George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Belangenverstrengeling

Defensieve domheid van petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ gooit boel op slot en verdedigt eigen posities

with one comment

Aldus het slot van de petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ op de site van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst (LKCA) dat liefst 58 medewerkers telt. Alleen dit feit alleen al verklaart de petitie. De eigen positie wordt verdedigd. Er mogen geen nieuwe instituten in het leven geroepen worden. In de economie heet dat kartelvorming of oligarchie. De overheid bestrijdt dat, maar vreemd genoeg niet in de cultuursector waar klustering en stilstand worden bevorderd. Omdat het toch maar kunst is? Concurrentie voor overheidssubsidie wordt uitgeschakeld. Oogluikend wordt toegestaan door overheden dat enkele sectorinstituten de culturele markt verdelen, in bezit nemen en met een vals beroep op het publiek via deze petitie positief in de publiciteit brengen. De eigen pluim wordt via deze petitie nog mooier opgeschikt dan die echt is. De petitie getuigt van een onnoemelijke kortzichtigheid, onverdraagzaamheid en domheid.

Wijbrand Schaap van het Cultureel Persbureau zette me via een artikel op zijn site op het spoor van deze petitie. Hij leest de petitie zo: ‘De bestaande ondersteuningsinstituten in de cultuursector dringen er daarin namelijk bij de Tweede Kamer op aan om geen geld te steken in nieuwe ondersteuningsinstituten. Daarmee steken clubs als het Landelijk Kennniscentrum Amateurkunst (LKCA), Cultuur+Ondernemen, en de Boekmanstichting een kleine, doch wel tamelijk welgemikte dolk in de rug van hen die aan het lobbyen zijn voor een terugkeer – in enige vorm – van het Sectorinstituut Theater (TIN) en het Muziekcentrum Nederland (MCN) die door Halbe Zijlstra in 2012 de nek zijn omgedraaid.’ Schaap heeft gelijk. Waar is de solidariteit in deze gesubsidieerde cultuursector? Schaap: ‘De petitie kan niet anders gelezen worden dan als een signaal dat de gevestigde orde geen nieuwkomers wil. Zeker niet als dat ten koste gaat van diezelfde gevestigde orde.’ Een toevallig ontstane situatie wordt gefixeerd en gelegitimeerd met het argument dat het historisch gegroeid is. Zoals alles historisch gegroeid is. Mijn reactie op de FB-pagina van Wijbrand Schaap bij dit onderwerp:

Er is geen solidariteit binnen disciplines en evenmin tussen disciplines. Ieder vecht voor de eigen toko en hypotheek. Zo zagen we ook de gezaghebbende en unieke bibliotheek van het Tropeninstituut ontmanteld worden ten koste van steun aan een reeks van misbare en middelmatige instellingen. Het is de schande van zowel het veld als van de politieke besluitvormers dat ze dat billijkten. Waar was het overkoepelende Deltaplan voor de Kunsten dat unieke waarde vooropstelt zonder te ontaarden in paleiskunst door topinstellingen die hun kunstjes vertonen voor de macht? De culturele basisinfrastructuur waar de Raad voor Cultuur over adviseert is dat niet omdat er allerlei politieke, cultuurpolitieke en regionale belangen in gemengd zijn. Het Nieuwe Instituut is inderdaad zo’n instelling die op z’n best als middelmatig kan worden gekenmerkt. Op z’n slechts als frauduleus en overbodig. Trouwens hoe dan is het nog steeds een raadsel waarom het ooit in de huidige vorm van de grond werd getild. Wie wordt niet moe van die kunstbobootjes die uitblinken in kortzichtigheid en het schrijven van beleidsstukken onder het mom ‘eigen instelling eerst’? De voorspelbare reactie is dat het brede publiek de schouders ophaalt over zoveel opportunisme en gebrek aan solidariteit, en geen begrip opbrengt voor de kunstsector. Dat lijkt nog niets eens onterecht.

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’, november 2018.

