George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Het Parool

Advertentie roept op tot terugroepen Ruf naar Stedelijk. Welke lobby zit erachter, hoe gewenst en bestuurlijk zorgvuldig is het?

with 16 comments

Een groep binnen- en buitenlandse mensen uit de kunstwereld doet een oproep in een advertentie in Het Parool. Ze roepen Beatrix Ruf om op terug te keren naar het Stedelijk Museum ‘vanwege haar artistiek visie‘. Op 17 oktober 2017 kondigde het museum in een persbericht aan dat Ruf had besloten per direct terug te treden als directeur. De oproep is opmerkelijk omdat er momenteel twee onderzoeken lopen naar goed bestuur, transparantie en nevenfuncties, en naar de naleving van de beloningsregelgeving en de Wet Normering Topinkomens. Een persbericht van 18 december 2017 geeft de positie van de Raad van Toezicht: ‘De Raad wil wachten met de benoeming van de nieuwe directie tot na afronding van de onderzoeken en tot na het advies van de Amsterdamse Kunstraad over de positionering van het Stedelijk Museum. Ook de benoeming van een nieuwe voorzitter en een nieuw lid van de Raad van Toezicht zal pas daarna plaatsvinden.’

De advertentie doorkruist willens en wetens deze planning. Vraag is van wie het initiatief komt en of Ruf erin gekend is. De advertentie geeft aan wat er verkeerd is aan het Stedelijk. Lobbygroepen proberen elkaar de loef af te steken en hun gelijk te halen. Daarbij speelt dat ondertekenaars zich ermee profileren en sommigen zich naar voren dringen door alvast voor te sorteren op een terugkomst van Ruf. Of een Ruf-achtige directeur. Bestuurlijk is het onverstandig om op de uitkomsten van de onderzoeken vooruit te lopen. Stel dat Ruf niet ongeschonden uit de onderzoeken komt, dan komt het Stedelijk van de regen in de drup. Ondertekenaars die beter zouden moeten weten beschadigen vooral hun eigen geloofwaardigheid met het lenen van hun naam.

Foto: Schermafbeelding van advertentieRoep Ruf Terug’ in Het Parool, 17 februari 2018.

Advertenties

Rietveld Academie schrapt bijeenkomst met Kirac en Bert Kreuk vanwege ‘racisme’ en ‘seksisme’. Waar is de intellectuele vrijheid?

with 4 comments

Er is een relletje in de maak over een bijeenkomst bij de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Het Parool bericht erover in een artikel van Marcel Wiegman. Het gaat om een bijeenkomst van de kunstcritici van Kirac (Keeping It Real Art Critics) over kunsthandel (met verzamelaar Bert Kreuk) die op 8 februari om 16.00 uur zou worden gehouden, maar door de Rietveld Academie op het laatste moment is afgelast. Kirac geeft als uitleg dat het door studenten van racisme en seksisme zou worden beschuldigd. Kirac laat het er niet bij zitten en roept iedereen op vooral te komen. De Academie schermt met de veiligheid van studenten en docenten.

Is het een storm in een glas water? De harde koppen van Kirac die hun plek in de kunstwereld willen innemen botsen tegen de harde koppen van studenten van de Rietveld Academie die in navolging van de richtingenstrijd op Amerikaanse universiteiten lichtvaardig omgaan met beschuldigingen van racisme en seksisme. Daartussen heeft het bestuur van de Rietveld Academie zich klem laten zetten en uit laten rangeren. Dat is een wanprestatie van hoog niveau. College en directie weten niet meer goed hoe de vrijheid van het publieke debat bij hun instelling gegarandeerd moet worden en hoe ze in de harde praktijk moeten opereren.

Het uit angst en door politieke druk verbieden van politieke meningen in een openbaar debat op een Nederlandse kunstacademie is een verschrikkelijk teken aan de wand van bijbelse proporties. Voordat de bijeenkomst heeft plaatsgevonden stelt collegevoorziter Annelies Eenennaam al dat Kirac een ‘platform aan racisme en seksisme’ geboden zou worden. Dat is wegduiken voor angst van de Rietveld Academie. Dat is het buigen voor de politieke druk van studenten en het weinig standvastig en moedig optreden van het college.

