George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Het Parool

OPZIJ doet aan promotie en slachtofferschap door te beweren dat een cover die op Facebook is te zien daar geweigerd wordt

with one comment

Sommige media weten van gekkigheid niet hoe ze aandacht moeten trekken. Neem het feministische maandblad OPZIJ. Het Parool komt op 17 augustus 2020 om 15.20 uur met een bericht van het ANP dat zegt dat de omslag van OPZIJ op Facebook geweigerd is na nieuwe regels. ‘De promotie is geweigerd omdat ze in strijd zou zijn met de richtlijnen van het sociale platform, meldt het tijdschrift maandag’ aldus het ANP. OPZIJ heeft dus contact gezocht met het ANP om dit te melden. Maar het klopt niet of in elk geval niet zo definitief. Wie doorklikt naar de FB-pagina van OPZIJ ziet bovenstaande foto van de betreffende omslag. Het heeft notabene als onderschrift: ‘De cover van Opzij die is geweigerd. BEELD OPZIJ’. OPZIJ spaart de eigen leegte uit.

Het kan niet allebei waar zijn, een foto die onderdeel is van een promotiecampagne voor het augustus/september nummer 2020 kan niet geweigerd worden door FB, maar toch getoond worden. Het portret van de zwarte Abbie Vandivere, conservator van het Mauritshuis, heeft ook niks te maken met de nieuwe richtlijnen van FB over blackface, ofwel het zwart maken van iemand die van origine niet zwart is.

Een en ander brengt me tot de volgende reactie bij deze foto op de FB-tijdlijn van OPZIJ: ‘Is dit de foto die volgens OPZIJ geweigerd wordt door Facebook vanwege nieuwe richtlijnen? Is dit de foto waarvan OPZIJ zegt dat Facebook die verwijdert, maar die op Facebook op 17 augustus 2020 om 16.00 uur gewoon is te zien? Is dit de foto waarmee OPZIJ marketing bedrijft door te proberen non-nieuws te promoveren tot nieuws? Is dit de foto die accentueert dat OPZIJ de framing van identiteit belangrijker vindt dat de framing van de waarheid?

Als Henk Broekhuis (Karel van het Reve) nog geleefd had, dan had hij in een column hier aandacht aan kunnen besteden. In zijn behandeling van de gemeenplaatsen van onze tijd had de algemene uitspraak ‘Publiciteit over identiteit die niet waar is, wordt waar als identiteit van de publiciteit’ niet misstaan. De redactie van OPZIJ heeft in elk geval begrepen dat de beste (en goedkoopste) zelfpromotie de openbare ontkenning ervan is.

Foto: Cover van het augustus/september nummer van 2020 van OPZIJ, zoals te zien op Facebook.

Written by George Knight

17 augustus 2020 at 16:54

Kaag verwijst publiekelijk zo vaak naar haar religieuze overtuiging en God dat het de vraag oproept wat het profiel van D66 is

with one comment

In een vraaggesprek met Tijs van den Brink uit 2018 zegt Sigrid Kaag: ‘Ik heb juist het gevoel: de mens wikt, maar God beschikt’. Zij doet andere uitspraken over haar Rooms-Katholieke overtuiging, onder meer als antwoord op de vraag waarom ze als minister de eed aflegde: ‘Als je keuze hebt om op zo’n moment te verklaren dat je hoopt dat je de hulp van God hebt, dat God over je mag waken, zodat je verstandige of wijze besluiten kunt nemen, dat je ook voor jezelf behoed mag worden – want daar komt het soms ook een beetje op neer – voor je eigen domheid. De weging om het wél te doen was belangrijker dan om het niet te doen.’

Gisteren plaatste Johan Fretz een column in Het Parool met de titel ‘Er was een tijd dat ik vaak op D66 stemde’ waar ik het mee eens ben. Ook ik stemde nog in de jaren 1990 op D66. In de kern is het een rechtse partij vanwege het sociaal-economisch beleid dat met sociaal-culturele thema’s gecamoufleerd wordt. Maar ik verschil met Fretz over de aanvechting om op de nieuwe partijleider Sigrid Kaag te stemmen. Die aanvechting heb ik niet. Met het mes op de keel zou ik nog op Rob Jetten kunnen stemmen, maar absoluut niet op Kaag.

Zij heeft niet alleen een religieuze overtuiging, wat uiteraard toegestaan is, maar gebruikt die in de publiciteit om zich te profileren. Zoals in het vraaggesprek met Van den Brink. Daar raakt ze me kwijt. Zij zou haar geloof ook voor zichzelf kunnen houden, zoals politici vaak privé en zakelijk scheiden, maar dat doet zij niet.

Kaag maakt haar religieuze overtuiging tot een aspect waarmee zich zich in de publiciteit profileert. Ook dat is uiteraard toegestaan, maar bij mij roept het wel de vraag op of het profiel van Sigrid Kaag nog wel past bij het profiel van D66. Als D66 al een min of meer omlijnd profiel heeft. Past het in de openbaarheid praten over de individuele religieuze overtuiging niet eerder bij CDA of SGP dan bij D66? Zo tekent zich in het D66 van Kaag een dubbele ontkenning aan van het eigen gedachtengoed: de partij is niet ondubbelzinnig vrijzinnig en niet centrumlinks met de ambitie van bestuurlijke vernieuwing, maar centrumrechts met het streven naar macht.

Anders gezegd, via een omweg roept de religieuze profilering van Kaag de vraag op of het huidige D66 nog wel de partij van de vrijzinnige Boris van der Ham en Boris Dittrich is. Op de site van D66 bestaat de pagina ‘vrijzinnigheid’ niet meer of de verwijzingen naar ‘vrijzinnig’. Die verwijzingen lijken afgezwakt of weggewerkt te zijn. Ik vraag me af hoeveel ruimte vrijzinnigen bij het D66 van Kaag, die zich in het openbaar beroept op God, nog kunnen vinden. Ik stem uit principe niet op religieuze of pseudo-religieuze partijen. Dreigt die zelfprofilering van Kaag met haar religieuze overtuiging niet de olifant in de kamer van D66 te worden?

