De kleur van Cleopatra

Gedoe over identiteit. Hedendaagser kan het niet. Hoofdrolspeelster Adele James is ‘queen‘ ofwel farao Cleopatra in de vierdelige miniserie ‘Queen Cleopatra‘ voor Netflix van Tina Gharavi (vier delen) en Victoria Adeola Thomas (een deel).

Het gedoe gaat erover dat de Britse James die Cleopatra speelt zwart is. Volgens een bericht van de BBC pikken veel Egyptenaren niet dat Cleopatra door haar verbeeld wordt als zwarte Afrikaanse.

Het raakt aan de identiteit van Egypte en dat ligt gevoelig door de spanning tussen Arabische en zwarte Afrikanen. Met als dieptepunt Tunesië waar na een uitspraak van de president gejaagd wordt op zwarte Afrikanen.

Zahi Hawass, a prominente Egyptoloog en voormalige minister van Oudheden vertelde de al-Masry al-Youm newspaper (vertaald): ‘Dit is volledig nep. Cleopatra was Grieks, wat betekent dat ze een lichte huid had, niet zwart.’

Tegelijk bestaat in de populair-culturele wereld van Afro-Amerikanen een beeld dat Egypte een bakermat was waar de voorouders van Afro-Amerikanen een belangrijke rol speelden. Denk aan de Afro-Amerikaanse muzikant Sun Ra die zijn naam ontleende aan de Egyptische zonnegod Ra en herhaaldelijk met zijn ‘Arkestra’ Egypte bezocht. Dat is een mythe die in de populaire cultuur van Afro-Amerikanen is doorgesijpeld.

Een artikel in TIME stelt de vraag of Cleopatra zwart was. De conclusie is dat we het niet weten. Ze wordt geclaimd als Macedonisch, Grieks, Egyptische en Afrikaans.

Beelden over Cleopatra botsen dus. Niet alleen over de vraag of Cleopatra zwart of wit was, waar geen informatie voor beschikbaar is om die met stelligheid te beantwoorden. Maar ook omdat het a-historisch is om achteraf ras centraal te stellen, terwijl in het oude Egypte de afbakening tussen bevolkingsgroepen vloeiend was en etniciteit niet zo’n zwaarwegende rol speelde als nu.

Het antwoord op de vraag over de huidskleur van Cleopatra is projectie, machtsdenken en een zoektocht naar en bevestiging van eigen identiteit. Groepen overschreeuwen elkaar in een kwestie die niet te beantwoorden valt. Maar het gaat niet om het antwoord op de vraag over een historische figuur als Cleopatra, maar om het claimen van haar etniciteit door de eigen etnische groep om daarmee het eigen gezag te versterken.

Naast dat alles speelt nog een andere kwestie. Fictie is geen afbeelding van de werkelijkheid, maar er een verbeelding van. Cleopatra kan in de dramatische verbeelding alle kenmerken worden meegegeven. Alle huidskleuren, geloven, seksuele identiteiten en gedragskenmerken. Verbeelding in fictie is vrijheid om er alle kanten mee op te gaan. Naargelang de behoefte van de makers om iets te zeggen. Zo beredeneerd is de kleur van de hoofdrolspeelster in een fictiedrama een non-discussie.

Een debat over de kleur van Cleopatra in een Netflix-serie is een hedendaags pijnpunt en heeft niets met de historische achtergrond van Egypte te maken waar het naar verwijst. Het toont vooral aan dat betrokkenen die zich met overgave in het debat gooien iets willen bewijzen over eigen identiteit, authenticiteit, invloed en belang. Het is retrospectie zonder introspectie.

Gedachten bij twee foto’s met badmuts in Egypte (1966)

F. C. Gundlach,“Vor den Cheopspyramiden”, Karin Mossberg und Micky Zenati in Op Art-Fashion, 1966. Collectie: Deutsche Fotothek.

De jaren 1963-66 zijn de hoogtijdagen van de Op Art. In de beeldende kunst, maar blijkbaar ook in de mode. Beide mannequins staan voor de pyramide van Cheops in Gizeh. Waarom is het raadsel.

In de beschrijving van de Duitse Fotothek is sprake van ‘Badekappen mit weißen Blenden für Radium‘. Welnu, dat laatste is niet het radioactieve radium, maar het Duitse badmutsenmerk Radium.

Waarom in 1966 fotograaf en curator Gundlach, mannequins en team afreisden naar Egypte voor het maken van deze foto’s kan men alleen maar vermoeden. Is er in de badmuts een verwijzing naar Egypte die benadrukt moet worden? Of staat de pyramide voor zichzelf?

F..C. Gundlach Vor der Cheops-Pyramide, Karin und Micky, Badekappen von Radium, Egypt1966

De fotoshoot was meer dan badmutsen alleen. De damesmode van Daniel Hechter kwam ook in beeld. Met weer een andere mannequin: Ann Zoreff. In 1966 was hetzelfde team ook in Kenia aan het werk.

Gundlach werkte zo te zien in opdracht voor modemerken, maar foto’s bracht hij ook als autonome werken op de markt. Dat zwart-wit benadrukt het optische, maar de marketing van mode gaat doorgaans in kleur.

Anti-racisme beweging moet niet doorslaan in intolerantie: de inperking van fictie, expressie, drama en verbeeldingskracht

Het klopt dat ik Hanne, Marthe en Klaasje nog nooit zo zag. Want ik heb ze nog nooit gezien. Het is toch al een wonder dat toeschouwers een film die nog gedraaid moet worden al hebben gezien. Maar het gaat niet om de promotie van een film van meidengroep K3, maar om de kritiek daarop die nu al opborrelt. Op de maatschappelijke rugwind van de BLM-beweging. Volgens een bericht van Tim Engelbart op de rechtse site DDS scherpen scherpslijpers hun messen. Het is onduidelijk hoe breed en afwijkend hun kritiek is.

Deze critici van de film ‘K3 – Dans van de Farao’ hebben ongelijk. Want culturele toe-eigening of ‘cultural appropriation’ dat gaat over ‘de overname of het gebruik van elementen van een bepaalde cultuur door een andere cultuur’ wordt door hen te beperkt geïnterpreteerd. Dat leidt tot verboden en inperking van de vrijheid van expressie. Dat is ongewenst. Een neutrale term is het niet, want ‘toe-eigening’ bevat de noties ontfutselen, wegnemen of inpikken. Daarom valt te bezien of het voor een debat niet een onbruikbare term is die het gesprek over de overname van culturele of sociale kenmerken door een andere groep (acculturatie) bij voorbaar framet, politiseert en dichttimmert. De term ‘toe-eigening’ suggereert dat machtsverhoudingen tussen groepen de natuurlijke overname van elementen van de ene in de andere cultuur onmogelijk maakt.

Dit gaat over identiteitspolitiek, ofwel over de vraag wie een in etniciteit gegrond verhaal mag claimen en mag ‘vertellen’. De hardliners stellen scherpe grenzen. In het geval van Egypte hebben de critici kritiek op het feit dat een Vlaamse of Nederlandse zangeres zich voordoet als iemand met een Egyptische etniciteit. Het lijkt erop dat ze menen dat alleen een Egyptenaar zich als Egyptenaar mag voordoen. Zelfs in een dramatisering van productiemaatschappij Studio100 Group die duidelijk een illusie is en geen weergave van de realiteit.

De critici houden blijkbaar niet van acteren, dus van ‘het doen alsof’. Of ze begrijpen de essentie niet van dramatisering en drama. In theaterstukken en films spelen acteurs doorgaans karakters met een andere achtergrond dan die van henzelf. De 21ste acteur die in een achterstandsbuurt geboren is kan moeiteloos de koning uit een 16de eeuws stuk van William Shakespeare verbeelden. Dat is de magie van het rollenspel. Dat is geen grap of mode, maar inderdaad een act. In de realiteit van deze critici liggen identiteiten onwrikbaar vast. Juist die onwrikbaarheid reduceert mensen tot één identiteit waaraan ze niet kunnen ontsnappen. Deze critici bouwen muren in de samenleving die mensen in hun apartheid niet mogen overschrijden.

De term suggereert dat culturele toe-eigening een overtreding is en daarom ontoelaatbaar. Dat is echter nog maar de vraag. Mag een wit iemand uitsluitend een wit verhaal vertellen of mag een wit iemand een zwart verhaal vertellen? En mag omgekeerd een zwart iemand een wit verhaal vertellen? Sommige gemeenschappen claimen dat ‘hun’ verhaal ‘hun’ eigendom is en dat een ander van een andere groep daar vanaf moet blijven. Dat gaat tot en met het eigen ontstaan en de voorouderverering aan toe. Dat is een kortzichtig standpunt.

Culturele toe-eigening die op scherp wordt gezet door een radicale minderheid is hypocrisie, dwingelandij en paradoxaal genoeg ook emancipatie van die minderheid. Het is een manier om machtsverhoudingen en culturele hegemonie te doorbreken. Daarom moet er een zeker begrip voor opgebracht worden. Maar als onverdraagzaamheid van een meerderheid wordt beantwoord met onverdraagzaamheid van een minderheid, dan is dat geen verbetering. Deze critici van de film van K3 haken aan bij terecht protest dat racisme bestrijdt, maar slaan door in hun kritiek door drama, expressie en verbeeldingskracht ondergeschikt te willen maken aan hun politieke opvattingen. Dat is een doodlopende weg voor allen die eindigt in collectieve segregatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtZO ZAG JE KLAASJE, HANNE EN MARTHE NOG NOOIT!’ van productiemaatschappij Studio100 Group, 29 juni 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelJa hoor! Ook K3 gecancelled wegens “racisme”: Egyptisch verkleedpartijtje is “culturalappriopriation”’ van Tim Engelbart op DDS, 29 juni 2020.

De Lotus-houding in 1913. Van Marseille naar Syrië en Egypte

Dit is de Lotus-houding anno 1913. Op het dek van de Franse paquebot (‘pakketboot’) ‘Lotus’ die in 1898 werd afgeleverd onder de naam ‘Tonkin’ en in 1912 grondig werd verbouwd. Hier zijn de details te lezen. In 1913 voer de ‘Lotus’ van maatschappij ‘Messageries Maritimes’ van Marseille naar Egypte en Syrië, en terug.

Inzoomen laat zien dat het nietsdoen op het promenadedek een ouderwets vermaak is. De tijd van het doodse moment dat dagen duurt. Inactiviteit wordt vermomd als lezen, turen over zee of dagdromen. ‘Managers die veranderingen willen doorvoeren moeten vooral lui durven zijn’, zei ooit een managements-goeroe. Om de ander ruimte te geven. In 1913 wordt geen verandering doorgevoerd. De passagiers koesteren het onthaasten en laten zich niet opjagen. De verandering komt pas later. In 1932 werd de ‘Lotus’ uit de vaart genomen en gesloopt in Italië. Mare Nostrum, de Middellandse Zee, zoals die tot dan toe bestond veranderde voorgoed. ‘Zeezicht met sleepboot’ (sea view with tow vessel), luidt de titel van de foto. Er is geen sleepboot te zien.

Foto 1 en 3: [n.t.: sea view with tow vessel], stereoscopische foto, 1913. Collectie: The American University in Cairo. Met opschrift ‘A bord du Lotus – 1913’ (‘Aan boord van de Lotus – 1913’). 

Foto 2: Prentbriefkaart: ‘1913-1932 LOTUS Sortant de Marseille’ (‘vertrek uit Marseille’). Collectie: MIKOS-35. Met opschrift ‘LOTUS -Paquebot des Messageries Maritimes’ (‘LOTUS- pakketboot [=oceaanlijner} van de Messageries Maritimes’ ).

Opnieuw de lange tenen van de islam (3). Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

Vandaag kreeg ik onderstaand bericht per email van WordPress waarin het aangeeft dat op last van de Pakistaanse overheid een blogpost in Pakistan wordt geblokkeerd wegens blasfemie en het kwetsen van de gevoelens van moslims ‘rond Pakistan’.  Het gaat om het commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012 met bovenstaande cartoon. De actie van de Pakistaanse overheidsdienst Pakistan Telecommunication Authority (PTA) bevestigt het vermoeden dat er binnen de islam weinig gevoel voor humor en tolerantie voor satire bestaat. Zie hier voor een verslag van eerdere meldingen van de PTA en de blokkade in Pakistan van delen van dit blog.

Foto: Cartoon van  Adam Zyglis in Commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012.

Bij een ‘Afbeelding uit reisalbum: “Foto’s Zangaki, Egijpte” [Reisalbum Egypte, Frankrijk]’

Wat we hier zien is niet makkelijk te zien. Een vrouw met een naakt jongetje op de schouders. Een tafereel uit de Oriënt, zo lijkt het door de enscenering met palmboom en Perzisch tapijt. Het bijschrift geeft duidelijkheid over maker en herkomst, maar ook weer niet helemaal. Het zegt: ‘Afbeelding uit reisalbum: “Foto’s Zangaki, Egijpte” [Reisalbum Egypte, Frankrijk] Vervaardigingsjaar [Tussen 1850 en 1900]’. De makers zijn de Griekse Zangaki broers, waarschijnlijk Constantine en George geheten die studio ‘Zangaki Adelphoi‘ hadden opgezet in Port Said. Productie voor de toeristische markt. Nauwelijks een ‘reisalbum‘ te noemen. Ze waren in Egypte actief van 1860 tot 1890 en werkten van 1860 tot 1869 incidenteel samen met de Franse fotograaf Hippolyte Arnoux. In 1869 werd het Suezkanaal geopend. In die periode werkten ze waarschijnlijk ook in Algiers en Jeruzalem. Een bron noemt de Zangaki broers Algerijns en Constantine Zangaki Turks. Er woonden zo’n 1,5 miljoen Grieken in Turkije tot de bevolkingsuitwisseling van 1923. Meer kennis over de ontstaansgeschiedenis vergroot ook de marge van onzekerheid. Wat het naakte jongetje tegen een bordkartonnen achterwand in het Egypte van 1870 of 1880 op de schouders van de vrouw doet wordt er niet duidelijk op. Wat voor topos is dat? Het kind kijkt in de camera en overtreedt daarbij de conventie dat niet te doen. Weet hij veel, weten wij veel.

Foto: ‘Afbeelding uit reisalbum: “Foto’s Zangaki, Egijpte” [Reisalbum Egypte, Frankrijk]

Terug in de tijd in het CIA-archief: ‘Politiek en Cultuur’ uit 1957 van de CPN

co1

Drie dagen voor de inauguratie van Trump publiceert de CIA de laatste van 12 miljoen gedeclassificeerde pagina’s. BuzzFeed besteedt er in een artikel aandacht aan. Hier zijn er twee afgebeeld. Ze dateren uit 1957 en komen uit het periodiek ‘Politiek en Cultuur’ (‘maandblad gewijd aan de theorie en parktijk van het marxisme-leninisme onder leiding van het partijbestuur der c.p.n.). Van de 10 nummers ontbreken de nummer 3 en 6. Ze zijn of in 1957 nooit aangekomen of in 2013 niet vrijgegeven. De koude oorlog is op een hoogtepunt en de CIA archiveert een Nederlandstalig tijdschrift van de Communistische Partij Nederland. Wat voor belangrijk nieuws dacht deze inlichtingendienst daar in aan te treffen? Dat blijft gissen.

Het is taaie kost, maar lezing ervan geeft een goed beeld van de denkwijze van de Nederlandse communisten. Ze verketteren de kapitalisten, maar nog meer de sociaal-democraten en bovenal de afvalligen uit eigen kring. Want die verstoren de kracht van de eigen beweging. Tot die laatste categorie kunnen de Franse schrijvers onder wie Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Jacques Prévert gerekend worden die zich verzetten tegen de inval van het Sovjet-leger in Hongarije 1956. In een reactie van vier pagina’s antwoorden Sovjet-schrijvers met verwijzingen naar Hitler die niets te maken hebben met wat er in 1956 gebeurde. Wie de volgende naam onder dit antwoord leest krijgt het koud om het hart en weet hoe via de Schrijversbond van hogerhand het antwoord ingestoken is: Konstantin Paustovski. Hier zijn de pagina’s uit het CIA-archief in te zien.

co2

Foto’s: Twee pagina’s uit ‘Politiek en Cultuur’ van de CPN, 17de jaargang nummer 1 (januari 1957). Uit het CIA-archief.

Serieuze grappen met Bassem Youssef en Cenk Uygur

Een grappig, open, dynamisch en leerzaam (!) gesprek tussen de Egyptische Bassem Youssef en de Jonge Turk Cenk Uygur. Twee migranten uit het Midden-Oosten met humoristische neigingen. Maar ook geïntegreerde buitenstaanders die over Amerikaanse grenzen kunnen kijken en het Amerikaanse politieke bestel niet voor zoete koek slikken. De nadelen én voordelen ervan kunnen benoemen. Over de stand van de democratie in Egypte en Turkije, en in de VS. En over de tegencoup van Erdogan die de kans te baat neemt om gelijk maar alle oppositie uit te schakelen. Zijn de verschillen tussen die landen principieel of stukje bij beetje? In elk geval zijn Cenk en Bassem niet dol op autoritaire leiders zoals Trump, Putin, Erdogan of Sisi die burgerrechten het meest aan banden leggen. Bassem Youssef verwijst naar zijn show Democracy Handbook voor Fusion.

In het gesprek verwijst Bassem naar Citizens United. Dat is een gerechtelijke uitspraak uit 2010 die het grote geld in de politiek meer macht heeft gegeven en progressieven terug willen draaien. Het is een politieke lakmoesproef  geworden. Het komt overeen met de scheidslijn in de Democratische partij tussen aanhangers van Sanders en Clinton die respectievelijk wel en niet met urgentie het grote geld van het bedrijfsleven in de politiek terug willen dringen. Om zoals de critici zeggen de politiek weer terug te geven aan de burgers.

Wat te doen met Turkije? Vuile handen of een schoon geweten? De olifant in de kamer van VVD’er Han ten Broeke

htb

Partijpolitiek is vervelend, maar volgens verdedigers ervan een onvermijdelijk kwaad. Maar is dat wel zo? Gisteren was bij Nieuwsuur een debat (na 21’40’’) over Turkije en de samenwerking met president Erdogan tussen VVD’er Han ten Broeke en D66’er Sjoerd Sjoerdsma. Vertegenwoordigers van een rechts-liberale en centrum-liberale partij die waarschijnlijk in een volgend kabinet gaan samenwerken. Ten Broeke en Sjoerdsma verschillen over de wenselijkheid om samen te werken met het regime van Erdogan dat volgens neutrale waarnemers steeds verder afglijdt in de richting van een autoritair regime. Sjoerdsma wil afstand nemen door de afspraken van de EU met Turkije op te schorten en Ten Broeke is de pragmaticus die vuile handen maakt.

Zin van zo’n debat waarin partijpolitieke uitgangspunten de boventoon voeren is dat het de gedateerdheid van de klassieke partijpolitiek aantoont. Het is niet alleen volledig losgezongen van de realiteit door de gesegregeerde wereldvreemdheid van de vertegenwoordigers ervan die vooral bestaat uit het toepassen van debatingtrucs, maar verdrinkt ook in het eigen gebrek aan samenhang en logica. Wat de zaak betreft heeft Sjoerdsma gelijk dat door de gewijzigde situatie in Turkije geen zaken meer gedaan kunnen worden met Erdogan. Ten Broeke weet dat, maar geeft het niet toe omdat premier Rutte namens de EU in het voorjaar credits heeft behaald met het bereiken van een afspraak met de toenmalige Turkse premier Ahmet Davutoğlu over de vluchtelingenstroom. De positie van Rutte is de olifant in de kamer die niet genoemd kan worden en het debat vrijblijvend en overbodig maakt. Verspilde moeite voor journalistiek, politiek en publiek.

De EU is een waardengemeneenschap waar democratie, mensenrechten en rechtstaat het uitgangspunt zijn. Niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk. Daar moet naar gehandeld worden. Vertegenwoordigers van de EU moeten voortdurend bepalen of landen niet afglijden en er nog wel zaken gedaan mee kan worden. Want die relatie beschadigt de geloofwaardigheid van de EU. In het geval van Turkije gaat het nog verder omdat het land al sinds 1962 aspirant-lid van de EU is. Op 30 juni is volgens een bericht van Yahoo tijdens het recente EU-voorzitterschap van Nederland een nieuwe onderhandelingsronde gestart over Turks lidmaatschap. Dat was gezien de toenmalige situatie van de democratie in Turkije toen al ongewenst en is het er door de reacties van Erdogan op de mislukte coup alleen nog maar meer bizar op geworden. En als klap op de vuurpijl zit de VVD’er Han ten Broeke tegen zijn eigen gezond verstand en overtuiging in om partijpolitieke redenen deze concessies aan de Turkse regering te verdedigen. Dat is het failliet van de partijpolitiek.

Het gaat niet alleen om Turkije. Er zijn vele landen waarmee de EU warme relaties onderhoudt die beter teruggebracht zouden worden naar een laag niveau. Zoals vergelijkbare autoritaire regimes als Saoedi-Arabië, Bahrein, Syrië, Egypte, de Russische Federatie, China of Noord-Korea. Tot die landen zou de EU veel meer afstand moeten houden. De EU leeft niet op een eiland en moet het hebben van economische voorspoed. Het dient rekening te houden met interne en externe concurrenten, dus kan niet te kieskeurig zijn. Maar het moet wel eigen uitgangspunten centraal blijven zetten in de afwegingen over buitenlandse handel en politiek.

Dat is geen keuze voor ethische politiek boven pragmatisme, maar een keuze voor eigen geloofwaardigheid. Dat is een keuze voor sterke zelfwaardering en een sterk zelfbeeld. De huidige Turkse regering is de steun van de EU niet waard. Politici zouden er beter aan doen dat volmondig toe te geven en niet weg te vluchten in debatten die dienen om de waarheid te verhullen. Media moeten dit soort debatten niet meer uitzenden.

Foto: Still uit de uitzending van Nieuwsuur op 18 juli 2016. Met links Han ten Broeke (VVD) en rechts Sjoerd Sjoerdsma (D66). In het midden presentator Joost Karhof.

De Nederlandse oplossing: Internationaal cultuurbeleid als krachtig signaal tegen instabiliteit rond Europa

IWM-HU-59574_Constructing_a_Dummy_Tank_1942

Cultuur heeft een directe verbinding met economie en politiek, en is een vorm van diplomatie die zeer waardevol is voor onze reputatie als voortvarend, open land. En het kan onze positie in het buitenland verstevigen.’ Aldus een video uit 2013 van Buitenlandse Zaken over internationaal cultuurbeleid. Kunst moet dienstbaar zijn aan politieke doeleinden. Kunstvormen die uit deze gouvernementele opvatting van cultuur volgen zijn er niet voor de kunst, maar voor de economie, reputatie en diplomatie van Nederland.

Nu is er de ‘Kamerbrief over internationaal cultuurbeleid 2017-2020’ van de ministers Bert Koenders van Buitenlandse Zaken en Jet Bussemaker van Cultuur. De rol van de economie in de internationale culturele samenwerking wordt afgeschaald. Het culturele veld mag voortaan zelf het initiatief nemen waarbij de overheid faciliterend optreedt. In het beleidskader bij de brief staat: ‘Ook zien we dat cultuur internationaal steeds vaker een politieke lading krijgt: cultuur wordt niet alleen ingezet om te verbinden, maar soms ook om tegenstellingen te vergroten. Culturele verworvenheden, waaronder ons culturele erfgoed en artistieke vrijheid en vrijheid van meningsuiting, staan onder druk.’ Cultuur ‘is‘ niet, maar wordt ‘ingezet’. Cultuur heeft haar onschuld verloren. Kortom, in 2016 dient internationaal cultuurbeleid voor politiek, diplomatie en marketing.

Een persbericht bij de kamerbrief zet het nog scherper aan en presenteert in de titel ‘cultuur als krachtig signaal tegen instabiliteit rond Europa’. Nederland mag dan de krijgsmacht, de territoriale verdediging en de bewaking van de grenzen in de uitverkoop hebben gedaan, de instabiliteit die daar uit volgt wordt volgens het kabinet bestreden met Nederlandse cultuur. Viktor & Rolf, Marlene Dumas, het Nederlands Danstheater, Het Koninklijk Concertgebouworkest en Droog Design liggen in de loopgraven om Nederland te verdedigen tegen Egypte, Mali, Rusland, Palestijnse gebieden, Libanon, Marokko en Turkije. ‘Culturele samenwerking kan een wezenlijke bijdrage leveren aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld’, zegt Koenders. Tja, wie dat gelooft, kan niet eens naïef genoemd worden, maar is gewoonweg kwaadaardig en gevaarlijk.

Zoals zo vaak vinden de weidse vergezichten van het kabinet geen vervolg in een ruimhartige budgettering. Want Nederlands internationaal cultuurbeleid vijzelt wellicht de reputatie van Nederland in het buitenland op, maar het mag om binnenlandse redenen niet te veel kosten. Want op het Binnenhof zijn kunst en cultuur een gewilde schietschijf voor makkelijk scorende politici. Er is door geschuif van begrotingsposten zo’n 18 miljoen euro beschikbaar, waarvan 0,5 miljoen ‘effectief’ wordt ‘ingezet’ binnen de ‘moderne diplomatie’. Modieus. Deze openbaring vangt door marketing het kwaad af. Zo is Nederland weer helemaal thuis waar het hoort.

Foto: ‘Constructing a Dummy Tank 1942’.