George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Identiteitspolitiek

Beoordeelt adviescommissie Erfgoed van het AFK aanvragen wel volgens de juiste criteria? Over Museum Ons’ Lieve Heer op Solder

with 3 comments

Daar gaat ie weer. Gedoe over de eisen aangaande diversiteit en inclusie die gesteld worden aan culturele instellingen. Daar in volop ongenuanceerde kritiek op. Maar soms maken adviescommissies het wel bont omdat ze hun eigen criteria niet goed toepassen. Dan wordt kritiek wel erg makkelijk. Dat is jammer.

Het advies over een subsidieaanvraag van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder van een commissie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) over de periode 2021-2024 leest als een cultureel misverstand, maar ook als een verkeerd afgesteld bestuurlijk instrument van deze commissie. Het museum vroeg € 695.344 aan en het advies houdt het op € 604.272 per jaar dat echter niet toegekend wordt omdat er ‘onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren’. Wat is dan eigenlijk het nut van een advies van zo’n commissie?

In de toelichting staat dat de gemeente Amsterdam aan alle instellingen die in aanmerking willen komen voor een vierjarige Kunstenplansubsidie vraagt een actieplan op te stellen over diversiteit en inclusie. De gemeente volgt hierbij de Code Diversiteit & Inclusie. Dat gaat over verschillen in gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Dat gaat verder dan denken over huidskleur.

Gisteren beweerde ik in een kritisch commentaar ‘Misleiding over identiteitspolitiek maakt kapot, nu is de kunst aan de beurt. Een afwijkende mening van Roderick Veelo over codes’ over een opinie van Roderick Veelo over vermeende identiteitspolitiek in de kunsten het volgende: ‘Men kan zich wel afvragen in hoeverre de beoordelaars bij fondsen die nieuwere CD&I [= Code Diversiteit & Inclusie] al hebben verinnerlijkt of dat ze nog mentaal aanhaken bij de oudere CDD [= Code Culturele Diversiteit]. Want de CDD is opgegaan in de CD&I, dus door het accent te leggen op de normen van de CDD kan in theorie toch verdedigd worden dat de CD&I wordt gevolgd. Want een oordeel is per definitie subjectief en niet te kwantificeren.’

Ik word op mijn wenken bediend. Het advies van de commissie van het AFK doet niet alleen de vraag rijzen volgens welke code deze adviescommissie de aanvragen beoordeelt, maar doet sterk vermoeden dat het de oude code is. Vandaar mijn observatie dat de adviescommissie bestuurlijk verkeerd staat afgesteld. Het zegt zich op de nieuwere CD&I te beweren, maar werkt praktisch, maar vooral mentaal nog volgens de oude CDD.

Want hoe kan anders de volgende zin in het advies over Museum Ons’ Lieve Heer op Solder verklaard worden? ‘De voorzichtige terminologie die het museum op dit punt van de aanvraag bezigt (ook de term bicultureel valt) wekt bij de commissie de indruk dat het museum niet voluit inzet op het werven van mensen van kleur en/of met een totaal andere dan een Nederlandse achtergrond.

Wat voor gedachtepatroon valt hieruit te herleiden? Of anders gezegd, welk vooroordeel van de commissie verraadt deze zin? Er blijkt niet alleen uit dat verschillen eenzijdig worden beredeneerd vanuit een verschil in huidskleur, maar ook dat het immigranten die integreren in de Nederlandse samenleving afzet tegen mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit wij/zij-denken is vreemde acrobatiek van het AFK. In een pleidooi voor diversiteit scherpt het verschillen aan. Want heeft niet iedereen in Nederland een Nederlandse achtergrond?

Wie de adviezen van het Fonds Podiumkunsten legt naast die van het AFK ziet een wereld van verschil in kwaliteit. Het Fonds Podiumkunsten treft weliswaar kritiek vanwege de afwegingen die als onevenwichtig beoordeeld kunnen worden, maar valt niet te betrappen op de slordigheden, onnauwkeurigheden en onhandige formuleringen van het AFK. De vraag die alleen al dit flodderachtige advies van de commissie van het AFK over Museum Ons’ Lieve Heer op Solder oproept is wie de adviescommissie instrueert en beoordeelt.

Foto’s: Schermafbeelding van delen advies ‘Museum Ons’ Lieve Heer op Solder’ over een subsidieaanvraag van adviescommissie Erfgoed van het Amsterdams Fonds voor de Kunst over de periode 2021-2024. De adviescommissie Erfgoed bestaat uit Rocky Tuhuteru (Voorzitter), Agnes Grondman, Elles van Vegchel, Wim Manuhutu, Nicolette Bartelink en Behrang Mousavi. 

Misleiding over identiteitspolitiek maakt kapot, nu is de kunst aan de beurt. Een afwijkende mening van Roderick Veelo over codes

with 2 comments

Er bestaat bij opinieleiders onduidelijkheid over de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie die bij de toekenning van overheidssubsidies voor de kunst wordt gehanteerd. Onlangs was dat weer actueel bij de toekenning van de subsidies van het Fonds Podiumkunsten. Dat was toch al een beschamende bedoeling omdat vele positief beoordeelde gezelschappen en groepen geen geld toegekend kregen omdat … dat op was.