Mijn kritiek is niet dat Kaag gelovig is. Ik ontzeg niemand een religieuze overtuiging. Dat zou onverdraagzaam zijn en tegen de grondrechten ingaan. Wat ik me afvraag is hoe Kaags religieuze overtuiging waarmee ze bewust naar buiten treedt zich verhoudt tot het gedachtengoed van D66. Ik vraag me af of dit besproken is met de spindoctors van D66 die de campagne begeleiden. Zoals campagneleider Frans van Drimmelen. Dit gaat over het vasthouden aan het eigen gedachtengoed, en de geloofwaardigheid en koersvastheid van een politieke partij. Het kan zijn dat de vrijzinnigheid van D66 in de praktijk allang afgeschaft is zoals ook de bestuurlijke vernieuwing in de praktijk afgeschaft is. Dan is Kaags nominatie en haar behoefte om publiekelijk naar haar religieuze overtuiging te verwijzen een bevestiging van de normalisering van D66 waarin oude eigenheden of onregelmatigheden zijn weggewerkt. Of de verwijzingen naar vrijzinnigheid preventief zijn weggewerkt als rode loper voor een opkomst van Kaag is vergezocht, maar roept dit allemaal wel op.

Een partijleider behoort overtuigend aan te sluiten bij de kernwaarden van een partij en daar geen vragen over te laten ontstaan. Ik ben van mening dat door de profilering van Kaag vragen opgeroepen worden over de kernwaarden van D66. Wat Kaag afgelopen jaren deed door te verwijzen naar haar religieuze overtuiging hebben andere leiders van D66 nooit publiekelijk gedaan. Dit is voor mij nieuw in D66. Ik kende het wel binnen de SGP en zelfs daar werd door iemand als Bas van der Vlies het onderscheid gemaakt tussen een individuele overtuiging en de werking van religie als politiek middel. Bij Kaag blijft dat in het midden hangen.

Keer het eens om. Wat voor reuring zou het geven als een christelijke partij als CDA, SGP of CU of een partij die zich inspireert op de islam een partijleider zou hebben die in het openbaar telkens verwees naar het eigen atheïsme of agnosticisme? Van Van Mierlo, Terlouw, Dittrich, Engwirda, Borst, De Graaf, Brinkhorst of Pechtold heb ik nooit gehoord dat ze zich publiekelijk beriepen op hun religieuze overtuiging (als ze die al hadden).

Dat Kaag dit wel doet doet me afvragen of ze wel volgens de partijlijn handelt of daar van afwijkt en zoja, wat dat dan zegt over het leiderschap en het teamspel van Kaag en de vraag wat voor partij D66 eigenlijk (nog) is.

Foto: Schermafbeelding van deel interview van Tijs van den Brink met Sigrid Kaag, 21 oktober 2018 op lazarus.nl.

Open brief van ‘Vele Amsterdammers uit de creatieve sector’ neemt Halsema in bescherming en gaat voorbij aan de feiten

with one comment

Open brieven bestaan. Ze horen erbij als regendruppels in een stortbui of vallende bladeren in de herfst. Het zijn er te veel om te onderscheiden. Soms valt een open brief op door onnozelheid. Dan wordt het interessant. Zo’n brief komt van wat geframed wordt als ‘Amsterdammers uit de creatieve sector’. Het Parool plaatste de brief op 3 juni 2020 als opiniestuk. Ze nemen het op voor burgemeester Femke Halsema die onder verdenking staat slecht leiding te hebben gegeven op de voorbereiding van een anti-racisme demonstratie op de Dam.

De details ervan zijn nog niet in kaart gebracht, zodat een definitief oordeel opgeschort moet worden tot een debat erover in de Amsterdamse gemeenteraad. Halsema geeft weliswaar toe inschattingsfouten te hebben gemaakt, maar houdt tegelijkertijd vol dat er geen sprake is van operationele fouten. Maar dat kan niet allebei waar zijn. Halsema en korpschef Frank Paauw hebben een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn fouten in de inschatting gemaakt. Door wie is nog niet helder. Maar het lijkt ook mis te zijn gegaan in de uitleg achteraf door Halsema. Ze beweert dat zij 1,5 dag dicht op de sociale media zat om te zien hoe de verwachtingen over de opkomst en de sfeer van het protest zich ontwikkelden. Die weergave van de feiten door Halsema lijkt echter in strijd met hoe het werkelijk is gegaan in die 1,5 dag. Politieagenten hebben gisteren naar buiten gebracht dat hun leiding niets met hun waarschuwing over de verwachte drukte deed. Het beeld dat blijft hangen is een slecht georganiseerd gemeenteapparaat waar onvoldoende of slecht leiding aan wordt gegeven.

De briefschrijvers gebruiken het doel van de demonstratie als rechtvaardiging voor de misslagen die door Halsema en gemeentelijke diensten zijn gemaakt in de voorbereiding op de demonstratie en de effectuering ter plekke van de corona-maatregelen. Het is een niet valide manier van argumenteren om twee losstaande feiten zo met en door elkaar te verbinden en een doelstelling met de uitvoering te verwarren. Want in de bestrijding van een pandemie met een zwaar belaste gezondheidszorg heiligt niet elk doel de middelen.

Het lijkt er in de kwestie van de demonstratie op de Dam op dat Halsema steken heeft laten vallen en dat de kritiek op haar eveneens faalt. De kwestie moet echter niet gepolitiseerd, maar gedepolitiseerd worden. Van welke politieke partij Halsema is en waar de demonstratie over ging zijn van ondergeschikt belang. Vraag is evenmin of Halsema geliefd of gehaat is. Dat is een te simpele tweeledigheid en een geval van individueel perspectief. De essentiële vraag die beantwoord dient te worden is of zij en de overheidsdiensten volgens de eigen normen en procedures hebben gehandeld in de aanloop naar en de begeleiding van de demonstratie en of burgemeester Halsema voldoende leiding heeft gegeven zoals van een burgemeester verwacht kan worden.

