George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘SMOA

Beantwoording vragen in Provinciale Staten Utrecht over gevolgen van het faillissement van de Stichting Museum Oud Amelisweerd

leave a comment »

In de Provinciale Staten van de provincie Utrecht heeft het bestuur geantwoord op schriftelijke vragen van PVV Statenlid Elly Broere over de afhandeling van het faillissement van de Stichting Museum Oud Amelisweerd in Bunnik. Uit de antwoorden blijkt dat een tentoonstelling van Armando’s werk in het Chinese Guangzhou een tekort van minimaal 40.000 euro heeft opgeleverd. Dat is niet gedekt. Wie het terugtransport gaat betalen is vooralsnog onduidelijk. Op de vraag of de provincie nog wat terugziet van de in 2015 aan de Stichting Museum Oud Amelisweerd verstrekte renteloze lening van 160.000 euro antwoordt het provinciebestuur ontwijkend. De opmerking dat onderzocht wordt of ‘een doorstart realistisch is’ is niet realistisch. In 2015 stelde de fractie van de SP onder meer de vraag wat ‘de exacte financiële schade voor de Provincie Utrecht’ zou zijn als het museum failliet zou gaan en diende het vanwege het ontbreken van ‘een duidelijke financiële onderbouwing’ een motie in met de strekking af te zien van de lening. Het antwoord van het provinciebestuur was dat de financiële schade ‘maximaal 160.000 euro’ kan bedragen. Vraag is of door Provinciale Staten een bestuurder politiek verantwoordelijk gaat worden gesteld voor het verstrekken van de lening waarvan het toentertijd ook al de vraag was of die volgens normale objectieve maatstaven wel verleend mocht worden.

Foto’s: Schermafbeelding van Beantwoording schriftelijke vragen betreffende Museum Oud Amelisweerd, ingediend door de PVV 17-08-2018 in de Provinciale Staten van Utrecht.

Onduidelijkheden over T-Collectie van Armando’s werk rechtgezet. En nog enkele andere misverstanden aangepast

with 2 comments

Eric van der Velden heeft in de Amersfoortse ‘De Stadsbron‘ het artikelhoe amersfoort een kunstschat van 22 miljoen verspeelde’ op 8 augustus 2018 gepubliceerd. Ik was zijdelings bij de totstandkoming ervan betrokken en wil er daarom geen direct  commentaar op geven. Wel wil ik in algemene zin enkele ontstane onduidelijkheden over sommige achtergronden helpen rechtzetten. Ik doe dat puntsgewijze.

De verdienste van het artikel is dat Van der Velden de spanning binnen het bestuur van de Armando Stichting blootlegt over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid om werken van Armando van de Armando Stichting te verkopen voor de redding van Museum Oud Amelisweerd waar die collectie tot 1 maart 2018 in langdurige bruikleen was gegeven. In openbare bronnen wordt dat aspect nu voor het eerst met een getuigenis van de voorzitter van de Armando Stichting verklaard. Uiteindelijk bleek Armando tegen en ging het plan niet door. Maar zelfs dan was het onduidelijk geweest wegens vermenging van zakelijke en museale belangen tussen bruikleengever en museum of verkoop van werken van de Armando Stichting volgens de geldende regels van de museumsector wel ethisch mogelijk was, zoals ik in een commentaar van november 2015 opmerkte.

1. Het is een misverstand dat Armando’s voormalige echtgenote Tony de Meijere de zogenaamde T-Collectie als boedelscheiding meekreeg nadat zij en Armando uit elkaar gingen. Een toespraak door Rini Dippel in 2014 bij een tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum laat hierover geen misverstand ontstaan: de T-Collectie is door De Meijere bijeengebracht en beheerd. In een Conceptverklaring van Armando van 12 september 2011 aan betrokkenen bij het Armando Museum geeft hij commentaar op de bruikleen van de T-Collectie aan het Kröller-Müller Museum: ‘Het betreft in de eerste plaats de privé-collectie van mijn voormalige echtgenote Tony de Meijere. (..) Mijn echtgenote heeft deze collectie grotendeels in de loop van de vijftig jaar dat wij met elkaar hebben geleefd naar eigen inzicht, voorkeur en smaak verzameld. Voor mij is deze collectie een blijk van waardering voor het werk dat zij heeft verzet ten behoeven van mijn werk als kunstenaar. Het is enkel en alleen aan Tony de Meijere om te beslissen over de bestemming van deze zeer persoonlijke collectie.’ Zie over de schenking aan het Kröller-Müller Museum mijn commentaar van augustus 2011 met een verwijzing naar het jaarverslag 2010 /Aanwinsten /Armando met een beschrijving van de aard van de T-Collectie.

