George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Saoedi-Arabië

Volle waarheid over 9/11 wordt ons onthouden. Waarom wordt Saoedi-Arabië niet aangeklaagd?

with 13 comments

Het is vandaag 15 jaar geleden dat de aanslagen van 11 september 2001 plaatsvonden. Ze veranderden de wereld. Niet zozeer omdat er daarvoor geen terroristische aanslagen bestonden -integendeel zelfs- maar door de reactie erop. Die feitelijk geen reactie op de kern van het terrorisme was. Terrorisme kwam in het hart van de publieke en politieke aandacht te staan. Dat zwengelde weer het vliegwiel aan van de angst, de eeuwige oorlog (‘perpetual war’) waarvan de veiligheidsindustrie profiteert en maatregelen tegen aanslagen die gelijk opliepen met de overheveling van macht naar overheden en de opbouw van de controlestaat.

Onderzoeksjournalist Russ Baker heeft naar 9/11 onderzoek gedaan en erover gepubliceerd. Hij begon de site WhoWhatWhy omdat hij zowel in de establishment media als in de alternatieve media zijn onthullingen niet kwijt kon. Hij is kritisch op de bestaande journalistiek die hij beschuldigt van cynisme, lafheid en eigenbelang. Baker wil aantonen dat goede journalistiek mogelijk is en er geen politieke belemmeringen hoeven te zijn waardoor journalisten zich de mond laten snoeren. Een mooi streven, maar hij levert zo wel aan bereik in.

Baker meent dat we de waarheid over 9/11 nog steeds niet kennen omdat de Amerikaanse overheid de volle waarheid zou verbergen. Hij is niet de enige die dat denkt. Dat betreft niet alleen de toenmalige Bush-regering, maar ook de Obama-regering. Berichten op WhoWhatWhy ondersteunen die aanname. Zo meent oud-senator Bob Graham (D-Florida) dat het 9-11-rapport van 28 pagina’s waar Baker naar verwijst slechts ‘de kurk op de fles is’ omdat er nog tienduizenden pagina’s aan FBI-documenten niet zijn vrijgegeven. Baker en Graham menen dat er sprake is van een doofpot. Het doel ervan is om de belangen van een zakelijke elite in het Westen en in Saoedi-Arabië en Westerse geopolitieke posities in het Midden-Oosten te beschermen.

Het gevolg is dat de actieve betrokkenheid van de Saoedische regering bij 9/11 en de verspreiding van het radicale salafisme niet de aandacht krijgt die het verdient. Terwijl een doelmatige bestrijding van het terrorisme een harde aanpak van de Saoedische regering zou rechtvaardigen door de volle waarheid over 9/11 in de openbaarheid te brengen. Maar Westerse landen houden Saoedi-Arabië nog steeds de hand boven het hoofd. Dit maakt de terrorismebestrijding volstrekt ongeloofwaardig en ondoelmatig. Zodat 15 jaar na 9/11 wordt stilgestaan bij de gebeurtenissen van die dag, maar het Saoedische terrorisme en salafisme een vrijbrief krijgen om exact dat te blijven doen waarvan de herdenkingen zeggen dat het bestreden dient te worden.

Islam hoort thuis in Europa. Binnen de modellen van rechtsstaat en secularisme. Een antwoord aan Piet de Bruyn

leave a comment »

pdb

Arabist-islamoloog Piet de Bruyn meent in een opinie-artikel voor Doorbraak.be dat de islam niet thuishoort in Europa. Hij meent dat het hoog tijd wordt om de islam openlijk te kritiseren. Dat advies gaat voorbij aan het publieke debat waarin de islam al sinds 2001 onder vuur ligt. Maar hij denkt waarschijnlijk dat de kritiek niet fundamenteel genoeg is en voorbijgaat aan wat hij als de kern van de islam ziet. De Bruyn ziet de import van de in zijn ogen verstarde islam als een gevaar voor Europa waarvan het helemaal niets te leren heeft.