Zonder de feiten te kennen springen de briefschrijvers in de bres voor Halsema. Ze mogen spreken, maar spreken voor hun beurt. Vraag is of ze zich afgevraagd hebben of ze ermee de kunstsector dienen en namens wie ze spreken. Wie zo opvallend de publiciteit zoekt weet dat een groep als mening van een groter geheel geframed kan worden. Zo ontstaat het levensgrote risico dat het beeld bevestigd wordt dat de Amsterdamse kunstsector onnozel is. Ze buigen een motie van vertrouwen om in een motie van wantrouwen tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel open briefCreatieve sector: ‘Beste mevrouw Halsema, dit is onze motie van vertrouwen’’ in Het Parool, 3 juni 2020.

Bij ‘Ongehoord Nederland’ wijkt paranormale gekte voor normale gekte van pseudo-journalistiek. Uitsluitingen als kerkscheuringen

with one comment

Dit is geen journalistiek van Ongehoord Nederland. Dit is op z’n best een ‘softball’-interview en op z’n slechtst een vooraf afgesproken promotiepraatje dat uitsluitend resoneert in de eigen echokamer. Kritische vragen ontbreken, terwijl die aan Henk Krol toch wel zijn te stellen. Wat moeten we met deze pseudo-journalistiek van Ongehoord Nederland? Negeren of ter verantwoording roepen? Interessant is dat de nieuwssite beseft dat het zich moet ontdoen van de rotste appels in de mand. De gedachte erachter is dat de pseudo-journalistiek zoals die onder meer blijkt uit dit interview met Krol dan beter verdedigbaar is. Het is een relatieve blijk van realisme van Ongehoord Nederland dat het een politicus interviewt die nog leeft.

Gisteren schreef ik op FB dit commentaar en verwees daarbij naar het artikelOud-Kamerlid Ybeltje Berckmoes stapt uit Ongehoord Nederland’ in Het Parool: ‘Er zijn in Nederland volop gekkies, maar bij radicaal-rechts zijn ze oververtegenwoordigd. Dat is voor degenen die niet van complottheorieën en zweverigheid houden een geruststelling. Opvallend is dat bij een rechts nieuwskanaal als Ongehoord Nederland een erge gekkie de deur wordt gewezen. Want gekte is relatief. Als zelfs radicaal-rechts dit niet meer trekt, dan moet het wel erg zijn. De vijand van gek en wantrouwen is immers te opzichtige gekte die gelijk door de mand valt. Want zo kan men een interview met Pim Fortuyn wel kwalificeren. Zo’n 18 jaar na zijn dood. De gekke gekte wijkt op rechts voor normale gekte. Gezellig met elkaar terug naar normaal abnormaal. Zo hoort het.’

De conclusie is dat de splinters in media en politiek die zich eenzijdig op identiteitspolitiek richten aan interne verdeeldheid ten onder gaan. Want de redelijkheid die ze missen om de ander te beoordelen, missen ze ook om elkaar te beoordelen. Dat houdt geen stand. De onverdraagzaamheid en onredelijkheid zijn ingebakken en keert zich uiteindelijk naar binnen. Met splitsingen en uitsluitingen tot gevolg. Het lijken wel kerkscheuringen.

Foto: Schermafbeelding van deel ANP-artikelOud-Kamerlid Ybeltje Berckmoes stapt uit Ongehoord Nederland’ in Het Parool van 11 mei 2020.

Wat voor zin hebben herhaalde manoeuvres van Egbert Dommering in proxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf?

leave a comment »

In een opinie-artikel van 11 januari 2020 in Het Parool neemt Egbert Dommering vanaf de zijlijn opnieuw stelling in de kwestie Beatrix Ruf. Hij pleit ervoor om de in 2017 afgetreden directeur te rehabiliteren. Hij laat zich kennen als pro-Ruf en kritisch op het Amsterdamse gemeentestuur dat hij beticht van machtsmisbruik.

Er is iets merkwaardigs aan de hand met Dommering opinies over het Stedelijk Museum, Ruf en Het Parool. Ook op 4 juni 2018 wist hij een opinie-artikel geplaatst te krijgen in Het Parool. En in 23 oktober 2018 ging hij met een nieuw opinie-artikel in de herhaling. Het Parool geeft Dommering opvallend veel ruimte om zijn opinies te plaatsen. De inhoud van Dommerings opinies over de onderhand allang niet meer actuele kwestie van Rufs ontslag blijkt tamelijk gelijkluidend. Zo verandert een actuele (cultuur)politieke kwestie geleidelijk in het achteraf claimen van het eigen gelijk van een zo goed als afgeronde kwestie. De stellingname over de relatie tussen Stedelijk en gemeentestuur die Dommering door zijn opinie weeft moet als legitimatie dienen voor de recycling van zijn opinie over Ruf. Blijkbaar wordt Dommerings pro-Ruf en anti-gemeentebestuur standpunt in de hoofdredactie van Het Parool gedeeld. Dommering is een zetstuk in de proxy-oorlog tussen Het Parool en de NRC over de kwestie Ruf. In een commentaar van 16 juni 2018 omschreef ik dat als volgt:

In zijn opinie-artikel van 11 januari 2020 pleit Dommering voor Rufs rehabilitatie. Hij schetst dat ‘een heel gezelschap samen [kwam] in een groot pand aan de Herengracht in Amsterdam’. Of deze verwijzing naar de Amsterdamse grachtengordel wijst op zelfspot of zelfoverschatting is de vraag. Hij vervolgt: ‘Ruf was, naar hun oordeel, in oktober 2017 ten onrechte onder druk gezet door de nog maar net aangetreden voorzitter van de raad van toezicht en enige leden van die raad om, na negatieve publiciteit over haar functioneren als directeur in NRC Handelsblad, af te treden als directeur.’ Zoals gezegd, Dommering zet zijn proxy-oorlog in Het Parool tegen NRC met klaarblijkelijke steun van één of meerdere redacties van Het Parool voort.

