Waarom blijven media politici die de elite dienen ‘populisten’ noemen?

Schermafbeelding van artikelWhy does the media insist on calling fascists ‘populists’?‘ van Thom Hartmann voor RawStory, 19 mei 2022.

Interessant artikel van Thom Hartmann op RawStory over populisme. Met een vreemde titel omdat fascist en populist raakvlakken hebben. Het is zuiverder om een populist af te zetten tegen een elitist. Zijn stelling is dat in de media politici vaak populisten worden genoemd terwijl ze dat niet zijn. Dat klopt en is misleidend.

Hij baseert zich op een definitie van de Nederlands-Amerikaanse politicoloog Cas Mudde die volgens Hartmann een populist zo omschrijft: ‘een persoon die een politieke positie of beweging vertegenwoordigt die de behoeften en verlangens van de meerderheid van de bevolking weerspiegelt, en die zich verzet tegen de belangen van corrupte elites’.

Hartmann wijst vooral op ontwikkelingen sinds president Reagan toen politici zichzelf populist gingen noemen terwijl ze dat niet waren en juist de belangen van de elite of corporate Amerika behartigden. Hij noemt de achtereenvolgende presidenten Dwight Eisenhower, John Kennedy, Lyndon Johnson, Richard Nixon, Jerry Ford en Jimmy Carter allen populisten.

Donald Trump is een goed voorbeeld van een niet-populist die door zichzelf en de media onterecht een populist wordt genoemd. Trump dient het belang van zijn geldschieters, van Dark Money, en niet die van het volk. Daarom is Trump per definitie geen populist, maar een elitist.

Opmerkelijk is dat elitisten als Trump zich juist tegengesteld presenteren aan wat ze echt zijn. Door zich als populist te profileren die het belang van het volk dient, verhullen ze dat ze niet het belang van het volk, maar van een elite dienen. Het is de eigenlijke ‘Big Lie‘ van Trump.

Wat zou een benadering die uitgaat van Muddes definitie betekenen voor de Nederlandse situatie? Zijn Rutte, Kaag of Hoekstra populisten die de stem van het volk vertegenwoordigen of dienen ze de elite, het zakelijke en politieke establishment? Voor Rutte en Hoekstra lijkt de conclusie duidelijk, ze zijn elitisten die niet het belang van het volk vooropzetten. Kaag is vaag.

In zijn politieke carrière heeft toenmalig leider van de PvdA Wouter Bos in lezingen in 2005 en 2008 gepleit voor een vorm van gematigd populisme, terwijl hij in 2013 in een column het CDA verweet populistisch te zijn. In een commentaar noemde ik Bos’ kritiek op het CDA dat hij daarvoor zelf had omarmd onbegrijpelijk. Er bestaat onbegrip en verwarring over het begrip populisme.

Interessant is het om te beredeneren in hoeverre de radicaal-rechtse politici Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet populistisch of pseudo-populistisch à la Trump zijn. Baudet is het meest duidelijke geval, hij is een pseudo-populist, een elitist, die speelt dat hij populist is, maar achter de schermen niet-volkse belangen dient en dat zo weinig professioneel en overtuigend doet dat niet in te zien valt wie in Baudet een populist kan zien. Behalve de man zelf als hij in de spiegel kijkt.

Fortuyn vond aansluiting bij het volk en had een welgemeende wrok tegen de elite, de regenten. Niet omdat dat dat zijn overtuiging was, maar omdat hij door deze elite was afgewezen, waarna het verzet ertegen zijn beste verkooppunt werd. Wilders wordt gestuurd door belangen van geldschieters waarover hij geen details wil geven, maar voert tegelijk een politieke marketing die de kiezers het beste dient. Dat resulteert in een programmatische lappendeken die de PVV is geworden waar geen samenhangende politiek op te voeren is behalve op het tegengaan van immigratie en islam.

Het is dus ook in Nederland tijd voor een heroriëntatie van het begrip populisme in de media. Het is in de journalistiek een neutrale, verhullende en laffe term geworden die vooral dient om harde termen als fascist, rechts-extremist of lobbyist voor het bedrijfsleven wegens gebrek aan durf uit de weg te gaan. Terwijl daardoor de positieve kwaliteiten van het populisme verbleken. Dat kan niet de opzet zijn van journalistiek die wil verduidelijken en verklaren, en niet verhullen. Noem een pseudo-populist of elitist geen populist.

Het Wereldmuseum heeft geen Rotterdams karakter, geen Rotterdams profiel en geen eigen identiteit. Dat is in strijd met de afspraken. De Rotterdamse politiek ziet het, maar handelt niet

In het Wereldmuseum te Rotterdam is tot en met 27 maart 2022 de tentoonstelling ‘What a Genderful World’ te zien. Uit een toelichting blijkt dat de tentoonstellingsmakers als hoger doel zien ‘dat mensen zelf bepalen wie ze zijn’. Dat staat haaks op het idee dat de mens een sociaal wezen is dat door de omgeving wordt gevormd. Het Wereldmuseum heeft de laatste twee weken tot nu toe op haar YouTube-kanaal zes video’s van 1 minuut met ‘Jamaal’ geplaatst die op straat mensen interviewt (Voxpop) over identiteit en gender.

In de tentoonstelling en de video’s met ‘Jamaal’ komen op z’n best allerlei misverstanden en op z’n slechtst bewust gemaakte foute keuzes samen. Ze komen op het volgende neer: 1) een inhoudelijke koers die bestaat uit weinig aandacht voor kunstobjecten en dominantie van ‘een maatschappelijke programmering‘; 2) populisme in de marketing en de programmering; 3) aanhaken bij politiek activisme om identiteit leidend te laten zijn in de marketing en programmering en 4) een achtergestelde positie en een flets profiel van het Wereldmuseum in de koepel het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). In 2016 beloofde het NMVW in een persbericht dat het Wereldmuseum ‘een zelfstandig Rotterdams museum‘ zou blijven.

Het onderliggende, niet opgeloste probleem dat zich manifesteert in het huidige populisme van het NMvW is een brutale ontkenning van het niet uitvoeren van de in november 2016 in de Rotterdamse gemeenteraad aangenomen motie ‘Behoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren. Hiermee heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Het Wereldmuseum lijkt de laatste jaren in een niemandsland beland te zijn tussen gelatenheid van de Rotterdamse raad die beseft dat de motie over de Rotterdamse signatuur niet wordt uitgevoerd, maar daar geen gevolgen aan verbindt, en een management van het NMvW dat het als haar opdracht ziet om ‘maatschappelijke’ verhalen te vertellen over wereldburgerschap, kolonialisme en identiteit. Deze abstractie die vervliegt in vaagheid en schimmigheid staat haaks op het vertellen van het concrete Rotterdamse verhaal. Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt en de Rotterdamse politiek dat controleert. Maar dat gebeurt niet.

De ontwikkelingen richting populisme en abstractie van het NMvW verhouden zich slecht tot de motie over het Rotterdams karakter en het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum en het persbericht van het NMvW dat stelt dat het Wereldmuseum ‘een zelfstandig Rotterdams museum’ blijft.

Het is populisme van het management van het NMvW om kunstobjecten ten koste van een politiek doel in de mal van een ‘maatschappelijk’ verhaal te willen dwingen. Kunst laat zich daar per definitie niet toe dwingen. Zoals er geen katholiek voetbal bestaat, is er evenmin sprake van zwarte kunst of gender kunst. Wel van goede en slechte of relevante en niet-relevante kunst.

Het wordt er ronduit beschamend op als in genoemde video’s met ‘Jamaal’ het debat over identiteit het volledig overneemt. Er is geen enkele verwijzing naar de tentoonstelling ‘What a Genderful World‘. Laat staan naar Rotterdam. ‘Jamaal’ krijgt van het management van het NMvW alle ruimte om de boel op te leuken met deze als cabaretesk bedoelde video’s die niet oppervlakkiger en vluchtiger hadden kunnen zijn. Dat dit gebeurt valt deze ingehuurde acteur niet te verwijten, maar wel het management van het NMvW dat het communicatie- en tentoonstellingsbeleid formuleert.

Het NMvW negeert niet alleen de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum, maar stuurt het in de marketing en programmering ook nog eens richting simplisme, populisme en politiek activisme. Dat is een serieus museum onwaardig. De eenduidigheid van het multiculturalisme strandt in koekoek éénzang waar steeds opnieuw hetzelfde voorgeprogrammeerde verhaal wordt verteld en interne pluriformiteit door het management niet wordt toegestaan.

Niet de identiteit van de geïnterviewden op straat of in een tentoonstelling dient ter discussie te staan, maar de identiteit van het Wereldmuseum. Want als we het dan toch over identiteit moeten hebben, dan geeft het persbericht uit 2016 de duidelijkheid die nu is vervaagd en waar geen van de betrokkenen uit 2016 zich nog sterk voor lijkt te willen maken: ‘het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit‘. Waar is de toekomst van het Wereldmuseum gebleven? Het is de hoogste tijd dat Rotterdamse raad en gemeentebestuur zich daar opnieuw helder over uitspreken.

Antwoord aan Marijn Kruk: De populistische revolte is niet geluwd

Schermafbeelding van columnDe revolte is geluwd maar niet verdwenen’ van Marijn Kruk in NRC, 4 augustus 2021.

In zijn column van 4 augustus 2021 in NRC schrijft Marijn Kruk over de golf van populisme die sinds 2018 over de wereld spoelt. Kruk ziet het als een hobbel in de weg. Hij beantwoordt de vraag negatief of door de revolte de liberale democratie werkelijk in existentieel gevaar verkeerde.

Het is opvallend dat hij in de verleden tijd praat. Alsof de bedreiging van het populisme definitief voorbij zou zijn. Kruk ziet het als een fenomeen dat over zijn hoogtepunt heen is. Maar dat is deels een voorbarige conclusie omdat we er nog middenin zitten en deels een onjuiste conclusie omdat in enkele landen de nationaal-populistische revolte al succesvol heeft plaatsgevonden.

