George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Brexit

Wilders winnaar of verliezer? Op de vraag of het populisme definitief verslagen is zijn vele antwoorden mogelijk

with one comment

De Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer hielden afgelopen week de hele wereld bezig. Er bestond overeenstemming over het antwoord op de vraag of het rechts-populisme van PVV’er Geert Wilders was doorgebroken. Dat was niet gebeurd. Maar de vraag of het populisme nu definitief verslagen is wordt verschillend beantwoord. De Chinese staatszender CGTN kiest een enerzijds-anderzijds benadering. Sommige analisten wijzen erop dat Wilders ondanks een perfecte storm (Brexit, Trump, Oekraïne-referendum, Erdogan) niet heeft kunnen profiteren en dat daarom zijn doorbraak in de toekomst minder waarschijnlijk is geworden. Andere analisten kiezen weer een andere benadering door te zeggen dat ze menen dat het populisme niet bij radicaal-rechts (PVV) en extreem-rechts (FvD) is doorgebroken, maar bij gematigd-rechts (VVD en CDA).

Radicaal-rechts is niet verder gekomen dan 15%. Met echt populisme is niets fout. PvdA’er Wouter Bos brak daar in 2005 een lans voor in de Johan de Wittlezing. Volgens Bos was een beetje populisme goed voor de democratie. Het maakt politici immers grijpbaar en menselijk. De personalisering van de politiek maakt deze boeiender en aantrekkelijker. Politiek functioneert pas optimaal als vorm en vent (of vrouw) samengaan. Maar ze behoren in evenwicht te zijn. Uit Bos’ woorden blijkt dat inhoud die slecht verwoord wordt niet overkomt. En dat goede verwoording zonder inhoud tot niks leidt. Vermoedelijk doelde premier Rutte op dat deels dichten van de kloof tussen politiek en burger door zijn onderscheid tussen goed en verkeerd populisme. Het populisme van Trump of Wilders is in werkelijkheid trouwens geen populisme, maar pseudo-populisme. Wilders wil de kloof met de burger helemaal niet dichten, maar die burger voor zijn karretje spannen.

Hoe dan ook heeft Wilders zijn leidende positie in de peilingen van 30 tot 35 zetels niet waar kunnen maken. Op radicaal-rechtse partijen heeft slechts 15% van de bevolking een stem uitgebracht. Dat is de winst van de verkiezingen en tekent de stabiliteit van Nederland en het verstand van de Nederlandse bevolking. Nederland is coalitieland met een politiek van geven en nemen. Niet van overrompelen en overbluffen. Uit internationale onderzoeken blijkt dat Nederland vergeleken met andere landen gunstig scoort op het gebied van rechtsstaat, persvrijheid, welzijn, geluk, corruptie of inkomensgelijkheid (Gini-coëfficiënt). Dat op een grote hoop vegen door radicaal-rechts via een omweg gelijk te stellen aan rechts of zelfs centrum-links is onterecht.

De budgetvoorstellen aan het congres die de Amerikaanse president Trump afgelopen week deed geven aan wat echt populisme is dat zich door alternatieve-rechtse ideologie laat voeren. Hij kwam met een begroting die het bedrijfsleven bedient. Dat is in de Nederlandse verhoudingen ondenkbaar. Trump stelde voor om de subsidie van The National Endowment for the Arts en de publieke omroep PBO volledig af te schaffen. Dat is de echte kaalslag, dat is de bijl aan de wortels van de overlegsamenleving die elke doelgroep min of meer evenwichtig bedient. Populisme zet bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Dat is het populisme dat kunst en journalistiek bij het grof vuil wil zetten. Wie het verschil niet ziet tussen conservatieve politiek die de belangen van de beter gesitueerden bedient en hedendaagse populisten die begrippen als waarheid, feit en volk willen ondermijnen, elke politieke discussie willen ontregelen en het politieke bestel zelf omver willen gooien om buiten de politiek om hun belangen te dienen bestrijdt het populisme niet, maar praat het naar de mond.