2. De T-Collectie maakte per abuis deel uit van de op 15 januari 1998 overeengekomen overeenkomst over het Armando Museum tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en Tony de Meijere, maar: a) de Armando Stichting bleef gedurende meer dan 5 jaar in gebreke en liet na te zorgen dat de T-Collectie volgens museale normen in het depot werd opgeslagen; b) Tony de Meijere heeft nooit de opzet gehad dat de T-Collectie deel uitmaakte van de overeenkomst en heeft daar nooit toestemming voor gegeven, slechts omdat ze een volmacht had gegeven omdat ze niet bij ondertekening aanwezig kon zijn is de T-Collectie door anderen buiten haar wil om aan de overeenkomst toegevoegd, zelfs haar herhaald protest tegen deze gang van zaken werd door onder meer de directeur van de Zonnehof Paul Coumans genegeerd; c) bij een volgende gelegenheid is in 2003 de clausule over de T-Collectie uit de overeenkomst geschrapt.

3. Onder meer uit het artikelAfscheid van het ‘eigen’ museum’ van 28 november 2011 in NRC blijkt dat de rol van toenmalig voorzitter van de Stichting Amersfoort-in-C Kees Spaan die ook voorzitter van de Armando Stichting was op z’n minst vragen oproept over dubbele petten. NRC: ‘Kees Spaan, voorzitter van de stichting Amersfoort in C die de gemeentelijke cultuursubsidies verdeelt: „De kaasschaaf was uitgewerkt. Kiezen dus.” Onder de stichting vallen naast het Armando Museum ook het Museum Flehite, het Mondriaanhuis en kunsthal KAdE. Een van de vier moest verdwijnen. Het werd het Armando Museum.’ Welke rol speelde Spaan in welke functie? Deed hij alle moeite om als voorzitter van Amersfoort-in-C in lijn met de overeenkomst van 1998 het Armando Museum in Amersfoort te houden of lobbyde hij in Amersfoort en Utrecht voor de verhuizing van het Armando Museum naar Oud Amelisweerd? Spaan staat niet bekend als makkelijk en diplomatiek wat onder meer in 2012 uit zijn reactie op mijn blog bleek toen hij me van misleiding van de publieke opinie betichtte.

4. Het is de vraag of de 21 werken van Armando in het bezit van de gemeente Amersfoort zoveel waard zijn als beweerd wordt. Buiten Nederland brengen ze minder op dan de galerieprijs en binnen Nederland lijkt de markt voor deze nieuwe schilderijen van Armando verzadigd. Amersfoort moet zich maar niet rijk rekenen.

5. Eric van der Velden heeft gelijk dat Amersfoort de afgelopen 10 jaar slecht is omgegaan Armando’s erfenis. Het gemeentebestuur bezondigde zich aan onzorgvuldig bestuur door na de brand in de Elleboogkerk in 2007 de overeenkomst uit 1998 eenzijdig op te zeggen. Het openbaar bestuur van Amersfoort heeft zo sterk aan geloofwaardigheid en vertrouwen verloren. Nog steeds is niet duidelijk gemaakt welke rol enkele betrokkenen in de private sfeer van de Armando Stichting en het Armando Museum speelden, hoe hun persoonlijk belang (carrière, geldingsdrang) meespeelde in de verhuizing van het Armando Museum naar Oud Amelisweerd en waarom de verantwoordelijke bestuurders van Utrecht en Amersfoort niet meer ruggengraat toonden. Het moet een kolfje naar de hand van de journalisten van De Stadsbron zijn om dat eens tot op de bodem uit te zoeken. Onder de voorwaarde dat ze hun vaste bronnen uit cultureel Amersfoort deze keer niet vanzelfsprekend op hun woord dienen te geloven, maar ze vooral naar hun dubbele agenda moeten vragen.

Foto: Armando. ’10 zwarte bouten’ (1961). Opgenomen in de collectie van het Kröller-Müller Museum.

Debat in Utrechtse coalitie over Oud Amelisweerd gaat voorbij aan de realiteit en de echte problemen van de huidige exploitant

leave a comment »

resolve

Het AD plaatste gisteren een stuk over Museum Oud Amelisweerd (MOA) met opinies van raadsleden vol onnauwkeurigheden, misverstanden en foute aannames. Aanleiding is een advies van een Adviescommissie Cultuur uit mei 2016 voor een jaarlijkse cultuursubsidie van 75.000 euro dat door het Utrechtse college niet wordt overgenomen. Reden hiervoor is dat in de raad is vastgelegd dat er geen geld voor de exploitatie naar de exploitant gaat. Op 31 mei 2011 stelde het college als voorwaarde voor openstelling van een museale bestemming van het landhuiseen investering die financieel gedekt is, een exploitant met een sluitende exploitatie begroting en dat er kan worden voldaan aan de gestelde monumentale randvoorwaarden’. De gemeente Utrecht stelde in 2012 een krediet van 1,6 miljoen euro beschikbaar voor het landhuis.

Vooral D66 lijkt te worstelen met de afspraken waaraan het zich bestuurlijk wil houden, maar er tegelijk geen gat in ziet om die oneigenlijk op te rekken. In hedendaagse taal, de grootste partij in de Utrechtse raad zoekt naar een geitenpaadje. De suggestie van D66-fractievoorzitter Klaas Verschuure dat het uitblijven van de subsidie van 75.000 euro leidt tot het failliet van de Stichting Museum Oud Amelisweerd is te simpel gedacht. Het gaat voorbij aan de realiteit en de voorgeschiedenis van de huidige exploitant. In 2014 had het museum volgens het jaarverslag een tekort van 136.000 euro. In debatten vanaf 2010 in zowel gemeenteraad van Amersfoort als Utrecht hadden raadsleden en cultuurwethouders twijfels over de financiële positie en plannen voor de exploitatie van deze exploitant. Nog op 21 september 2016 stelde de PvdA Amersfoort raadsvragen om te weten te komen of de Amersfoortse bruidsschat eraan meehelpt om MOA een gezonde financiële basis te geven. Het vermoeden dat uit de vragen rijst is dat het geld in een bodemloze put verdwijnt.

Het geitenpaadje dat D66 suggereert is dat de gemeente Bunnik via een vestzak-broekzakoperatie met de gemeente Utrecht financiële steun geeft aan de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Op een ander beleidsterrein kan dan Utrecht kosten van Bunnik voor haar rekening nemen. Waarom de coalitiepartijen hier pas in 2016 mee komen en dat niet in 2012 als voorwaarde hebben gesteld is de vraag. Feitelijk leidt deze uitruil tot het verbreken van de in de Utrechtse raad gemaakte principe afspraak uit 2011 om van de exploitant een sluitende begroting te eisen en de gemeente Utrecht door subsidie of lastenverlichting niet bij te laten dragen aan de exploitatie. Een politieke partij die zich bestuurlijk zuiver opstelt en de besluiten respecteert van de bestuurslaag waarin het opereert zou dit geitenpaadje niet moeten willen bewandelen.

Andere coalitiepartijen (GroenLinks, VVD en SP) maken een slag in de lucht als ze zeggen dat een faillissement van de huidige exploitant leidt tot ‘een leeg landhuis, dat vanwege het Chinese behang en de monumentale status moeilijk een andere bestemming kan krijgen’. Op welk onderzoek is dat gebaseerd en hoe komen ze aan deze kennis? Het is eerder andersom. Namelijk dat er een weeffout hersteld dient te worden. Vele critici hadden om kunsthistorische en commerciële redenen vanaf het begin geen vertrouwen in de drieslag Armando Collectie, antiek Chinees behang en ensemble van landhuis en landgoed. Zo wees al in 2011 oud-hoofdconservator van het Stedelijk Museum en vriend van Armando Rini Dippel de logica van de samenhang af : ‘Evenmin ziet ze iets in de combinatie van de 18de eeuwse Chinoiserieën van Oud-Amelisweerd en het werk van Armando. Ze vindt de aard van Oud-Amelisweerd niet passen bij het werk van Armando.’ De Raad voor Cultuur kwam in een advies in 2016 tot dezelfde conclusie: ‘De raad vindt de samenhang tussen het landhuis, het Chinese behang en de Armando Collectie gezocht en onvoldoende uitgewerkt. Naar de mening van de raad vormt het landhuis in combinatie met het landgoed en het behang een waardevol ensemble. De raad is echter niet overtuigd van de museale samenhang met de Armando Collectie die het museum beoogt.’ 