RTL-commentator Roderick Veelo is er in het opinie-artikelIdentiteitspolitiek maakt alles kapot, nu zijn de kunsten aan de beurt’ een voorbeeld van. Hoewel zijn onbegrip en foute weergave gespeeld kunnen zijn om een politiek punt te maken. Hoe dan ook lijkt Veelo niet uit te gaan van de realiteit, maar van zijn stokpaardjes over identiteitspolitiek. Het wordt er absurd op als hij verwijst naar de Code Diversiteit & Inclusie (CD&I) en dat reduceert tot ‘verschillen op basis van huidskleur, afkomst en gender’. In welk jaar leeft Veelo?

(Overigens ben ik een criticus van identiteitspolitiek als die gebruikt wordt om te verdelen en niet om te verbinden. Zo’n nieuwe apartheid die maatschappelijke scheidslijnen probeert te verwijderen door die te bevestigen doet niet wat het beweert te doen. Ofschoon ik begrijp dat enige positieve discriminatie nodig is om verschillen weg te werken. Als dat tot nieuwe uitsluiting en hegemonie, zelfs tot nieuw racisme leidt, dan schiet het zijn doel voorbij. De beste manier om deze verdelende identiteitspolitiek te neutraliseren is een combinatie van verbeterde sociaal-economische omstandigheden en verhoogd sociaal-cultureel bewustzijn.)

In theorie is de CD&I breder en vervangt het de oude Code Culturele Diversiteit (CDD). Alle verschillen tussen mensen worden er onder verstaan. Zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Men kan zich wel afvragen in hoeverre de beoordelaars bij fondsen die nieuwere CD&I al hebben verinnerlijkt of dat ze nog mentaal aanhaken bij de oudere CDD. Want de CDD is opgegaan in de CD&I, dus door het accent te leggen op de normen van de CDD kan in theorie toch verdedigd worden dat de CD&I wordt gevolgd. Want een oordeel is per definitie subjectief en niet te kwantificeren.

Wegen beoordelaars een subsidieaanvraag die in bereik, productie en organisatie verwijst naar iemand met een handicap even zwaar als een aanvraag die verwijst naar iemand met een niet-witte huidskleur?

De kritiek die de lezing van adviezen oproept is een andere dan die van Veelo, namelijk het sterke accent dat op marketing wordt gelegd. Munitie voor die stelling geven de subhoofdstukken PUBLIEKSFUNCTIE in de MEERJARIGE SUBSIDIES 2021-2024 FONDS PODIUMKUNSTEN. Het is de vraag of in de adviescommissie onder leiding van oud-museumdirecteur Valentijn Byvanck de expertise over marketing goed is vertegenwoordigd. Want de twee ‘zakelijke leiders’ in de commissie, te weten Jessica de Jaeger en Renée Trijselaar zijn nog geen experts op het gebied van marketing en publieksbereik. Hoewel mogelijk deze adviseurs geadviseerd zijn door echte marketingsdeskundigen maken die laatsten niet de afweging. Wie toetst met welke expertise wat?

Dat leidt tot dit soort observaties (Instant Composers Pool): ‘De marketingactiviteiten staan in het plan beschreven als een zeer korte opsomming van acties. De commissie vindt echter geen aanknopingspunten hoe deze acties stapsgewijs tot de gewenste publieksgroei moeten leiden.’ De adviescommissie vindt geen aanknopingspunten. De vraag of dat iets over de ICP of de commissie zegt doet afbreuk aan de adviezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIdentiteitspolitiek maakt alles kapot, nu zijn de kunsten aan de beurt’ van Roderick Veelo op RTL Nieuws, 6 augustus 2020

Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW

with 2 comments

Het Afrika Museum in Berg en Dal betuigt spijt over bovenstaande video die onderdeel is van een marketingcampagne. Na een ‘storm van kritiek’ uit de zwarte gemeenschap is de campagne ingetrokken, aldus een bericht van Omroep Gelderland. Het museum is onderdeel van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat centralistisch geleid wordt. Als er fouten zijn gemaakt dan moeten die toegerekend worden aan de directie van de NMVW. In dit geval directeur Stijn Schoonderwoerd, adjunct-directeur John Sijmonsbergen en hoofd marketing Nienke Bloemers. De drie musea van het NMVW hebben geen locatiehoofd en kunnen niet autonoom programmeren of een eigen marketingbeleid voeren. Deze museum zijn naast het Afrika Museum, Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Het Rotterdamse Wereldmuseum is sinds 2017 formeel een samenwerkingspartner van de NMVW, maar is in de praktijk net zo gelijkgeschakeld als de andere drie musea onder het straffe management van de koepel NMVW.

De ontspoorde marketingcampagne van het Afrika Museum is des te opmerkelijker omdat het NMVW een politiek correcte koers vaart. Het combineert een linksig-humanistisch wereldbeeld met een populistische programmering en marketing. Dat leidt tot thema’s die het bij de politiek goed doen en waaraan het NMVW zich geen buil kan vallen. Dat het met de marketingcampagne voor Dagje Ghana is misgegaan wekt dan ook verbazing. De voormalige tentoonstellingsmaker Richard Kofi heeft het volgens Omroep Gelderland over een ‘ridiculicerende’ campagne. De sleutel van wat er bij het NMVW aan de hand is zit in zijn volgende opmerking: ‘Een klap in het gezicht van iedereen die tijd, geld en energie heeft gestoken in dat museum.’ Door de afstand tussen de werkvloer inclusief de museale en inhoudelijke deskundigen én het management van het NMVW dat fysiek en mentaal in een ivoren toren op afstand staat kunnen dit soort bedrijfsongelukjes blijkbaar gebeuren.

