George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Populisme

Soli Özel vraagt zich af of het populisme over zijn hoogtepunt heen is

leave a comment »

Is het populisme over zijn hoogtepunt heen? Het lijkt er sterk op. De Turkse hoogleraar Politicologie Soli Özel koppelt het populisme aan de economie en de nieuwe technologie. Het verraad van de elites die niet meer ‘leverden’ en teveel op zichzelf gericht waren werd uitgedaagd. Onduidelijk is wie Özel bedoelt met de politici die geprofiteerd hebben van het democratische politieke systeem. Zijn dat uitsluitend de populisten die reageerden op het falen van de elites of zijn het zowel de eerder autistisch dan autoritair handelende elites als de populisten die na de economische crisis van 2008 hun kans schoon zagen en gebruik maakten van de afgenomen legitimiteit van de elites? Het maakt voor de analyse van de fase waarin we nu zitten weinig verschil als populisten naadloos reageerden op autoritaire elites. Want als de autoritaire elites onder politieke druk van de bevolking emancipeert, dan verliest het populisme aan urgentie. Soli Özel heeft uiteraard gelijk als hij zijn zorgen uitspreekt over de macht van de nieuwe technologie dat de democratie bedreigt, alleen staat het zijdelings naast het onderwerp over de autoritaire elites en het antwoord erop van de populisten.

Voor de complexiteit van een dualisme dat verre van eenduidig is, is het trouwens aardig om af te vragen wat president Donald Trump of premier Boris Johnson zijn, populisten of leden van de autoritaire elite? Zijn ze hun eigen Droste-effect waar ze in verdwijnen? Trump en Johnson lijken eerder onderdeel van een autoritaire elite dan populisten. Maar toch worden ze in de publieke opinie doorgaans populisten genoemd. Dit geeft aan hoe veelgelaagd dit debat is. Als het populisme over zijn hoogtepunt heen is, wie bedoelen we daar dan mee?

Written by George Knight

22 oktober 2019 at 13:53

Kunst moet van rechts en links de politieke zaak dienen en er het zwijgen toe doen. Autonomie van kunst is niet de bedoeling

leave a comment »

Prikkelende column van Özcan Akyol in het AD. Hij schrijft: ‘Kunst en cultuur zijn verdacht gemaakt door rechtse politici die te maken kregen met onwelgevallige meningen.’ Dat klopt, maar het is de vraag of de onwelgevallige meningen niet vooral vanuit henzelf komen. En vanuit hun politieke gedachtegoed. De haat tegen vooral de hedendaagse kunst (cultuur zou Akyol niet op een hoop moeten gooien met kunst) bestaat al tientallen jaren in een partij als de VVD. Google maar eens op ‘Jan Hanlo’ en ‘Willem Carel Wendelaar’, een Eerste Kamerlid van de VVD die in 1952 vragen stelde over een gedicht van Hanlo dat hij een ‘onaanvaardbare uiting van kunst’ vond. Alsof Wendelaar ook maar enig verstand van kunst had en zich als politicus met de inhoud van kunst zou moeten bemoeien. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector.

Dat is een verre echo van wat de toenmalige liberale premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke werkelijk bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu is het gebruik dat kunst door bestuurders wordt gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, zoals voorbeelden in Amsterdam of Utrecht laten zien. In de visie van de huidige linkse en rechtse, landelijke en lokale bestuurders is kunst niet langer vrij, onafhankelijk en tegendraads, maar een beleidsinstrument. Kunst is getemd en ondergeschikt gemaakt. Kunst mag niet langer autonoom zijn.

Het is een trieste constatering dat Wendelaar vele navolgers heeft. Die zich doorgaans minder uitdrukkelijk manifesteren en geniepiger opereren. De voormalige staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (ook VVD) was daarop nog een uitzondering omdat hij het als een voordeel zag dat hij een outsider in de kunstwereld was. Hij pochte met zijn onkunde. In de politiek geldt deskundigheid als een vereiste bij beleidsterreinen als zorg, landbouw, defensie, onderwijs, waterstaat, financiën, rechtspraak, diplomatie of noem maar op, maar niet bij kunst. Bij kunst wordt door Nederlandse politici deskundigheid als nadeel gezien. Minister Ingrid van Engelshoven is daar het laatste, trieste dieptepunt van. Tekenend is dat letterkundige Aad Nuis (D66) van 1994 tot 1998 de laatste staatssecretaris van OCW was die zelf voortkwam uit de kunstsector. In andere landen willen schrijvers of zangers nog wel eens minister van cultuur worden, maar niet in Nederland. Waarom in de Nederlandse politiek voor bewindslieden deskundigheid in de kunst als nadeel wordt gezien is duidelijk. Kunstbeleid dient niet primair de kunst, maar politieke doelen die kunst gebruiken. Het is niet de bedoeling dat een Nederlandse politicus echt opkomt voor de kunst. Daar ontstaan alleen maar misverstanden door.