Ook als De Bruyn in zijn analyse gelijk heeft valt niet in te zien dat hij de goede methode volgt om de islam in Europa in lijn te brengen met de Europese normen en waarden en moslims te helpen in hun  emancipatie. Vooral moslimvrouwen die drie vijanden tegenover zich hebben worden onrechtmatig ingeperkt door: 1) de moslimmannen die zich met een beroep op de islam superieur gedragen tegenover moslimvrouwen; 2) de leer van de islam die dit gedrag van de moslimmannen legitimeert en 3) de nationale omgeving die moslimvrouwen reduceert tot hun religieuze identiteit en hun de ruimte op meerduidigheid ontneemt. De islam moet niet bestreden, maar gerelativeerd worden. Dat kan door het benadrukken van rechtsstaat en secularisme waarin de islam kan functioneren. Winst is dat moslimvrouwen ruimte krijgen zonder dat hun religie frontaal wordt aangevallen en hun religieuze identiteit ter discussie wordt gesteld. Mijn commentaar:

Het is simpel. Als de islam de nationale rechtsstaat van het Europese land waarin het opereert niet erkent, dan moet de islam buiten de orde worden geplaatst. Als de islam zich ondergeschikt maakt aan de nationale rechtsstaat en het secularisme als model voor levensovertuigingen en religies accepteert, dan heeft de islam bestaansrecht. Complicatie is wel dat ‘de islam’ in Europa vele verschijningsvormen kent. Om het zichtbaar en aanspreekbaar te maken in het publieke debat past enige abstractie en simplificatie.

Probleem is dat de islam niet de enige religie met politieke pretenties is. Dat maakt het verschil tussen de islam en andere religies niet principieel, maar gradueel. Het katholicisme in Zuid-Europese landen met een grote katholieke meerderheid opereert als een verkapte staatsgodsdienst. En het protestantisme heeft in Noord-Europese landen een bijna identieke claim op dominantie. Dat ondermijnt de aanpak van de islam die over zichzelf zegt zuiver religieus te zijn, maar van wie critici menen dat het in de kern een politiek-filosofische stroming of ideologie is die religie gebruikt voor politieke doeleinden.

In het algemeen vormt door de vermenging met politiek en economie religie een probleem. De geschiedenis leert dat religies alleen kunnen overleven door machtsvorming. Dat gebeurt enerzijds door het uitschakelen van religieuze concurrenten en anderzijds door coalities te sluiten met de wereldlijke macht. Of in sommige gevallen de wereldse macht ondergeschikt te maken aan de religieuze macht, zoals in Iran of Saoedi-Arabië.

De beste manier van emacipatie van de Europese islam is niet het wijzen op het vermeende feilen ervan, maar het promoten van rechtsstaat en secularisme als model waarbinnen de islam kan opereren. Gelijkwaardig aan andere religies en levensovertuigingen. Voorwaarde is dat de bestaande relatie tussen religieuze en wereldse macht doorgesneden moet worden om de islam geloofwaardig in dat model in te passen.

Religies die menen recht te hebben op een voorkeursbehandeling en daartoe coalities sluiten met politieke partijen moeten beseffen dat ze een achterhoedegevecht voeren. Zij zijn het die een rechtsstatelijke oplossing voor alle religies en levensovertuigingen in de weg staan. Zodat zij de nationale islam een excuus geven om weg te komen met het voldoen aan juridische en staatkundige verplichtingen. De islam in Europa kan alleen volgen als bestaande religies het goede voorbeeld geven en hun voorkeurspositie opgeven. Onder de garantie van gelijkwaardigheid dienen nationale overheden er strikt en neutraal op toe te zien dat alle religies en levensovertuigingen in dat model gepast worden. Wie dat niet wenst wordt achteraf buiten de orde geplaatst.

Foto: Schermafbeelding van deel van artikelDe islam hoort niet thuis in Europa’ van Piet de Bruyn, 26 augustus 2016.

Paul Cliteur ziet secularisering als beste antwoord op problemen van het Midden-Oosten

with one comment

IMG-RPJ-54459

‘Obama, Cameron, Ban Ki-moon, al deze leiders zeggen dat dit conflict niet om godsdienst gaat. Daar gaat het juist wel om. Onze samenleving is dusdanig geseculariseerd dat we niet snappen dat mensen bereid zijn te sterven voor hun geloof. In de zestiende en zeventiende eeuw, toen Europa werd verscheurd door godsdiensttwisten, begrepen ze dat wel. Als onze leiders dit probleem niet op een andere manier gaan aanpakken, wordt ook de 21ste eeuw een tijdperk van godsdienstoorlogen.’ Aldus de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond en hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap Paul Cliteur in een interview in De Volkskrant. Hij verwijst in dit citaat naar de strijd in Syrië tussen IS en het regime van Assad.