Het management van het NMVW is een overwegend witte organisatie met een zwarte (Wayne Modest) en negen witte stafleden waar de theorie de praktijk bepaalt. Dat spoort met de kritiek van ‘de zwarte gemeenschap’ op de campagne volgens Omroep Gelderland: ‘Uit de reacties op de campagne blijkt dat het om meer dan de campagne alleen gaat. Het museum wordt algeheel als ‘te wit’ ervaren. Afrika wordt nog te veel bezien vanuit een wit perspectief en bij het museum werken volgens de critici te weinig mensen met een Afrikaanse achtergrond. Juist een museum over een continent als Afrika zou veel bewuster bezig moeten zijn om zaken als diversiteit en inclusie te verankeren in het dna van de organisatie, luidt de kritiek.’ Dat is terechte kritiek die in het bericht van Omroep Gelderland verkeerd geadresseerd wordt. Organisatorisch bestaat er geen Afrika Museum. Het is directeur Stijn Schoonderwoerd die eigenmachtig vanuit de koepel NMVW de lijnen uitzet en bepaalt. Nu het mis gaat houdt hij zich om begrijpelijke redenen onzichtbaar.

Anti-racisme beweging moet niet doorslaan in intolerantie: de inperking van fictie, expressie, drama en verbeeldingskracht

leave a comment »

Het klopt dat ik Hanne, Marthe en Klaasje nog nooit zo zag. Want ik heb ze nog nooit gezien. Het is toch al een wonder dat toeschouwers een film die nog gedraaid moet worden al hebben gezien. Maar het gaat niet om de promotie van een film van meidengroep K3, maar om de kritiek daarop die nu al opborrelt. Op de maatschappelijke rugwind van de BLM-beweging. Volgens een bericht van Tim Engelbart op de rechtse site DDS scherpen scherpslijpers hun messen. Het is onduidelijk hoe breed en afwijkend hun kritiek is.

Deze critici van de film ‘K3 – Dans van de Farao’ hebben ongelijk. Want culturele toe-eigening of ‘cultural appropriation’ dat gaat over ‘de overname of het gebruik van elementen van een bepaalde cultuur door een andere cultuur’ wordt door hen te beperkt geïnterpreteerd. Dat leidt tot verboden en inperking van de vrijheid van expressie. Dat is ongewenst. Een neutrale term is het niet, want ‘toe-eigening’ bevat de noties ontfutselen, wegnemen of inpikken. Daarom valt te bezien of het voor een debat niet een onbruikbare term is die het gesprek over de overname van culturele of sociale kenmerken door een andere groep (acculturatie) bij voorbaar framet, politiseert en dichttimmert. De term ‘toe-eigening’ suggereert dat machtsverhoudingen tussen groepen de natuurlijke overname van elementen van de ene in de andere cultuur onmogelijk maakt.

Dit gaat over identiteitspolitiek, ofwel over de vraag wie een in etniciteit gegrond verhaal mag claimen en mag ‘vertellen’. De hardliners stellen scherpe grenzen. In het geval van Egypte hebben de critici kritiek op het feit dat een Vlaamse of Nederlandse zangeres zich voordoet als iemand met een Egyptische etniciteit. Het lijkt erop dat ze menen dat alleen een Egyptenaar zich als Egyptenaar mag voordoen. Zelfs in een dramatisering van productiemaatschappij Studio100 Group die duidelijk een illusie is en geen weergave van de realiteit.

De critici houden blijkbaar niet van acteren, dus van ‘het doen alsof’. Of ze begrijpen de essentie niet van dramatisering en drama. In theaterstukken en films spelen acteurs doorgaans karakters met een andere achtergrond dan die van henzelf. De 21ste acteur die in een achterstandsbuurt geboren is kan moeiteloos de koning uit een 16de eeuws stuk van William Shakespeare verbeelden. Dat is de magie van het rollenspel. Dat is geen grap of mode, maar inderdaad een act. In de realiteit van deze critici liggen identiteiten onwrikbaar vast. Juist die onwrikbaarheid reduceert mensen tot één identiteit waaraan ze niet kunnen ontsnappen. Deze critici bouwen muren in de samenleving die mensen in hun apartheid niet mogen overschrijden.

De term suggereert dat culturele toe-eigening een overtreding is en daarom ontoelaatbaar. Dat is echter nog maar de vraag. Mag een wit iemand uitsluitend een wit verhaal vertellen of mag een wit iemand een zwart verhaal vertellen? En mag omgekeerd een zwart iemand een wit verhaal vertellen? Sommige gemeenschappen claimen dat ‘hun’ verhaal ‘hun’ eigendom is en dat een ander van een andere groep daar vanaf moet blijven. Dat gaat tot en met het eigen ontstaan en de voorouderverering aan toe. Dat is een kortzichtig standpunt.