Advertenties

Dommering schiet in de derde helft van kwestie-Ruf zijn opinie richting gemeentebestuur. Met welke organisatie en ambitieniveau?

with 2 comments

Kunstliefhebber en jurist Egbert Dommering geeft opnieuw zijn opinie in Het Parool over het Stedelijk Museum. Dat nieuwsmedium dat de medestanders van Ruf een podium biedt, zich pro-Ruf opstelt en op een gegeven moment zelfs in een proxy-oorlog met het Ruf-kritische NRC verzeilde. Dommering gaf eerder zijn opinie op 4 juni 2018. Een stuk vol aannames en lacunes, ondersteunend bewijs, maar geen ‘smoking gun’. Opnieuw richt hij zijn pijlen op het Amsterdamse gemeentebestuur dat hij beticht van machtsmisbruik.

Dommering herhaalt opnieuw de Parool-waarheid dat in juni 2018 de commissie-Eisma Ruf in een rapport van blaam gezuiverd heeft. Het valt te betwijfelen of dat klopt. Hij hanteert hierbij een eng-juridische opvatting en laat de ethiek buiten beschouwing. Want hoe kan het anders uitgelegd worden dat Ruf van de Zwitserse uitgeverij Ringnier tijdens haar dienstverband bij het Stedelijk een bonus van 1 miljoen Zwitserse francs kreeg en ook nog neveninkomsten van meer dan 100.000 euro per jaar? Waar waren in die jaren de toezichthouders die ongemakkelijke vragen stelden aan de directie? Zagen directie en Raad van Toezicht niet gewoon elkaars fouten door de vingers om voor zichzelf meer ruimte te bemachtigen? Dat is niet van blaam gezuiverd zijn, dat is verwijtbaar gedrag en aangewende passiviteit door de instructies bewust te negeren.

Dommering maakt het deze keer nog bonter omdat hij zichzelf luid en duidelijk tegenspreekt door uit een langlopende ontwikkeling de actualiteit te laten volgen. Van de ene kant vraagt hij zich terecht af wat het toch is waardoor het Stedelijk hapert (‘Hoe komt het dat de staf zich telkens tegen de artistieke directeur opstelt? Zit het artistiek-commerciële management wel goed in elkaar?’), maar van de andere kant keert hij zich opnieuw tegen het gemeentebestuur en lijkt een lans te willen breken voor de sponsors en geldgevers.

Vooral dat laatste is mal. Dommering weet toch dat het vooral de coterie van multimiljonairs in de Raad van Toezicht en de sponsors in de directe omgeving daarvan is geweest dat het Stedelijk in de problemen heeft gebracht? Het is verre van logisch om nu juist in die hoek de oplossing te zoeken. Het kan zijn dat het gemeentebestuur met een nieuwe burgemeester in de aanpak van het Stedelijk Museum niet voortvarend is en het vanwege hypercorrectie uit angst voor nieuwe ontsporingen te weinig ruimte geeft, maar dat betekent nog niet dat de oplossing voor de jarenlange stagnatie in het gebrek aan commercieel inzicht ligt. Eerder het omgekeerde lijkt het geval, er was een teveel aan verkeerd commercieel inzicht. De kritiek daarop klonk in de openbaarheid al in 2005. De multimiljonairs en ondernemers hadden het bij het Stedelijk voor het zeggen en hielden het museum niet aan zijn opdracht. Het is begrijpelijk dat een in zo’n 15 jaar scheefgegroeide situatie niet op korte termijn hersteld kan worden. Daarom is het ongeduld van Egbert Dommering voorbarig.