Het populisme van Trump, Marine Le Pen of Wilders streeft naar de ontmanteling van de wereldorde. Met als slecht uitgewerkt en praktisch onhaalbaar doel de vestiging van de natiestaat. Die ontmanteling raakt direct aan de nationale veiligheid van Nederland en het voortbestaan van Europese landen. Dat is van een andere orde dan een uit politiek opportunisme retorisch populisme van VVD en CDA dat zich niet in daden vertaalt doordat het binnen de rechtsstaat blijft. Uiteraard schuift het politieke landschap soms naar links of naar rechts. Dat is een pendule die heen en weer slaat en het politiek bestel zelf niet echt raakt. Op actie volgt altijd reactie. Nederland is nog steeds een redelijk welvarend en egalitair land. Het populisme van Trump of Wilders is anders en probeert onze samenleving in de kern te veranderen door de rechtsstatelijkheid en democratische weerbaarheid ervan te vernietigen. Daar is uiteindelijk geen antwoord op. Dat is de echte zorg.

Petitie ‘Geleerd stemmen, stemrecht afhankelijk van educatieve achtergrond’ moet afgeraden worden. Maar zet aan tot debat

with 5 comments

gs2

Een petitie roept op om hoger opgeleiden een zwaardere stem geven bij de verkiezingen. De reden daarvoor zou zijn dat hoger opgeleiden ‘een grotere focus hebben op gedeelde welvaart en meer over hebben voor het collectief’ en ‘politieke standpunten op een benodigd abstract niveau bekijken, waardoor niet alleen sociale aspecten, maar ook economische, milieu en andere aspecten mee gewogen worden in een gerechtigde keuze.’ Deze petitie moet op praktische, electorale, politieke en maatschappelijke redenen ernstig afgeraden worden.

dc3

Het is juist dat naar verhouding veel lager opgeleiden zich makkelijk voor een karretje laten spannen. Dat speelde een rol bij de Brexit en de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president. De keerzijde ervan is dat de zogenaamde ‘deplorables’ -die volgens Hillary Clinton de helft van Trumps electoraat uitmaakten- niet overtuigd konden worden door een betere kandidaat. Een analyse wijst uit dat beslissend voor de strijd niet de aanwezigheid van de deplorables, Trump of het LEAVE-kamp was, maar het ontbreken van een geloofwaardig en krachtig alternatief. Zowel Clinton als David Cameron waren gemankeerde kandidaten die hun eigen zaak slecht vertegenwoordigden. Het is onterecht om daar achteraf de lager opgeleiden de schuld van te geven. Niet de deplorables die op Trump of voor de Brexit stemden waren incompetent, maar dat waren de campagnes van Clinton en Cameron die de deplorables geen alternatief boden.

Hoe het systeem in de praktijk moet werken valt lastig te zien. Krijgt een academische opgeleide 10 stemmen bij promotie en 9 stemmen bij een voltooide academische opleiding, een HBO’er 7 stemmen, een MBO’er 6 stemmen, een VWO’er 5 stemmen, een Havist 4 stemmen en iemand met basisschool 2 stemmen en zonder basisschool 1 stem? Dan zijn er nog de diploma’s van beroepsopleidingen en de buitenlandse diploma’s die in het systeem ingepast moeten worden. Evenals degenen die door zelfstudie en werkervaring maar zonder veel opleiding of een afgebroken studie een positie hebben verworven. Dat wordt een bureaucratie op zichzelf.

Het idee dat een hoger opgeleide meer politieke kennis, meer politieke interesse en meer politieke vaardigheden heeft kan niet voetstoots aangenomen worden. Zelfs als het in grote lijn waar is zijn dat niet de enige aspecten die tellen. Een hogere opleiding kent ook nadelen. Zoals een mate van wereldvreemdheid en het wegkijken voor de problemen van de onderkant van de samenleving of een hoge mate van betutteling. Electoraal is het systeem onrechtvaardig omdat het bepaalde partijen met veel hoger opgeleiden in de achterban bevoordeelt. Zoals GroenLinks en D66 die sterk vertegenwoordigd zijn in studentensteden. En de PVV en SP zullen benadeeld worden om op deze partijen naar verhouding veel lager opgeleiden stemmen.

