George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Populisme

Wie herhaalt Kreins kritiek op Trump door in Nederland afstand te nemen van Baudets ontvankelijkheid voor racistische ideeën?

with 2 comments

Een relletje over Baudet die in een recensie van de roman Sérotonine van Michel Houellebecq in American Affairs Journal oordelen invoegt die niet direct uit het te bespreken werk volgen, maar er in elk geval wel zijdelings mee te maken hebben. De grens van de recensent die bespreekt en de recensent die zijn eigen mening invoegt is niet duidelijk te trekken. Fictie en non-fictie lopen door elkaar heen in deze recensie. Begrijpelijk voor een politiek tijdschrift waar het niet in de eerste plaats gaat om de literatuur, maar om de ideeën en het gedachtengoed die daar in uitgedrukt worden. Vraag is of daar ook grenzen aan zijn te stellen.

American Affairs is een conservatief politiek tijdschrift dat eens per kwartaal verschijnt en in 2017 opgericht werd door Julius Krein. Het begon als pro-Trump, maar na de rally in Charlottesville in augustus 2017 keerde Krein zich publiekelijk af van Trump in een opinieartikel in de New York Times van enkele dagen later met de duidelijke titel: ‘Ik stemde voor Trump. En ik heb er spijt van.’ In het citaat hierboven neemt Krein afstand van Trump als hij zegt: ‘Het is nu duidelijk dat we onszelf voor de gek hielden. Of de heer Trump is oprecht sympathiek tegenover David Duke types [= voormalig voorman van de KKK], of hij is zo stom dat hij totaal niet in staat is om van zijn ergste fouten te leren. Hoe dan ook, hij blijft zijn felste critici gelijk bewijzen.’

Het is onduidelijk of Baudet Kreins kritiek op Trump volgt en afstand van de Amerikaanse president heeft genomen. Omdat er overeenkomsten zijn tussen Trump en Baudet is het niet ondenkbaar dat Kreins kritiek op Trump ook op Baudet van toepassing is. Reken maar na, Trump en Baudet werden allebei door de gevestigde media aan vrije publiciteit geholpen waarbij hun trivialiteiten en persoonlijk leven centraal stonden en de kritiek op hun politieke denkbeelden doorgaans ontbrak. Ze presenteren zich als apolitieke politici en buitenstaanders. Trump spoorde racisten aan en normaliseerde ze door ze op een lijn te stellen met de critici ervan. Baudet doet hetzelfde, hij doet zelf geen racistische uitspraken, maar spoort degenen die dat wel doen aan. Zo blijft hijzelf buiten schot, maar geeft zijn achterban het signaal waar hij echt voor staat. Baudet en Trump eten van twee walletjes. Critici missen zo een aangrijpingspunt omdat ze het zelf niet hebben gezegd. Het is de politiek van de glibberige mening die veinst en zichzelf door vaagheid beschermt tegen aanvallen.

Een andere overeenkomst tussen Trump en Baudet zijn de meelopers. Hoewel er ook een verschil is, want Trump heeft als levenslange New Yorkse Democraat de Republikeinse Partij overgenomen. Baudet heeft zelf een partij opgericht. Maar alleen door deze opportunisten, meelopers en baantjesjagers kunnen Trump en Baudet hun macht vestigen. De Derk Jan Eppinks, Paul Cliteurs of Robert de Haze Winkelmans wisselen van partij en politieke overtuiging vanwege de kansen die het groeiende Forum voor Democratie biedt waar bestuursfuncties, en zetels in Europarlement. Eerste Kamer of Provinciale Staten zijn te vergeven.

Het wachten is op een Nederlandse Julius Krein die afstand neemt van de denkbeelden van Baudet en toegeeft hem verkeerd te hebben ingeschat omdat hij in de kern een racist is. Niet dat het voor de korte termijn zoveel uitmaakt omdat Baudets achterban zich toch nauwelijks door argumenten laat sturen, maar zweert bij emoties en slachtofferschap. Maar  het verschil maakt het partijestablishment van Forum voor Democratie. Een vis moet in het water kunnen zwemmen, zoals een politieke partij niet kan zonder voetsoldaten en luitenanten. Als dat beseft door wat voor monsterlijke ideeën Baudet gestuurd wordt en zichzelf eens goed afvraagt of het zich daar mee kan verenigen als ‘fatsoenlijke burger’ en ‘democraat’, dan is de betovering doorbroken.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelI Voted for Trump. And I Sorely Regret It.’ van Julius Krein in The New York Times, 17 augustus 2017.

Advertenties

Rector van Leidse universiteit zet FvD’er Paul Cliteur voor de keuze: steunt hij Baudets uitspraak dat de universiteit ons ondermijnt?

with 8 comments

Paul Cliteur (wiens achternaam bij mensen die die voor de eerste keer horen al snel een reactie van gegiechel en gêne oproept) is medewerker van de Leidse Universiteit en wordt door de Leidse rector magnificus Carel Stolker aangesproken op zijn steun voor het standpunt van Thierry Baudet die laatst in zijn apocalyptische overwinningstoespraak na de provinciale verkiezingen zei ‘dat universiteiten ons ondermijnen’. Het is nu niet zijn naam, maar het standpunt van Cliteur dat gêne oproept. Hoe kan hij als universiteitsmedewerker laten passeren dat de leider van de politieke partij waarvoor hij in de Eerste Kamer gaat zitten dit in volle ernst zegt, zonder daar kritisch op te reageren. Verraadt Cliteur hiermee niet zijn alma mater waar hij en ook Baudet onnoemelijk veel aan te denken hebben? Waarom spugen Cliteur en Baudet in eigen bron?

Als Cliteur die docent is aan de Leidse universiteit de stelling onderschrijft ‘dat universiteiten ons ondermijnen’ , dan is het begrijpelijk dat rector magnificus Carel Stolker vraagt of Cliteur dat kan toelichten. Mare geeft in een artikel de details. In zijn verdediging maakt Cliteur het er alleen nog maar erger op als hij zegt dat hij best een afwijkende mening mag hebben ‘in’ wetenschap. Dat staat echter niet ter discussie en is niet het breekpunt. Het gaat erover dat Cliteur een afwijkende en dissidente mening heeft ‘over’ wetenschap.

Met Cliteurs stilzwijgende steun voor het standpunt van Baudet (‘we worden ondermijnd door onze universiteiten’) positioneert hij zich tegenover de universiteit, neemt daar afstand van en steunt de aanval vanuit de politiek op de Nederlandse universiteiten. Geen enkele organisatie is een knip voor de neus waard als het dat ongenoemd laat passeren. Stolker moet vanuit zijn functie reageren. Hij is aangenomen om het belang van de universiteit te dienen. Dat wordt hier bedreigd door Baudet en zijn sycofant Cliteur.

Cliteur moet als medewerker aan de universiteit kleur bekennen. Hij dient te erkennen of hij de aanval van Baudet steunt. De keuze is aan Cliteur: kiest hij voor de universiteit of de partijpolitiek. Het is slappe hap als hij net doet alsof er niets aan de hand is. Want er is wel degelijk iets aan de hand door de aanval van Baudet.

Een universiteitsmedewerker als Cliteur die niet ondubbelzinnig wenst op te komen voor de organisatie waar hij in dienst is, moet zich goed beraden of hij bij die organisatie nog wel iets te zoeken heeft. Als hij niet beseft dat hij niet te ver af kan wijken van de regels die de letter en de geest van de universiteit vormen, dan plaatst hij zichzelf buiten de orde. Dan kiest hij door zijn wegkijken en bagatelliseren tegen de universiteit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRector: Cliteur moet afstand nemen van Baudets uitspraak over “ondermijnende universiteiten”’ van Vincent Bongers voor Mare, 3 mei 2019.

Meeus waarschuwt de media, ze moeten Baudet checken op wat hij kan. Diens ereplaats in het narcistenkartel is een doodlopende weg

leave a comment »

Aldus de conclusie van de zaterdagse column in NRC over Haagse politiek van Tom-Jan Meeus. Hij verwijt niet zozeer ultra-rechtse partijen als de PVV of FvD dat ze er een potje van maken (wat ze doen), maar dat de media daar geen goed verslag van doen. Daarin heeft Meeus gelijk. Het is een terugkerend verwijt aan de gevestigde media dat ik onder meer hier, hier en hier heb verwoord. Ik schreef in maart 2017 in een commentaar: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak.’

Meeus voegt er een ander dimensie aan toe, namelijk politiek vakmanschap en kennis. Wat kan Baudet? Want iedereen kan zich politicus noemen, maar niet iedereen die zich politicus noemt bezit het vakmanschap en de kennis die een politicus succesvol maakt. Baudet is weliswaar een jonge, beginnende politicus en moet de kans gegeven worden om te groeien in zijn vak, maar na drie jaar FvD als politieke partij kunnen de media hem toch de vraag gaan stellen in hoeverre hij is gevorderd in het onder de knie krijgen van het vak politicus.

Is de fundamentele zwakte van Baudet niet zijn wegvluchten in vergezichten en filosofieën om te verhullen dat hij als politicus nauwelijks vordert in zijn vakmanschap? Zo laadt Baudet net als Trump de sterke verdenking op zich dat hij uitblinkt in grootspraak, narcisme, vergezichten, onheilsfantasieën, toekomstplannen en het gooien van verbale bommetjes, maar tamelijk vruchteloos is in het bedrijven van praktische politiek en het realiseren van zijn kernpunten. Hoewel dat bij Trump genuanceerd ligt, bijvoorbeeld in het slinks en succesvol benoemen van rechtse rechters. Geert Wilders heeft zich verregaand geïsoleerd in een vlucht naar de marge, Thierry Baudet wacht hetzelfde lot als hij niet tijdig tot inkeer én inzicht komt en hersenschimmen inwisselt voor doorzettingsvermogen, grilligheid voor vakkundigheid en eigenliefde voor inlevingsvermogen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnHoe de crisis in FVD bewijst dat media in campagnetijd hun taken verzaken; Deze week: Baudet en zijn plaats in het narcistenkartel. Ofwel: grote vragen voor politiek en media na de crisis in Forum voor Democratie’ van Tom-Jan Meeus in NRC, 27 april 2019.

Subcultuur DDS steunt subcultuur van alt-right en Thierry Baudet. Met pseudo-christendom. Alle remmen los in aanval op Henk Otten

with 7 comments

Het rommelt in Forum voor Democratie. Er is een strijd gaande om de macht, de politieke richting en de partijcultuur met als de hoofdrolspelers partijleider Thierry Baudet en een van de mede-oprichters en beoogd fractievoorzitter in de Eerste Kamer Henk Otten. In een interview in NRC met de titel ‘Tweede man van Forum Henk Otten: ‘Baudet trekt de partij te veel naar rechts’’ bond Otten de kat de bel aan. Dat lijkt hem door Baudet en diens vertrouwelingen niet in dank te worden aangenomen. Otten wordt naar de zijlijn gedrongen, maar lijkt terug te vechten in het gevecht om de ziel van de partij. En ook in het gevecht om zijn eigen positie.

De Dagelijkse Standaard (DDS) die zoveel alt-right retoriek en steun aan Baudet in haar kolommen stopt, ging in een opinie-artikel van 22 april van Michael van der Galien in op Ottens kritiek dat Baudet in 2017 ineens ‘een christelijke kant‘ opging. Otten antwoordt daarop: ‘Maar ik wil politiek los zien van geloof’. Dat is een positie die past binnen de traditie van de Nederlandse politiek van voor het tijdperk van de identiteitspolitiek en de doorbraak in 2016 van de alt-right subcultuur in de VS. DDS geeft Ottens woorden verkeerd weer en noemt hem een ‘christendom-hater’ en ‘weg-met-ons-fanatiekeling’. Dat is van dik hout zaagt men planken en zo onnauwkeurig en onzorgvuldig afgeleid uit wat Otten zegt, dat hiermee DDS vooral zichzelf te kijk zet. Het is altijd een plezier om DDS te lezen omdat het zo sterk raakt aan de absurditeit en de stompzinnigheid, en in het kritiekloos ophemelen van de eigen helden een hoog niveau bereikt. Mijn reactie bij het artikel:

De opstelling van Henk Otten is begrijpelijk en goed verdedigbaar. Hij keert zich niet tegen het christendom of de (vermeend) joods-christelijke cultuur, maar tegen het vermengen van politiek en religie. Dat past in de traditie van scheiding van kerk en staat.

Otten wijst het gebruiken van het christendom, of religie in algemene zin in de politiek af. De reactie van Teunis Dokter slaat daarom de plank mis. Otten keert zich niet tegen het christendom of ‘de christelijke cultuur’ (?), maar tegen het misbruik van religie in de politiek.

Otten neemt ook afstand van identiteitspolitiek die om politieke redenen een religieuze identiteit construeert. Een voorbeeld daarvan is president Trump die zijn achterban van vooral witte evangelicals op een sekte-achtige wijze met christelijke retoriek bedient, maar over wie het de vraag is of hij wel een christelijke overtuiging of levenswandel heeft. De kritiek op Trump en opinieleiders uit de alt-right beweging is dat hun identiteitspolitiek en pleidooi voor het christendom oppervlakkig en niet gemeend is en vooral politieke marketing om electorale redenen is.

Baudet handelt omgekeerd aan Buma, Segers of Van der Staay. Waar christelijke politici terughoudend zijn in de verwijzing naar het christendom, zijn politici van niet-christelijke partijen (PVV, FvD) minder terughoudend. Dat is merkwaardig.

De paradox is dat de politici van de christelijke partijen CDA, CU en SGP in de praktische politiek terughoudender zijn in het gebruik van christelijke retoriek dan Baudet. Zij beseffen het gevaar hoe hun geloof politiek kan worden misbruikt en beschadigd. Zij hebben in de praktische politiek door schade en schande geleerd dat als ze met andere partijen iets willen bereiken het averechts werkt door zich te beroepen op hun religieuze gedachtegoed. Ze weten dat ze moeten schakelen naar een ideologisch neutraal terrein om tot overleg te komen. Baudet redeneert echter niet vanuit het belang van het christendom, maar vanuit zijn politieke profilering.

Het is onduidelijk hoever Otten nadenkt. Het lijkt er sterk op zoals hij in het interview in NRC zei dat hij de koers van Baudet te rechts-radicaal, te populistisch, te Angelsaksisch en te negatief vindt waar het de terminologie over ondergangsfantasieën en de pessimistische kijk op de westerse geschiedenis en Europa betreft.

Uiteindelijk gaat het erom of Forum voor Democratie binnen de eigen gelederen ruimte geeft aan tegenspraak of niet. De keuze is aan Forum om het beginsel van interne democratie en een zekere mate van pluriformiteit te omarmen of af te wijzen. Dat vergt goed nadenken en manoeuvreren van de partijleiding. De schrikbeelden zijn de anarchistisch LPF die met ruzie uit elkaar viel, maar ook de dirigistische SP of PVV die in de praktijk geen interne democratie kennen en daar nu de wrange vruchten van plukken: achteruitgang door stilstand.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHenk Otten is een weg-met-ons D66’er: “Als je nog een keer over het christendom begint dan stap ik op”’ van Michael van der Galien op DDS, 22 april 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel interviewTweede man van Forum Henk Otten: ‘Baudet trekt de partij te veel naar rechts’’ van Petra de Koning en Philip de Witt Wijnen in NRC, 19 april 2019.

VVD vervolgt bij monde van cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen zijn kruistocht tegen kunst met dom pleidooi voor volkscultuur

with one comment

Woordvoerder cultuur van de VVD in de Tweede Kamer Thierry Aartsen slaat weer toe. Deze keer in een pleidooi voor een lager BTW-tarief voor volkscultuur. Maar daar laat hij het niet bij. In zijn culturele fruitmand is alles gelijk: opera en bloemencorso’s. Hij zegt in het programma Goedemorgen Nederland van WNL: ‘Een bloemencorso is wat mij betreft net zo mooi en waardevol als een opera’. Hij zegt dat niet als individu, maar als vertegenwoordiger van de VVD. Hij verwoordt de visie van zijn partij op kunst en cultuur. Het is opvallend dat deze Brabantse provinciegenoot van fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zijn veldtocht voor volkscultuur mag voortzetten. Zijn onuitgesproken claim is dat hij opkomt voor het volk en zich keert tegen een elite.

Aartsen creëert eerst een tegenstelling tussen hoge en lage cultuur die niet in de mate bestaat zoals hij suggereert. Want zo’n tegenstelling tussen opera en bloemencorso bestaat niet. Slechts in het denkpatroon van deze VVD’er die eerst de tegenstelling uitvergroot om zich vervolgens met de gelijkschakeling ervan te kunnen profileren. Hij geeft in zijn wijsheid steeds dezelfde voorbeelden. Aartsen kletst echter uit zijn nek en weet totaal niet waar hij het over heeft. Want er is niet te weinig aandacht en waardering voor volkscultuur.

Aartsens kijk op de kunst is eveneens van een verbijsterende onkunde en verschoond van elk historisch besef. Hij slaat zo vaak de plank mis dat hij met zijn uitspraken vooral de vraag oproept wat hij eigenlijk van kunst weet. Hoeveel onkunde en domheid is er in de VVD-fractie verzameld? Is opera niet juist de ultieme uiting van volkscultuur? In het artikel “Expecting Rain”: Opera as Popular Culture?’ citeert auteur John Storey uit ‘Getting Opera: A Guide for the Cultured but Confused’ van Matt Dobkin: ‘Mijn punt is in de kern, schuif de hele strijd tussen hoog en laag opzij. Wees zeker niet bang voor opera omdat de een of andere kracht het schaapachtig heeft geconstrueerd als het ultieme in verfijning. Opera is van oudsher een populaire kunstvorm die bedoeld was om gewone mensen te vermaken. Laat dat je niet storen, en laat een of andere nerveuze klassieke nerd je niet anders vertellen’. Of laat een populist van de VVD die erg in de war is over kunst je niet anders vertellen.

Verslaggeving Nederlandse media over Mueller-rapport stemt tot nadenken over middelen en gestelde eisen aan correspondenten

with 5 comments

Nederlandse media hebben het moeilijk in hun kleinschaligheid. Wereldwijd moeten correspondenten verslag doen van kwesties waar ze onvoldoende kennis van hebben, maar hun hoofdredactie verwacht toch een verslag. Hoewel ze zich snel in kunnen lezen is dat oneerlijk en zou zoiets niet van deze journalisten geëist moeten worden. De hoofdredactie zou deze correspondenten óf van voldoende middelen moeten voorzien óf minder van hen moeten verlangen. Een hoofdredactie kan in alle redelijkheid niet verlangen dat een correspondent zich naast alle andere lopende zaken tot in de details verdiept in een specialistische kwestie die raakt aan juridische en constitutionele finesses, en complexe aspecten van geopolitiek, nationale veiligheid, contraspionage en partijpolitiek en ook nog eens tot een evenwichtige en kwalitatief hoogstaande duiding komt. Dat is vragen om ongelukken zoals bovenstaande video van RTL Nieuws aantoont.  Het gaat om het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller dat in mei 2017 begon en nog niet volledig is afgerond.

In de VS media zijn het specialisten die hierover op televisie, op blogs en in kranten het debat vormgeven: juridische hoogleraren, oud-aanklagers, oud-medewerkers van de inlichtingendiensten, politici die lid zijn van commissies op het onderzoeksgebied dat Mueller onderzocht en vakjournalisten die zich uitsluitend hiermee bezighouden. In debatten met elkaar zetten ze de puntjes op de i. Het springende punt is niet zozeer dat de Nederlandse media niet kunnen tippen aan dat niveau en zich noodgedwongen grotendeels baseren op deze opiniemakers, maar van de weeromstuit net doen alsof ze ook kundig zijn. Ze spelen Amerikaantje. Maar dat blijft vorm en buitenkant. Hoe dat kan ontsporen bleek toen de Nederlandse journalisten in de dagen na 24 maart de VS media napraatten en de fout ingingen toen de VS media die ze volgden ook de fout ingingen. Mijn reactie bij de video:

De commentator mist de essentie van de conclusies van de door minister Barr geredigeerde versie van het Mueller-rapport als hij zegt dat de conclusie ‘no collusion’ is, en die conclusie ook terecht is. Zijn weergave van de feiten en de duiding ervan kloppen niet.

Zijn conclusie is om zes redenen onjuist:

1) het team van de speciale aanklager heeft het niet over ‘collusion’ omdat dit geen juridische term is, maar over ‘conspiracy’. Dus samenzwering. Uit het ontbreken van ‘conspiracy’ kan men niet afleiden dat er geen sprake van ‘collusion’ is. Voorbeeld, als iemand van een zwaar misdrijf wordt vrijgepleit betekent dat niet dat die persoon van een lichter misdrijf wordt vrijgepleit. Iemand die geen moordenaar is kan toch een inbreker zijn. Barr en Trump schreeuwen van de daken dat Mueller zegt ’no collusion’, maar zowel letterlijk als volgens de strekking van het rapport zegt Mueller dat geenszins.

2) de twee componenten, te weten ‘conspiracy’/‘collusion’ en ‘obstruction’ hangen hecht samen. In het Mueller-onderzoek volgt het een uit het ander. Concreet, de obstructie door Trump zadelde Mueller met inhoudelijke en juridische beperkingen op waardoor hij over de ‘conspiracy’ niet tot conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump gedetailleerder, ruimer en ongetwijfeld vernietigender geformuleerd had kunnen worden. Ofwel, Trump heeft het onderzoek in hoge mate gefrustreerd door tegenwerking zodat Mueller geen voldoende data kon verzamelen om tot een afrondende conclusie over ‘conspiracy’ te komen.

3) naast het onderzoek door de speciale aanklager naar het criminele gedrag van Trump en zijn medewerkers bevat het onderzoek ook een ‘counterintelligence’ component die vanwege de gevoelige aard ervan geheim is, door de FBI wordt uitgevoerd en niet publiekelijk wordt gepubliceerd. Deze component gaat met name om de vermeende samenzwering van Team Trump met het Kremlin. Gezien de aard van dit ‘conterintelligence’ onderzoek dat nog gaande is en inzoomt op de relatie van Team Trump met het Kremlin zijn daar naar verwachting de meest verregaande conclusies over ‘conspiracy’ te verwachten.

4) uit de vele aanklachten door Mueller van de afgelopen 22 maanden van Russen, maar ook Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort is nauwgezet af te leiden dat er een hoge mate van samenwerking en verstandhouding was tussen leden van Team Trump en vertegenwoordigers van de Russische overheid.

5) het Mueller-rapport mag op dit moment veel publiciteit trekken, maar is niet het enige onderzoek dat tegen Trump loopt. Er lopen nog tientallen andere onderzoeken naar allerlei aspecten van de criminele handel en wandel van Trump en zijn bedrijven. Met name het onderzoek door de procureur van het Southern District of New York (SDNY) waar Trumps zakenimperium is gevestigd wordt voor Trump als gevaarlijker beschouwd dan het Mueller-onderzoek. Het SDNY benadert de Trump organisatie met zogenaamde RICO-wetgeving die in het verleden ook werd ingezet tegen maffia-organisaties die uiteindelijk ontmanteld werden. Dat lot wacht Trumps organisatie ook. Het onderzoek spitst zich toe op de samenwerking van Trump sinds de jaren ’80 met de Russische maffia en witwaspraktijken, bankfraude en belastingontduiking door de Trump Organisatie bij de verkoop van vastgoed. Die samenwerking met Russische en andersoortige vertegenwoordigers uit de invloedssfeer van de vroegere Sovjet-Unie is een duidelijk geval van ‘collusion’. Feitelijk valt het buiten het Mueller-onderzoek, maar gezien de beperkingen in zijn opdracht heeft Mueller onderdelen van het onderzoek ondergebracht bij lokale procureurs.

6) de opdracht aan Mueller voor zijn onderzoek was beperkt en betrof de criminele en andersoortige relaties van Trump met de Russische overheid. Daarnaast was Mueller in zijn mandaat niet autonoom, maar afhankelijk omdat hij resorteerde onder het ministerie van Justitie en verantwoording af moest leggen aan de top van dat ministerie. Zoals hij in zijn rapport aangeeft hing zijn positie aan een dun draadje. Dat was gedurende lange tijd onderminister Rod Rosenstein en sinds enkele maanden minister William Barr. Beide Republikeinen, zoals Robert Mueller en vele andere hoofdrolspelers in dit onderzoek ook Republikeinen zijn. De strekking van Muellers onderzoek was dus relatief beperkt evenals zijn zelfstandigheid om het onderzoek uit te voeren. Daarnaast is de wetgeving met name waar het de onaantastbare positie van een zittende president betreft, waarmee Mueller en zijn team te maken hadden, zo streng en was de taakopvatting van Mueller zo hoog en vol redelijkheid dat hij de lat heel hoog heeft gelegd om te concluderen dat er geen sprake van ‘conspiracy’ was. Maar het feit dat Mueller om diverse redenen niet besloot om Trump aan te klagen voor ‘conspiracy’, wil nog lang niet zeggen dat hij geen aanwijzingen voor ‘conspiracy’ heeft gevonden. Laat staan dat Trump zou zijn vrijgepleit van het ruimere begrip ‘collusion’.

Beschouwingen over onze beschaving naar aanleiding van de brand in de Notre-Dame laten ons naar onszelf kijken. Voor even

leave a comment »

De brand in de Parijse Notre-Dame heeft heel wat krachten gemobiliseerd. De spin kwam van alle kanten om het eigenbelang te dienen. Van de Franse president Emmanuel Macron, de katholieke kerk of radicaal-rechtse krachten zoals onderstaande activistische journalist van De Telegraaf die in een tweet de brand een symbool noemde ‘voor onze vermoeide beschaving’. Ik zie daarin het schoppen door alt-right en ultrarechts tegen de westerse beschaving (Baudet: ‘journalisten, cultuurmakers en academici ondermijnen onze cultuur’) die averechts werkt. Het verzwakt die beschaving. De brand in de Notre-Dame drukt ons met de neus op het feit wat de oorsprong, kracht en kern van de westerse beschaving is. Ook voor niet-christenen van belang. Het laat zien wie de vijanden ervan zijn: de nationaal-populisten en rechts-radicalen die zeggen de beschaving te willen redden, maar die in werkelijkheid afbreken. Dus laten we het spiegelen en Duk en de andere rechtse inwoners van Dukstad vragen waarom ze zo graag grossieren in ondergangsfantasieën en zand in de motor van de westerse beschaving willen strooien om op de puinhopen ervan in een vage toekomst hun raszuiver paradijs op te bouwen. Of is Duk tot inkeer gekomen en beseft hij eindelijk wat hij bezig is kapot te maken?

Het is opmerkelijk dat de brand van een iconische kathedraal de afgelopen dagen tot zulke beschouwingen over ‘de‘ of ‘onze‘ beschaving leidde. Dat komt nog zelden voor. Niet toevallig werd er uitgebreid verslag over gedaan in de Amerikaanse en Britse pers waar het sterke besef bestaat dat de lokale politiek de weg kwijt is.

Dat alleen al was een blijk van hunkering naar het vinden van gemeenschappelijke waarden met West-Europa. Hier moest blijkbaar een punt gemaakt worden, namelijk dat ‘we’ in de westerse democratieën (VS, Canada, EU-lidstaten en overige West-Europese landen, Australië, Nieuw-Zeeland) onvoldoende beseffen wat we in handen hebben en we ons af laten leiden door krachten die de beschaving bedreigen. Van buitenaf en van binnenuit. Hoewel ieder daar weer een eigen, specifiek vijandbeeld voor uit de kast haalt. Maar voor even werd de bedreiging als universeel gezien en was de overpeinzing erover mythisch. Totdat het onderscheidend werd wat of wie dat dan wel was en het debat weer afdaalde tot platte politisering of belangenbehartiging. Waaraan we graag ontsnappen omdat dat zo vervelend, voorspelbaar, vermoeiend, geestdodend en contraproductief is.

De boodschap die uit de berichtgeving kan worden gelezen is er een van ontevredenheid en gemiste kansen. Maar het bevat ook het verlangen om terug te keren naar iets wat was. Zo zit er er voor iedereen wel wat bij.

Foto 1: Paul Klemann, ‘De oceaan ontspring onder de ‘Notre Dame’’, Tekening met kleurpotlood en gouache verf, 2002. (Eigen collectie).

Foto 2: Tweet van Wierd Duk van 15 april 2019 (via posting op FB-account van Mihai Martoiu Ticu).