De twee sleutelwoorden om het verval van het Stedelijk Museum goed te begrijpen zijn ‘bedrijfscultuur’ en ‘ambitieniveau’. Het eerste was ontspoord en het laatste te hoog. Een ambitieniveau dat vergelijkbaar is met Museum Boijmans van Beuningen of het Haags Gemeentemuseum lijkt beter bij het Stedelijk te passen. Laat het Stedelijk eerst maar eens nationaal de toppositie pakken, voordat het internationale ambities probeert te volgen en ten onder gaat aan Mokumse bravoure. Door slim opereren en het inzetten van de eigen collectie kan het Stedelijk incidenteel best internationaal toonaangevende tentoonstellingen realiseren. En niet van gearriveerde kunstenaars met een groot commercieel belang waar nu eenmaal het budget voor ontbreekt, maar van aanstormende kunstenaars die vroegtijdig worden gescout en vastgelegd. Dommering heeft gelijk dat de juiste toepassing van de Code cultural governance geen handleiding voor het opzetten van een goede organisatie en bestuur is. Maar om het gemeentebestuur dat het ontspoorde museum uit de modder probeert te trekken te waarschuwen voor moreel puritanisme is een gotspe die oorzaak en gevolg opzichtig omkeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStedelijk is nog altijd beschadigd door affaire-Ruf’ van Egbert Dommering in Het Parool, 23 oktober 2018

Kunstsoap met Cathérine de Zegher, Toporovksi collectie en MSK Gent kent invalshoeken, belangen en onkunde. Nog geen conclusie

leave a comment »

Het wordt inmiddels een kunstsoap genoemd. De verwikkelingen van de geschorste directeur van het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK) Cathérine de Zegher en de collectie Toporovski. Zien hier voor de voorgeschiedenis: een museumdirecteur die op non-actief wordt gezegd vanwege het vermoeden dat ze uit scoringsdrift min of meer onbewust via haar museum gelegenheid tot witwassen gaf aan een verzamelaar van een collectie 24 avant-gardistische Russische schilderijen waarvan de authenticiteit ernstig betwijfeld wordt.

In de publiciteit woedt een a-synchrone strijd over de schuldvraag. De Zegher die haar sporen heeft verdiend in de internationale kunstwereld kreeg vorige week steun in een open brief van bekende namen. Ze noemen de beschuldigingen aan haar adres leugenachtig en geven de media de schuld: ‘In particular the personal attacks against Catherine de Zegher reached a peculiar and unprecedented intensity that resulted in a trial by media.’ Zo wordt de boodschapper van het slechte nieuws tot zondebok gemaakt. De Zegher voelde zich door deze steun gesterkt. Dat zij zo snel kon vallen kan erdoor verklaard worden dat ze in de stad Gent en in haar eigen museum, en nationaal bestuurlijk onvoldoende steun had opgebouwd. Vlaamse museumdirecteuren distantieerden zich van haar omdat ze de museumsector beschadigd zou hebben. Ofwel, internationaal heeft ze steun die ze nationaal mist. De benoeming van de expert hedendaagse kunst De Zegher bij het traditionele MSK werd toendertijd door velen niet begrepen. De Russische avant-garde is niet haar specialisme.

De laatste aflevering in de kunstsoap is dat volgens de Russische kunstverzamelaar en bruikleengever Igor Toporovski 12 van de 24 werken die in het MSK gepresenteerd werden authentiek zijn. Dat zou blijken uit een onderzoek in vier laboratoria die door hem niet bij naam genoemd worden. Hij concludeert daaruit dat ze geen vervalsingen zijn omdat ze uit ‘de beginjaren 1900 zouden dateren’. De Groene politicus Bart Caron die kritisch dit dossier volgt wijst er in bovenstaande tweet terecht op dat dat nog niets zegt over de toewijzing van de werken. Verdere complicatie is dat kunsthandelaren die in Russische avant-gardekunst handelen een strafklacht hebben ingediend tegen De Zegher omdat ze vreesden dat de vermeende vervalsingen hun handel beschadigde. Hierbij werd na tussenkomst van een Gentse rechter beslag gelegd op de betreffende werken en de daarbij horende documenten. Waarbij het onderzoek tot stilstand kwam. De kunsthandelaren vonden het op hun beurt niet kies dat De Zegher en Toporovski een persconferentie gaven tijdens een lopende zaak.