GeleerdStemmen komt met deze petitie omdat de democratie zou falen. Deze petitie is een reddingspoging om het tij van populisme te keren. Maar het is nog maar helemaal de vraag of de democratie faalt. En zo ja, waarom de democratie faalt. Het lijkt er eerder op dat de incompetentie niet bij de lager opgeleiden maar in de beroepspolitiek of de politieke partijen getraceerd moet worden. Niet de rol van de lager opgeleiden, maar de rol van de hoger opgeleide beroepspolitici die zich middelmatig gedragen lijkt het grote probleem van de westerse democratieën. In de VS waren het niet Trump of de deplorables die tot de verkiezing van eerstgenoemde leidden, maar een falende Democratische partij die een geloofwaardige kandidaat (Bernie Sanders) met steun van het volk inruilde voor een slechte kandidaat van het establishment (Hillary Clinton). Dat de kiezers dat niet pikten is begrijpelijk en geeft het falen van de analyse van GeleerdStemmen aan.

Het is goed dat dit debat door GeleerdStemmen wordt gevoerd. Wellicht is het als provocatie bedoeld. Het is duidelijk dat er iets moet veranderen aan de representatieve democratie. Die moet echter niet hoger opgeleid, maar lager opgeleid worden. Representatiever en minder ambtelijk. Weg van onnatuurlijke kronkelingen die een gekunsteld spel in zichzelf zijn geworden richting samenleving. Met gezond verstand dat op geen enkele opleiding onderwezen wordt maar in het dagelijks leven geleerd wordt. Door hoger en lager opgeleiden.

gs

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieGeleerd stemmen, stemrecht afhankelijk van educatieve achtergrond’.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van FB-paginaGeleerdStemmen’.

Written by George Knight

4 maart 2017 at 12:23

Vertellen peilingen ons dat de aantrekkingskracht van het populisme afneemt?

with one comment

resolve

Peilingen, hoe moeten we ze inschatten? Er wordt veel onzin over verkondigd. Het is onjuist dat peilingen er het afgelopen jaar behoorlijk naast zaten bij de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Dat zaten ze niet. Ze waren nauwkeurig, hoewel niet nauwkeurig genoeg. Peilingen gaan de fout in als ze pretenderen meer dan een stand van zaken van een bepaald moment te geven. Ze overschreeuwen zichzelf als ze zeggen een voorspelling van de verkiezingsuitslag te geven. Dat valt buiten de strekking waar peilingen toe in staat zijn. Sommige peilingbureau’s laten zich opjagen door de media. De druk zouden ze moeten weerstaan. Soms is het commerciële belang groter dan de onderbouwing. Daarnaast is het de journalistiek die uit de peilingen al snel de verkeerde conclusies trekt en ze groter maakt dan ze zijn. Omdat ze er dan zo naast zaten zeggen journalisten dan achteraf dat de cijfers niet klopten. Nee, de interpretatie van de peilingen klopte niet.

Politieke partijen kunnen niet zonder peilingen. Zowel openbare als geheime peilingen. Ze kunnen eruit afleiden hoe hun marketing werkt, en bijgesteld moet worden. Moeten ze zich sterk maken voor de EU of die juist aanvallen? Of beter het onderwerp helemaal maar negeren? Moeten ze pleiten voor de AOW bij 65 jaar of dat juist niet doen omdat de kiezers die ze willen aanspreken dat een onrealistisch standpunt vinden? Moeten partijen de populistische partijen die claimen namens het volk te spreken hard aanvallen of juist negeren?

Politico zegt in een bericht dat de Duitse rechts-populistische AfD wegzakt en in de peilingen sinds december 2015 met 8,5% niet zo laag heeft gestaan. De PVV verliest ook aan aanhang en vecht in de Peilingwijzer nu met zo’n 17% steun om de eerste plaats met de VVD. Daarmee haalt de PVV niet langer het minimum van 30 zetels dat het nodig had voor een riante uitgangspositie in de formatie. In de VS krijgen Republikeinse parlementariërs deze week in zogenaamde Town Hall ontmoetingen kritiek van hun kiezers omdat ze zich te welwillend tegenover president Trump zouden opstellen. En in Frankrijk maakt centrumkandidaat Emmanuel Macron een goede kans om in mei in de tweede ronde te winnen van de rechts-populistische Marine Le Pen.