Armed demonstrators protest outside of the Michigan state capital building on Sunday in Lansing, Michigan. Mei, 2020, Scott Olson/Getty Images

Ik ben het oneens met Kruk inschatting dat het populisme slechts een tijdelijke hobbel in de weg was. Ik heb er twee bezwaren tegen. Dat begint al met zijn analyse waarin hij allerlei soorten populisten op een hoop veegt. Maar het is twijfelachtig om te denken dat Donald Trump, Boris Johnson, Viktor Orbán, Matteo Salvini, Narendra Modi, Jair Bolsonaro en Thierry Baudet dezelfde strategie volgen. Dat Kruk de romantisch-nationalistische populist Vladimir Poetin niet in zijn analyse betrekt is jammer. Ook de Chinese leider Xi Jinping die alle macht naar zich toetrekt kan niet ontbreken in een column over nationaal-populisme.

Baudet is een slechte politicus die het ontbreekt aan de vaardigheden, de kennis en het gevoel die passen bij het handwerk van de politicus. Hij zal het vak waarschijnlijk nooit onder de knie krijgen en daarom altijd een mislukte politicus blijven. Hij is de clown door wie critici zich op het verkeerde been laten zetten. Maar Baudet is niet representatief voor de broederschap van nationaal-populisten. In dit gezelschap is hij de schertsfiguur die afleidt en ons het zicht ontneemt op de echte bedreigingen van de liberale democratie.

Viktor Orbán is daarentegen een vaardige politicus die zonder aantoonbare schokken beetje bij beetje de Hongaarse democratie heeft afgebroken zonder dat er iets tegen te doen was. Donald Trump mist het geduld en het inzicht van Orbán, maar legt op een religieuze wijze zijn wil op aan de Republikeinse partij. Salvini en Modri spreken blijvend grote minderheden van hun land sterk aan, terwijl Bolsonaro en Johnson als eendagsvliegen van incident naar incident hollen.

Een ander misverstand dat de column van Kruk oproept is dat hij de geslaagde greep naar de macht van Orbán, Modi, Poetin en Jinping verregaand relativeert omdat die voorbeelden blijkbaar niet passen in zijn stellingname dat het populisme niet meer dan een hobbel in de weg is. Maar de nationaal-populistische revolte is in die landen niet geluwd, maar heeft al succesvol plaatsgevonden.

Men kan toch nauwelijks beweren dat de democratie in landen als Hongarije, India, de Russische Federatie en China er de laatste jaren op vooruit is gegaan? In die landen verkeert de democratie niet alleen in existentieel gevaar, maar is tot op het bot uitgekleed. Kijk hoe in die landen de afgelopen jaren de mensenrechten en de positie van rechters, media en de politieke oppositie door toedoen van de autoritaire, populistische leiders zijn verminderd.

Kruk slaat ook de plank mis als hij meent dat de niet-geslaagde greep naar de macht van iemand als Trump te wijten valt aan diens incompetentie. Waar hij dat op baseert is onduidelijk. Het is gevaarlijk om over een ontwikkeling die nog niet is afgerond te zeggen dat we er schouderophalend aan voorbij zijn gegaan. Dit tegendeel van alarmisme is onverantwoordelijk.

Zo’n badinerende houding nam ook Hans Maarten van den Brink aan die op 7 januari 2021 in een opinie-artikel in NRC stelde dat de bestorming van het Capitool op 6 januari niet viel te omschrijven als een staatsgreep, maar als een parodie daarop. Ik heb geen goed woord over voor zo’n lichtzinnige houding en ook over het feit dat Van den Brink in NRC nog steeds geen uitleg heeft gegeven over zijn foute inschatting. Hoe meer informatie over de opstand naar buiten komt, hoe duidelijker wordt dat op 6 januari 2021 en in de maanden daarvoor Trump serieus en doelgericht bezig was een staatsgreep te plegen.

Het is de vraag hoe het feit dat het Trump op een haartje na niet lukte om de Amerikaanse democratie omver te werpen en zo een verlies aan de stembus om te buigen in winst moet worden begrepen. Viel dat te wijten aan zijn incompetentie of te danken aan de competentie van degenen die zich tegen zijn greep naar de macht verzetten? Denk hierbij aan de hoogste militairen onder wie bevelhebbend generaal Mark Milley en de top van het ministerie van Justitie die Trump telkens de voet dwars zetten en de Democratische partij die zich al begin 2020 in het geheim voorbereidde op scenario’s van Trump om met illegale middelen de macht te grijpen. De instituties bleken net sterk genoeg om Trumps greep naar de macht te weerstaan. Iemand die zover komt en bijna succesvol is kan nauwelijks incompetent worden genoemd. Wat als hij het nogmaals probeert nu hij weet hoe hij de tegenstand moet omzeilen?

Kruk waarschuwt dat de nationaal-populistische revolte niet is verdwenen, maar geeft de stand van zaken anno 2021 onvolledig weer. Het nationaal-populisme is succesvoller dan hij suggereert. Het is belangrijk om het globalisme en de factoren die tot het populisme leiden serieus te nemen. Dat gebeurt tot nu toe onvoldoende. Daar zal niemand tegen zijn. Kruk is onnauwkeurig door zijn analyse te situeren in een verleden dat nog niet voorbij is. Het nationaal-populisme is te gevaarlijk om erop te zinspelen dat het ergste voorbij is. Hiermee strooit Kruk zichzelf en zijn lezers zand in de ogen. Het nationaal-populisme is springlevend. Dat moet de waarschuwing zijn.

Om het in zichzelf gesloten wereldbeeld van Trump, Wilders en Baudet te begrijpen kan het helpen om terug te kijken naar Pierre Poujade

Pierre Poujade was een Franse populist en antisemiet die in de jaren 1950 vele mensen op de been bracht. Hij mobiliseerde de kleine man door te ageren tegen belastingen en de macht van de staat. De term ‘Poujadisme’ is eraan ontleend en valt te definiëren als ‘kleinburgerlijk’. Poujade valt te vergelijken met andere politici die zich tot spreekbuis van de kleine man maakten. Dat is een gevarieerd gezelschap dat gaat van Abraham Kuyper, Anton Mussert, Boer Koekoek, Mogens Glistrup, Grover Norquist tot Geert Wilders die claimt namens ‘het volk’ te spreken. De tragiek is dat deze conservatieve politici op enig moment radicaliseren en de geest niet meer terug in de fles krijgen. Poujade besefte dat en nam later afstand van Jean-Marie Le Pen die binnen Poujades beweging carrière had gemaakt.

De Franse schrijver Roland Barthes karakteriseert in het stuk ‘Enige opmerkingen van Poujade’ in zijn bundel Mythologieën (1957) het Poujadisme als een beweging die in zichzelf gesloten is: ‘Wat de kleinburger de meeste eerbied inboezemt is de immanentie: hij houdt van ieder verschijnsel dat in zichzelf besloten is door naar zichzelf te verwijzen, dat wil zeggen alles wat letterlijk betaald is. De taal is in zijn wendingen en tot in de zinsconstructie belast met het verbreiden van de moraal van lik-op-stuk. (..) Zo blijkt opnieuw uit de taal van Poujade wat de hele kleinburgerlijke mythologie impliceert: de weigering van het anders zijn, het ontkennen van verschillen, het geluk van het identiek zijn, de verheerlijking van de gelijkvormigheid.’ Wie het rechts-populisme van Baudet, Wilders of Trump wil begrijpen kan er baat bij hebben door naar de wortels ervan te gaan. Het beroep op kleinburgerlijkheid en het gezond verstand van deze populisten definiëren ze als een waarheid als een koe en blaten ze elkaar in de geschiedenis na. Niks nieuws onder de zon.

Raad van Toezicht van het NMVW moet zich alsnog bezinnen op de toekomst. Het oude beleid is mislukt, gedateerd en dood als een pier

Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): algemeen directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, op een herformulering weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat (2012-2021) werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

De musea van het NMVW moeten weer echte musea worden waar met plezier professioneel gewerkt worden en het om de kunst gaat. Nu zijn het locaties waar het amateuristisch handelen van goedwillenden de boventoon voert. Bij een herstart moeten op belangrijke functies weer kundige museumprofessionals benoemd worden.

Schoonderwoerds vertrek geeft dus ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het de afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Het NMVW moet uit de ivoren toeren afdalen en weer met de voeten in de museale modder gaan staan. Dat dit de afgelopen jaren zo slecht is doorgedrongen tot de publieke opinie is grotendeels de Nederlandse kunstjournalistiek te verwijten. Ze kunnen geweten hebben wat er aan schortte, maar hebben er geen verslag van gedaan. Of de Raad van Toezicht het inzicht, de daadkracht, de geesteshouding en de ambitie heeft om zich fundamenteel te bezinnen op een nieuwe koers is de hamvraag.

Het is onduidelijk welke constructie de Raad van Toezicht voor de toekomst als gewenst ziet. De koepelformule van vier musea, te weten Tropemmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde en Wereldmuseum (dat er losjes aan is verbonden) is topzwaar en leeghoofdig en lijkt uitgewerkt. Gewenst is een formule waarbij de vier musea autonomie hebben en vanuit hun eigen collectie autonoom tentoonstellingen kunnen maken. Dat kan dan aangestuurd worden door een locatiedirecteur of hoofdconservator.

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Hiermee verklaart Schoonderwoerd Modest tot bijwagen van zichzelf. Het is nog maar de vraag of Modest dat echt is. Schoonderwoerd heeft echter gelijk als hij beweert dat het huidige beleid eruit bestaat dat Modest en hij weinig tot niks van kunst weten. Het is bedenkelijk genoeg dat iemand met zo’n profiel inhoudelijk directeur van een kunstmuseum kan worden. Zijn profiel sluit eerder aan bij de functie van een leidinggevende  van een theoretisch-wetenschappelijk bureau als toeleverancier voor een museum.

Het is ronduit potsierlijk als Schoonderwoerd in het interview met Trouw zegt dat kunstmusea de agenda van het NMVW overnemen: ‘Met tevredenheid stel ik vast dat nu andere musea ook de thema’s overnemen die hoog op onze agenda stonden. Ook kunstmusea wijden nu volop aandacht aan ons koloniale verleden.’ Dit schouderklopje dat Schoonderwoerd zichzelf geeft is niet alleen protserig en pocherig, maar ook naast de waarheid. Als andere musea dezelfde agenda volgen wil dat niet zeggen dat dit door het NMVW is geïnitieerd. Het valt eerder te verwachten dat het op enig moment ‘in de lucht hing’ of dat er een gemeenschappelijk bron is waar het NMVW ook van heeft ‘geleend’.

Indien de voortzetting van het oude beleid uitgerekend dat is wat niet moet gebeuren en een nieuwe algemeen directeur ook niet wil dat dat gebeurt, loopt Schoonderwoerd met de tegelijk late en voortijdige benoeming van Modest zijn opvolger voor de voeten. Dat is van Schoonderwoerd niet netjes en van de Raad van Toezicht niet verstandig. De Raad van Toezicht had hier op z’n minst een bredere visie op moeten ontwikkelen en daar naar moeten handelen. Dat doet het niet. Dat baart zorgen. De Raad van Toezicht had een rustperiode moeten inlassen na Schoonderwoerds vertrek om zich te bezinnen op de toekomst. Onder meer over het optimale beleid dat niet meer bij 2012 maar bij 2021 past. Het heeft vooralsnog die kans voorbij laten gaan, maar kan dat alsnog corrigeren.

Voorstelbaar is een constructie met een algemeen/zakelijk directeur (belangenbehartiging, marketing, fondsenwerving en financiën); een directeur van het wetenschappelijk bureau en de nevenprogrammering met lezingen en publicaties ed. (Modest) en locatiehoofden voor de vier musea die in volle autonomie en met een eigen budget de kunst en de museale onderdelen (presentatie, collectie, registratie) voor hun rekening nemen.

Een bijzondere positie neemt het Wereldmuseum in. De laatste spectaculaire tentoonstelling was Powermask van conservator Alexandra van Dongen en gastconservator Walter Van Beirendonck. Zie hier voor mijn commentaar uit 2017 over deze tentoonstelling. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht (Patricia de Weichs de Wenne en Liane van der Linden) kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum dat in een motie in de Rotterdamse gemeenteraad als voorwaarde voor financiële steun aan de koepel is gesteld serieus wordt genomen. Het herstel van de Rotterdamse signatuur kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. De vergroting van de autonomie van de vier afzonderlijke musea met elk een locatiedirecteur of hoofdconservator als hoofd zou dat bezwaar wegnemen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Museum van Wereldculturen voelt zich weer springlevend. ‘Anderen nemen onze agenda over’ in Trouw, 5 januari 2021.

Wanneer komen journalisten van gevestigde media tot het besef dat ze de opkomst van de rechts-radicale populisten hebben ondersteund?

Er bestaat in het publieke debat verschil van mening over wie er het meest verantwoordelijk is voor de opkomst van populisten als Trump, Wilders, Baudet, Farage, Boris Johnson en dat soort rechts-radicale nationalistische politici.

Vertegenwoordigers of sympathisanten van de gevestigde media wijzen naar de almacht van Facebook, Twitter en Google (YouTube) die zich eerder als technisch-intermediaire dan journalistieke platforms beschouwen en ruimte hebben gecreëerd voor complotdenkers. Dat is geen onjuiste gedachte die echter voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van de traditionele media die daar vooraf aan gaat.

Want zowel voor- en tegenstanders van deze media huldigen het idee dat een nieuwsbericht pas vaart krijgt als het in de gevestigde media op een neutrale en niet-kritische manier verschijnt. Het geeft het complot legitimiteit.

Het is dus logisch om te veronderstellen dat de oorzaak voor de opkomst van de rechts-radicale populisten enkel en alleen te wijten is aan de traditionele media. Ze hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en hun taak verzaakt om tijdig en ondubbelzinnig te signaleren wat voor gevaar voor de democratie types als Trump vormden.

Media hebben het laten gebeuren.

Wat vaak vergeten wordt is dat net als de techgiganten ook de mediaconcerns grote economische belangen hebben en doorgaans niet onafhankelijk handelen. Ondanks redactiestatuten of de formele autonomie van redacties. Er bestaat ook zoiets als indirecte druk om zich te voegen in een economische structuur. Dat kan bij journalisten resulteren in zelfcensuur, sociaal inschikken binnen het mediabedrijf waar men werkzaam is en het achterwege laten van initiatieven om de nek uit te steken. Evenmin is het een uitzondering dat kritische artikelen onder druk van de leiding van een nieuwsmedium om partijpolitieke redenen worden teruggetrokken.

Het gebrek aan alertheid van de traditionele media is niet iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarom is bij hen het mechanisme in werking getreden om de schuld af te schuiven en sociale media en complotdenkers de schuld te geven voor de opkomst van rechts-radicale populisten en de beschadiging van de democratie. Dat is stoer achteraf praten van mannetjesputters die zich met terugwerkende kracht doen kennen als verzetshelden na de oorlog.

Journalisten van de gevestigde media verwarren twee aspecten. Ze maken zichzelf kleiner en onmachtiger dan ze werkelijk zijn en ze verwisselen oorzaak en gevolg. Want als ze met hun media niet hadden verzaakt om de populisten vanaf het begin als gevaar voor de democratie te kenmerken, dan hadden deze nooit zo’n opgang op sociale media en in de politiek kunnen maken. Maar ze verscholen zich veilig achter hun beroepscode die dicteert dat een zaak van meerdere kanten moet worden belicht. Ze zagen niet in dat ze hiermee hun verantwoordelijkheid en ethisch besef afschoven. Die enerzijds-anderzijds houding heeft degenen bevoordeelt die de gevestigde orde wilden afbreken en ze relatief makkelijk en ongecensureerd hun doorgaans krankzinnige mening konden geven.

De conclusie moet zijn dat zo beredeneerd het verschil tussen Facebook dat tot voor kort elke journalistieke verantwoordelijkheid van zich afwimpelde en de gevestigde media die dat op een andere manier deden door een in de jaren 1950 geformuleerde beroepscode als excuus te gebruiken om geen stelling te nemen miniem is en in de praktijk op hetzelfde neerkwam.

In het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history’ op Salon heeft Trump-biograaf Michael D’Antonio kritiek op de Amerikaanse gevestigde media. Hij verklaart dat door de wereldvreemdheid en de geïsoleerde positie waarin journalisten verkeren. Ze hebben op enkele uitzonderingen na de urgentie gemist van de sektevorming van Trumps opkomst.

Gevoegd bij de economische belangen van mediaconcerns en een meer dan 65 jaar oude beroepscode die onvoldoende is geactualiseerd en niet is toegesneden op de kwaadaardigheid van types als Trump heeft dat geleid tot de situatie waarin we nu verkeren. In de VS is er een gevaarlijke situatie ontstaan die kan leiden tot een succesvolle staatsgreep en in Europese landen heeft zich een fikse dwars- en dwaasdenkende minderheid gevormd die zich gesterkt en gemobiliseerd weet rondom sociale media. Het heeft de gevestigde media als katalysator voor de eigen opkomst achter zich gelaten en is onbereikbaar geworden in geest en denkbeelden.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history; Author of “The Truth About Trump” on his last-ditch coup — and his future as cult leader and theme-park impresario’ op Salon, 30 december 2020.

Splendid isolation op een eiland: Verenigd Koninkrijk krijgt gevolgen van Brexit hard voor de kiezen

Het is geen nieuws, maar het kan niet voldoende herhaald worden. Er is iets mis met het zelfbeeld van de Britten, en dan vooral de Engelsen. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat dit gebrek aan zelfkennis tot de Brexit heeft geleid. De Engelsen kennen hun plaats niet. Neem nou een artikel van Dan Snow in The Guardian dat onder meer over de Britten zegt: ‘We leven op een kleine archipel vlak voor de noordwestkust van Europa’ of ‘Er is geen eindtoestand in onze betrekkingen met Europa’. De suggestie dat die archipel geen deel van Europa is wordt bevestigd in de kop: ‘Brexit is not an end to Britain’s liaison with Europe. It’s just a new beginning’. Dat is een vreemde kop, want Groot-Brittannië is deel van Europa. Dus hoezo ‘contact met Europa’ als Groot-Brittannië zelf een onderdeel van Europa is? Als er gesproken werd over de EU of het continent was het begrijpelijk, maar nu is het onbegrijpelijk.

Of moeten we voor een verklaring voor een Europees volk dat zegt niet-Europees te zijn ons heil zoeken in verklaringen die ons geen steek verder helpen, maar in zichzelf ronddraaiend verwijzen naar de excentriciteit en de bizarre manier van denken van de Engelsen? Ook het idee van het imperium biedt geen voldoende verklaring, want Portugezen, Spanjaarden en Nederlanders waren ook ooit een wereldmacht, maar hebben vrede met hun verdwenen machtspositie. Ze beseffen dat hun landen deel van Europa zijn. Britten zijn met 67 miljoen inwoners in inwonertal het vijfde in Europa gelegen land, na de Russische Federatie, Duitsland, Turkije en Frankrijk, dus de grootte of omvang maakt evenmin het verschil. Andere eilandstaten als IJsland, Ierland of Malta (of het Britse Schotland) voelen zich Europees en geven niet het idee niet tot Europa te (willen) behoren.

De intentie van Dan Snow is goed. Hij is een internationalist en geen isolationist die zich wil afzonderen. Maar ook hij is het slachtoffer van een zelfbeeld dat uiteindelijk Groot-Brittannië positioneert tegenover Europa. Zelfs in zijn omarming van Europa neemt hij afstand van Europa. Dat kan tot niks goeds leiden. Overigens werkt het ook de andere kant op, want die vreemde snuiters op die Britse eilanden werden soms met tegenzin door Fransen en Duitsers geaccepteerd, zodat ze rechtvaardiging konden ontlenen aan die weerzin door zich mentaal apart te zetten. Maar wie zich afsluit creëert tegelijk een gevangenis voor zichzelf.

Britten kozen met een kleine meerderheid van zo’n 52% voor een Brexit. De uittreding uit de EU. Er zijn duizenden opmerkingen over te maken. Over economie, Britse politiek, media, populisme, globalisme, immigratie, Schotland, de EU en het zelfbeeld van de Britten. Er zit een neiging onder die de Britten heeft gestuurd.

Roland Barthes maakt enige opmerkingen over Pierre Poujade in een stuk over deze Franse populist in zijn Mythologieën. Poujade is de voorloper van types als Mogens Glistrup, Nigel Farage of Geert Wilders. Jean-Marine Le Pen begon in 1956 zijn politieke carrière als poujadist. Het stuk gaat over de kleinburgerlijke werkelijkheid die de wereld bezweert en terugbrengt tot ‘een bekrompen maar volledige orde zonder uitvluchten’. Een wereld die volledig naar zichzelf verwijst. Exact wat er in de pleitbezorgers van een Brexit gevaren is. Naast hun eigenbelang om de Brexit aan te grijpen om zichzelf te profileren en de eigen economische belangen te beschermen. Dit verklaart waarom de voorstanders om in de EU te blijven niet konden inbreken in dit beeld omdat het einddoel, middel en werkwijze tegelijk was: het Verenigd Koninkrijk dat naar zichzelf verwijst.

Het ‘gezonde verstand’ van de ‘kleine man’ waarnaar Poujade bij herhaling verwees neutraliseert elke uitleg die anders zegt. De analogie tussen Frankrijk 1956 en het Verenigd Koninkrijk 2016-20 is verbluffend. De waarschuwingen voor een teruglopende Britse economie, Schotland dat het Verenigd Koninkrijk opblaast of afnemende politiek Britse invloed zagen buitenstaanders als realistische opties die de Britse positie zouden verzwakken. Ze werden niet tegengesproken door de Leave-campagne, maar kwamen gewoon niet binnen.

Barthes: ‘Het gezonde verstand is als het ware de waakhond van de kleinburgerlijke vergelijkingen: het sluit alle dialectische uitwegen af, verwoordt een wereld die homogeen is, waarin men thuis is, veilig voor de verwarringen en de uitvluchten van de ‘droom’ (dat wil zeggen een niet op rekenen gebaseerde zienswijze)’.

De Britten kunnen nu met en onder elkaar hun droom gaan najagen. Van een in zichzelf gesloten wereld met een gesloten wereldbeeld. In hun splendid isolation weten ze dat hun Europese en hun transatlantische partners (pro-Ierse president Joe Biden) geschoffeerd hebben en geen stapje extra zullen zetten om de Engelsen te helpen. Zij die anders zijn worden niet zozeer bestreden, maar door de zittende macht ontkend te bestaan. Britten kunnen nu met elkaar de verschillen ontkennen in de gelukzaligheid onder elkaar te verkeren. De Leave-campagne heeft de buitenwereld ziek verklaard met nationalisme en het opzetten van de kleine man tegen een elite die paradoxaal tegelijk de motor van de uittreding was. Dat is een publiek geheim op het eiland. Van deze versie van Britsheid die neigt naar eng populisme dat alleen nog naar zichzelf verwijst heeft de EU afstand genomen. De Engelsen zijn daar extra behulpzaam bij door zich extra apart te zetten en net te doen alsof het nog de 19de eeuw is. In hun gespeelde gekkigheid die ze zelf geweldig vinden. Als enigen.

Foto: Still uit film ‘Went the Day Well? (1942)’ met Leslie Banks.

Weer zo’n debat over desinformatie en journalistiek: S.E. Cupp en John Avlon

Een gesprek tussen de CNN-journalisten S.E. Cupp en John Avlon over desinformatie en journalistiek. Ze hebben beide een gematigd profiel en willen de verdeeldheid in de Amerikaanse politiek en samenleving overwinnen en de democratie versterken. Wat nodig is om de desinformatie van president Trump en zijn medestanders terug te dringen blijft in het midden hangen. Cupp zegt bang te zijn. Hoe dan ook is het een goed voornemen om terug te vechten. Dat is echter een uitgangspunt en geen werkbare methode. Ja, de journalistiek moet onpartijdig zijn en elke president kritisch volgen. Dat is het abc van de journalistiek en het verschil met journalistiek activisme.

Maar waar laat dat de desinformatie via sociale media van wicheleroedelopers, graancirkelsdenkers, anti-vaccinatie activisten, anti-stikstof veeboeren, anti-pedofiele QAnon-isten en in het algemeen de anti-overheids leunstoelgeneraals in de VS en Europa die zo luidruchtig aan de weg timmeren? Het is niet zo dat de staat passief is en niet terugvecht. Inlichtingendiensten en krijgsmacht brengen de ondermijning via desinformatie in kaart. Maar omdat opstandige, malcontente of halsstarrige burgers het recht hebben om te liegen, te ontkennen en vals te beschuldigingen en ze met velen zijn kan de journalistiek dat in de publieke opinie nauwelijks meer bijbenen.

Wat is de oplossing? Die gaat in elk geval niet in de richting van staatspropaganda om de desinformatie van de complotdenkers te neutraliseren. Dan is het middel erger dan de kwaal. Het gaat evenmin in de richting van de versterking van de journalistiek omdat die grote groepen van de samenleving niet meer bereikt. Hoewel de journalistieke infrastructuur wel op peil moet blijven. Het vergroten van de mediawijsheid en politieke en historische kennis via een uitgebreid schoolprogramma van media educatie duurt te lang en komt te laat.

Er zit niets anders op dan te hopen dat de krachten in het midden van politiek en journalistiek hun werk blijven doen. Met het streven om problemen op te lossen. Dat houdt in dat sociaal-economische achterstanden van gemarginaliseerde groepen weggewerkt en uitwassen van het kapitalisme flink teruggedrongen moeten worden. Weg van het aandeelhoudersbelang richting duurzaamheid en burgerbelang. De horizon moet verbreed worden.

Als daarnaast techgiganten als Facebook, Twitter en Google eindelijk door strenge overheidsmaatregelen verplicht worden om hun volle verantwoordelijkheid te nemen als journalistiek medium, dan kan dat de functie van de journalistiek helpen opwaarderen. De verwachting is dat het rechts-populisme zichzelf overwint en overwaait als een mode waarover later opgemerkt wordt dat het net zoiets was als de provo’s in de jaren 1960. Een uiting van de tijdgeest. Oh, wat maakten we ons zorgen, maar wat is het vergeleken met wat ons in 2050, 2075 of 2100 overkomt?

Dromen over het rechts-populisme

Rechts-populisten hebben het moeilijk. President Trump verliest, Zwarte Piet is in de ban, Baudets FvD zakt weg in de peilingen, er komt een vaccin tegen COVID-19 en Wilders wordt als doelwit van een krankzinnig om aandacht vragende Nederturk door de politiek gesteund. Kunnen deze populisten zich nog onderscheiden door radicaler te worden? Maar wie volgt hen nog de loopgraven in van de cultuuroorlog behalve een kleine groep hardliners? Wie wil er tot de verliezers behoren?

Analyses over het rechts-populisme en complottheorieën als QAnon zijn niet van de lucht. We laten het gelaten over ons heen komen. Het zal wel. Rechts-populisme is niet dood, maar de koortsdromen, wanen en abnormaliteiten ervan laten zich steeds meer kennen als de kortsluiting van verliezers. Dat begint iets sneu te krijgen. Toch zullen ze zichzelf niet de genadeklap uitdelen. Want dan hebben ze helemaal niks meer. Dat moet de ander doen door beleid dat iedereen meeneemt en de macht trotseert. Die verwachting is even onwerkelijk als het rechts-populisme zelf.

Foto 1: Still uit Metropolis (1927) van Fritz Lang.
Foto 2: Afbeelding uit strip Little Nemo in Slumberland van Winsor McCay.

Britse burgerbeweging ‘All the Citizens’ vraagt regering-Johnson om vrije verkiezingen. Het verzet zich tegen Russische inmenging

Behalve een aardige dwarsdoorsnede van de filmgeschiedenis die de vraag oproept de herkomst van de fragmenten te benoemen is deze video een serieuze aanklacht tegen de Britse regering van premier Boris Johnson. Het gaat over de aanbevelingen uit het recent geopenbaarde rapport over de Russische inmenging in de Britse politiek die de regering Johnson niet wil opvolgen. Lagerhuisleden van verschillende partijen dringen aan op een onafhankelijk onderzoek, aldus een bericht van The Guardian. Premier Johnson handelt identiek aan de Amerikaanse president Donald Trump die evenmin de noodzaak erkent om iets te doen aan de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van 2020, en die van 2016 nog steeds ontkent.

Deze video die in professionalisme en doelmatigheid doet denken aan de anti-Trump video’s van The Lincoln Project van oud-Republikeinen, hoewel het wat intellectualistisch toont, is een initiatief van All the Citizens. Deze burgerbeweging meent dat de democratie in gevaar is. Het presenteert zich als ‘een collectief van journalisten, technologen, academici, filmmakers, advocaten, reclamemakers en individuen uit alle lagen van de bevolking. We kwamen samen om nieuwe manieren te vinden om licht te werpen op data, desinformatie en de bedreigingen voor de democratie door middel van samenwerking met burgers en onderzoeksjournalistiek’.

Dit is tegengesteld aan de huidige golf van links- en recht-populisten die zich verzetten tegen de democratie en de rechtsstaat zonder een direct alternatief of oplossing aan te bieden en uit te gaan van de feiten.

De beweging All the Citizens is concreet: het wil democratie, nationale veiligheid en rechtsstaat versterken. Het werkt naar eigen zeggen samen met een juridisch team van Leigh Day advocaten. De juridische weg zet het als laatste uitweg om deze kwestie op de agenda te krijgen. Het werkt daartoe samen met parlementariërs van verschillende partijen. Volgens de beweging staat het recht op een vrije verkiezing op het spel vanwege de weigerachtige houding van de regering Johnson om de inmenging van buitenlandse staten in het democratisch proces van het VK te onderzoeken en een wettelijk kader te hebben dat de voorwaarden biedt om de vrije meningsuiting van de mensen bij de keuze van de wetgevende macht te waarborgen. De overeenkomst met de VS is verbluffend, hoewel daar de erkenning van Russische inmenging in verkiezingen en de actie daarop zelfs groter lijkt dan in het VK, waar de conservatieve partij elke inmenging ontkennen.

Men mag hopen dat Nederlandse academici, journalisten, filmmakers, advocaten en allerlei betrokken burgers die zich zorgen maken over van de ene kant de weinig toeschietelijke houding van de regering Rutte (hoewel die minder in zichzelf gekeerd is dan de regeringen Trump en Johnson) en van de andere kant de huidige populistische golf van malcontenten, ophitsers en narcisten op sociale media ook zo’n breed project opzetten. Dat dient om de democratie die in gevaar is te redden uit handen van de populisten en politici die zich door de populisten naar de marges van de politiek laten dringen. In het VK is er een directe noodzaak, namelijk de Russische inmenging in de Britse politiek, maar ook Nederland is niet immuun voor wat het VK en de VS treft.