Cliteur heeft gelijk. Er bestaat onder Westerse politici en zogenaamde ‘gematigde‘ moslims de neiging om de uitwassen van de islam af te doen als niet behorend tot de islam. Dat is een rampzalige strategie die het vinden van een oplossing uit de weg gaat. Want als iets eruitziet als islamitisch, islamitisch praat en zich op de koran beroept, dan is het islamitisch. De ontkenning tegen beter weten in heeft te maken met de opkomst van extreem-rechts en met het misverstand dat alle middelen lonen om de lieve vrede te bewaren. Bij Obama speelt mee dat Republikeinse hardliners vanaf 2007 roepen dat hij in het geheim moslim zou zijn. De intellectuele en aarzelende president neemt daarvan afstand door de islam in bescherming te nemen.

Cliteur vindt dat we secularisering en atheïsme moeten omarmen. Want ook het Westen is hypocriet door handelsbelangen voor te laten gaan: ‘In landen als Saoedi-Arabië heb je ook lieden rondlopen als Raif Badawi, de blogger die omwille van zijn kritiek op het regime gegeseld werd. Als je naar zijn idealen kijkt, is het gewoon liberalisme wat hij aanhangt. Het Westen had hem kunnen steunen en druk op de Saoedi’s kunnen leggen om hem toleranter te bejegenen. Dat is niet gedaan, omdat ons zakenleven daar te veel belangen heeft.’ Zo kunnen de Saoedies straffeloos hun jihad blijven exporteren naar Europa met de bekende ontregelende gevolgen. Omdat de EU en de VS om zakenbelangen en geopolitieke redenen geen grenzen stellen, ontstaat er geen druk op dit soort landen om zich in de richting van de rechtsstaat te ontwikkelen.

In navolging van oud-ambassadeur Koos van Dam pleit Cliteur ervoor om te praten met het regime van Assad. Het regime heeft weliswaar bloed aan de handen en meer slachtoffers gemaakt dan de islamitische terroristen van IS, maar tegelijk zijn er wel afspraken mee te maken binnen het verkeer van de diplomatie waar deze terroristen zich aan onttrekken. D66-politica Petra Stienen wijst in een opinie-artikel in NRC praten met Assad echter af en stelt dat er zoveel kapot is gemaakt dat het stadium voorbij is dat hij kan worden gerehabiliteerd. Met anderen beredeneert ze dat niet vanuit moralisme, maar vanuit ‘een pragmatische inschatting van het gebrek aan bereidwilligheid van Assad het welzijn van de Syrische bevolking voorop te zetten.

Zo kondigt zich een patstelling aan. Assads regime heeft te veel kapot gemaakt om nog door grote delen van de bevolking geaccepteerd te kunnen worden, maar biedt wel de beste kansen voor toekomstige stabilisering. Of een compromis mogelijk is door uit te gaan van de structuur van het Assad-regime en dat op te vullen met meer zakelijke en voor velen aanvaardbare personen is de vraag. Het pessimisme van Stienen schetst geen begin van een oplossing en het optimisme van Cliteur gaat makkelijk voorbij aan bestaande problemen.

Wat Cliteur beweert is pragmatisch en idealistisch tegelijk. Hij pleit voor het maken van vuile handen om erger te voorkomen met het doel om in het Midden-Oosten een nieuw, stabiel evenwicht te bereiken. Zodat de vluchtelingenstroom en de export van de jihad naar Europa afnemen. Dat meent hij eerder te kunnen bereiken door afspraken te maken met verlichte dictaturen met pan-Arabische trekken zoals die werden gepraktiseerd door Nasser in Egypte, Khadaffi in Lybië, Sadam Hoessein in Irak en de Assads in Syrië, dan met verscheurde of islamitisch-sektarisch geregeerde landen zoals het huidige Irak. Hij stelt daarbij de bescherming van de rechtsstaat boven de werking van de democratie. Het idealisme bestaat uit de secularisering die zowel een beschermende paraplu voor religies biedt als een model om ze gelijkwaardig naast elkaar te rangschikken.