Het probleem dat het Utrechtse college vanaf 2011 voor zich uit schoof komt nu in de volle openbaarheid. De coalitiepartijen met D66 voorop geven er vervolgens bewust geen goede duiding aan omdat ze boter op het hoofd hebben. Het zoeken door D66 en andere coalitiepartijen naar een geitenpaadje heeft te maken met het maskeren van gemaakte fouten. Daarom moet de huidige exploitant gered worden ook als dat in strijd is met een collegebesluit. Uiteindelijk wreekt zich hier dat er over de exploitatie van landhuis Oud Amelisweerd nooit een openbare inschrijving, toetsing, pitch of open debat is gehouden. In de driehoek Utrecht, Amersfoort en de provincie Utrecht -met Bunnik als toehoorder- werden belangen vanwege partijpolitiek en coalitie uitgewisseld die resulteerden in een Amersfoorts museum in een Utrechtse landhuis op Bunniks grondgebied.

resolve-1

Wat is de oplossing voor de museale bestemming van landhuis Oud Amelisweerd? De financiële positie van de Stichting Museum Oud Amelisweerd die vanaf het begin slecht was zal naar verwachting niet structureel verbeteren. Een oplossing kan gevonden worden door alsnog te corrigeren wat vanaf 2010 is nagelaten. De procedure  van een open inschrijving moet opnieuw opgestart en gesimuleerd worden vanuit de positie van 2010. Vanwege het gezichtsverlies dat politieke partijen vrezen valt niet te verwachten dat ze hiertoe bereid zijn. Maar stel dat ze over hun eigen schaduw weten heen te springen dan kan er verder gewerkt worden vanuit drie uitgangspunten die in de geest van het Utrechtse collegebesluit van 31 mei 2011 zijn: 1) het vastgoed (het landhuis) is langdurig en de huidige exploitant is tijdelijk, ze staan los van elkaar; 2) een museum dient thematisch en (kunst)historisch aan te sluiten bij de eigenheid van de plek: het 18de eeuwse Chinese behang, de geschiedenis of het landgoed; 3) een exploitant dient een solide financiële basis te hebben die verwezenlijkt kan worden door samenwerking met partners (China, Rijksmuseum, hoofdsponsor).

Foto: Goochelsalon Oud-Amelisweerd, 1995. (Uit een interne notitie: Het was een ode aan het aloude ambacht van de goochelarij, en bestond uit voorstellingen, lezingen en een tentoonstelling van 19e eeuwse goochelattributen uit het depot van het museum, aangevuld met antieke goochelattributen uit de collectie van het Theatermuseum en stukken van diverse particulieren. De manifestatie was tevens de introductie van een semipermanente goochelsalon in het landhuis.)

Bestuurslid Museum Oud Amelisweerd: desnoods verkopen we werken van Armando om gaten in de exploitatie te vullen. Mag dat?

with 6 comments

gn

Update 25 februari 2019: De opmerkelijke kop ‘Amersfoort wilde geen Armando Museum meer en liep zo miljoenen mis’ bij een bericht van NOS.nl als aankondiging voor een item van Nieuwsuur over Armando en Museum Oud-Amelisweerd behoeft enige aanvulling. Want dat suggereert dat de collectie van Armando zonder beperkingen op de open markt verhandeld kan worden. En dan naar schatting 20-25 miljoen euro oplevert. Maar het ontzamelbeleid van de Museumvereniging dat gebaseerd is op de LAMO-richtlijn van de ICOM verbindt verkoop/ontzamelen van museale collecties aan strikte voorwaarden. Anders gezegd, de gemeente Amersfoort liep miljoenen euro mis omdat als het de collectie in bezit had gekregen die waarde administratief had kunnen bijschrijven, zonder dat dit concreet geld ‘in the pocket’ opleverde.

Aldus uitgever en bestuurssecretaris Geert Noorman van de Stichting Museum Oud Amelisweerd in een artikel in ’t Groentje (Bunniks Nieuws). Gevraagd naar de financiële situatie van Museum Oud Amelisweerd dat afgelopen week in de Jaarrekening 2014 een tekort van 136.000 euro rapporteerde meent Noorman dat een dreigend faillissement ‘op zich’ voor alle musea geldt. Want ‘Je hebt nu eenmaal bezoekers en sponsoren nodig’. En kan daaraan toegevoegd worden: subsidiegevers zoals de gemeente Amersfoort (2016: 100.000 euro) en een renteloze lening van 160.000 euro van de Provincie Utrecht met een looptijd van zes jaar.

Noorman oppert het idee dat als het museum het ondanks de Amersfoortse bruidsschat, de lening van de provincie, inkomsten uit bezoekers en snijden in kosten het financieel toch niet redt -wat goed denkbaar is- ‘desnoods werken van Armando verkocht worden’. Een opmerkelijke uitspraak. Het is vloeken in de kerk van museumland. Vraag is welke werken van Armando Noorman precies bedoelt. Doelt hij op de zeven werken in bezit van de Armando Stichting, langdurige bruiklenen aan het museum of werken in bezit van Armando?

Het jaarverslag 2014 nam al een voorschot op een constructie waarbij door verkoop van werken van Armando gaten in de exploitatie gedicht worden. Er wordt geschermd met een galeriewaarde van werken van Armando van 20 miljoen euro. Zie hier. Maar dat zou werken van Armando betreffen die hij na zou laten aan de Armando Stichting die er erfgenaam en toekomstige eigenaar van zou worden. Voor ’t Groentje spreekt Noorman over verkoop van werken met toestemming van Armando. Hij doelt dus op een andere categorie.

0de9e72fca

Noormans uitspraak dat indien nodig werken van Armando worden verkocht om gaten in de exploitatie te dekken is geen verspreking, maar past in de strategie van het bestuur. Het is van tweeën één. Of het betreft werken die behoren tot de museumcollectie. Dan geldt de ethische code van de museumvereniging die in 2.16 zegt dat de opbrengst van afgestoten werken alleen kunnen worden gebruikt ‘ten gunste van die collectie, in beginsel voor het verwerven van nieuwe objecten.’ In 2011 zorgde het handelen van de directeur van Museum Gouda voor ophef toen hij deze code overtrad bij de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas en schorsing uit het museumregister enkele maanden later alleen kon voorkomen door beterschap te beloven.

Of het zijn werken van Armando die niet behoren tot de collectie van het museum. Dan is er sprake van een wisselwerking tussen het Museum Oud Amelisweerd, een collectie, werken van Armando en de kunsthandel en ligt een belangenconflict op de loer. In een toevoeging op 8.18 zegt de ethische code: ‘Ieder belangenconflict dient vermeden te worden. Speciale voorzorg is vereist indien de bruikleengever van een voorwerp of collectie tevens sponsor is van de tentoonstelling of deel uitmaakt van het bestuur, de raad van toezicht of het museale beroepsveld van dat museum. Er dient voor gewaakt te worden dat naar buiten toe zelfs niet de schijn ontstaat van een onbetamelijke belangenverstrengeling.’ Met zijn uitspraak heeft Noorman de schijn gewekt.

Foto 1: Schermafbeelding van slot artikelBijna ton schuld bij gemeente Utrecht’ in ‘t Groentje (Bunniks Nieuws), 18 november 2015. 

Foto 2: ‘Pot Opslag Amersfoort huisvest twee bijzondere verzamelingen: de depots van Armando en het Mondriaanhuis. Op de bovenste verdieping is een depot ingericht voor de werken van Armando. Het vloeroppervlak doet recht aan zowel het aantal als de omvang van Armando’s werken: in verschillende vakken staan honderden schilderijen, waarbij doeken van 2 bij 4 meter eerder regel dan uitzondering zijn.

Waarom spreekt Museum Oud Amelisweerd nu wel over waarde van € 20 miljoen van de collecties Armando?

with 4 comments

moa1

Aldus jaarrekening 2014 van Museum Oud Amelisweerd (MOA). De jaarrekening 2013 noemde geen waarde van de collectie. De galeriewaarde van circa € 20 miljoen van de kerncollectie (eigenaar gemeente Amersfoort) en de collectie van de Armando Stichting/Armando valt uit de toon bij de slechte financiële situatie die uit het jaarverslag 2014 blijkt en waarover D66 en VVD in de Utrechtse raad afgelopen vrijdag vragen stelden. Ze vragen naar alternatieven indien de huidige exploitant het niet redt. Wat al in 2012 werd voorspeld door de toenmalige directeur van het Spoowegmuseum Paul van Vlijmen: ‘Armando wordt fiasco’. Hij constateerde: ‘Want het museum -zonder subsidie- is niet rendabel te krijgen.’ Dit was in lijn met eerdere kritiek van D66 en VVD, maar ook van de SP en GroenRechts. MOA heeft over 2014 een tekort van 136.000 euro.

De jaarrekening merkt op dat het MOA het nog wel even volhoudt met bijdragen van de gemeente Amersfoort (tot 2022) en een lening van de provincie Utrecht van € 158.000 waarover een controverse ontstond met de SP met een dubbelrol voor gedeputeerde Pim van den Berg die in Amersfoort als wethouder welwillend op het later door de raad afgewezen verzoek van het museum reageerde. Ondanks de niet sluitende exploitatie. Tussen de regels door komt de aap uit de mouw als de jaarrekening zegt dat de Armando Stichting de erfgenaam en toekomstige eigenaar is van de nalatenschap ‘betreffende de kunstwerken van Armando’.

Feit dat de galeriewaarde van € 20 miljoen expliciet wordt genoemd is opvallend en heeft een doel. Het roept oude vragen in herinnering over de waarde van de collectie, de rol van het MOA daarin, de wisselwerking tussen privaat en publiek geld, de kosten van  opslag en beheer, en de eigendomsverhoudingen van de deelcollecties. Anders gezegd, neemt het bestuur van de Stichting MOA een voorschot op de toekomst en dekt het zich in vanwege de slechte financiële situatie en de verwachte exploitatietekorten door impliciet aan te geven dat (een deel van) de collectie kan dienen als onderpand en tegemoetkoming voor toekomstige tekorten van het museum? Dan zou het gewenst zijn als het bestuur daarover duidelijkheid gevraagd wordt door de gemeentebesturen van Amersfoort en Utrecht met expliciete vragen over de eigendomsverhoudingen van de collectie en de bereidheid van de Armando Stichting om mogelijke tekorten in de toekomst aan te zuiveren.

Foto: Schermafbeelding uit Jaarrekening 2014 van het Museum Oud Amelisweerd.

Opnieuw aanwijzing financiële problemen Museum Oud-Amelisweerd

leave a comment »

oa

De Utrechtse wethouder van Financiën Jeroen Kreijkamp antwoordt op vragen van Stadsbelang Utrecht in het kader van de Programmabegroting (zie bijlage)  over de financiële positie van Museum Oud-Amelisweerd (MOA). Het museum heeft volgens Kreijkamp een huurachterstand (inclusief servicekosten) over de maand oktober 2015 van 2.541,99 euro en een achterstand van 91.871 euro in de herontwikkeling van het koetshuis.

Over de betalingsachterstand antwoordt directeur Yvonne Ploum het AD dat de overschrijving van de huur is blijven liggen. En: ‘Wel hebben we de 91.000 euro voor de verbouwing van het koetshuis nog niet overgemaakt, omdat we onze financiële huishouding willen stabiliseren.’ Deze raadselachtige formulering voorspelt weinig goeds over de financiële situatie. Een teken daarvoor is dat de jaarrekening over 2014 nog steeds niet is verschenen. Er zijn meer aanwijzingen dat de financiële situatie penibel is. Een verzoek van het museum aan Amersfoort om vooruitbetaling van 158.341 euro subsidie (‘bruidsschat’) werd in april 2015 door de Amersfoortse raad afgewezen. Later klopte het museum bij de provincie Utrecht aan voor een renteloze lening van 160.000 euro. De SP had hierop kritiek en diende een motie in de lening niet te verlenen.

Zoals al in 2012 voorspeld gaat het niet goed met de bedrijfsvoering van Museum Oud-Amelisweerd. De voorwaarden werden zo aangescherpt dat het de bedrijfsvoering in een rijksmonument praktisch onmogelijk maakte. Die randvoorwaarden blijven het museum achtervolgen. Raadslid Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de geldproblemen niet verrassend. Hij zegt in het AD: ‘We konden erop wachten dat het MOA in de knel zou raken’. Hij vraagt om een onderzoek om te weten te komen hoe gezond de exploitatie van het MOA is.

Foto: Schermafbeelding van vraagnummer 120 in ‘Bijlage beantwoording schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2016 en 2e Berap 2015‘ van de gemeente Utrecht.

Geschil in provincie Utrecht over lening Museum Oud Amelisweerd

with 6 comments

pu

Zoals voorspeld gaat het niet goed met de bedrijfsvoering van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd. De voorwaarden om het kunnen realiseren werden zo aangescherpt dat het de bedrijfsvoering in een rijksmonument praktisch onmogelijk maakte. Die randvoorwaarden blijven het museum achtervolgen. In maart 2015 verwierp de Amersfoortse raad het voorstel van het college voor een nieuw subsidieschema dat erop neerkwam dat er over 2015 niet 100.000 euro, maar 258.341 euro uitgekeerd zou worden. Het verzoek van het museum aan het Amersfoortse college was om de tranches uit de bruidsschat over 2020 en 2021 al in 2015 uit te betalen. Met het verzoek richtte het museum de aandacht op de eigen financiële problemen.

Wat het museum op de reguliere geldmarkt of bij de gemeente Amersfoort niet lukte, probeerde het bij de Provincie Utrecht door een renteloze lening van 160.000 euro met een looptijd van zes jaar aan te vragen. Op 30 juni stelde de Statenfractie van de SP hierover kritische vragen aan Gedeputeerde Staten (VVD, CDA, D66, GL). De antwoorden zijn hierboven te lezen. Gedeputeerde Pim van den Berg (D66) was in Amersfoort cultuurwethouder toen het college welwillend op het later afgewezen verzoek van het museum reageerde.

Opvallend is dat de Stichting Museum Oud-Amelisweerd in september 2015 nog geen jaarrekening over 2014 heeft opgesteld. Zoals blijkt uit de antwoorden. Doorgaans vereisen de statuten dat deze zes maanden na afloop van het boekjaar worden vastgesteld. Waarom dit bij het Museum Oud Amelisweerd niet is gebeurd is de vraag. Ook het antwoord van de provincie is raadselachtig omdat er in tegenspraak met wat het stelt wel degelijk een Jaarrekening 2013 van Stichting Museum Oud Amelisweerd is die in december 2011 opgericht werd. Het tekort over 2013 bedroeg ongeveer 70.000 euro. Het antwoord van Gedeputeerde Staten roept de vraag op op welke informatie het zich baseert en of het wel met volledige kennis van zaken spreekt.

De Statenfractie van de SP geeft in een verklaring aan ‘verre van gerust’ te zijn over de toekomst van wat het het Armandomuseum in Amelisweerd noemt. Het wil de beslissing van Gedeputeerde Staten terugdraaien om een renteloze lening van 160.000 euro aan de Stichting Museum Oud Amelisweerd te verstrekken en dient daarom onderstaande motie in ‘totdat er een deugdelijk financieel verhaal ligt’. De motie is voor de vergadering van Provinciale Staten op 21 september als ingekomen stuk ingediend (zie 2. Vaststellen agenda).

moa

Foto 1: Statenbrief ‘Beantwoording schriftelijke vragen SP mw. Noordenbos betreffende Museum Oud Amelisweerd’.

Foto 2: Motie ‘Geen lening voor Museum Oud Amelisweerd‘ van de Statenfractie van de SP in de provincie Utrecht.