Sponsoring door Shell. Niet voor eerste keer tekent Londens Science Museum voor spreekverbod bij tentoonstelling over klimaatverandering

Schermafbeelding van deel artikelLondon Science Museum signed gagging order with Shell over climate change exhibition; Campaigners accuse museum of allowing Shell to ‘greenwash’ their image with exhibition on carbon capture‘ in Politico, 30 juli 2021.

Een bericht in Politico wijst op de relatie tussen het Londense Science Museum en Shell. Het zegt over de tentoonstelling ‘Our Future Planet‘ die gaat over klimaatverandering: ‘Het London Science Museum stemde ermee in Shell niet publiekelijk te bekritiseren als onderdeel van een sponsorovereenkomst voor een tentoonstelling over koolstofafvang’. Het museum lijkt zich door het tekenen van de sponsorovereenkomst bewust het zwijgen op te hebben laten leggen.

De sponsorovereenkomst tussen Shell en de Science Museum Group (SCMG) is door inspanning van de ngo Culture Unstained en met een beroep op de vrijheid van informatiewet openbaar geworden. Het contract is uitgebreid en omvat 32 pagina’s. In paragraaf 6.7 staat omschreven dat het museum ‘op geen enkel moment een verklaring af zal leggen of publiciteit zal geven of anderszins betrokken zal zijn bij gedragingen of zaken waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze de goodwill of reputatie in diskrediet brengen of schaden van de Sponsor’. Volgens critici is deze omschrijving zo ruim dat het Science Museum geen ruimte heeft om nog op enigerlei kritiek te uiten op het beleid van Shell. Het idee is dat een museum dit nooit zou moeten tekenen.

Schermafbeelding van paragraaf 6.7 uit de ‘SPONSORSHIP AGREEMENT
relating to the sponsorship of the Our Future Planet: can carbon capture help us fight climate change? Exhibition’ tussen Shell en het Londense Science Museum

Het is goed om te beseffen dat dit contract door de inspanning van Culture Unstained publiekelijk is geworden. Deze openbaarmaking is de uitzondering. Het roept de vraag op hoeveel van dit soort contracten tussen musea en bedrijven bestaan die niet openbaar worden en waarmee musea zich het zwijgen op laten leggen zonder dat het publiek het weet.

Dit kwestie is koren op de molen van klimaatactivisten die beweren dat bedrijven als Shell aan ‘greenwashing‘ doen. Ofwel, het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf daadwerkelijk is. Dat is marketing. De dubbelzinnigheid voor Shell is dat het wordt beschouwd als het meest groene van de wereldwijd opererende olie- en gasbedrijven, maar desondanks de wereld blijft vervuilen met fossiele brandstoffen en de omslag naar duurzaamheid te langzaam maakt.

De rechtszaak die in Nederland Milieudefensie aanspande tegen Shell en won duidt daarop. In mei 2021 verplichtte de rechter Shell om de CO2-uitstoot in 2030 terug te brengen met 45%. Shell maakte onlangs bekend daartegen in hoger beroep te gaan. Daarmee kiest het voor economisch nut en lijkt het de eigen intenties over duurzaamheid ter discussie te stellen. Of te relativeren.

In Nederland had het Brits-Nederlandse bedrijf Shell tot 2018 een sponsorrelatie met enkele musea. Maar onder maatschappelijk druk van onder meer de actiegroepen Fossil Free Culture NL en Fossielvrij NL beëindigde Shell in 2018 de sponsorrelatie met het Van Gogh Museum en het Mauritshuis. The Art Newspaper berichtte er toen over. Dat artikel meldde toen ook dat het British Museum en de National Portrait Gallery ondanks maatschappelijke kritiek hun sponsorrelatie met BP voortzetten.

De geschiedenis herhaalt zich en dat roept de vraag op hoe gevoelig de maatschappelijke antenne van zowel de olie- en gasbedrijven als het Science Museum staat afgesteld. Waarom stoten ze zich aan dezelfde steen? Politico vermeldt namelijk niet dat in 2015 exact hetzelfde is gebeurd en beide betrokkenen toen identieke kritiek als nu kregen. Ook toen probeerde Shell de inhoud van een tentoonstelling over klimaatverandering in het Science Museum te beïnvloeden. Hebben Shell en museum in zes jaar niks geleerd? Het was toen The Guardian dat in een bericht van mei 2015 eveneens met een beroep op de vrijheid van informatiewet een sponsorovereenkomst tussen Shell en het Science Museum publiekelijk maakte. En bekritiseerde.

In een commentaar van 1 juni 2015 citeerde ik een activist die naar mijn idee de kern van het probleem verwoordt. Net als toen is het antwoord lastig te geven. Het lijkt erop dat het Science Museum zich onderhand bewust kan zijn van het publicitaire risico dat het loopt in de sponsorrelatie met Shell, maar desondanks kiest voor de poen die deze schurende relatie moet verzachten:

Volgens activist Chris Garrad van ‘bp or not bp’ geeft de informatie die The Guardian heeft achterhaald aan dat ‘het Science Museum een belangrijk radartje in de propagandamachine van Shell is’. De vraag die oprijst is of musea ten volle beseffen hoe ze ten koste van de eigen geloofwaardigheid door bedrijven gebruikt worden. Of maken ze ondanks die kennis toch de afweging dat ze onder die voorwaarden met bedrijven als Shell in zee willen in de hoop dat ze paal en perk aan die invloed kunnen stellen?

Slovenië annuleert tentoonstelling in Brussel vanwege kritiek op regering. Welke werken de reden daarvoor zijn is onduidelijk

Ideologije prikaza’ (2008) van Jasmina Cibic. Kunstcollectie van heet Europees Parlement.

Op zijn FB-pagina schrijft de Sloveense kunstenaar Arjan Pregl over de regering van zijn land: ‘We worden bestuurd door een fascistische falanga, dronken door de autoriteiten’. Dat is een niet ideale vertaling uit het Sloveens, maar de bedoeling is duidelijk. Pregl heeft het niet zo op premier Janez Janša, een voormalige communist die zich telkens herprofileert om aan de macht te blijven. Hij is meermalen van corruptie beschuldigd. Slovenië is lid van de EU.

Aanleiding voor Pregls reactie is het afgelasten door de regering Janša van een tentoonstelling in Brussel. Een artikel op Euroactiv geeft de bijzonderheden. Van 1 juli tot en met 31 december 2021 is Slovenië roulerend voorzitter van de EU. Het is gebruik dat dan in Brussel een tentoonstelling wordt ingericht om dat voorzitterschap te vieren en te benadrukken.

Maar de Sloveense cultuurminister Vasko Simoniti heeft de tentoonstelling afgelast. Hij geeft als reden dat het Europese Parlement haar eigen kunstcollectie heeft dat het in de tentoonstelling wilde voegen. Daar kon Simoniti volgens EuroActiv niet mee instemmen: ‘Slovenië is een onafhankelijk en soeverein land dat zelf zal beslissen wat het zal tentoonstellen […] Geen enkele stafmedewerker zal voorwaarden stellen. Ze kunnen ze instellen en ik kan weigeren ze te accepteren.’

Het wordt er absurd op als de minister antwoordt op een vraag waarom hij vooraf geen kennis had van het concept van de tentoonstelling: ‘Omdat ik niet op de hoogte ben. Nou, omdat ik niet geïnteresseerd ben’. Deze openhartigheid geeft aan hoe de Sloveense overheid tegen kunst aankijkt. Dit past in een patroon van regeringen om kunst te kleineren. Ook in Nederland zijn er telkens bewindslieden die zich erop voorstaan geen verstand van kunst te hebben en zich er niet voor te interesseren. Zoals toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra die er prat op ging geen verstand van kunst te hebben. Dat komt in andere sectoren niet voor, daarin is kunst uniek.

Welk werk uit de collectie van het Europees Parlement de aanleiding voor de Sloveense cultuurminister was om de tentoonstelling in Brussel af te gelasten is onduidelijk. De digitale registratie van de kunstcollectie kent slechts één werk van een Sloveense kunstenaar: ‘Ideologije prikaza’ (2008) van Jasmina Cibic. Google vertaalt het met ‘Representatie-ideologieën’. Maar het is onduidelijk of deze registratie actueel is.

EuroActiv wijst naar een bericht van de publieke omroep RTV Slovenija dat zegt dat een werk van Arjan Pregl de aanleiding is. De reden daarvoor zou zijn dat hij ‘de laatste tijd een prominente criticus van de regering is geworden en een van de meest zichtbare voorstanders is geweest van wekelijkse protesten tegen de regering in Ljubljana’. Maar of dit klopt en om welk werk het gaat is onduidelijk. Hoe dan ook is de paradox dat door onderdrukking het belang van kunst wordt benadrukt, maar het kunstwerk uit het publieke domein wordt verbannen.

COMMENTARY #2 | ARJAN PREGL | PRECARIOUS DAY

Onnozelheid van Ye Visual: ‘Een museum of tentoonstelling saai? Niet met interactiviteit!’

Deze promotievideo van het Belgische Ye Visual (‘Ye Visual creëert interactieve narrowcasting-oplossingen die uw ruimte transformeren in een interactieve ervaring’) raakt aan de kern van de onrust, de nervositeit, het ongenoegen en het zich opgejaagd voelen van velen die daardoor onzeker worden. Ye Visual werkt mee aan het accentueren van het belang van de snelle bevrediging. The quick fix. Met als hoger doel de eigen kwartaalcijfers.

Het gevolg is dat bedrijven als Ye Visual zich uit eigenbaat verklaren tot vijanden van de inhoud en de degelijkheid. Een dik boek, een moeilijke opera, een kunstzinnige film of een vernieuwende tentoonstelling worden bij het oud vuil gezet door ze als gedateerd af te schilderen. Ze menen dat het publiek bij de hand, hun hand, genomen moet worden om de inhoud nog te kunnen begrijpen. Het publiek wordt als onmachtig en onnozel beschouwd dat niet meer zelf kan nadenken.

Het gevolg van dit marketing denken van al die Ye Visuals die de kunstsector overspoelen is dat door het valse voorwendsel dat het om interactiviteit draait het publiek juist afgesneden wordt van de authentieke ervaring die enkel en alleen de echte inhoud biedt.

Ye Visual is de tolk die veinst kunst bereikbaar te maken door kunst met de grond gelijk te maken zodat iedereen er gelijkvloers in kan lopen. Beseft Ye Visual echt niet dat het dan niet meer over kunst gaat die als functie heeft om te ontregelen en aan te scherpen, maar over een getemde en klein gemaakte afleiding ervan die alles reduceert tot de snelle bevrediging van de toeschouwer?

Ye Visual rolt met brutale bravoure de eigen marketing instrumenten uit en verklaart zonder onderbouwing dat inhoud per definitie saai is en dat het draait om ervaring. Volgens Ye Visual kan inhoud het op zichzelf niet redden omdat het geen ‘echte ervaring’ biedt.

Dit soort intermediaire bedrijven die zich binnen de kunstsector opdringen en pretenderen onmisbaar te zijn gaan in hun potsierlijkheid voor de inhoud staan en menen dat enkel zij inhoud bieden door die te moeten ‘vertalen’. Ze beseffen met hun simplisme niet hoe onnozel ze zijn met hun opdringerige interactiviteit. Ye Visual tekent de schade die de kunst wordt toegebracht door die om te zetten naar een niveau waar kunst niet leeft.

Musea zouden er goed aan doen om Ye Visual buiten de deur te zetten en (weer) te vertrouwen op de inhoud, de kunstobjecten zelf. Want de interactiviteit met objecten kan nooit de inhoud vervangen. Het onderschat daarbij het publiek dat wordt teruggebracht tot kleuterniveau. Ye Visual is in dit hele verhaal de saaie en overbodige schakel.

Foto: Still uit videoEen museum of tentoonstelling saai? Niet met interactiviteit! – Ye Visual’ van Ye Visual op YouTube.

Kritiek op kunstwerk ‘Americana’ van Eric Bui dat politiegeweld zou aanmoedigen leidt tot verwijdering en roep tot inperking van kunst

Begin december 2020 werd het kunstwerk ‘Americana’ van Eric Bui verwijderd van de tijdelijke tentoonstelling ‘Holding the Moment’ op de luchthaven van het Californische San Jose. Aanleiding waren klachten van het publiek dat het geweld tegen de politie zou aanmoedigen. Het was een gezamenlijk project van stad en luchthaven. Het zou op 5 december in deze tentoonstelling worden afgewisseld met werk van andere kunstenaars.

Bui ontkent dat hij geweld tegen de politie wil aanmoedigen, maar zegt tegelijk dat iedereen een eigen interpretatie over zijn werk kan geven. Hij beweert dat zijn werk een reactie is op het buitensporig politiegeweld dat de VS treft. Zoals in mei 2020 tot uiting kwam in de moord op George Floyd door een politieagent.

Eric Bui’s reactie op de kritiek uit onder meer politiekringen is autonoom: ‘Het belangrijkste voor mij is om niet te reageren op de zorgen van mensen door ze weg te poetsen, maar eerder te luisteren naar waarom mijn kunstwerken en het onderwerp in het algemeen zo’n sterke reactie van hen oproepen’.

Deze controverse maakt duidelijk dat kunst er toe kan doen en geen franje of amusement hoeft te zijn. Kunst scherpt aan, kunst stelt ter discussie. Tegelijk lijkt het ook of (een deel van) het publiek weinig kan hebben en niet goed weet hoe het met kritische kunst die inhaakt op een actueel thema om dient te gaan.

Of het stadsbestuur van San Jose verstandig heeft gehandeld door dit kunstwerk van de tentoonstelling te verwijderen na kritiek van luchthavenmedewerkers, leden van een politievakbond en leden van het publiek en mee te gaan in de interpretatie dat ‘Americana’ geweld tegen de politie aanmoedigt valt te bezien.

Opvallend in de mediaberichten die deze kwestie berichten is de invalshoek die gekozen wordt. Die kan toch niet anders dan als onevenwichtig worden beoordeeld. De grote aandacht voor de kritiek uit politiekringen op het werk benadrukt de maatschappelijke macht die de politie in de VS inneemt. Een weerwoord uit de kunstsector, een universiteit of museum dat de vrijheid van expressie en de autonomie van kunst benadrukt ontbreekt. Hoewel Eric Bui zijn zaak goed bepleit laten de media hem geïsoleerd staan in zijn verdediging. Dat is veelzeggend en roept daarenboven de vraag op of Amerikaanse media zich onder druk laten zetten door de wetshandhavingsinstanties.

De klap op de vuurpijl van deze controverse is de rancuneuze en weinig succesvolle petitie op Change.org die dateert van na de verwijdering van het werk en als boter na de vis onder meer eist dat het proces voor het kiezen van kunst wordt gecontroleerd en aangepast om ervoor te zorgen dat ‘geen enkele toekomstige artistieke vertoning geweld of discriminatie bevordert of iemand in gevaar brengt’. Dat is een verregaande en onmogelijke eis. De petitionaris roept niet op tot een open debat met de kunstenaar of degenen die de tentoonstelling hebben ingericht, maar wil het debat erover eenzijdig verbieden en de verantwoordelijken bij stad en Culturele Zaken straffen.

De mentaliteit die uit deze petitie spreekt is angstaanjagend en plaatst kunst en allen die kunst een warm hart toedragen buiten de orde en ontneemt kunst de vrijheid van meningsuiting of expressie. Te weten het in de VS bijna onaantastbare Eerste Amendement van de Grondwet. Dat is een on-Amerikaanse wijze van denken die in bepaalde segmenten van de Amerikaanse samenleving steeds meer ingang vindt vanwege de rugwind van Trumps presidentschap. Deze kwestie is van belang als teken van de intolerantie en de poging tot knechting van de kunst.

Foto 1: Informatie over ‘Americana’ van Eric Bui door de City of San Jose voor de tentoonstelling ‘Holding the Moment’ op San Jose Airport.  Het werk zou tentoongesteld worden van 1 november tot 5 december 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel petitieSan José: Government Should Not Encourage Violence Against Our Police’ van Jonathan Fleming op Change.org, vermoedelijk gepost op 8 of 9 december 2020.

Bob Ross in het museum

Is het schilderen van uw eigen Bob Ross een trend? Of is het de marketing van een tentoonstelling in Museum MORE in Gorssel die niet tijdig afgelast is vanwege de nieuwe COVID-19 maatregelen? Musea moeten immers de komende twee weken dicht. Of was het omdat de burgemeester van Lochem de kans niet wilde laten lopen?

Hoe dan ook, het opent perspectief voor hobbyisten en liefhebbers. Orkestreer uw eigen James Last. Schrijf uw eigen Bouquet-reeks boek. Fluit uw eigen Berdien Stenberg. Zing uw eigen Frans Bauer. Acteer uw eigen soap.

Of klinkt dat uit de hoogte? Moeten we het dan maar niet hebben over de functie van kunst? Voor je het weet wordt kritiek op een tentoonstelling van Bob Ross in een museum uitgelegd als arrogant. Ik zeg niks meer.

Leidt kritiek op het functioneren van HNI nu eindelijk tot een schoonmaak aan de top en het vervangen van directeur en RvT?

Er zijn kwesties die blijven sluimeren. Zoals het ondermaats presteren van HNI (Het Nieuwe Instituut) in Rotterdam. In commentaren heb ik er sinds 2015 aandacht aan besteed, vooral aan het opereren van directeur Guus Beumer en de rol van de Raad van Toezicht die niet doorpakt. Zo schreef ik in een commentaar in 2018: ‘Het Nieuwe Instituut is inderdaad zo’n instelling die op z’n best als middelmatig kan worden gekenmerkt. Op z’n slechtst als frauduleus en overbodig. Trouwens hoe dan is het nog steeds een raadsel waarom het ooit in de huidige vorm van de grond werd getild. Wie wordt niet moe van die kunstbobootjes die uitblinken in kortzichtigheid en het schrijven van beleidsstukken onder het mom ‘eigen instelling eerst’? De voorspelbare reactie is dat het brede publiek de schouders ophaalt over zoveel opportunisme en gebrek aan solidariteit, en geen begrip opbrengt voor de kunstsector. Dat lijkt nog niets eens onterecht’. 

De nieuwste ontwikkeling in deze soap is een analyse van journalist Bernard Hulsman in NRC naar aanleiding van drie artikelen van de kritische architect Kees van der Hoeven op zijn blog architectenweb. Van der Hoeven volgt HNI al jaren en constateert na lezing van het jaarverslag 2018 dat HNI jaarlijks slechts 45.000 bezoekers trekt en niet het aantal van 555.000 dat op een frauduleuze wijze tot stand is gekomen door externe presentaties op architectuurbiënnales in Venetië en Shenzen mee te tellen voor de bezoekcijfers in Rotterdam. Architect Van der Hoeven verbaast zich er al jaren over dat HNI nauwelijks of geen aandacht besteedt aan architectuur, terwijl dat een van de drie pijlers van HNI is. Beumer acht architectuur niet de aandacht waard.

Merkwaardig is dat Van der Hoeven in een tweet van 4 september 2020 zegt een aanval op zijn stukken te krijgen omdat hij ‘een ‘vals’ verhaal heeft verteld, verzuimd wederhoor toe te passen’. Van der Hoeven zegt daar vandaag op te reageren, maar het is een onterecht en vreemd verwijt omdat HNI al vijf jaar onder vuur ligt en zo aantoonbaar slecht presteert dat het totaal niet aannemelijk valt te maken dat de verwijten onterecht zouden zijn. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd, maar het wordt tijd dat HNI wordt uitgemest en directeur Beumer en de zittende RvT worden vervangen en architectuur weer speerpunt wordt.

Zie voor verder lezen over de recente geschiedenis van HNI:
Augustus 2015: Neemt de RvT van het Nieuwe Instituut het toezicht serieus?

Augustus 2015: Nemen Bussemaker en de RvT van het Nieuwe Instituut het toezicht serieus?

Augustus 2015: RvT van Het Nieuwe Instituut stelt onderzoekscommissie in vanwege publieke discussie

September 2015: Positie Guus Beumer onhoudbaar door onthullingen NRC. Wat was het toezicht waard?

December 2015: Rapport over Het Nieuwe Instituut constateert vele overtredingen van de Governance Code Cultuur. Kan Guus Beumer aanblijven?

Mei 2016: Crisis bij ‘Het Nieuwe Instituut’ geeft architecten kans op een nieuw eigen architectuurinstituut. Weg van het stylisme

December 2016: HNI werpt zich op als coördinator van nieuw designmuseum in Amsterdam. De vlucht vooruit als afleiding van eigen problemen

Februari 2017: HNI laat het opnieuw afweten bij ‘100 Jaar De Stijl’

Foto: Tweet van 5 september 2020.

Tentoonstelling ‘Kunst als Medicijn’ bij Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar

Het is niet smaakvol om iemand die niets terug kan zeggen te ridiculiseren. Dat gaat een grens over. Er zijn veel kunstenaars die zichzelf via sociale media op een aanmatigende wijze profileren. Het hoort erbij. Maar met bovenstaande video is iets anders aan de hand. Het is een productie van BeatFM BeatTV Heiloo en gaat over een kunstpresentatie bij Noordwest Zieknhuisgroep. Een instelling dus. De titel van de tentoonstelling is ‘Kunst als medicijn’. Die titel roept vragen op. Voor wie is kunst het medicijn? Voor de kunstenaars, de bezoekers, de patiënten of de Noordwest Ziekenhuisgroep? Als de uitgesproken tekst dan ook een succesvolle poging doet het wereldrecord cliché te breken, dan moet het er deze keer maar van komen. Aandacht voor een expositie. Tot eind augustus te zien bij Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar. Ga dat zien. Of niet.

Ik denk dat ik kwaad word over de onkunde en onnozelheid van de tentoonstellingsmakers van Museum Volkenkunde: Helende Kracht

Steevast twijfel ik bij aankondigingen van de musea van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW) of ik erom moet schaterlachen of dat ik kwaad moet worden over de onbenulligheid en het platte vertoon van modieusheid en onkunde. Serieus kan ik tentoonstellingen van deze musea (Tropenmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde) niet meer nemen, zoals ik die van het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum, Museum Boijmans, het Gemeentemuseum Den Haag, het Centraal Museum en al die zorgvuldig en behoedzaam opererende musea serieus neem. Waar het aan ligt is me niet geheel duidelijk, maar het kan niet anders zijn dat bij het NMvW de tentoonstellingsmakers samen met de directie en de afdeling marketing de macht hebben gegrepen en de deskundigen het nakijken hebben. Met als gevolg dat niet de kunst centraal staat, maar de politiek correcte blik op de kunst, en dat de niet-deskundigen zonder veel vakkennis -met uitsluiting van de deskundigen- museumpje mogen spelen. Dat wreekt zich in de tentoonstellingen en de presentatie ervan.

Neem de aankondiging van de tentoonstelling ‘Helende Kracht’ die vanaf 12 juni 2019 te zien is in Museum Volkenkunde te Leiden. Een passage luidt: ‘Loopt het even niet zo lekker, dan zijn er naast doktersbezoek volop andere mogelijkheden om de balans te herstellen. Van orakelkaarten, ayahuasca, handoplegging, klankschalen en hypnotiserende troms tot sjamanen, heksen en vodunpriesters: het aanbod is enorm. De verzamelnaam voor al die therapeutische behandelingen waarbij de balans tussen lichaam, geest en ziel voorop staat, is healing.’ Een weerlegging ervan zou een kolfje naar de hand van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zijn. Neem het artikel ‘Wie is hier gek? Healing-praktijken in een GGz’ uit 2006 van Cees Renckens waarin hij zegt: ‘De VtdK acht het ten enenmale ontoelaatbaar patiënten die het ten gevolge van hun angsten en/of depressiviteit toch al moeilijk genoeg hebben, wijs te maken dat zij kunnen profiteren van bovennatuurlijke krachten zoals dat bij de zogenaamde ‘healings’  zou geschieden. Hoe bewerkstelligt men vervolgens dat een dergelijke patiënt wordt afgeschermd van verpleegkundigen of andere artsen, die natuurlijk hun lachen niet kunnen houden als deze beweert dat de healing zo goed helpt? Zoiets is praktisch onmogelijk.’ Promotie voor healing praktijken kan dus gevolgen hebben voor de gezondheid van patiënten.

Museum Volkenkunde suggereert dat waar de reguliere geneeskunde faalt de alternatieve geneeswijzen uitkomst kunnen bieden, maar op welke onderzoeksgegevens het museum zich baseert is twijfelachtig. Hoe kunnen volgens dit museum orakelkaarten, handoplegging, klankschalen en hypnotiserende troms een balans tussen lichaam, geest en ziel herstellen die de reguliere geneeskunst niet kan herstellen? Hoe gaat dat dan? Museum Volkenkunde volgt in deze aankondiging de lijn van de kwakzalverij. Het is verbijsterend om te constateren dat dit museum meent zich hiermee in een tentoonstelling te moeten profileren. Met kwakzalverij.

Het wordt er nog doller op als de aankondiging zegt: ‘Het uitgangspunt is ook gelijk: het geloof dat er meer is tussen hemel en aarde, meer dan we vanuit onze ratio en de (westerse) wetenschap kunnen verklaren.’ Ermee gooit Museum Volkenkunde de luiken wijd open voor bedrog, bluf en de charlatans van de healing industrie.

Museum Volkenkunde steunt kritiek op de reguliere geneeskunde en plaatst die op een lijn met orakelkaarten, handoplegging, klankschalen en hypnotiserende troms van healing. Hiermee neemt het museum echter een positie in die tot maatschappelijke schade kan leiden, zoals zich dat de laatste jaren onder andere aftekent in het complotdenken over vaccinaties. Daar geeft dit museum met deze tentoonstelling voeding aan, volgens de aankondiging die dat suggereert. Uiteraard kan een museum allerlei redenen hebben om een tentoonstelling over alternatieve geneeswijzen te maken. Maar deze aankondiging wijst niet op een goed doordachte en evenwichtige tentoonstelling over alternatieve geneeswijzen, geluk en gezondheid die door deskundigen en met voldoende deskundigheid en kennis van zaken opgezet is. Ik denk dat ik kwaad word over de onkunde en onnozelheid van de tentoonstellingsmakers van Museum Volkenkunde. Dit is te serieus om weg te lachen.

Foto: Schermafbeelding van artikelHelende Kracht’ van het Museum Volkenkunde te Leiden, 2019.

Andres Serrano claimt van Trump een kunstwerk te hebben gemaakt

Wat moeten we denken van de show ’The Game: All Things Trump’ van Andres Serrano in New York? Deze kunstenaar schuwt grote woorden niet. Toe maar, Marcel Duchamp, alles is kunst. Dus ook de stropdassen en petjes van Trump. Daaruit volgt dat een presentatie een tentoonstelling is en de presentatieplek een museum. Of is daar toch meer voor nodig dan Serrano meent? Stapeling van objecten maakt nog geen tentoonstelling. Laten we het er maar op houden dat het een show is. Een installatie over beroemdheid. Over Donald Trump én Serrano of over Serrano met Trump als weggooiproduct. Wat we ermee moeten is de echt interessante vraag.

Foto: ‘The Game: All Things Trump. Photograph: Courtesy of a/political and ArtX. Photo by John Mireles’.

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.