Peilingen, ze geven een indruk van trends. Weg van religie of juist naar religie toe. Weg van populisme of juist naar populisme toe. Weg van politici die veel beloven of juist naar politici toe die veel beloven. Weg van politici die pleiten voor een sterke defensie of juist naar politici toe die het vredesdividend incasseren. Weg van politici die zich sterk maken voor de rechtsstaat en de democratie of juist weg van politici die het belang van de democratie en rechtsstaat relativeren om dat af te breken. Alles is op de politieke markt te koop.

Er zijn verschillen tussen westerse landen, want landen hebben hun kenmerken en specifieke partijpolitieke landschap. In een globaliserende wereld worden politieke  verschillen tussen landen kleiner. Tendenzen raken alle landen, maar niet in dezelfde mate. Nu lijkt onder invloed van een instabiele Trump die in vele geledingen van de Amerikaanse maatschappij tegenstand ondervindt de steun voor het Europese populisme af te nemen. Trump doet ook nog eens het tegenovergestelde van wat hij de kiezers voorspiegelde. Hij bestrijdt de grote banken en bedrijven niet, maar geeft ze een prominente plek in zijn kabinet. Dat is een teken dat kiezers in andere landen oppikken en als waarschuwing kunnen ervaren. Namelijk om niet te lichtzinnig te geloven wat populistische politici beloven. Trumps campagne en verkiezing gaf Europese populisten afgelopen half jaar wind in de zeilen, maar die wind lijkt nu uit een andere hoek te draaien. De hoek met een hunkering naar realisme en stabiliteit. Kiezers weten wat ze hebben, maar niet wat ze verliezen. Totdat de wind draait.

Foto: ‘Tijdens een hevige storm wierpen de golven het stoomschip “Kerkplein” op het strand bij IJmuiden, Nederland 1935.

Is het verschil tussen links en rechts in de politiek verdwenen? De Gruyter en De Ridder geven hun duiding

with one comment

Wat is het nieuwe constructief en het nieuwe destructief? Rechts of links, geen van de twee of iets ertussenin? In een prikkelende NRC-column zei Caroline de Gruyter afgelopen week met verwijzing naar de Franse politicus ‘en marche’ Emmanuel Macron: ‘Het verschil tussen links en rechts is verdwenen. Nu ontstaat een nieuw politiek onderscheid: constructief versus destructief. Constructieve – decente – politici onderscheiden zich door onbesproken gedrag en het vermogen om een positieve toekomstvisie te ontwikkelen. Ze proberen burgers daarvoor warm te krijgen, zelfs al suggereren peilingen dat die visie impopulair is. Deze politici komen met realistische analyses en plannen. Ze spelen op de bal, niet op de man. Negativistische politici werken andersom: ze maken mensen bang en beloven hen dan gouden bergen – die natuurlijk niet bestaan.’

Het betoog van De Gruyter die vanuit Wenen verslag nauwgezet verslag doet van de gevoelstemperatuur in de EU zal vooral degenen aanspreken die vrezen dat de EU onder binnen- en buitenlandse druk fragmenteert. Alle hens aan dek om de instituties overeind te houden en de vijanden af te troeven die van buiten tegen de EU schoppen. Het lijken er op dit moment al zeker drie te zijn: Putin, Trump en May die om partijpolitieke redenen vlucht in haar idee van een harde Brexit. Om dat te weerstaan en de EU weerbaar te maken moeten de constructieve krachten samenwerken, zo is het idee. JOVD-voorzitter Rutger de Ridder reflecteert hierop.

Maar is hiermee ook het verschil tussen links en rechts verdwenen? Zeg, sociaal-economische principes van inkomensverdeling, belastingdruk, machtsdeling en eigendomsverhoudingen. Kapitaal en arbeid. Wat heeft een have-not aan een EU die voor de poorten van de hel voor aanstormende trolls en retorische praatjes uit Washington en Moskou wordt weggesleept? Niets. Onmiskenbaar bedrijven Trump, Wilders en Krol feitenvrije politiek. Waarbij ze uitgaan van respectievelijk een vlucht vooruit, een vlucht opzij en een vlucht achteruit.