Maar hoe steekhoudend is het dat een groepje Ruf sympathisanten een opinie heeft en die herhaaldelijk in de publiciteit brengt? Hun grootste verdienste lijkt hun handige en vrije toegang tot de media en in het bijzonder de samenwerking met Het Parool. Zodat niet zozeer de argumenten, maar het activisme en het netwerk de doorslag geven. Dommering en de Ruf sympathisanten kunnen hun mening blijven herhalen dat Beatrix Ruf (in juridisch opzicht) door de commissie Eisma is vrijgepleit, maar daarmee is nog niet gezegd dat zij ook in ethisch opzicht is vrijgepleit en haar terugkeer op oneigenlijke gronden is geblokkeerd. Dat is een opinie waar andere, niet slechter onderbouwde opinies tegenover staan. Zo krijgt de opinie die Dommering verwoordt iets tragisch omdat hij een achterhoedegevecht voert van een conflict dat allang over zijn hoogtepunt heen is.

Het wordt er nog navelstaarderiger, zelfs incestueuzer op als Dommering verwijst naar ‘het onlangs verschenen boekjeDe Affaire Ruf, Crisis in het Stedelijk Museum en dat opvoert als een soort bewijsstuk. Maar dit boekje waar Dommering naar verwijst is geschreven door Dommering zelf. Hij vermeldt dat niet.

Dommering legt de oorzaak van het falen van het Stedelijk Museum bij de verzelfstandiging in 2006. Maar het probleem met deze uitleg is dat vele musea opereren onder die voorwaarden, maar zich anders ontwikkeld hebben. Zo werd Museum Boijmans van Beuningen ook in 2006 verzelfstandigd onder dezelfde voorwaarden als het Stedelijk. Namelijk dat gebouw en collectie eigendom van de gemeente bleven en dat er een sterke afhankelijkheidsrelatie in de vorm van subsidie bleef bestaan. Voor bijna alle Nederlandse gemeentelijke (kunst)musea op een enkeling als Museum de Fundatie in Zwolle na, dat eigenaar van de museumcollectie is, geldt deze drieslag van gebouw, collectie en subsidie. En reken er maar op dat alle gemeentebesturen even lastig en kritisch zijn voor hun verzelfstandigde musea als het Amsterdamse. Verzelfstandiging die trouwens fikse nadelen kent, wat erin resulteerde dat de gemeente Eindhoven besloot om het Van Abbemuseum niet te verzelfstandigen. Dommering dateert het begin van de crisis van het Stedelijk in 2003. Dat falen kent vele oorzaken die niet noodzakelijkerwijze volgen uit de verzelfstandiging en het functioneren van de gemeente Amsterdam. Het lijkt vooral het Stedelijk dat met het Stedelijk overhoop ligt. Op directie- en bestuursniveau.

Het is de hoogste tijd dat het Stedelijk Museum een nieuwe start maakt onder de nieuwe directeur Rein Wolfs. Want dat het museum al lange tijd slecht in vorm is of zelfs in crisis verkeert kan niemand ontgaan zijn. Wat de lobbyisten beogen met hun pleidooi voor rehabilitatie van Beatrix Ruf en wat dat met de situatie van het Stedelijk anno 2020 te maken heeft is de vraag. Dommerings opinie en zijn toegang tot de media lijken de kern van het probleem van het Stedelijk te zijn. Te veel partijen praten mee zodat de focus ontbreekt. De kwaal is dat te veel goedwillende amateurs te veel ruimte krijgen om zich met het museum te bemoeien.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikel ‘‘Stedelijk Museum verkeert al sinds 2003 in crisis’’ van Egbert Dommering in Het Parool, 11 januari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarProxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf’ van 16 juni 2018 op georgeknightlang.wordpress.com

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) vermengt religie met politiek. Hij wil ‘islamjongeren’ meer islam geven

leave a comment »


Het Parool plaatst vandaag een interview van de verdienstelijke journalist Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. Zwart schuwt controversiële uitspraken niet. Zo zei hij op een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden dat de overheid met het secularisme ‘zijn eigen godsdienst propageert’. Ook toen deed Soetenhorst er in Het Parool nauwgezet verslag van. In een commentaar van 1 oktober had ik kritiek op Zwart en op de Universiteit Utrecht dat iemand die deze uitspraken doet in dienst neemt er niet publiekelijk ter verantwoording voor roept: ‘Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit’. De scherts is dat genie aan domheid grenst. Zwart lijkt er door zijn uitspraken het voorbeeld van.

In welke werkelijkheid van welke eeuw leeft deze cross-culturele hoogleraar Tom Zwart? Hij stoft het controversiële beleid van de ‘compenserende neutraliteit‘ van de oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen af dat later door zijn opvolger Eberhard van der Laan resoluut bij het oud vuil werd gezet. Waarom is dit beleid dat Zwart verkondigt en neerkomt op de vermenging van politiek en religie ongewenst, ongelukkig en achterhaald? 1) Het kost de belastingbetaler geld dat in een religieuze organisatie gestoken wordt. 2) Het speelt de orthodoxe islam het meest in de kaart, en de liberale islam minder. 3) Het is in strijd met de scheiding van kerk en staat. 4) Het sluit jongeren met een Marokkaanse of Turkse etnische achtergrond eenduidig op in een religieuze omgeving wat hun emancipatie en integratie buiten eigen kring bemoeilijkt. 5) Het is in strijd met de ontwikkeling van Nederland waar jongeren afstand nemen van religie en zich er steeds minder door laten inspireren. CBS: ‘Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar’.

