George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Het Parool

Reactie op een opinie die het handelen van Britse regering billijkt: ‘Boris Johnson is de verkeerde man op de verkeerde plaats’

with 3 comments

Op de FB-pagina van Het Parool plaatste ik onderstaande reactie bij het opinieartikelBoris Johnson is de juiste man op de juiste plaats’ van Maurits Bredius van 11 september 2019. Het lijkt in strijd met de logica:

Na een aanloop met een min of meer objectieve schets van de recente geschiedenis ontspoort het betoog als Bredius op normatieve wijze stelt: ‘Een volstrekt onaanvaardbare uittredingsovereenkomst met een ‘backstop’- clausule, die Noord-Ierland voor onbeperkte tijd binnen de EU zou houden en een harde grens in de Ierse Zee zou betekenen.’ Bredius maakt in zijn betoog op geen enkele manier duidelijk waarom de uittredingsovereenkomst tussen de EU en de toenmalige regering May ‘volstrekt onaanvaardbaar’ is. De ‘backstop’- clausule is de logische voorwaarde om de belangrijke interne markt die een van de pilaren van de EU is te beschermen.

Hij gaat ook voorbij aan het feit dat de Britse politiek verdeeld is over zowel de gewenstheid om de EU te verlaten als de manier van uittreding. Ofwel, voor geen enkel voorstel voor uittreding was in het Lagerhuis in de afgelopen twee jaar een meerderheid te vinden. De uittredingsovereenkomst van toenmalig premier May met de EU is niet minder onaanvaardbaar dan andere manieren van uittreding.

Het is zo dat parlementsleden die tot nu toe (tot drie keer toe) tegen de uittredingsovereenkomst stemden in de afgelopen week hebben aangegeven deze keer voor te stemmen om niet alleen een No Deal uittreding als het geweld dat de regering Johnson de democratie en de rechtsstaat aandoet te stoppen. Ze aanvaarden dan de volgens Bredius ‘volstrekt onaanvaardbare’ backstop. Af te wachten valt of een meerderheid van het Lagerhuis straks eieren voor haar geld kiest en een onaantrekkelijke uittredingsovereenkomst met de EU aantrekkelijker vindt dan het schrikbeeld van een om zich heen slaande premier Johnson die doel en middelen verwart. Het is vergezocht om te veronderstellen dat Boris Johnson die altijd zo graag premier wilde worden zich nu alsnog voor het landsbelang opoffert.

Voor de duidelijkheid, het waren de harde Brexiteers (de ERG factie binnen de Conservatieve partij) die het hardste oppositie voerden tegen de deal van May met de EU. Ook Boris Johnson stemde met de ERG mee tegen May en EU. Schrijnend is dat de meerderheid van de 21 ‘gematigde’ Conservatieven die door Johnson vorige week uit de fractie zijn gezet wel voor de uittredingsovereenkomst van May met de EU stemde. Dat feit alleen al weerlegt Bredius’ suggestie dat de oppositie het VK ‘het liefste binnen de EU ziet blijven’. De oppositie is daarover verdeeld.

Bredius maakt het er niet helderder op als hij suggereert dat de opschorting van vijf weken van het Lagerhuis, dat vandaag door het hoogste Schotse hof in een uitspraak als onwettig wordt gekenmerkt, de democratie dient en niet beschadigt. Volgens hem dient het opschorten van de democratie de democratie. Als het kind met het badwater wordt weggegooid, dan viert Bredius het badwater als het kind.

Bredius komt opnieuw met een raadselachtige uitspraak als hij zegt: ‘Daarom besloot de oppositie om vervroegde verkiezingen pas goed te keuren als het te laat zou zijn voor Johnson om het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord uit de EU te leiden. Met dit standpunt geeft de oppositie blijk van weinig vertrouwen in de wijsheid van het Britse volk.’ Nee, de wijsheid van het Britse volk heeft er niks mee te maken en Bredius moet weten dat hij dit er aan de haren bijsleept. Prominenten van onder meer Labour, SNP en LibDems hebben aangegeven dat ze Johnson (en zijn strateeg Dominic Cummings) niet vertrouwen en daarom eerst het blokkeren van een No Deal uittreding per wet wilden voorkomen voordat er afspraken over verkiezingen zouden worden gemaakt. Overigens is de verwachting dat LibDems en SNP flinke winst zullen behalen in deze verkiezingen, dus zij hebben er geen belang bij om het uitschrijven van nieuwe verkiezingen te verhinderen.

Een ander misverstand is overigens dat er zoiets als een No Deal uittreding bestaat. Die bestaat in de praktijk niet omdat ook zonder de uittreding van het VK uit de EU er nog talloze afspraken over economie, handel, transport, nationale veiligheid en allerlei sectoren waardoor het VK en de EU-lidstaten samenhangen tussen het VK en de EU moeten worden gemaakt. Een No Deal uittreding van het VK uit de EU is dus hooguit tijdelijk een No Deal.

Aan de verklaring waarom de Brexit zo is ontspoord waagt Bredius zich niet. Hij keert zich te eenzijdig tegen de oppositie en de EU en verliest zo het perspectief uit het oog. Dat heeft niet zozeer te maken met het opereren van de EU, maar met de aard en het karakter van de Engelse politiek en de samenleving die leidde tot een dubbelhartige relatie tot de EU. Een kleine meerderheid van het nationalistische VK heeft zich nooit echt lid van de EU gevoeld en altijd afstand gehouden tot het ‘continent’, slechts het economisch profijt trok het VK aan. Onderschat evenmin het zelfbeeld van de Etoniaanse elite (Boris Johnson, Jacob Rees-Mogg, David Cameron) die in het land der blinden liever éénoog koning is, dan tweede viool in de grotere EU die door Frankrijk en Duitsland wordt gedomineerd.

Het tweede referendum van 2016 was met een nipte meerderheid van 51,9% een herroeping van het referendum van 1975 dat met een ruime meerderheid van 67,2% besloot voor toetreding tot (de voorloper van) de EU. Dat was een vertaling van dat Engelse sentiment. Het geeft aan hoe innerlijk verdeeld het VK is. Sociaal, regionaal en politiek. Dat de politiek zich aan het een en het ander niet kan onttrekken is de logica van de Brexit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBoris Johnson is de juiste man op de juiste plaats’ van Maurits Bredius in Het Parool, 11 september 2019.

Advertenties

Laatdunkendheid over complotdenkers leidt in kwestie Epstein tot blinde vlek bij gevestigde journalistiek die samenzwering uitsluit

with 3 comments

Ik heb geen goede woorden over voor een stuk van 12 augustus van Bas Soetenhorst in Het Parool. Ik vind het gemakzuchtig. Het tekent het spagaat van Nederlandse journalisten die op afstand staan van de Amerikaanse én de Nederlandse samenleving en in een Atlantisch niemandsland hun waar slijten. Hieronder geef ik mijn reactie weer die ik plaatste op de FB-account van Het Parool bij dit onderwerp. Links zijn toegevoegd.

Er is ook wel wat gebeurd, beste Bas Soetenhorst, namelijk de onverwachte, verrassende en de in-alle-gevallen-te-voorkomen dood van een van de meest spraakmakende personen van de VS met sterke lijnen naar de politiek. Het is als de bezwering in een theaterstuk dat herhaalt ‘DAT mag niet gebeuren’ met als uitkomst dat DAT waarvan iedereen weet dat het niet mag gebeuren uiteindelijk toch gebeurt.

Als dat dan gebeurt roept dat vragen op over een samenzwering. Want regels en afspraken van overheidsdiensten zijn geschonden en Epstein stond bekend als iemand die met geld de rechtsgang en personen die toezicht op de rechtsgang hadden manipuleerde, zoals in Florida in 2007 waar hij onterecht wegkwam met een lichte straf. Epstein heeft een spoor van onregelmatigheden nagelaten in het Amerikaanse rechtssysteem dat nog steeds niet volledig in kaart is gebracht. Waarom is het merkwaardig om te veronderstellen dat hij dat tot en met zijn dood heeft volgehouden?

Epsteins dood verdient een grondige en onpartijdige analyse en meer dan een stuk van een correspondent die dualistisch denkt in zwart-wit tegenstellingen, de feiten verkeerd voorstelt en zo zelf complottheorieën de wereld instuurt waar hij klaarblijkelijk zijn neus voor ophaalt alsof er wat smerigs aan de schoen van de ander kleeft, terwijl het zijn eigen schoen betreft.

Het is zeker zo dat er verschillende kampen zijn, te weten het Clinton en het Trump kamp die proberen de ander de zwarte piet door te schuiven. Waarbij het kamp Trump het hardst van leer trekt. Maar er is ook een derde kamp van onafhankelijke, neutrale hoogleraren, opinieleiders, journalisten en politici buiten de hoofdstroom van de partijpolitiek om die een rechtsstatelijke invalshoek kiezen. Wat trouwens te denken van progressieve Democraten en Never Trumpers conservatieven (type Max Boot, Bill Kristol, George Will) die zowel niks moeten hebben van Bill Clinton als Donald Trump? Uw dualisme komt niet overeen met de realiteit.

Het is onjuist dat Joe ‘Morning Joe’ Scarborough de schuld bij de Russische Federatie legt. Hij is zoals u weet een voormalige Republikeinse, conservatieve Huis-vertegenwoordiger uit Florida die samen met zijn toenmalige partner en huidige echtgenote Mika Brzezinski bevriend was met Trump, maar afstand van hem heeft genomen en zijn weerzin voor Trump niet verbergt. Scarborough schreef in een tweet op 10 augustus: ‘A guy who had information that would have destroyed rich and powerful men’s lives ends up dead in his jail cell. How predictably…Russian.‘ Daarop antwoordde Ben Norton: ‘Billionaire pedophile Epstein died, and this celebrity “journalist” immediately blames Russia, without a scintilla of evidence’. Daar antwoordde ik op: ‘Ben, you are a bad reader. Joe does not accuse the Russians of having killed Epstein, but concludes that it is a mo that Russians use. He is right in that because the Kremlin makes enemies disappear. Died under suspicious circumstances in the US: Sergei Krivov and Mikhail Lesin.’ Bas Soetenhorst is ook een slechte lezer die de nuance mist.

Soetenhorst gaat voorbij aan de rol van Justitieminister William Barr die in zijn handelen er de afgelopen maanden voor heeft gezorgd dat het wantrouwen jegens hem, president Trump en de overheid is toegenomen. Barrs rol is essentieel en kan in een serieus verslag niet ongenoemd blijven. Vastgesteld is dat Barr bij zijn eigenmachtige presentatie van het Mueller-rapport de bevindingen eruit verkeerd en onvolledig voorstelde om succesvol de publieke opinie te kunnen manipuleren. Zelfs media als de The New York Times en in Nederland de NRC trapten in de ’spin’ van Barr, wat me overigens in conflict met de NRC-Ombudsman bracht die ik lichtgelovigheid verweet en die me achteraf moest toegeven dat de berichtgeving in zijn krant niet optimaal was geweest. Als de gevangene Lewis Kasman in de gevangenis in Manhattan waar Epstein was opgenomen in de New York Post van 11 augustus 2019 verklaart dat hij met eigen ogen zag dat minister Barr twee weken geleden deze faciliteit bezocht, dan voedt dat het complot nog verder. Het is hoogst ongebruikelijk dat een minister een gevangenis bezoekt. Wat had Barr daar te zoeken?

Waar dient journalistiek voor? Het is uit uw artikel niet op te maken, Bas Soetenhorst. U maakt zich er makkelijk vanaf door de boevenstreken van Donald Trump tegenover de boevenstreken van Bill Clinton te zetten. Klaar, met een commentaar van een mediadeskundige als uitsmijter.

Nee, u verklaart niks en zet de relevante vragen in het verkeerde frame. Ja, er zijn complotdenkers, maar er zijn ook denkers die verder denken, maar vooralsnog een samenzwering niet uitsluiten. Daardoor vergeet u dat er onafhankelijke waarnemers en onderzoekers zijn die aan de hand van de feiten de waarheid boven tafel willen krijgen zonder met een partijpolitiek vingertje te wijzen of op voorhand de waarheid te weten. Wat een zorgvuldige journalist behoort te doen is een verklaring zoeken voor een verschijnsel dat vele vragen oproept. Laten we niet te snel tot conclusies komen, maar alle feiten onderzoeken. Schaamt u zich niet voor de ondertitel van uw stuk: ‘voer voor complotdenkers’ dat morele arrogantie combineert met intellectuele luiheid?

De vragen die op antwoord wachten zijn onder meer de volgende: Wie heeft Epstein geholpen bij het voorbereiden van de uitvoering van zijn daad, wie heeft gezorgd voor het beëindigen van het verscherpt toezicht en wie heeft ervoor gezorgd dat een celgenoot werd overgeplaatst? Daarover bestaan theorieën die niet over de zelfmoord zelf gaan. Ofwel, zonder hulp van buitenaf en met verscherpt toezicht had Epstein nooit zelfmoord kunnen plegen. Daar zijn de deskundigen die het reilen en zeilen van het Manhattan Correctional Center kennen het over eens. Ook als blijkt dat Epstein zelfmoord heeft gepleegd -wat waarschijnlijk is- is er nog geen antwoord op de vraag hoe en waarom hij zelfmoord kon plegen.

Het is gezien de grote belangen en de meedogenloosheid van Trump en Barr op dit moment niet uit te sluiten dat er sprake is van een samenzwering. Besef dat Trump zeer waarschijnlijk in de gevangenis belandt als hij in 2020 niet herkozen wordt en daarom alle middelen inzet om grip op Justitie te houden. Het gaat in deze kwestie niet om het ‘gewone’ type samenzwering van malcontenten, eenzame gefrustreerden en idioten met een aluminium hoedje op die de feiten laten volgen uit een eigen mening of een opgelegde mening van populistische media, maar om het type samenzwering dat een conclusie laat volgen uit de feiten en die raakt aan hogere politiek. Vergelijk het met de Iran-Contra-affaire of het Watergate-schandaal die uiteindelijk werkelijk bleken te zijn gebeurd. Dat bleek onder meer na onderzoek van journalisten.

Foto’s: Schermafbeelding van stukken uit het artikelDe dood van miljardair Jeffrey Epstein: voer voor complotdenkers’ van Bas Soetenhorst in Het Parool, 12 augustus 2019.

Zaanstad wil in 2021 een ‘Monetjaar’ houden. Niet voor de kunst, maar om het toerisme, de economie en de stadspromotie

with 2 comments

Gemeente Zaanstad wil in 2021 samen met verschillende partners uit de stad een ‘Monetjaar’ organiseren. Want in 2021 is het ‘precies 150 jaar geleden’ dat ‘de wereldberoemde Franse schilder de Zaanstreek bezocht’, aldus een nieuwsbericht van de gemeente. Wat een toeval dat het precies 150 jaar geleden is, toch?

Maar waarom grijpt Zaanstad terug op een bezoek van 150 jaar geleden van Monet aan de Zaanstreek? Wethouder cultuur en toerisme Sanna Munnikendam (uiteraard D66) geeft het antwoord: ‘Monet vond het Zaanse landschap prachtig. Hij heeft dit op zo’n unieke manier geschilderd dat het voor elke Zaankanter herkenbaar is. Dat is iets waar we met elkaar trots op mogen zijn. Het organiseren van een Monetjaar is een mooie manier om Zaanstad bekender te maken als aantrekkelijke stad om in te wonen en leuke dingen te doen. Dat is ook goed voor de groei van het aantal (inter)nationale toeristen die naar de Zaanstreek komen. En dat heeft weer een positieve invloed op onze lokale economie.’ Kortom, de marketing van kunst, of liever gezegd een 19de eeuwse Franse kunstenaar als glijmiddel voor economie, stadspromotie en toerisme.

Er zitten nog addertjes onder het gras zoals Patrick Meershoek in een artikel in Het Parool aanstipt. Want de gemeente Zaanstad die volgens wethouder Munnikendam zulke herkenbare schilderijen van de Zaanstreek heeft geschilderd heeft afgelopen jaren weinig moeite gedaan om werken van Monet te verwerven. Het Parool: ‘In het Zaans Museum op de Zaanse Schans hangt één echte: het werk De Voorzaan en de Westerhem, dat in 2015 voor 1,1 miljoen euro op de kop is getikt’. Die afwachtende houding van de politiek is herkenbaar.

Oud-wethouder Dennis Straat steelt de show in het artikel in Het Parool. Bij dit soort plannen komen altijd oud-wethouders om de hoek kijken die druk bezig zijn om plannen ’te ontwikkelen’. Straat heeft zoals dat in dit soort gevallen gaat ook een stichting opgericht. De naam? Uiteraard, de stichting Monet in Zaanstad. Ach, het vervolg is zo voorstelbaar dat het bijna  niet meer geschetst hoeft te worden. Enfin, voor de volledigheid dan maar. Straat: ‘Monet moet in de hele stad opduiken. We denken bij voorbeeld aan steigerdoeken met zijn werk langs de invalswegen. We moeten de claim van Monetstad stevig neerzetten. De kunst moet centraal staan, maar er is niets mis met een restaurant dat een Monetlunch aanbiedt.’ Nou, dat laatste viel al te vrezen.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtZaanstad wil in 2021 ‘Monetjaar’ organiseren’ van de gemeente Zaanstad.

Written by George Knight

20 mei 2019 at 17:34

Dommering schiet in de derde helft van kwestie-Ruf zijn opinie richting gemeentebestuur. Met welke organisatie en ambitieniveau?

with 2 comments

Kunstliefhebber en jurist Egbert Dommering geeft opnieuw zijn opinie in Het Parool over het Stedelijk Museum. Dat nieuwsmedium dat de medestanders van Ruf een podium biedt, zich pro-Ruf opstelt en op een gegeven moment zelfs in een proxy-oorlog met het Ruf-kritische NRC verzeilde. Dommering gaf eerder zijn opinie op 4 juni 2018. Een stuk vol aannames en lacunes, ondersteunend bewijs, maar geen ‘smoking gun’. Opnieuw richt hij zijn pijlen op het Amsterdamse gemeentebestuur dat hij beticht van machtsmisbruik.

Dommering herhaalt opnieuw de Parool-waarheid dat in juni 2018 de commissie-Eisma Ruf in een rapport van blaam gezuiverd heeft. Het valt te betwijfelen of dat klopt. Hij hanteert hierbij een eng-juridische opvatting en laat de ethiek buiten beschouwing. Want hoe kan het anders uitgelegd worden dat Ruf van de Zwitserse uitgeverij Ringnier tijdens haar dienstverband bij het Stedelijk een bonus van 1 miljoen Zwitserse francs kreeg en ook nog neveninkomsten van meer dan 100.000 euro per jaar? Waar waren in die jaren de toezichthouders die ongemakkelijke vragen stelden aan de directie? Zagen directie en Raad van Toezicht niet gewoon elkaars fouten door de vingers om voor zichzelf meer ruimte te bemachtigen? Dat is niet van blaam gezuiverd zijn, dat is verwijtbaar gedrag en aangewende passiviteit door de instructies bewust te negeren.

Dommering maakt het deze keer nog bonter omdat hij zichzelf luid en duidelijk tegenspreekt door uit een langlopende ontwikkeling de actualiteit te laten volgen. Van de ene kant vraagt hij zich terecht af wat het toch is waardoor het Stedelijk hapert (‘Hoe komt het dat de staf zich telkens tegen de artistieke directeur opstelt? Zit het artistiek-commerciële management wel goed in elkaar?’), maar van de andere kant keert hij zich opnieuw tegen het gemeentebestuur en lijkt een lans te willen breken voor de sponsors en geldgevers.

Vooral dat laatste is mal. Dommering weet toch dat het vooral de coterie van multimiljonairs in de Raad van Toezicht en de sponsors in de directe omgeving daarvan is geweest dat het Stedelijk in de problemen heeft gebracht? Het is verre van logisch om nu juist in die hoek de oplossing te zoeken. Het kan zijn dat het gemeentebestuur met een nieuwe burgemeester in de aanpak van het Stedelijk Museum niet voortvarend is en het vanwege hypercorrectie uit angst voor nieuwe ontsporingen te weinig ruimte geeft, maar dat betekent nog niet dat de oplossing voor de jarenlange stagnatie in het gebrek aan commercieel inzicht ligt. Eerder het omgekeerde lijkt het geval, er was een teveel aan verkeerd commercieel inzicht. De kritiek daarop klonk in de openbaarheid al in 2005. De multimiljonairs en ondernemers hadden het bij het Stedelijk voor het zeggen en hielden het museum niet aan zijn opdracht. Het is begrijpelijk dat een in zo’n 15 jaar scheefgegroeide situatie niet op korte termijn hersteld kan worden. Daarom is het ongeduld van Egbert Dommering voorbarig.

De twee sleutelwoorden om het verval van het Stedelijk Museum goed te begrijpen zijn ‘bedrijfscultuur’ en ‘ambitieniveau’. Het eerste was ontspoord en het laatste te hoog. Een ambitieniveau dat vergelijkbaar is met Museum Boijmans van Beuningen of het Haags Gemeentemuseum lijkt beter bij het Stedelijk te passen. Laat het Stedelijk eerst maar eens nationaal de toppositie pakken, voordat het internationale ambities probeert te volgen en ten onder gaat aan Mokumse bravoure. Door slim opereren en het inzetten van de eigen collectie kan het Stedelijk incidenteel best internationaal toonaangevende tentoonstellingen realiseren. En niet van gearriveerde kunstenaars met een groot commercieel belang waar nu eenmaal het budget voor ontbreekt, maar van aanstormende kunstenaars die vroegtijdig worden gescout en vastgelegd. Dommering heeft gelijk dat de juiste toepassing van de Code cultural governance geen handleiding voor het opzetten van een goede organisatie en bestuur is. Maar om het gemeentebestuur dat het ontspoorde museum uit de modder probeert te trekken te waarschuwen voor moreel puritanisme is een gotspe die oorzaak en gevolg opzichtig omkeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStedelijk is nog altijd beschadigd door affaire-Ruf’ van Egbert Dommering in Het Parool, 23 oktober 2018

Van Aartsen omarmt de compenserende neutraliteit van Cohen die Van der Laan bij het oud vuil zette. Met De Graaf als waterdrager

leave a comment »

Waarnemend burgmeester van Amsterdam Jozias van Aartsen (VVD) is de kleinzoon van Job Cohen (PvdA). Bij wijze van spreken. Dat zit zo, Cohen had in Amsterdam samen met Ahmed Marcouch een strategie ontwikkeld die compenserende neutraliteit werd genoemd. Het doel daarvan was het versterken van de sociale cohesie en het tegengaan van radicalisering. Een en ander spitst zich toe in de sector van de islamitische organisaties omdat daar de radicalisering het grootst is en de sociale cohesie het meest problematisch. Van Aartsen omarmt dat idee van compenserende neutraliteit in een raadsbrief van 21 juni.

Wie een strikte scheiding van kerk en staat voorstaat ziet problemen bij overheidsinitiatieven om religie als politiek instrument in te zetten. Een heilig boek kan nooit de overkoepeling zijn, de rechtsstaat wel. Daarmee neemt de overheid stelling en wordt het van onafhankelijke scheidsrechter van religies, levensovertuigingen en nihilismen dat het volgens de wet moet zijn tot actieve deelnemer die partij kiest. In dit geval voor de zogenaamde gematigde islam. Ook nog eens met het neveneffect dat het door de subsidiestromen een aanzuigende werking heeft op allen die van nature niet tot die zogenaamde gematigde islam behoren.

Job Cohen ondersteunde als burgemeester van Amsterdam onder veel kritiek het idee van ‘compenserende neutraliteit’. De overleden burgemeester Eberhard van der Laan volgde in 2010 Cohen op en kraakte diens idee om geloofsgemeenschappen om politieke redenen te ondersteunen. Bijvoorbeeld vanwege de claim dat zo de radicale islam bestreden zou worden. Het Parool concludeerde: ‘Voor Van der Laan zijn twee principes leidend: de staat mag geen kerkgenootschap voortrekken én zich niet inlaten met de inhoud van het geloof.

Van Aartsen beroept zich in zijn brief op de aanbevelingen in een ‘quick scan van de radicaliseringsaanpak door onderzoekers prof. B.A. de Graaf en D.J. Weggemans Msc’. De brief zegt onder meer: ‘De Graaf c.s. hebben aanbevolen het netwerk van sleutelfiguren om te vormen naar een breed en van onderaf opgebouwd netwerk van stadscontacten’ en ‘Het netwerk zal bestaan uit drie onderdelen: (..) ‘Maatschappelijke en religieuze organisaties’. De brief citeert uit de quick scan van De Graaf c.s. die het heeft over de wenselijkheid van samenwerking met religieuze organisaties ‘Door voorbij te gaan aan de religieuze kramp wordt er op deze manier een opening geboden om gebruik te kunnen maken van dit element van anti-radicaliseringsbeleid’.

De beschrijving ‘religieuze kramp’ in een objectief bedoelde scan is opvallend. Het verraadt een mentaliteit die ermee aan de oppervlakte komt. Het komt uit de hoek van de theologen Tom Mikkers en Frank Bosman en mediawetenschapper Eric van den Berg. Mikkers muntte in zijn boek ‘Religiestress; Hoe je te bevrijden van deze eigentijdse kwelgeest’ het begrip religiestress. Ik kraakte er in 2012 een kritische noot over en noemde religiestress (en in het verlengde ‘religieuze kramp’) onzin: ‘In de toelichting claimt Uitgeverij Meinema: ‘Religie veroorzaakt stress in Nederland, bij geloven en nietgelovigen.’ (..) Niet aantoonbaar is hoe dit gemeten is en met welke werkelijkheid deze slotsom overeenkomt. (..) Vraag is waar religiekritiek eindigt en religiestress begint. In een docentenhandleiding bij ‘Religiestress‘ wordt dat omschreven: ‘Wanneer verwordt godsdienstkritiek tot religiestress? Met andere woorden: wanneer begin je zelf last te krijgen van de door jou geuite kritiek op een godsdienst – je eigen of die van anderen?‘ Mikkers gebruikt het begrip ‘religiestress’ om door associatie religiekritiek in een ongunstig daglicht te zetten. En zo religie in bescherming te nemen.’

Religiestress of religieuze kramp is geen nauwkeurig omschreven verschijnsel. Het is een emotie en vooral een verdedigingsmechanisme van geharnaste christenen om de door de secularisering afkalvende posities van religieuze organisaties waar ze zich voor inzetten te verdedigen. Dat is in het publieke debat geoorloofd, maar ongewenst voor een publicatie met wetenschappelijke pretentie zoals de quick scan van De Graaf c.s. die Van Aartsen als input voor zijn beleidswijziging richting compenserende neutraliteit aanwendt. Het kan geen toeval zijn dat Beatrice de Graaf lid is van de ChristenUnie en voor die partij vijfde stond op de lijst voor de verkiezing van de Eerste Kamer in 2015. Ze smokkelt anti-secularistische tendenzen haar verkenning in met als doel het belang van religie en religieuze organisaties te vergroten. Ander punt van kritiek op De Graaf is trouwens dat ze per definitie het staatsterrorisme onderschat en nauwelijks in haar overwegingen meeneemt. Dat benadrukt de gouvernementele opstelling van de Graaf die van God gegeven is (Romeinen 13).

Foto: Anselm Adams, Church, Taos Pueblo (1942).

Verliest NRC in het willen bewijzen van haar neutraliteit in de kwestie Ruf niet juist haar neutraliteit?

with 3 comments

Afgelopen week gaf Rachel Maddow een analyse van het optreden van toenmalig FBI-directeur James Comey enkele weken voor de presidentsverkiezingen van november 2016. Comey bracht in strijd met de procedures een bericht naar buiten dat vertelde dat er een onderzoek naar Hillary Clinton liep. Statistisch onderzoek over die periode vlak voor de verkiezingen wekt de indruk dat dat bericht en Comey’s persconferentie hierover haar de overwinning heeft gekost. In 2017 werd Comey door president Trump ontslagen als FBI-directeur omdat hij hem zijn loyaliteit niet wilde geven.

Dat Comey tegen zijn eigen procedures handelde beredeneert Maddow vanuit het feit dat hij zich met een maandenlange barrage van negatieve berichten had laten intimideren door de Republikeinse partij en Donald Trump. Om zijn onafhankelijkheid tegenover Trump te bewijzen pakte hij Clinton harder aan dan toegestaan was en wat hij had moeten doen.

Hetzelfde mechanisme constateer ik bij de beide journalisten die voor NRC de kwestie Ruf volgen. Door hun hoofdredactie of door hun eigen innerlijke kompas zijn ze blijkbaar zo uit hun gewone journalistieke routine gebracht dat ze zich feitelijk het zwijgen op laten leggen. Zo geven ze niet eens meer een reactie op de vele berichten vanuit het Ruf-kamp die pleiten voor haar terugkeer en de claim dat haar naam gezuiverd is. Er is veel tegen in te brengen dat dat volstrekt niet het geval is en Ruf niet het geschikte ethische profiel heeft om directeur van het Stedelijk Museum te zijn.

De journalisten laten het bij een zogenaamde onpartijdig verslag waarbij ze zo duidelijk op eieren lopen dat hun terughoudendheid er potsierlijk en beklagenswaardig op wordt. Maar vooral krachteloos en ineffectief. Het tekent ook het dilemma dat de traditionele enerzijds/anderzijds-journalistiek volgens de Code van Bordeaux alleen werkt als redelijkheid en feiten het uitgangspunt zijn. Trump bewijst elke dag hoe het anders kan. Zo kan journalistiek niet bedoeld zijn.

Het gevolg is dat de kunstredactie van NRC niet langer vanuit de eigen betrokkenheid en kennis informeert over de kwestie-Ruf, maar vooral over de angst binnen de hoofdredactie van NRC om van vooringenomenheid beticht te worden. Maar Ruf laat zich niet beteugelen en blijft de feiten selectief presenteren. Kortom, zo won Trump het van Clinton dankzij Comey die in het krampachtig willen bewijzen van zijn neutraliteit juist die neutraliteit verloor. Daan van Lent en Arjen Ribbens moeten oppassen niet Comey’s rol te spelen. De geschiedenis leert dat dat weinig benijdenswaardig is en iets om trots op te zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBeatrix Ruf wil wel terug naar het Stedelijk Museum’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 18 juni 2018.

Proxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf

with 2 comments

De vorig jaar opgestapte directeur van het Stedelijk Museum Beatrix Ruf zegt terloops in een interview met Jan Piet Ekker in Het Parool met de prikkelende kop ‘Beatrix Ruf: ‘Over mijn terugkeer bij het Stedelijk valt te praten’ dat het in deze kwestie voor een groot deel draait om beeldvorming en ‘framing’: ‘Ik ben door de onderzoekers natuurlijk vaak geraadpleegd voor het rapport, maar de conclusies kende ik ook pas vlak voordat het rapport afgelopen week naar de gemeente ging. En ik wist natuurlijk ook niet hoe het zou worden ontvangen.’ Ruf claimt haar gelijk, maar ongewis was of ze dat ook in de publieke opinie zou krijgen. Maar het is de vraag of haar claim terecht is en ze dat gelijk nu heeft gekregen zoals ze stelt. Dat is afhankelijk van het perspectief waarmee naar deze kwestie gekeken wordt. Strikt juridisch of ethisch.

Het Amsterdamse Het Parool dat afgelopen week allerlei stukken publiceerde die suggereren dat Ruf ‘volledig is vrijgepleit’ of ‘ten onrechte is beschuldigd van belangenverstrengeling’ lijkt een doorgeefluik van de lobby om Ruf terug te laten keren als directeur van het Stedelijk Museum. Dat is activistische journalistiek die de marge van de objectiviteit voorbij lijkt. De Volkskrant vaart een middenkoers, zoals hier uit vorm en inhoud blijkt en NRC heeft zich vanaf het begin kritisch opgesteld tegenover het opereren van Ruf en de Raad van Toezicht. In een artikel van 12 oktober 2017 opperde NRC de vraag wat de neveninkomsten van Ruf betekenden en of dit wellicht tot de conclusie diende te leiden of er sprake van belangenverstrengeling was.

Zo heeft zich een proxy-oorlog tussen Het Parool en NRC ontwikkeld. Ze verwijzen in het openbaar niet rechtstreeks naar elkaar, maar reageren wel op elkaar. Het verschil tussen Het Parool dat meent dat Ruf volledig is vrijgepleit door het rapport Eisma dat in opdracht van de gemeente Amsterdam is geschreven en NRC dat meent dat zij niet is vrijgepleit blijkt uit de aankeiler van het NRC-artikel van gisteren: ‘Beatrix Ruf meent dat ze volledig is vrijgepleit. Zou zij kunnen terugkeren?’ De vraag stellen is de vraag beantwoorden.

NRC stelt dat het rapport Ruf verwijtbaar gedrag aanmeet en dat ze naast haar inkomsten voor de Zwitserse uitgever Ringnier die haar een bonus van 1 miljoen Zwitserse francs opleverde ook nog neveninkomsten van meer dan 100.000 euro per jaar had. Maar: ‘Gebruikelijk in Nederland is dat directeuren inkomsten uit nevenactiviteiten in de museumkas storten. Ann Goldstein, Rufs voorganger, kreeg van Ribbink nog een brief dat zij zulke inkomsten moest afdragen. De ondernemingsraad van het museum adviseerde Ribbink om Ruf ook zo’n brief te sturen. Maar dat liet hij om onopgehelderde redenen na, blijkt uit het rapport.’ De indirecte claim is dat het nalatig handelen van de Raad van toezicht het handelen van Ruf niet vrijpleit.

Ruf lijkt niet volledig vrijgepleit zoals Het Parool claimt, zodat de vraag of ze terug kan keren prematuur is. Het antwoord op de vraag is te herleiden tot het kiezen van een volledig juridische invalshoek zoals Het Parool doet of een ethische invalshoek die NRC, en ook De Volkskrant kiezen. NRC: ‘Daarbij weegt zwaar dat bestuurders zelfs de schijn van belangenverstrengeling moeten zien te vermijden en transparant moeten zijn als die schijn gewekt wordt.’ Het perspectief dat afstand neemt van grote verzamelaars waarmee Ruf het zo goed kon vinden en waarvoor de toenmalige Raad van Toezicht haar een mandaat gaf, en hemelhoge ambities, maar inzoomt op de Amsterdamse signatuur van het Stedelijk en een programmering die minder uitgaat van gevestigde kunstenaars blijkt ook uit het recente advies van de Amsterdamse Kunstraad.

Bijkomend effect van de  kwestie waartegen de NRC-journalisten Daan van Lent en Arjen Ribbens zich lastig kunnen verdedigen is de schijn dat ze nu alles uit de kast halen om het gelijk van hun artikel van 12 oktober 2017 (dat de hele kwestie in gang zette) te bevestigen. Zo woedt in de Nederlandse en Amsterdamse museumwereld op dit moment een nauwelijks verhulde richtingenstrijd waarbij kranten een grote rol spelen.

NRC meent dat de overgebleven vier leden (Cees de Bruin, Ronald Hans, Willem de Rooij en Joyce Sylvester) van de Raad van Toezicht de reddingslijn zijn voor Rufs terugkeer. Maar hoe merkwaardig is het niet dat van de zeven leden er drie met hun opstappen consequenties trokken uit het rapport en vier niet? Waarom de vier na het rapport dat zo kritisch was over de Raad niet opstapten om schoon schip te maken en het Stedelijk Museum een nieuwe start te gunnen wordt hiermee beantwoord. En valt bijna dagelijks in Het Parool te lezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe schone lei van het Stedelijk Museum’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 15 juni 2018.