Door conflicterende belangen modderen de VS en Europa door in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het is zelfs de vraag of ze wel een oplossing zouden willen als ze die de regio op zouden kunnen leggen. Botweg gezegd hebben ze profijt van de chaos en verdeeldheid om hun wapens en veiligheidsexpertise te verkopen en de handels- en oliebelangen veilig te stellen. Ook daarom ontkenden Obama en Cameron dat IS iets met de islam te maken had. Niet omdat ze dat werkelijk meenden, maar omdat ze net als zogenaamde ‘gematigde’ moslims veinzen voor een hoger doel. Het is een proces dat twee kanten moet uitwerken. Religie is een proces van ontvoogding en loskomen van strikte regels. De tragiek is dat voor de meeste politici hetzelfde geldt.

Foto: Aleppo, augustus 2016.

Wat te doen met Turkije? Vuile handen of een schoon geweten? De olifant in de kamer van VVD’er Han ten Broeke

leave a comment »

htb

Partijpolitiek is vervelend, maar volgens verdedigers ervan een onvermijdelijk kwaad. Maar is dat wel zo? Gisteren was bij Nieuwsuur een debat (na 21’40’’) over Turkije en de samenwerking met president Erdogan tussen VVD’er Han ten Broeke en D66’er Sjoerd Sjoerdsma. Vertegenwoordigers van een rechts-liberale en centrum-liberale partij die waarschijnlijk in een volgend kabinet gaan samenwerken. Ten Broeke en Sjoerdsma verschillen over de wenselijkheid om samen te werken met het regime van Erdogan dat volgens neutrale waarnemers steeds verder afglijdt in de richting van een autoritair regime. Sjoerdsma wil afstand nemen door de afspraken van de EU met Turkije op te schorten en Ten Broeke is de pragmaticus die vuile handen maakt.

Zin van zo’n debat waarin partijpolitieke uitgangspunten de boventoon voeren is dat het de gedateerdheid van de klassieke partijpolitiek aantoont. Het is niet alleen volledig losgezongen van de realiteit door de gesegregeerde wereldvreemdheid van de vertegenwoordigers ervan die vooral bestaat uit het toepassen van debatingtrucs, maar verdrinkt ook in het eigen gebrek aan samenhang en logica. Wat de zaak betreft heeft Sjoerdsma gelijk dat door de gewijzigde situatie in Turkije geen zaken meer gedaan kunnen worden met Erdogan. Ten Broeke weet dat, maar geeft het niet toe omdat premier Rutte namens de EU in het voorjaar credits heeft behaald met het bereiken van een afspraak met de toenmalige Turkse premier Ahmet Davutoğlu over de vluchtelingenstroom. De positie van Rutte is de olifant in de kamer die niet genoemd kan worden en het debat vrijblijvend en overbodig maakt. Verspilde moeite voor journalistiek, politiek en publiek.

De EU is een waardengemeneenschap waar democratie, mensenrechten en rechtstaat het uitgangspunt zijn. Niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk. Daar moet naar gehandeld worden. Vertegenwoordigers van de EU moeten voortdurend bepalen of landen niet afglijden en er nog wel zaken gedaan mee kan worden. Want die relatie beschadigt de geloofwaardigheid van de EU. In het geval van Turkije gaat het nog verder omdat het land al sinds 1962 aspirant-lid van de EU is. Op 30 juni is volgens een bericht van Yahoo tijdens het recente EU-voorzitterschap van Nederland een nieuwe onderhandelingsronde gestart over Turks lidmaatschap. Dat was gezien de toenmalige situatie van de democratie in Turkije toen al ongewenst en is het er door de reacties van Erdogan op de mislukte coup alleen nog maar meer bizar op geworden. En als klap op de vuurpijl zit de VVD’er Han ten Broeke tegen zijn eigen gezond verstand en overtuiging in om partijpolitieke redenen deze concessies aan de Turkse regering te verdedigen. Dat is het failliet van de partijpolitiek.

Het gaat niet alleen om Turkije. Er zijn vele landen waarmee de EU warme relaties onderhoudt die beter teruggebracht zouden worden naar een laag niveau. Zoals vergelijkbare autoritaire regimes als Saoedi-Arabië, Bahrein, Syrië, Egypte, de Russische Federatie, China of Noord-Korea. Tot die landen zou de EU veel meer afstand moeten houden. De EU leeft niet op een eiland en moet het hebben van economische voorspoed. Het dient rekening te houden met interne en externe concurrenten, dus kan niet te kieskeurig zijn. Maar het moet wel eigen uitgangspunten centraal blijven zetten in de afwegingen over buitenlandse handel en politiek.

Dat is geen keuze voor ethische politiek boven pragmatisme, maar een keuze voor eigen geloofwaardigheid. Dat is een keuze voor sterke zelfwaardering en een sterk zelfbeeld. De huidige Turkse regering is de steun van de EU niet waard. Politici zouden er beter aan doen dat volmondig toe te geven en niet weg te vluchten in debatten die dienen om de waarheid te verhullen. Media moeten dit soort debatten niet meer uitzenden.

Foto: Still uit de uitzending van Nieuwsuur op 18 juli 2016. Met links Han ten Broeke (VVD) en rechts Sjoerd Sjoerdsma (D66). In het midden presentator Joost Karhof.

Oude tijden herleven: Nederland gidsland. Stop op wapenexport naar Saoedi-Arabië

leave a comment »

Nederland gidsland is dat iets van voor de Fortuyn-revolte van 2002? Godzijdank niet, Nederland heeft nog steeds een geweten en kan als het wil een voorbeeld zijn voor andere landen. Zoals bij het terughoudend omgaan met wapenexport. Het doet de nationale trots opzwellen. Nederland is zeker geen onbelangrijke wapenexporteur. Het stond in 2014 op de 11de plaats van grootste wapenexporterende landen ter wereld. In Nederland is alles in alle opzichten nu eenmaal handel. Maar er past uiteraard een kanttekening. Want de Nederlandse wapenexport naar Saoedi-Arabië is klein, zoals een bericht in het FD verduidelijkt. Daar kunnen de Nederlandse politiek en economie zich geen buil aan vallen. Het is dan ook briljant om met een wapenstop naar Saoedi-Arabië een gunstige pers te halen. Subliem is om daarvoor het foute Saoedi-Arabië uit te kiezen.

Panorama over Duitse buitenlandpolitiek met Saoedi-Arabië. Waarom neemt West-Europa geen afstand van verkeerde vrienden?

with 2 comments

De Duitse nieuwsrubriek Panorama probeert antwoord te geven op de vraag waarom Duitsland zaken doet met Saoedi-Arabië. ‘Wer Frieden in Syrien will, muss mit Saudi-Arabien reden’, rechtvaardigt de Duitse buitenlandminister Frank-Walter Steinmeier (SPD) de frequente ontmoetingen met zijn Saoedische collega Adil al-Jubair. Maar het Saoedische koninkrijk neemt een loopje met de mensenrechten en exporteert islamitisch terrorisme naar de regio, en naar Westerse landen. Hoe kan een liberale democratie zaken met zo’n land doen? Het is ook wat anders of men vanwege gangbare diplomatie met een land in gesprek blijft, of dat men zo’n land volop politieke dekking geeft. Wat Duitsland en Westerse landen doen met Saoedi-Arabië.

Machtspolitiek is evenwicht tussen ethiek en eigenbelang. Ethische politiek die te kieskeurig en naïef is brengt geen brood op de plank, en economische politiek kan door samenwerking met de verkeerde partners de eigen normen en waarden ondermijnen. Zodat in het laatste geval het zelfbeeld en het interne kompas versplinteren en alles dienstbaar wordt aan doelen die men afwijst. Dan worden alle landen besmet en walgen van zichzelf.

Een land moet in de spiegel kunnen kijken. Geen handel drijven met verkeerde vrienden. Waarom doen West-Europese landen zaken met landen die een loopje nemen met de mensenrechten en de democratie zoals Turkije, de Russische Federatie, Saoedi-Arabië of de Golfstaten? Dat is meer dan betrekkingen handhaven en in gesprek blijven. Natuurlijk, politieke situaties veranderen. Wat eerst een redelijk land was kan enkele jaren laten afgegleden zijn richting dictatuur. Zoals Rusland dat sinds de zogenaamde reset in 2009 veranderd is.

Er zouden ingebouwde mechanismen in de politieke besluitvorming moeten zijn waardoor er automatisch aan de noodrem getrokken wordt als een partnerland een grens overschrijdt. Zodat niet het bedrijfsleven bepaalt wat de politiek moet doen. Want altijd is de opstelling van het internationale bedrijfsleven: business as usual. Zo is het veelzeggend én ontoelaatbaar dat de Duitse kanselier Merkel zegt geen invloed te hebben op het Nord Stream II project van West-Europese landen met de Russische Federatie omdat het commercieel zou zijn, terwijl de politieke implicaties voor Midden-Europese landen, maar ook voor de EU als geheel groot zijn.

De geloofwaardigheid van de EU-lidstaten staat op het spel. In een EU die toch al zo wankel opereert keren burgers terecht de onzichtbare, verwaterde en getechnocratiseerde EU de rug toe. De huidige EU draagt de Europese waarden nog nauwelijks uit. Met de Nederlandse premier Rutte als hopeloos dieptepunt die zelfs het Oekraïne-referendum omtovert tot een koopmanspraatje namens het bedrijfsleven, terwijl het om essentiële waarden en de relatie met andere landen gaat. Rutte en Steinmeier zijn de quislings die toestaan hoe hun buitenlandse politiek ondergeschikt wordt gemaakt aan het bedrijfsleven. Dat stoot de Europese burger af die het verschil ziet tussen de zalvende praatjes van hun politici en hun daadwerkelijk handelen. Als andere landen in het gat springen dan is dat maar zo. Dat is minder erg dan je moeten schamen voor eigen handelen.

Morele leegte van de politieke partijen aan de hand van de reactie op het doodvonnis voor Saoedische dichter Ashraf Fayadh

with 4 comments

peti

Waar gaat naïviteit over in waakzaamheid, tolerantie in zelfbescherming, verontwaardiging in handelen? De scheidslijn tussen recht en onrecht is vaak niet te zien. Of er wordt weggekeken, vooral in de extra gevoelige en extra beschermde sector van de religie. De vinger aan de pols en juist reageren is een helse opgave voor politici die steeds meer zweren bij regelgeving en machtsuitoefening, en steeds minder hebben met moraliteit en maatschappelijke waarden. In een NRC-artikel zet Gabriël van den Brink dat op een rijtje. Een uitwerking van onderstaande video. Hij concludeert dat de politieke klasse zich buitenspel zet en vervreemdt van de burgers. En uiteindelijk teruggefloten zal worden. Is dat wensdenken dat een beetje gedateerd aandoet? Want hoe en wanneer morele en maatschappelijke waarden weer terug komen in de politiek is onduidelijk.

Dat de petitie ‘Oproep: geen Saoedisch doodvonnis voor dichter Ashraf Fayadh’ geschreven moet worden is er een voorbeeld van dat de Nederlandse politiek verstrikt is geraakt in regelgeving en machtsuitoefening, en zich weinig aantrekt van moraliteit (de reactie op het doodvonnis van een dichter in Saoedi-Arabië omwille van zijn poëzie) en de maatschappelijke waarden (de bezorgdheid van de Nederlanders over dit doodvonnis en de reactie daarop). De Nederlandse politieke partijen redeneren in elkaar, handelsbelangen, wapenverkoop, machtspolitiek in het Midden-Oosten en het goed houden van de verstandhouding met autoritaire regimes. De petitie verdient het om getekend te worden, maar is aan het verkeerde adres gericht en legt het verkeerde accent. Het kabinet-Rutte zou als vanzelfsprekend gehoor dienen te geven aan morele en maatschappelijke waarden die in de Nederlandse samenleving leven. Dat dat niet gebeurt is de andere schande. De onze.

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Oproep: geen Saoedisch doodvonnis voor dichter Ashraf Fayadh’. Tekenen kan hier.