Om het in zichzelf gesloten wereldbeeld van Trump, Wilders en Baudet te begrijpen kan het helpen om terug te kijken naar Pierre Poujade

Pierre Poujade was een Franse populist en antisemiet die in de jaren 1950 vele mensen op de been bracht. Hij mobiliseerde de kleine man door te ageren tegen belastingen en de macht van de staat. De term ‘Poujadisme’ is eraan ontleend en valt te definiëren als ‘kleinburgerlijk’. Poujade valt te vergelijken met andere politici die zich tot spreekbuis van de kleine man maakten. Dat is een gevarieerd gezelschap dat gaat van Abraham Kuyper, Anton Mussert, Boer Koekoek, Mogens Glistrup, Grover Norquist tot Geert Wilders die claimt namens ‘het volk’ te spreken. De tragiek is dat deze conservatieve politici op enig moment radicaliseren en de geest niet meer terug in de fles krijgen. Poujade besefte dat en nam later afstand van Jean-Marie Le Pen die binnen Poujades beweging carrière had gemaakt.

De Franse schrijver Roland Barthes karakteriseert in het stuk ‘Enige opmerkingen van Poujade’ in zijn bundel Mythologieën (1957) het Poujadisme als een beweging die in zichzelf gesloten is: ‘Wat de kleinburger de meeste eerbied inboezemt is de immanentie: hij houdt van ieder verschijnsel dat in zichzelf besloten is door naar zichzelf te verwijzen, dat wil zeggen alles wat letterlijk betaald is. De taal is in zijn wendingen en tot in de zinsconstructie belast met het verbreiden van de moraal van lik-op-stuk. (..) Zo blijkt opnieuw uit de taal van Poujade wat de hele kleinburgerlijke mythologie impliceert: de weigering van het anders zijn, het ontkennen van verschillen, het geluk van het identiek zijn, de verheerlijking van de gelijkvormigheid.’ Wie het rechts-populisme van Baudet, Wilders of Trump wil begrijpen kan er baat bij hebben door naar de wortels ervan te gaan. Het beroep op kleinburgerlijkheid en het gezond verstand van deze populisten definiëren ze als een waarheid als een koe en blaten ze elkaar in de geschiedenis na. Niks nieuws onder de zon.

Raad van Toezicht van het NMVW moet zich alsnog bezinnen op de toekomst. Het oude beleid is mislukt, gedateerd en dood als een pier

Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): algemeen directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, op een herformulering weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat (2012-2021) werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

De musea van het NMVW moeten weer echte musea worden waar met plezier professioneel gewerkt worden en het om de kunst gaat. Nu zijn het locaties waar het amateuristisch handelen van goedwillenden de boventoon voert. Bij een herstart moeten op belangrijke functies weer kundige museumprofessionals benoemd worden.

Schoonderwoerds vertrek geeft dus ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het de afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Het NMVW moet uit de ivoren toeren afdalen en weer met de voeten in de museale modder gaan staan. Dat dit de afgelopen jaren zo slecht is doorgedrongen tot de publieke opinie is grotendeels de Nederlandse kunstjournalistiek te verwijten. Ze kunnen geweten hebben wat er aan schortte, maar hebben er geen verslag van gedaan. Of de Raad van Toezicht het inzicht, de daadkracht, de geesteshouding en de ambitie heeft om zich fundamenteel te bezinnen op een nieuwe koers is de hamvraag.

Het is onduidelijk welke constructie de Raad van Toezicht voor de toekomst als gewenst ziet. De koepelformule van vier musea, te weten Tropemmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde en Wereldmuseum (dat er losjes aan is verbonden) is topzwaar en leeghoofdig en lijkt uitgewerkt. Gewenst is een formule waarbij de vier musea autonomie hebben en vanuit hun eigen collectie autonoom tentoonstellingen kunnen maken. Dat kan dan aangestuurd worden door een locatiedirecteur of hoofdconservator.

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Hiermee verklaart Schoonderwoerd Modest tot bijwagen van zichzelf. Het is nog maar de vraag of Modest dat echt is. Schoonderwoerd heeft echter gelijk als hij beweert dat het huidige beleid eruit bestaat dat Modest en hij weinig tot niks van kunst weten. Het is bedenkelijk genoeg dat iemand met zo’n profiel inhoudelijk directeur van een kunstmuseum kan worden. Zijn profiel sluit eerder aan bij de functie van een leidinggevende  van een theoretisch-wetenschappelijk bureau als toeleverancier voor een museum.

Het is ronduit potsierlijk als Schoonderwoerd in het interview met Trouw zegt dat kunstmusea de agenda van het NMVW overnemen: ‘Met tevredenheid stel ik vast dat nu andere musea ook de thema’s overnemen die hoog op onze agenda stonden. Ook kunstmusea wijden nu volop aandacht aan ons koloniale verleden.’ Dit schouderklopje dat Schoonderwoerd zichzelf geeft is niet alleen protserig en pocherig, maar ook naast de waarheid. Als andere musea dezelfde agenda volgen wil dat niet zeggen dat dit door het NMVW is geïnitieerd. Het valt eerder te verwachten dat het op enig moment ‘in de lucht hing’ of dat er een gemeenschappelijk bron is waar het NMVW ook van heeft ‘geleend’.

Indien de voortzetting van het oude beleid uitgerekend dat is wat niet moet gebeuren en een nieuwe algemeen directeur ook niet wil dat dat gebeurt, loopt Schoonderwoerd met de tegelijk late en voortijdige benoeming van Modest zijn opvolger voor de voeten. Dat is van Schoonderwoerd niet netjes en van de Raad van Toezicht niet verstandig. De Raad van Toezicht had hier op z’n minst een bredere visie op moeten ontwikkelen en daar naar moeten handelen. Dat doet het niet. Dat baart zorgen. De Raad van Toezicht had een rustperiode moeten inlassen na Schoonderwoerds vertrek om zich te bezinnen op de toekomst. Onder meer over het optimale beleid dat niet meer bij 2012 maar bij 2021 past. Het heeft vooralsnog die kans voorbij laten gaan, maar kan dat alsnog corrigeren.

Voorstelbaar is een constructie met een algemeen/zakelijk directeur (belangenbehartiging, marketing, fondsenwerving en financiën); een directeur van het wetenschappelijk bureau en de nevenprogrammering met lezingen en publicaties ed. (Modest) en locatiehoofden voor de vier musea die in volle autonomie en met een eigen budget de kunst en de museale onderdelen (presentatie, collectie, registratie) voor hun rekening nemen.

Een bijzondere positie neemt het Wereldmuseum in. De laatste spectaculaire tentoonstelling was Powermask van conservator Alexandra van Dongen en gastconservator Walter Van Beirendonck. Zie hier voor mijn commentaar uit 2017 over deze tentoonstelling. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht (Patricia de Weichs de Wenne en Liane van der Linden) kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum dat in een motie in de Rotterdamse gemeenteraad als voorwaarde voor financiële steun aan de koepel is gesteld serieus wordt genomen. Het herstel van de Rotterdamse signatuur kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. De vergroting van de autonomie van de vier afzonderlijke musea met elk een locatiedirecteur of hoofdconservator als hoofd zou dat bezwaar wegnemen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Museum van Wereldculturen voelt zich weer springlevend. ‘Anderen nemen onze agenda over’ in Trouw, 5 januari 2021.

Wanneer komen journalisten van gevestigde media tot het besef dat ze de opkomst van de rechts-radicale populisten hebben ondersteund?

Er bestaat in het publieke debat verschil van mening over wie er het meest verantwoordelijk is voor de opkomst van populisten als Trump, Wilders, Baudet, Farage, Boris Johnson en dat soort rechts-radicale nationalistische politici.

Vertegenwoordigers of sympathisanten van de gevestigde media wijzen naar de almacht van Facebook, Twitter en Google (YouTube) die zich eerder als technisch-intermediaire dan journalistieke platforms beschouwen en ruimte hebben gecreëerd voor complotdenkers. Dat is geen onjuiste gedachte die echter voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van de traditionele media die daar vooraf aan gaat.

Want zowel voor- en tegenstanders van deze media huldigen het idee dat een nieuwsbericht pas vaart krijgt als het in de gevestigde media op een neutrale en niet-kritische manier verschijnt. Het geeft het complot legitimiteit.

Het is dus logisch om te veronderstellen dat de oorzaak voor de opkomst van de rechts-radicale populisten enkel en alleen te wijten is aan de traditionele media. Ze hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en hun taak verzaakt om tijdig en ondubbelzinnig te signaleren wat voor gevaar voor de democratie types als Trump vormden.

Media hebben het laten gebeuren.

Wat vaak vergeten wordt is dat net als de techgiganten ook de mediaconcerns grote economische belangen hebben en doorgaans niet onafhankelijk handelen. Ondanks redactiestatuten of de formele autonomie van redacties. Er bestaat ook zoiets als indirecte druk om zich te voegen in een economische structuur. Dat kan bij journalisten resulteren in zelfcensuur, sociaal inschikken binnen het mediabedrijf waar men werkzaam is en het achterwege laten van initiatieven om de nek uit te steken. Evenmin is het een uitzondering dat kritische artikelen onder druk van de leiding van een nieuwsmedium om partijpolitieke redenen worden teruggetrokken.

Het gebrek aan alertheid van de traditionele media is niet iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarom is bij hen het mechanisme in werking getreden om de schuld af te schuiven en sociale media en complotdenkers de schuld te geven voor de opkomst van rechts-radicale populisten en de beschadiging van de democratie. Dat is stoer achteraf praten van mannetjesputters die zich met terugwerkende kracht doen kennen als verzetshelden na de oorlog.

Journalisten van de gevestigde media verwarren twee aspecten. Ze maken zichzelf kleiner en onmachtiger dan ze werkelijk zijn en ze verwisselen oorzaak en gevolg. Want als ze met hun media niet hadden verzaakt om de populisten vanaf het begin als gevaar voor de democratie te kenmerken, dan hadden deze nooit zo’n opgang op sociale media en in de politiek kunnen maken. Maar ze verscholen zich veilig achter hun beroepscode die dicteert dat een zaak van meerdere kanten moet worden belicht. Ze zagen niet in dat ze hiermee hun verantwoordelijkheid en ethisch besef afschoven. Die enerzijds-anderzijds houding heeft degenen bevoordeelt die de gevestigde orde wilden afbreken en ze relatief makkelijk en ongecensureerd hun doorgaans krankzinnige mening konden geven.

De conclusie moet zijn dat zo beredeneerd het verschil tussen Facebook dat tot voor kort elke journalistieke verantwoordelijkheid van zich afwimpelde en de gevestigde media die dat op een andere manier deden door een in de jaren 1950 geformuleerde beroepscode als excuus te gebruiken om geen stelling te nemen miniem is en in de praktijk op hetzelfde neerkwam.

In het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history’ op Salon heeft Trump-biograaf Michael D’Antonio kritiek op de Amerikaanse gevestigde media. Hij verklaart dat door de wereldvreemdheid en de geïsoleerde positie waarin journalisten verkeren. Ze hebben op enkele uitzonderingen na de urgentie gemist van de sektevorming van Trumps opkomst.

Gevoegd bij de economische belangen van mediaconcerns en een meer dan 65 jaar oude beroepscode die onvoldoende is geactualiseerd en niet is toegesneden op de kwaadaardigheid van types als Trump heeft dat geleid tot de situatie waarin we nu verkeren. In de VS is er een gevaarlijke situatie ontstaan die kan leiden tot een succesvolle staatsgreep en in Europese landen heeft zich een fikse dwars- en dwaasdenkende minderheid gevormd die zich gesterkt en gemobiliseerd weet rondom sociale media. Het heeft de gevestigde media als katalysator voor de eigen opkomst achter zich gelaten en is onbereikbaar geworden in geest en denkbeelden.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history; Author of “The Truth About Trump” on his last-ditch coup — and his future as cult leader and theme-park impresario’ op Salon, 30 december 2020.

Splendid isolation op een eiland: Verenigd Koninkrijk krijgt gevolgen van Brexit hard voor de kiezen

Het is geen nieuws, maar het kan niet voldoende herhaald worden. Er is iets mis met het zelfbeeld van de Britten, en dan vooral de Engelsen. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat dit gebrek aan zelfkennis tot de Brexit heeft geleid. De Engelsen kennen hun plaats niet. Neem nou een artikel van Dan Snow in The Guardian dat onder meer over de Britten zegt: ‘We leven op een kleine archipel vlak voor de noordwestkust van Europa’ of ‘Er is geen eindtoestand in onze betrekkingen met Europa’. De suggestie dat die archipel geen deel van Europa is wordt bevestigd in de kop: ‘Brexit is not an end to Britain’s liaison with Europe. It’s just a new beginning’. Dat is een vreemde kop, want Groot-Brittannië is deel van Europa. Dus hoezo ‘contact met Europa’ als Groot-Brittannië zelf een onderdeel van Europa is? Als er gesproken werd over de EU of het continent was het begrijpelijk, maar nu is het onbegrijpelijk.

Of moeten we voor een verklaring voor een Europees volk dat zegt niet-Europees te zijn ons heil zoeken in verklaringen die ons geen steek verder helpen, maar in zichzelf ronddraaiend verwijzen naar de excentriciteit en de bizarre manier van denken van de Engelsen? Ook het idee van het imperium biedt geen voldoende verklaring, want Portugezen, Spanjaarden en Nederlanders waren ook ooit een wereldmacht, maar hebben vrede met hun verdwenen machtspositie. Ze beseffen dat hun landen deel van Europa zijn. Britten zijn met 67 miljoen inwoners in inwonertal het vijfde in Europa gelegen land, na de Russische Federatie, Duitsland, Turkije en Frankrijk, dus de grootte of omvang maakt evenmin het verschil. Andere eilandstaten als IJsland, Ierland of Malta (of het Britse Schotland) voelen zich Europees en geven niet het idee niet tot Europa te (willen) behoren.

De intentie van Dan Snow is goed. Hij is een internationalist en geen isolationist die zich wil afzonderen. Maar ook hij is het slachtoffer van een zelfbeeld dat uiteindelijk Groot-Brittannië positioneert tegenover Europa. Zelfs in zijn omarming van Europa neemt hij afstand van Europa. Dat kan tot niks goeds leiden. Overigens werkt het ook de andere kant op, want die vreemde snuiters op die Britse eilanden werden soms met tegenzin door Fransen en Duitsers geaccepteerd, zodat ze rechtvaardiging konden ontlenen aan die weerzin door zich mentaal apart te zetten. Maar wie zich afsluit creëert tegelijk een gevangenis voor zichzelf.

Britten kozen met een kleine meerderheid van zo’n 52% voor een Brexit. De uittreding uit de EU. Er zijn duizenden opmerkingen over te maken. Over economie, Britse politiek, media, populisme, globalisme, immigratie, Schotland, de EU en het zelfbeeld van de Britten. Er zit een neiging onder die de Britten heeft gestuurd.

Roland Barthes maakt enige opmerkingen over Pierre Poujade in een stuk over deze Franse populist in zijn Mythologieën. Poujade is de voorloper van types als Mogens Glistrup, Nigel Farage of Geert Wilders. Jean-Marine Le Pen begon in 1956 zijn politieke carrière als poujadist. Het stuk gaat over de kleinburgerlijke werkelijkheid die de wereld bezweert en terugbrengt tot ‘een bekrompen maar volledige orde zonder uitvluchten’. Een wereld die volledig naar zichzelf verwijst. Exact wat er in de pleitbezorgers van een Brexit gevaren is. Naast hun eigenbelang om de Brexit aan te grijpen om zichzelf te profileren en de eigen economische belangen te beschermen. Dit verklaart waarom de voorstanders om in de EU te blijven niet konden inbreken in dit beeld omdat het einddoel, middel en werkwijze tegelijk was: het Verenigd Koninkrijk dat naar zichzelf verwijst.

Het ‘gezonde verstand’ van de ‘kleine man’ waarnaar Poujade bij herhaling verwees neutraliseert elke uitleg die anders zegt. De analogie tussen Frankrijk 1956 en het Verenigd Koninkrijk 2016-20 is verbluffend. De waarschuwingen voor een teruglopende Britse economie, Schotland dat het Verenigd Koninkrijk opblaast of afnemende politiek Britse invloed zagen buitenstaanders als realistische opties die de Britse positie zouden verzwakken. Ze werden niet tegengesproken door de Leave-campagne, maar kwamen gewoon niet binnen.

Barthes: ‘Het gezonde verstand is als het ware de waakhond van de kleinburgerlijke vergelijkingen: het sluit alle dialectische uitwegen af, verwoordt een wereld die homogeen is, waarin men thuis is, veilig voor de verwarringen en de uitvluchten van de ‘droom’ (dat wil zeggen een niet op rekenen gebaseerde zienswijze)’.

De Britten kunnen nu met en onder elkaar hun droom gaan najagen. Van een in zichzelf gesloten wereld met een gesloten wereldbeeld. In hun splendid isolation weten ze dat hun Europese en hun transatlantische partners (pro-Ierse president Joe Biden) geschoffeerd hebben en geen stapje extra zullen zetten om de Engelsen te helpen. Zij die anders zijn worden niet zozeer bestreden, maar door de zittende macht ontkend te bestaan. Britten kunnen nu met elkaar de verschillen ontkennen in de gelukzaligheid onder elkaar te verkeren. De Leave-campagne heeft de buitenwereld ziek verklaard met nationalisme en het opzetten van de kleine man tegen een elite die paradoxaal tegelijk de motor van de uittreding was. Dat is een publiek geheim op het eiland. Van deze versie van Britsheid die neigt naar eng populisme dat alleen nog naar zichzelf verwijst heeft de EU afstand genomen. De Engelsen zijn daar extra behulpzaam bij door zich extra apart te zetten en net te doen alsof het nog de 19de eeuw is. In hun gespeelde gekkigheid die ze zelf geweldig vinden. Als enigen.

Foto: Still uit film ‘Went the Day Well? (1942)’ met Leslie Banks.

Weer zo’n debat over desinformatie en journalistiek: S.E. Cupp en John Avlon

Een gesprek tussen de CNN-journalisten S.E. Cupp en John Avlon over desinformatie en journalistiek. Ze hebben beide een gematigd profiel en willen de verdeeldheid in de Amerikaanse politiek en samenleving overwinnen en de democratie versterken. Wat nodig is om de desinformatie van president Trump en zijn medestanders terug te dringen blijft in het midden hangen. Cupp zegt bang te zijn. Hoe dan ook is het een goed voornemen om terug te vechten. Dat is echter een uitgangspunt en geen werkbare methode. Ja, de journalistiek moet onpartijdig zijn en elke president kritisch volgen. Dat is het abc van de journalistiek en het verschil met journalistiek activisme.

Maar waar laat dat de desinformatie via sociale media van wicheleroedelopers, graancirkelsdenkers, anti-vaccinatie activisten, anti-stikstof veeboeren, anti-pedofiele QAnon-isten en in het algemeen de anti-overheids leunstoelgeneraals in de VS en Europa die zo luidruchtig aan de weg timmeren? Het is niet zo dat de staat passief is en niet terugvecht. Inlichtingendiensten en krijgsmacht brengen de ondermijning via desinformatie in kaart. Maar omdat opstandige, malcontente of halsstarrige burgers het recht hebben om te liegen, te ontkennen en vals te beschuldigingen en ze met velen zijn kan de journalistiek dat in de publieke opinie nauwelijks meer bijbenen.

Wat is de oplossing? Die gaat in elk geval niet in de richting van staatspropaganda om de desinformatie van de complotdenkers te neutraliseren. Dan is het middel erger dan de kwaal. Het gaat evenmin in de richting van de versterking van de journalistiek omdat die grote groepen van de samenleving niet meer bereikt. Hoewel de journalistieke infrastructuur wel op peil moet blijven. Het vergroten van de mediawijsheid en politieke en historische kennis via een uitgebreid schoolprogramma van media educatie duurt te lang en komt te laat.

Er zit niets anders op dan te hopen dat de krachten in het midden van politiek en journalistiek hun werk blijven doen. Met het streven om problemen op te lossen. Dat houdt in dat sociaal-economische achterstanden van gemarginaliseerde groepen weggewerkt en uitwassen van het kapitalisme flink teruggedrongen moeten worden. Weg van het aandeelhoudersbelang richting duurzaamheid en burgerbelang. De horizon moet verbreed worden.

Als daarnaast techgiganten als Facebook, Twitter en Google eindelijk door strenge overheidsmaatregelen verplicht worden om hun volle verantwoordelijkheid te nemen als journalistiek medium, dan kan dat de functie van de journalistiek helpen opwaarderen. De verwachting is dat het rechts-populisme zichzelf overwint en overwaait als een mode waarover later opgemerkt wordt dat het net zoiets was als de provo’s in de jaren 1960. Een uiting van de tijdgeest. Oh, wat maakten we ons zorgen, maar wat is het vergeleken met wat ons in 2050, 2075 of 2100 overkomt?

Dromen over het rechts-populisme

Rechts-populisten hebben het moeilijk. President Trump verliest, Zwarte Piet is in de ban, Baudets FvD zakt weg in de peilingen, er komt een vaccin tegen COVID-19 en Wilders wordt als doelwit van een krankzinnig om aandacht vragende Nederturk door de politiek gesteund. Kunnen deze populisten zich nog onderscheiden door radicaler te worden? Maar wie volgt hen nog de loopgraven in van de cultuuroorlog behalve een kleine groep hardliners? Wie wil er tot de verliezers behoren?

Analyses over het rechts-populisme en complottheorieën als QAnon zijn niet van de lucht. We laten het gelaten over ons heen komen. Het zal wel. Rechts-populisme is niet dood, maar de koortsdromen, wanen en abnormaliteiten ervan laten zich steeds meer kennen als de kortsluiting van verliezers. Dat begint iets sneu te krijgen. Toch zullen ze zichzelf niet de genadeklap uitdelen. Want dan hebben ze helemaal niks meer. Dat moet de ander doen door beleid dat iedereen meeneemt en de macht trotseert. Die verwachting is even onwerkelijk als het rechts-populisme zelf.

Foto 1: Still uit Metropolis (1927) van Fritz Lang.
Foto 2: Afbeelding uit strip Little Nemo in Slumberland van Winsor McCay.

Britse burgerbeweging ‘All the Citizens’ vraagt regering-Johnson om vrije verkiezingen. Het verzet zich tegen Russische inmenging

Behalve een aardige dwarsdoorsnede van de filmgeschiedenis die de vraag oproept de herkomst van de fragmenten te benoemen is deze video een serieuze aanklacht tegen de Britse regering van premier Boris Johnson. Het gaat over de aanbevelingen uit het recent geopenbaarde rapport over de Russische inmenging in de Britse politiek die de regering Johnson niet wil opvolgen. Lagerhuisleden van verschillende partijen dringen aan op een onafhankelijk onderzoek, aldus een bericht van The Guardian. Premier Johnson handelt identiek aan de Amerikaanse president Donald Trump die evenmin de noodzaak erkent om iets te doen aan de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van 2020, en die van 2016 nog steeds ontkent.

Deze video die in professionalisme en doelmatigheid doet denken aan de anti-Trump video’s van The Lincoln Project van oud-Republikeinen, hoewel het wat intellectualistisch toont, is een initiatief van All the Citizens. Deze burgerbeweging meent dat de democratie in gevaar is. Het presenteert zich als ‘een collectief van journalisten, technologen, academici, filmmakers, advocaten, reclamemakers en individuen uit alle lagen van de bevolking. We kwamen samen om nieuwe manieren te vinden om licht te werpen op data, desinformatie en de bedreigingen voor de democratie door middel van samenwerking met burgers en onderzoeksjournalistiek’.

Dit is tegengesteld aan de huidige golf van links- en recht-populisten die zich verzetten tegen de democratie en de rechtsstaat zonder een direct alternatief of oplossing aan te bieden en uit te gaan van de feiten.

De beweging All the Citizens is concreet: het wil democratie, nationale veiligheid en rechtsstaat versterken. Het werkt naar eigen zeggen samen met een juridisch team van Leigh Day advocaten. De juridische weg zet het als laatste uitweg om deze kwestie op de agenda te krijgen. Het werkt daartoe samen met parlementariërs van verschillende partijen. Volgens de beweging staat het recht op een vrije verkiezing op het spel vanwege de weigerachtige houding van de regering Johnson om de inmenging van buitenlandse staten in het democratisch proces van het VK te onderzoeken en een wettelijk kader te hebben dat de voorwaarden biedt om de vrije meningsuiting van de mensen bij de keuze van de wetgevende macht te waarborgen. De overeenkomst met de VS is verbluffend, hoewel daar de erkenning van Russische inmenging in verkiezingen en de actie daarop zelfs groter lijkt dan in het VK, waar de conservatieve partij elke inmenging ontkennen.

Men mag hopen dat Nederlandse academici, journalisten, filmmakers, advocaten en allerlei betrokken burgers die zich zorgen maken over van de ene kant de weinig toeschietelijke houding van de regering Rutte (hoewel die minder in zichzelf gekeerd is dan de regeringen Trump en Johnson) en van de andere kant de huidige populistische golf van malcontenten, ophitsers en narcisten op sociale media ook zo’n breed project opzetten. Dat dient om de democratie die in gevaar is te redden uit handen van de populisten en politici die zich door de populisten naar de marges van de politiek laten dringen. In het VK is er een directe noodzaak, namelijk de Russische inmenging in de Britse politiek, maar ook Nederland is niet immuun voor wat het VK en de VS treft.

Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW

Update 4 januari 2021: Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

Zijn vertrek geeft ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Voorwaarde is wel dat Schoonderwoerd niet opgevolgd wordt door een meeloper die nu al in dienst is, maar door een krachtige buitenstaander die schoon schip maakt. Niet een softe wereldverbeteraar als Schoonderwoerd die het niet om de kunst gaat, maar een (kunst)historicus met ruime museale ervaring. Maar of de Raad van Toezicht  schoon schip durft maken is zeer de vraag. 

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Maar dat is juist wat niet moet gebeuren. Vraag is hoe Modest er zelf over denkt. Dat is de onzekere factor, naast het feit wie er tot algemeen directeur wordt benoemd en hoe de Raad van Toezicht denkt. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum serieus wordt genomen. Dat kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. 

Het Afrika Museum in Berg en Dal betuigt spijt over bovenstaande video die onderdeel is van een marketingcampagne. Na een ‘storm van kritiek’ uit de zwarte gemeenschap is de campagne ingetrokken, aldus een bericht van Omroep Gelderland. Het museum is onderdeel van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat centralistisch geleid wordt. Als er fouten zijn gemaakt dan moeten die toegerekend worden aan de directie van de NMVW. In dit geval directeur Stijn Schoonderwoerd, adjunct-directeur John Sijmonsbergen en hoofd marketing Nienke Bloemers. De drie musea van het NMVW hebben geen locatiehoofd en kunnen niet autonoom programmeren of een eigen marketingbeleid voeren. Deze museum zijn naast het Afrika Museum, Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Het Rotterdamse Wereldmuseum is sinds 2017 formeel een samenwerkingspartner van de NMVW, maar is in de praktijk net zo gelijkgeschakeld als de andere drie musea onder het straffe management van de koepel NMVW.

De ontspoorde marketingcampagne van het Afrika Museum is des te opmerkelijker omdat het NMVW een politiek correcte koers vaart. Het combineert een linksig-humanistisch wereldbeeld met een populistische programmering en marketing. Dat leidt tot thema’s die het bij de politiek goed doen en waaraan het NMVW zich geen buil kan vallen. Dat het met de marketingcampagne voor Dagje Ghana is misgegaan wekt dan ook verbazing. De voormalige tentoonstellingsmaker Richard Kofi heeft het volgens Omroep Gelderland over een ‘ridiculicerende’ campagne. De sleutel van wat er bij het NMVW aan de hand is zit in zijn volgende opmerking: ‘Een klap in het gezicht van iedereen die tijd, geld en energie heeft gestoken in dat museum.’ Door de afstand tussen de werkvloer inclusief de museale en inhoudelijke deskundigen én het management van het NMVW dat fysiek en mentaal in een ivoren toren op afstand staat kunnen dit soort bedrijfsongelukjes blijkbaar gebeuren.

Het management van het NMVW is een overwegend witte organisatie met een zwarte (Wayne Modest) en negen witte stafleden waar de theorie de praktijk bepaalt. Dat spoort met de kritiek van ‘de zwarte gemeenschap’ op de campagne volgens Omroep Gelderland: ‘Uit de reacties op de campagne blijkt dat het om meer dan de campagne alleen gaat. Het museum wordt algeheel als ‘te wit’ ervaren. Afrika wordt nog te veel bezien vanuit een wit perspectief en bij het museum werken volgens de critici te weinig mensen met een Afrikaanse achtergrond. Juist een museum over een continent als Afrika zou veel bewuster bezig moeten zijn om zaken als diversiteit en inclusie te verankeren in het dna van de organisatie, luidt de kritiek.’ Dat is terechte kritiek die in het bericht van Omroep Gelderland verkeerd geadresseerd wordt. Organisatorisch bestaat er geen Afrika Museum. Het is directeur Stijn Schoonderwoerd die eigenmachtig vanuit de koepel NMVW de lijnen uitzet en bepaalt. Nu het mis gaat houdt hij zich om begrijpelijke redenen onzichtbaar.

PVV’er Harm Beertema verklaart zich tot ‘cultuurchristen’. Wat betekent dat?

Aan nazi-kopstuk Hermann Göring wordt onterecht de uitspraak toegeschreven ‘Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning”. Het is afkomstig uit het aan Hitler opgedragen toneelstuk Schlageter (1933) van Hanns Johst. Soms, maar niet te vaak moet ik aan de uitspraak denken omdat ik in militaire dienst als ziekenverzorger als persoonlijk wapen ter zelfverdediging een Browning had. Als ik het me goed herinner is deze revolver nauwkeurig tot op 20 meter. Dat vergde oefenen op de schietbaan. Radicaal-rechtse politici van tegenwoordig hebben weer een andere reflex. Hoewel ze ook op de kunst kunnen schieten. Maar daarmee kunnen ze zich niet onderscheiden, want alle Nederlandse politici schieten op de kunst. Ze beschouwen zich als vrijzinnig, maar tevens als iets wat ze ‘cultuurchristen’ noemen. Dat schijnt de tegenvoeter te zijn van een even vaag en onscherp omschreven begrip waar niemand van begrijpt wat het is, het ‘cultuurmarxisme’. Deze rechtse rakkers zijn te gedistingeerd om nog praktiserend of gelovig christen te zijn, maar om politieke redenen staan ze welwillend tegenover het Christendom. Daar komen ze graag voor uit. Hoewel het louter politieke marketing en toneelspel is en ze geen klap menen van hun zogenaamde liefde voor het christendom.

De gewaardeerde onderwijswoordvoerder van de PVV in de Tweede Kamer is Harm Beertema. In antwoord op een tweet van ‘AtheistKlaas’ zegt hij een cultuurchristen te zijn die vindt dat er niks mis is met het bijzonder onderwijs. Nee, dat zijn doorgaans prima scholen. Vraag is niet of er iets mis is met het bijzonder onderwijs, maar of het door de overheid bekostigd moet worden. Dat is dus iets heel anders. Van deze vraag over de bekostiging van het bijzonder onderwijs hebben de vrijzinnige partijen in het parlement de sleutel in handen. Maar ze geven telkens die sleutel uit handen en laten zich afbluffen door de confessionele partijen. Een meerderheid van VVD, D66, PVV, PvdA en GroenLinks durft niet te staan voor de eigen principes, terwijl het de confessionele partijen dat ruiterlijk gunt. Het raadsel is waarom een partij als de PVV de bekostiging van salafistische scholen steunt, terwijl het zich laat kennen als een verklaard tegenstander van de islam.

Het is juist dat het Christendom een positieve rol heeft gespeeld in de Europese Verlichting. Hoe dan ook zou het merkwaardig zijn als een religie die 20 eeuwen overheersend aanwezig is geweest op een continent geen stempel zou hebben gedrukt op de identiteit ervan. Door de eeuwen heen heeft het Christendom echter ook een negatieve rol gespeeld. Denk aan het tegenwerken van de wetenschap, de strenge tucht tegenover afwijkende meningen en de allesverzengende claim van het alleenrecht op de waarheid. De argumentatie van Beertema klopt daarom niet. Het christendom is de katalysator geweest die Europa heeft gemaakt tot wat het is. In dat proces verdwijnt het christendom. In Nederland verklaart nu nog ongeveer 38% van de bevolking tot de belangrijkste christelijke stromingen te behoren. De waarden van Europa zijn ontstaan, terwijl het Christendom langzaam verdwijnt. Of zich in nieuwere vormen manifesteert die ver af staan van de traditie.

Voor meer commentaren over de relatie van radicaal-rechtse politiek en het (conservatieve) christendom zie:
Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet (6 juli 2019).
– SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat (14 december 2017).

Foto: Tweet van Harm Beertema, 20 mei 2020 (met eigen reactie).

Ideeën van VVD over kunst en cultuur als vrijetijdsactiviteit en vermaak opgenomen in Brabants Bestuursakkoord 2020-2023

Het bovenstaande schreef ik in 2015 in het commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’. In die jaren werd de PVV als de kwade genius voor de bezuinigingen op de kunst gezien. Maar dat is fout gedacht. Dat is de VVD. Toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra bracht dat vanaf oktober 2010 in het kabinet Rutte I in praktijk. Een kleine 10 jaar later is de kunstsector nog steeds niet hersteld van de kaalslag van Zijlstra die te snel en te ondoordacht werd doorgevoerd. Maar zelfs de VVD kreeg het niet voor elkaar haar ideeën over kunst en cultuur als vrijetijdsbesteding en vermaak aan andere partijen op te leggen.

Dat was een brug te ver. Woordvoerder cultuur van de VVD in de Tweede Kamer Thierry Aartsen zette weliswaar zijn kruistocht tegen de kunsten (of: de hoge cultuur) voort, maar kreeg daar bij andere partijen geen steun voor. Nu is er het bestuursakkoord 2020-2023 van de provincie Noord-Brabant dat vanmiddag werd gepresenteerd. Over de totstandkoming en de rol van het CDA is elders al veel gezegd. Het is voor het eerst dat de ideeën van de VVD over kunst als vrijetijdsbesteding onvermengd in een bestuursakkoord worden opgenomen. De beoogde gedeputeerde voor Vrije Tijd Wil van Pinxteren (Lokaal Brabant) mag desgevraagd bij de presentatie van het bestuursakkoord dan wel zeggen dat het slechts een kwestie van woorden is, maar daarmee ontkent hij ondanks alles een majeure beleidswijziging op cultuurbeleid die uniek voor Nederland is.

 

Foto 1: Schermafbeelding van deel eigen commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’ van 22 april 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van paragraaf Vrij Tijd (p. 44) in Bestuursakkoord 2020-2023 (Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant) van de provincie Noord-Brabant, 7 mei 2020.