Culturele toe-eigening die op scherp wordt gezet door een radicale minderheid is hypocrisie, dwingelandij en paradoxaal genoeg ook emancipatie van die minderheid. Het is een manier om machtsverhoudingen en culturele hegemonie te doorbreken. Daarom moet er een zeker begrip voor opgebracht worden. Maar als onverdraagzaamheid van een meerderheid wordt beantwoord met onverdraagzaamheid van een minderheid, dan is dat geen verbetering. Deze critici van de film van K3 haken aan bij terecht protest dat racisme bestrijdt, maar slaan door in hun kritiek door drama, expressie en verbeeldingskracht ondergeschikt te willen maken aan hun politieke opvattingen. Dat is een doodlopende weg voor allen die eindigt in collectieve segregatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtZO ZAG JE KLAASJE, HANNE EN MARTHE NOG NOOIT!’ van productiemaatschappij Studio100 Group, 29 juni 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelJa hoor! Ook K3 gecancelled wegens “racisme”: Egyptisch verkleedpartijtje is “culturalappriopriation”’ van Tim Engelbart op DDS, 29 juni 2020.

Sven-Ake Hulleman verlaat met zijn uitspraak over stammen vol met Afrikanen en wortelen het niveau van de normale gekte

with 4 comments

Van Sven-Ake Hulleman had ik nooit gehoord. Googlen maakt duidelijk dat hij net als zijn gesprekspartner Karel van Wolferen een satelliet is aan de hemel van het tegen het vanzelfsprekende aanschoppende Café Weltschmerz. Dat onderdak biedt aan complotdenkers. Pepijn van Erp plaatst dit fragment op zijn YouTube-kanaal en zegt erbij dat je zou willen dat het satire was. Dat is een rake opmerking, want dit tweegesprek tussen deze twee niet meer zo jonge witte mannen heeft alle kenmerken van satire. Het paternalisme en het racisme druipen ervan af als Hulleman zegt: ‘stammen vol met Afrikanen dood van de honger, omdat wij hier coronagekte maatregelen hadden’. Neemt hij zichzelf echt serieus met zulke onzin? Alsof het leven van Afrikanen ervan afhangt dat ze voorzien worden van Nederlandse wortelen en dit direct te maken heeft met de Nederlandse maatregelen als gevolg van COVID-19. Van Wolferen die nooit te beroerd is om een dwarsstraat in te slaan die niets met het onderwerp te maken heeft voegt er nog een schitterend voorbeeld van generalisering aan toe: ‘Black Lives Matter gaat niet over het welzijn of de levensomstandigheden van Blacks’. Wat weet Van Wolferen dat toch allemaal goed en wat is het fijn dat hij ons daar wekelijks van op de hoogte houdt. Dit tweegesprek gaat niet over het gebrek aan verstand en empathie van Whites. Of toch wel?

Treffend is een reactie bij deze video van Ecto Plasma: ‘Sprakeloos, ongelofelijk. En dit is dan de rationele, intellectuele vleugel van de complotbeweging’. Dat doet denken aan een andere kwestie die te herleiden is tot relatieve gekte. In mei 2020 werd door de complotdenker van beginnende omroep Ongehoord Nederland Arnold Karskens een andere complotdenker Ybeltje Berckmoes de laan uitgestuurd. Ze had 18 jaar na diens dood een interview met Pim Fortuyn. Ik schreef dit commentaar: ‘Er zijn in Nederland volop gekkies, maar bij radicaal-rechts zijn ze oververtegenwoordigd. Dat is voor degenen die niet van complottheorieën en zweverigheid houden een geruststelling. Opvallend is dat bij een rechts nieuwskanaal als Ongehoord Nederland een erge gekkie de deur wordt gewezen. Want gekte is relatief. Als zelfs radicaal-rechts dit niet meer trekt, dan moet het wel erg zijn. De vijand van gek en wantrouwen is immers te opzichtige gekte die gelijk door de mand valt. Want zo kan men een interview met Pim Fortuyn wel kwalificeren. Zo’n 18 jaar na zijn dood. De gekke gekte wijkt op rechts voor normale gekte. Gezellig met elkaar terug naar normaal abnormaal. Zo hoort het.’ Vraag is of de gekte van Hulleman en Van Wolferen normale gekte is of het niveau van te opzichtige gekte heeft bereikt. Beide heren moeten oppassen dat hun gekte niet te gek wordt.

Doel en middelen van actiegroepen ‘De Grauwe Eeuw’ en ‘Helden van Nooit’ in tijden van anti-Trumpisme en ‘Black Lives Matter’

with one comment

I. In de jaren 2016-2018 voerde actiegroep De Grauwe Eeuw actie tegen het standbeeld van Jan Pietersz Coen in Hoorn, kunstencentrum Witte de With in Rotterdam en de Nationale dodenherdenking in Amsterdam.

Ook De Grauwe Eeuw wilde zenden en niet in debat gaan. Het opereerde anoniem. Net als bij de Helden van Nooit ging het om een splintergroep. Het is aannemelijk dat Helden van Nooit een voortzetting, afsplitsing of doorstart van De Grauwe Eeuw is. Dat kan beperkt zijn tot de betrokkenheid van enkele individuen.

II. Identiteitspolitiek is kernzaak van actiegroepen als De Grauw Eeuw of Helden van Nooit. Identiteitspolitiek is makkelijk en het naar voren brengen als verschijnsel vergt weinig kennis over geschiedenis, economie of maatschappij. Identiteitspolitiek is vakantie van de echte politiek. Identiteitspolitiek is gemakzucht. Praten over identiteitspolitiek valt de gevestigde orde niet in de kern maar aan de oppervlakte aan. Het onderschrijft die juist. Via een omweg, die de activisten van De Grauwe Eeuw en Helden van Nooit blijkbaar niet doorzien.