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Waarom laten Nederlandse media Baudet kritiekloos aan het woord?

with 6 comments

Het is in grote lijnen zo duidelijk, maar het wordt vaak zo nodeloos ingewikkeld gemaakt. Er zijn op dit moment drie totalitaire ideologieën die  vijandig staan tegenover de democratie zoals we die in Nederland kennen. Het zijn het uit de 20ste eeuw beruchte fascisme met autoritair nationalistische, antidemocratische en antiparlementaire tendenzen en het bolsjewistisch communisme dat zoveel onheil heeft gebracht over Europa. Sinds het eind van de 20ste eeuw is daar het islamisme -ofwel: de politieke islam- bijgekomen dat de islam als een geloof boven alle geloven stelt en die andere geloven zelfs geen plek gunt. Fascisme, communisme en islamisme en de vertegenwoordigers ervan dienen ondubbelzinnig en in harde bewoordingen afgewezen te worden. Ze gaan uit van een gesloten wereldbeeld dat vrijheden inperkt en alle adem uit de samenleving haalt.

Opvallend is dat deze ideologieën door degenen in het centrum van de politiek van wie je het zou verwachten niet in alle gevallen worden afgewezen. Dat gaat onder het mom om het ergste kwaad met het mindere kwaad te bestrijden. Maar dat is een hellend vlak dat vanuit een slecht oordeel de eigen moraliteit aantast. Wie die neergaande weg opgaat verliest vanwege verloren normbesef het recht van spreken en mist de autoriteit om de vertegenwoordigers van de drie ideologieën te corrigeren en met overtuiging tot de orde te roepen. Kiezen voor de ene verkeerde ideologie om de andere verkeerde ideologie te bestrijden is een valkuil. De keuze is niet tussen de drie ideologieën, maar tegen de drie ideologieën. Dit besef wordt onvoldoende begrepen.

Complicatie is dat de drie ideologieën veelzijdig op elkaar inwerken. Als het ene rookgordijn onttrekken ze het andere rookgordijn aan het zicht. Historisch is de wisselwerking tussen fascisme en communisme bekend. Tot op de dag van vandaag is het fascisme spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het communisme. Uit een combinatie van nostalgie en nestgeur, en praktische politiek wordt als motief een type bolsjewistische propaganda tot op dit moment gebruikt door de machthebbers in de Russische Federatie. Bijvoorbeeld als in de Oekraïense-Russische oorlog (2014 – nu) de tegenstander wordt gekenschetst als fascistisch.

Sinds een kleine 20 jaar is daar het islamisme bijgekomen als spookbeeld, schrikbeeld en bliksemafleider voor het fascisme. Waterscheiding waren de aanslagen op de Twin Towers op 9 september 2001 door overwegend Saoedisch-soennitische islamisten. De voorbeelden van politieke leiders die ‘waarschuwen’ voor het islamisme -of kortweg: de islam- en de afslag naar het fascisme nemen is aangegroeid tot een fikse lijst: Geert Wilders, Nigel Farrage, Marine Le Pen, Christoph Blocher, Viktor Orbán, Donald Trump, en sinds kort Thierry Baudet. Opvallend is dat deze radicaal-rechtse politici zich extremer opstellen dan traditioneel gematigd rechts zoals dat door het liberalisme of de christen-democratie wordt vertegenwoordigd en extreem-rechts inspireren. Opvallend op zijn beurt is dat het opgekalefaterde retro-communisme van Putin deze radicaal-rechtse leiders inspireert. Hoewel dat een inblazing is die met steekpenningen gekocht wordt door het Kremlin.

Karin Spaink schreef op 16 augustus naar aanleiding van het optreden van extreem-rechts in Charlottesville en de reactie daarop van rechts-nationalistische politici als Trump een column in Het Parool die ze aldus besluit: ‘Lees je terug met welk canaille Thierry Baudet zich omgeeft, kijk je met wie hij goedlachs op de foto is gegaan en van welke ontmoetingen hij trots zijn selfies heeft gepost, inventariseer je waar hij naartoe gaat om te spreken en welke gasten of sprekers hij op zijn partijbijeenkomsten uitnodigt (van de NVU tot aan de IJzerwake, van Erkenbrand tot Kalergi), haal je je zijn uitspraken voor de geest over ‘de homeopathische verdunning van het volk’ tot ‘de omvolking van Europa’, lees je hoe hij de ‘volkswil’ systematisch boven recht en ratio stelt, en dat je dan tot op het bot huivert…  Dan schrik je je rot hoe vaak en hoe kritiekloos de Nederlandse pers het FvD aan het woord laat. Het zijn zulke leuke jongens, met zo’n fris geluid!

Baudet typeert de frisheid van de beerput. Democratisch gekozen speelt hij een rol binnen de Nederlandse parlementaire democratie. Maar dat betekent niet dat hij kritiekloos moet worden bejegend en de media zich niet telkens moeten afvragen wat hij representeert. Het is een raadsel waarom Baudet zoveel krediet van de Nederlandse media krijgt. Hij is iemand die zich in extreem-rechtse kringen begeeft en daarbij ook een anti-modernist is. Ofwel, hij is iemand met ouderwetse en ‘gesloten’ denkbeelden op het gebied van cultuur. Naast het extremistische gedachtengoed dat hij deelt. Journalisten laten zich om de tuin leiden door de vorm die Baudet hanteert. In de inhoud propageert hij echter ondubbelzinnig het extremistische gedachtengoed. De acceptatie van Baudet is ongewenst en ongepast. Nederland schiet er niks mee op. De Nederlandse media zouden beter na moeten denken voordat ze hem een platform bieden. Waarom bekritiseerden ze Hans Janmaat en Joop Glimmerveen, maar laten ze dat grotendeels na bij Thierry Baudet die geen haar beter is?

De verklaring waarom niet alleen radicaal-rechtse journalisten van het type Wierd Duk in hun afkeer van het islamisme bewust of onbewust de overstap naar het ultranationalisme van het fascisme maken, maar ook de establishment journalisten van het oppervlakkige type heb ik hierboven beredeneerd. Deels komt het voort uit onkunde en lui denken. En deels uit de twijfel dat vanuit een politieke homeopathie het islamisme met het fascisme bestreden kan worden. Met zo’n houding verliest de journalistiek zonder politiek-filosofisch kompas en zonder omlijnd idee over het kwaad van de drie ideologieën haar morele positie. En kan Baudet ongestoord zijn kunstjes vertonen. Journalisten willen niet anders zien dan een fris ogende politicus omdat zo iemand aansluit bij hun idee van de wereld als realityshow. Zo is de weg vrij voor een nationalistische politicus die aanschurkt tegen het rechts-extremisme om de media met keurige, hapklare brokjes te voeren en zijn echte gedachten voor zowel journalisten als supporters verborgen te houden. Alsof geen hond het echt interesseert.

Foto: The Militia, Charlottesville, 12 augustus 2017.

Stemmingmakerij en karaktermoord van columnist Han Lips op schaakfamilie Van Foreest. Het Parool gaat het debat uit de weg

with 4 comments

Afgelopen maandagavond werd de documentaire De Stelling Van Foreest; een schaakfamilie (VPRO) van de gelauwerde filmmakers Maarten Schmidt en Thomas Doebele uitgezonden op NPO2. Schaakgrootmeester Hans Ree zei daar afgelopen zaterdag in zijn schaakrubriek in NRC het volgende over: ‘Voor de kinderen lijkt schaken vanaf hun vroegste jeugd zo natuurlijk als ademhalen te zijn geweest. De gewone leerstof waarvoor andere kinderen naar school gaan, leerden ze thuis naast het schaken en passant in sneltreinvaart en ondanks hun extreme schaakspecialisatie kunnen ze veel dingen die ik niet kan, zoals een gebakken ei uit de pan gooien, of rolschaatsen.’

Columnist Han Lips van Het Parool heeft een faliekant andere mening dan Ree over deze schaakfamilie. Waar Ree sociaal vaardige kinderen ziet die evenwichtig en natuurlijk opgroeien ziet Lips in zijn column het tegenovergestelde: ‘uiterst beklemmend, zo’n opgedrongen jeugd.’ De kop boven zijn recensie spreekt boekdelen: ‘Beklemmend: deze kinderen worden gedrild tot grootmeesters.’

Je kunt zeggen dat hier twee meningen tegenover elkaar staan waar gedebatteerd over kan worden. Maar op Parool.nl wordt het debat niet op prijs gesteld. Mijn reacties bij de column werden gisteren per omgaande verwijderd. Inclusief de laatste: ‘Wat is dat voor onzin, eindredactie? Lips geeft in zijn recensie de feiten verkeerd weer, ik wijs daar in een reactie op en vervolgens wordt mijn reactie verwijderd. Welke gedragsregels overtreed ik hierbij? Het is mij onduidelijk. Wat moet hier beschermd worden? In elk geval niet een open debat. Ik verzoek u dan ook mijn eerste reactie terug te plaatsen en een debat te laten ontstaan. Als u durft.’ Een vergeefs verzoek dat sprak tegen de dovemansoren van het Het Parool. Mijn kritiek werd niet geplaatst.

In mijn eerste reactie wees ik op onnauwkeurigheden in Lips’ weergave en vroeg ik me af of hij wel goed gekeken heeft. Lips zegt: ‘De kinderen van de familie Van Foreest (..) gaan niet naar school maar worden thuis gedrild tot grootmeesters.’ Deze twee beweringen zijn onjuist. Ze worden zelfs in de documentaire weerlegd. De moeder legt namelijk omstandig uit dat de ouders de kinderen individueel voor de keuze hebben gesteld of ze wel of niet naar school gaan. Op één na kozen de kinderen ervoor om gewoon op te gaan voor hun eindexamen op een middelbare school. Dat is dus een combinatie van thuisonderwijs met regulier onderwijs.

Daarnaast is het suggestief van Lips om te suggereren dat de kinderen worden ‘gedrild’ tot grootmeesters. Wat verstaat hij onder ‘drillen’? De woordkeuze verwijst naar het africhten van een hond die zonder besef trucjes en gehoorzaamheid wordt opgelegd. Hoe dan ook lijkt Lips te weinig kennis van de schaakwereld te hebben in combinatie met zijn onoplettend en bevooroordeeld kijken om tot zo’n conclusie te kunnen komen. Want het is juist dat de kinderen zoals Ree constateert een ‘extreme schaakspecialisatie’ hebben, maar het grootmeesterschap is daarbij geen einddoel. Hoewel de oudste zoon Jorden wel grootmeester is en zelfs in 2016 Nederlands kampioen werd. Doel is om de kinderen zich mede door het schaken te laten ontwikkelen. Dat is geen opvoeding die in de plaats komt van een reguliere ontwikkeling, maar een bijkomend doel is.

Lips is een slechte kijker. Dat is een doodszonde voor iemand die een documentaire recenseert. Lips zet zijn mening voor de feiten. En vervolgens gaat Lips het debat uit de weg en reageert niet op kritiek. Het Parool verwijdert inhoudelijke kritiek. Dan kan het beter duidelijk zijn en de optie om te reageren onder artikelen uitschakelen. Op Facebook is reageren bij artikelen trouwens wel mogelijk. Daar plaatste ik deze reactie. Wat Lips parten lijkt te spelen is zijn romantische en achterhaalde opvatting van de schaakwereld. Hij lijkt eerder associaties te hebben met de onevenwichtige, geniale Bobby Fischer of de romanfiguur Luzhin uit Nabokovs The Defense, dan met de huidige generatie topschakers als Kramnik, Anand, Aronian, Carlsen, of Giri die zich tamelijk evenwichtig ontwikkeld heeft en van alle markten thuis is. Jorden lijkt ook uit dat hout gesneden.

Overigens, in een serieuze recensie over dit onderwerp had het voorbeeld uit Boedapest niet ongenoemd kunnen blijven. Namelijk de drie Polgar zusters, onder wie de sterke Judit Polgar die zo’n 15 jaar geleden tot de wereldtop behoorde. Een vergelijking had diepte aan Lips’ recensie kunnen geven die nu blijft steken in stemmingmakerij en een slecht begrip van de schaakwereld. Vader Laszlo Polgár kreeg volop kritiek op zijn opvoedingsmethode die omstreden werd bevonden. Maar het verschil met de familie Van Foreest is groot. De joodse Laszlo Polgár was sociaal geïsoleerd en maatschappelijk achtergesteld en gebruikte zijn dochters om zijn gram op de gesloten, communistische Hongaarse samenleving te halen. Wat uiteindelijk lukte. Vader Nicky van Foreest daarentegen is een geslaagd universitair docent uit een oud adellijk geslacht in de open Nederlandse samenleving die zijn kinderen alle vrijheid geeft. Geen Aziatische tijgermoeders in Groningen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnBeklemmend: deze kinderen worden gedrild tot grootmeesters’ van Han Lips in Het Parool, 27 juni 2017.

Wethouder Vliegenthart (SP) heeft verstoord beeld van ‘ongelovigen’. En van Amsterdam

with one comment

De Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart (SP) heeft veel kritiek gekregen op een column vandaag in het Nederlands Dagblad. Het Parool zet in een bericht de reacties van de raadsleden op een rijtje. Vliegenthart zou de raad geschoffeerd hebben en Rutger Groot Wassink van GroenLinks noemde de column zelfs ‘storend’. Het Parool: ‘Vliegenthart, zelf gereformeerd, schreef in het ND over de wens van de gemeenteraad dat kinderen uit minimagezinnen geen armoedegeld meer krijgen voor godsdienstlessen. Dit was tot voor kort mogelijk, maar de raad wilde hiervan af nadat bleek dat bijna drie ton is gebruikt voor koranlessen aan arme kinderen.’

Arjan Vliegenthart positioneert zich in zijn column in het orthodox-protestantse Nederlands Dagblad als een gelovige tussen ongelovigen. Als een gereformeerde tussen zijn mannenbroeders. Hij stelt ‘ongelovigen’ voor als wereldvreemd en vijandig tegenover religie. Ze hebben volgens hem een vertekend beeld van hoe religies opereren. Dat is een harde beschuldiging die om een onderbouwing vraagt. Die geeft Vliegenthart echter niet.

Hij slaat ook de plank mis op het niveau van de feiten. Hij suggereert dat voor de bevolking van Amsterdam niet zou gelden dat de ‘overgrote meerderheid’ ongelovig is, zoals dat blijkbaar voor de raad geldt. Maar uit een onderzoek van het CBS uit 2016 blijkt dat 62,2% van de Amsterdammers ‘geen kerkelijke gezindte’ heeft. Iets minder dan 12% bezoekt minimaal eenmaal per maand een religieuze dienst. Dus 88% doet dat niet.

Vliegenthart is wethouder Armoedebestrijding en van hem zou je verwachten dat hij de feiten kent en die correct presenteert. Maar hij presenteert de feiten verkeerd. Hij doet alsof ‘ongelovigen’ in Amsterdam niet de overgrote meerderheid vormen. Vliegenthart kletst uit zijn nek op het niveau van de feiten en zijn weergave van wat ‘ongelovigen’ zijn en hoe ze tegen religie aankijken. Alsof ze op een vreemde planeet leven. Hij geeft een vertekend beeld van ‘ongelovigen’. Vliegenthart maakt het zich met deze column onnodig lastig en had die beter ongeschreven  gelaten. De indruk resteert dat hij als gereformeerde een verstoord beeld heeft van ‘ongelovigen’. De SP van Vliegenthart heeft geen vijanden nodig omdat het die binnen eigen gelederen heeft.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘Verdachte les’ van Arjan Vliegenthart in het Nederlands Dagblad, 14 juni 2017. Via Blendle.

Hoe kunnen we zonder bron nagaan of claim ‘horrorexamen’ VWO Nederlands klopt?

with 3 comments

Een discussie over feiten zonder feiten. Het komt steeds meer voor. Beschouwingen over sportwedstrijden zonder dat de uitslag genoemd wordt. Of eigenlijk moet het anders geformuleerd worden: een discussie over feiten zonder dat de feiten online zijn te vinden. Het gaat over het eindexamen VWO Nederlands. Dat zou te lang en moeilijk zijn volgens scholieren of het Landelijk Actie Komitee Scholieren LAKS. Horrorexamen wordt het in een videoverslag van LAKS genoemd. In de opgaven zouden zelfs taalfouten hebben gestaan. Toe maar.

Is het waar? Wie weet. Voor een buitenstaander valt de claim niet te controleren of het een horror- of rampexamen betreft. Want een mogelijkheid is ook dat de VWO-scholieren dit jaar niet het gewenste niveau hebben bereikt om het examen succesvol te kunnen maken. Wie het examen wil maken om dat na te gaan kan het niet vinden. Dus wat wordt dat voor discussie? Een welles-nietes debat zonder feiten. Een debat waarin de meningen de feiten vervangen. De media nemen breed de claim over dat het een horrorexamen betreft. Echt?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRecordaantal klachten over ‘horrorexamen’ Nederlands’ in Het Parool, 11 mei 2017.