George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Populisme

Aanmerking bij artikel ‘Syrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ van Belgische vredesbeweging

with 4 comments

Bovengenoemd artikelSyrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ op Vrede.be trok mijn aandacht. Ik vond het warrig en onevenwichtig. In een reactie die ik op de FB-post van Vrede.be plaatste leg ik uit waarom ik dat vind. Er valt ook nog op een andere manier naar het artikel te kijken. Voor de overzichtelijkheid heb ik dat buiten genoemde reactie gelaten. In de gevestigde media krijgen radicaal-rechtse media veel aandacht. Terecht. Maar een gevolg daarvan is wel dat radicaal-linkse media wat onder de radar blijven en onderbelicht blijven. In feite is echter wat Vrede.be zegt niet anders dan wat wordt gezegd op rechts-nationalistische of rechts-populistische (sociale) media. In het publieke debat verdienen beide kanten van de medaille dezelfde mate van aandacht, kritiek en weerlegging van hun standpunten en zelfs weergave van de feiten. Mijn reactie:

Uiteraard heeft Syrië geen bommen, maar vrede nodig. Weinigen zullen het met dat standpunt oneens zijn. Het gaat er alleen om hoe die vrede afgedwongen kan worden. Ofwel, hoe kan de vrede de strijdende partijen opgelegd worden? Daar heeft vooralsnog niemand een afdoend antwoord op. Goede bedoelingen en verantwoording zijn onvoldoende om in Syrië iets te veranderen.

Syrië is een speel- en proeftuin van landen die er hun wapensystemen testen en hun geopolitieke doelen trachten te bereiken. Zo dient Syrië als middel voor de vluchtelingenstroom naar EU. Die stroom zaait verdeeldheid tussen EU-lidstaten. Dat verzwakt de EU en versterkt de belangen van staten die de EU willen verzwakken. Zo kan als politiek middel de kraan met vluchtelingen uit Syrië naar Europa gereguleerd worden. Degenen die de kraan bedienen hebben er belang bij dat de oorlog voortduurt.

Het vacuüm van de VS dat is ontstaan door het halfslachtige isolationisme van president Trump wordt opgevuld door de Russische Federatie. De VS is voor olie tegenwoordig zelfvoorzienend door de schalie-revolutie en heeft het Midden-Oosten niet meer nodig zoals vroeger. Dat heeft ook voor deze regio gevolgen. Het vroegere eigenbelang van de VS is omgeslagen in onverschilligheid. Vele landen zijn betrokken, Westerse landen en niet-Westerse landen, Arabische en niet-Arabische landen.

Het artikel is onnodig versluierend. Directe aanleiding ervoor is de aanval met kruisraketten op 14 april door de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op chemische installaties en opslagplaatsen van het Syrische leger. Het standpunt dat het een militaire operatie betreft is twijfelachtig. Door de relatieve kleinschaligheid en het uitblijven van een operationeel vervolg lijkt het eerder omschreven te kunnen worden als een politieke operatie met militaire middelen. De randvoorwaarde om geen menselijke slachtoffers te maken duidt erop dat het publicitaire karakter ervan voorop stond. De operatie was vooral symboolpolitiek, ofwel het tonen van spierballen in de publieke opinie. Daarvoor hadden de leiders van de drie westerse landen elk hun uiteenlopende redenen.

Het artikel wordt er verwarrend op als het verwijst naar een link van Airwars.org over het aantal slachtoffers van de Syrische oorlog, zonder het land te noemen dat volgens de grafiek ‘Coalition v Russia: Alleged civilian casualty events’ in 2018 de meeste slachtoffers heeft gemaakt: de Russische Federatie. Dat is op z.n minst onvolledig. Het artikel blijft het echter koppelen aan de actie van de drie westerse landen van 14 april die juist geen slachtoffers maakte. Het is onevenwichtig om een half verhaal met expliciete daders te noemen, maar het andere halve verhaal met andere daders ongenoemd te laten. Dan gaat journalistiek die zich onpartijdig opstelt over in het bewust sturen en misleiden van de beeldvorming.

Ja, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn niet echt begaan met het lot van de Syrische bevolking. Maar ja, dat geldt in dezelfde mate voor de Russische Federatie, Iran en een sjiitische beweging als Hezbollah. En zelfs voor het Syrische regeringsleger. Als een vredesbeweging pretendeert om een politieke en diplomatieke oplossing na te streven maakt het zich ongeloofwaardig door een onvolledige analyse te geven, een deel van de daders niet met naam te noemen en de slachtoffers verkeerd toe te wijzen.

Wat ontbreekt aan het artikel is evenwichtigheid. Als het Vrede.be echt om het bereiken van vrede in Syrië te doen is en niet om het vereffenen van een eigen politieke agenda, dan moet het niet schromen om het eigen vooroordeel ondergeschikt te maken aan een open blik op Syrië. Nu lijkt het er sterk op dat Vrede.be hetzelfde doet als wat de drie westerse landen op 14 april in Syrië deden: het gebruikt Syrië als middel voor het bereiken van een eigen politiek doel. Als het Vrede.be oprecht om het bereiken van vrede in Syrië te doen is, dan kan het partijpolitieke spelletjes beter achter zich laten.

Foto 1: Schermafbeelding van artikelSyrië heeft geen bommen nodig, maar vrede!’ op Vrede.be, 16 april 2018.

Foto 2: Grafiek ‘Coalition v Russia: Alleged civilian casualty events’ op Airwars.org.

Advertenties

Relatie ras en IQ: FvD speelt agressief op de aanval en gaat voorbij aan wat het zegt

with 3 comments

Het rechtse De Dagelijkse Standaard (DDS) is Forum voor Democratie (FvD) gunstig gezind. Dat vertaalt zich in verslaggeving waarbij partijleider Thierry Baudet steevast wordt afgeschilderd als een sterk leider die het als een Robin Hood tegen de rest van de politiek opneemt. Zoals in een verslag van Tim Engelbart over een verkiezingsdebat in Amsterdam. Maar de werkelijkheid is dat Baudet juist geen standvastig leider is, maar een politicus die steeds weer op uitspraken terugkomt. Mijn reactie die ik aan DDS heb aangeboden:

Partijleider Thierry Baudet nam in een recent openbaar gesprek met Femke Halsema geen afstand van de relatie tussen ras en IQ. Baudet heeft de kans laten lopen om afstand te nemen van racistische denkbeelden waarmee de partijtop van FvD wordt geassocieerd. Baudet heeft wind gezaaid en oogst nu storm. Dat heeft hij volledig aan zichzelf te wijten.

De Amsterdamse nummer 2 van de partij Yernaz Ramautarsing neemt nu met veel misbaar afstand van zijn uitspraken die hij in een Brandpuntplus-uitzending van juni 2016 deed: ‘Door IQ-testen weten we het gemiddelde IQ van bevolkingen. En wat blijkt? Er is een verschil in IQ tussen volkeren. Dat is wetenschappelijk bewezen’.

Of de relatie tussen ras en IQ wetenschappelijk bewezen is, is echter nog maar helemaal de vraag. Ramautarsing neemt dat veel te makkelijk als waar aan. Zijn uitspraak dat dit wetenschappelijk bewezen is of de uitspraak van Baudet in het gesprek met Halsema dat hij zich niet in een wetenschappelijke discussie wil mengen, roept vooral vragen op over de onderbouwing van de claim. Baudet mengde zich overigens nog onlangs in een wetenschappelijk debat over het klimaat met weerman Gerrit Hiemstra. Waarom mengt Baudet zich niet in een wetenschappelijk debat over ras en IQ, maar wel over het klimaat? Klimaatdeskundige is Baudet niet, maar toch meende hij zich in deze wetenschappelijke discussie over het klimaat te moeten mengen. Over het onderwerp ras en IQ zou Baudet ineens belemmeringen zien om zich er wetenschappelijk over uit te spreken.

Maar het is nog een tikkeltje schever dan Baudet het voorstelt. Want op het wetenschappelijk bewijs waar Yernaz Ramautarsing naar verwijst is veel af te dingen. De relatie tussen ras en IQ is geen volgens een wetenschappelijke methode vastgelegde theorie die gefalsificeerd kan worden, maar vooral het resultaat van politiek activisme van de inmiddels overleden Canadese psycholoog John Philippe Rushton en de Amerikaanse psycholoog Arthur Jensen. Daarna overgenomen door hedendaagse activisten. Veelzeggend is dat Jensen voor zijn onderzoek werd gefinancierd door het Pioneer Fund dat een promotor van witte suprematie was. Op z’n minst valt te zeggen dat de bevindingen van Rushton en Jensen politiek gekleurd waren en hun gebruikte methodiek betwistbaar was.

Er kondigt zich binnen de top van FvD telkens een zelfde patroon aan. Er worden harde uitspraken gedaan waarvan het de vraag is hoe sterk ze onderbouwd zijn en of ze meer met verbeelding dan de werkelijkheid te maken hebben. Als er kritiek op die uitspraken komt dan treedt binnen de top van FvD een verdedigingsmechanisme in werking en nemen de beeldbepalende politici van FvD geen verantwoordelijkheid voor hun uitspraken. Ze leggen de schuld bij degene die FvD aanklaagt en lopen weg voor wat ze eerder zo stellig beweerden.

Of de media hebben het verkeerd begrepen of stellen de standpunten van FvD bewust verkeerd voor. Of de andere politieke partijen zouden met hun ‘partijkartel’ FvD buiten de kern van de macht willen houden. Of FvD heeft het niet serieus bedoeld, de uitspraak was als grap of provocatie bedoeld. Of FvD kiest de aanval en ontkent wat het zelf heeft gezegd. Zoals Yernaz Ramautarsing nu doet die blijkbaar is vergeten dat wat hij in de uitzending van Brandpunt zei is vastgelegd.

FvD verliest hiermee aan geloofwaardigheid. Want zelfs voor de sympathisanten van deze partij kan er op een gegeven moment een grens aan de leugens komen. Kiezers houden van harde standpunten en een partij die daar standvastig voor blijft staan en zelf verantwoordelijkheid voor neemt. Zoals Geert Wilders consequent met zijn uitspraken over de islam doet. Men kan het er om politieke redenen mee oneens zijn, maar het is wel volhardend en consequent, en geeft in zekere zin betrouwbaarheid voor de kiezer. Bij de PVV weet de kiezer waar de partij voor staat. Bij FvD is dat in steeds mindere mate het geval omdat FvD als de hitte in de politieke keuken te hoog wordt dreigt terug te komen op ingenomen standpunten.

De kiezer zal dat in zekere zin begrijpen omdat deze hoe dan ook geen hoge pet opheeft van politici die worden geassocieerd met de kunst van het bedrog, de leugen en de verbroken belofte. Maar door hieraan mee te doen verklaart FvD zich als een traditionele partij die onderdeel uitmaakt van het ‘partijkartel’ en waartegen het claimt zich te verzetten, en ondermijnt het de eigen betrouwbaarheid voor de kiezer.

FvD handelt in het omgaan met kritiek zoals president Trump doet of de Amerikaanse alt-right beweging. In een vlucht naar voren weerlegt het een doorgeprikte leugen met een nieuwe leugen die nog verder van de waarheid verwijderd is. Trump is in een jaar tijd al op 2000 leugens of misleidende claims betrapt. Dit soort confrontatie kan op de korte termijn een doelmatige tactiek zijn om een kern van aanhangers vast te houden, maar is ook een doodlopende weg omdat het kiezers kan afschrikken omdat ze beseffen dat FvD zich hiermee isoleert en buitensluit van de politiek.

Daarbij komt dat FvD op dit moment mentaal in de agressiestand blijft staan en niet zoals andere partijen de indruk geeft dat het het vermogen heeft om naargelang de politiek situatie te schakelen tussen verschillende spelsystemen. Bij een nieuwkomer kan dat in het begin als voordeel gezien worden, maar verkeert het in het nadeel als er gemanoeuvreerd moet worden om de eigen positie zo optimaal mogelijk te behartigen. Maar die weg heeft FvD dan afgesneden. De huidige onrust in de partij gaat ook over dat gebrek aan flexibiliteit en souplesse. Want net zoals bij voetbal het agressief op de aanval spelen niet altijd loont, is dat in de politiek niet anders.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVideo! Debat tussen Asscher en Baudet ontaardt in chaos; boze Yernaz Ramautarsing stormt het podium op’ van Tim Engelbart voor DDS, 10 februari 2018.

Nasleep van een commentaar over Café Weltschmerz. Met Hubert Smeets en Cees Hamelink. Stan van Houcke slaat wild om zich heen

with 2 comments

Op 1 februari 2018 plaatste ik het commentaarDe gevaarlijke onzin van Café Weltschmerz over de massamedia. Pretentie en morele hoogdravendheid van Van Houcke en Hamelink’ in reactie op een interview op het YouTube-kanaal Café Weltschmerz dat getiteld was ‘De gevaarlijke onzin van de massamedia; Stan van Houcke en Cees Hamelink’. Dat commentaar plaatste ik ook op YouTube en Stan van Houcke reageerde er weer op. Kortom, de aanleiding was in de kern een politiek verschil van mening van een politiek onderwerp. Precies waarvoor een publiek debat bedoeld is: uitwisselen van argumenten. Op de details ga ik hieronder in.

Het gaat over een interessant onderwerp dat me al jarenlang na aan het hart ligt en waarover uiteenlopende posities zijn in te nemen. Namelijk de kwaliteit van de westerse massamedia en in het verlengde daarvan de bejegening in het Westen van het bewind van de Russische president Vladimir Putin. Over de economisering van westerse media zijn harde kritische noten te kraken wat Cees Hamelink in zekere zin ook doet. Dit soort maatschappijkritiek is niet nieuw en blijft nodig. Maar het gaat erom of dat op een open manier gebeurt die de verwachting van het vinden van de waarheid in zich draagt of vanuit een gesloten wereldbeeld met de luiken dicht dat die zoektocht per definitie inperkt en daarom ook minder veelzeggend en valide maakt.

Zo staat in de anonieme toelichting bij genoemde video: ‘Daarnaast nemen de mainstream media elkaars gekakel voornamelijk over. Het maakt niet uit welke krant of tv programma je informeert maar je krijgt steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin.’ Dat is normatief en gekleurd. Dat gebrek aan onderscheidingsvermogen viel me als te kort door de bocht op en was een reden voor mijn commentaar. Het is onjuist dat westerse massamedia ‘steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin’ geven. Dat gaat voorbij aan de diversiteit van westerse massamedia die weliswaar overeenkomsten hebben omdat ze volgens identieke (markt)mechanismen opereren, maar ook operationele en redactionele verschillen kennen. Die framing lijkt dan ook niet zozeer te gaan om het vinden van een verklaring, maar om het geven van misleiding. Framing door Café Weltschmerz is op zijn beurt weer de framing van het interview met Hamelink.

Stan van Houcke stelde in zijn reactie dat mijn interventie te maken zou hebben met het feit dat ik een vriend van Hubert Smeets was. ‘That says it all’, voegt hij toe. Hamelink en Van Houcke beginnen hun interview met kritiek op enkele uit de context gelichte uitspraken van Smeets. Het pleit voor Hamelink dat hij die kritiek later in het gesprek relativeert. Het probleem is alleen dat ik geen vriend van Smeets ben, hem niet ken en nooit gesproken of ontmoet heb. Daarop reageerde van Houcke weer met de opmerking dat Smeets en ik ‘vrienden’ op Facebook zijn. Dat bedoelde hij dus, zonder dat te expliciteren. Van Houcke voegde er nog aan toe als een digitale detective dat hij er een foto van gemaakt had, ‘zodat het weinig zin heeft om het portret snel te verwijderen’. Waarom ik dat zou doen is me een raadsel. Dat mensen bevriend zijn op Facebook is naar mijn mening niet onderscheidend. Het betekent ook geenszins dat mensen identiek over een kwestie denken, hooguit dat ze een identieke belangstelling voor een onderwerp hebben waar ze elkaar in vinden. In dit geval dan Rusland en Oekraïne, zonder dat dat dus noodzakelijkerwijze tot gelijkschakelde opinies leidt. In elk geval heb ik Smeets’ ideeën hieromtrent niet scherp en weet ik niet in hoeverre ze afwijken van mijn opinies.

Van Houcke reageerde nogmaals door te zeggen dat ik de Russen haat. Waar hij dat op baseert is een raadsel omdat het onjuist is en ik zoiets nooit heb gezegd of voor mijn rekening zou willen nemen. Dat accent op afkomst en ras is juist waar Café Weltschmerz en de rechts- nationalisten van Forum van Democratie het patent op hebben, ik me niet mee associeer en niets mee te maken wil hebben. Zo ontspoort een debat bij een video op het YouTube-kanaal van Café Weltschmerz. Waar het om gaat wordt bij elke reactie onduidelijker. Van Houcke lijkt niet te willen overtuigen met argumenten, maar het vooral te doen om verwarring te zaaien. Dat vind ik jammer omdat ik met hem graag een debat aan de hand van de feiten wil aangaan. Mijn reactie:

U begeeft zich op een Mission Impossible en slaat wild om uw heen. Des te harder omdat u geen argumenten hebt en u die daarom maar uit uw verbeelding laat ontspruiten. U maakt zich hiermee in mijn ogen tamelijk belachelijk. Wat u zegt zegt vooral iets over uzelf.

U maakt een denkfout door te suggereren dat ik de Russen haat. Of dat ik Rusland zou haten. Los nog van het feit wat Hubert Smeets daarover zou denken en wat ik daar in hemelsnaam mee te maken heb. Ik haat de Russen niet en heb dat nooit ergens gezegd of zal dat ergens zeggen. Want het is niet zo.

Het is juist andersom. Ik haat de Russen of Rusland niet, maar wel het huidige bewind van Putin dat de Russen gijzelt, de nationale rijkdommen verkwanselt, geen rechtsstaat of democratie opbouwt en de Russen onderhorig en afhankelijk maakt. Ik hoop juist dat het de Russen en de niet-Russische inwoners van de Russische Federatie goed gaat en ze in de nabije toekomst hun land terug kunnen veroveren op de autocratie.

De passage over de Tweede Wereldoorlog en de procentuele schade van verschillende volkeren en staten is gebaseerd op onderzoek van historicus Timothy Snyder. Het is een vaststaand feit dat Oekraïne (Soviet Ukraine) relatief meer geleden heeft dan andere delen van de voormalige Soviet-Unie. Oekraïne was het doel van Hitlers veroveringsoorlog naar het Oosten, heeft in die oorlog meer geleden dan elk ander land inclusief Duitsland, kende relatief en absoluut meer gesneuvelde militairen die in het Rode Leger tegen de Wehrmacht vochten (meer dan andere Sovjet-republieken of Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS gecombineerd), en was niet nationalistischer of collaboreerde meer met het Derde Rijk dan andere landen.

Ik betwijfel of u een open debat wenst dat argumenteert aan de hand van de feiten. Mij lijkt dat de enige zinvolle benadering. U gaat ‘journalistiek’ de fout in als u de zogenaamde weerlegging van SU citeert uit een post op Sargasso en nalaat om vervolgens mijn antwoord aan SU te citeren. Daaruit blijkt dat het u niet om de feiten of het vinden van een historische waarheid te doen is. Dat antwoord luidt: ‘Ik zeg helemaal niet dat alleen inwoners van de door de Duitsers bezette gebieden deel uitmaakten van het Rode Leger. Ik zeg dat de Oekraïners naar verhouding meer hebben geleden dan inwoners van Sovjet-republieken die niet of niet geheel door de Duitsers werden bezet. Dat omvat dan militairen en burgerbevolking samen. Van alle Oekraïners overleefde zo’n 16% de oorlog niet. Op Wit-Rusland na dat nog meer in de frontlinie lag het hoogste percentage van slachtoffers binnen de Sovjet-Unie. Polen is als niet Sovjet-staat weer een ander verhaal.’ SU heeft hierop niet meer gereageerd.

Ik verbaas me erover dat wat gewone basale historische kennis is over de Duitse vernietigingsoorlog tijdens 1941-1945 u opvoert als een aberratie of een teveel aan sentiment. Als uw manier van opereren het verdacht maken van vaststaande feiten is, dan is dat uw keuze, maar het wordt er wel lastig op voor het publieke debat als u hiermee een normale uitwisseling van argumenten blokkeert en mij verdacht probeert te maken op valse gronden. Het wordt er zelfs potsierlijk op als u zich ook nog eens beroepsmatig als ‘journalist’ presenteert, terwijl uw gedrag daarmee in tegenspraak is. U lijkt nog steeds niet door te hebben dat u uzelf meer beschadigt, dan degene die u probeert aan te spreken. Stan van Houcke, u bent uw eigen collateral damage.

Foto: Schermafbeelding uit interview van Stan van Houcke met Cees Hamelink voor Café Weltschmerz, gepubliceerd op 30 januari 2018.

Waarom plaatst De Volkskrant de extreemrechtse, activistische, misleidende en slecht onderbouwde opinie van Derk Jan Eppink?

with one comment

De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.

Met zijn extreemrechtse opinies en verkeerde voorstelling van de feiten krijgt Eppink om onbegrijpelijke redenen steeds weer toegang tot de Nederlandse media en kan hij daar ongestoord en zonder redactionele disclaimer zijn onwaarheden verspreiden. Vraag is of de redacties van Nederlandse media niet beseffen wat het extremisme van Eppink inhoudt of dat ze wel degelijk weten dat hij aan misleiding en verspreiding van alternatieve feiten doet, maar hem desondanks in hun kolommen of programma alle ruimte geven.

Neem nou een afsluitende opmerking in Eppinks opinieLinks gezaaid, rechts gebaard’ dat vandaag op 31 januari 2018 onder de titel ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ in De Volkskrant werd geplaatst: ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika. Traditioneel links (socialistisch en groen) krimpt.’ Deze opinie is in strijd met de demografische indicatoren in de VS die exact op het tegendeel wijzen van wat Eppink beweert. Het zijn juist de Republikeinen die met een krimpende basis te maken hebben en niet de Democraten. Dat is een proces dat zich komende jaren voortzet. Het is al meermalen gezegd, Trump trekt zich terug op een krimpende basis van het electoraat dat onder de 40% is gezakt. De Democratische partij kan niet per definitie rekenen op een hoge opkomst van minderheden, hoewel dat bij recente verkiezingen in Alabama en Virginia wel het geval was.

Eppink is om politieke redenen een handelaar in wensdenken en misleiding. Hij stelt feiten bewust verkeerd voor en probeert daar voor Nederland iets uit te concluderen dat niet geloofwaardig is en op de werkelijkheid gebaseerd. Hij stelt de politieke werkelijkheid in de VS verkeerd voor en extrapoleert die verkeerde aanname naar Nederland. Als niet de Amerikaanse Democraten, maar de Republikeinen zich zorgen moeten maken over de steun onder het electoraat, waarom zouden Nederlandse progressieven zich dezelfde zorgen moeten maken als de Democraten die zich geen zorgen hoeven maken? Als noodgreep verwijst Eppink naar ‘links’ en ’socialistisch’, maar omdat dat wat anders is dan ‘progressief’ slaat dat zijn betoog dood. Hij is een politieke manipulator die zich bedient van een slechte argumentatie en begrippen als links en progressief bewust met elkaar verwart. Eppink vervuilt het publieke debat met zijn gekleurde opinies die zo aantoonbaar nonsensicaal en slecht onderbouwd zijn, dat het een raadsel is waarom De Volkskrant het meent te moeten plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelProgressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ van Derk Jan Eppink in De Volkskrant, 31 januari 2018. Met tweets.

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Kwestie Beatrix von Storch: Gevraagd, geen censuur door, maar toezicht op Facebook en Twitter

with 5 comments

Wat betreft de vrijheid van meningsuiting kan men niet principieel genoeg zijn. Het devies dat aan de 18de-eeuwse Franse schrijver Voltaire wordt toegeschreven ‘Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal tot het einde vechten om het je te laten zeggen’ (Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’au bout pour que vous puissiez le dire) behoort leidend te zijn in een volwassen democratie.

In een opinie-artikel voor De Dagelijkse Standaard besteedt hoofdredacteur Michael van der Galien aandacht aan de censuur door Facebook en Twitter van een uitspraak van de AfD-politicus Beatrix von Storch. Zij had zich in negatief uitgesproken over de politie in Keulen die informatie over de oudejaarsviering in diverse talen verspreidde, waaronder Arabisch. Zij had daarop in een tweet gezegd ‘Denkt u die barbaarse, islamitische, groepsverkrachtende mannenhorde zo tot bedaren te brengen?’ (Meinen Sie, die barbarischen, muslimischen, gruppenvergewaltigenden Männerhorden so zu besänftigen?). De tweet werd wegens ‘overtreding van regels’ verwijderd en Beatrix von Storch werd voor 12 uur van Twitter verbannen. En tot slachtoffer gemaakt.

AfD-medefractievoorzitter Alice Weidel mengde zich ook in het debat en nam Von Storch volgens een bericht in Die Welt in bescherming: ‘Het jaar begint met de censuurwet en de onderwerping van onze autoriteiten aan de geïmporteerde, plunderende, grijzende, geselinge, messtekende migrantenmenigten, waaraan we zouden moeten wennen. De Duitse politie communiceert nu in het Arabisch, hoewel de officiële taal in ons land Duits is.’ De laatste opmerking is onzinnig omdat overheidsdiensten in een pluriforme samenleving diverse talen gebruiken en dat niets te maken heeft wat de officiële landstaal is. Maar dat een nieuwe Duitse censuurwet (Netzwerkdurchsetzungsgesetz) tegen nepnieuws en haatspraak ondoordacht is, ongewenste effecten geeft en averechts werkt lijkt duidelijk. Het geeft radicalen extra munitie en vergroot de macht van de Amerikaanse techbedrijven. Een frontale confrontatie met Facebook en Twitter is nodig en niet een halfslachtige poging van overheden om het publieke debat in te perken. Tegen Von Storch en Weidel is door vele Duitsers aangifte wegens ophitsing gedaan. Precies het koren op de molen dat radicale partijen laat groeien. Mijn reactie:

Men hoeft het niet met de politiek van de AfD of Beatrix von Storch eens te zijn om toch de beslissing van Facebook en Twitter af te wijzen om Beatrix von Storch te censureren. Des te meer omdat het niets oplost en de macht van de techbedrijven eerder groter dan kleiner maakt. Terwijl de maatschappij juist om inperking van de macht van Silicon Valley vraagt omdat de bedrijven hun journalistieke verantwoordelijkheid niet wensen te nemen en daar door de overheid niet toe gebracht kunnen worden.

Ofwel, dit gaat niet over een vermeend kwalijke, radicaal-rechtse uiting van een Duitse partijpoliticus, maar over de macht van Amerikaanse techbedrijven als Facebook, Twitter en Google.

Dit soort censuur lost niets op, maar geeft wel in de beeldvorming het idee dat er iets opgelost wordt. Wat dus niet het geval is. Facebook, Twitter, Google en andere Amerikaanse techbedrijven volgen om opportunistische redenen altijd het beleid van de Amerikaanse regering en zijn niet onpartijdig.

Ze zullen daarom de economisch en politiek machtigen niet aanpakken, maar wel de minder machtigen. Zoals de AfD die als een zondebok dient. En als bliksemafleider voor maatregelen om de macht van de techgiganten in te perken. Deze censuur is symboolpolitiek en afleiding. Op verzoek van de machtige Israëlische regering worden echter wel onmachtige Palestijnse activisten van Facebook of Twitter verbannen. Zo gaat dat wereldwijd.

Censuur corrigeert niet het onrecht of trekt een ongelijkheid recht, maar vergroot de verschillen tussen de macht en de onmacht juist nog eens extra.

Als Beatrix von Storch op sociale media een politieke mening verkondigt die aanvechtbaar is, dan moet die niet gecensureerd, maar met een weerwoord bestreden worden. Zo ontstaat een open publiek debat waarin meningen botsen.

Europese overheden moeten zich niet verlaten op de zelfregulering van de Amerikaanse techbedrijven of ze zelfs een verzoek doen om samen te werken in het bestrijden van haatspraak of onwelgevallige uitingen, maar juist inzien dat deze bedrijven selectieve belangen hebben die niet gelijk op lopen met het ontstaan van een dynamisch, open publiek debat.

Het is niet Beatrix von Storch die aangepakt moet worden, maar de techbedrijven die haar censureren en geheimzinnig doen over hun beweegredenen en economische belangen, en selectief zijn in hun zelfregulering die afhankelijk is van dat economisch belang en totaal niet met grondrechten te maken heeft of daar vanuit beredeneerd wordt.

Wat nodig is, is niet censuur door Facebook en Twitter, maar toezicht op Facebook en Twitter.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHonderden Duitsers doen aangifte tegen AfD-kopstuk Beatrix von Storch vanwege “volkophitserij”’ van Michael van der Galien voor De Dagelijkse Standaard, 3 januari 2018.

SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat

with 3 comments

Het Reformatorisch Dagblad plaatst vandaag een opinie-artikel van Dick Both, fractievoorzitter van de SGP in de gemeenteraad van Veenendaal. Het gaat over de aantrekkingskracht van populistisch rechts zoals dat in Nederland vertegenwoordigd wordt door PVV en Forum voor Democratie (FvD) op reformatorische christenen. Nu volgens Both de PVV ‘over haar hoogtepunt heen is’ richt die aandacht zich op FvD: ‘diverse signalen wijzen erop dat opiniemakers, jongeren en ouderen uit de gereformeerde gezindte met meer dan gewone belangstelling Baudet en zijn tweede man Hiddema volgen’. Both ziet het als dwaalweg voor reformatorische christenen om rechts-populisten te volgen omdat ze geen ‘Bijbels genormeerde politiek bedrijven’.

Both maakt een interessante observatie als hij opsomt waar de aantrekkingskracht van deze populisten voor zijn achterban uit bestaat: ‘Het is belangrijk om te begrijpen waar de aantrekkingskracht zit. Hierin wordt een duidelijke lijn zichtbaar als we de opiniemakers in hun uitingen volgen. Ze typeren zichzelf graag als conservatief. Met name het –vaak populistisch– ageren tegen immigratie, globalisering, verdergaande invloed van Europa en de islam is in hun bijdragen herkenbaar. Als alternatief worden de cultuurhistorische wortels en tradities van onze Nederlandse samenleving geschilderd. (..) Veel Nederlanders zijn bezorgd. Zeker ook christenen. Wie herkent de thema’s niet? De groeiende islamisering boezemt velen angst in.

Vervolgens doet Both jammergenoeg zijn betoog geweld aan. Hij geeft een betwistbare opvatting van zowel de secularisatie als de zogenaamde ‘joods-christelijke traditie’ die hij ten onrechte koppelt aan ‘het overboord zetten van allerlei historische waarden’. Vervolgens meent hij te begrijpen dat Baudet hier een terecht beroep op doet. Maar de secularisatie zet geen historische waarden overboord en de veelgeroemde ‘joods-christelijke traditie’ is een verzinsel dat door populistisch rechts groot is gemaakt in reactie op de opkomst van de islam. Die traditie heeft in homogene vorm nooit bestaan. Gezien de animositeit in reformatorische kringen jegens het jodendom zou Both met zijn achtergrond dat als geen ander moeten weten. Dit misverstand waarin Both meegaat geeft aan hoe diep de populistische talking points ook in reformatorische kring zijn doorgedrongen.

Het is een gemiste kans dat Both niet ingaat op de VS dat vergeleken met Nederland enkele jaren vooroploopt in politiek-filosofische ontwikkelingen. Daar is de wisselwerking tussen het conservatisme en rechts-populisme of de alt-right beweging al in een volgende fase beland. Terwijl in Nederland dat proces zich met de optimisme uitstralende Baudet nog naar een hoogtepunt lijkt te bewegen is daar in de VS de afgelopen maanden al een neergaande reactie op ontstaan. Verkiezingen in Virginia en Alabama hebben duidelijk gemaakt dat de conservatieven en conservatieve christenen afstand nemen van het rechts-populisme omdat het juist ingaat tegen de historische waarden van hun land. Het zijn vooral de jonge en goedopgeleide conservatieven die het populisme van Trump en Steve Bannon beginnen af te wijzen en eveneens afstand nemen van de Republikeinse partij waarin de historische waarden tot voor kort vertegenwoordigd waren.

Omdat Baudet zich oriënteert op Bannon en Trump en bij gelegenheid hun agenda kopieert kan de analogie nog verder getrokken worden. Iemand als Bannon heeft zich tot doel gesteld om de democratische instituties af te breken om vervolgens op de puinhopen ervan iets nieuws op te bouwen. Feitelijk een uit het marxisme geleend idee. Trump volgt hem daar halfslachtig in door te ageren tegen de inlichtingendiensten, de rechtsstaat, de democratie en het parlement, en zijn land gitzwart af te schilderen als moreel verzwakt dat een eindtijd verdient. Maar Trump bedient tegelijk het bedrijfsleven en de financiële instellingen die hem van sponsorgeld voorzien en die voor zichzelf betere voorwaarden opeisen op het gebied van regelgeving en belastingmaatregelen. Rechtlijnig is Trump niet in zijn ondergangsfantasie als hij het bedrijfsleven versterkt.

Dick Both citeert de christelijk-conservatieve publicist Bart Jan Spruyt die politici als Baudet typeert als ‘cultuurchristenen’. Overigens een mooie spiegeling van het begrip ‘cultuurmoslims’ dat doelt op niet belijdende moslims die vanwege nestgeur en sociale dwang niet openlijk afstand van hun oude geloof nemen. Spruyt: ‘Cultuurchristenen zijn mensen die christelijk denken zonder zelf christelijk te zijn. Ze kennen en waarderen de christelijke tradities en verdedigen die tegen de snode plannen van een ontwortelde elite.’ Opnieuw sluipt in een reformatorisch betoog een rechts-populistisch talking point, deze keer over de elite of het establishment dat zogezegd tegenover ‘het volk’ zou staan. Het geeft opnieuw aan hoe het populisme bezit heeft genomen van delen van de conservatief-christelijke gemeenschap terwijl die dat amper beseft.

Boths analyse verkeert in een electorale praatje voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 als hij euthanasiewetgeving erbij haalt en suggereert dat PVV en FvD ‘tegen het leven’ zijn. Both: ‘En dienen op zichzelf misschien aansprekende standpunten niet ondergeschikt gemaakt te worden aan ethische onderwerpen die lijnrecht ingaan tegen Gods Woord?’ Hij gaat zelfs zover om van Baudet en Wilders te zeggen dat ze ‘levensbeschouwelijk als volkomen seculier en goddeloos in het leven staan’. Dat is onzinnig omdat iemand die seculier is niet per definitie niet-christelijk is en tegen euthanasie zou zijn. Dat zuigt Both uit zijn duim. En waaruit blijkt dat iemand die ‘goddeloos’ in het leven staat niet tegen euthanasie zou kunnen zijn?

De conclusie over Boths betoog moet zijn dat het onevenwichtig is, de essentie en actualiteit van de wisselwerking tussen conservatisme en populisme mist en niet goed omkadert, en gemakzuchtig wegvlucht in partijpolitiek. Daar was het hem dus om te doen, namelijk om de schapen bij de kudde te houden en ze niet af te laten dwalen richting PVV of FvD. Dick Both neemt de kans niet te baat om breder te kijken of mist het perspectief om dat te doen. Zijn betoog was krachtiger geweest als hij de democratische instituties die in hoge mate door de gouvernementele bestuurderspartij SGP worden gerespecteerd centraal had gezet in zijn pleidooi voor het conservatisme. Dan was zijn opinie niet geëindigd met de voor dit onderwerp onbelangrijke tweedeling seculier/christelijk, maar met de tweedeling rechtsstatelijk/niet-rechtsstatelijk. Terwijl de actuele strijd binnen de westerse politieke systemen gaat om de instandhouding van de democratische instituties en steeds meer conservatieve christenen dat inzien en hun ethische zorgen over abortus, homohuwelijk of euthanasie terzijde schuiven, is Dick Both in Veenendaal nog druk bezig de vorige oorlog te voeren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSteun Bijbels genormeerde politiek in plaats van Forum voor Democratie’ van Dick Both in het Reformatorisch Dagblad, 14 december 2017.