Rutger de Ridder heeft gelijk dat feiten centraal behoren te staan in het politieke debat. Het is echter ook een ontwijkend verhaal dat politiek verpakt in een pseudo a-politieke boodschap. Zeker, constructieve politiek is nodig om negativistische politici als Trump, Wilders of Krol de pas af te snijden. Maar om dit tegenspel inhoud te geven is meer nodig. Verwijzing naar constructieve politiek geeft immers nog geen politieke richting aan. Een analyse van politiek wordt pas geloofwaardig als principes erbij betrokken worden die te maken hebben met de sociaal-economische positie van burgers en bedrijven. Dan helpt het niet om de verschillen tussen links en rechts af te waarderen in een zogenaamd a-politiek verhaal dat in essentie klinkklare politiek is. De Gruyter en De Ridder vluchten voor de dood van links/rechts-politiek om hem ’s avonds in Isfahan te treffen.

Gedachten over de komende verkiezingscampagne. Tussenstand

with 3 comments

tumblr_n1iojufqdo1rtynt1o6_1280

Hoe moet een politieke partij de campagne aanpakken? Wat leidt tot winst en wat niet? Uit de verkiezing van Trump en de Brexit, en de reactie erop valt op te maken dat het niet om de economie gaat. Als het goed gaat, dan nemen de kiezers dat voor lief. Dus: partijen moeten de macro-economie niet centraal zetten. Wat wel telt is de inkomensongelijkheid en de verdeling van de welvaart. De verdeling van de taart houdt meer mensen bezig dan de grootte ervan. Zelfs als ze bij een ongelijke verdeling van een grotere taart toch een groter stuk krijgen. Dus: partijen moeten komen met uitgewerkte plannen voor een gelijkmatige inkomensverdeling en het terugdringen van inkomensverschillen; het niet overlaten aan zelfregulering door werkgevers. 

Het gaat evenmin om diversiteit of identiteitspolitiek. Dat is wat mogelijk een progressieve minderheid, maar niet een meerderheid bezighoudt, zoals historicus Mark Lilla onlangs constateerde. Homoseksualiteit, ras, man, vrouw, het doet er gewoonweg weinig toe. Merkwaardig is trouwens dat in statistieken niet valt terug te vinden wat het percentage witten in Nederland. De verdeling autochtoon-allochtoon (22%) is daar slechts een echo van. Inclusief een vertekening omdat herkomst niet alles zegt over etniciteit. Een schatting is dat het percentage witten uitkomt op 85-90%. Dus: partijen moeten het strijden voor identiteitspolitiek stoppen.

Zo kondigt zich een politiek programma aan: het moet niet gaan over economie of identiteit, maar wel over inkomensverdeling en -ongelijkheid. Grenzen dicht of de toestroom van asielzoekers stoppen is eerder een afgeleide van die inkomensverdeling, dan van identiteit. Want bedreigend voor de positie van arbeiders- en middenklasse. Islam, integratie en immigratie kunnen genoemd worden, maar een verstandige partij koppelt ze direct aan de arbeidsmarkt en het inkomen. Welke partijen passen op dit moment het best bij bovenstaand profiel? Dat zijn de PVV en GroenLinks. Partijen als D66 en PvdA die het moeten hebben van identiteit lijken niet verder te komen dan hun trouwe achterban. VVD en SP zitten vooralsnog verloren met een ideologische nadruk op de economie. In drie maanden kan nog veel veranderen als partijen hun campagne bijstellen.

Foto: Maskers, carnaval.

Matthew Taylor over de aanpak van het opkomend populisme

leave a comment »

Matthew Taylor is een voormalige Labour-politicus en algemeen directeur van de in Londen gevestigde The Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce (RSA). Nataliya Gumenyuk van het Oekraïense Hromadske TV praat met hem over de opkomst van het populisme, en hoe dat aangepakt kan worden. Taylor kijkt verder dan de vraag hoe ‘verschrikkelijke mensen’ hebben geleid tot de verkiezing van ‘verschrikkelijke mensen’. Zonder wanhopig of gelijkhebberig bij de pakken neer te zitten acht hij het zinvoller om kritisch en vastbesloten te zijn en ons af te vragen wat links en centrum-links verkeerd hebben gedaan dat leidde tot de opkomst van het populisme. De vervolgvraag is hoe links moet veranderen.

De les die Taylor uit de uitslag van de Brexit en Trumps verkiezing trekt is om te beginnen het maken van een analyse die probeert te begrijpen waarom dat nou precies gebeurde. Maar op dit moment ziet hij tot zijn ontzetting het omgekeerde gebeuren. De centrumpolitiek reageert defensief en weigert door zelfonderzoek kritisch te zijn en blijft hangen in gelijkhebberigheid. Dat gaat zelfs samen met minachting voor degenen die op de populisten stemden. Uitgangspunt moet de vraag zijn waarom de centrumpolitiek het verkeerd had.

Bij deze overwegingen moet beseft worden dat Taylor een partijpolitiek standpunt inneemt. Als aanhanger van Tony Blair veroordeelt hij de afwachtende koers van de huidige Labour-leider Jeremy Corbyn die zichzelf en zijn partij heeft gemarginaliseerd en met ouderwets vakbond-socialisme de luiken sluit voor vernieuwing die als bedreiging wordt voorgesteld. In de VS reageren Democraten identiek door ook naar het verleden terug te grijpen. Ze denken met de oude garde van Corporate Democrates die tegen het bedrijfsleven aanleunt (Nancy Pelosi, Chuck Schumer) de progressieven die om verandering schreeuwen (Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Keith Ellison) de pas af te moeten snijden. Zo maken Labour en de Democraten het bestendigen van eigen posities belangrijker dan de bestrijding van populisten, zoals Trump of de Brexiteers in de regering-May.

Naast deze partijpolitieke overwegingen die Taylor hier ongenoemd laat ziet hij boosheid (‘anger’) als het grootste probleem waar we voor staan. In de huidige tijd zouden teveel mensen bezwijken -of tot een manier van denken aangemoedigd worden om te bezwijken- voor het argument dat het feit dat hun leven niet is zoals ze wilden dat het zou zijn de fout van een ander is. Taylor ziet die houding als gevaarlijk omdat het denken door groepen over het eigen morele gelijk niet samengaat met de dynamiek van de huidige wereld. Dat morele gelijk raakt dan aan het bestaan van andere groepen. Dat sentiment weet het populisme goed te mobiliseren. Dat gaat dan koste van de sociale cohesie en het sociale contract in de samenleving. De rol van de politiek in een democratie is niet om groepen tegen elkaar op te hitsen, maar met elkaar te verzoenen.

Dit alles sluit politieke veranderingen niet uit. Of het feit dat mensen onderdrukt worden. Maar boosheid die met een beroep op een moreel gelijk door populisten wordt gemobiliseerd gaat volgens Taylor de politiek te buiten. Want de hoog oplopende emoties die door de populisten continu gevoed worden verdringt de gewone verstandelijke redenering die probeert de wereld te begrijpen door de feiten ‘te lezen’. Hij ziet het als urgent om nieuwe instituties te ontwikkelen die de manier van denken van degenen die door de populisten worden gemobiliseerd vervangt door een gemeenschappelijke menselijkheid (‘common humanity’). Of Matthew Taylor met deze sociaal-culturele analyse veel handen op elkaar krijgt is de vraag. Zijn goedwillende, verre schreeuw van humanisme doet akelig gedateerd aan. Dat is nog wel de meest angstaanjagende conclusie. Hij verwijst naar een sociaal-cultureel fenomeen met een sociaal-culturele analyse die ook raakt aan sociaal-economische aspecten. Het is bizar dat zogenaamde goedwillenden evenzeer de plank misslaan als kwaadwillenden.

Wes Anderson en H&M komen samen met Kerstmis

with one comment

Ze zijn er elk jaar weer, Kerstmis-commercials. Het van oorsprong Zweedse winkelbedrijf H&M geeft regisseur Wes Anderson de ruimte. Het verhaal gaat over treinreizigers die door een sneeuwstorm vertraagd zijn en samen kerst vieren. Is dit het hartverwarmende antwoord in het jaar van de massale aanrandingen in Keulen, Brexit en Trump? Kan het cynisme van de bitterheid hiermee bestreden worden? Waarschijnlijk niet, maar teerhartigheid en gevoeligheid horen nu eenmaal bij Kerstmis. Wes Anderson weet dat trefzeker te vertellen.

Written by George Knight

29 november 2016 at 17:48