George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museum voor Chinoiserie

Utrechtse museumsector: Maak nijntje museum los van Centraal Museum en investeer de afkoopsom in Museum Oud-Amelisweerd

leave a comment »

Soms hebben ideeën onvermoede effecten. De Utrechtse VVD pleitte bij de behandeling van de begroting voor het verhuizen van het nijntje museum naar stadswijk Leidsche Rijn. Dat is om meerdere redenen een slecht idee, maar het voorstel geeft wel ruimte om hierover verder na te denken. Want hoe vanzelfsprekend zijn de vanzelfsprekendheden? De uitkomst kan zijn dat het nijntje museum losgemaakt wordt van het Centraal Museum en beide musea weer op eigen benen gaan staan. Vanwege de huidige verknoping dient dan een overgangsperiode afgesproken te worden waarbij financiële en facilitaire problemen onder controle moeten worden gebracht. Het Centraal Museum kan in samenspraak met het gemeentebestuur een andere taak op zich nemen, namelijk het beheer en het uitbouwen van het onlangs failliet gegane Museum Oud-Amelisweerd waarmee de gemeente Utrecht in de maag zit. Zo resteert een driehoeksverhouding tussen Centraal Museum, nijntje museum en het nieuwe Museum Oud-Amelisweerd waar alle drie de betrokken van kunnen profiteren. Mijn reactie op de FB-pagina van VVD Utrecht over dit onderwerp:

Welk probleem denkt VVD Utrecht met de verhuizing van het nijntje museum naar Leidsche Rijn op te lossen? Dat is onduidelijk in de verantwoording van raadslid Gertjan te Hoonte die met humor die doet denken aan Seth Gaaikema praat over ‘Leidsche nijn’. In elk geval staat dit proefballonnetje haaks op de inspanningen van de gemeente Utrecht om succesvol een Museumkwartier te realiseren. De VVD breekt daar nu op in. Daarom kan het afgedaan worden als aandachttrekkerij van een backbencher die voor zijn onderwerp gaat staan. Maar helemaal nutteloos is zijn voorstel niet.

De voor ‘cultuur’ bedoelde plek in Leidsche Rijn kan door rauwe en grensverleggende kunst ingevuld worden die beter dan het nijntje museum bij deze nieuwe stadswijk aansluit. Dat zou bij voorkeur een onderwerp moeten zijn dat nu nog niet voldoende afgedekt wordt in de Utrechtse musea. Stadspromotie en city marketing gedijen ook beter bij klustering van gelijkwaardige functies. Ook daarom is de verhuizing van het nijntje museum naar Leidsche Rijn niet verstandig.

Toch is er een niet bedoeld voordeel in de verhuizing die door VVD Utrecht noch door critici wordt genoemd, namelijk de ‘bevrijding’ van het Centraal Museum. Want de verknoping van nijntje museum en Centraal Museum kent weliswaar facilitaire en publicitaire voordelen, maar heeft inhoudelijke en mentale nadelen.

Ofwel, de publiekstrekker nijntje museum waarop de kurk van het Centraal Museum de laatste decennia zakelijk drijft heeft het Centraal Museum vervreemd van zichzelf. Hoewel er voordelen zijn, want de geldstroom van het nijntje museum maakt het het Centraal Museum mogelijk om projecten van de grond te tillen die het zonder het nijntje museum niet zou kunnen realiseren. Maar dat is een onnatuurlijke situatie doordat het evenwicht steeds meer uit het lood is komen te staan vanwege het zwaarwegende financiële en publicitaire belang van het nijntje museum.

Daarbij is er een verschil. Het Centraal Museum is een veelgelaagd stads- en kunstmuseum dat een fundamenteel andere opdracht heeft dan het nijntje museum dat feitelijk onderdeel is van een andere sector. Namelijk die van het toerisme en het evenement waarbij de vaste opstelling en niet een avontuurlijke programmering het kenmerk is. Ook dit pleit voor ontknoping.

Dit mislukte proefballonnetje van VVD Utrecht kan wellicht toch onbedoeld leiden tot iets goeds. Namelijk, de ontknoping van Centraal Museum en nijntje museum. Het nijntje museum hoort thuis in het Utrechtse Museumkwartier, maar hoeft niet per se in de Agnietenstraat tegenover het Centraal Museum gehuisvest te zijn. Te denken valt aan een verhuizing naar elders in het Museumkwartier. Het nijntje museum dat 12 jaar geleden nog niet op eigen benen kon staan, kan dat inmiddels wel. Dus kan het nijntje museum verzelfstandigd worden en los van het Centraal Museum worden gezet.

Omdat dit het Centraal Museum investeringen en gederfde inkomsten kost kan voor een overgangsperiode van 10 jaar een afkoopsom afgesproken worden, zodat de bedrijfsvoering van het Centraal Museum niet onder druk komt te staan. In de uitruil kan tevens het failliete Museum Oud-Amelisweerd betrokken worden dat het Centraal Museum zoals voor 2012 weer gaat beheren. Te denken valt om hier een Museum voor Chinoiserie of Exotica in te richten.

