George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrijzinnigheid

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Verdwijning van Jamal Khashoggi is krachtmeting tussen Saoedi-Arabië en VS

with 6 comments

De verdwijning van de Saoedische journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consultant in Istanboel is een raadsel. Khashoggi is een journalist voor de Washington Post en woont in de VS. Dus er is een Amerikaanse connectie. Er zijn twee opties. Of hij is in het consulaat vermoord, en zijn lijk is afgevoerd en verduisterd. Of hij is ontvoerd naar Saoedi-Arabië. Turkije en de VS zijn betrokken in deze kwestie en het valt te bezien hoe ze reageren. De geloofwaardigheid van de presidenten Recep Erdogan en Donald Trump is in het geding.

Een antwoord kan niet anders dan verontwaardiging zijn. Het is absurd om een niet eens zo kritische journalist zo brutaal te behandelen. Het sarcasme is dat de Turkse overheid die zelf journalisten om politieke redenen in de gevangenis gooit nu in eigen land zo’n zaak door een buitenlandse mogendheid in de maag wordt gesplitst. De kwestie Khashoggi is een wedstrijd schaduwboksen tussen Trump en de Saoedische sterke man kroonprins Mohammad bin Salman al-Saoed. Denkt de laatste het groene licht te hebben gekregen van Trump om Khashoggi te vermoorden? Waande Mohammad bin Salman zich onbespied, hoewel hij kon weten dat Amerikaanse inlichtingendiensten informatie zouden oppikken over Khashoggi’s verdwijning.

Wat zal het antwoord van de EU zijn? Saoedi-Arabië is al lange tijd een dwaling in het buitenlandbeleid van de westerse wereld. De EU moet overwegen de stap te zetten om afstand te nemen van een hypocriet land dat anderen de maat wil nemen. Wat de gevolgen ook zijn. Nederland kan daarin een sturende rol spelen. Er is wel lef voor nodig. Het valt te betwijfelen of de Nederlandse politiek en zakenwereld die lef nog in zich hebben.

Canada staat alleen in conflict met Saoedi-Arabië over mensenrechten

with 4 comments

Een inzichtelijk interview van Vassy Kapelos op de Canadese publieke omroep CBC met president Obama’s voormalige Global Engagement Director Brett Bruen. Het gaat om een diplomatieke crisis tussen Canada en Saoedi-Arabië waarbij Canada in de verdediging is gedrongen. Aanleiding is een tweet van 3 augustus van het Canadese ministerie van Buitenlandse Zaken over de oproep om mensenrechtenactivisten in Saoedie-Arabië vrij te laten. Over deze omgekeerde Twitter-diplomatie van president Trump vraagt onder meer hoogleraar internationale zaken David Carment zich af of dit een geschikt en handig instrument is om de finesses van diplomatie en buitenlandse politiek af te dekken. Dus zo bekeken valt Canada ook wel wat te verwijten.

Maar het grootste verwijt treft het Koninkrijk Saoedi-Arabië, die theocratie waar sinds de 18de eeuw een tweezijdig verbond van kracht is tussen de wereldlijke macht van het Saoedische koningshuis en geestelijke macht van de orthodox-islamitische stroming van het wahabisme. Dat verbond kreeg vanaf 1979 nieuwe betekenis na de mislukte bezetting door islamitische extremisten van de Al-Masjid al-Haram moskee in Mekka. Bang geworden voor de eigen machtspositie door onder meer de Iraanse volksopstand van 1979 die ayatollah Khomeini aan de macht bracht werd de verwestersing van Saoedi-Arabië teruggedraaid, de vrijheden ingeperkt en de orthodoxe islam opnieuw opgepoetst. Zelfs tot een exportproduct gemaakt. Sinds kort lijkt de feitelijke machthebber kroonprins Mohammad bin Salman al-Saoed de teugels te vieren, maar het vermoeden is dat hij dat niet om culturele, religieuze of juridische redenen doet, maar om economische redenen om het koninkrijk toekomstbestendig en minder afhankelijk van olie inkomsten te maken.