Özcan Akyol gaat verder met zijn beoog en betrekt het ook op links als hij zegt: ‘En in een gepolariseerde samenleving, waar het zwart-witdenken welig tiert, staat een pleidooi voor de kunst gelijk aan een flirt met oubollig links, dat in de beeldvorming zakken met geld naar kunstenaars bracht.’ Hier buitelen de hypotheses en het wensdenken over elkaar heen. Het is beeldvorming die niet overeenkomt met de politieke praktijk. Het dubbelzinnige ervan is dat links zich dat door rechts berustend én toestemmend laat zeggen, terwijl links weet dat het de kunst niet door dik en dun steunt. Maar die foute beeldvorming weerlegt het niet omdat de marketing helpt die zegt dat links opkomt voor de kunst. Niet dus. Je zou bijna hopen dat de scherts van Akyol waar was, want dan was er in elk geval nog linkse politiek die hart had voor kunst. Links steunt de kunst evenmin als rechts dat doet. Als links geld overheeft voor kunst is dat uitsluitend om eigen doeleinden te realiseren. Kunst moet van de rechtse en linkse politiek de politieke zaak dienen en er verder het zwijgen toe doen. Want autonomie van kunst is in Nederland niet de bedoeling. Ben je gek, dan kunnen wethouders en ministers niet meer timmeren, boetseren en figuurzagen met kunst als de ware hobby-boeren van de cultuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen pleidooi voor de kunst staat gelijk aan een flirt met oubollig links’ van Özcan Akyol in het AD, 1 oktober 2019.

Eerste editie van Democratiefestival lijkt nog op zoek naar identiteit

with 2 comments

Gisteren en vandaag is de eerste editie van het Democratiefestival op het stadseiland Veur Lent bij Nijmegen. Gratis te bezoeken, kosten 1 miljoen euro. Minister Kajsa Ollongren zegt de inspiratie ervoor uit Zweden te hebben gekregen waar het een groot succes schijnt te zijn. Voorspelbaar is dat radicaal-links en radicaal-rechts een Democratiefestival afwijzen en het kleineren. Ze zien het als een te duur feestje voor ambtenaren en wethouders. Wie weet. Toch is het niet zo gek om de Democratie te vieren. Hoe incrowd, dikdoenerig, van bovenaf geregisseerd en overlopend van goede bedoelingen die eerste editie ook is. Want democratie is niet vanzelfsprekend. Democratie is de moeite waard om weerbaar gemaakt te worden en te verdedigen. Precies tegen die populisten aan de flanken die de democratie willen afschaffen. Aanloopproblemen worden in de evaluatie hopelijk objectief beoordeeld. Interessant is om te weten wat de organisatie onder democratie verstaat en waar het in de programmering de accenten legt. Het debatje in de video over ‘de multiculturele samenleving’ geeft aan dat er nog veel te verbeteren valt. Platgetreden paden over democratie bewandelen en naïviteit kunnen niet de bedoeling zijn. Instrumenten aanreiken om weerbaarder te worden lijken zinvoller.

Written by George Knight

31 augustus 2019 at 09:36

Een poging om Baudet te verklaren via ridder van Rappard

leave a comment »

In 1974 was ik in Amersfoort in militaire dienst en volgde een basisopleiding van vier maanden bij de geneeskundige troepen als ziekenverzorger. Op een avond raakte ik met mijn maten verzeild in een bistro op het Lieve Vrouwekerkhof. Schuin naast de toren. Het was april of mei, aspergetijd. Het eten in de kantine was geen pretje. Ook dienstplichtige soldaten verdienden toen genoeg om af en toe ‘duur’ uit eten te gaan.

In de bistro troffen we een klein gezelschap waarvan Louis Rudolph Jules van Rappard het middelpunt was. Deze ridder van Rappard was in die dagen een bekende rechtse politicus, zoals later Pim Fortuyn of nu Thierry Baudet. We hebben het er toen en later niet eens over gehad of mijn maten de man herkenden. Wellicht niet. We waren te veel met onszelf bezig. Van Rappard hield een betoog of asperges gesneden of naar binnen geslurpt moeten worden. Zijn stem galmde door de gelagkamer. Ik herinner me dat hij een voorstander van de laatste variant was. Toch was dat niet zo logisch omdat hij op vele terreinen juist tegen de etiquette inging.