Door zich over identiteit een moralistisch oordeel toe te eigenen en dat tegelijk anderen te ontzeggen menen radicalen straffeloos het centrum onder vuur te kunnen nemen. Zelf leggen ze geen verantwoording af. Aan wie zouden ze dat moeten doen? Aan hun eigen geweten? Leden van De Grauwe Eeuw en Helden van Nooit opereren anoniem als vrijschutters van de publieke opinie. Er bestaat onzekerheid over of ze de standpunten van anderen voor wie ze zeggen op te komen projecteren of dat ze oprecht spreken namens degenen die ze claimt te zijn. Het is dus oncontroleerbaar hoe gemeend en vrij van bijbedoelingen hun standpunten zijn.

III. Radicalen wanen zich in hun zelfbeeld de helden die in naam van een ideaal alles mogen zeggen en kunnen doen vanwege de omstandigheden die de uitzonderingstoestand zouden rechtvaardigen. Dat wil zeggen, voor henzelf, niet voor de vertegenwoordigers van de staat of hun politieke opposanten. Die moeten zich aan de regels van de rechtsstaat houden. Radicalen niet. Een open debat wordt vermeden omdat dat burgerlijk en achterhaald zou zijn. Zo werkt de bunkermentaliteit van radicalen die geen tegenspraak veelt.

IV. Het is begrijpelijk dat actiegroepen als De Grauwe Eeuw of Helden van Nooit de bewustwording over het kolonialisme, de slavernij, het racisme en maatschappelijke ongelijkheid willen vergroten. Dat is hard nodig. Dat kan mee begonnen worden door aanpassing van het onderwijsprogramma. Het is de vraag of de beste manier om de bewustwording te vergroten het bekladden van standbeelden, instituties en straatnaambordjes is en het herschrijven van de geschiedenis. Het is een strategie die averechts kan uitpakken. Dus ja, geef informatie over wat er fout was aan het kolonialisme en de mentaliteit die dat mogelijk maakte, maar nee, probeer dat niet te forceren door het ‘creatief’ aanpakken van de symbolen ervan. Dat verplaatst de aandacht naar bijverschijnselen die afleiden van de hoofdzaak. Want de macht daarachter blijft ongemoeid. En geeft de tegenstanders onnodig munitie om de ‘goede zaak’ dwars te zitten. Daar schiet niemand iets mee op.

Het is goed dat de discussie over racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. Verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen voor verandering. Daar is het toch om te doen?

Foto 1: ‘De sokkel van JP Coen heeft een VOC-logo met strop gekregen en er is ‘Genocide’ op gespoten. (Foto HMC / Eric Molenaar)’. In het Noordhollands Dagblad, 25 oktober 2016. Opgeëist door actiegroep ‘De Grauwe Eeuw‘.

Foto 2: De bekladding op het beeld van Piet Hein, 12 juni 2020 RIJNMOND. Opgeeist door actiegroep ‘Helden van Nooit’. 

Bij ‘Ongehoord Nederland’ wijkt paranormale gekte voor normale gekte van pseudo-journalistiek. Uitsluitingen als kerkscheuringen

with one comment

Dit is geen journalistiek van Ongehoord Nederland. Dit is op z’n best een ‘softball’-interview en op z’n slechtst een vooraf afgesproken promotiepraatje dat uitsluitend resoneert in de eigen echokamer. Kritische vragen ontbreken, terwijl die aan Henk Krol toch wel zijn te stellen. Wat moeten we met deze pseudo-journalistiek van Ongehoord Nederland? Negeren of ter verantwoording roepen? Interessant is dat de nieuwssite beseft dat het zich moet ontdoen van de rotste appels in de mand. De gedachte erachter is dat de pseudo-journalistiek zoals die onder meer blijkt uit dit interview met Krol dan beter verdedigbaar is. Het is een relatieve blijk van realisme van Ongehoord Nederland dat het een politicus interviewt die nog leeft.

Gisteren schreef ik op FB dit commentaar en verwees daarbij naar het artikelOud-Kamerlid Ybeltje Berckmoes stapt uit Ongehoord Nederland’ in Het Parool: ‘Er zijn in Nederland volop gekkies, maar bij radicaal-rechts zijn ze oververtegenwoordigd. Dat is voor degenen die niet van complottheorieën en zweverigheid houden een geruststelling. Opvallend is dat bij een rechts nieuwskanaal als Ongehoord Nederland een erge gekkie de deur wordt gewezen. Want gekte is relatief. Als zelfs radicaal-rechts dit niet meer trekt, dan moet het wel erg zijn. De vijand van gek en wantrouwen is immers te opzichtige gekte die gelijk door de mand valt. Want zo kan men een interview met Pim Fortuyn wel kwalificeren. Zo’n 18 jaar na zijn dood. De gekke gekte wijkt op rechts voor normale gekte. Gezellig met elkaar terug naar normaal abnormaal. Zo hoort het.’

De conclusie is dat de splinters in media en politiek die zich eenzijdig op identiteitspolitiek richten aan interne verdeeldheid ten onder gaan. Want de redelijkheid die ze missen om de ander te beoordelen, missen ze ook om elkaar te beoordelen. Dat houdt geen stand. De onverdraagzaamheid en onredelijkheid zijn ingebakken en keert zich uiteindelijk naar binnen. Met splitsingen en uitsluitingen tot gevolg. Het lijken wel kerkscheuringen.

Foto: Schermafbeelding van deel ANP-artikelOud-Kamerlid Ybeltje Berckmoes stapt uit Ongehoord Nederland’ in Het Parool van 11 mei 2020.

KOZP monitort carnaval op racisme en culturele toe-eigening

with one comment

De NOS citeert in een bericht een anonieme woordvoerder van Kick Out Zwarte Piet (KOZP): ‘Met Kick Out Zwarte Piet zijn we altijd met name bezig geweest met racistische uitingen rond Sinterklaas. Maar met carnaval zien we eigenlijk elk jaar hetzelfde’. De woordvoerder bedoelt vermoedelijk het nevenschikkende ‘en’. KOZP verbreedt het werkterrein van Sinterklaas naar carnaval. Opvallend is de verwijzing van de woordvoerder naar ‘culturele toe-eigening’ dat als ongewenst wordt voorgesteld. Die verwijzing geeft aan dat KOZP haar interesse voor carnaval direct verbindt met haar belangstelling voor identiteitspolitiek. Het is onduidelijk wat de woordvoeder van KOZP hier precies probeert te beweren. Het blijft wat halfslachtig hangen.

De term ‘culturele toe-eigening‘ -in het Engels ‘cultural appropriation’– gaat volgens genoemd lemma van Wikipedia over ‘de overname of het gebruik van elementen van een bepaalde cultuur door een andere cultuur’. Een neutrale term is het niet, want ‘toe-eigening’ of ‘appropriation‘ bevat de noties ontfutselen, wegnemen of inpikken. Daarom valt te bezien of het voor een open debat niet een onbruikbare term is die het gesprek over de overname van culturele of sociale kenmerken door een andere groep (acculturatie) bij voorbaar politiseert, dichttimmert en een bepaalde richting opstuurt. De term ‘toe-eigening’ suggereert dat machtsverhoudingen tussen groepen de natuurlijke overname van elementen van de ene in de andere cultuur onmogelijk maakt.

Dit gaat over identiteitspolitiek, ofwel over de vraag wie een specifiek in etniciteit gegrond verhaal mag ‘vertellen’. In het geval van carnaval lijkt KOZP kritiek te hebben op het feit dat iemand zich verkleedt als een ander. KOZP is vaag en daarover niet helder, maar het lijkt erop dat het vindt dat alleen een Japanse geisha in een geishapak mag lopen, een Afro-Nederlander met een afropruik en een indiaan met een indianentooi. KOZP houdt blijkbaar niet van verkleedpartijen en acteren, dus ‘het doen alsof’. In de realiteit van KOZP liggen identiteiten onwrikbaar vast. De realiteit van KOZP reduceert mensen tot één identiteit waaraan ze niet kunnen ontsnappen. KOZP bouwt muren in de samenleving die mensen in hun apartheid niet mogen overschrijden.

De term suggereert dat culturele toe-eigening een overtreding is en daarom ontoelaatbaar. Dat is echter nog maar de vraag. Mag een wit iemand uitsluitend een wit verhaal vertellen of mag een wit iemand een zwart verhaal vertellen? En mag omgekeerd een zwart iemand een wit verhaal vertellen? Sommige gemeenschappen claimen dat ‘hun’ verhaal ‘hun’ eigendom is en dat een ander van een andere groep daar vanaf moet blijven. Dat gaat tot en met het eigen ontstaan en de voorouderverering aan toe. Dat is een kortzichtig standpunt.

Culturele toe-eigening die op scherp wordt gezet door een radicale minderheid is hypocrisie, dwingelandij en paradoxaal genoeg ook emancipatie van die minderheid. Het is een manier om machtsverhoudingen en culturele hegemonie te doorbreken. Daarom moet er een zeker begrip voor opgebracht worden. Maar als onverdraagzaamheid van een meerderheid wordt beantwoord met onverdraagzaamheid van een minderheid, dan is dat geen verbetering. KOZP geeft aarzelende aanzetten, maar geen duidelijkheid over wat het wil.

De woordvoerder van KOZP overdrijft door identiteit rechtstreeks te verbinden met carnaval. Notabene het feest van de omkering, het rollenspel en het voor drie dagen uit de werkelijkheid treden. KOZP gaat de fout in als het carnavalvierders het recht van expressie probeert te ontzeggen. Simpelweg omdat ze een identiteit aannemen die ze zich volgens KOZP niet mogen toe-eigenen. KOZP baseert zich op een wankele basis.

Culturele identiteit kan nooit met reden exclusief geclaimd worden door een bepaalde groep. Zoals een zwarte, gele, groene of rode Nederlander zich uit mag spreken over carnaval, zo mag een witte Nederlander zich verkleden, vermommen of identificeren als een zwarte, gele, groene of rode Nederlander. Het neemt bizarre vormen aan als KOZP zich opstelt als fatsoenspolitie of een kliklijn opent om overtredingen van identiteit te signaleren. Iedereen heeft het recht om tijdens carnaval te spelen met, te commentariëren en te variëren op kleur, gender, religie, etniciteit of wat dan ook. Dat vervaagt juist de grenzen tussen identiteiten en dat is exact waar KOZP voor pleit. Het lijkt er dan ook sterk op dat KOZP niet echt begrijpt wat carnaval is.

Foto 1: Deel van artikelKick Out Zwarte Piet let op racistische outfits met carnaval’ op NOS, 21 februari 2020.

Foto 2: J.P.M. Waterloo, Carnaval van Aruba, Oranjestad 1965.

Foto 3: Bericht op FB-pagina ‘Carnaval Racisme Monitor’ van KOZP Den Bosch.

Written by George Knight

21 februari 2020 at 23:55

Reactie op de kritiek op een recensie die gematigd kritisch is. Wat onttrekken de identiteitspolitiek en cultuuroorlog aan het oog?

with one comment

Mijn reactie op de kritiek van ‘Andrea van der Wulp’ op Saltmines op een recensie van Floris van den Berg op TPO over de bundel Diversiteit, Identiteit en de Culture Wars die in 2019 onder redactie van Paul Cliteur verscheen:

Ja, inderdaad, wat veel tekst om iets simpels te zeggen. Maar het kost inderdaad kennis en vaardigheid om het kort te houden.

De kritiek op de toon van Floris van den Berg is onterecht. De auteur ontgaat het onderscheid tussen zakelijke, inhoudelijke kritiek en het optuigen van identiteitspolitiek en de zogenaamde cultuuroorlog. Het is een legitieme en verdedigbare positie van Van den Berg om te pleiten voor zakelijke kritiek en daar Cliteur en anderen zelfs krediet voor te geven, maar de stap verder richting identiteitspolitiek en cultuuroorlog af te wijzen.

Het gaat erom dat het eerste, namelijk de zakelijke kritiek is bedoeld om achterstelling van minderheden aan de orde te stellen met de bedoeling daarin verbetering te brengen, terwijl de identiteitspolitiek of cultuuroorlog een ander doel heeft. De verwarring die bij de auteur is ontstaan kan erin gelegen zijn dat ze deels gelijk oplopen, maar toch op iets anders mikken.

De rechtse en linkse politiek stellen zich pas oprecht op als ze doen wat ze zeggen te doen, namelijk het zich inspannen voor de rechten van minderheden en het tegengaan van ongelijkheid. Als ze dat alleen met de mond belijden zonder het serieus te bedoelen en het vooral bedoeld is om de opponent te vloeren, het politieke debat te agenderen en zo politiek marketing te bedrijven, dan schiet de bekommernis de oprechtheid voorbij.

De waarschuwing voor links is daarbij overigens dat het tegenover het simplisme van rechts niet het eigen simplisme moet zetten. Jammergenoeg gebeurt dat wel en dat is de valkuil voor links. Het moet de obsessie van rechts voor sociaal-culturele onderwerpen als identiteit en nationalisme, die ook deels een slimme misleiding is om het niet over macht, eigendom en belastingdruk te hebben, beantwoorden met sociaal-economische onderwerpen inclusief de achterstelling van minderheden.

Kortom, de positie van Van den Berg is zo gek nog niet. Zijn inschatting van de kritiek op identiteitspolitiek is zinvol en gerechtvaardigd, maar die kritiek schiet zijn doel voorbij en wordt er onwaarachtig op, overtrokken lijkt de beste kwalificatie, als het als instrument wordt gebruikt in de cultuuroorlog zonder de bedoeling te hebben werkelijk iets aan de rechten van minderheden te veranderen of maatschappelijke ongelijkheid te verminderen.

Foto: Deel van de recensie van Floris van den Berg van de bundelDiversiteit, identiteit en de ‘culture wars’’. Auteur: Paul Cliteur, Perry Pierik, 2019. Uitgeverij Aspekt.

Written by George Knight

21 februari 2020 at 12:21

Missiemuseum in Steyl dreigt gesloten te worden omdat Venlo de subsidie stopzet. Het is uniek in zijn soort door de tijdloosheid

with 4 comments

Iedereen heeft voorkeuren. Favoriete musicus, schrijver, televisieprogramma, politicus, provincie of museum. (In mijn geval: Charlie Parker, W.G. Sebald, Lubach op Zondag, Hans van Mierlo, Zeeland, De Pont). Maar in mijn top drie van Nederlandse musea staat ook het Missiemuseum in het Limburgse Steyl. Er dreigt een ramp. Uit een bericht van L1 blijkt dat het Missiemuseum op omvallen staat: ‘Penningmeester Hein Jacobs laat in een brandbrief weten dat het zonder structurele subsidie vanaf 1 november einde verhaal is voor het museum’. De gemeente Venlo wil de subsidie stopzetten, 56.000 euro voor 2020 en 175.000 euro voor 2021.

De reden die penningmeester Jacobs geeft is van een ontwapenende a-modieuziteit: ‘Dan gaat de conservator met pensioen en met de huidige financiële mogelijkheden kan die niet worden vervangen’. Het gaat om één conservator. In deeltijd. Venlo zegt volgens Jacobs met een quickscan te willen komen om het Missiemuseum door te lichten. Daar antwoordt Jacobs op: ‘Hoezo een quickscan? We laten al bijna 100 jaar zien wat we doen en waar we voor staan.’ Het Missiemuseum is in 1931 opgericht en ontvangt jaarlijks zo’n 16.000 bezoekers. Jacobs begrijp niet waarom andere Venlose musea, Tiendschuur en Museum van Bommel van Dam die minder bezoekers trekken wel subsidie ontvangen: ‘Ik gun het die musea, maar het voelt wel wrang’.

Het lijkt dat a-modieuzitiet die juist extreem modieus is niet door het Venlose college op waarde wordt geschat. Het Missiemuseum in Steyl is een ‘slow museum’ waar de tijd heeft stilgestaan. De waarde van het museum zit hem erin dat er in de jaren sinds 1931 weinig veranderd is. De inrichting met oude vitrinekasten en de opstelling met 1500 opgezette dieren geeft de meerwaarde. Een bezoek is als het bladeren in een oud boek. Wellicht wat achterhaald, maar onvervalst. Zo wordt het museum zelf een reusachtige stijlkamer.

Het stopzetten van de subsidie van dit museum is een teken aan de wand. Het gaat er niet alleen om dat in Nederland de kunst geen aanzien meer heeft. Recent zei vertrekkend directeur van de VandenEnde Foundation Ryclef Rienstra in een interview met NRC het volgende: ‘Ik zou willen dat cultuur in politiek opzicht weer statuur krijgt’. Het is ook dat de kunst die nog wel ondersteuning van overheden krijgt aan steeds striktere voorwaarden moet voldoen. Zo wordt de kunst door de overheid getemd en onmondig gemaakt. Kunst moet een politiek doel en een ongrijpbaar begrip als identiteit dienen, kunst moet een sociaal doel als diversiteit dienen, kunst mag niet te moeilijk of te makkelijk zijn en moet toegesneden zijn op de wensen en behoeften van het publiek dat geamuseerd en behaagd wil worden. Kunst moet van alles, maar mag niet zichzelf zijn. Overheden zadelen kunstinstellingen op met hun stokpaardjes en politieke doelstellingen omdat ze weten dat de weerloze en machteloze kunstsector daartoe makkelijk gedwongen kan worden. Politiek die kunst de eigen wil oplegt is scoren voor open doel. Dat is altijd prijs met als bonus een misplaatst idee van daadkracht.

In het commentaarHervorming museumsector gevraagd’ van 8 januari 2011 dat ik vergezeld liet gaan van onderstaande foto van het interieur van het Missiemuseum in Steyl schreef ik onder meer het volgende:
‘Structureel heeft Nederland teveel musea en tentoonstellingen. Hoewel er naar mijn idee maar acht musea zijn die op dit moment regelmatig kwaliteit leveren in hun tentoonstellingen (De Pont, Boijmans, Van Gogh Museum, Haags Gemeentemuseum, Mauritshuis, Van Abbe, Rijksmuseum en op het nippertje, het Stedelijk Museum) staat het land overvol met musea en zuigen vele middelmatige en middelgrote musea een deel van de budgetten weg.

Sommige topmusea beconcurreren elkaar of zelfs zichzelf door een ADHD-achtige programmering. De befaamde tentoonstellingsmachine die op hol geslagen is en niet meer te temmen valt ten koste van verdieping van de inhoud, de uitvoering en het ontbreken van nazorg voor een tentoonstelling. Want aan de horizon doemt een nieuwe naam op die door de afdelingen publiciteit en marketing moet worden gelanceerd. Of de naam van de conservator of de museumdirecteur moet helpen vestigen. Maar geen enkel museum kan op straffe van weggezakte aandacht afhaken.

Nederlandse musea draaien internationaal niet meer mee zoals vroeger en hebben in het bruikleenverkeer weinig in te brengen. Modes bepalen de agenda. Enkele jaren terug was de landententoonstelling populair. Wat volgt? Een tentoonstelling uit eigen collectie met een paar bijzondere bruiklenen, ingegeven door eigen schaarse middelen? Beter lijken terughoudendheid, reflectie en een betere onderlinge afstemming tussen musea zodat de kwaliteit opgekrikt kan worden en bezoekers weer op adem kunnen komen.’

Het Missiemuseum in Steyl is het tegendeel van een museum dat door de knieën gaat en zich, door anderen daartoe gedwongen, richt op de behoeften van het publiek van nu. De vaste opstelling vertelt geen ‘verhaal’ dat afgedwongen wordt door de politiek omdat het zich daar volledig aan onttrekt. Het Missiemuseum is een publieksmuseum dat niet bij de tijd wil zijn, maar dat op een indirecte wijze meer is dan welk ander museum ook. Want het heeft de authenticiteit bewaard die andere musea onder de kaalslag van Halbe Zijlstra en de dwang van markt, marketing, publiciteit en politiek hebben verloren. Het Missiemuseum is het omgekeerde van de wijsheid uit De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa: ‘Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft’. Het Missiemuseum bewijst het omgekeerde: ‘Alles moet blijven opdat het toont hoe alles veranderd is’. Laten het college van Venlo en de provincie Limburg koesteren wat ze binnen hun grenzen hebben en goed beseffen wat ze voor museale schat met het Missiemuseum te Steyl in handen hebben.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelMissiemuseum in Steyl hangt sluiting boven het hoofd’ van Jochem Rietjens in L1, 5 februari 2020.

Foto 2:  Opname Missiemuseum Steyl, Limburg.

%d bloggers liken dit: