George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Populisme

Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet

with one comment

Sommige rechtse christenen hebben een verknipt beeld van linkse politiek en het secularisme of geven daar op z’n minst in de publiciteit een verknipt beeld van. Dat secularisme reduceren ze tot goddeloosheid of de cultuur van de dood en gebruiken ze vervolgens als excuus om radicaal-rechtse politici te omarmen of op z’n minst welwillend te bejegenen. Een goed voorbeeld van die mentaliteit geeft bovenstaand citaat uit een opinieartikel van Johan van den Brink. Hij is secretaris van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP.

De titel luidt ‘Christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’. Maar een titel die beter past bij het uitgangspunt van Van den Brink die zichzelf profileert als rechtse christen zou zijn ‘Rechtse christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’. Dat verbinden is trouwens een ongelukkig gekozen en vaag begrip. Het is wat anders als de moderniteit naar het christendom wordt gebracht of het christendom naar de moderniteit. Dat eerste kan op een oppervlakkige wijze en hoeft de kern van het christendom niet te raken.

De tegenstelling die Van den Brink benoemt is om meerdere redenen misleidend en ondeugdelijk. Talloze linkse politici van het type Jan Pronk of Lilianne Ploumen zijn gelovig en staan haaks op dat beeld van goddeloosheid. Predikant en theoloog Willem Banning was een van de oprichters van de PvdA. Joop den Uyl groeide op in een gereformeerd milieu, nam afstand tot het geloof, maar bleef in zijn handelen een calvinist.

Rechts kan niet het alleenrecht op het christendom claimen. Het is onhebbelijk en weinig christelijk van rechtse christenen om linkse christenen of linkse niet-christenen goddeloosheid te verwijten. Van den Brink doet evenmin moeite om het secularisme uit te leggen. Het secularisme is geen anti-religieuze filosofie die de goddeloosheid, de cultuur van de dood of het atheïsme promoot, maar een politieke filosofie die strikt neutraal staat tegenover alle levensovertuigingen en godsdiensten. Het secularisme staat identiek tegenover zowel christendom, humanisme als nihilisme en bevordert noch marginaliseert het een of het ander.

Complicatie van het soort tamelijk gesloten of hermetische teksten van Van den Brink is de dubbelhartigheid ervan die beredeneerd vanuit polemische redenen dient om vanuit het jargon en de bescherming van de eigen kring andersdenkenden hard en straffeloos aan te vallen, maar vervolgens daar niet echt op aangesproken wil worden. Uiteindelijk verschanst Van den Brink zich in zijn eigen jargon en logica, en lijkt hij moeilijk bereid tot een open debat. Van den Brink wil zijn boodschap verzenden. Zijn overtuiging is zijn wetenschap.

Met de opkomst van ‘een zelf-geproclameerde politieke messias op rechts’ verwijst Van den Brink naar een discussie in het RD. Dat begon met een verslag van een symposium in Gouda over christelijk onderwijs. De leider van Forum van Democratie Thierry Baudet nam daar aan deel. Bart Jan Spruyt zei over Baudet: ‘Ik was, zoals ooit Johannes de Doper, in jouw ogen de wegbereider. En jij een soort van messias’ en ‘Ben jij Thierry, degene die komen zou, of verwachten wij een ander?” Ben jij, na mensen als Bolkestein of Fortuyn, de man bij wie het conservatieve gedachtegoed in goede handen is en die er politiek resultaat mee gaat boeken, of niet?’ In rechts christelijke kring wordt niet eenduidig gedacht over de messiaanse rol die Baudet zichzelf toemeet.

In een opinieartikel ging Daniël de Klerk frontaal in tegen de suggestie dat christenen of christelijk onderwijs iets te winnen hebben bij Baudet: ‘Onder christenen lijkt zich een patroon af te tekenen waarin Baudet wordt gezien als voorvechter van christelijke normen en waarden. Ik denk dat dit niet het geval is, maar dat er sprake is van een verzoeking.’ En: ‘De vruchten van Baudet, zijn woorden en houding, lijken niet de vruchten te zijn van een hart dat oprecht de Heere Jezus zoekt. Het lijkt er veelmeer op dat het Baudet welgevallig is om christenen van meer conservatieve denominaties ertoe te verleiden om op hem te stemmen, zonder dat hij oprecht geïnteresseerd is in de Schepper. Als wij niet opletten, zal hij velen van ons christenen verleiden.

Daar komt nog iets bij dat ermee te maken heeft of Baudet wel een conservatief is of eerder een populist die zich vermomt als conservatief. Het lijkt er niet op dat Baudet de messias van het conservatisme, laat staan van het christendom is. Zoals Trump dat evenmin is die de felste tegenstanders vindt onder conservatieven die vinden dat hij de kernwaarden van het conservatisme heeft versjacherd. Baudets populisme gebruikt het conservatisme als marketing. In Nederland worden religie of religieuze cultuur steeds minder relevant. De dominante waarden komen steeds losser te staan van religie of godsbeeld. Ariejan Korteweg vat dat denken waarin rechtse christenen en populistische politici samen optrekken samen in een ‘verslaggeverscolumn’ in de Volkskrant: ‘Ineens zie ik iets ontstaan: bij gebrek aan christenen moet nu de cultuurchristen de strijd aangaan met het cultuurmarxisme. Je hoeft niet in God te geloven om hem aan je zijde te vinden.’

Zo ontstaat door de samenwerking van rechtse christenen met populisten een christendom dat in de kern haaks staat op christelijke waarden. Vele traditioneel conservatieve christenen zien dat als een val waar christelijke kerkleiders niet in moeten trappen. De situatie in de VS is een waarschuwing voor Nederlandse christenen wat de effecten van die samenwerking zijn. Auteur Peter Wehner is daarover duidelijk in een artikel in The Atlantic. Hij weerspreekt de analyse Johan van den Brink die meent dat rechtse christenen over onder ander familiewaarden in een existentiële strijd met links (‘wicked liberals’) betrokken zijn. Wehner: ‘Er is een hoge prijs voor onze politiek voor het vieren van de Trump-stijl, maar wat voor mij persoonlijk het meest pijnlijk is als een persoon van het christelijk geloof, zijn de kosten voor de christelijke getuige. Nonchalant overboord gooien van de ethiek van Jezus ten gunste van een politieke leider die de ethiek van Thrasymachus en Nietzsche omarmt – macht maakt goed, de sterken moeten over de zwakken heersen, gerechtigheid heeft geen intrinsieke waarde, morele waarden zijn sociaal geconstrueerd en subjectief – is verontrustend genoeg.’

Rechtse christenen zijn niet eensgezind of eenduidig in hun omarming van Baudet. Zelfs Van den Brink of Bart Jan Spruyt houden slagen om de arm, maar laten in hun achterhoofd geconditioneerd de strijd tegen de vermeende goddeloosheid en cultuur van de dood van links zwaar tellen. Daniël de Klerk is wel eenduidig en wijst de pogingen van Baudet af om in het gevlei te komen bij rechtse christenen. Op de achtergrond tekent zich het morele failliet af van witte, Amerikaanse evangelicals die de politiek én het anti-christelijke gedrag van Trump omarmd hebben met als gevolg dat jongere generaties zich definitief van het christendom afkeren. Dat versnelt de ontkerstening. Dat is de waarschuwing. Rechtse christenen hebben zich laten zich verleiden door populisten met als gevolg dat hun geloof om politieke redenen op de morele vuilnishoop is beland.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘Christelijke politiek kan zich niet verbinden aan moderniteit’ van  Johan van den Brink in het RD, 2 juli 2019.

Foto 2: Tweet van 5 juli 2019 in antwoord op Ariejan Korteweg.

Advertenties

Raab zegt dat Boris Johnson kwetsbaar is omdat hij makkelijk te karikaturiseren valt als ‘afkomstig van de bevoorrechte elite’

leave a comment »

Dominic Raab is een van de zes overgebleven kandidaten in de race voor het leiderschap van de Conservatieve partij. Hij wordt als radicaler dan koploper Boris Johnson gezien. Kandidaten zetten de aanval op elkaar in. Dat heeft het risico dat ze elkaar tot aan de grond toe afbranden en zo concurrenten publiciteitsmateriaal geven bij algemene verkiezingen. In de VS viel in de race voor de presidentskandidaat afgelopen week de aanval van Beto O’Rourke op koploper Joe Biden op. Beto noemde Biden een ‘terugkeer naar het verleden’. Daarmee geven de Democraten Trump munitie. In het VK is het niet anders, Labour kan straks de vruchten plukken en die in haar campagne plakken. Het is de paradox van open verkiezingen voor het partijleiderschap.

Bij harde aanvallen kunnen dus andere partijen profiteren. Dat speelt op de achtergrond bij zo’n verkiezing. Hoe ver gaan de concurrenten? Want in de toekomst moeten ze weer samenwerken. Zo’n aanval was dat Raab Johnson een kandidaat noemt die makkelijk gekarikatureerd kan worden als ‘afkomstig van de bevoorrechte elite’. Raab zegt niet met zoveel woorden dat Johnson dat is, maar dat hij in de beeldvorming het risico loopt zo genoemd te worden. Omdat Raab dit zelf naar buiten brengt oogt dat halfslachtig. Is volgens Raab Johnson nou wel of niet ‘afkomstig van de bevoorrechte elite’? The Guardian volgt in bovenstaande kop exact wat Raab zegt waardoor een dubbelzinnige kop ontstaat. Want erin kan zowel een aanval als een verdediging door Raab van Johnson gelezen worden. Maar uit het artikel blijkt wel degelijk dat het een aanval van Raab op Johnson is. Des te meer omdat Raab zichzelf afbeeldt als de zoon van een vluchteling die niet als Johnson op een dure eliteschool als Eton heeft gezeten. Raab raakt met zijn kritiek op Johnson aan een raar fenomeen van de campagnes voor de Brexit, namelijk dat leden van de bevoorrechte elite als Johnson en Nigel Farage zich hebben omgekat tot woordvoerders van het volk, maar feitelijk de belangen van de elite waar ze nog steeds deel van uitmaken behartigen. Dominic Raab probeert Johnson zijn vermomming af te rukken. Of dat lukt zullen we komende weken zien in het moddergooien tussen de kandidaten voor het leiderschap van de Tories.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikelBoris Johnson too easily caricatured as ‘privileged elite‘, says Raab’ in The Guardian, 15 juni 2019.

Trilemma van Rodrik wijst voor de EU op de keuze voor nationale soevereiniteit en democratie ten koste van de interne markt

leave a comment »

Omdat er nog een economische rechtvaardiging ontbrak aan de politieke analyse verwijs ik in aanvulling op mijn commentaar over het Marshallplan 2.0 naar bovenstaande video van hoogleraar internationale politieke economie Dani Rodrik uit 2011. Rodrik is bekend geworden door de formulering in 2007 van zijn trilemma: ‘It says that democracy, national sovereignty and global economic integration are mutually incompatible: we can combine any two of the three, but never have all three simultaneously and in full. Dit trillemma komt erop neer dat de hyperglobalisering waarin banken en multinationals eenzijdig de macht hebben gegrepen wordt teruggedraaid ten gunste van de opwaardering van de nationale (en zelfs lokale) soevereiniteit en democratie.

In de EU is als gevolg van de globalisering en het opdringen van machtige spelers spanning ontstaan tussen de dominantie van de interne markt én het concurrentievermogen en de evenwichtigheid van de economieën van de afzonderlijke EU-lidstaten. Zoals de ‘linkse’ Britse hoogleraar economie Philip Whyman aan de hand van Rodriks gedachtegoed in een aflevering van VPRO’s Tegenlicht benadrukt is de Britse economie ‘zwaar uit balans’ (na 25’) met een te grote financiële industrie en een te kleine maakindustrie. Binnen de interne markt wordt die tendens eerder versterkt dan afgezwakt. Brexit lijkt voor het VK de enige manier om dat proces te stoppen omdat de EU de nationale staten niet de ruimte biedt om dat principe van de interne markt af te zwakken door ruimte te scheppen voor het versterken van de concurrentiekracht van de nationale staten.

Simpelweg gezegd zorgt de interne markt van de EU voor diversificatie en specialisatie ten koste van spreiding en binnenlandse harmonisatie. Dit aspect van economische politiek van de Brexit blijft in de discussies erover grotendeels onderbelicht, hoewel linkse economen en politici het wel noemen als pro-Brexit argument.

De driedeling is de volgende: 1) In aanvulling op een Marshallplan 2.0 voor de EU dat opteert voor het herstel van de verzorgingsstaat en een strenger migratiebeleid moet 2) de economische politiek van de EU aangepast worden door de dominantie van de interne markt -die een vorm van globalisering is- af te zwakken zodat in het trilemma van Rodrik ruimte ontstaat voor nationale soevereiniteit en democratie en 3) de supranationale krachten die op dit moment de interne markt ‘in bezit’ hebben genomen teruggedrongen worden en de zeggenschap over de economie weer verschuift naar de nationale politiek. Er dient streng voor gewaakt te worden dat de globale machten niet in de vermomming van nationale krachten terugkeren. Lokale initiatieven vanuit de basis kunnen dit bemoeilijken door het model van onderop te voeden. Een belangrijk neveneffect is dat deze aanpak van de hyperglobalisering die de (neo)-liberalisering tackelt motivatie, programma en nieuwe zin geeft aan het sociaal-democratisch gedachtegoed waarbij de factor arbeid wordt opgewaardeerd.

De reset van de economische politiek van de EU die het oppergezag van de interne markt terugschroeft heeft als doel om a) de hyperglobalisering van de Europese economie terug te dringen, b) de economie weer in handen van de nationale politiek te leggen, c) de verstorende, ontregelende invloed van de globalisering en de over grenzen heen opererende multinationals en financiële instellingen die daar verantwoordelijk voor zijn terug te dringen ten gunste van nationale (en lokale) producenten en dienstverleners, e) de levensvatbaarheid en flexibiliteit van de EU te verhogen en f) de centrumkrachten die in een strijd gewikkeld zijn met de links-populisten en rechts-populisten instrumenten in handen te geven om het politieke initiatief terug te nemen.

Ideeën voor een Marshallplan 2.0 dat verzorgingsstaat herstelt en een nieuw migratiebeleid ontwerpt. Kern is het besef van urgentie

with 3 comments

De Groene biedt een interessant interview van Lex Rietman met de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos over Europa. Het gaat me er niet om of wat hij zegt klopt, maar vooral tot welke ideeën de gedachten van De Souza Santos leiden. In bovenstaande passage heeft hij het over het Marshallplan dat in 1948 in werking trad en achteraf als een succes wordt gezien. Tegelijk was het ook een middel van de VS om West-Europa binnen de eigen invloedssfeer te houden. Vraag is of dat in een andere vorm herhaald kan worden in een Marshallplan 2.0 en onder welke voorwaarden dat dan moet. Dat is een vraag naar de noodzaak voor zo’n integraal plan. Want als het er eenmaal is dan kan het mits goed uitgevoerd succesvol zijn. Maar hoe, door wie, waarom en onder welke randvoorwaarden en met welke afgrenzing moet het opgetuigd worden?

Sinds 1948 is er veel veranderd. Het belang van Europa en het Europees-Amerikaans bontgenootschap neemt af en los van het huidige bewind van president Trump zijn de VS politiek, economisch en cultureel niet meer zo dominant als 70 jaar geleden. Landen als China en India zijn aan een opmars bezig. Maar toch, nog steeds zijn de VS en de EU de machtigste economische blokken ter wereld. Ze hebben elkaar ook in cultureel opzicht nog steeds veel gemeenschappelijks te bieden. Is er nu geen ‘onderprestatie’ en ‘onderwaardering’ van een in potentie goede samenwerking? Complicatie is dat er in zowel de VS als de EU economische krachten over grenzen heen zijn, zoals multinationals en financiële instellingen die hun eigenbelang stellen voor het algemeen belang van de VS en de EU. Die krachten moeten in een Marshallplan 2.0 teruggedrongen worden.

Ik heb het Marshallplan altijd begrepen als een project dat opgetuigd werd door de Amerikaanse regering om West-Europa van het communisme te redden én van Europa een afzetmarkt voor de Amerikaanse economie te maken. Maar ook om Europa cultureel te binden aan de VS. Het lamgeslagen Europa van 1948 zit in 2019 in een betere positie, hoewel dat anders lijkt door een sfeer van defaitisme die het oude continent teistert.

Het is nu een wat ideeën-arme periode in Washington, Londen en Brussel, maar als over enkele jaren de waan van de dag wat is uitgewoed en daar weer capabele leiders aan de macht zijn dringt wellicht het besef door dat door de opkomst van het rechts-populisme in landen als Italië, Polen, Hongarije, Zweden, Duitsland, het VK en Frankrijk een nieuw overkoepelend plan nodig is om dat te counteren. Een extra zet kan de afnemende populariteit van de Russische president Putin en het einde van zijn termijn als president in 2024 geven.

De optie is een Marshallplan 2.0 dat niet uitgaat van het communisme dat Europa bedreigt, maar van de middelpuntvliedende krachten van het rechts-populisme dat de EU wil ontmantelen. Zonder dat populisten een masterplan hebben voor hoe het dan wel moet. Terwijl in 1948 de kern van het toenmalige Marshallplan de wederopbouw van Europa was, kan de kern van Marshallplan 2.0 de reconstructie van de verzorgingsstaat en het verbeteren van sociaal-economische factoren zijn. Zoals de aanpak van belastingontwijking, inkomensongelijkheid en de herwaardering van arbeid boven kapitaal. Dat neemt het rechts-populisme de wind uit de zeilen. Een aanwijzing hiervoor is de motivatie van de Britten om voor de Brexit te stemmen. Hoofdoorzaak was de afbraak van de verzorgingsstaat door de regering Cameron. Als ijkpunt kan worden teruggegaan naar de verworvenheden die bestonden aan het einde van de 1970s voordat het neoliberalisme van Thatcher en Reagan leidend werd en het sociale contract tussen overheid en burgers verbroken werd.

Het gaat om het besef van urgentie. Daar draait alles aan. Dat is de inschatting van wat we hebben, wat we kunnen verliezen en hoe we dat verlies kunnen voorkomen. De analyse wordt al vele jaren gemaakt dat de afbraak van de verzorgingsstaat en het opdringen van het casino-kapitalisme van multinationals en financiële instellingen voor samenlevingen schadelijk is. De ongelijkheid neemt toe en de sociale cohesie neemt af. Maar vervolgens gebeurt er niks. Omdat het bedrijfsleven sinds 1980 de macht heeft gegrepen en de politiek in de zak heeft zal het die macht nooit vrijwillig afstaan. Er zijn echter ook stemmen binnen het bedrijfsleven die van mening zijn dat de privatisering en afbraak van de verzorgingsstaat te ver is doorgeschoten. Zij moeten aan boord worden genomen om de urgentie voor het Marshallplan 2.0 in eigen kring te bepleiten.

Opzet is een fors, integraal plan van aanpak dat grensoverschrijdend is, de economie politiseert en de politiek de-ëconomiseert en de centrum-linkse en centrum-rechtse partijpolitiek weer instrumenten geeft om de kiezers te binden aan de hand van een redelijk egalitair programma dat de verzorgingsstaat restaureert en de immigratiepolitiek tijdelijk stabiliseert. De aanpak hoeft niet gericht te zijn tegen rechts-radicale en links-radicale partijen die vijandig staan tegenover de EU en de universele waarden. De aanpak moet het positieve benadrukken en ook de hoop en verwachting van de wederopbouw reconstrueren. Onderdeel daarvan is ook een culturele opleving, ambitie en zelfvertrouwen waarbij de Europese kunst en cultuur weer centraal komen te staan en een hoofdrol is weggelegd voor kunst, taal en geschiedenis van de afzonderlijke landen. Als er frictie bestaat met de cultuur en economie van de VS of tussen de afzonderlijke Europese landen onderling hoeft dat binnen het plan niet opgelost te worden omdat er genoeg gemeenschappelijke grond overblijft.

De migratie van buiten de EU moet tijdelijk opgeschort worden om te komen tot een beleid dat past bij emigratielanden die per land zelf voorwaarden stellen aan wie ze wel of niet binnenlaten. De instroom moet beter gecontroleerd worden en afgestemd worden op de behoeften van de ontvangende landen. Toegang tot sociale voorzieningen of toegang tot rechten kan hierbij een rol spelen als fysieke afbakening onmogelijk lijkt. Daarna moet een nieuw overkoepelend immigratiebeleid binnen de EU in werking treden dat is gemodelleerd naar de Amerikaanse, Canadese en Australische voorbeelden waarbij het ontvangende land eenzijdig de voorwaarden stelt. Stabilisatie is een voorwaarde voor integratie. Maar de EU-lidstaten spreken wel af om uitgaande van een beleid vol compassie met elkaar verantwoordelijk te zijn voor de ontvangst van migranten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel‘We moeten de kapitalistische overheersing ter discussie stellen’’ in De Groene, 5 juni 2019.

Foto 2: Affiche van het Marshallplan, Collectie NIOD.

Waarschuwing en angst voor rechts-populisten werkt averechts omdat het hun macht vergroot. En hun zwakte buiten beeld laat

with one comment

De paradox van de gevestigde journalistiek, maar ook van veel gebruikers van sociale media is dat ze met hun waarschuwingen tegen het rechts-populisme of de populisten het omgekeerde bereiken van wat ze bedoelen. Ze menen verslag te doen van een feitelijke situatie, maar schieten in hun alarmeringen hun doel voorbij. Wie grasduint op online media of op Facebook, Twitter of blogs ziet hoe het werkt. Waarschuwingen tegen wat rechts-populisten, rechts-nationalisten, rechts-radicalen, alt-right of Nieuw Rechts wordt genoemd zijn immens. Maar het werkt averechts omdat het de invloed van deze populisten er onevenredig groot op maakt.

In het studiogesprek legt de ‘Europese journalist’ Alex Taylor dit voor het Verenigd Koninkrijk uit. Als de hevig verdeelde Conservatieven en Labour buiten beschouwing worden gelaten, dan blijkt dat er bij de Europese Verkiezingen meer kiezers stemden op anti-Brexit dan op pro-Brexit partijen. Maar wie de afgelopen week de media en sociale media heeft gevolgd loopt grote kans uitsluitend het succes van Nigel Farage en de Brexit Party uitgemeten te hebben gekregen. Dat de LibDems en de Greens volgens opgave van het Europarlement met de regionale partijen en Change UK samen een hoger percentage (39,31%) scoorden dan de Brexit Party en UKIP (33,96%) wordt nauwelijks in de media gesignaleerd. En ook niet gebruikt om de golf van rechts-populisme die Europa zou overspoelen te relativeren en minder bedreigend te noemen dan die werkelijk is.

In Nederland wordt al enkele jaren gewaarschuwd voor Thierry Baudet en zijn FvD terwijl hij in de Tweede Keer sinds 2017 twee zetels van de 150 inneemt. Maar wie de Nederlandse media volgde leek FvD een belangrijke, grote partij die volop aandacht verdiende. Hetzelfde geldt voor de Britse Nigel Farage die met UKIP en nu de Brexit Party weliswaar in het Europees Parlement is vertegenwoordigd waar hij paradoxaal genoeg tegen ageert, terwijl hij in het Lagerhuis niet vertegenwoordigd is. Wordt het geschreeuw van de populisten door de media niet uitvergroot en worden ze niet gewichtiger gemaakt dan ze redelijkerwijs aan aandacht verdienen?

De nationaal-populisten of hoe ze ook genoemd worden zetten handig de gevestigde media in voor het vergroten van hun macht. De media en de thuisgebruikers op sociale media doen wat de populisten willen dat ze doen. Sinds 2014 worden we doodgegooid met waarschuwingen voor president Putin en zijn agressieve politiek in Oekraïne. Dat jaagt angst aan en vergroot de macht van zo’n autoritaire leider die uitsluitend aan de hand van een vermeende sterkte wordt afgemeten. Dat zaaien van angst is precies wat de populist om twee redenen wil. Het maakt de macht groter dan die werkelijk is en leidt af van de zwakte. Want wat grotendeels ongenoemd blijft is dat een leider als Putin nooit de steun van een meerderheid van de bevolking achter zich heeft gekregen in vrije, eerlijke verkiezingen. Het volk tolereert uit onmacht zijn greep naar de macht. In zekere zin geldt dat ook voor president Trump die in zijn campagne van 2016 als geen andere kandidaat vrije publiciteit van de gevestigde media kreeg, maar het zelfs bij de verkiezingen af moest leggen tegen zijn tegenstander die drie miljoen stemmen meer kreeg. Door het bijzondere kiessysteem won Trump toch.

Uiteraard zijn er ook nationaal-populisten die wel op een min of meer eerlijke en open manier verkiezingen hebben gewonnen, zoals Modi in India, Salvini in Italië of het PiS (Prawo i Sprawiedliwość) in Polen. Maar hun gang naar de macht gaat wel vergezeld met intimidatie, manipulatie van de beeldvorming, het op een zijspoor zetten of belemmeren van de oppositie en het oprekken van de rechtsstaat door de rechterlijke macht voor eigen doeleinden in te zetten. In Hongarije zijn de verkiezingen van de rechts-populistische Viktor Orban door het kapen van de publieke opinie en de instituties daarom nauwelijks nog eerlijk te noemen. Zoals gezegd zijn er in de Russische Federatie onder president Putin nog nooit niet gemanipuleerde verkiezingen gehouden.

Wat is de les die we moeten trekken? Laten we ons ervan bewust zijn dat media de zuurstof van de populisten zijn. Gevestigde en sociale media. Ze proberen gebruik maken van de media en die voor hun karretje te spannen. Als ze de macht hebben veroverd bestendigen ze die door intimidatie, manipulatie en misleiding. Beeldvorming en afschrikking zijn hun wapens. Als de macht nog moeten veroveren dan doen ze dat door angst aan te jagen voor wat komen gaat door bijvoorbeeld ondergangsfantasieën te schetsen of gebruik te maken van onze angst en verontwaardiging voor hun grofheid en op handen zijnde overtreding van de regels.

Het antwoord daarop is bezinning en het stellen van de volgende drie vragen: 1) wat is de concrete macht van de populist; 2) wat is het politieke programma van de populist en 3) welke positie die overeenkomt met concrete macht heeft de populist? De betrekkelijkheid van de populist is dat die uitsluitend kan gedijen door onze angst en verontwaardiging en alleen op die manier groot kan worden. De remedie is om ons niet bang te laten maken en telkens weer terug te gaan naar de realiteit en ons niet af te laten leiden door doemscenario’s of spookbeelden die de favoriete hulpconstructies van de populist zijn. Door voortdurend te waarschuwen voor de brutaliteit, de overtreding van het fatsoen, goede smaak of normen spelen we de populist in de kaart. Want daardoor benadrukken we de sterkte en vergeten we de zwakte van de populist. Dat werkt averechts.

Wie herhaalt Kreins kritiek op Trump door in Nederland afstand te nemen van Baudets ontvankelijkheid voor racistische ideeën?

with 2 comments

Een relletje over Baudet die in een recensie van de roman Sérotonine van Michel Houellebecq in American Affairs Journal oordelen invoegt die niet direct uit het te bespreken werk volgen, maar er in elk geval wel zijdelings mee te maken hebben. De grens van de recensent die bespreekt en de recensent die zijn eigen mening invoegt is niet duidelijk te trekken. Fictie en non-fictie lopen door elkaar heen in deze recensie. Begrijpelijk voor een politiek tijdschrift waar het niet in de eerste plaats gaat om de literatuur, maar om de ideeën en het gedachtengoed die daar in uitgedrukt worden. Vraag is of daar ook grenzen aan zijn te stellen.

American Affairs is een conservatief politiek tijdschrift dat eens per kwartaal verschijnt en in 2017 opgericht werd door Julius Krein. Het begon als pro-Trump, maar na de rally in Charlottesville in augustus 2017 keerde Krein zich publiekelijk af van Trump in een opinieartikel in de New York Times van enkele dagen later met de duidelijke titel: ‘Ik stemde voor Trump. En ik heb er spijt van.’ In het citaat hierboven neemt Krein afstand van Trump als hij zegt: ‘Het is nu duidelijk dat we onszelf voor de gek hielden. Of de heer Trump is oprecht sympathiek tegenover David Duke types [= voormalig voorman van de KKK], of hij is zo stom dat hij totaal niet in staat is om van zijn ergste fouten te leren. Hoe dan ook, hij blijft zijn felste critici gelijk bewijzen.’

Het is onduidelijk of Baudet Kreins kritiek op Trump volgt en afstand van de Amerikaanse president heeft genomen. Omdat er overeenkomsten zijn tussen Trump en Baudet is het niet ondenkbaar dat Kreins kritiek op Trump ook op Baudet van toepassing is. Reken maar na, Trump en Baudet werden allebei door de gevestigde media aan vrije publiciteit geholpen waarbij hun trivialiteiten en persoonlijk leven centraal stonden en de kritiek op hun politieke denkbeelden doorgaans ontbrak. Ze presenteren zich als apolitieke politici en buitenstaanders. Trump spoorde racisten aan en normaliseerde ze door ze op een lijn te stellen met de critici ervan. Baudet doet hetzelfde, hij doet zelf geen racistische uitspraken, maar spoort degenen die dat wel doen aan. Zo blijft hijzelf buiten schot, maar geeft zijn achterban het signaal waar hij echt voor staat. Baudet en Trump eten van twee walletjes. Critici missen zo een aangrijpingspunt omdat ze het zelf niet hebben gezegd. Het is de politiek van de glibberige mening die veinst en zichzelf door vaagheid beschermt tegen aanvallen.

Een andere overeenkomst tussen Trump en Baudet zijn de meelopers. Hoewel er ook een verschil is, want Trump heeft als levenslange New Yorkse Democraat de Republikeinse Partij overgenomen. Baudet heeft zelf een partij opgericht. Maar alleen door deze opportunisten, meelopers en baantjesjagers kunnen Trump en Baudet hun macht vestigen. De Derk Jan Eppinks, Paul Cliteurs of Robert de Haze Winkelmans wisselen van partij en politieke overtuiging vanwege de kansen die het groeiende Forum voor Democratie biedt waar bestuursfuncties, en zetels in Europarlement. Eerste Kamer of Provinciale Staten zijn te vergeven.

Het wachten is op een Nederlandse Julius Krein die afstand neemt van de denkbeelden van Baudet en toegeeft hem verkeerd te hebben ingeschat omdat hij in de kern een racist is. Niet dat het voor de korte termijn zoveel uitmaakt omdat Baudets achterban zich toch nauwelijks door argumenten laat sturen, maar zweert bij emoties en slachtofferschap. Maar  het verschil maakt het partijestablishment van Forum voor Democratie. Een vis moet in het water kunnen zwemmen, zoals een politieke partij niet kan zonder voetsoldaten en luitenanten. Als dat beseft door wat voor monsterlijke ideeën Baudet gestuurd wordt en zichzelf eens goed afvraagt of het zich daar mee kan verenigen als ‘fatsoenlijke burger’ en ‘democraat’, dan is de betovering doorbroken.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelI Voted for Trump. And I Sorely Regret It.’ van Julius Krein in The New York Times, 17 augustus 2017.

Rector van Leidse universiteit zet FvD’er Paul Cliteur voor de keuze: steunt hij Baudets uitspraak dat de universiteit ons ondermijnt?

with 8 comments

Paul Cliteur (wiens achternaam bij mensen die die voor de eerste keer horen al snel een reactie van gegiechel en gêne oproept) is medewerker van de Leidse Universiteit en wordt door de Leidse rector magnificus Carel Stolker aangesproken op zijn steun voor het standpunt van Thierry Baudet die laatst in zijn apocalyptische overwinningstoespraak na de provinciale verkiezingen zei ‘dat universiteiten ons ondermijnen’. Het is nu niet zijn naam, maar het standpunt van Cliteur dat gêne oproept. Hoe kan hij als universiteitsmedewerker laten passeren dat de leider van de politieke partij waarvoor hij in de Eerste Kamer gaat zitten dit in volle ernst zegt, zonder daar kritisch op te reageren. Verraadt Cliteur hiermee niet zijn alma mater waar hij en ook Baudet onnoemelijk veel aan te denken hebben? Waarom spugen Cliteur en Baudet in eigen bron?

Als Cliteur die docent is aan de Leidse universiteit de stelling onderschrijft ‘dat universiteiten ons ondermijnen’ , dan is het begrijpelijk dat rector magnificus Carel Stolker vraagt of Cliteur dat kan toelichten. Mare geeft in een artikel de details. In zijn verdediging maakt Cliteur het er alleen nog maar erger op als hij zegt dat hij best een afwijkende mening mag hebben ‘in’ wetenschap. Dat staat echter niet ter discussie en is niet het breekpunt. Het gaat erover dat Cliteur een afwijkende en dissidente mening heeft ‘over’ wetenschap.

Met Cliteurs stilzwijgende steun voor het standpunt van Baudet (‘we worden ondermijnd door onze universiteiten’) positioneert hij zich tegenover de universiteit, neemt daar afstand van en steunt de aanval vanuit de politiek op de Nederlandse universiteiten. Geen enkele organisatie is een knip voor de neus waard als het dat ongenoemd laat passeren. Stolker moet vanuit zijn functie reageren. Hij is aangenomen om het belang van de universiteit te dienen. Dat wordt hier bedreigd door Baudet en zijn sycofant Cliteur.

Cliteur moet als medewerker aan de universiteit kleur bekennen. Hij dient te erkennen of hij de aanval van Baudet steunt. De keuze is aan Cliteur: kiest hij voor de universiteit of de partijpolitiek. Het is slappe hap als hij net doet alsof er niets aan de hand is. Want er is wel degelijk iets aan de hand door de aanval van Baudet.

Een universiteitsmedewerker als Cliteur die niet ondubbelzinnig wenst op te komen voor de organisatie waar hij in dienst is, moet zich goed beraden of hij bij die organisatie nog wel iets te zoeken heeft. Als hij niet beseft dat hij niet te ver af kan wijken van de regels die de letter en de geest van de universiteit vormen, dan plaatst hij zichzelf buiten de orde. Dan kiest hij door zijn wegkijken en bagatelliseren tegen de universiteit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRector: Cliteur moet afstand nemen van Baudets uitspraak over “ondermijnende universiteiten”’ van Vincent Bongers voor Mare, 3 mei 2019.