Als kinderen uit huis gaan is dat een bevrijding voor de kinderen, maar vaak ook voor de ouders. Achteraf blijkt dan dat ze elkaar al een hele tijd in de weg zaten. Het Centraal Museum kan oude gewoontes weer oppakken. Zo is het met de ‘ouder’ Centraal Museum en het ‘kind’ nijntje museum dat in 2006 als ‘Dick Bruna Huis’ werd geopend. Voor die tijd had het Centraal Museum al een heel leven zonder nijntje museum achter zich. Het Centraal Museum kan de huidige ruimte van het nijntje museum in de Willem Arntsz-vleugel weer gaan gebruiken als nijntje het huis uit gaat. Als nieuw project kan het Centraal Museum in directe samenspraak met en op verzoek van het gemeentebestuur het Museum Oud-Amelisweerd gaan beheren om niet helemaal kinderloos en eenzaam achter te blijven. Het geld van de bruidsschat van het nijntje museum kan dan zonder bijkomende kosten of investeringen voor de gemeente Utrecht én het Centraal Museum gebruikt worden voor het uitbouwen van het nieuwe Museum Oud-Amelisweerd.

Foto: Schermafbeelding van artikelVVD wil nijntje museum naar Leidsche Rijn Centrum verhuizen’ van Diane Hoekstra in het AD, 6 november 2018.

Advertenties

Koewaarheden, melkkoeien en koehandel bij Oud-Amelisweerd

with 4 comments

Op 31 januari stond in het Utrechtse raadshuis het beoogde Museum Oud-Amelisweerd op de agenda van een raadsinformatieavond. Er waren meepraters, raadsleden en betrokken burgers, waaronder veel medewerkers van het Centraal Museum. Eerder die avond stond de verzelfstandiging van dat museum op de agenda. En een borrel na. Voor velen veruit het belangrijkste agendapunt. Niet alleen vanuit alcoholisch oogpunt, maar ook om contacten te leggen en gedachten uit te wisselen. Al met al een voor velen tamelijk succesvolle formule.

Cultuurwethouder Lintmeijer hield een gedegen inleiding, maar gaf op een essentieel onderdeel opnieuw een verkeerde voorstelling van zaken. Namelijk over het verband tussen verwaarlozing, cascoherstel, restauratie, openstelling en bestemming. Of het moedwil of misverstand is dat-ie steeds opnieuw de waarheid verdraait is onduidelijk. Het lijkt er sterk op dat-ie zijn keuze voor de huisvesting van de Armando Collectie achteraf geloofwaardigheid probeert te geven. Alleen degenen die de restauratie van dichtbij volgden weten dat de wethouder het verkeerd voorstelt. Anderen die het evenmin op de voet volgden praten hem gewillig na.

Zomer 2010 waren cascoherstel en restauratie zover gevorderd dat het moment was gekomen om serieus na te denken over een bestemming. De bestuursopdracht die Lintmeijer in 2010 aan CM-directeur Edwin Jacobs gaf wijst erop dat de restauratie in een volgende fase was gekomen. Ofwel, het dak is dicht, en verf, vloeren, plafonds, deuren en ramen hersteld. Deze feiten weerspreken niet het idee dat zorgvuldig gebruik het beste behoud is. Maar de keuze voor de Armando Collectie volgt er niet direct uit, zoals Lintmeijer suggereert.

Typisch aan zo’n raadsinformatieavond is dat meepraters hun tekst voorlezen. Slechts bevlogen sprekers komen  verder. Bestuursvoorzitter van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd James van Lidth de Jeude gaf zijn optimisme diepte door te erkennen dat mislukking mogelijk is. Alleen met zijn verwijzing naar Chinese contacten leek het alsof-ie een Museum voor Chinoiserie aanprees. Kunsthistorica Lucia Albers deed iets wat tot nu toe geen enkele betrokkene deed. Zowel een behang-, buitenplaatsen-, Rococo-, Lodewijk Napoleon- of Chinoiseriemuseum vond ze een meer vanzelfsprekende ‘inwonende’ dan Armando. Ze sprak niet over een onsje meer of minder, maar plaatste kanttekeningen bij de combinatie Oud-Amelisweerd en Armando.

Meepraters Anneke Visscher (Buurtschap), Juliette Borggreve (Veldkeuken) en Yvonne Ploum (Armando Museum) behartigden goed hun belang. Jos Kloppenborg (Vrienden) stelde zich echter zo gouvernementeel op dat het leek alsof-ie in het overleg met de wethouder al tot afspraken was gekomen. Goede luisteraars konden trouwens opvangen dat Lintmeijer en Van Lidth de Jeude in dezelfde termen praatten (‘Horeca geen melkkoe’) en dezelfde accenten legden. Dat wijst op vooroverleg of bijzondere empathie tussen beide heren.

Hoe verder? In tegenstelling tot het debat in de Amersfoortse raad zijn Utrechtse raadsleden niet gebonden aan een akkoord. De besluitvorming is een vrije kwestie. Raadsleden mogen individueel beslissen, waardoor fracties verdeeld kunnen stemmen. Dat opent het perspectief op een zakelijke discussie. PvdA en D66 hoeven Lintmeijer niet te volgen. In Amersfoort leeft bij raadsleden van de collegepartijen D66 en Groen Links nog steeds ongenoegen omdat ze tegen hun zin in moesten stemmen met een bruidsschat van 1 miljoen euro en een slecht onderbouwd ondernemingsplan. Maar het college-akkoord telde daar zwaar. In Utrecht niet dus.

Foto: Zondagochtend in de herfst in Amelisweerd. Credits: L.W. Muller