Op betreffende persconferentie zei De Zegher volgens een bericht in HLN: ‘Ik spreek voor diegenen die houden van kunst, schoonheid en waarheid. Ik heb mijn eigen verhaal, gebaseerd op grondig onderzoek, bekende feiten en wetenschappelijk bewijs dat mijn oordeel en overtuiging bevestigt’. Dat tekent de tragiek van haar opstelling. De Zegher heeft inderdaad haar eigen verhaal dat haar oordeel en overtuiging bevestigt, maar wat dat betekent is de vraag. Deze kunstsoap gaat over commerciële en museale belangen, vermenging van politiek en kunstwereld, een museumdirecteur die losgezongen is van haar eigen omgeving en het moeras inwandelt, een minister die niet alert en passend handelt en media die door de museumdirecteur de schuld in de schoenen geschoven krijgen omdat ze verslag doen. De grootste verliezer is de Vlaamse museumsector.

Foto: Tweet van Vlaamse volksvertegenwoordiger namens Groen Bart Caron, 18 oktober 2018.

Onduidelijkheden over T-Collectie van Armando’s werk rechtgezet. En nog enkele andere misverstanden aangepast

with 2 comments

Eric van der Velden heeft in de Amersfoortse ‘De Stadsbron‘ het artikelhoe amersfoort een kunstschat van 22 miljoen verspeelde’ op 8 augustus 2018 gepubliceerd. Ik was zijdelings bij de totstandkoming ervan betrokken en wil er daarom geen direct  commentaar op geven. Wel wil ik in algemene zin enkele ontstane onduidelijkheden over sommige achtergronden helpen rechtzetten. Ik doe dat puntsgewijze.

De verdienste van het artikel is dat Van der Velden de spanning binnen het bestuur van de Armando Stichting blootlegt over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid om werken van Armando van de Armando Stichting te verkopen voor de redding van Museum Oud Amelisweerd waar die collectie tot 1 maart 2018 in langdurige bruikleen was gegeven. In openbare bronnen wordt dat aspect nu voor het eerst met een getuigenis van de voorzitter van de Armando Stichting verklaard. Uiteindelijk bleek Armando tegen en ging het plan niet door. Maar zelfs dan was het onduidelijk geweest wegens vermenging van zakelijke en museale belangen tussen bruikleengever en museum of verkoop van werken van de Armando Stichting volgens de geldende regels van de museumsector wel ethisch mogelijk was, zoals ik in een commentaar van november 2015 opmerkte.

1. Het is een misverstand dat Armando’s voormalige echtgenote Tony de Meijere de zogenaamde T-Collectie als boedelscheiding meekreeg nadat zij en Armando uit elkaar gingen. Een toespraak door Rini Dippel in 2014 bij een tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum laat hierover geen misverstand ontstaan: de T-Collectie is door De Meijere bijeengebracht en beheerd. In een Conceptverklaring van Armando van 12 september 2011 aan betrokkenen bij het Armando Museum geeft hij commentaar op de bruikleen van de T-Collectie aan het Kröller-Müller Museum: ‘Het betreft in de eerste plaats de privé-collectie van mijn voormalige echtgenote Tony de Meijere. (..) Mijn echtgenote heeft deze collectie grotendeels in de loop van de vijftig jaar dat wij met elkaar hebben geleefd naar eigen inzicht, voorkeur en smaak verzameld. Voor mij is deze collectie een blijk van waardering voor het werk dat zij heeft verzet ten behoeven van mijn werk als kunstenaar. Het is enkel en alleen aan Tony de Meijere om te beslissen over de bestemming van deze zeer persoonlijke collectie.’ Zie over de schenking aan het Kröller-Müller Museum mijn commentaar van augustus 2011 met een verwijzing naar het jaarverslag 2010 /Aanwinsten /Armando met een beschrijving van de aard van de T-Collectie.

2. De T-Collectie maakte per abuis deel uit van de op 15 januari 1998 overeengekomen overeenkomst over het Armando Museum tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en Tony de Meijere, maar: a) de Armando Stichting bleef gedurende meer dan 5 jaar in gebreke en liet na te zorgen dat de T-Collectie volgens museale normen in het depot werd opgeslagen; b) Tony de Meijere heeft nooit de opzet gehad dat de T-Collectie deel uitmaakte van de overeenkomst en heeft daar nooit toestemming voor gegeven, slechts omdat ze een volmacht had gegeven omdat ze niet bij ondertekening aanwezig kon zijn is de T-Collectie door anderen buiten haar wil om aan de overeenkomst toegevoegd, zelfs haar herhaald protest tegen deze gang van zaken werd door onder meer de directeur van de Zonnehof Paul Coumans genegeerd; c) bij een volgende gelegenheid is in 2003 de clausule over de T-Collectie uit de overeenkomst geschrapt.

3. Onder meer uit het artikelAfscheid van het ‘eigen’ museum’ van 28 november 2011 in NRC blijkt dat de rol van toenmalig voorzitter van de Stichting Amersfoort-in-C Kees Spaan die ook voorzitter van de Armando Stichting was op z’n minst vragen oproept over dubbele petten. NRC: ‘Kees Spaan, voorzitter van de stichting Amersfoort in C die de gemeentelijke cultuursubsidies verdeelt: „De kaasschaaf was uitgewerkt. Kiezen dus.” Onder de stichting vallen naast het Armando Museum ook het Museum Flehite, het Mondriaanhuis en kunsthal KAdE. Een van de vier moest verdwijnen. Het werd het Armando Museum.’ Welke rol speelde Spaan in welke functie? Deed hij alle moeite om als voorzitter van Amersfoort-in-C in lijn met de overeenkomst van 1998 het Armando Museum in Amersfoort te houden of lobbyde hij in Amersfoort en Utrecht voor de verhuizing van het Armando Museum naar Oud Amelisweerd? Spaan staat niet bekend als makkelijk en diplomatiek wat onder meer in 2012 uit zijn reactie op mijn blog bleek toen hij me van misleiding van de publieke opinie betichtte.

4. Het is de vraag of de 21 werken van Armando in het bezit van de gemeente Amersfoort zoveel waard zijn als beweerd wordt. Buiten Nederland brengen ze minder op dan de galerieprijs en binnen Nederland lijkt de markt voor deze nieuwe schilderijen van Armando verzadigd. Amersfoort moet zich maar niet rijk rekenen.

5. Eric van der Velden heeft gelijk dat Amersfoort de afgelopen 10 jaar slecht is omgegaan Armando’s erfenis. Het gemeentebestuur bezondigde zich aan onzorgvuldig bestuur door na de brand in de Elleboogkerk in 2007 de overeenkomst uit 1998 eenzijdig op te zeggen. Het openbaar bestuur van Amersfoort heeft zo sterk aan geloofwaardigheid en vertrouwen verloren. Nog steeds is niet duidelijk gemaakt welke rol enkele betrokkenen in de private sfeer van de Armando Stichting en het Armando Museum speelden, hoe hun persoonlijk belang (carrière, geldingsdrang) meespeelde in de verhuizing van het Armando Museum naar Oud Amelisweerd en waarom de verantwoordelijke bestuurders van Utrecht en Amersfoort niet meer ruggengraat toonden. Het moet een kolfje naar de hand van de journalisten van De Stadsbron zijn om dat eens tot op de bodem uit te zoeken. Onder de voorwaarde dat ze hun vaste bronnen uit cultureel Amersfoort deze keer niet vanzelfsprekend op hun woord dienen te geloven, maar ze vooral naar hun dubbele agenda moeten vragen.

Foto: Armando. ’10 zwarte bouten’ (1961). Opgenomen in de collectie van het Kröller-Müller Museum.

Mediadebat over kwestie-Ruf is omsingeling en projectie bij volmacht. Vanaf de flanken van de NRC

with one comment

In een commentaar van 16 juni 2018 ging ik in op de kwestie Ruf en de aandacht ervoor in de media. Ik kwam tot twee conclusies. Namelijk dat het antwoord op de vraag of Beatrix Ruf gelijk heeft met haar claim dat ze terug kan keren als museumdirecteur bij het Stedelijk ervan afhankelijk is of er een juridische of ethische invalshoek wordt gekozen. Het rapport Eisma pleitte mw. Ruf vanuit een juridisch perspectief vrij en ging grotendeels voorbij aan de gedragsregels en de bedrijfscultuur bij het Stedelijk. Ook constateerde ik dat er een schaduwoorlog tussen NRC en Het Parool was ontstaan waarbij eerstgenoemde het accent legde op de overtredingen van ethische regels en laatstgenoemde op de ruimere juridische marges die Rufs terugkeer niet verhinderden. Zo woedt een nauwelijks verhulde richtingenstrijd waarbij kranten een grote rol spelen.

Het Parool dat in enkele stukken suggereerde dat Ruf ‘volledig is vrijgepleit’ en ‘ten onrechte is beschuldigd van belangenverstrengeling’ omschreef ik als ‘doorgeefluik van de lobby om Ruf terug te laten keren als directeur van het Stedelijk Museum’. Dat was geen incident, maar deel van een georkestreerde campagne die overigens de laatste 10 dagen aan momentum lijkt te hebben verloren. Vorig jaar trok Ruf als woordvoerder spindoctor Kay van der Linde aan die haar niet alleen door de publiciteit loodst, maar ook een strategie aan de hand doet waarbij het de vraag is of die wel altijd in het belang van mw. Ruf is. Ofwel, een media-strategie kan schrander opgezet zijn, maar werkt doorgaans via een hoofdpersoon die erdoor aan gezag kan verliezen.

Ruf is geen oorzaak, maar gevolg van de structuur die bij het Stedelijk Museum tijdens opeenvolgende Raden van Toezicht was ontstaan. Zij kon zich niet onttrekken aan wat een ontspoorde bedrijfscultuur was die werd versterkt door een hoog ambitieniveau dat zo goed als onhaalbaar was. In een reeks krantenadvertenties hamerde kunstverzamelaar Jan Christiaan Braun daar sinds 2014 op. Ze hadden als onderwerp het belangenconflict binnen de Raad van Toezicht en het bestuur van het Stedelijk Museum Fonds. De eerste advertentie van september 2014 sloot als volgt af: ‘dat de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum afstand moet doen van de door de Raad van Toezicht van het museum gelegitimeerde mogelijkheid een eigen belang te houden bij en te blijven werken voor private partijen zoals de uitgever Michael Ringnier en de verzekeraar Swiss Re, beide te Zwitserland’. Het duurde drie jaar voordat deze waarheid doordrong tot de publieke opinie.

In het tijdperk Trump regeert de vervalsing. Zijn regime zit ‘gevangen in de eigen leugen’ en zet eerder een tandje bij, dan dat het terugdeinst. Journalisten zijn als afleiding het mikpunt van spot en kritiek geworden. Als ze niet oppassen worden ze gebruikt als doorgeefluik door een groepering of partij die in de eigen leugen gevangen zit. Ruf is geen Trump en Kay van de Linde geen Stephen Miller, maar de methode Trump straalt via spindoctors en communicatiedeskundigen negatief af op de journalistiek en blijft niet onopgemerkt.

Gisteren voegde vanaf de zijlijn NRC-redacteur Menno Tamminga zich met een opinie in de kwestie Ruf en in de proxy-oorlog. Zijn stukken over economie en ondernemingsbestuur zijn doorgaans in het Economie-katern te vinden. Zoals viel te voorspellen stelt Tamminga zich op een minimalistisch niet-juridisch standpunt waarbij de ethiek leidend is. NRC lijkt overigens (tijdelijk?) haasje-over te spelen waarbij de kwestie Ruf niet langer vanuit het centrum door de vaste redacteuren Daan van Lent en Arjen Ribbens wordt verslaan, maar vanaf de flanken door redacteuren die meer op afstand staan (Paul Steenhuis, Tamminga). Ik verklaarde die nieuwe afstandelijkheid in een commentaar van 19 juni 2018 als ‘de angst binnen de hoofdredactie van NRC om van vooringenomenheid beticht te worden.’ Dat hoeft niet uitsluitend negatief uitgelegd te worden, maar kan ook betekenen dat interne pluriformiteit gezocht wordt om de argumenten meer draagvlak te geven.

Tamminga is snoeihard in zijn conclusie die uitgaat van goed bestuur en effectief toezicht: ‘Het beeld dat uit het rapport oprijst is dat de directie en de toezichthouders elkaar geen nieuwsgierige, laat staan ongemakkelijke vragen wilden stelden. Hielden de geslaagde topondernemers niet van tegenspraak? Keken anderen naar hen op? Non-interventiegedrag was kennelijk de norm: als jij mij niet lastig valt met een vraag, doe ik het bij jou ook niet.’ Deze klacht over de multimiljonairs in de Raad van Toezicht die het bij het Stedelijk voor het zeggen hadden en het museum niet aan zijn opdracht hielden klinkt in verschillende bewoordingen al sinds 2005. Interessant in dit verband is de aanleiding voor Jan Christiaan Braun om zich tegen de Raad van Toezicht en de vermeende grip van toenmalig hoofdsponsor ABN Amro te keren en de reactie via mijn commentaar uit 2012 van toenmalig NRC-journalist Viktor Frölke. Of Christiaan Braun of Frölke in 2005 voorbarig oordeelde kan nu door de episode Ruf beter beoordeeld worden dan in 2012.

Tamminga sluit af met het feit dat van de zeven leden van de Raad van Toezicht er vier zijn blijven zitten, onder wie Cees de Bruin (lid sinds 2012) en Willem de Rooij (lid sinds 2011): ‘Het Stedelijk Museum was hun speeltje. Uit het feit dat niet alle toezichthouders na dit rapport zijn opgestapt, kun je afleiden dat zij dat niet zomaar uit handen willen geven.’ Het zou ook een wonder van bestuurlijke zorgvuldigheid én menselijk gedrag zijn als een langlopende zaak van gebrek aan goed bestuur en voldoende controlemechanismen die al sinds 2005 in de (semi)-openbaarheid speelt zich nu ineens ondubbelzinnig ten goede zou keren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Stedelijk – een museum als speeltje’ van Menno Tamminga, 26 juni 2108 in NRC.

Emphos Project besteedt uitgebreid aandacht aan de ‘business developer’ van het Cobra Museum

leave a comment »

Update 1 juli 2018: Of het met dit commentaar van 24 juni 2018 te maken heeft is onduidelijk, maar sinds de plaatsing ervan zijn zowel de 21 korte filmpjes met Bert Mennings op het YouTube-kanaal van Emphos Project als de verwijzing naar hem op de site van emphosproject.eu verwijderd. Waarom en door wie dat is gebeurd is gissen, maar toevallig is het wel. Als herinnering een schermafbeelding van een van de 21 filmpjes met Mennings die Emphos Project op YouTube plaatste voordat ze er na korte tijd weer van verwijderd werden. Deze filmpjes met Bert Mennings op blinksound.com en thexvid.com zijn eveneens niet meer op te roepen.

Bert Mennings is sinds 2012 werkzaam als ‘business developer’ bij het Cobra Museum, aldus opgave van de Amsterdamse Kunstraad. ‘Hij houdt zich daar bezig met nieuwe innovatieve concepten voor publiek private partnerships in de museumwereld’ zo heet het. Hij is tevens lid van de commissie Dans van de Kunstraad.

Het Emphos Project (Empowering Museum Professionals and Heritage Organizations Staff) plaatste op haar YouTube-kanaal de afgelopen weken 21 korte filmpjes met Mennings. Het nieuws is niet zozeer dat Mennings iets nieuws vertelt, maar wel dat het Emphos Project door zoveel aandacht aan zijn woorden te besteden partij lijkt te kiezen voor marketing, marktwerking, rendementsdenken en bezoekcijfers. Dat is een opvallende en volgens velen bedenkelijke richting die de Nederlandse museumsector niet in zou moeten slaan.

Het Cobra Museum in Amstelveen is in zwaar weer terechtgekomen. De vorig jaar aangetreden directeur Xander Karskens is alweer opgestapt. Oorzaak voor de onrust is onenigheid over de koers die het museum moet inslaan. Grofweg gezegd is dat de keuze tussen verbreding en verdieping, tussen tentoonstellingen als doel en als middel, tussen bezoekcijfers, marketing en populisme, en inhoud. En organisatorisch tussen een artistiek beleid dat dienend (business) of leidend (kunstgeschiedenis) is. Zie hier mijn commentaar over de gemeente die wil sturen, de kosten wil drukken en het lokale museum iets toedicht dat het niet in zich heeft.

Verliest NRC in het willen bewijzen van haar neutraliteit in de kwestie Ruf niet juist haar neutraliteit?

with 3 comments

Afgelopen week gaf Rachel Maddow een analyse van het optreden van toenmalig FBI-directeur James Comey enkele weken voor de presidentsverkiezingen van november 2016. Comey bracht in strijd met de procedures een bericht naar buiten dat vertelde dat er een onderzoek naar Hillary Clinton liep. Statistisch onderzoek over die periode vlak voor de verkiezingen wekt de indruk dat dat bericht en Comey’s persconferentie hierover haar de overwinning heeft gekost. In 2017 werd Comey door president Trump ontslagen als FBI-directeur omdat hij hem zijn loyaliteit niet wilde geven.

Dat Comey tegen zijn eigen procedures handelde beredeneert Maddow vanuit het feit dat hij zich met een maandenlange barrage van negatieve berichten had laten intimideren door de Republikeinse partij en Donald Trump. Om zijn onafhankelijkheid tegenover Trump te bewijzen pakte hij Clinton harder aan dan toegestaan was en wat hij had moeten doen.

Hetzelfde mechanisme constateer ik bij de beide journalisten die voor NRC de kwestie Ruf volgen. Door hun hoofdredactie of door hun eigen innerlijke kompas zijn ze blijkbaar zo uit hun gewone journalistieke routine gebracht dat ze zich feitelijk het zwijgen op laten leggen. Zo geven ze niet eens meer een reactie op de vele berichten vanuit het Ruf-kamp die pleiten voor haar terugkeer en de claim dat haar naam gezuiverd is. Er is veel tegen in te brengen dat dat volstrekt niet het geval is en Ruf niet het geschikte ethische profiel heeft om directeur van het Stedelijk Museum te zijn.

De journalisten laten het bij een zogenaamde onpartijdig verslag waarbij ze zo duidelijk op eieren lopen dat hun terughoudendheid er potsierlijk en beklagenswaardig op wordt. Maar vooral krachteloos en ineffectief. Het tekent ook het dilemma dat de traditionele enerzijds/anderzijds-journalistiek volgens de Code van Bordeaux alleen werkt als redelijkheid en feiten het uitgangspunt zijn. Trump bewijst elke dag hoe het anders kan. Zo kan journalistiek niet bedoeld zijn.

Het gevolg is dat de kunstredactie van NRC niet langer vanuit de eigen betrokkenheid en kennis informeert over de kwestie-Ruf, maar vooral over de angst binnen de hoofdredactie van NRC om van vooringenomenheid beticht te worden. Maar Ruf laat zich niet beteugelen en blijft de feiten selectief presenteren. Kortom, zo won Trump het van Clinton dankzij Comey die in het krampachtig willen bewijzen van zijn neutraliteit juist die neutraliteit verloor. Daan van Lent en Arjen Ribbens moeten oppassen niet Comey’s rol te spelen. De geschiedenis leert dat dat weinig benijdenswaardig is en iets om trots op te zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBeatrix Ruf wil wel terug naar het Stedelijk Museum’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 18 juni 2018.