Door een terugtredende VS die onder president Trump meer ruimte geeft aan autoritaire landen weet ook Mohammad bin Salman al-Saoed dat zijn speelruimte groter is. Daarom kan hij een geïsoleerd Canada fors aanpakken. In navolging van de VS aarzelt ook de EU om zich krachtdadig uit te spreken tegen de schending van de mensenrechten in Saoedi-Arabië. Niet in het minst vanwege economische belangen en bescherming van de eigen wapenindustrie. Slechts individuele landen als Zweden sputterden de afgelopen jaren tegen.

Pikant is dat zoals uit een tweet blijkt de Canadese minister van Buitenlandse Zaken Chrystia Freeland op 6 augustus op een LHBTI-conferentie in Vancouver een gesprek had met de Nederlandse minister Ingrid van Engelshoven (OCW) over ‘mensenrechten, in het bijzonder vrouwenrechten en EqualRightsCoalition’. In een verklaring zegt Van Engelshoven: ‘Nu moeten we de mooie woorden omzetten in daden.’ Op sociale media zijn de goede bedoelingen immens om ‘niemand achter te laten’. Het lijkt er echter sterk op dat de ‘gewone’ mensenrechten moeten wijken, zoals Samar en Raif Badawi in Saoedi-Arabië nu aan den lijve ondervinden.

Foto: Gewaakte tweet van het Canadese ministerie van Buitenlandse Zaken, 3 augustus 2018.

Het zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand

with 2 comments

In een opinie-artikel voor NRC geeft de Rotterdamse hoogleraar Sociologie Willem Schinkel commentaar op het opbreken van het zogenaamde Links Verbond in Rotterdam. Dat was een samenwerking tussen de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP en de islamitsch geïnspireerde partij NIDA die een maand geleden werd gesloten en deze week uit elkaar viel. Aanleiding voor die breuk was was een tweet van vier jaar geleden van NIDA waar het geen afstand van wilde nemen: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidmeningsuiting’. Schinkel hangt aan deze tweet zijn hele betoog op. Door deze bijziendheid die zich ook vertaalt in een dualisme dat de politiek in een links-rechts frame vangt, mist hij de essentie voor de breuk. Dat zijn de principes van NIDA.

Schinkels artikel roept de vraag op of hij wel doorziet wat NIDA’s principes zijn en de partij beoogt. Schinkel lijkt zich te laten sturen door de actualiteit en partijpolitiek gehakketak. Hij kijkt niet naar de echte oorzaak voor de breuk. NIDA zegt in het beginselprogramma 25 CONCRETE IDEEËN: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Volgens NIDA is geloofsbeleving geen particuliere zaak, maar moet die in de publieke ruimte, openbaar bestuur en de publieke voorzieningen doorgevoerd worden.

NIDA rekt de scheiding van kerk en staat op. Is dat gewenst? Valt dat te verenigen met de opvatting van de nationale rechtsstaat? Daar gaat het echte verschil in opvatting tussen de drie linkse partijen en NIDA om. Schinkel creëert valse tegenstellingen. Het is niet voldoende om in een soort gemakzuchtig pamflettisme en verwijzing naar racisme en ‘witte politici’ die het bij de linkse partijen voor het zeggen hebben triomfantelijk te concluderen dat de vijand van mijn vijand een vriend is. Het gaat erom wat de principes van NIDA zijn en of die passen bij vrijzinnige partijen als SP, PvdA en GroenLinks die hun waarden als uitgangspunt hebben.

Ja, Wierd Duk is een rechtse onruststoker. Ja, Joost Eerdmans is een rechtse scherpslijper. Ja, Thierry Baudet is een rechts-extremistische opportunist met racistische neigingen in zijn partij. Ja, Geert Wilders is een islamhater. Ja, het debat in Rotterdam wordt fel gevoerd en de links-rechts tegenstelling wordt er aangedikt. Maar wat zegt dat dan nog over NIDA? Het terecht afkeuren van rechts is niet voldoende om het links-conservatieve of conservatief-religieuze NIDA blindelings te omarmen of het voor deze partij op te nemen.

Ik begrijp hoe iemand die zegt seculier, vrijdenkend of atheïstisch te zijn zich niet kan verenigen met de principes van NIDA. Deze partij wil terug naar de verzuiling van eind 19de eeuw. Ik ben het met dit principe van religie die zich uitgesproken manifesteert in publieke ruimte en openbaar bestuur fundamenteel oneens. Het valt niet in te zien hoe een partij die zich als vrijzinnig beschouwt en ondubbelzinnig de rechtsstaat onderschrijft -inclusief scheiding van kerk en staat- een partij als NIDA met zulke standpunten kan steunen.

En wat moeten kunstliefhebbers denken van een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert? Het is een krankjorum idee, een moskee die samen met een museum als Boijmans het openbaar bestuur adviseert en daar via een aparte raad onderwerpen voor agendeert. Dit is opnieuw een tactiek van NIDA om via de zijdeur de scheiding van kerk en staat op te rekken. NIDA depolitiseert de politiek door het te vermengen met het middenveld. Dat is de weg naar het corporatisme waarbij allerlei onverkozen groepen in een vaag verband een beslissende rol in de besluitvorming krijgen.

Ik vraag me werkelijk af of de landelijke en Rotterdamse leiders van SP, GroenLinks en PvdA de principes van NIDA wel goed tot zich hadden laten doordringen toen hun Rotterdamse afdelingen met NIDA een Links Verbond sloten. Hoewel Lilian Marijnissen (SP) vanaf het begin sceptisch was en zei het zelf niet gedaan te hebben. Maar wat de landelijke leiders van PvdA en GroenLinks bezielde toen ze dachten dat hun eigen gedachtengoed verenigbaar was met dat van NIDA blijft een raadsel. Ook na het verbreken van het verbond.

De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis. NIDA verdient het om op de principes die het voorstaat beoordeeld te worden. Niet op goede bedoelingen of slachtofferschap. Of een al te eenvoudige links-rechts tegenstelling die de positie van NIDA moet verklaren, maar die eerder vertroebelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRacisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op’ van Willem Schinkel in NRC, 14 maart 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van paragrafen uit beginselprogramma25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam.

Geert Wilders neemt via een omweg de islam in bescherming

leave a comment »

In het commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’ voor DDS doet Tim Engelbart er zelf ook een behoorlijk schepje bovenop. Het past in het patroon van DDS om van paard te wisselen en de PVV in te wisselen voor het sexyer Forum voor Democratie (FvD) van Thierry Baudet. Zoals voorheen Wilders en de PVV de hemel in werden geschreven gebeurt dat nu met FvD. Paradox is dat Wilders minder ongelijk heeft dan het lijkt, maar hij door zijn ondoelmatigheid en radicalisme het omgekeerde bereikt van wat hij nastreeft. Gesteld dat dat wat anders is dan het handhaven van zijn eigen positie. Mijn reactie:

Wat Geert Wilders er allemaal aan vastknoopt is een onderwerp op zichzelf. Maar zijn standpunt dat de islam ‘een extremistische politieke ideologie’ is wijkt in de kern niet principieel af van wat de onlangs overleden protestante theoloog Harry Kuitert zei: ‘religie is een potentieel gevaarlijke ideologie’. Kuitert had het overigens over alle religies.

Wat Nederland nodig heeft is een breed maatschappelijk debat over de rol van religie. Met vragen als ‘wat is religie?’, ‘wat wil religie bereiken?’, ‘wat is de rol van religie in het onderwijs?’ en ‘wat is het maatschappelijk nut van religie?’.

Zo’n debat zou twee vliegen in één klap slaan. Het geeft antwoord op de vraag die Wilders over de islam stelt, maar die hij door het naar zich toe te trekken zo geïsoleerd en gepolitiseerd heeft dat hij feitelijk het debat erover mee blokkeert. En het doet aan achterstallig onderhoud dat door de sleutelpositie van de drie christelijke partijen SGP, CU en CDA en de maatschappelijke positie van het christelijk middenveld jaar op jaar uitgesteld wordt.

Het falen van de Nederlands partijpolitiek is dat vrijzinnige partijen als de VVD, D66, PvdA, GroenLinks, SP en PVV met een grote meerderheid in de Tweede Kamer van 109 van de 150 zetels zich laten verdelen. En elkaar niet weten te vinden. Maar de patstelling zoals die tussen confessionelen en ‘links’ (liberalen en socialisten) in de jaren ’20 van de vorige eeuw bestond en uitmondde in de gelijkstelling van openbaar en bijzonder (dus: religieus) onderwijs is allang voorbij. De christelijke politiek heeft nauwelijks nog een machtsbasis. Het lijkt alsof dat besef nog nauwelijks tot het Binnenhof is doorgedrongen.

Hoewel christelijke politieke partijen en organisaties niet als doelstelling hebben om de islam of islamitische organisaties te verdedigen doen ze dat wel omdat de islam hun uiterste verdedigingswal is. Door op te komen voor de islam komen christelijke organisaties op voor zichzelf. Of liever gezegd, hopen ze ermee de afbraak van hun traditionele voorkeurspositie te vertragen. Dat die pragmatische opstelling van de confessionelen soms zelfs samengaat met een afkeer van de islam maakt het er extra schijnheilig op. Dat is het duidelijkst in de SGP.

Nederland is qua bevolkingssamenstelling een land met een kleine meerderheid van iets meer dan 50% die zich niet laat inspireren door religie. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS. De verschillende religies vormen minderheden. Bijvoorbeeld, rooms-katholieken 23% en islam 4-5%. De verwachting is overigens dat de groei van de islam stabiliseert en rond genoemd percentage zal blijven schommelen. Een en ander rechtvaardigt in politiek noch in samenleving een sleutelpositie voor religie en religieuze organisaties.

Nederland zou tot beter besef moeten komen over haar zelfbeeld. Merkwaardigerwijze zouden twee ontwikkelingen ermee samengebracht kunnen worden en elkaar versterken. Als onderdeel van de blauwdruk voor de toekomst van Nederland waar zo’n behoefte aan is.
1. Nederland is een seculiere samenleving wat inhoudt dat alle religies en levensovertuigingen volgens de wet en met de garantie van de overheid op gelijke mate worden behandeld. In praktijk betekent dit dat de nu bestaande voorkeurspositie van christelijke organisaties en instellingen niet langer wordt gesteund en gefaciliteerd door de overheid. Niet formeel en niet informeel.
2. Nederland is een immigratieland dat migranten opneemt. Dat betekent dat het een immigratiepolitiek moet ontwikkelen die inhoudt dat het enkel en alleen zelf bepaalt welke soort migranten het opneemt en welke eisen aan hen gesteld worden. Daarnaast kunnen om humanitaire redenen vluchtelingen uit oorlogsgebieden binnengelaten worden volgens de kenmerken van het Vluchtelingengedrag van 1951. Dat houdt overigens in dat vluchtelingen niet zelf bepalen naar welk land ze reizen. Het zijn enkel en alleen de opnemende landen die daarover beslissen.

Geert Wilders is een gevangene van zijn eigen opstelling geworden. Door druk te zetten op het onderwerp islam duwt hij het in de praktische politiek een andere kant uit dan hij bedoelt. De paradox is dat als Wilders en de PVV de politiek zouden verlaten dit onderwerp naar verwachting hoger op de agenda zou komen te staan. De PVV blokkeert het overleg tussen de vrijzinnige partijen om de voorkeurspositie van het christendom terug te brengen tot een eerlijk deel waar het recht op heeft. En omdat via de genoemde omweg christelijke organisaties de islam in bescherming nemen om zichzelf te dienen neemt Geert Wilders via een omweg de islam in bescherming.

Foto: Schermafbeelding van deel commentaarWilders doet er nog een schepje bovenop: ‘Verbied de islam en diens uitingen!’’’ voor DDS door Tim Engelbart, 16 september 2017.

Staat ‘rechts met de bijbel’ tegenover D66?

with 3 comments

Rechts met de bijbel is voorlopig het nieuwe normaal in de politiek. PvdA-leider Lodewijk Asscher gebruikte afgelopen week de term in een kamerdebat. Om D66 op stang te jagen. Vrijzinnigheid is uit, conservatisme met de bijbel is in. Zowel in de landelijke politiek als in Rotterdam -waar het college dreigt te vallen omdat een raadslid uit Leefbaar Rotterdam stapte- tekent zich een coalitie af van een rechts-conservatieve partij (VVD of Leefbaar Rotterdam), het CDA, een kleine christelijke partij (CU en SGP/CU) en de centrumpartij D66.

Omdat die laatste partij cultureel progressief is en anders denkt over sociaal-culturele onderwerpen zoals medische ethiek, homorechten, secularisme, integratie dan de christelijke partijen geeft dat D66 een extra verantwoordelijkheid. Het moet het vrijzinnig vuur brandend houden in een sociaal-cultureel conservatieve omgeving. Het is een uitdaging als het lukt en een risico om in conflict te komen met de eigen achterban als het mislukt. In Nederland polderland zijn verschillen overbrugbaar. En politieke formatie is geen reformatie.

Tim Farron stapt op als leider Liberaal Democraten. Zijn christelijke overtuiging over homoseksualiteit was in strijd met de partijlijn

leave a comment »

Tim Farron van de Britse Liberaal-Democratische partij en MP voor Westmoreland & Lonsdale is opgestapt als partijleider. Er zijn drie redenen. De partij deed het met een winst van 4 zetels slechter dan gehoopt. Het wist de anti-Brexit stem onvoldoende te mobiliseren. Farron was een kleurloze en weinig inspirerende leider. En de christelijke overtuiging zat hem in de weg. Farron begint zijn afscheidstoespraak met de claim dat hij tot in zijn vingertoppen liberaal is, maar juist aan die gezindheid bestaat twijfel. Door deze toespraak bevestigt hij dat eerder dan dat hij het ontzenuwt. Want hoe liberaal was Farron die lange tijd vragen ontweek over zijn opvatting over homoseksualiteit? Progressieve opvattingen zitten bij Farron niet van harte ingebakken. Dat is electoraal schadelijk voor een partij die het grotendeels moet hebben van progressieve standpunten.

Farron is een slechte verliezer als hij zegt dat het wantrouwen tegen hem zou zijn ingegeven door wat hij gelooft en wat zijn geloof is. Hij weet dat dit onjuist is, want de kritiek op Farron zat ‘m niet in zijn christelijk geloof, maar in zijn opvattingen die niet spoorden met de partijlijn. Of beter gezegd: in het feit dat Farron de partijstandpunten niet boven zijn christelijke overtuiging wist te stellen. Farron wordt er zelfs rancuneus en onheus op als hij vervolgens zegt dat ‘we onszelf voor de gek houden als we denken dat we in een tolerante, liberale samenleving leven’. Een niet al te subtiele verwijzing naar zijn eigen partij. Farron houdt zichzelf voor de gek als hij beweert een volbloed liberaal te zijn. Dat was hij niet. Hij kon zijn christelijke overtuiging niet verenigen met het partijstandpunt over homoseksualiteit en geeft daar vervolgens de partij waarbij hij ooit aansluiting zocht de schuld van. Het toont aan hoe ongeschikt hij was als leider van de Liberaal-Democraten.