De bespreking door Martijn Delaere uit mei 2018 van ‘Rolly’ Van Rappards biografieDwarsligger van beroep; ridder van Rappard (1906-1994), de spraakmakendste burgemeester van Nederland’ van biograaf Klaas Tammes in Binnenlands Bestuur bevat enkele opvallende observaties die ook voor het begrip van de huidige politieke situatie van radicaal-rechts Nederland van belang zijn: ‘Van Rappard komt in de biografie naar voren als een kostelijke figuur, politiek incorrect en onaangepast, koen en rechtlijnig, maar ook onhandelbaar en autoritair. ‘Hij doet mij nog het meest denken aan Pim Fortuyn’, zegt Tammes. ‘Ze konden allebei goed overweg met de gewone man, maar wel met een soort paternalistische houding. Ze waren ijdel, belezen en tegendraads. Deftige populisten’. De opkomst van Forum voor Democratie moest toen nog plaatsvinden.

Met Baudet kan de derde telg aan dat geslacht van deftige populisten toegevoegd worden. In nog een ander opzicht zijn er overeenkomsten tussen Van Rappard en Baudet: ‘Ridder van Rappard ging dwars tegen de tijd in en voerde daarmee in de woorden van Klaas Tammes ‘een achterhoedegevecht dat hem tot een karikatuur van rechts zou maken’. Maar zijn levenslange dwarsheid zorgde er wel voor dat hij in de oorlog in het burgemeestersverzet belandde’. Met zijn ondergangsfantasieën en zijn autoritaire opstelling komt Thierry Baudet in de buurt van Van Rappard als een karikatuur van rechts. Maar waar deze jarenlange burgemeester van Gorinchem van nature dwars was en in zijn tijd met niemand vergelijkbaar, lijkt het bij Baudet vooral te gaan om politieke marketing en positionering die hij losjes ontleent aan de Amerikaanse alt-right beweging.

In 1974 toen ik hem meemaakte in een Amersfoortse bistro was Van Rappard al drie jaar teruggetreden als burgemeester. Zijn glorietijd was voorbij. “Je hebt Jan met de pet, de tussensoort en mijn stand”, vond Van Rappard niet voor niets, zo citeert Delaere hem in zijn bespreking. De tussensoort was als vanouds de soort waar zowel het grauw als de hogere stand op neerkeek. De trouwste steun voor de monarchie kwam toentertijd niet van ‘de tussensoort’, maar van Jan met de pet. Pas later veranderde dat toen de monarchie verburgerlijkte. Tammes: ‘Dit soort eigenzinnige types wordt nu niet meer gepruimd. Ze zouden binnen een paar weken met een motie van wantrouwen aan hun broek kunnen ophoepelen. Maar in hun tijd konden deze markante types zich handhaven.’ Het is afwachten of deze bewering klopt voor wie de perikelen binnen Forum voor Democratie aanschouwt en het idee krijgt dat het eerder om een sekte dan om een politieke partij gaat.

Foto: ‘Mr. L.R.J. Ridder van Rappard houdt zijn laatste nieuwjaarsrede als burgemeester van Gorinchem. 29 januari 1971. Auteur: I. Klok. In: Gorinchem’. Collectie: ANP Historisch Archief.

Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet

with one comment

Sommige rechtse christenen hebben een verknipt beeld van linkse politiek en het secularisme of geven daar op z’n minst in de publiciteit een verknipt beeld van. Dat secularisme reduceren ze tot goddeloosheid of de cultuur van de dood en gebruiken ze vervolgens als excuus om radicaal-rechtse politici te omarmen of op z’n minst welwillend te bejegenen. Een goed voorbeeld van die mentaliteit geeft bovenstaand citaat uit een opinieartikel van Johan van den Brink. Hij is secretaris van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP.

De titel luidt ‘Christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’. Maar een titel die beter past bij het uitgangspunt van Van den Brink die zichzelf profileert als rechtse christen zou zijn ‘Rechtse christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’. Dat verbinden is trouwens een ongelukkig gekozen en vaag begrip. Het is wat anders als de moderniteit naar het christendom wordt gebracht of het christendom naar de moderniteit. Dat eerste kan op een oppervlakkige wijze en hoeft de kern van het christendom niet te raken.

De tegenstelling die Van den Brink benoemt is om meerdere redenen misleidend en ondeugdelijk. Talloze linkse politici van het type Jan Pronk of Lilianne Ploumen zijn gelovig en staan haaks op dat beeld van goddeloosheid. Predikant en theoloog Willem Banning was een van de oprichters van de PvdA. Joop den Uyl groeide op in een gereformeerd milieu, nam afstand tot het geloof, maar bleef in zijn handelen een calvinist.

Rechts kan niet het alleenrecht op het christendom claimen. Het is onhebbelijk en weinig christelijk van rechtse christenen om linkse christenen of linkse niet-christenen goddeloosheid te verwijten. Van den Brink doet evenmin moeite om het secularisme uit te leggen. Het secularisme is geen anti-religieuze filosofie die de goddeloosheid, de cultuur van de dood of het atheïsme promoot, maar een politieke filosofie die strikt neutraal staat tegenover alle levensovertuigingen en godsdiensten. Het secularisme staat identiek tegenover zowel christendom, humanisme als nihilisme en bevordert noch marginaliseert het een of het ander.

Complicatie van het soort tamelijk gesloten of hermetische teksten van Van den Brink is de dubbelhartigheid ervan die beredeneerd vanuit polemische redenen dient om vanuit het jargon en de bescherming van de eigen kring andersdenkenden hard en straffeloos aan te vallen, maar vervolgens daar niet echt op aangesproken wil worden. Uiteindelijk verschanst Van den Brink zich in zijn eigen jargon en logica, en lijkt hij moeilijk bereid tot een open debat. Van den Brink wil zijn boodschap verzenden. Zijn overtuiging is zijn wetenschap.

Met de opkomst van ‘een zelf-geproclameerde politieke messias op rechts’ verwijst Van den Brink naar een discussie in het RD. Dat begon met een verslag van een symposium in Gouda over christelijk onderwijs. De leider van Forum van Democratie Thierry Baudet nam daar aan deel. Bart Jan Spruyt zei over Baudet: ‘Ik was, zoals ooit Johannes de Doper, in jouw ogen de wegbereider. En jij een soort van messias’ en ‘Ben jij Thierry, degene die komen zou, of verwachten wij een ander?” Ben jij, na mensen als Bolkestein of Fortuyn, de man bij wie het conservatieve gedachtegoed in goede handen is en die er politiek resultaat mee gaat boeken, of niet?’ In rechts christelijke kring wordt niet eenduidig gedacht over de messiaanse rol die Baudet zichzelf toemeet.

In een opinieartikel ging Daniël de Klerk frontaal in tegen de suggestie dat christenen of christelijk onderwijs iets te winnen hebben bij Baudet: ‘Onder christenen lijkt zich een patroon af te tekenen waarin Baudet wordt gezien als voorvechter van christelijke normen en waarden. Ik denk dat dit niet het geval is, maar dat er sprake is van een verzoeking.’ En: ‘De vruchten van Baudet, zijn woorden en houding, lijken niet de vruchten te zijn van een hart dat oprecht de Heere Jezus zoekt. Het lijkt er veelmeer op dat het Baudet welgevallig is om christenen van meer conservatieve denominaties ertoe te verleiden om op hem te stemmen, zonder dat hij oprecht geïnteresseerd is in de Schepper. Als wij niet opletten, zal hij velen van ons christenen verleiden.

Daar komt nog iets bij dat ermee te maken heeft of Baudet wel een conservatief is of eerder een populist die zich vermomt als conservatief. Het lijkt er niet op dat Baudet de messias van het conservatisme, laat staan van het christendom is. Zoals Trump dat evenmin is die de felste tegenstanders vindt onder conservatieven die vinden dat hij de kernwaarden van het conservatisme heeft versjacherd. Baudets populisme gebruikt het conservatisme als marketing. In Nederland worden religie of religieuze cultuur steeds minder relevant. De dominante waarden komen steeds losser te staan van religie of godsbeeld. Ariejan Korteweg vat dat denken waarin rechtse christenen en populistische politici samen optrekken samen in een ‘verslaggeverscolumn’ in de Volkskrant: ‘Ineens zie ik iets ontstaan: bij gebrek aan christenen moet nu de cultuurchristen de strijd aangaan met het cultuurmarxisme. Je hoeft niet in God te geloven om hem aan je zijde te vinden.’

Zo ontstaat door de samenwerking van rechtse christenen met populisten een christendom dat in de kern haaks staat op christelijke waarden. Vele traditioneel conservatieve christenen zien dat als een val waar christelijke kerkleiders niet in moeten trappen. De situatie in de VS is een waarschuwing voor Nederlandse christenen wat de effecten van die samenwerking zijn. Auteur Peter Wehner is daarover duidelijk in een artikel in The Atlantic. Hij weerspreekt de analyse Johan van den Brink die meent dat rechtse christenen over onder ander familiewaarden in een existentiële strijd met links (‘wicked liberals’) betrokken zijn. Wehner: ‘Er is een hoge prijs voor onze politiek voor het vieren van de Trump-stijl, maar wat voor mij persoonlijk het meest pijnlijk is als een persoon van het christelijk geloof, zijn de kosten voor de christelijke getuige. Nonchalant overboord gooien van de ethiek van Jezus ten gunste van een politieke leider die de ethiek van Thrasymachus en Nietzsche omarmt – macht maakt goed, de sterken moeten over de zwakken heersen, gerechtigheid heeft geen intrinsieke waarde, morele waarden zijn sociaal geconstrueerd en subjectief – is verontrustend genoeg.’

Rechtse christenen zijn niet eensgezind of eenduidig in hun omarming van Baudet. Zelfs Van den Brink of Bart Jan Spruyt houden slagen om de arm, maar laten in hun achterhoofd geconditioneerd de strijd tegen de vermeende goddeloosheid en cultuur van de dood van links zwaar tellen. Daniël de Klerk is wel eenduidig en wijst de pogingen van Baudet af om in het gevlei te komen bij rechtse christenen. Op de achtergrond tekent zich het morele failliet af van witte, Amerikaanse evangelicals die de politiek én het anti-christelijke gedrag van Trump omarmd hebben met als gevolg dat jongere generaties zich definitief van het christendom afkeren. Dat versnelt de ontkerstening. Dat is de waarschuwing. Rechtse christenen hebben zich laten zich verleiden door populisten met als gevolg dat hun geloof om politieke redenen op de morele vuilnishoop is beland.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘Christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’ van  Johan van den Brink in het RD, 2 juli 2019.

Foto 2: Tweet van 5 juli 2019 in antwoord op Ariejan Korteweg.

Raab zegt dat Boris Johnson kwetsbaar is omdat hij makkelijk te karikaturiseren valt als ‘afkomstig van de bevoorrechte elite’

leave a comment »

Dominic Raab is een van de zes overgebleven kandidaten in de race voor het leiderschap van de Conservatieve partij. Hij wordt als radicaler dan koploper Boris Johnson gezien. Kandidaten zetten de aanval op elkaar in. Dat heeft het risico dat ze elkaar tot aan de grond toe afbranden en zo concurrenten publiciteitsmateriaal geven bij algemene verkiezingen. In de VS viel in de race voor de presidentskandidaat afgelopen week de aanval van Beto O’Rourke op koploper Joe Biden op. Beto noemde Biden een ‘terugkeer naar het verleden’. Daarmee geven de Democraten Trump munitie. In het VK is het niet anders, Labour kan straks de vruchten plukken en die in haar campagne plakken. Het is de paradox van open verkiezingen voor het partijleiderschap.

Bij harde aanvallen kunnen dus andere partijen profiteren. Dat speelt op de achtergrond bij zo’n verkiezing. Hoe ver gaan de concurrenten? Want in de toekomst moeten ze weer samenwerken. Zo’n aanval was dat Raab Johnson een kandidaat noemt die makkelijk gekarikatureerd kan worden als ‘afkomstig van de bevoorrechte elite’. Raab zegt niet met zoveel woorden dat Johnson dat is, maar dat hij in de beeldvorming het risico loopt zo genoemd te worden. Omdat Raab dit zelf naar buiten brengt oogt dat halfslachtig. Is volgens Raab Johnson nou wel of niet ‘afkomstig van de bevoorrechte elite’? The Guardian volgt in bovenstaande kop exact wat Raab zegt waardoor een dubbelzinnige kop ontstaat. Want erin kan zowel een aanval als een verdediging door Raab van Johnson gelezen worden. Maar uit het artikel blijkt wel degelijk dat het een aanval van Raab op Johnson is. Des te meer omdat Raab zichzelf afbeeldt als de zoon van een vluchteling die niet als Johnson op een dure eliteschool als Eton heeft gezeten. Raab raakt met zijn kritiek op Johnson aan een raar fenomeen van de campagnes voor de Brexit, namelijk dat leden van de bevoorrechte elite als Johnson en Nigel Farage zich hebben omgekat tot woordvoerders van het volk, maar feitelijk de belangen van de elite waar ze nog steeds deel van uitmaken behartigen. Dominic Raab probeert Johnson zijn vermomming af te rukken. Of dat lukt zullen we komende weken zien in het moddergooien tussen de kandidaten voor het leiderschap van de Tories.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikelBoris Johnson too easily caricatured as ‘privileged elite‘, says Raab’ in The Guardian, 15 juni 2019.

Trilemma van Rodrik wijst voor de EU op de keuze voor nationale soevereiniteit en democratie ten koste van de interne markt

leave a comment »

Omdat er nog een economische rechtvaardiging ontbrak aan de politieke analyse verwijs ik in aanvulling op mijn commentaar over het Marshallplan 2.0 naar bovenstaande video van hoogleraar internationale politieke economie Dani Rodrik uit 2011. Rodrik is bekend geworden door de formulering in 2007 van zijn trilemma: ‘It says that democracy, national sovereignty and global economic integration are mutually incompatible: we can combine any two of the three, but never have all three simultaneously and in full. Dit trillemma komt erop neer dat de hyperglobalisering waarin banken en multinationals eenzijdig de macht hebben gegrepen wordt teruggedraaid ten gunste van de opwaardering van de nationale (en zelfs lokale) soevereiniteit en democratie.

In de EU is als gevolg van de globalisering en het opdringen van machtige spelers spanning ontstaan tussen de dominantie van de interne markt én het concurrentievermogen en de evenwichtigheid van de economieën van de afzonderlijke EU-lidstaten. Zoals de ‘linkse’ Britse hoogleraar economie Philip Whyman aan de hand van Rodriks gedachtegoed in een aflevering van VPRO’s Tegenlicht benadrukt is de Britse economie ‘zwaar uit balans’ (na 25’) met een te grote financiële industrie en een te kleine maakindustrie. Binnen de interne markt wordt die tendens eerder versterkt dan afgezwakt. Brexit lijkt voor het VK de enige manier om dat proces te stoppen omdat de EU de nationale staten niet de ruimte biedt om dat principe van de interne markt af te zwakken door ruimte te scheppen voor het versterken van de concurrentiekracht van de nationale staten.

Simpelweg gezegd zorgt de interne markt van de EU voor diversificatie en specialisatie ten koste van spreiding en binnenlandse harmonisatie. Dit aspect van economische politiek van de Brexit blijft in de discussies erover grotendeels onderbelicht, hoewel linkse economen en politici het wel noemen als pro-Brexit argument.

De driedeling is de volgende: 1) In aanvulling op een Marshallplan 2.0 voor de EU dat opteert voor het herstel van de verzorgingsstaat en een strenger migratiebeleid moet 2) de economische politiek van de EU aangepast worden door de dominantie van de interne markt -die een vorm van globalisering is- af te zwakken zodat in het trilemma van Rodrik ruimte ontstaat voor nationale soevereiniteit en democratie en 3) de supranationale krachten die op dit moment de interne markt ‘in bezit’ hebben genomen teruggedrongen worden en de zeggenschap over de economie weer verschuift naar de nationale politiek. Er dient streng voor gewaakt te worden dat de globale machten niet in de vermomming van nationale krachten terugkeren. Lokale initiatieven vanuit de basis kunnen dit bemoeilijken door het model van onderop te voeden. Een belangrijk neveneffect is dat deze aanpak van de hyperglobalisering die de (neo)-liberalisering tackelt motivatie, programma en nieuwe zin geeft aan het sociaal-democratisch gedachtegoed waarbij de factor arbeid wordt opgewaardeerd.

De reset van de economische politiek van de EU die het oppergezag van de interne markt terugschroeft heeft als doel om a) de hyperglobalisering van de Europese economie terug te dringen, b) de economie weer in handen van de nationale politiek te leggen, c) de verstorende, ontregelende invloed van de globalisering en de over grenzen heen opererende multinationals en financiële instellingen die daar verantwoordelijk voor zijn terug te dringen ten gunste van nationale (en lokale) producenten en dienstverleners, e) de levensvatbaarheid en flexibiliteit van de EU te verhogen en f) de centrumkrachten die in een strijd gewikkeld zijn met de links-populisten en rechts-populisten instrumenten in handen te geven om het politieke initiatief terug te nemen.