Wat Tom Zwart bezielt en waarom hij oude, weerlegde theorieën uit de kast haalt en bizarre uitspraken blijft doen is een wonder. Dat zijn werkgever, te weten de Universiteit Utrecht dat laat gebeuren en hem niet op het matje roept -want in dit interview profileert Zwart zich opnieuw met zijn functie aan deze universiteit zoals de kop verduidelijkt- is het grootste wonder. Het is al erg genoeg, maar verteerbaar dat Zwart als privé-persoon deze uitspraken doet, maar het is onverkwikkelijk dat hij met (stilzwijgende) toestemming van de Universiteit Utrecht en onder de dekking van de wetenschap zulke controversiële uitspraken kan blijven verkondigen.

Foto: Schermafbeelding van delen uit het interviewHoogleraar cross-cultureel recht: ‘Meer islam is nodig, niet minder’’ van Bas Soetenhorst met Tom Zwart, hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht in Het Parool, 17 oktober 2019.

Hoogleraar Tom Zwart (Universiteit Utrecht) meent dat overheid secularisme als eigen godsdienst propageert. Is hij de rede voorbij?

with 5 comments

Hoe is het mogelijk dat het College voor de Rechten van de Mens (een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse rijksoverheid) partner is van het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie (dat in de titel wordt gespeld als ‘Descriminatie’)? Dat begint al met de omstreden term ‘islamofobie’ die claimt dat er ‘haat of vooroordelen jegens of discriminatie van moslims’ bestaat. Wordt hiermee zakelijke kritiek op de islamitische religie niet afgeleid en bij voorbaat geneutraliseerd? De Britse Josie Appleton zag al in 2002 het gebruik van de term ‘islamofobie’ als hype, ofwel een mediagekte die het omgekeerde bereikt van wat het zegt na te streven: ‘Het moedigt moslims aan om in angst te leven voor aanvallen en om dagelijkse incidenten buiten proportie op te blazen. Het onderdrukt ook het debat en de betrokkenheid tussen moslims en niet-moslims.’

Aanleiding voor de kritiek op de term ‘islamofobie’ is een verslag van Bas Soetenhorst in Het Parool van 29 september 2019. Hij doet verslag van een symposium over islamofobie en burgerrechten dat op zaterdag 28 september in Amsterdam werd gehouden. Het werd georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie en ‘een tak van de afdeling antropologie van de Universiteit van Amsterdam’ aldus Soetenhorst.

Hoogleraar Crosscultureel recht Tom Zwart bij de vakgroep Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht was een van de sprekers. Hij deed volgens Soetenhorst de volgende uitspraak: ‘De overheid propageert zijn eigen godsdienst ten koste van andere godsdiensten’. Dit is een merkwaardige uitspraak die niet alleen niet juist is, maar evenmin logisch en begrijpelijk. Hoe is het mogelijk dat een hoogleraar Crosscultureel recht van de Universiteit Utrecht van wie men toch enige kennis en omzichtigheid zou verwachten tot zo’n niet door de feiten geschraagde uitspraak komt? Hoe kan Zwart zo warrig zijn? Hij beschadigt er niet alleen de Universiteit Utrecht en de Rechtsgeleerdheid mee, maar ook de geloofwaardigheid van de Nederlandse wetenschap. Hoe stelt hij zich voor dat de overheid ‘zijn eigen godsdienst propageert’? Waar hij het secularisme mee bedoelt.

Is Tom Zwart echt zo dom als het lijkt? Het lijkt er jammergenoeg sterk op. Ik op mijn beurt schaam me kapot omdat de Universiteit Utrecht mijn Alma Mater is en zo’n kwiebus als Zwart daar nu hoogleraar is. Met zijn uitspraak laat Zwart zich kennen als een hardliner die op een lijn te stellen is met orthodoxe christenen en moslims die het secularisme aanvallen. Maar het secularisme is een politieke filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen binnen de rechtsstaat zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Het secularisme is geen godsdienst die ten koste gaat van godsdiensten. Zwart moet en kan dit weten. Maar in plaats van zijn kritiek te richten op de voorrechten van christenen die in strijd zijn met de zuivere toepassing van het secularisme, richt hij zijn kritiek op het secularisme zelf. En op de overheid die dat zou propageren.

Ik heb er geen woorden voor dat iemand als Zwart deze uitspraak heeft gedaan. Het is geen verspreking, maar een bewust gedane uitspraak die naadloos past in Zwarts betoog dat valt te karakteriseren als conservatief-religieus. Dat recht van mening heeft hij, maar hij verliest elke geloofwaardigheid als wetenschapper als hij in het openbaar zegt dat de overheid met het secularisme een eigen godsdienst propageert. Zwart ziet overal onderdrukking en anti-moslimsentimenten en maakt vrijzinnigen die vanwege hun overtuiging afstand nemen van bijzonder onderwijs verdacht als hij VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff met een ander gewraakte uitspraak omschrijft: ‘We moeten de mensen ontmaskeren die secularisatie uitdragen’. Het kan zijn dat Zwart zich heeft laten meeslepen door het moment, maar gezien zijn opleiding en functie zou hij beter moeten weten.

Zou Zwarts uitspraak geen aanleiding moeten zijn voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om hem hierover om uitleg te vragen? Want Zwart sprak op het symposium in Amsterdam als hoogleraar van de Universiteit Utrecht. Als Zwart bij zijn bewering blijft dat de overheid het secularisme als eigen godsdienst propageert, dan verdient het afweging voor het bestuur van de Universiteit Utrecht om afscheid te nemen van Zwart. Iemand met zulke dwaze en radicale gedachten hoort niet thuis op een gerenommeerde universiteit.

Ook het bestuur van het College voor de Rechten van de Mens zou na moeten denken of het zich met dit radicale gedachtegoed wil associëren en het het partnerschap met het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie niet dient te beëindigen. Want hoe valt het te rijmen dat Zwart op een mede door het Collectief georganiseerde symposium de overheid beschuldigt het secularisme als godsdienst te propageren terwijl het College voor de Rechten van de Mens een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse rijksoverheid is?

Foto’s 1 en 3: Schermafbeelding van delen van het artikelGeslagen, maar ook strijdbare toon op symposium over islamofobie’ van Bas Soetenhorst in Het Parool, 29 september 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van pagina met partners van het Collectief tegen Islamofobie & Discriminatie. Waaronder onder meer de overheidsinstellingen: het College voor de Rechten van de Mens en de Politie.

Reactie op een opinie die het handelen van Britse regering billijkt: ‘Boris Johnson is de verkeerde man op de verkeerde plaats’

with 3 comments

Op de FB-pagina van Het Parool plaatste ik onderstaande reactie bij het opinieartikelBoris Johnson is de juiste man op de juiste plaats’ van Maurits Bredius van 11 september 2019. Het lijkt in strijd met de logica:

Na een aanloop met een min of meer objectieve schets van de recente geschiedenis ontspoort het betoog als Bredius op normatieve wijze stelt: ‘Een volstrekt onaanvaardbare uittredingsovereenkomst met een ‘backstop’- clausule, die Noord-Ierland voor onbeperkte tijd binnen de EU zou houden en een harde grens in de Ierse Zee zou betekenen.’ Bredius maakt in zijn betoog op geen enkele manier duidelijk waarom de uittredingsovereenkomst tussen de EU en de toenmalige regering May ‘volstrekt onaanvaardbaar’ is. De ‘backstop’- clausule is de logische voorwaarde om de belangrijke interne markt die een van de pilaren van de EU is te beschermen.

Hij gaat ook voorbij aan het feit dat de Britse politiek verdeeld is over zowel de gewenstheid om de EU te verlaten als de manier van uittreding. Ofwel, voor geen enkel voorstel voor uittreding was in het Lagerhuis in de afgelopen twee jaar een meerderheid te vinden. De uittredingsovereenkomst van toenmalig premier May met de EU is niet minder onaanvaardbaar dan andere manieren van uittreding.

Het is zo dat parlementsleden die tot nu toe (tot drie keer toe) tegen de uittredingsovereenkomst stemden in de afgelopen week hebben aangegeven deze keer voor te stemmen om niet alleen een No Deal uittreding als het geweld dat de regering Johnson de democratie en de rechtsstaat aandoet te stoppen. Ze aanvaarden dan de volgens Bredius ‘volstrekt onaanvaardbare’ backstop. Af te wachten valt of een meerderheid van het Lagerhuis straks eieren voor haar geld kiest en een onaantrekkelijke uittredingsovereenkomst met de EU aantrekkelijker vindt dan het schrikbeeld van een om zich heen slaande premier Johnson die doel en middelen verwart. Het is vergezocht om te veronderstellen dat Boris Johnson die altijd zo graag premier wilde worden zich nu alsnog voor het landsbelang opoffert.

Voor de duidelijkheid, het waren de harde Brexiteers (de ERG factie binnen de Conservatieve partij) die het hardste oppositie voerden tegen de deal van May met de EU. Ook Boris Johnson stemde met de ERG mee tegen May en EU. Schrijnend is dat de meerderheid van de 21 ‘gematigde’ Conservatieven die door Johnson vorige week uit de fractie zijn gezet wel voor de uittredingsovereenkomst van May met de EU stemde. Dat feit alleen al weerlegt Bredius’ suggestie dat de oppositie het VK ‘het liefste binnen de EU ziet blijven’. De oppositie is daarover verdeeld.

Bredius maakt het er niet helderder op als hij suggereert dat de opschorting van vijf weken van het Lagerhuis, dat vandaag door het hoogste Schotse hof in een uitspraak als onwettig wordt gekenmerkt, de democratie dient en niet beschadigt. Volgens hem dient het opschorten van de democratie de democratie. Als het kind met het badwater wordt weggegooid, dan viert Bredius het badwater als het kind.

Bredius komt opnieuw met een raadselachtige uitspraak als hij zegt: ‘Daarom besloot de oppositie om vervroegde verkiezingen pas goed te keuren als het te laat zou zijn voor Johnson om het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord uit de EU te leiden. Met dit standpunt geeft de oppositie blijk van weinig vertrouwen in de wijsheid van het Britse volk.’ Nee, de wijsheid van het Britse volk heeft er niks mee te maken en Bredius moet weten dat hij dit er aan de haren bijsleept. Prominenten van onder meer Labour, SNP en LibDems hebben aangegeven dat ze Johnson (en zijn strateeg Dominic Cummings) niet vertrouwen en daarom eerst het blokkeren van een No Deal uittreding per wet wilden voorkomen voordat er afspraken over verkiezingen zouden worden gemaakt. Overigens is de verwachting dat LibDems en SNP flinke winst zullen behalen in deze verkiezingen, dus zij hebben er geen belang bij om het uitschrijven van nieuwe verkiezingen te verhinderen.

Een ander misverstand is overigens dat er zoiets als een No Deal uittreding bestaat. Die bestaat in de praktijk niet omdat ook zonder de uittreding van het VK uit de EU er nog talloze afspraken over economie, handel, transport, nationale veiligheid en allerlei sectoren waardoor het VK en de EU-lidstaten samenhangen tussen het VK en de EU moeten worden gemaakt. Een No Deal uittreding van het VK uit de EU is dus hooguit tijdelijk een No Deal.

Aan de verklaring waarom de Brexit zo is ontspoord waagt Bredius zich niet. Hij keert zich te eenzijdig tegen de oppositie en de EU en verliest zo het perspectief uit het oog. Dat heeft niet zozeer te maken met het opereren van de EU, maar met de aard en het karakter van de Engelse politiek en de samenleving die leidde tot een dubbelhartige relatie tot de EU. Een kleine meerderheid van het nationalistische VK heeft zich nooit echt lid van de EU gevoeld en altijd afstand gehouden tot het ‘continent’, slechts het economisch profijt trok het VK aan. Onderschat evenmin het zelfbeeld van de Etoniaanse elite (Boris Johnson, Jacob Rees-Mogg, David Cameron) die in het land der blinden liever éénoog koning is, dan tweede viool in de grotere EU die door Frankrijk en Duitsland wordt gedomineerd.

Het tweede referendum van 2016 was met een nipte meerderheid van 51,9% een herroeping van het referendum van 1975 dat met een ruime meerderheid van 67,2% besloot voor toetreding tot (de voorloper van) de EU. Dat was een vertaling van dat Engelse sentiment. Het geeft aan hoe innerlijk verdeeld het VK is. Sociaal, regionaal en politiek. Dat de politiek zich aan het een en het ander niet kan onttrekken is de logica van de Brexit.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBoris Johnson is de juiste man op de juiste plaats’ van Maurits Bredius in Het Parool, 11 september 2019.

Laatdunkendheid over complotdenkers leidt in kwestie Epstein tot blinde vlek bij gevestigde journalistiek die samenzwering uitsluit

with 3 comments

Ik heb geen goede woorden over voor een stuk van 12 augustus van Bas Soetenhorst in Het Parool. Ik vind het gemakzuchtig. Het tekent het spagaat van Nederlandse journalisten die op afstand staan van de Amerikaanse én de Nederlandse samenleving en in een Atlantisch niemandsland hun waar slijten. Hieronder geef ik mijn reactie weer die ik plaatste op de FB-account van Het Parool bij dit onderwerp. Links zijn toegevoegd.

Er is ook wel wat gebeurd, beste Bas Soetenhorst, namelijk de onverwachte, verrassende en de in-alle-gevallen-te-voorkomen dood van een van de meest spraakmakende personen van de VS met sterke lijnen naar de politiek. Het is als de bezwering in een theaterstuk dat herhaalt ‘DAT mag niet gebeuren’ met als uitkomst dat DAT waarvan iedereen weet dat het niet mag gebeuren uiteindelijk toch gebeurt.

Als dat dan gebeurt roept dat vragen op over een samenzwering. Want regels en afspraken van overheidsdiensten zijn geschonden en Epstein stond bekend als iemand die met geld de rechtsgang en personen die toezicht op de rechtsgang hadden manipuleerde, zoals in Florida in 2007 waar hij onterecht wegkwam met een lichte straf. Epstein heeft een spoor van onregelmatigheden nagelaten in het Amerikaanse rechtssysteem dat nog steeds niet volledig in kaart is gebracht. Waarom is het merkwaardig om te veronderstellen dat hij dat tot en met zijn dood heeft volgehouden?

Epsteins dood verdient een grondige en onpartijdige analyse en meer dan een stuk van een correspondent die dualistisch denkt in zwart-wit tegenstellingen, de feiten verkeerd voorstelt en zo zelf complottheorieën de wereld instuurt waar hij klaarblijkelijk zijn neus voor ophaalt alsof er wat smerigs aan de schoen van de ander kleeft, terwijl het zijn eigen schoen betreft.

Het is zeker zo dat er verschillende kampen zijn, te weten het Clinton en het Trump kamp die proberen de ander de zwarte piet door te schuiven. Waarbij het kamp Trump het hardst van leer trekt. Maar er is ook een derde kamp van onafhankelijke, neutrale hoogleraren, opinieleiders, journalisten en politici buiten de hoofdstroom van de partijpolitiek om die een rechtsstatelijke invalshoek kiezen. Wat trouwens te denken van progressieve Democraten en Never Trumpers conservatieven (type Max Boot, Bill Kristol, George Will) die zowel niks moeten hebben van Bill Clinton als Donald Trump? Uw dualisme komt niet overeen met de realiteit.

Het is onjuist dat Joe ‘Morning Joe’ Scarborough de schuld bij de Russische Federatie legt. Hij is zoals u weet een voormalige Republikeinse, conservatieve Huis-vertegenwoordiger uit Florida die samen met zijn toenmalige partner en huidige echtgenote Mika Brzezinski bevriend was met Trump, maar afstand van hem heeft genomen en zijn weerzin voor Trump niet verbergt. Scarborough schreef in een tweet op 10 augustus: ‘A guy who had information that would have destroyed rich and powerful men’s lives ends up dead in his jail cell. How predictably…Russian.‘ Daarop antwoordde Ben Norton: ‘Billionaire pedophile Epstein died, and this celebrity “journalist” immediately blames Russia, without a scintilla of evidence’. Daar antwoordde ik op: ‘Ben, you are a bad reader. Joe does not accuse the Russians of having killed Epstein, but concludes that it is a mo that Russians use. He is right in that because the Kremlin makes enemies disappear. Died under suspicious circumstances in the US: Sergei Krivov and Mikhail Lesin.’ Bas Soetenhorst is ook een slechte lezer die de nuance mist.

Soetenhorst gaat voorbij aan de rol van Justitieminister William Barr die in zijn handelen er de afgelopen maanden voor heeft gezorgd dat het wantrouwen jegens hem, president Trump en de overheid is toegenomen. Barrs rol is essentieel en kan in een serieus verslag niet ongenoemd blijven. Vastgesteld is dat Barr bij zijn eigenmachtige presentatie van het Mueller-rapport de bevindingen eruit verkeerd en onvolledig voorstelde om succesvol de publieke opinie te kunnen manipuleren. Zelfs media als de The New York Times en in Nederland de NRC trapten in de ’spin’ van Barr, wat me overigens in conflict met de NRC-Ombudsman bracht die ik lichtgelovigheid verweet en die me achteraf moest toegeven dat de berichtgeving in zijn krant niet optimaal was geweest. Als de gevangene Lewis Kasman in de gevangenis in Manhattan waar Epstein was opgenomen in de New York Post van 11 augustus 2019 verklaart dat hij met eigen ogen zag dat minister Barr twee weken geleden deze faciliteit bezocht, dan voedt dat het complot nog verder. Het is hoogst ongebruikelijk dat een minister een gevangenis bezoekt. Wat had Barr daar te zoeken?

Waar dient journalistiek voor? Het is uit uw artikel niet op te maken, Bas Soetenhorst. U maakt zich er makkelijk vanaf door de boevenstreken van Donald Trump tegenover de boevenstreken van Bill Clinton te zetten. Klaar, met een commentaar van een mediadeskundige als uitsmijter.

Nee, u verklaart niks en zet de relevante vragen in het verkeerde frame. Ja, er zijn complotdenkers, maar er zijn ook denkers die verder denken, maar vooralsnog een samenzwering niet uitsluiten. Daardoor vergeet u dat er onafhankelijke waarnemers en onderzoekers zijn die aan de hand van de feiten de waarheid boven tafel willen krijgen zonder met een partijpolitiek vingertje te wijzen of op voorhand de waarheid te weten. Wat een zorgvuldige journalist behoort te doen is een verklaring zoeken voor een verschijnsel dat vele vragen oproept. Laten we niet te snel tot conclusies komen, maar alle feiten onderzoeken. Schaamt u zich niet voor de ondertitel van uw stuk: ‘voer voor complotdenkers’ dat morele arrogantie combineert met intellectuele luiheid?

De vragen die op antwoord wachten zijn onder meer de volgende: Wie heeft Epstein geholpen bij het voorbereiden van de uitvoering van zijn daad, wie heeft gezorgd voor het beëindigen van het verscherpt toezicht en wie heeft ervoor gezorgd dat een celgenoot werd overgeplaatst? Daarover bestaan theorieën die niet over de zelfmoord zelf gaan. Ofwel, zonder hulp van buitenaf en met verscherpt toezicht had Epstein nooit zelfmoord kunnen plegen. Daar zijn de deskundigen die het reilen en zeilen van het Manhattan Correctional Center kennen het over eens. Ook als blijkt dat Epstein zelfmoord heeft gepleegd -wat waarschijnlijk is- is er nog geen antwoord op de vraag hoe en waarom hij zelfmoord kon plegen.

Het is gezien de grote belangen en de meedogenloosheid van Trump en Barr op dit moment niet uit te sluiten dat er sprake is van een samenzwering. Besef dat Trump zeer waarschijnlijk in de gevangenis belandt als hij in 2020 niet herkozen wordt en daarom alle middelen inzet om grip op Justitie te houden. Het gaat in deze kwestie niet om het ‘gewone’ type samenzwering van malcontenten, eenzame gefrustreerden en idioten met een aluminium hoedje op die de feiten laten volgen uit een eigen mening of een opgelegde mening van populistische media, maar om het type samenzwering dat een conclusie laat volgen uit de feiten en die raakt aan hogere politiek. Vergelijk het met de Iran-Contra-affaire of het Watergate-schandaal die uiteindelijk werkelijk bleken te zijn gebeurd. Dat bleek onder meer na onderzoek van journalisten.

Foto’s: Schermafbeelding van stukken uit het artikelDe dood van miljardair Jeffrey Epstein: voer voor complotdenkers’ van Bas Soetenhorst in Het Parool, 12 augustus 2019.

Zaanstad wil in 2021 een ‘Monetjaar’ houden. Niet voor de kunst, maar om het toerisme, de economie en de stadspromotie

with 2 comments

Gemeente Zaanstad wil in 2021 samen met verschillende partners uit de stad een ‘Monetjaar’ organiseren. Want in 2021 is het ‘precies 150 jaar geleden’ dat ‘de wereldberoemde Franse schilder de Zaanstreek bezocht’, aldus een nieuwsbericht van de gemeente. Wat een toeval dat het precies 150 jaar geleden is, toch?

Maar waarom grijpt Zaanstad terug op een bezoek van 150 jaar geleden van Monet aan de Zaanstreek? Wethouder cultuur en toerisme Sanna Munnikendam (uiteraard D66) geeft het antwoord: ‘Monet vond het Zaanse landschap prachtig. Hij heeft dit op zo’n unieke manier geschilderd dat het voor elke Zaankanter herkenbaar is. Dat is iets waar we met elkaar trots op mogen zijn. Het organiseren van een Monetjaar is een mooie manier om Zaanstad bekender te maken als aantrekkelijke stad om in te wonen en leuke dingen te doen. Dat is ook goed voor de groei van het aantal (inter)nationale toeristen die naar de Zaanstreek komen. En dat heeft weer een positieve invloed op onze lokale economie.’ Kortom, de marketing van kunst, of liever gezegd een 19de eeuwse Franse kunstenaar als glijmiddel voor economie, stadspromotie en toerisme.

Er zitten nog addertjes onder het gras zoals Patrick Meershoek in een artikel in Het Parool aanstipt. Want de gemeente Zaanstad die volgens wethouder Munnikendam zulke herkenbare schilderijen van de Zaanstreek heeft geschilderd heeft afgelopen jaren weinig moeite gedaan om werken van Monet te verwerven. Het Parool: ‘In het Zaans Museum op de Zaanse Schans hangt één echte: het werk De Voorzaan en de Westerhem, dat in 2015 voor 1,1 miljoen euro op de kop is getikt’. Die afwachtende houding van de politiek is herkenbaar.

Oud-wethouder Dennis Straat steelt de show in het artikel in Het Parool. Bij dit soort plannen komen altijd oud-wethouders om de hoek kijken die druk bezig zijn om plannen ’te ontwikkelen’. Straat heeft zoals dat in dit soort gevallen gaat ook een stichting opgericht. De naam? Uiteraard, de stichting Monet in Zaanstad. Ach, het vervolg is zo voorstelbaar dat het bijna  niet meer geschetst hoeft te worden. Enfin, voor de volledigheid dan maar. Straat: ‘Monet moet in de hele stad opduiken. We denken bij voorbeeld aan steigerdoeken met zijn werk langs de invalswegen. We moeten de claim van Monetstad stevig neerzetten. De kunst moet centraal staan, maar er is niets mis met een restaurant dat een Monetlunch aanbiedt.’ Nou, dat laatste viel al te vrezen.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtZaanstad wil in 2021 ‘Monetjaar’ organiseren’ van de gemeente Zaanstad.

Written by George Knight

20 mei 2019 at 17:34

%d bloggers liken dit: