directeur was weliswaar de foute man op de foute plek zonder museale ervaring of expertise die nooit benoemd had moeten worden, maar het lijkt vooral de Raad van Toezicht die deze ontsporing mogelijk heeft gemaakt. Waarschijnlijk niet uit kwaadwillendheid, maar uit onbenul, onkunde en een verkeerde doelstelling.

De weeffout is dat dit heeft kunnen gebeuren en er geen enkele instantie was die corrigerend op kon treden. Zoals de Museumvereniging, de gemeente Den Haag of het ministerie van OCW. In algemene zin is deze verkokering en kortzichtigheid een aandachtspunt bij privémusea die vaak maar één sponsor hebben en sterk in zichzelf gekeerd opereren. Een recent voorbeeld is het ontslag van Ralf Beil bij het Kunstmuseum Wolfsburg dat eenzijdig door Volkswagen wordt gerund. Van de andere kant zijn er geen wettelijke middelen om zo’n privémuseum waarvan iedereen van buiten ziet dat het ontspoort bindend op het rechte spoor te brengen.

Walraven verkoopt zijn marketingpraatjes, oneigenlijke argumenten en jeuktaal in het AD als hij zegt: ‘Ik voel me sterk omdat ik niet makkelijk opgeef en omdat ik vind dat ik de situatie professioneel tegemoet moet treden. COMM moet in haar kracht teruggezet worden.’ Walraven voelt zich niet sterk omdat hij een goede directeur was met museale ervaring, expertise, visie en een goed netwerk binnen de museumsector, maar omdat hij niet makkelijk opgeeft. Hijzelf brengt de flinterdunne onzin van zijn orakeltaal als geen ander onder woorden. Deze man had nooit benoemd moeten worden op deze functie. Dat valt echter niet zozeer Walraven, maar wel de Raad van Toezicht aan te rekenen. Voor de duidelijkheid de namen van de leden van de Raad van Toezicht die de ontsporing van het COMM hebben begeleid: Willem Ackermans, Sylvia Roelofs, Leon Merkun en Feer Verkade. Het voelt onrechtvaardig dat Walraven weggaat en Willem Ackermans blijft zitten.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtDirecteur Museum voor Communicatie treedt terug’ van het COMM, 23 januari 2019.

Haifa Museum of Art toont ‘McJesus’ van Jari Leinonen tegen de wens van de kunstenaar. Straatprotesten van Israëlische christenen

with one comment

Hoe kan het dat het kunstwerk ‘McJesus’ (2015) van de Finse kunstenaar Jani Leinonen op de tentoonstelling ‘Shop It!’ in het Haifa Museum of Art tot rumoer leidt, terwijl het in vele landen op vele tentoonstellingen zonder rumoer is gepresenteerd? De Christelijk-Arabische gemeenschap van Israël ging woedend de straat op om de verwijdering ervan van de tentoonstelling in dit kunstmuseum te eisen. Genoemde tentoonstelling gaat over de kenmerken van het consumentisme en de nieuwe identiteit die dat met zich meebrengt.

Het verhaal wordt er nog merkwaardiger op doordat Jani Leinonen in september 2018 verklaarde niet meer mee te willen aan deze tentoonstelling omdat hij vond dat Israël kunst gebruikt als vorm van propaganda die het in zijn ogen bedenkelijke beleid tegenover de Palestijnen moet witwassen of rechtvaardigen. Hij steunt de zogenaamde BDS-beweging, die via onder meer sancties en boycot de Israëlische politiek ten aanzien van de Palestijnen wil beïnvloeden. Het lijkt erop dat ‘McJesus’ regulier naar Haifa is verscheept, maar vervolgens niet is teruggestuurd. Waarbij Leinonen wellicht dacht dat het ergens in stock was beland. Hoe dan ook is het hoogst opmerkelijk dat een museum een werk in een expositie presenteert tegen de uitdrukkelijke wens van de kunstenaar in. Volgens een bericht van Euronews kwam Leinonen pas door de protesten erachter dat zijn werk toch in Haifa getoond werd. Ook op z’n herhaald verzoek om het werk uit de tentoonstelling te verwijderen heeft het Haifa Museum of Art vooralsnog niet gereageerd. Het is overigens ook merkwaardig dat Leinonen door zijn galerie of agent niet op de hoogte was gebracht van de actuele stand van zaken.

Het museum zit klem tussen demonstranten die de verwijdering van het werk op religieuze gronden eisen omdat ze dat als een belediging van hun godsdienst opvatten en een kunstenaar die eveneens verwijdering eist omdat hij het museum zijn toestemming ontzegde na zijn toetreding tot de BDS-beweging. Het museum wil blijkbaar niet zwichten voor de druk van de Christelijke-Arabische demonstranten die tegen de vrijheid van expressie ingaan, maar gaat hiermee op zijn beurt tegen de vrijheid van expressie van de kunstenaar in.

Foto: Jari Leinonen, McJesus, 2015. In de serie: McDonald’s. Copyright: Lari Leinonen.

Directeur Ralf Beil van Kunstmuseum Wolfsburg verrassend, onverwachts en zonder debat ontslagen. Door sponsor Volkswagen

with one comment

Er is iets merkwaardigs gebeurd in de Duitse museumsector. De directeur van het Kunstmuseum Wolfsburg is tussentijds ontslagen. Zijn vijfjarige termijn liep af op 1 februari 2020. Het museum draait prima en er zijn geen problemen. Het kwam als verrassing en schok. Voor directeur Ralf Beil is de reden voor zijn ontslag gissen, althans dat zegt hij in de publiciteit. Het vermoeden bestaat dat het te maken heeft met de geplande tentoonstelling ‘OIL; SCHÖNHEIT UND SCHRECKEN DES ERDÖLZEITALTERS’ die op 29 september 2019 opent en tot 16 februari 2020 te zien is. Merkwaardig is dat Beil ondanks zijn onmiddellijke ontslag nog steeds als conservator bij deze tentoonstelling betrokken lijkt te zijn. Hoe werkbaar dat is, is nog niet duidelijk.

Wolfsburg is de stad van Volkswagen. Wie wel eens de trein naar Berlijn heeft genomen zal zich de immense fabriekshallen langs het spoor herinneren. Volkswagen domineert fysiek, economisch en mentaal Wolfsburg. Volkswagen heeft het als enige geldschieter en organisator voor het zeggen bij Kunstmuseum Wolfsburg. Er wordt over gespeculeerd dat Ralf Beil moest vertrekken omdat door de verantwoordelijke museumbestuurders namens Volkswagen gevreesd werd dat zijn Olie-tentoonstelling negatieve publiciteit op zou kunnen leveren over het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitblijvende transitie naar duurzaamheid. Of de voet op de rem daarheen. Het bedrijf Volkswagen is nog nauwelijks bekomen van het dieselschandaal met sjoemel software uit 2015 dat alleen in de VS het bedrijf in totaal al een schadepost van 22 miljard dollar opleverde. Beil ontkent overigens dat de Olie-tentoonstelling eenzijdig negatief is, in de publiciteit legt hij uit dat hij ook de positieve aspecten van olie wil benadrukken. Als hij uiteindelijk niet van het project gehaald wordt.

De kwestie Ralf Beil accentueert de afhankelijkheid van een kunstmuseum van één sponsor en de verkrampte overlegstructuur die daaruit volgt. In een interview met tijdschrift Monopol geeft Beil aan dat er over de Olie-tentoonstelling of zijn ontslag geen strijd is geweest, maar dat bij de top van Volkswagen zich alles achter de schermen in het verborgene afspeelt. Volgens Beil kent Volkswagen geen debatcultuur dat het mogelijk maakt om verschillen van mening in redelijke openheid te bespreken. Dit zet de cultuur van grote Duitse bedrijven in een negatief daglicht en schetst de geslotenheid en het in zichzelf gekeerd zijn ervan. De nieuwe directeur Andreas Beitin is ook al benoemd en in de publiciteit doet het museum net alsof Beil is teruggetreden:

De nieuwe directeur Andreas Beitin is al benoemd en in een persbericht zegt het museum dat Beil ‘onlangs is vertrokken’. Dat laat de optie open dat dat vrijwillig was, wat dus niet het geval is. Tot Beitins aantreden op 1 april 2019  is Otmar Böhmer waarnemend directeur. Hij is bestuurslid van de Volkswagen Art Foundation.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelA Museum Director Planned a Show About Art and Oil. Just One Problem: His Institution Is Funded by Volkswagen’ op Artnet, 21 december 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aankondiging van komende tentoonstelling ‘OIL; SCHÖNHEIT UND SCHRECKEN DES ERDÖLZEITALTERS’ in het Kunstmuseum Wolfsburg. Zie hier de Engelstalige tekst.

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van delen van interview ‘”Einflussreiche Kräfte haben gezielt meine Ablösung betrieben” (‘Invloedrijke krachten hebben opzettelijk mijn vervanging geforceerd’) met Ralf Beil door Daniel Völzke in Monopol, 17 december 2018.

Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ van Almere. Een selectie en inrichting zonder verstand te hoeven hebben van kunst. Echt?

with 2 comments

Het moet niet gekker worden dan in Almere. Daar wordt gesuggereerd dat in theater Corrosia een expositie ingericht wordt volgens het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’. Is het echt? ‘Gewone’ Almeerders zouden samen met de burgemeester op kunstacademies door heel Nederland werken uitkiezen voor een expositie.

Tja, ‘democratisch’ klinkt goed, dus dat moet kloppen? Nee, het klopt van geen kanten. Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel‘ is namelijk geworteld in een denkfout. In mislukt populisme om burgers bij kunst te betrekken. Als pseudo-professional. Het Almeerse model is een slag in de lucht en een belediging voor het vakmanschap in de kunstwereld. Alsof dat niet bestaat of genegeerd kan worden. Waarom worden ‘gewone’ Almeerders wel als kunstkenner ingezet en niet als wethouder, notaris, chirurg of welke specialist dan ook?

In werkelijkheid maken in Almere achter de schermen de professionals natuurlijk gewoon de keuzes. Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ bestaat in het echt niet en is nep. Marketing om op te vallen en de publiciteit te halen met een tentoonstelling die anders zo goed als ongenoemd gebleven was. Net als de inspraak van de burger die kan kiezen tussen de door de professionals voorgeselecteerde optie 1114 en 1114a. Zo wordt een vals beeld gecreëerd vanuit de impuls om publicitair te scoren en zich te onderscheiden.

Bij nader inzien toont de als wervend bedoelde video aan waarom het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ tot mislukken gedoemd is. ‘Je hoeft geen verstand van kunst te hebben’ zegt ‘kunstkiezer’ Marjan Smit. ‘Je hoeft alleen maar je ogen open te doen’ om een expositie samen te stellen, zo zegt ze. Dat is ware toverkunst en volksverlakkerij. In het Almeerse theater Corrosia rukken nepnieuws, scoringsdrang en de relativering van de beeldvorming over het professionalisme van de tentoonstellingsmaker samen op. Om te huilen zo grappig.

Schaken en strips. Suspense buiten de regels om

with 2 comments

De voorpagina van een stripboek opent het artikelChess as a Comic Book Trope’ op Hyperallergic dat aandacht besteedt aan de tentoonstelling POW!. Schaken als metafoor en stijlfiguur. Want schaken is een oorlogsspel. Dat doet het goed in strips, zo meent Shannon Bailey, de hoofdconservator van de World Chess Hall of Fame. Het presenteert in tentoonstellingen de relatie van schaken met kunst, cultuur en geschiedenis.

Op de cartoon zien we een man in een gestreept kostuum met een verschrikt gezicht die achterom kijkt. Hij bevindt zich op de rand van een zwevend schaakbord waaronder een vuur brandt. Ziet hij van die kant een bedreiging of zoekt hij een uitweg? Een loper -die nog steeds in het Engels bishop wordt genoemd-  komt dichterbij. Ook een paard maakt aanstalten en dreigt de man van het bord te slaan. De witte schaakstukken staren de man aan. De koning kijkt nors, terwijl het machtigste stuk dat de dame is achteraf wat verloren staat. Een realistische stelling is het niet, eerder een beeld uit een nachtmerrie met Middeleeuwse dimensies.

Suspense is wat Alfred Hitchcock ooit omschreef als gecommuniceerde verrassing. De kijker weet wat komen gaat en identificeert zich daarom extra met de situatie. De voorpagina is waarschijnlijk een onderdeel uit de strip. We weten niet hoe het verhaal verloopt en zich ontwikkelt. Maar de tijding is duidelijk. Het gevaar loert om de hoek. Schaken is echter het tegendeel van suspense. Zetten van de tegenstander kunnen beredeneerd en gecalculeerd worden. We zien een losgeslagen zooitje ongeregeld dat in opstand komt en zich zelfs niet meer aan de schaakregels houdt. Een dystopie in 1958. Schaken wordt verbeeld als strijdperk van misstappen.

Foto: ‘Charlton Comics, Vol. 1, No. 36. Strange Suspense Stories (March 1958) (courtesy World Chess Hall of Fame)’ van tekenaar Maurice Whitman